Reisverslag 07          Amman (Jordanië) t/m Esfahan (Iran)

Nadat ik mijn vorig verslag de ochtend na de stroomuitval opnieuw had ingetypt ben ik rond het middaguur vertrokken naar Syrië, Damascus om precies te zijn. Over de hoofdwegen naar de grens. De formaliteiten waren niet al te ingewikkeld aangezien ik nu wist wat me te wachten stond. Wel moest ik in Jordanië een vertrekbelasting betalen van JD 4,- (=Fl 14,-) wat hiermee het eerste land werd dat zoiets had. De JD 5,- die ik betalen moest voor mijn motor was bekend alleen had dat nogal wat voeten in de aarde aangezien bij het betreffende loket ook de douanekosten voor binnenkomende voertuigen voldaan moest worden. Hierdoor was het een gedrang van jewelste was, want op je beurt wachten kennen de Arabieren niet. Elke keer kwamen er armen over mijn schouder heen die hun papieren door het venster drukten om ze als eerste behandeld te krijgen. Ik sloot het venster af met mijn dossiermap met alleen mijn arm er doorheen. Dat werd me niet in dank afgenomen want menigeen hoefde alleen maar een stempel. Ja, en ik hoefde alleen maar JD 5,- af te geven! Nadat ik klaar was nam ik de dossiermap weg en gelijk begon het gedrang weer.
Ik had mij verder al opgemaakt voor een strijd aan de Syrische zijde aangezien ik de eerste maal een verzekering van 1 maand diende te kopen terwijl ik maar 2 weken in Syrië mocht blijven. Deze verzekering was dus nog steeds geldig, zij het niet de volle 2 weken indien ik er zo lang blijven zou. Echter, 1 keer met de verzekeringspapieren zwaaien was voldoende om deze geaccepteerd te krijgen. Snel door naar Damascus waar ik ineens doorreed naar UCIC, de firma waar mogelijk o.a. Geert nog steeds aanwezig was. Bij aankomst vertelde men mij dat ze reeds naar huis waren. Ja, is dat huis in Damascus of huis in Duitsland? Nee, in Damascus. Dus gebeld naar het huurhuis dat men had gedurende mijn eerste bezoek en daar bleken ze nog steeds te wonen. Dus snel daar heen (met veel dank aan de GPS hierbij!).


De beroemde waterraderen in Hama
De volgende dag ben ik mee geweest naar UCIC maar de machine bleek nu probleemloos te lopen dus was er voor mij niet veel meer te doen. Dus heb ik de spullen maar uitgezocht die ik naar Nederland wilde hebben en die mooi met Geert meegeven kon. Donderdag 10 augustus wilde ik weer vertekken uit Damascus. Terwijl Geert en Uwe naar de UCIC gingen bleef ik in de woning om me klaar te maken voor vertrek, d.w.z. een uitgebreide douche en scheerbeurt en vervolgens naar de firma. Na van beide heren afscheid genomen te hebben ben ik vertrokken naar Hama waar ik in Hotel Caïro op het terras kon slapen. 's Avonds door de stad gelopen en reeds het eerste waterrad gezien waar de stad beroemd om is.
De volgende ochtend de stad eens rondgelopen om al de waterraden te bekijken al waren ze lang niet allemaal de moeite waard dus was ik relatief snel terug in het hotel om de motor te bepakken voor de rit naar Palmyra. Ik wilde de weg binnendoor nemen door de woestijn, maar dan wel over verharde wegen. Zo goed als geen verkeer en een fascinerend landschap en als de weg er dan ook nog doorheen slingert is het helemaal een perfecte keuze. Nooit geweten dat je alleen met zand en stenen zo'n interessant landschap kan creeëren. Palmyra zelf vond ik geen aangename stad: alles stond in het teken om geld van de toeristen af te troggelen. Prijzen waren absurd hoog al kon je deze door voet bij stuk te houden vaak wel tot normale proporties terugbrengen. Absoluut niet representatief voor de Syrische bevolking overigens. In de late namiddag naar de citadel geweest om van daaruit een schitterende zonsondergang mee te maken over de ruïnes.

De ruïnes van Palmyra
De volgende ochtend was ik reeds om half 8 op en moest noodgedwongen ontbijten van mijn motorvoorraad aangezien er nog geen enkel restaurant open was. Hier ontdekte ik ook dat de antenne van mijn GPS deels afgebroken was, ondanks de verzekering dat mijn motor buiten veilig stond. De straatjeugd bleek werkelijk overal met de vingers aan te zitten. Voordat je kon wegrijden moest je alle schakelaars langs om ze weer goed te zetten. Zeker geen opzet, maar de GPS werkte niet meer en dat was wel enorm balen. Inmiddels had ik wel geleerd om geen overhaaste beslissingen te nemen en dus ben ik maar naar de ruïnes van Palmyra gegaan. Heel mooi om te zien maar eerlijk gezegd was ik inmiddels een beetje verzadigd geraakt met alle ruïnes van de afgelopen weken dus al teveel tijd bracht ik er niet door. Vooral als je dan ook nog een absurde prijs van SYP 300,- (Fl 15,-) moet betalen voor de Tempel van Bel dan gaat de aardigheid er snel af. Gelukkig kon ik tussen een buslading toeristen mee naar binnen heen glippen (zo heeft massa-toerisme ook zijn voordelen).
Veel meer zin had ik om verder te rijden. Om terugrijden over dezelfde weg te voorkomen had ik een route naar Ar'rasafeh uitgezocht. Op de kaart liep er een weg maar mijn hoteleigenaar dacht dat deze weg deels onverhard was. Snel op weg om dit uit te zoeken. Bij een benzinepomp bij de afslag naar As'siknek, waar de weg naar Ar'rasafeh begon, kwam ik een Italiaans stel op een motor tegen die zojuist de omgekeerde weg afgelegd hadden. Zij waren echter omgereden via Deir-ez-Zur om zo de gehele weg verhard te kunnen rijden. Volgens hen was een deel van de weg een woestijnpiste waar je eenvoudig kon verdwalen. Toch besloot ik een poging te wagen en baalde dat ik uitgerekend nu geen GPS tot mijn beschikking had en het dus met mijn handkompas moest doen.

