Reisverslag 05          Ankara (Turkije) t/m Amman (Jordanië)

Woensdag 12 juli kon ik dan eindelijk definitief Ankara verlaten met alle benodigde visa voor de eerstkomende landen op zak. Ondanks het feit dat ik een lange rit voor de boeg had ben ik niet vroeg vertrokken omdat er nog enkele zaken uitgezocht moesten worden en ik gisteravond pas in het donker terugkwam.
Bij vertrek moest ik eerst dwars door Ankara. Voordat ik in Ankara aankwam had ik zo mijn bedenkingen m.b.t. het rijden in dit soort drukke steden, maar dat was de afgelopen dagen eigenlijk alleen maar meegevallen. Natuurlijk is het druk, hectisch en dien je je aandacht er volledig bij te hebben. Het grote voordeel is dat je met de motor bent en niet veel ruimte nodig hebt om door het verkeer te komen. Verder heb je genoeg vermogen om indien nodig snel weg te komen. Nadeel is wel dat men je beschouwd als alle andere brommers maar daar moet je je niet te veel door laten intimideren.
De route zuid-westwaards ging over grote doorgaande wegen waardoor ik lekker opschoot maar het landschap was niet bijster interessant. Via Afyon ging het naar Burdur waarna ik koos voor de kleinere wegen en de omgeving ineens veel mooier werd. De bedoeling was om Fethiye te bereiken maar dat lukte niet omdat de weg door de bergen bleek te gaan. Hierdoor schoot ik op de kaart dus niet op maar het was wel heerlijk om te rijden. Ik heb overnacht onder de naaldbomen in de heuvels. Voor de eerste maal in de open lucht geslapen maar de insecten noopten me wel om in de loop van de nacht snel m'n binnentent op te zetten waardoor ik vervolgens probleemloos heb geslapen.
De volgende dag ging het vanaf Fethiye langs de kust oostwaards. Het eerste stuk was niet het meest interessante stuk maar dat veranderde snel na Kalkan toen de Middellandse zee eenmaal in zicht kwam. De weg liep vlak langs de kust en slingerde heerlijk. Het weer was wel bloedheet en ondanks het feit dat ik de grote waterzak aan de tank had hangen was het warm en besloot ik de planning te wijzigen en bij Olympos aan de kust te gaan liggen om af en toe met een duik in de zee verkoeling te zoeken. In de namiddag doorgereden naar Antalya waar ik in de schemering net doorheen was en overnacht heb temidden van de akkers bij een schuur. Midden in de nacht werd ik wakker toen een pickup stopte en me vol met de koplampen bescheen en iemand in het Turks begon te praten. Ik werd daar niet vrolijk van en keek daarom even met een slaperige kop uit de slaapzak en toen bleek dat hij eigenlijk niets wilde ben ik terug in mijn slaapzak gekropen waarna hij afdroop.
De volgende dag het hele stuk langs de kust gereden naar Mersin. Hele stukken bestonden uit saaie rechte stukken maar gelukkig werd dat ook afgewisseld met wat heuvelachtige stukken waarbij ik hoog langs de kust slingerde. In Mersin aangekomen ben ik het centrum ingereden en herkende nog het gebied waar ik vaak rondgelopen had toen ik daar in een hotel zat en overdag bij Cukurova werkte. Heb ze nog een bezoek gebracht en de machine's (althans de meeste van hen) voor de eerste keer in produktie gezien. Tevens gevraagd of ze nog een pakketje konden ontvangen maar toen ze hoorden dat er elektronische delen in zouden zitten werd het gelijk een definitief "NEE". Iedereen is als de dood voor de Turkse douane die gek zou zijn op elektronische zaken die extra belast zouden worden.


Overnachten onder een muskietennet achter de motor
De enige optie die ze mij geven konden was het per koerier versturen en afhalen op hen depot hier. Heb uiteindelijk het telefoonnummer van TNT in Mersin door gekregen en ben daar heen gegaan. Versturen bleek wel mogelijk maar kostte natuurlijk een berg geld. Binnen enkele dagen is het over terwijl ik een maand de tijd heb. Verder moet ik er zelf achteraan indien de douane het pakketje vasthoudt. Als er intussen zich geen andere mogelijkheid voor doet dan moet het maar op deze manier want ik zit zo langzamerhand echt te (sm/w)achten naar/op mijn palmtop. 's Avonds de bergen in gereden richting Arlanskoy en onderweg op een verlaten zandweg overnacht genietend van een schitterende sterrenhemel en het mooie berglandschap.
