Een schitterende weg omhoog gehad met
perfecte uitzichten over de kustlijn, één van de mooiste wegen die ik bereden
heb (tot nu toe). Uiteindelijk kwam ik op de geasfalteerde hoofdweg uit naar
Yayladgi dus ergens was ik de fout in gegaan maar ik heb daar absoluut geen
spijt van gehad. Het vinden van de grens was verder geen probleem meer en het
was een rustige grensovergang. Voor mij was een echtpaar met een (Libanees)
diplomatiek paspoort... ik wilde dat ik zo'n paspoort had dan verliep een
grenspassage een hèèèèèl stuk sneller. Het feest begon met de mededeling dat ik
Turkije niet verlaten kon of ik moest alsnog een visum kopen. Bleek dat men in
Trabzon vergeten was mij bij binnenkomst een visum te geven en dus moest ik dat
alsnog kopen voor NLG 20,-. Het was een multiple entry visum voor 3 maanden dus
ik had er ook nog wat aan als ik terugkwam vanuit Syrië.
Aan de Syrische kant moest ik USD 40,- betalen, USD 33,- voor de (1 maand)
verzekering en USD 7,- voor de douane-afhandeling. Het carnet dat ik voor het
eerst gebruikte was binnen 5 minuten ingevuld alleen moest ik lang wachten omdat
voor me een Syrische Duitser was die dacht dat het ook zonder carnet wel
mogelijk was om zijn VW-bus tijdelijk in te voeren. De douane officials bleven
aan het debatteren over de hoogte van de borg en uiteindelijk moesten alle
papieren opnieuw ingevuld worden.
Na een lunch bij een verlaten tankstation aan de grens heb ik de route voor de
komende dagen doorgenomen en besloten langs de kust zuidwaarts te reizen. Eerst
naar Lattakia waar ik alleen bij het Tourist Office een kaart van Syrië gehaald
heb. Die had men niet, maar wel van de kuststrook waar ik doorheen reed. Al
zigzaggend tussen de kust en de bergen zuidwaarts gereden langs enkele
kasteelruïnes en uiteindelijk besloot ik te overnachten in een hotel in Tartus.
De belangrijkste reden hiervoor was dat ik van Brugman een telefoonnummer had
gekregen van (ex-)collega's die momenteel een machine in Damascus opbouwen zijn
en die ik dus graag wilde bezoeken. Jan Langkamp was juist afgelopenvrijdag
vertrokken maar Rudi Lamers en de nieuwe technoloog Geert waren er nog en waren
zeer verbaasd dat ik in het land was en ik was van harte welkom.
Het kruisvaarderskasteel 'Crac des Chevaliers' |
De volgende dag even door Tartus gelopen en daar was niet echt veel bijzonders
te zien zodat ik snel ben doorgereisd over binnenwegen naar het
kruisvaarderskasteel Crac des Chevaliers. Een ruïne die eigenlijk geen ruïne
genoemd kan worden, het kasteel is in een nog schitterende staat. Het was
werkelijk een genot om hier rond te lopen en al zittende het gebouw op je in te
laten werken. Hier komen de echte boeken die je als kind gelezen hebt over
kastelen en ridders e.d. tot leven en kun je je voorstellen hoe men daar toen
geleefd moet hebben. Na 3 uur moest ik me echt er toe bewegen te vertrekken
aangezien ik voor het donker nog in Damascus wilde zijn. De weg naar Damascus
was recht-aan-recht-toe over snelwegen. Probleem was dat ik een zeer sterke
zijwind had die regelmatig grote hoeveelheden zand over de weg heen blies.
Hierdoor reed ik pas om 18.15 uur Damascus binnen. Geen tijd meer om naar de
Tourist Office te gaan dus ben ik op zoek gegaan naar de Nederlandse ambassade
waar ze vlak in de buurt zouden moeten wonen. Daar gebeld en Rudi heeft mij daar
afgehaald, en was blij verrast me te treffen. Een heel hartelijke avond gehad en
in de stad nog een orange juice gedronken bij gebrek aan alcoholica.