Het begin van een spannende woestijpiste
Met een volle tank en 10 liter water ging ik op pad. De eerste 30 km waren verhard maar daarna werd het inderdaad woestijnpiste. Vele sporen splitsten zich en dan moest je maar zien welke je nam. Veelal waren dit echter allemaal paden die vroeger of later weer bij elkaar kwamen dus maakte het niet veel uit. Wel hield in nauwlettend mijn kompas in de gaten, zolang ik maar naar het noorden bleef rijden kwam ik vroeger of later altijd op een doorgaande (asfalt)weg uit. Na 38 km kwam ik plotsklaps weer op een verharde weg uit en was het ergste leed (jammer genoeg alweer) geleden. De ruïnes van Ar'rasafeh waren leuk voor een snel bezoek maar snel verder op zoek naar een plek om te kunnen overnachten. Ik vond een mooi plekje achter een elektriciteit verdeelhuisje maar binnen 5 minuten stond er een legertruck naast me en werd ik vriendelijk verzocht te vertrekken. Ik bleek vlakbij hun kazerne te staan en zodoende hadden ze alles gezien. Ik overnachtte een 10-tal kilometer verder op een open zandvlakte aan de rand van een akkerveld.

Gastvrij ontbijt in de akker
Door gebrek aan schaduw lag ik de volgende ochtend al snel in de zon en was zo gedwongen om op te staan. Terwijl ik de slaapzak opruimde kwam er een man op een brommer van het akkerland aanrijden om water te halen. Op de terugweg stopte hij en nodigde me uit voor een kopje thee. Dit bleek in een compleet ontbijt uit te monden maar dat was geen probleem, aangezien het heel gezellig was. Met het boekje "Hoe en wat in het Arabisch" was zelfs een vorm van gesprek mogelijk. Het huis van zijn gezin bestond uit enkele lappen jutte die op palen aan de rand van het akkerland enige bescherming tegen de zon en wind bood. Na de nodige foto's van hem en zijn kinderen genomen te hebben ging ik verder richting Aleppo.
In Aleppo aangekomen begon het traditioneel Syrisch probleem weer: "Waar ben ik op de kaart?" Tegen beter weten in onderweg gevraagd en daarbij alle kanten op gewezen. Mogelijke aanknopingspunten zoals moskeeën hielpen niet maar uiteindelijk vond ik het station en toen was het vinden van een hotel geen probleem meer. Aleppo staat bekend om zijn souqs (=overdekte markten in smalle straatjes). Het was beregezellig om hier rond te dwalen en alle geuren en gebeuren in je op te nemen. De volgende ochtend weer terug gegaan, denkende dat 's ochtends er de meeste activieit is, maar dat bleek helemaal niet zo te zijn dus snel weer terug en vertrokken naar Turkije.
De grensovergang met Turkije stelde niet veel voor, alleen vroeg men mij hier naar mijn Carnet. "Die heb ik helemaal niet nodig voor Turkije", was mijn reactie. Dat klopte volledig maar dan moest ik allerlei kantoortjes af voor veschillende stempels en dat koste me geld. Een Carnet werd eenvoudig afgestempeld en ik kon doorrijden. Aangezien ik toch voldoende pagina's in mijn Carnet had, heb ik deze er maar snel bijgehaald. Ik had mij dus de betaalde USD 20,- in Trabzon kunnen besparen door mijn Carnet te gebruiken. Snel door naar Adana waar ik de palmtop in ontvangst hoopte te nemen. In de buurt van Erzin overnacht aan de rand van de sinaasappelboomgaard (mooi scrabble-woord!). Men had mij al snel in de gaten en nodigde mij uit voor de thee dat ik beleefd weigerde aangezien het nu snel donker werd en ik mijn eten nog moest bereiden.
Later kwam men terug met de mededeling dat het hier nogal gevaarlijk was aangezien men in de buurt jaagde, maar aangezien één van de jagers er bij was maakte ik me er niet echt veel zorgen om. Ook was het inmiddels donker geworden en had ik geen zin mijn spullen te pakken en een andere plek te zoeken. Ik kroop dus in mijn slaapzak maar nog geen 5 minuten later kwam er een busje van de Jandarma met 6 gewapende militairen om me heen staan en moest ik alsnog mijn spullen pakken en mee naar het bureau in Erzin. Daar werd mijn paspoort gecontroleerd en kon ik weer vertrekken. Onder escorte werd ik weer naar de hoofdweg teruggebracht en reed ik verderop een zandweg in om aan de rand van een andere boomgaard te overnachten (zonder verdere problemen).
De volgende ochtend zagen verschillende passanten me en allen zwaaiden vriendelijk. Snel verder naar Adana waar na menig keer vragen ik het kantoor van TNT vond en me al opmaakte voor een stevig "gevecht" met de blijkbaar zo gevreesde Turkse douane. Zover bleek het echter helemaal niet te komen. Mijn contactpersoon daar, Teoman Temiz, overhandigde me het pakketje zonder problemen. Het bleek zelfs al sinds afgelopen vrijdag daar op me te wachten. Geen enkel probleem met de douane dus. Volgens Teoman kwam dat doordat zijn naam op de pakbon vermeld was. Voor mij was de reden waarom van geen belang, ik had eindelijk mijn palmtop. Ik mocht zelfs de PC van Teoman gebruiken om een e-mail naar het thuisfront te sturen dat ik mijn pakketje ontvangen had.

