Reisverslag 07 Amman (Jordanië) t/m Esfahan (Iran)
Nadat ik mijn vorig verslag de ochtend
na de stroomuitval opnieuw had ingetypt ben ik rond het middaguur vertrokken
naar Syrië, Damascus om precies te zijn. Over de hoofdwegen naar de grens. De
formaliteiten waren niet al te ingewikkeld aangezien ik nu wist wat me te
wachten stond. Wel moest ik in Jordanië een vertrekbelasting betalen van JD 4,-
(=Fl 14,-) wat hiermee het eerste land werd dat zoiets had. De JD 5,- die ik
betalen moest voor mijn motor was bekend alleen had dat nogal wat voeten in de
aarde aangezien bij het betreffende loket ook de douanekosten voor binnenkomende
voertuigen voldaan moest worden. Hierdoor was het een gedrang van jewelste was,
want op je beurt wachten kennen de Arabieren niet. Elke keer kwamen er armen
over mijn schouder heen die hun papieren door het venster drukten om ze als
eerste behandeld te krijgen. Ik sloot het venster af met mijn dossiermap met
alleen mijn arm er doorheen. Dat werd me niet in dank afgenomen want menigeen
hoefde alleen maar een stempel. Ja, en ik hoefde alleen maar JD 5,- af te geven!
Nadat ik klaar was nam ik de dossiermap weg en gelijk begon het gedrang weer.
Ik had mij verder al opgemaakt voor een strijd aan de Syrische zijde aangezien
ik de eerste maal een verzekering van 1 maand diende te kopen terwijl ik maar 2
weken in Syrië mocht blijven. Deze verzekering was dus nog steeds geldig, zij
het niet de volle 2 weken indien ik er zo lang blijven zou. Echter, 1 keer met
de verzekeringspapieren zwaaien was voldoende om deze geaccepteerd te krijgen.
Snel door naar Damascus waar ik ineens doorreed naar UCIC, de firma waar
mogelijk o.a. Geert nog steeds aanwezig was. Bij aankomst vertelde men mij dat
ze reeds naar huis waren. Ja, is dat huis in Damascus of huis in Duitsland? Nee,
in Damascus. Dus gebeld naar het huurhuis dat men had gedurende mijn eerste
bezoek en daar bleken ze nog steeds te wonen. Dus snel daar heen (met veel dank
aan de GPS hierbij!).
De beroemde waterraderen in Hama |
De volgende dag ben ik mee geweest naar UCIC maar de machine bleek nu
probleemloos te lopen dus was er voor mij niet veel meer te doen. Dus heb ik de
spullen maar uitgezocht die ik naar Nederland wilde hebben en die mooi met Geert
meegeven kon. Donderdag 10 augustus wilde ik weer vertekken uit Damascus.
Terwijl Geert en Uwe naar de UCIC gingen bleef ik in de woning om me klaar te
maken voor vertrek, d.w.z. een uitgebreide douche en scheerbeurt en vervolgens
naar de firma. Na van beide heren afscheid genomen te hebben ben ik vertrokken
naar Hama waar ik in Hotel Caïro op het terras kon slapen. 's Avonds door de
stad gelopen en reeds het eerste waterrad gezien waar de stad beroemd om is.
De volgende ochtend de stad eens rondgelopen om al de waterraden te bekijken al
waren ze lang niet allemaal de moeite waard dus was ik relatief snel terug in
het hotel om de motor te bepakken voor de rit naar Palmyra. Ik wilde de weg
binnendoor nemen door de woestijn, maar dan wel over verharde wegen. Zo goed als
geen verkeer en een fascinerend landschap en als de weg er dan ook nog doorheen
slingert is het helemaal een perfecte keuze. Nooit geweten dat je alleen met
zand en stenen zo'n interessant landschap kan creeëren. Palmyra zelf vond ik
geen aangename stad: alles stond in het teken om geld van de toeristen af te
troggelen. Prijzen waren absurd hoog al kon je deze door voet bij stuk te houden
vaak wel tot normale proporties terugbrengen. Absoluut niet representatief voor
de Syrische bevolking overigens. In de late namiddag naar de citadel geweest om
van daaruit een schitterende zonsondergang mee te maken over de ruïnes.
De ruïnes van Palmyra |
De volgende ochtend was ik reeds om half 8 op en moest noodgedwongen ontbijten
van mijn motorvoorraad aangezien er nog geen enkel restaurant open was. Hier
ontdekte ik ook dat de antenne van mijn GPS deels afgebroken was, ondanks de
verzekering dat mijn motor buiten veilig stond. De straatjeugd bleek werkelijk
overal met de vingers aan te zitten. Voordat je kon wegrijden moest je alle
schakelaars langs om ze weer goed te zetten. Zeker geen opzet, maar de GPS
werkte niet meer en dat was wel enorm balen. Inmiddels had ik wel geleerd om
geen overhaaste beslissingen te nemen en dus ben ik maar naar de ruïnes van
Palmyra gegaan. Heel mooi om te zien maar eerlijk gezegd was ik inmiddels een
beetje verzadigd geraakt met alle ruïnes van de afgelopen weken dus al teveel
tijd bracht ik er niet door. Vooral als je dan ook nog een absurde prijs van SYP
300,- (Fl 15,-) moet betalen voor de Tempel van Bel dan gaat de aardigheid er
snel af. Gelukkig kon ik tussen een buslading toeristen mee naar binnen heen
glippen (zo heeft massa-toerisme ook zijn voordelen).