De volgende ochtend in Mersin nog even mijn e-mail gecheckt aangezien dit waarschijnlijk de laatste keer zou zijn omdat ik niet wist wat ik in Syrië en Jordanië kon verwachten op dit gebied. Doorgereden langs de kust over saaie 4-baans wegen via Adana naar Antakya en verder naar Cevlik. Eigenlijk mocht ik deze kustplaats niet in aangezien er geen brommers toegelaten werden maar nadat het de militair duidelijk geworden was dat ik er niets van snapte mocht ik doorrijden. Het plaatsje was ik zo door zonder dat ik de historische site had gezien. Ik zag alleen een zandweg heuvelopwaarts en denkende dat daar de site zou zijn reed ik er heen. De weg bleek echter op een waterbottelarij uit te komen maar had wel een schitterend uitzicht over de kust en de kustplaats. Nadat de eigenaar terug was van zijn ronde "waterbezorgen" kon besloten worden of ik op deze plek mocht overnachten (wat geen probleem was) en zodoende heb ik genoten van een schitterende zonsondergang in de (Middellandse) zee.
De volgende dag wilde ik de grens met Syrië passeren dus de laatste 10 km naar de grens was een formaliteit dacht ik. Dat liep echter anders. In Samandag nam ik de afslag naar de grensplaats Yayladagi maar had mijn twijfels bij enkele plitsingen. Nog even gevraagd aan een militair onderweg maar ik bleek nog op de juiste weg te zitten. Doorgereden langs de kust bleek de weg bij een bungalowdorp ineens op te houden. Er liep alleen een grintweg steil omhoog de bergen in. Aangezien ik goed moest zitten ging het steil omhoog hopende dat er zich geen tegenliggers zouden melden want als ik stilviel... Dat viel echter mee en mijn twijfels over de juiste weg verdwenen toen ik een bus passeerde (die rijdt vast niet over een doodlopende weg).

Schitterend uitzicht over de Middellandse zee
Een schitterende weg omhoog gehad met perfecte uitzichten over de kustlijn, één van de mooiste wegen die ik bereden heb (tot nu toe). Uiteindelijk kwam ik op de geasfalteerde hoofdweg uit naar Yayladgi dus ergens was ik de fout in gegaan maar ik heb daar absoluut geen spijt van gehad. Het vinden van de grens was verder geen probleem meer en het was een rustige grensovergang. Voor mij was een echtpaar met een (Libanees) diplomatiek paspoort... ik wilde dat ik zo'n paspoort had dan verliep een grenspassage een hèèèèèl stuk sneller. Het feest begon met de mededeling dat ik Turkije niet verlaten kon of ik moest alsnog een visum kopen. Bleek dat men in Trabzon vergeten was mij bij binnenkomst een visum te geven en dus moest ik dat alsnog kopen voor NLG 20,-. Het was een multiple entry visum voor 3 maanden dus ik had er ook nog wat aan als ik terugkwam vanuit Syrië.
Aan de Syrische kant moest ik USD 40,- betalen, USD 33,- voor de (1 maand) verzekering en USD 7,- voor de douane-afhandeling. Het carnet dat ik voor het eerst gebruikte was binnen 5 minuten ingevuld alleen moest ik lang wachten omdat voor me een Syrische Duitser was die dacht dat het ook zonder carnet wel mogelijk was om zijn VW-bus tijdelijk in te voeren. De douane officials bleven aan het debatteren over de hoogte van de borg en uiteindelijk moesten alle papieren opnieuw ingevuld worden.
Na een lunch bij een verlaten tankstation aan de grens heb ik de route voor de komende dagen doorgenomen en besloten langs de kust zuidwaarts te reizen. Eerst naar Lattakia waar ik alleen bij het Tourist Office een kaart van Syrië gehaald heb. Die had men niet, maar wel van de kuststrook waar ik doorheen reed. Al zigzaggend tussen de kust en de bergen zuidwaarts gereden langs enkele kasteelruïnes en uiteindelijk besloot ik te overnachten in een hotel in Tartus. De belangrijkste reden hiervoor was dat ik van Brugman een telefoonnummer had gekregen van (ex-)collega's die momenteel een machine in Damascus opbouwen zijn en die ik dus graag wilde bezoeken. Jan Langkamp was juist afgelopenvrijdag vertrokken maar Rudi Lamers en de nieuwe technoloog Geert waren er nog en waren zeer verbaasd dat ik in het land was en ik was van harte welkom.