De rest van de dag kwam er van rijden niet veel meer. Snel een Internetcafé opgezocht en aangezien ik er in Mersin één wist ben ik daar heen gereden. Daar heb ik enkele files van floppy naar mijn palmtop kunnen overzenden. Ik besloot de rest van de dag in de bergen ten noorden van Mersin door te brengen om daar de e-mails op de palmtop te ordenen en te herlezen. Onderweg kwam ik langs een Fiatgarage en besloot ik te proberen mijn GPS-antenne te repareren. Ik had vanochtend ontdekt dat het printspoor van de antenne geen contact met de stekker maakte en dus was de oorzaak waarschijnlijk een breuk in een printspoor. In de garage had men een soldeerbout en overbrugde ik de breuk met een stukje draad. De soldeerbout was veel te krachtig voor dit fijne werk en het printspoor smolt weg. Uiteindelijk lukte het met een deels afgekoelde soldeerbout het stukje draad vast te zetten en toen snel naar buiten om te kijken of er satelieten ontvangen werden. Het duurde even maar ja, achter elkaar kwamen de satellietsignalen binnen en gaf de GPS aan dat ik me in Mersin bevond wat helemaal klopte. Voorzichtig de behuizing gemonteerd en dicht gelijmd. Ik was weer helemaal blij dat ik vandaag 2 grote problemen op had kunnen lossen. In de bergen richting Arslankoy heb ik de hele middag de emails herlezen totdat het donker werd en ik snel naar mijn overnachtingsplek reed. Gedwongen tot een derde broodmaaltijd aangezien het al donker was.
De volgende dag al vroeg weer achter de palmtop totdat het in de zon te heet werd en ik vertrok naar Arslankoy, waar ik de vorige keer door gebrek aan benzine niet bereikt had. Daar omgekeerd en op de terugweg bij een theehuis gestopt en heb daar de gehele dag gezeten om de palmtop opnieuw in te richten, af en toe een kopje thee drinkend en regelmatig een nieuwsgierige blik meekijkend over mijn schouder. In de namiddag vertrok ik naar het Internetcafé om de resterende e-mails te downloaden in een tekstbestand. Bij het opslaan van de file op een floppy verscheen er een Turkse foutmelding op het scherm en haalde ik de eigenaresse van het café er bij die de zaak eenvoudig oploste door het saven te cancellen waardoor ik alles verloren ging. Ik heb haar flink in het Nederlands uit lopen schelden en alhoewel ze het niet verstond had ze donders goed in de gaten dat ze een enorme blunder had begaan. Inmiddels was mijn e-mailbox niet meer toegankelijk en toen ook de communicatie met de palmtop niet goed functioneerde ben ik maar vertrokken zonder te betalen, waar men geen probleem van (durfde) te maken.
De volgende ochtend teruggegaan en alles opnieuw gedownload wat geen enkel probleem gaf en het ging nog sneller ook. Het volgend bezoek was aan de BMW-dealer in Adana. Delen voor de motor bleek men helemaal niet op voorraad te hebben en de motorolie de ik wilde hebben om deze in Iran of Pakistan te verwisselen, had men alleen in grote 5 liter verpakking. Perfect, ware dat het formaat niet in mijn tas aan de tank paste. Wel wist men in Adana een grote supermarkt die wel motorolie alsmede jerrycans verkocht en waarschijnlijk ook wel bandenpompen (de mijne was in Wadi Rum vol zand gekomen en defect geraakt). Inderdaad hadden ze de pomp en motorolie, echter alleen in literverpakking. Lege jerrycans verkocht men niet, dus heb ik een jerrycan met 5 liter anti-vries gekocht die wel in mijn tas paste en de inhoud in de WC weggespoeld en op de parkeerplaats de jerrycan met motorolie gevuld. De pomp had het probleem dat de manometer een geheel foutive waarde aangaf. Ruilen van de pomp voor een ander exemplaar verbeterde niets dus besloot in de manometer van de oude pomp te bewaren.


Beelden op de top van berg Nemrut
Nu ik alle noodzakelijke boodschappen gedaan had werd het tijd om verder te gaan richting Iran, maar het was inmiddels donker geworden en in het donker Adana verlaten en op een verlaten zandweg overnacht onder een eenzame boom. Op mijn reis van Adana oostwaarts naar Iran had ik het idee opgevat om naar de berg Nemrut te gaan aangezien er in de bergen toch vaak wel lekker off-road gereden kan worden. Nu is het Nemrut Nationaal Park een schoonheid om doorheen te rijden: ruw landschap zonder al te veel ingrepen door de mens. Maar de gehele weg naar de top van de berg Nemrut was geplaveid. Oké, de laatste kilometers waren met losse stenen zodat het hevig hobbelend omhoog ging richting top. Dat was niet mijn idee van off-road rijden alhoewel de weg staand het comfortabelst af te leggen was. Dat de weg geplaveid was was pure noodzaak aangezien er tig minibusjes met toeristen elke dag voor dag en dauw naar de top ging om de zonsopgang mee te maken en in de namiddag weer maar nu om de zonsondergang mee te maken. Tsja, en toeristen betalen nu eenmaal niet graag veel geld om al te veel door elkaar geschud te worden. En daar ben ik dan de dupe van!!!
Aangezien ik rond half 6 boven was en nog flink moest betalen TL 1.650.000,- (wat het studententarief was en ik natuurlijk helaas mijn studentenkaart vergeten was) ben ik ook maar gebleven tot de zon onder gegaan was en toen snel weer naar beneden voordat alle minibusjes ook omlaag gingen. Op de heenweg had ik al een mooie boomgaard gezien waar ik wel een nacht in kon doorbrengen en daar ben ik dus maar in gedoken. Het was al donker toen ik mijn avondmaal nog koken moest maar dat verliep zonder problemen en toen snel slapen.
Omdat de omgeving zo mooi was besloot ik naar Gerger door te rijden en via Doganyol naar Malatya te rijden. Een grote omweg maar waarschijnlijk wel een mooie weg. In Gerger zag ik een soort ijzerwarenzaak en vroeg of ze ook hangsloten hadden (eigenlijk wees ik een hangslot aan op mijn motor en of ze er nog zo één hadden) en ja die hadden ze. Voor wel TL 400.000,- (Fl 1,60) en vervolgens of ze mijn kleine 5.5 mm steeksleutel konden lassen die afgebroken was toen ik deze sleutel gebruikte om de stift voor de remblokken er uit te slaan (daarvoor heb ik hier op de grond ook een stiftje gevonden en meegenomen). Dat bleek wel mogelijk te zijn al moesten we het hele dorp door lopen. En het bleek niet gelast te worden maar een soort solderen met een snijbrander! Hoe precies, weet ik zelfs na 9 jaar bij een machinefabriek gewerkt te hebben nog niet maar het zit weer aan elkaar. Onder het genot van een kopje thee vertelde men mij dat ik niet een goede weg naar Malatya nemen wilde. Het best was om terug te gaan over de hoofdwegen. Maar toen duidelijk werd dat ik dat niet wilde opperde men een andere mogelijkheid. Direct vanuit Gerger naar Malatya, dwars door de bergen.
Dat klonk mij niet gek in de oren dus na ook nog brood voor de lunch gekocht te hebben ging ik op weg naar Malatya de asfaltweg volgend tot deze al heel snel ophield in een klein dorpje en de zandweg steeds smaller werd. "Is dit de weg naar Malatya?" Nee! Maar gelukkig kwam een pickup mij tegemoet en na een woordenwiseling in het Turks gebaarde men dat ik de pickup moest volgen en deze zou me de afslag naar Malatya wijzen. Ik dacht deze afslag wel te weten aangezien ik een andere afslag gezien had maar ik had het compleet fout. Bij een smalle zandweg omhoog stopte de pickup en gebaarde dat dit de 'weg' naar Malatya was en of ik wel genoeg benzine bij me had voor de 125 km. Dat had ik, en omhoog ging ik. Het pad lag bezaaid met vuistgrote stenen zodat de motor glibberde en deed dus koos ik voor het spoor dat het verst van de 'afgrond' vandaan was. Toch ging het goed omhoog al was de snelheid niet hoog. Ik begrijp nu ook waarom de 1e versnelling op de GS zo laag gekozen is, iets dat ik in Nederland maar niet begrijpen kon. Over de eerste heuvelrug heen ging het naar beneden en dat was een heel stuk minder aangenaam. Hierbij moest ik, ondanks de lage versnelling waarin ik reed continu bijremmen. Doordat je dan begint te glijden hou je beide voeten vlak boven de grond. Hierdoor kon ik alleen nog met de voorrem remmen en dat was nu juist het probleem: het voorwiel blokkeerde en gleed vervolgens ongecontroleerd weg en daar lag ik dan met mijn motor op de grond. Nu was dit absoluut niet de eerste keer dat mijn motor omviel, maar wel de eerste keer dat dit tijdens het rijden gebeurde. De gevolgen waren dan ook iets ernstiger. Mijn rechter knipperlicht afgebroken, iets dat ik al veel langer geleden verwacht had, een alu-koffer en de spiegel verbogen, alsmede een plastic cilinderbeschermer in tweeën gebroken. Al met al dus en niet al te serieuze schade. Snel de motor weer op de wielen gezet, de resten van het knipperlicht bij elkaar gezocht en verder gereden. De rest van de weg bleek lang niet zo moeilijk te zijn, wel voorzichtig blijven rijden want de afgrond blijft er diep uit zien. Enkele stukken waren nogal mul maar daar had ik na mijn 'Wadi Rum'-ervaring ook niet echt veel moeite meer mee.