Veel meer zin had ik om verder te rijden. Om terugrijden over dezelfde weg te
voorkomen had ik een route naar Ar'rasafeh uitgezocht. Op de kaart liep er een
weg maar mijn hoteleigenaar dacht dat deze weg deels onverhard was. Snel op weg
om dit uit te zoeken. Bij een benzinepomp bij de afslag naar As'siknek, waar de
weg naar Ar'rasafeh begon, kwam ik een Italiaans stel op een motor tegen die
zojuist de omgekeerde weg afgelegd hadden. Zij waren echter omgereden via
Deir-ez-Zur om zo de gehele weg verhard te kunnen rijden. Volgens hen was een
deel van de weg een woestijnpiste waar je eenvoudig kon verdwalen. Toch besloot
ik een poging te wagen en baalde dat ik uitgerekend nu geen GPS tot mijn
beschikking had en het dus met mijn handkompas moest doen.
Het begin van een spannende woestijpiste |
Met een volle tank en 10 liter water ging ik op pad. De eerste 30 km waren
verhard maar daarna werd het inderdaad woestijnpiste. Vele sporen splitsten zich
en dan moest je maar zien welke je nam. Veelal waren dit echter allemaal paden
die vroeger of later weer bij elkaar kwamen dus maakte het niet veel uit. Wel
hield in nauwlettend mijn kompas in de gaten, zolang ik maar naar het noorden
bleef rijden kwam ik vroeger of later altijd op een doorgaande (asfalt)weg uit.
Na 38 km kwam ik plotsklaps weer op een verharde weg uit en was het ergste leed
(jammer genoeg alweer) geleden. De ruïnes van Ar'rasafeh waren leuk voor een
snel bezoek maar snel verder op zoek naar een plek om te kunnen overnachten. Ik
vond een mooi plekje achter een elektriciteit verdeelhuisje maar binnen 5
minuten stond er een legertruck naast me en werd ik vriendelijk verzocht te
vertrekken. Ik bleek vlakbij hun kazerne te staan en zodoende hadden ze alles
gezien. Ik overnachtte een 10-tal kilometer verder op een open zandvlakte aan de
rand van een akkerveld.
Gastvrij ontbijt in de akker |
Door gebrek aan schaduw lag ik de volgende ochtend al snel in de zon en was zo
gedwongen om op te staan. Terwijl ik de slaapzak opruimde kwam er een man op een
brommer van het akkerland aanrijden om water te halen. Op de terugweg stopte hij
en nodigde me uit voor een kopje thee. Dit bleek in een compleet ontbijt uit te
monden maar dat was geen probleem, aangezien het heel gezellig was. Met het
boekje "Hoe en wat in het Arabisch" was zelfs een vorm van gesprek mogelijk. Het
huis van zijn gezin bestond uit enkele lappen jutte die op palen aan de rand van
het akkerland enige bescherming tegen de zon en wind bood. Na de nodige foto's
van hem en zijn kinderen genomen te hebben ging ik verder richting Aleppo.
In Aleppo aangekomen begon het traditioneel Syrisch probleem weer: "Waar ben ik
op de kaart?" Tegen beter weten in onderweg gevraagd en daarbij alle kanten op
gewezen. Mogelijke aanknopingspunten zoals moskeeën hielpen niet maar
uiteindelijk vond ik het station en toen was het vinden van een hotel geen
probleem meer. Aleppo staat bekend om zijn souqs (=overdekte markten in smalle
straatjes). Het was beregezellig om hier rond te dwalen en alle geuren en
gebeuren in je op te nemen. De volgende ochtend weer terug gegaan, denkende dat
's ochtends er de meeste activieit is, maar dat bleek helemaal niet zo te zijn
dus snel weer terug en vertrokken naar Turkije.
De grensovergang met Turkije stelde niet veel voor, alleen vroeg men mij hier
naar mijn Carnet. "Die heb ik helemaal niet nodig voor Turkije", was mijn
reactie. Dat klopte volledig maar dan moest ik allerlei kantoortjes af voor
veschillende stempels en dat koste me geld. Een Carnet werd eenvoudig
afgestempeld en ik kon doorrijden. Aangezien ik toch voldoende pagina's in mijn
Carnet had, heb ik deze er maar snel bijgehaald. Ik had mij dus de betaalde USD
20,- in Trabzon kunnen besparen door mijn Carnet te gebruiken. Snel door naar
Adana waar ik de palmtop in ontvangst hoopte te nemen. In de buurt van Erzin
overnacht aan de rand van de sinaasappelboomgaard (mooi scrabble-woord!). Men
had mij al snel in de gaten en nodigde mij uit voor de thee dat ik beleefd
weigerde aangezien het nu snel donker werd en ik mijn eten nog moest bereiden.
Later kwam men terug met de mededeling dat het hier nogal gevaarlijk was
aangezien men in de buurt jaagde, maar aangezien één van de jagers er bij was
maakte ik me er niet echt veel zorgen om. Ook was het inmiddels donker geworden
en had ik geen zin mijn spullen te pakken en een andere plek te zoeken. Ik kroop
dus in mijn slaapzak maar nog geen 5 minuten later kwam er een busje van de
Jandarma met 6 gewapende militairen om me heen staan en moest ik alsnog mijn
spullen pakken en mee naar het bureau in Erzin. Daar werd mijn paspoort
gecontroleerd en kon ik weer vertrekken. Onder escorte werd ik weer naar de
hoofdweg teruggebracht en reed ik verderop een zandweg in om aan de rand van een
andere boomgaard te overnachten (zonder verdere problemen).
De volgende ochtend zagen verschillende passanten me en allen zwaaiden
vriendelijk. Snel verder naar Adana waar na menig keer vragen ik het kantoor van
TNT vond en me al opmaakte voor een stevig "gevecht" met de blijkbaar zo
gevreesde Turkse douane. Zover bleek het echter helemaal niet te komen. Mijn
contactpersoon daar, Teoman Temiz, overhandigde me het pakketje zonder
problemen. Het bleek zelfs al sinds afgelopen vrijdag daar op me te wachten.
Geen enkel probleem met de douane dus. Volgens Teoman kwam dat doordat zijn naam
op de pakbon vermeld was. Voor mij was de reden waarom van geen belang, ik had
eindelijk mijn palmtop. Ik mocht zelfs de PC van Teoman gebruiken om een e-mail
naar het thuisfront te sturen dat ik mijn pakketje ontvangen had.