Het kruisvaarderskasteel 'Crac des Chevaliers'
De volgende dag even door Tartus gelopen en daar was niet echt veel bijzonders te zien zodat ik snel ben doorgereisd over binnenwegen naar het kruisvaarderskasteel Crac des Chevaliers. Een ruïne die eigenlijk geen ruïne genoemd kan worden, het kasteel is in een nog schitterende staat. Het was werkelijk een genot om hier rond te lopen en al zittende het gebouw op je in te laten werken. Hier komen de echte boeken die je als kind gelezen hebt over kastelen en ridders e.d. tot leven en kun je je voorstellen hoe men daar toen geleefd moet hebben. Na 3 uur moest ik me echt er toe bewegen te vertrekken aangezien ik voor het donker nog in Damascus wilde zijn. De weg naar Damascus was recht-aan-recht-toe over snelwegen. Probleem was dat ik een zeer sterke zijwind had die regelmatig grote hoeveelheden zand over de weg heen blies. Hierdoor reed ik pas om 18.15 uur Damascus binnen. Geen tijd meer om naar de Tourist Office te gaan dus ben ik op zoek gegaan naar de Nederlandse ambassade waar ze vlak in de buurt zouden moeten wonen. Daar gebeld en Rudi heeft mij daar afgehaald, en was blij verrast me te treffen. Een heel hartelijke avond gehad en in de stad nog een orange juice gedronken bij gebrek aan alcoholica.
De volgende dag moest ik vroeg in de veren aangezien ze om 8 uur door de klant afgehaald werden en ik ben ze per motor gevolgd. Bleek dat ze exact dezelfde weg reden als ik gisteren de stad binnengekomen was dus dat was eenvoudig te vinden. De hele dag bij de machine doorgebracht wat op zich ook wel weer een aardige beleving was. Vooral het feit dat je je er elk moment uit kon terugtrekken (en geen enkele verantwoording had) was een nieuwe, niet onaangename ervaring. Enkele problemen m.b.t. het ATC-systeem opgelost en de dag was voorbij voor ik er erg in had. 's Avonds mijn motorpak in de wasmachine gegooid want die was na 2 maanden dagelijks gebruik zo stijf als een plank. Echt schoon werd hij niet maar wel een heel stuk toonbaarder.

Woensdag 19 juli weer de gehele morgen in de firma (UCIC) geweest en rond de middag vertrokken. In het appartement de rest van mijn wasgoed gewassen en de oude stad van Damascus bezichtigd. Rondslenteren door de oude stad was een genot en de moskees waren oases van rust in de hectiek buiten. Onderweg kwam ik nog een kapper tegen en heb hem weer flink te werk laten gaan. Welliswaar is het niet zo kort geworden als Annelies het voor vertrek had geknipt maar ik kan er weer even tegen. Donderdag is de zaterdag van de moslims dus kon er maar tot 14 uur bij UCIC gewerkt worden. Nog meegeweest om de laatste wijzigingen ook op hun reserve unit te downloaden.
's Middags de koffers eens omhoog gehaald om ze eens flink uit te zoeken, aangezien ik nu mooi de gelegenheid had om overtollige bagage door hen mee te laten nemen terug naar Nederland. Opgebleven totdat Rudi om 01.30 uur afgehaald zou worden door een taxi om naar huis te vliegen. De volgende dag wilde ook ik vertrekken uit Damascus al werd het pas 16 uur voordat ik vertrok. Vele zaken kon ik nu nog uitzoeken en dan was ook de grootste hitte voorbij. Damascus verlaten viel niet mee, maar na bij de eerste poging richting Beirut gereden te hebben lukte het de tweede poging Damascus in zuidelijke richting te verlaten, nu de borden negerend en alleen de GPS gebruikend. In Mismyeh de snelweg verlaten en over kleine wegen naar As'sweida gereden. Hier enkele kebabs gegeten. Ik hoefde bij vertrek niets te betalen zo onder de indruk was de eigenaar van mijn trip. Overnacht op een rotsig stuk woestijn in de open lucht, naast de motor bij een (bijna?) volle maan nadat ik eerst mijn slaapplek steenvrij gemaakt had.