Mijn slaapplaats voordat ik 's nachts wreed gewekt werd
Ik bleek in Pütürge uit te komen waarna de verharde weg mij richting Malatya voerde. 52 km off-road in 3 uur. Weliswaar inclusief een half uur lunch, maar deze tijd had ik in Pütürge nodig om de schade weer enigszins te herstellen. Zelf had ik enkele schaafwonden en blauwe plekken opgelopen. Niets ernstigs dus. Over doorgaande wegen doorgereden naar Maden en daar de afslag naar Alacakaya genomen. Eerst een militaire controlepost gepasseerd en vervolgens een zandweg ingeslagen en mijn bivak voor de nacht ingericht waarna ik, na het eten, onder de sterren ben gaan slapen.
Rond half twaalf kwam er een auto voorbij die stopte. Gewoon blijven slapen, dan gaan ze het snelst weer weg was mijn idee maar dat werkte deze keer niet. Een gezin zat in de auto en de vader begon naar mij te schreeuwen en werd steeds kwader. Toen hij begon te telefoneren had het voor mij geen zin meer langer te blijven liggen. Hij was zo boos dat hij me te lijf wilde gaan en z'n beide zoon moesten hem in toom houden. Toen het duidelijk werd dat ik een toerist was kalmeerde hij maar ik moest al wel mijn spullen pakken waar ik reeds mee begonnen was. Ik moest hem volgen en verder reden we de zandweg af. We kwamen uit in een klein dorpje waar de gehele gemeenschap ons al op te wachten stond. Onder het genot van een kopje thee werd mijn paspoort bekeken, ook door de inmiddels gearriveerde Gendarme's. Ik moest hen volgen terug naar Maden waar ik overnachten kon. Ik werd naar het bureau gebracht en de hoogste baas moest mijn paspoort zien en ik vertellen waar ik vandaan kwam en wat ik daar deed: Nou, niet bijster veel, alleen slapen. Het einde van het liedje was dat ik weer kon gaan, ik mocht niet op/bij het bureau blijven slapen ondanks eerdere toezeggingen.