De rest van de dag kwam er van rijden
niet veel meer. Snel een Internetcafé opgezocht en aangezien ik er in Mersin één
wist ben ik daar heen gereden. Daar heb ik enkele files van floppy naar mijn
palmtop kunnen overzenden. Ik besloot de rest van de dag in de bergen ten
noorden van Mersin door te brengen om daar de e-mails op de palmtop te ordenen
en te herlezen. Onderweg kwam ik langs een Fiatgarage en besloot ik te proberen
mijn GPS-antenne te repareren. Ik had vanochtend ontdekt dat het printspoor van
de antenne geen contact met de stekker maakte en dus was de oorzaak
waarschijnlijk een breuk in een printspoor. In de garage had men een soldeerbout
en overbrugde ik de breuk met een stukje draad. De soldeerbout was veel te
krachtig voor dit fijne werk en het printspoor smolt weg. Uiteindelijk lukte het
met een deels afgekoelde soldeerbout het stukje draad vast te zetten en toen
snel naar buiten om te kijken of er satelieten ontvangen werden. Het duurde even
maar ja, achter elkaar kwamen de satellietsignalen binnen en gaf de GPS aan dat
ik me in Mersin bevond wat helemaal klopte. Voorzichtig de behuizing gemonteerd
en dicht gelijmd. Ik was weer helemaal blij dat ik vandaag 2 grote problemen op
had kunnen lossen. In de bergen richting Arslankoy heb ik de hele middag de
emails herlezen totdat het donker werd en ik snel naar mijn overnachtingsplek
reed. Gedwongen tot een derde broodmaaltijd aangezien het al donker was.
De volgende dag al vroeg weer achter de palmtop totdat het in de zon te heet
werd en ik vertrok naar Arslankoy, waar ik de vorige keer door gebrek aan
benzine niet bereikt had. Daar omgekeerd en op de terugweg bij een theehuis
gestopt en heb daar de gehele dag gezeten om de palmtop opnieuw in te richten,
af en toe een kopje thee drinkend en regelmatig een nieuwsgierige blik
meekijkend over mijn schouder. In de namiddag vertrok ik naar het Internetcafé
om de resterende e-mails te downloaden in een tekstbestand. Bij het opslaan van
de file op een floppy verscheen er een Turkse foutmelding op het scherm en
haalde ik de eigenaresse van het café er bij die de zaak eenvoudig oploste door
het saven te cancellen waardoor ik alles verloren ging. Ik heb haar flink in het
Nederlands uit lopen schelden en alhoewel ze het niet verstond had ze donders
goed in de gaten dat ze een enorme blunder had begaan. Inmiddels was mijn
e-mailbox niet meer toegankelijk en toen ook de communicatie met de palmtop niet
goed functioneerde ben ik maar vertrokken zonder te betalen, waar men geen
probleem van (durfde) te maken.
De volgende ochtend teruggegaan en alles opnieuw gedownload wat geen enkel
probleem gaf en het ging nog sneller ook. Het volgend bezoek was aan de
BMW-dealer in Adana. Delen voor de motor bleek men helemaal niet op voorraad te
hebben en de motorolie de ik wilde hebben om deze in Iran of Pakistan te
verwisselen, had men alleen in grote 5 liter verpakking. Perfect, ware dat het
formaat niet in mijn tas aan de tank paste. Wel wist men in Adana een grote
supermarkt die wel motorolie alsmede jerrycans verkocht en waarschijnlijk ook
wel bandenpompen (de mijne was in Wadi Rum vol zand gekomen en defect geraakt).
Inderdaad hadden ze de pomp en motorolie, echter alleen in literverpakking. Lege
jerrycans verkocht men niet, dus heb ik een jerrycan met 5 liter anti-vries
gekocht die wel in mijn tas paste en de inhoud in de WC weggespoeld en op de
parkeerplaats de jerrycan met motorolie gevuld. De pomp had het probleem dat de
manometer een geheel foutive waarde aangaf. Ruilen van de pomp voor een ander
exemplaar verbeterde niets dus besloot in de manometer van de oude pomp te
bewaren.
Beelden op de top van berg Nemrut |
Nu ik alle noodzakelijke boodschappen gedaan had werd het tijd om verder te gaan
richting Iran, maar het was inmiddels donker geworden en in het donker Adana
verlaten en op een verlaten zandweg overnacht onder een eenzame boom. Op mijn
reis van Adana oostwaarts naar Iran had ik het idee opgevat om naar de berg
Nemrut te gaan aangezien er in de bergen toch vaak wel lekker off-road gereden
kan worden. Nu is het Nemrut Nationaal Park een schoonheid om doorheen te
rijden: ruw landschap zonder al te veel ingrepen door de mens. Maar de gehele
weg naar de top van de berg Nemrut was geplaveid. Oké, de laatste kilometers
waren met losse stenen zodat het hevig hobbelend omhoog ging richting top. Dat
was niet mijn idee van off-road rijden alhoewel de weg staand het comfortabelst
af te leggen was. Dat de weg geplaveid was was pure noodzaak aangezien er tig
minibusjes met toeristen elke dag voor dag en dauw naar de top ging om de
zonsopgang mee te maken en in de namiddag weer maar nu om de zonsondergang mee
te maken. Tsja, en toeristen betalen nu eenmaal niet graag veel geld om al te
veel door elkaar geschud te worden. En daar ben ik dan de dupe van!!!
Aangezien ik rond half 6 boven was en nog flink moest betalen TL 1.650.000,-
(wat het studententarief was en ik natuurlijk helaas mijn studentenkaart
vergeten was) ben ik ook maar gebleven tot de zon onder gegaan was en toen snel
weer naar beneden voordat alle minibusjes ook omlaag gingen. Op de heenweg had
ik al een mooie boomgaard gezien waar ik wel een nacht in kon doorbrengen en
daar ben ik dus maar in gedoken. Het was al donker toen ik mijn avondmaal nog
koken moest maar dat verliep zonder problemen en toen snel slapen.