Zondag reed ik verder richting de Jordaanse grens. Ik had nog lang niet alles in Syrië gezien maar op de terugweg kwam ik er toch weer doorheen. In Bosra kwam ik langs de Romeinse ruïnes en stopte daar even. Deze ruïnes staan midden in het dorp. Het is heel apart om te zien dat de mensen eenvoudig verder leven 'temidden' van de ruïnes. Het amphitheater kon ik niet vinden en in het museumbezoek had ik geen zin. Bij het wegrijden bleek dat het museum ook het amphitheater was maar ik ben niet omgekeerd. De grensovergang met Jordanië verliep snel en vlekkeloos. SYP 100,- (NLG 5,-) betalen voor het uitschrijven van het carnet en aan de Jodaanse zijds JD 17,50 (NLG 60,-) voor de verzekering en JD 7,- (NLG 25,-) voor de afhandelingskosten. Binnen een uur was ik door de hele malle molen heen en heb tijdens de lunch in een bushokje (heb je tenminste enige schaduw!) de plannning voor de rest van de dag doorgenomen.


Zou de McDonalds tent er ook al in de romeinse tijd hebben gestaan?
Uiteindelijk bezocht ik de archeologische site in Jerash waar veel van een Romeinse stad overgebleven/gerestaureerd is, al ben ik begonnen om in de schaduw een uur te slapen op enkele stenen want ik was te moe en het was te warm om rond te lopen. Het amphitheater was indrukwekkend alsmede de vele pilaren langs de weg die nog met de originele stenen uit de Romeinse tijd geplaveid is. Maar op een gegeven moment ben je verzadigd met al die ruïnes en werd het tijd om te vertrekken. Tegen de schemer kwam ik aan bij het kasteel in Ajilun dat ik niet bezocht heb maar daar vlakbij op een zandweg tussen de kleine bomen overnacht heb.
De volgende ochtend kwam een auto voorbij met een vriendelijke oude man. Toen hij een uur later terugkwam nodigde hij me uit voor een thee en die uitnodiging heb ik aangenomen nadat ik m'n motor bepakt had. De thee bleek uit te monden in en een compleet ontbijt en was erg smaakvol. Het bleek een doktor uit Irbid te zijn die gepensioneerd was en nu een grote tuin bleek te houden. Hij had een groot waterreservoir (20 m3) laten bouwen en in de zomer leefde hij samen met z'n vrouw onder een boom. Een huis was er nog niet al had hij er wel plannen voor. Als het huis er stond ging hij er permanent wonen. Na een hele rondleiding door z'n tuin te hebben gehad vertrok ik met een zak vol fruit (druiven, pruimen en appels, allen uit eigen kweek) westwaards richting de Jordaan. Deze ben ik noordwaards gevolgd totdat ik tegengehouden werd omdat ik te dicht bij de Syrische grens kwam. Overal grensposten, zowel Jordaanse als Israëlische aan de overzijde van de Jordaan maar geen enkele keer aangehouden ter controle. In het noorden was vanaf de heuvel het meer van Galilea te zien (maar niet te bereiken) en de Jordaan gevolgd naar de Dode zee. Dit deel, de Jordaanvallei, is inderdaad het vruchtbaarste deel van het land en overal lopen waterleidingen ter irrigatie van het land.

Drijvend in de Dode zee
Bij de Dode zee is het inderdaad een dode boel, veel groeit er niet. Bij een bungalow een duik genomen in het zoute water, maar echt aangenaam zwemmen kun je er niet. De belevenis is echter wel uniek maar een half uur in het water is meer dan genoeg. Zorg er daarbij wel voor dat je geen water in je ogen krijgt want dat bijt enorm. Na een douche heb ik aan de kust van de dode zee overnacht op een soort "grasveldje" en genoten van de zonsondergang en de reflecties van het licht van Jericho achter de heuvels.
De volgende ochtend wilde ik op tijd vertrekken naar Amman om mijn visum voor Syrië te bemachtigen voor de terugreis. Bij het opstaan bleek er geen dauw op het gras te liggen maar een soort olie waardoor alles aan je voeten bleef plakken. Wat dat betreft had ik beter op het zand kunnen overnachten. Na alles gepakt te hebben vertrok ik, maar zodra ik het 'grasveldje' verruilde voor het zand gleed ik weg en lag de motor compleet op z'n kant. Met geen mogelijkheid omhoog te krijgen dus begonnen met het afladen van de bagage. Het zand bleek (ook door de olie?) veranderd te zijn in en klei-achtige substantie. Alles wat het gras raakte zat onder een dikke laag klei/zand. De motor uiteindelijk overeind gekregen en toen ik de eerste koffer er weer aan hing viel hij meteen de andere kant op doordat de zijstandaard compleet in de bodem wegzonk. Balen als een stekker al had ik de motor nu snel overeind. Vervolgens naar een ander 'grasveldje' gereden en de motor weer volledig opgeladen. Intussen zag de motor en ik er echter niet meer uit.. Compleet smerig onder de klei die heel moeilijk te verwijderen was. Door al deze extra inspanning was ik ook snel door mijn watervoorraad heen, maar gelukkig zonder verdere problemen vertrokken en de 50 km naar Amman afgelegd.