Overnachten bij militairen thuis
In het vervolg niet meer op afgelegen plekken overnachten want het was daar te gevaarlijk. Waarom werd mij echter niet duidelijk gemaakt. Mijn vraag of dit soms met de PKK te maken had bracht de kapitein weer op het puntje van z'n stoel. Hoezo wist ik van de PKK! Kende ik mensen van de PKK? Wat vond ik van de PKK? Na al de ze vragen ook tot tevredenheid hebben kunnen beantwoorden was ik weer een vrij man. Maar waar moest ik dan nu heen om te overnachten. Eeehhh... tsja... eeehh... ga maar weer naar dezelfde plek terug. Toen snapte ik er helemaal niets meer van. Maar rond half 2 wilde ik alleen maar slapen. Dus reed ik dezefde weg weer terug. Ik kwam de auto die mij naar het bureau gebracht had achterop en volgde deze door de controlepost. Hier stopten ze en gebaarde dat ik hen wel kon volgen om bij hun te kunnen overnachten, en zo kwam ik weer terug in het dorpje. 's Nachts nog thee gedronken en gekaart en om 3.45 uur gingen we dan eindelijk het bed in. Van echt lang uitslapen kwam de volgende ochtend niet veel aangezien men al snel mijn motor in de gaten had en op de deur bonste en begon op te bellen. Het onbijt werd genuttigd met, volgens mij, het halve dorp (alleen de mannelijke helft overigens) en na nog enkele potjes gekaart te hebben vond ik het welletjes en vertrok onder grote belangstelling (hier mocht de vrouwelijke helft van het dorp ook bij aanwezig zijn). Het eerste stuk nog over lokale wegen gereden, maar na Kovancilar ging het over de hoofdweg naar Hasköy waar ik, nu door ervaringen wijzer geworden, overnacht heb bij een benzinestation.
De volgende dag doorgereden naar het grote meer van Van om vervolgens in Patnos (geen Pathmos!) uit te komen. Hier ondekte ik een Internetcafé maar daar bleek men slechts met 1 PC online te kunnen komen (de overigen alleen voor spelletjes) en ik had net de e-mails gelezen toen de stroom uit viel, snel verder dus naar Dogubayazit aan de grens met Iran. Daar bleek een camping te zijn waar ik 2 Duitse motorrijders ontmoette die juist uit Iran kwamen. Veel informatie konden ze me niet geven aangezien ze er in een noodgang doorheen gereden waren (4 dagen!). Wel hadden ze 3 weken rondgereden in het noorden van Pakistan zodat ze me daarover wel het één en ander konden vertellen. En zo werd het toch nog een heel gezellige avond.
Het plan was om de volgende ochtend op tijd naar Iran te vertrekken. De Duitsers stonden ook op tijd uit om hun spullen op te laden en vervolgens hebben we samen ontbeten waarna ze vertrokken. Ik wilde me nog douchen en het water was zo heerlijk warm dat ik er extra lang onder bleef staan en mij realiseerde dat ik eigenlijk ook eens hoog nodig de was moest doen. Dat was sind Aqaba niet meer gebeurd. Hierdoor besloot ik er nog een dag langer te blijven. In Dogubayazit nog enkele inkopen gedaan met mijn resterende Turkse Lires, nadat ik de camping reeds betaald had. Er bleef nagenoeg niets meer over. In de supermarkt ontmoette ik een Amerikaan die ook Iran in wilde maar geen visum kreeg. Hij had het geprobeerd bij de Iraanse ambassade in Istanbul, Ankara en Erzurum en alle keren afgewezen. Wat hij dan in Dogubayazit deed weet ik ook niet, aangezien hij nu naar Pakistan wilde (of eigenlijk moest) vliegen.
's Avonds op tijd naar bed gegaan en dat hielp blijkbaar want de volgende ochtend was ik er vroeg uit. Om half 9 vertrokken en om 9 uur stond ik bij de slagboom na een hele lange rij vrachtauto's gepasseerd te hebben. Daar kreeg ik een stempelbriefje waarmee je alle stations onderweg moest passeren en dan pas kon je Turkije verlaten. Het paspoort was geen probleem en ik was blij dat ik niet hier Turkije inkwam want daar was het een enorm gedrang. Mijn Carnet ging iets moeilijker aangezien het beteffende loket op slot zat. De beambte bleek buiten heerlijk in de zon te staan kletsen. Toen hij zijn kantoordeur open deed leek het net alsof ik een specerijenkelder binnen ging. Overal lagen zakken met (iraanse) thee en andere kruiden wat een heerlijke melange van geuren creëerde. Het stempelen was zo gebeurd en kon ik de grens over. Daar werd ik direct in het Engels aangesproken door een man die me vertelde waar ik de motor moest parkeren en die me door de gehele molen aan Iraanse zijde loodste. Hij bleek van het tourist office te zijn en legde me enkele zaken mbt. Iran uit. Belangrijkste voor mij was dat ik een goede wegenkaart van Iran kreeg. Tevens wilde hij wel geld voor me wisselen. Van de Duitsers had ik de koers gekregen (8800 real voor 1 dollar) maar hij bood me slechts 8000 real. Hij zei er eerlijk bij dat ik de 800 real als een soort commissie zien moest (als wat anders?) en er verder niet op ingegaan.

Door de ervaring begon ik het gravel-rijden steeds leuker te vinden
De bagagecontrole waarmee menigeen nogal slechte ervaringen had stelde in mijn geval niets voor. Men vroeg alleen wat er in een bagagerol zat. Kleren zei ik. Niet meer! Ja schoenen en dergelijke. En dat was alles. Ik was door de grens heen voor ik er erg in had en toen nog maar eens achterom gekeken of ik niet iets vergeten was, maar nee. De grens is vergeven met mensen die willen wisselen maar allen geen goede koers hebben. Dus reed ik snel door naar Maku naar een bank. Daar wilden ze niet wisselen en verwezen me naar de naastgelegen bank die echter net zijn deuren gesloten had aangezien het half één geweest was. Maku uitgereden en buiten de stad mijn lunch gegeten toen ik mij ineens afvroeg welke dag van de week het was. Dat bleek een donderdag te zijn, wat overeenkomt met onze zaterdag. Dat hield dus in dat de banken vandaag niet meer open gingen en ook morgen gesloten waren. En daar sta je dan zonder lokaal geld en met nog benzine voor 100 km in de tank. Dus maar terug naar Maku en geld zwart gewisseld bij een tapijtenhandelaar. Deze had ook drommels goed in de gaten hoe de vork in de steel zat en wilde niet meer dan 7000 real voor een dollar geven. Dus heb ik maar USD 20,- gewisseld om in ieder geval door het weekend te komen.
Nu ik tanken kon heb ik buiten Maku een benzinestation opgezocht maar deze hadden geen benzine (meer), alleen diesel. 60 km verderop, in Mergen, was er wel een tankstation met benzine al stond deze niet op de kaart aangegeven. Dat haalde ik nog wel dus snel op weg. In Mergen echter was er geen tankstation te bekennen en volgens de kaart was de volgende 35 kilometer verderop in Karaziyaettin. Bij het verlaten van Mergen ging mijn lampje branden om aan te geven dat ik op reserve reed. Dit was de eerste maal tijdens deze reis dat me dat overkwam (behalve de keer dat ik in Ankara met de benzineleidingen aan de gang was geweest). In Karaziyaettin was het benzinestation snel gevonden maar ook deze had geen benzine (meer).
Gelukkig bleek in de plaats zelf een benzinestation te zijn die wel benzine had en dat ik na enkele malen vragen vond. Het tanken in Iran moet je zelf doen, iets dat ik sinds Rusland niet meer gedaan had. De literprijs is standaard vastgesteld op 380 real wat, schrik niet, 11 Nederlandse centen zijn!!! Dat houdt in dat ik m'n tank vol kan gooien voor nog geen 2 gulden. Tijdens het tanken zat ik op de literteller te kijken toen men mij er op attendeerde dat de benzine er uitliep. Er bleek geen veiligheidsstop op de slang te zitten. Toen ik de slang uit de tank trok spoot de benzine werkelijk alle kanten op als een fontein en zat ik er helemaal onder. De benzineklep maar dicht gedaan en mijn gezicht eerst gewassen. Tijdens het rijden bleek deze gebeurtenis nog een vervelend staartje te hebben: mijn GPS-houder brak af. Doordat de benzine blijkbaar het kunststof verzwakte brak het af op de punten waar iets spanning op stond. Iets waar, geloof ik, in de beschrijving wel voor gewaarschuwd was, maar niet echt handig voor iets dat je op het stuur dient te monteren, en dus dicht bij de tankdop zit. Met een stukje band heb ik de GPS op het stuur vastgezet en de afgebroken stukken verzameld. In Urmiye heb ik in een lokaal restaurantje waar absoluut niets te doen was (ik moest zelfs de eigenaar wakker maken) gegeten en buiten Urmiye een zijstraat ingeslagen en overnacht in een weilandje bij een lege loods.