Omdat de omgeving zo mooi was besloot ik naar Gerger door te rijden en via
Doganyol naar Malatya te rijden. Een grote omweg maar waarschijnlijk wel een
mooie weg. In Gerger zag ik een soort ijzerwarenzaak en vroeg of ze ook
hangsloten hadden (eigenlijk wees ik een hangslot aan op mijn motor en of ze er
nog zo één hadden) en ja die hadden ze. Voor wel TL 400.000,- (Fl 1,60) en
vervolgens of ze mijn kleine 5.5 mm steeksleutel konden lassen die afgebroken
was toen ik deze sleutel gebruikte om de stift voor de remblokken er uit te
slaan (daarvoor heb ik hier op de grond ook een stiftje gevonden en meegenomen).
Dat bleek wel mogelijk te zijn al moesten we het hele dorp door lopen. En het
bleek niet gelast te worden maar een soort solderen met een snijbrander! Hoe
precies, weet ik zelfs na 9 jaar bij een machinefabriek gewerkt te hebben nog
niet maar het zit weer aan elkaar. Onder het genot van een kopje thee vertelde
men mij dat ik niet een goede weg naar Malatya nemen wilde. Het best was om
terug te gaan over de hoofdwegen. Maar toen duidelijk werd dat ik dat niet wilde
opperde men een andere mogelijkheid. Direct vanuit Gerger naar Malatya, dwars
door de bergen.
Dat klonk mij niet gek in de oren dus na ook nog brood voor de lunch gekocht te
hebben ging ik op weg naar Malatya de asfaltweg volgend tot deze al heel snel
ophield in een klein dorpje en de zandweg steeds smaller werd. "Is dit de weg
naar Malatya?" Nee! Maar gelukkig kwam een pickup mij tegemoet en na een
woordenwiseling in het Turks gebaarde men dat ik de pickup moest volgen en deze
zou me de afslag naar Malatya wijzen. Ik dacht deze afslag wel te weten
aangezien ik een andere afslag gezien had maar ik had het compleet fout. Bij een
smalle zandweg omhoog stopte de pickup en gebaarde dat dit de 'weg' naar Malatya
was en of ik wel genoeg benzine bij me had voor de 125 km. Dat had ik, en omhoog
ging ik. Het pad lag bezaaid met vuistgrote stenen zodat de motor glibberde en
deed dus koos ik voor het spoor dat het verst van de 'afgrond' vandaan was. Toch
ging het goed omhoog al was de snelheid niet hoog. Ik begrijp nu ook waarom de
1e versnelling op de GS zo laag gekozen is, iets dat ik in Nederland maar niet
begrijpen kon. Over de eerste heuvelrug heen ging het naar beneden en dat was
een heel stuk minder aangenaam. Hierbij moest ik, ondanks de lage versnelling
waarin ik reed continu bijremmen. Doordat je dan begint te glijden hou je beide
voeten vlak boven de grond. Hierdoor kon ik alleen nog met de voorrem remmen en
dat was nu juist het probleem: het voorwiel blokkeerde en gleed vervolgens
ongecontroleerd weg en daar lag ik dan met mijn motor op de grond. Nu was dit
absoluut niet de eerste keer dat mijn motor omviel, maar wel de eerste keer dat
dit tijdens het rijden gebeurde. De gevolgen waren dan ook iets ernstiger. Mijn
rechter knipperlicht afgebroken, iets dat ik al veel langer geleden verwacht
had, een alu-koffer en de spiegel verbogen, alsmede een plastic
cilinderbeschermer in tweeën gebroken. Al met al dus en niet al te serieuze
schade. Snel de motor weer op de wielen gezet, de resten van het knipperlicht
bij elkaar gezocht en verder gereden. De rest van de weg bleek lang niet zo
moeilijk te zijn, wel voorzichtig blijven rijden want de afgrond blijft er diep
uit zien. Enkele stukken waren nogal mul maar daar had ik na mijn 'Wadi
Rum'-ervaring ook niet echt veel moeite meer mee.
Mijn slaapplaats voordat ik 's nachts wreed
gewekt werd |
Ik bleek in Pütürge uit te komen waarna de verharde weg mij richting Malatya
voerde. 52 km off-road in 3 uur. Weliswaar inclusief een half uur lunch, maar
deze tijd had ik in Pütürge nodig om de schade weer enigszins te herstellen.
Zelf had ik enkele schaafwonden en blauwe plekken opgelopen. Niets ernstigs dus.
Over doorgaande wegen doorgereden naar Maden en daar de afslag naar Alacakaya
genomen. Eerst een militaire controlepost gepasseerd en vervolgens een zandweg
ingeslagen en mijn bivak voor de nacht ingericht waarna ik, na het eten, onder
de sterren ben gaan slapen.
Rond half twaalf kwam er een auto voorbij die stopte. Gewoon blijven slapen, dan
gaan ze het snelst weer weg was mijn idee maar dat werkte deze keer niet. Een
gezin zat in de auto en de vader begon naar mij te schreeuwen en werd steeds
kwader. Toen hij begon te telefoneren had het voor mij geen zin meer langer te
blijven liggen. Hij was zo boos dat hij me te lijf wilde gaan en z'n beide zoon
moesten hem in toom houden. Toen het duidelijk werd dat ik een toerist was
kalmeerde hij maar ik moest al wel mijn spullen pakken waar ik reeds mee
begonnen was. Ik moest hem volgen en verder reden we de zandweg af. We kwamen
uit in een klein dorpje waar de gehele gemeenschap ons al op te wachten stond.