De volgende dag moest ik vroeg in de veren aangezien ze om 8 uur door de klant
afgehaald werden en ik ben ze per motor gevolgd. Bleek dat ze exact dezelfde weg
reden als ik gisteren de stad binnengekomen was dus dat was eenvoudig te vinden.
De hele dag bij de machine doorgebracht wat op zich ook wel weer een aardige
beleving was. Vooral het feit dat je je er elk moment uit kon terugtrekken (en
geen enkele verantwoording had) was een nieuwe, niet onaangename ervaring.
Enkele problemen m.b.t. het ATC-systeem opgelost en de dag was voorbij voor ik
er erg in had. 's Avonds mijn motorpak in de wasmachine gegooid want die was na
2 maanden dagelijks gebruik zo stijf als een plank. Echt schoon werd hij niet
maar wel een heel stuk toonbaarder.
Woensdag 19 juli weer de gehele morgen
in de firma (UCIC) geweest en rond de middag vertrokken. In het appartement de
rest van mijn wasgoed gewassen en de oude stad van Damascus bezichtigd.
Rondslenteren door de oude stad was een genot en de moskees waren oases van rust
in de hectiek buiten. Onderweg kwam ik nog een kapper tegen en heb hem weer
flink te werk laten gaan. Welliswaar is het niet zo kort geworden als Annelies
het voor vertrek had geknipt maar ik kan er weer even tegen. Donderdag is de
zaterdag van de moslims dus kon er maar tot 14 uur bij UCIC gewerkt worden. Nog
meegeweest om de laatste wijzigingen ook op hun reserve unit te downloaden.
's Middags de koffers eens omhoog gehaald om ze eens flink uit te zoeken,
aangezien ik nu mooi de gelegenheid had om overtollige bagage door hen mee te
laten nemen terug naar Nederland. Opgebleven totdat Rudi om 01.30 uur afgehaald
zou worden door een taxi om naar huis te vliegen. De volgende dag wilde ook ik
vertrekken uit Damascus al werd het pas 16 uur voordat ik vertrok. Vele zaken
kon ik nu nog uitzoeken en dan was ook de grootste hitte voorbij. Damascus
verlaten viel niet mee, maar na bij de eerste poging richting Beirut gereden te
hebben lukte
het de tweede poging Damascus in zuidelijke richting te verlaten, nu de borden
negerend en alleen de GPS gebruikend. In Mismyeh de snelweg verlaten en over
kleine wegen naar As'sweida gereden. Hier enkele kebabs gegeten. Ik hoefde bij
vertrek niets te betalen zo onder de indruk was de eigenaar van mijn trip.
Overnacht op een rotsig stuk woestijn in de open lucht, naast de motor bij een
(bijna?) volle maan nadat ik eerst mijn slaapplek steenvrij gemaakt had.
Zondag reed ik verder richting de Jordaanse grens. Ik had nog lang niet alles in
Syrië gezien maar op de terugweg kwam ik er toch weer doorheen. In Bosra kwam ik
langs de Romeinse ruïnes en stopte daar even. Deze ruïnes staan midden in het
dorp. Het is heel apart om te zien dat de mensen eenvoudig verder leven
'temidden' van de ruïnes. Het amphitheater kon ik niet vinden en in het
museumbezoek had ik geen zin. Bij het wegrijden bleek dat het museum ook het
amphitheater was maar ik ben niet omgekeerd. De grensovergang met Jordanië
verliep snel en vlekkeloos. SYP 100,- (NLG 5,-) betalen voor het uitschrijven
van het carnet en aan de Jodaanse zijds JD 17,50 (NLG 60,-) voor de verzekering
en JD 7,- (NLG 25,-) voor de afhandelingskosten. Binnen een uur was ik door de
hele malle molen heen en heb tijdens de lunch in een bushokje (heb je tenminste
enige schaduw!) de plannning voor de rest van de dag doorgenomen.