De GPS-houder wordt weer in elkaar gelijmd
De volgende ochtend (vrijdag 25 augustus) na het ontbijt eerst de GPS-houder eens fatsoenlijk gelijmd met superlijm en als extra versteviging nog een bundelbandje er omheen en de boel zit weer goed vast. Klaar om te vertrekken (was inmiddels al 10 uur) toen er een pickup aan kwam. Deze was al meerdere malen gepasseerd maar nu probeerden ze een geprek op gang te brengen wat niet echt goed lukte. Uiteindelijk dook één van de beide mannen de naastgelegen boomgaard in en kwam terug met een flinke tros druiven voor onderweg.
Doorgereden naar Mahabad waar ik de weg naar Bukan wilde hebben en de stad dus in het zuiden verlaten moest. Toen ik de stad verliet nog even voor de zekerheid vragen en werd ik terug verwezen naar het noorden hetgeen zich enkele malen herhaalde. Ik wilde de kleine weg hebben en men verwees mij naar de hoofdweg. Hierop besloot ik maar richting Serdest te reizen aangezien deze weg wel aangegeven stond. Geen slechte keus want het was een heerlijk slingerende weg door een heel interessant berglandschap. Vlak voor Serdest ging ik naar Bane waar ik kaas wilde kopen wat uiteindelijk ook lukte maar eenvoudig was het niet.
Bij buitenkomst bleek mijn motor omringt te zijn met wel 40 Iraniërs. Snel geparkeerde brommers en pickups blokkeerden de gehele rijbaan maar dat deerde niemand aangezien 2 agenten ook gewoon stonden te kijken. Snel maar weer vertrokken toen men enkele brommers weggehaald had. Vertrokken zonder de weg naar Sute te vragen, bang als ik was om de verkeerde kant opgestuurd te worden. Volgens de kaart moest ik de stad aan de zuidkant verlaten en op de splitsing links aanhouden wat ik dus ook deed. 100% zekerheid dat ik op de goede weg zat had ik niet aangezien de bewijzering alleen in het Farsi was. De weg liep een vallei in die volgens mij geen uitgang had, maar die bleek er wel degelijk te zijn: steil de heuvel op met haarpeldbochten. Boven op de heuvel werd de weg onverhard en bleef dat ook. Dat hield in 55 kilometer off-road rijden, een heerlijke belevenis. Door een schitterend landschap langs de Iraakse grens. Aan het einde van de weg was een militaire controlepost die mijn paspoort wilde zien maar absoluut niet wist wat hij er mee moest doen dus is hij maar ging bellen. Een man uit een andere passerende auto heeft de militair toen uitgelegd dat hij naar mijn Iraanse visum moest kijken en dat dat in orde was. Fijn, dan kon ik nu doorrijden! Nee, blijf nog even wachten. Na enkele minuten kwam er een hoge militair met 3 strepen op een klein brommertje aanrijden en moest ik mijn paspoort weer laten zien. De militair snel mijn Iraanse visum laten zien en vol trots uitleggen dat alles in orde was waarna ik kon doorrijden.
Ik wilde in Sute nog wat drinken halen maar toen duidelijk werd dat ik het dorp gemist had heb ik mijn motor langs de (opgedroogde) rivier achter enkele bomen gezet uit het zicht van de weg. Na een kwartier kwamen er van de andere kant 4 jonge kerels aanlopen die uitgebreid mijn motor kwamen bewonderen. Al meloen etend (ook ik kreeg een meloen) werd een heel gesprek gevoerd met mij als passief middelpunt. Uiteindelijk nodigde men mij uit om mee te gaan naar hun dorp wat ik accepteerde. Terug door de rivierbedding de weg op waarna één van hen achterop ging zitten en mij aanwijzingen gaf over de te volgen weg. Al snel ging het omhoog over een smal pad en toen een scherpe bocht en vervolgens een stuk over een dwars aflopend pad. Kortom ik kon mijn opgedane off-road ervaringen goed benutten.
Bij een groot huis stopte ik en kon ik mijn motor op de binnenplaats zetten. Schoenen uit en ik kon me direct opfrissen en een andere broek aantrekken en vervolgens in de woonkamer plaatsnemen. Het is dus werkelijk zo dat je de vrouwen bijna niet ziet. Nou ja, ze lopen wel snel langs, brengen eten en drinken maar ze gaan er niet bij zitten. Vanuit de keuken krijgen ze wel alles mee en spieken vaak even om de hoek. Ik had de indruk dat men het niet zo heel nauw nam met de leefregels en men nog relatief makkelijk was. Allereerst volgde er de nodige koppen thee en begon men heel voorzichtig een gesprek in het Engels. Uit een zijkamer werden oude schoolboeken Engels opgedoken en zelfs mij Arabisch op reis hielp nog. Farsi is wel een compleet andere taal dan het Arabisch maar dit waren Koerden en hun taal heeft veel overeenkomsten met het Arabisch. De kaart van Iran was een dankbaar gespreksonderwerp en werd uitvoerig bestudeerd. Inmiddels waren de andere jongens (die moesten lopen) ook gearriveerd werd het gezellig druk in het huis.