Onder het genot van een kopje thee werd mijn paspoort bekeken, ook door de
inmiddels gearriveerde Gendarme's. Ik moest hen volgen terug naar Maden waar ik
overnachten kon. Ik werd naar het bureau gebracht en de hoogste baas moest mijn
paspoort zien en ik vertellen waar ik vandaan kwam en wat ik daar deed: Nou,
niet bijster veel, alleen slapen. Het einde van het liedje was dat ik weer kon
gaan, ik mocht niet op/bij het bureau blijven slapen ondanks eerdere
toezeggingen.
Overnachten bij militairen thuis |
In het vervolg niet meer op afgelegen plekken overnachten want het was daar te
gevaarlijk. Waarom werd mij echter niet duidelijk gemaakt. Mijn vraag of dit
soms met de PKK te maken had bracht de kapitein weer op het puntje van z'n
stoel. Hoezo wist ik van de PKK! Kende ik mensen van de PKK? Wat vond ik van de
PKK? Na al de ze vragen ook tot tevredenheid hebben kunnen beantwoorden was ik
weer een vrij man. Maar waar moest ik dan nu heen om te overnachten. Eeehhh...
tsja... eeehh... ga maar weer naar dezelfde plek terug. Toen snapte ik er
helemaal niets meer van. Maar rond half 2 wilde ik alleen maar slapen. Dus reed
ik dezefde weg weer terug. Ik kwam de auto die mij naar het bureau gebracht had
achterop en volgde deze door de controlepost. Hier stopten ze en gebaarde dat ik
hen wel kon volgen om bij hun te kunnen overnachten, en zo kwam ik weer terug in
het dorpje. 's Nachts nog thee gedronken en gekaart en om 3.45 uur gingen we dan
eindelijk het bed in. Van echt lang uitslapen kwam de volgende ochtend niet veel
aangezien men al snel mijn motor in de gaten had en op de deur bonste en begon
op te bellen. Het onbijt werd genuttigd met, volgens mij, het halve dorp (alleen
de mannelijke helft overigens) en na nog enkele potjes gekaart te hebben vond ik
het welletjes en vertrok onder grote belangstelling (hier mocht de vrouwelijke
helft van het dorp ook bij aanwezig zijn). Het eerste stuk nog over lokale wegen
gereden, maar na Kovancilar ging het over de hoofdweg naar Hasköy waar ik, nu
door ervaringen wijzer geworden, overnacht heb bij een benzinestation.
De volgende dag doorgereden naar het grote meer van Van om vervolgens in Patnos
(geen Pathmos!) uit te komen. Hier ondekte ik een Internetcafé maar daar bleek
men slechts met 1 PC online te kunnen komen (de overigen alleen voor spelletjes)
en ik had net de e-mails gelezen toen de stroom uit viel, snel verder dus naar
Dogubayazit aan de grens met Iran. Daar bleek een camping te zijn waar ik 2
Duitse motorrijders ontmoette die juist uit Iran kwamen. Veel informatie konden
ze me niet geven aangezien ze er in een noodgang doorheen gereden waren (4
dagen!). Wel hadden ze 3 weken rondgereden in het noorden van Pakistan zodat ze
me daarover wel het één en ander konden vertellen. En zo werd het toch nog een
heel gezellige avond.
Het plan was om de volgende ochtend op tijd naar Iran te vertrekken. De Duitsers
stonden ook op tijd uit om hun spullen op te laden en vervolgens hebben we samen
ontbeten waarna ze vertrokken. Ik wilde me nog douchen en het water was zo
heerlijk warm dat ik er extra lang onder bleef staan en mij realiseerde dat ik
eigenlijk ook eens hoog nodig de was moest doen. Dat was sind Aqaba niet meer
gebeurd. Hierdoor besloot ik er nog een dag langer te blijven. In Dogubayazit
nog enkele inkopen gedaan met mijn resterende Turkse Lires, nadat ik de camping
reeds betaald had. Er bleef nagenoeg niets meer over. In de supermarkt ontmoette
ik een Amerikaan die ook Iran in wilde maar geen visum kreeg. Hij had het
geprobeerd bij de Iraanse ambassade in Istanbul, Ankara en Erzurum en alle keren
afgewezen. Wat hij dan in Dogubayazit deed weet ik ook niet, aangezien hij nu
naar Pakistan wilde (of eigenlijk moest) vliegen.
's Avonds op tijd naar bed gegaan en dat hielp blijkbaar want de volgende
ochtend was ik er vroeg uit. Om half 9 vertrokken en om 9 uur stond ik bij de
slagboom na een hele lange rij vrachtauto's gepasseerd te hebben. Daar kreeg ik
een stempelbriefje waarmee je alle stations onderweg moest passeren en dan pas
kon je Turkije verlaten. Het paspoort was geen probleem en ik was blij dat ik
niet hier Turkije inkwam want daar was het een enorm gedrang. Mijn Carnet ging
iets moeilijker aangezien het beteffende loket op slot zat. De beambte bleek
buiten heerlijk in de zon te staan kletsen. Toen hij zijn kantoordeur open deed
leek het net alsof ik een specerijenkelder binnen ging. Overal lagen zakken met
(iraanse) thee en andere kruiden wat een heerlijke melange van geuren creëerde.
Het stempelen was zo gebeurd en kon ik de grens over. Daar werd ik direct in het
Engels aangesproken door een man die me vertelde waar ik de motor moest parkeren
en die me door de gehele molen aan Iraanse zijde loodste. Hij bleek van het
tourist office te zijn en legde me enkele zaken mbt. Iran uit. Belangrijkste
voor mij was dat ik een goede wegenkaart van Iran kreeg. Tevens wilde hij wel
geld voor me wisselen. Van de Duitsers had ik de koers gekregen (8800 real voor
1 dollar) maar hij bood me slechts 8000 real. Hij zei er eerlijk bij dat ik de
800 real als een soort commissie zien moest (als wat anders?) en er verder niet
op ingegaan.