Op gladde klei is het moeilijk om niet weg te glijden
Bij de Syrische ambassade aangekomen bleek dat ik te laat was en morgen om 9 uur er weer terecht kon. Dus heb ik maar een hotel in het centrum opgezocht en daar wilde ik mijn kleren en bagage schoonmaken maar daar had men geen water voor. Geen probleem, dan niet was mijn reactie maar toen ik met het smerige spul de kamer introk kon ik ineens toch op het dak de boel schoonmaken. 's Middags het enig interessante, het Romeinse theater bezocht en op de terugtocht een Nieuw-Zeelandse jongen, Steven, ontmoet op een R100RT die zich oriënteerde op de kaart en hetzelfde hotel bleek te zoeken als waarin ik verbleef. Terug in het hotel had men hem op bij mij op de kamer geboekt al denkende dat die beiden wat gemeenschappelijks zouden hebben om over te praten, en dat bleek wel te kloppen.
Vandaag (dinsdag 25 juli) stond ik om 9 uur bij de Syrische ambassade. Vooraf had ik verhalen gehoord dat het moeilijk was om een visum te krijgen daar en als je, zoals een Nederlands koppel voor mij deed, je briefje met de Israëlische stempels in je paspoort laat zitten is een visum inderdaad onmogelijk (ze baalden als een stekker door deze oerstomme fout). Ook mij werd de hemd van het lijf gevraagd. Waarom wil je naar Syrië, je bent er al geweest? Maar toen ik vertelde dat ik op de motor overland reisde was het ineens geen probleem meer. Wel had ik een aanbevelingsbrief nodig en mijn truc met het kopietje van de brief die ik in Ankara gebruikt had (met geen data in het) lukte niet; ik moest een nieuwe halen bij de Nederlandse ambassade in Amman. Hier had ik al halfwat rekening mee gehouden en na enig gezoek vond ik de ambassade en had binnen15 minuten de brief. En deze bleek gratis te zijn, terwijl ik in Turkije voor dezelfde brief NLG 32 betalen moest, die diplomatieke logica ontging mij volledig maar aangezien dit een meevaller was maakte ik er verder geen probleem van. Weer in de rij gewacht en toen ik nu aan de beurt was bleek dat het aanvraagformulier met een typemachine ingevuld moest worden. Volgens haar had ze me dat gezegd terwijl ik 100% zeker weet van niet maar aangezien zij over mijn visum besliste trok ik het boetekleed maar aan. Toevallig stond tegenover de ambassade een klein stalletje met twee typemachines, één met een Arabisch en één met een Latijns toetsenbord en mijne moest uitgerekend in het Arabisch ingevuld worden. Dus bij de aanvraag maar gevraagd of dit voor een 14-daags toeristenvisum was en aangezien dat zo bleek te zijn ging ik er crvan uit dat het goed was. Na betaling van JD 24,50 (NLG 85,-) kon ik het visum om 14 uur afhalen. En inderdaad binnen 5 minuten had ik het paspoort terug met een nieuw Syrisch visum. Verder het monument voor de onbekende soldaat bezocht dat een heel museum bleek te zijn met veel oorlogsmateriaal en niet echt iets bijzonders.
Morgen ben ik van plan hier te vertrekken, eerst oostwaards de woestijn in en langs enkele kastelen (die eigenlijk alleen een excuus zijn voor de woestijnroute) om vervolgens langszaam af te zakken naar Petra en Aqaba aan de Rode zee wat voorlopig mijn zuidelijkste punt zal zijn om vervolgens terug te reizen naar Turkije. Het weer is hier inmiddels een stuk aangenamer geworden, wel warm maar (mits veel drinkend en rustpauzes in acht nemend) goed uit te houden. Ik vermaak me zoals uit bovenstaand verslag blijkt nog steeds uitstekend en heb nog geen behoefte om naar Nederland terug te keren, zeker niet na het lezen van al die berichten over een regenachtige zomer waar iedereen door geobsedeerd schijnt te zijn.