Onderweg naar Esfahan
Het avondeten werd geserveerd (brood met een mix van tomaten en ei met een warme kop melk), waarna als 'toetje' de nodige hoeveelheden thee werd gedronken. Vooral de kaarten van Turkije en Irak waren interessant en dan vooral de koerdische gebieden. Uiteindelijk bleek men inmiddels in een zijkamer mijn bed opgemaakt te hebben en heb ik goed geslapen tot diep in de volgende ochtend. Na het ontbijt maakte ik aanstalten om te vertrekken maar dat was niet nodig. Nee, niet van hen maar wel voor mij aangezien ik nu al 2 dagen in Iran was en nog niet echt opgeschoten was (maar wel een hele mooie tijd had gehad). Tijdens het gesprek gisteravond was ook duidelijk geworden dat mijn geplande route via Merivan naar Senendec nagenoeg geheel onverhard was en dat was zo'n 200 kilometer. Ik besloot dus om vanuit Sute naar Sonnete te rijden wat ook nog 50 kilometer onverhard was en dan over de grote weg naar Senendec te reizen wat inderdaad wel veel sneller was maar lang niet zo mooi. Van Senendec door naar Behteran (ook wel Kermanshah genoemd) waar bij Tagh-é- Bostan enkele rotsbeeltenissen te zien moesten zijn. Snel gevonden alleen moest ik 20.000 real betalen (Fl 6,-) maar het studententarief bedroeg slechts de helft, alleen bleek ik "per ongeluk" mijn studentenkaart in de motor te hebben laten liggen wat geen probleem was. De beeldhouwwerken vond ik vies tegenvallen. 3 kleine nissen met fraai beeldhouwwerk was alles dat er te zien was.
Snel verder naar Bisotun, 25 km verderop waar fraaiere beeltenissen te zien zouden moeten zijn. Dat bleek niet helemaal het geval aangezien ze hier aan het renoveren waren en alles afgedekt hadden. Verder de weg afgereden en in de buurt van Sehne een zandpad ingeslagen waar ik een heel geschikt plekje vond naast een oude opgedroogde waterput die iets verdiept in het landschap stond en ik dus van alle kanten uit het zicht zat. Alleen een herder met een kudde schapen kwam nog langs. Ook lag ik mooi uit de wind zodat ik heerlijk geslapen heb tot dat de volgende ochtend de zon op mijn slaapzak scheen en het te warm werd. Ik ritste mijn slaapzak open en gelijk kwam er weer een kudde schapen voorbij, ditmaal met een klein kereltje. Hij joeg de kudde over de heuvel heen en bleef vervolgens naar mij zitten kijken. Hij wilde zelfs een gesprek aanknopen maar hij bleek het Nederlands niet machtig te zijn. Hij had blijkbaar ook niet in de gaten dat een gesprek onmogelijk was en bleef maar vragen. Hem volledig negeren stopte wel zijn vragen wel maar hij bleef kijken. Hij heeft mij alles zien opruimen, zien eten, zien wassen al is hij tussentijds even weg geweest om zijn vriendje (ook herder) op te halen. Ze zijn gebleven totdat ik vertrok.
Vandaag had ik een lange reisdag in de planning en wilde helemaal door naar Esfahan rijden. Het werd een lange dag over drukke wegen die niet echt fraai waren, maar het schoot wel op. En inderdaad was ik tegen 18 uur in Esfahan en na enkele keren vragen vond ik mijn hotel waar men geen gedeelde kamer meer had en ik voor 40.000 real (Fl 12,-) een tweepersoonskamer moest nemen. Terwijl ik mijn bagage van de motor voor het hotel aan het afladen ben draait er een andere motorfiets de stoep op met 2 Nederlanders, Manus en Yumi die, op een Yamaha Super Ténéré, ook een lange rit achter de rug hebben vanuit Bam (en dus op de terugweg zijn). Nadat de motoren afgeladen zijn rijden we over de stoep naar de bewaakte parkeerplaats. Aangezien Manus hier reeds bekend was reed hij voorop en ik volgde. Toen gebeurde er weer zoiets wat je alleen maar in dit soort landen kan overkomen. Een Iraniër die ons tegemoet kwam lopen keek de motor van Manus na terwijl hij passeerde en liep zo 'kats' tegen mijn motorfiets op. Resultaat: linker knipperlicht voor ook afgebroken. Dus ook hier maar weer tape omheen gedraaid.
We besloten een driepersoonskamer te nemen waardoor ik de helft van mijn geld weer terugkreeg. Zij waren reeds 5.5 maand onderweg en wilden ook naar Australië maar besloten in India weer terug naar Nederland te rijden. Hierdoor hadden ze best wel interessante adresjes voor mij van goede hotels en motorzaken in Pakistan en India. Belangrijker nu echter was dat ze op de heenweg ook reeds in Esfahan geweest waren en dus precies wisten waar je lekker kon eten e.d. Ik heb van hun kennis dan ook goed gebruik gemaakt door samen heerlijk te gaan eten voor nog geen 4 gulden.
De volgende dag hebben we niet veel gedaan lang uitgeslapen, goed gegeten en een beetje door de stad gedwaald en vooral veel gezeten. Heerlijk een dagje niets doen. Iran is verbazend goedkoop. Niet alleen de benzine maar eigenlijk alles. De USD 20,- die ik de eerste dag, tegen een slechte koers gewisseld heb, is nog steeds niet op. Van mijn plan om DM 100,- te wisselen zie ik maar af want het is twijfelachtig of ik dat geld dan op krijg. Al zijn er nog wel toeristische attracties die ik nog bezoeken wil en daar weten ze goed het geld van je af te troggelen. 's Avonds zijn we in een kiprestaurant wezen eten (ook weer voor een habbekrats) en terug in het hotel hebben we nog lang liggen kletsen voordat het licht uitging.