Door de ervaring begon ik het gravel-rijden steeds leuker te vinden |
De bagagecontrole waarmee menigeen nogal slechte ervaringen had stelde in mijn
geval niets voor. Men vroeg alleen wat er in een bagagerol zat. Kleren zei ik.
Niet meer! Ja schoenen en dergelijke. En dat was alles. Ik was door de grens
heen voor ik er erg in had en toen nog maar eens achterom gekeken of ik niet
iets vergeten was, maar nee. De grens is vergeven met mensen die willen wisselen
maar allen geen goede koers hebben. Dus reed ik snel door naar Maku naar een
bank. Daar wilden ze niet wisselen en verwezen me naar de naastgelegen bank die
echter net zijn deuren gesloten had aangezien het half één geweest was. Maku
uitgereden en buiten de stad mijn lunch gegeten toen ik mij ineens afvroeg welke
dag van de week het was. Dat bleek een donderdag te zijn, wat overeenkomt met
onze zaterdag. Dat hield dus in dat de banken vandaag niet meer open gingen en
ook morgen gesloten waren. En daar sta je dan zonder lokaal geld en met nog
benzine voor 100 km in de tank. Dus maar terug naar Maku en geld zwart gewisseld
bij een tapijtenhandelaar. Deze had ook drommels goed in de gaten hoe de vork in
de steel zat en wilde niet meer dan 7000 real voor een dollar geven. Dus heb ik
maar USD 20,- gewisseld om in ieder geval door het weekend te komen.
Nu ik tanken kon heb ik buiten Maku een benzinestation opgezocht maar deze
hadden geen benzine (meer), alleen diesel. 60 km verderop, in Mergen, was er wel
een tankstation met benzine al stond deze niet op de kaart aangegeven. Dat
haalde ik nog wel dus snel op weg. In Mergen echter was er geen tankstation te
bekennen en volgens de kaart was de volgende 35 kilometer verderop in
Karaziyaettin. Bij het verlaten van Mergen ging mijn lampje branden om aan te
geven dat ik op reserve reed. Dit was de eerste maal tijdens deze reis dat me
dat overkwam (behalve de keer dat ik in Ankara met de benzineleidingen aan de
gang was geweest). In Karaziyaettin was het benzinestation snel gevonden maar
ook deze had geen benzine (meer).
Gelukkig bleek in de plaats zelf een benzinestation te zijn die wel benzine had
en dat ik na enkele malen vragen vond. Het tanken in Iran moet je zelf doen,
iets dat ik sinds Rusland niet meer gedaan had. De literprijs is standaard
vastgesteld op 380 real wat, schrik niet, 11 Nederlandse centen zijn!!! Dat
houdt in dat ik m'n tank vol kan gooien voor nog geen 2 gulden. Tijdens het
tanken zat ik op de literteller te kijken toen men mij er op attendeerde dat de
benzine er uitliep. Er bleek geen veiligheidsstop op de slang te zitten. Toen ik
de slang uit de tank trok spoot de benzine werkelijk alle kanten op als een
fontein en zat ik er helemaal onder. De benzineklep maar dicht gedaan en mijn
gezicht eerst gewassen. Tijdens het rijden bleek deze gebeurtenis nog een
vervelend staartje te hebben: mijn GPS-houder brak af. Doordat de benzine
blijkbaar het kunststof verzwakte brak het af op de punten waar iets spanning op
stond. Iets waar, geloof ik, in de beschrijving wel voor gewaarschuwd was, maar
niet echt handig voor iets dat je op het stuur dient te monteren, en dus dicht
bij de tankdop zit. Met een stukje band heb ik de GPS op het stuur vastgezet en
de afgebroken stukken verzameld. In Urmiye heb ik in een lokaal restaurantje
waar absoluut niets te doen was (ik moest zelfs de eigenaar wakker maken)
gegeten en buiten Urmiye een zijstraat ingeslagen en overnacht in een weilandje
bij een lege loods.
De GPS-houder wordt weer in elkaar gelijmd |
De volgende ochtend (vrijdag 25 augustus) na het ontbijt eerst de GPS-houder
eens fatsoenlijk gelijmd met superlijm en als extra versteviging nog een
bundelbandje er omheen en de boel zit weer goed vast. Klaar om te vertrekken
(was inmiddels al 10 uur) toen er een pickup aan kwam. Deze was al meerdere
malen gepasseerd maar nu probeerden ze een geprek op gang te brengen wat niet
echt goed lukte. Uiteindelijk dook één van de beide mannen de naastgelegen
boomgaard in en kwam terug met een flinke tros druiven voor onderweg.
Doorgereden naar Mahabad waar ik de weg naar Bukan wilde hebben en de stad dus
in het zuiden verlaten moest. Toen ik de stad verliet nog even voor de zekerheid
vragen en werd ik terug verwezen naar het noorden hetgeen zich enkele malen
herhaalde. Ik wilde de kleine weg hebben en men verwees mij naar de hoofdweg.
Hierop besloot ik maar richting Serdest te reizen aangezien deze weg wel
aangegeven stond. Geen slechte keus want het was een heerlijk slingerende weg
door een heel interessant berglandschap. Vlak voor Serdest ging ik naar Bane
waar ik kaas wilde kopen wat uiteindelijk ook lukte maar eenvoudig was het niet.
Bij buitenkomst bleek mijn motor omringt te zijn met wel 40 Iraniërs. Snel
geparkeerde brommers en pickups blokkeerden de gehele rijbaan maar dat deerde
niemand aangezien 2 agenten ook gewoon stonden te kijken. Snel maar weer
vertrokken toen men enkele brommers weggehaald had. Vertrokken zonder de weg
naar Sute te vragen, bang als ik was om de verkeerde kant opgestuurd te worden.