Zou de McDonalds tent er ook al in de romeinse tijd hebben gestaan? |
Uiteindelijk
bezocht ik de archeologische site in Jerash waar veel van een Romeinse stad
overgebleven/gerestaureerd is, al ben ik begonnen om in de schaduw een uur te
slapen op enkele stenen want ik was te moe en het was te warm om rond te lopen. Het
amphitheater was indrukwekkend alsmede de vele pilaren langs de weg die nog met
de originele stenen uit de Romeinse tijd geplaveid is. Maar op een gegeven
moment ben je verzadigd met al die ruïnes en werd het tijd om te vertrekken.
Tegen de schemer kwam ik aan bij het kasteel in Ajilun dat ik niet bezocht heb
maar daar vlakbij op een zandweg tussen de kleine bomen overnacht heb.
De volgende ochtend kwam een auto voorbij met een vriendelijke oude man. Toen
hij een uur later terugkwam nodigde hij me uit voor een thee en die uitnodiging
heb ik aangenomen nadat ik m'n motor bepakt had. De thee bleek uit te monden in
en een compleet ontbijt en was erg smaakvol. Het bleek een doktor uit Irbid te
zijn die gepensioneerd was en nu een grote tuin bleek te houden. Hij had een
groot waterreservoir (20 m3) laten bouwen en in de zomer leefde hij samen met
z'n vrouw onder een boom. Een huis was er nog niet al had hij er wel plannen
voor. Als het huis er stond ging hij er permanent wonen. Na een hele rondleiding
door z'n tuin te hebben gehad vertrok ik met een zak vol fruit (druiven, pruimen
en appels, allen uit eigen kweek) westwaards richting de Jordaan. Deze ben ik
noordwaards gevolgd totdat ik tegengehouden werd omdat ik te dicht bij de
Syrische grens kwam. Overal grensposten, zowel Jordaanse als Israëlische aan de
overzijde van de Jordaan maar geen enkele keer aangehouden
ter controle. In het noorden was vanaf de heuvel het meer van Galilea te zien
(maar niet te bereiken) en de Jordaan gevolgd naar de Dode zee. Dit deel, de
Jordaanvallei, is inderdaad het vruchtbaarste deel van het land en overal lopen
waterleidingen ter irrigatie van het land.
Drijvend in de Dode zee |
Bij de Dode zee is het inderdaad een dode boel, veel groeit er niet. Bij een
bungalow een duik genomen in het zoute water, maar echt aangenaam zwemmen kun je
er niet. De belevenis is echter wel uniek maar een half uur in het water is meer
dan genoeg. Zorg er daarbij wel voor dat je geen water in je ogen krijgt want
dat bijt enorm. Na een douche heb ik aan de kust van de dode zee overnacht op
een soort "grasveldje" en genoten van de zonsondergang en de reflecties van het
licht van Jericho achter de heuvels.
De volgende ochtend wilde ik op tijd vertrekken naar Amman om mijn visum voor
Syrië te bemachtigen voor de terugreis. Bij het opstaan bleek er geen dauw op
het gras te liggen maar een soort olie waardoor alles aan je voeten bleef
plakken. Wat dat betreft had ik beter op het zand kunnen overnachten. Na alles
gepakt te hebben vertrok ik, maar zodra ik het 'grasveldje' verruilde voor het
zand gleed ik weg en lag de motor compleet op z'n kant. Met geen mogelijkheid
omhoog te krijgen dus begonnen met het afladen van de bagage. Het zand bleek
(ook door de olie?) veranderd te zijn in en klei-achtige substantie. Alles wat
het gras raakte zat onder een dikke laag klei/zand. De motor uiteindelijk
overeind gekregen en toen ik de eerste koffer er weer aan hing viel hij meteen
de andere kant op doordat de zijstandaard compleet in de bodem wegzonk. Balen
als een stekker al had ik de motor nu snel overeind. Vervolgens naar een ander
'grasveldje' gereden en de motor weer volledig opgeladen. Intussen zag de motor
en ik er echter niet meer uit.. Compleet smerig onder de klei die heel moeilijk
te verwijderen was. Door al deze extra inspanning was ik ook snel door mijn
watervoorraad heen, maar gelukkig zonder verdere problemen vertrokken en de 50
km naar Amman afgelegd.