Een imposante brug over een armetierig riviertje
De volgende dag wilde ik Esfahan bekijken en ben er te voet op uitgetrokken. Eerst in het zelfde restaurant gebruncht en doorgelopen naar de rivier om de bruggen te bekijken. Alhoewel de rivier zo goed als droog stond ware de bruggen wel leuk om te zien maar in de zon was het best wel warm. Aan de overzijde van de rivier was een park waar ik me in de schaduw onder een boom neergelegd heb en lekker even geslapen. De terugweg voerde me over het Emam Khomeini plein. De moskee heb ik niet bezichtigd want ik was best wel moe en ben door naar het hotel gelopen en heb de rest van de dag lekker op de binnenplaats gezeten en gekletst. 's Avonds samen met enkele japanners naar een restaurant waar vooral de salade heerlijk was.
Woensdag 30 augustus was de laatste dag van mijn Iraans visum, dus was het tijd om mijn visum te verlengen. Ook Manus en Yumi gingen mee al hadden ze nog 1 dag extra. Verder kwamen we onderweg nog een Argentijn tegen die ze in Bam ook al getroffen had en met z'n vieren togen we maar Emam Khomeini plein waar volgens mijn LP het politiebureau zou zijn. Dat polititebureau was er ook wel maar geen visa verlenging hier. Het bleek verplaatst te zijn naar ergens ver in het zuiden van Esfahan. We moesten dus een taxi nemen. Een agent (geloof ik) liep met ons mee en hield een taxi aan en vertelde waar we heen moesten en hij bleek de chauffeur ook al te betalen!!! En van geld terugkrijgen wilde hij absoluut niets weten. Bij het visa extensiekantoor bleek de gang van zaken niet te moeilijk te zijn: een copy van je paspoort en Iraans visum laten maken en dan met 1 foto en 12.500 real (Fl 4,-). We kregen twee formulieren mee om in te vullen en dan de zaken weer in te leveren. Een verlenging voor 7 dagen aangevraagd en dan maar afwachten of we dat ook kregen, want ze kunnen alles afgeven. Na een half uur wachten kregen we ons paspoort terug en allemaal met de gevraagde lengte. Twee engelsen kregen zelfs een 5 weken verlenging (al zou ik niet weten hoe ik zo lang in Iran zou moeten doen). Met de taxi weer terug al wilde de eerste taxi de dubbele prjs hebben. De tweede taxi ging wel akkoord met de 5000 real en we werden naar het hotel teruggebracht. In de buurt een hamburger genomen en lekker weer op de binnenplaats gezeten en lekker met andere reizigers gekletst en allerlei informatie uitgewisseld.

Ik was lang de enige niet die onderweg was per motor
Tegen de avond arriveerde er wederom een motorfiets bij het hotel. Dit keer een Sloveens stel op een Aprilia Pegaso die ook naar Australië reisden alleen in een veel hoger tempo dan ik. Op weg van het hotel naar de parkeerplaats slalomt de Sloveen tussen enkele paaltjes door, rijdt daarbij over enkele electriciteitsdraden en glijdt weg. Zijn gloednieuwe Aprillia ligt op de grond echter zonder beschadigd te zijn. Na het eten zitten we buiten voor een snack-winkel nog één (of twee) bananeshakes te drinken als er twee motorrijders pal voor ons stoppen om zich op de kaart te oriënteren. Het blijken twee Tsjechen uit Praag te zijn die ook naar ons hotel op zoek zijn. Ook zij rijden naar de bewaakte parkeerplaats waar één van hen een paaltje raakt en zijn balans verliest en ondersteboven in de struiken ligt. Wat is er met deze parkeerplaats aan de hand dat dit de derde motor al is die schade oploopt! Zij zijn op weg naar Pakistan en, indien ze tijd over hebben, India.
Donderdag 31 augustus had ik gedacht te vertrekken maar besloot alsnog een dag te blijven. Niet dat ik nog veel te doen had, ik heb eigenlijk helemaal niets gedaan. In de ochtend kwamen er enkele Iraanse studenten de binnenplaats op met de vraag of ze ons enkele vragen mochten stellen. Het begon heel formeel maar het eindigde met enkele heel interessante gesprekken. Na anderhalf uur echter moesten ze vertrekken aangezien ze van de hotelstaf slechts één uur gekregen hadden om met ons te praten. Laat in de middag ben ik met Yumi weer naar het Imam-plein geweest waar het beredruk was met allerlei gezinnen aangezien het hier weekend was. Daar werden we aangesproken door 2 vrouwelijke stuendenten die niet te veel de Engelse taal machtig waren waardoor het gesprek niet echt soepel verlep. Dit was de eerste keer dat het mij overkwam dat ik door Iraanse vrouwen op straat aangesproken werd en zeker alleen maar omdat ik samen met een vrouw liep.
Ook deze middag arriveerde er weer een motorfiets. Dit keer een Engels stel op een BMW R100GS (de voorganger van mijn motor) en ook zij zijn onderweg naar Australië. Hen kom ik waarschijnllijk nog wel vaker tegen aangezien zij ook alle tijd hebben (2 jaar) en dus in een rustig tempo kunnen reizen. Denk je alleen in een hotel te zitten en blijken er uiteindelijk 6 motorfietsen op de parkeerplaats te staan. Al ben ik wel de enige die alleen reist, de rest rijdt allemaal met z'n tweeën op één of twee motorfiets(en). In de middag hebben we nog geprobeerd de eigenaar van het hotel met zijn computer te helpen. Hij had namelijk het probleem dat een bepaalde internetsite de tekst in het farsi niet leesbaar weergaf. Dit probleem hebben we (een Oostenrijker en ik) niet op kunnen lossen. Wel kon ik, nu ik ook de beschikking had over de Windows 98 CD-ROM, hyperterminal installeren. Dit programma heb ik nodig om files tussen mijn Psion en een PC kunnen te verzenden. Het bleek namelijk dat dit bij een standaard Windowsinstallatie niet geïnstalleerd wordt en ik op deze PC's geen verslagen kan versturen. Nu dus wel op deze PC en tevens heb ik de benodigde files op floppy gezet zodat ik nu elke willekeurige PC gebruiken kan. 's Avonds dus mijn verslag een beetje afgerond zodat ik deze morgen versturen kan.

Met een verlengd visum kan ik nog 6 dagen in Iran blijven. Morgen wil ik hier vertrekken richting Shiraz om daarna via Bam naar Pakistan te rijden om vervolgens zo snel mogelijk naar het noorden van Pakistan te gaan. Iets waar ik enorm naar uitzie.