Volgens de kaart moest ik de stad aan de zuidkant verlaten en op de splitsing
links aanhouden wat ik dus ook deed. 100% zekerheid dat ik op de goede weg zat
had ik niet aangezien de bewijzering alleen in het Farsi was. De weg liep een
vallei in die volgens mij geen uitgang had, maar die bleek er wel degelijk te
zijn: steil de heuvel op met haarpeldbochten. Boven op de heuvel werd de weg
onverhard en bleef dat ook. Dat hield in 55 kilometer off-road rijden, een
heerlijke belevenis. Door een schitterend landschap langs de Iraakse grens. Aan
het einde van de weg was een militaire controlepost die mijn paspoort wilde zien
maar absoluut niet wist wat hij er mee moest doen dus is hij maar ging bellen.
Een man uit een andere passerende auto heeft de militair toen uitgelegd dat hij
naar mijn Iraanse visum moest kijken en dat dat in orde was. Fijn, dan kon ik nu
doorrijden! Nee, blijf nog even wachten. Na enkele minuten kwam er een hoge
militair met 3 strepen op een klein brommertje aanrijden en moest ik mijn
paspoort weer laten zien. De militair snel mijn Iraanse visum laten zien en vol
trots uitleggen dat alles in orde was waarna ik kon doorrijden.
Ik wilde in Sute nog wat drinken halen maar toen duidelijk werd dat ik het dorp
gemist had heb ik mijn motor langs de (opgedroogde) rivier achter enkele bomen
gezet uit het zicht van de weg. Na een kwartier kwamen er van de andere kant 4
jonge kerels aanlopen die uitgebreid mijn motor kwamen bewonderen. Al meloen
etend (ook ik kreeg een meloen) werd een heel gesprek gevoerd met mij als
passief middelpunt. Uiteindelijk nodigde men mij uit om mee te gaan naar hun
dorp wat ik accepteerde. Terug door de rivierbedding de weg op waarna één van
hen achterop ging zitten en mij aanwijzingen gaf over de te volgen weg. Al snel
ging het omhoog over een smal pad en toen een scherpe bocht en vervolgens een
stuk over een dwars aflopend pad. Kortom ik kon mijn opgedane off-road
ervaringen goed benutten.
Bij een groot huis stopte ik en kon ik mijn motor op de binnenplaats zetten.
Schoenen uit en ik kon me direct opfrissen en een andere broek aantrekken en
vervolgens in de woonkamer plaatsnemen. Het is dus werkelijk zo dat je de
vrouwen bijna niet ziet. Nou ja, ze lopen wel snel langs, brengen eten en
drinken maar ze gaan er niet bij zitten. Vanuit de keuken krijgen ze wel alles
mee en spieken vaak even om de hoek. Ik had de indruk dat men het niet zo heel
nauw nam met de leefregels en men nog relatief makkelijk was. Allereerst volgde
er de nodige koppen thee en begon men heel voorzichtig een gesprek in het
Engels. Uit een zijkamer werden oude schoolboeken Engels opgedoken en zelfs mij
Arabisch op reis hielp nog. Farsi is wel een compleet andere taal dan het
Arabisch maar dit waren Koerden en hun taal heeft veel overeenkomsten met het
Arabisch. De kaart van Iran was een dankbaar gespreksonderwerp en werd uitvoerig
bestudeerd. Inmiddels waren de andere jongens (die moesten lopen) ook
gearriveerd werd het gezellig druk in het huis.
Onderweg naar Esfahan |
Het avondeten werd geserveerd (brood
met een mix van tomaten en ei met een warme kop melk), waarna als 'toetje' de
nodige hoeveelheden thee werd gedronken. Vooral de kaarten van Turkije en Irak
waren interessant en dan vooral de koerdische gebieden. Uiteindelijk bleek men
inmiddels in een zijkamer mijn bed opgemaakt te hebben en heb ik goed geslapen
tot diep in de volgende ochtend. Na het ontbijt maakte ik aanstalten om te
vertrekken maar dat was niet nodig. Nee, niet van hen maar wel voor mij
aangezien ik nu al 2 dagen in Iran was en nog niet echt opgeschoten was (maar
wel een hele mooie tijd had gehad). Tijdens het gesprek gisteravond was ook
duidelijk geworden dat mijn geplande route via Merivan naar Senendec nagenoeg
geheel onverhard was en dat was zo'n 200 kilometer. Ik besloot dus om vanuit
Sute naar Sonnete te rijden wat ook nog 50 kilometer onverhard was en dan over
de grote weg naar Senendec te reizen wat inderdaad wel veel sneller was maar
lang niet zo mooi. Van Senendec door naar Behteran (ook wel Kermanshah genoemd)
waar bij Tagh-é- Bostan enkele rotsbeeltenissen te zien moesten zijn. Snel
gevonden alleen moest ik 20.000 real betalen (Fl 6,-) maar het studententarief
bedroeg slechts de helft, alleen bleek ik "per ongeluk" mijn studentenkaart in
de motor te hebben laten liggen wat geen probleem was. De beeldhouwwerken vond
ik vies tegenvallen. 3 kleine nissen met fraai beeldhouwwerk was alles dat er te
zien was.
Snel verder naar Bisotun, 25 km verderop waar fraaiere beeltenissen te zien
zouden moeten zijn. Dat bleek niet helemaal het geval aangezien ze hier aan het
renoveren waren en alles afgedekt hadden. Verder de weg afgereden en in de buurt
van Sehne een zandpad ingeslagen waar ik een heel geschikt plekje vond naast een
oude opgedroogde waterput die iets verdiept in het landschap stond en ik dus van
alle kanten uit het zicht zat. Alleen een herder met een kudde schapen kwam nog
langs. Ook lag ik mooi uit de wind zodat ik heerlijk geslapen heb tot dat de
volgende ochtend de zon op mijn slaapzak scheen en het te warm werd. Ik ritste
mijn slaapzak open en gelijk kwam er weer een kudde schapen voorbij, ditmaal met
een klein kereltje. Hij joeg de kudde over de heuvel heen en bleef vervolgens
naar mij zitten kijken. Hij wilde zelfs een gesprek aanknopen maar hij bleek het
Nederlands niet machtig te zijn. Hij had blijkbaar ook niet in de gaten dat een
gesprek onmogelijk was en bleef maar vragen. Hem volledig negeren stopte wel
zijn vragen wel maar hij bleef kijken. Hij heeft mij alles zien opruimen, zien
eten, zien wassen al is hij tussentijds even weg geweest om zijn vriendje (ook
herder) op te halen. Ze zijn gebleven totdat ik vertrok.