Op gladde klei is het moeilijk om niet weg te glijden |
Bij de Syrische ambassade aangekomen bleek dat ik te laat was en morgen om 9 uur
er weer terecht kon. Dus heb ik maar een hotel in het centrum opgezocht en daar
wilde ik mijn kleren en bagage schoonmaken maar daar had men geen water voor.
Geen probleem, dan niet was mijn reactie maar toen ik met het smerige spul de
kamer introk kon ik ineens toch op het dak de boel schoonmaken. 's Middags het
enig interessante, het Romeinse theater bezocht en op de terugtocht een
Nieuw-Zeelandse jongen, Steven, ontmoet op een R100RT die zich oriënteerde op de
kaart en hetzelfde hotel bleek te zoeken als waarin ik verbleef. Terug in het
hotel had men hem op bij mij op de kamer geboekt al denkende dat die beiden wat
gemeenschappelijks zouden hebben om over te praten, en dat bleek wel te kloppen.
Vandaag (dinsdag 25 juli) stond ik om 9 uur bij de Syrische ambassade. Vooraf
had ik verhalen gehoord dat het moeilijk was om een visum te krijgen daar en als
je, zoals een Nederlands koppel voor mij deed, je briefje met de Israëlische
stempels in je paspoort laat zitten is een visum inderdaad onmogelijk (ze
baalden als een stekker door deze oerstomme fout). Ook mij werd de hemd van het
lijf gevraagd. Waarom wil je naar Syrië, je bent er al geweest? Maar toen ik
vertelde dat ik op de motor overland reisde was het ineens geen probleem meer.
Wel had ik een aanbevelingsbrief nodig en mijn truc met het kopietje van de
brief die ik in Ankara gebruikt had (met geen data in het) lukte niet; ik moest
een nieuwe halen bij de Nederlandse ambassade in Amman. Hier had ik al halfwat
rekening mee gehouden en na enig gezoek vond ik de ambassade en had binnen15
minuten de brief. En deze bleek gratis te zijn, terwijl ik in Turkije voor
dezelfde brief NLG 32 betalen moest, die diplomatieke logica ontging mij
volledig maar aangezien dit een meevaller was maakte ik er verder geen probleem
van. Weer in de rij gewacht en toen ik nu aan de beurt was bleek dat het
aanvraagformulier met een typemachine ingevuld moest worden. Volgens haar had ze
me dat gezegd terwijl ik 100% zeker weet van niet maar aangezien zij over mijn
visum besliste trok ik het boetekleed maar aan. Toevallig stond tegenover de
ambassade een klein stalletje met twee typemachines, één met een Arabisch en één
met een Latijns toetsenbord en mijne moest uitgerekend in het Arabisch ingevuld
worden. Dus bij de aanvraag maar gevraagd of dit voor een 14-daags
toeristenvisum was en aangezien dat zo bleek te zijn ging ik er crvan uit dat
het goed was. Na betaling van JD 24,50 (NLG 85,-) kon ik het visum om 14 uur
afhalen. En inderdaad binnen 5 minuten had ik het paspoort terug met een nieuw
Syrisch visum. Verder het monument voor de onbekende soldaat bezocht dat een
heel museum bleek te zijn met veel oorlogsmateriaal en niet echt iets
bijzonders.
Morgen ben ik van plan hier te
vertrekken, eerst oostwaards de woestijn in en langs enkele kastelen (die
eigenlijk alleen een excuus zijn voor de woestijnroute) om vervolgens langszaam
af te zakken naar Petra en Aqaba aan de Rode zee wat voorlopig mijn zuidelijkste
punt zal zijn om vervolgens terug te reizen naar Turkije. Het weer is hier
inmiddels een stuk aangenamer geworden, wel warm maar (mits veel drinkend en
rustpauzes in acht nemend) goed uit te houden. Ik vermaak me zoals uit
bovenstaand verslag blijkt nog steeds uitstekend en heb nog geen behoefte om
naar Nederland terug te keren, zeker niet na het lezen van al die berichten over
een regenachtige zomer waar iedereen door geobsedeerd schijnt te zijn.