Vandaag had ik een lange reisdag in de planning en wilde helemaal door naar
Esfahan rijden. Het werd een lange dag over drukke wegen die niet echt fraai
waren, maar het schoot wel op. En inderdaad was ik tegen 18 uur in Esfahan en na
enkele keren vragen vond ik mijn hotel waar men geen gedeelde kamer meer had en
ik voor 40.000 real (Fl 12,-) een tweepersoonskamer moest nemen. Terwijl ik mijn
bagage van de motor voor het hotel aan het afladen ben draait er een andere
motorfiets de stoep op met 2 Nederlanders, Manus en Yumi die, op een Yamaha
Super Ténéré, ook een lange rit achter de rug hebben vanuit Bam (en dus op de
terugweg zijn). Nadat de motoren afgeladen zijn rijden we over de stoep naar de
bewaakte parkeerplaats. Aangezien Manus hier reeds bekend was reed hij voorop en
ik volgde. Toen gebeurde er weer zoiets wat je alleen maar in dit soort landen
kan overkomen. Een Iraniër die ons tegemoet kwam lopen keek de motor van Manus
na terwijl hij passeerde en liep zo 'kats' tegen mijn motorfiets op. Resultaat:
linker knipperlicht voor ook afgebroken. Dus ook hier maar weer tape omheen
gedraaid.
We besloten een driepersoonskamer te nemen waardoor ik de helft van mijn geld
weer terugkreeg. Zij waren reeds 5.5 maand onderweg en wilden ook naar Australië
maar besloten in India weer terug naar Nederland te rijden. Hierdoor hadden ze
best wel interessante adresjes voor mij van goede hotels en motorzaken in
Pakistan en India. Belangrijker nu echter was dat ze op de heenweg ook reeds in
Esfahan geweest waren en dus precies wisten waar je lekker kon eten e.d. Ik heb
van hun kennis dan ook goed gebruik gemaakt door samen heerlijk te gaan eten
voor nog geen 4 gulden.
De volgende dag hebben we niet veel gedaan lang uitgeslapen, goed gegeten en een
beetje door de stad gedwaald en vooral veel gezeten. Heerlijk een dagje niets
doen. Iran is verbazend goedkoop. Niet alleen de benzine maar eigenlijk alles.
De USD 20,- die ik de eerste dag, tegen een slechte koers gewisseld heb, is nog
steeds niet op. Van mijn plan om DM 100,- te wisselen zie ik maar af want het is
twijfelachtig of ik dat geld dan op krijg. Al zijn er nog wel toeristische
attracties die ik nog bezoeken wil en daar weten ze goed het geld van je af te
troggelen. 's Avonds zijn we in een kiprestaurant wezen eten (ook weer voor een
habbekrats) en terug in het hotel hebben we nog lang liggen kletsen voordat het
licht uitging.
Een imposante brug over een armetierig riviertje |
De volgende dag wilde ik Esfahan bekijken en ben er te voet op uitgetrokken.
Eerst in het zelfde restaurant gebruncht en doorgelopen naar de rivier om de
bruggen te bekijken. Alhoewel de rivier zo goed als droog stond ware de bruggen
wel leuk om te zien maar in de zon was het best wel warm. Aan de overzijde van
de rivier was een park waar ik me in de schaduw onder een boom neergelegd heb en
lekker even geslapen. De terugweg voerde me over het Emam Khomeini plein. De
moskee heb ik niet bezichtigd want ik was best wel moe en ben door naar het
hotel gelopen en heb de rest van de dag lekker op de binnenplaats gezeten en
gekletst. 's Avonds samen met enkele japanners naar een restaurant waar vooral
de salade heerlijk was.
Woensdag 30 augustus was de laatste dag van mijn Iraans visum, dus was het tijd
om mijn visum te verlengen. Ook Manus en Yumi gingen mee al hadden ze nog 1 dag
extra. Verder kwamen we onderweg nog een Argentijn tegen die ze in Bam ook al
getroffen had en met z'n vieren togen we maar Emam Khomeini plein waar volgens
mijn LP het politiebureau zou zijn. Dat polititebureau was er ook wel maar geen
visa verlenging hier. Het bleek verplaatst te zijn naar ergens ver in het zuiden
van Esfahan. We moesten dus een taxi nemen. Een agent (geloof ik) liep met ons
mee en hield een taxi aan en vertelde waar we heen moesten en hij bleek de
chauffeur ook al te betalen!!! En van geld terugkrijgen wilde hij absoluut niets
weten. Bij het visa extensiekantoor bleek de gang van zaken niet te moeilijk te
zijn: een copy van je paspoort en Iraans visum laten maken en dan met 1 foto en
12.500 real (Fl 4,-). We kregen twee formulieren mee om in te vullen en dan de
zaken weer in te leveren. Een verlenging voor 7 dagen aangevraagd en dan maar
afwachten of we dat ook kregen, want ze kunnen alles afgeven. Na een half uur
wachten kregen we ons paspoort terug en allemaal met de gevraagde lengte. Twee
engelsen kregen zelfs een 5 weken verlenging (al zou ik niet weten hoe ik zo
lang in Iran zou moeten doen). Met de taxi weer terug al wilde de eerste taxi de
dubbele prjs hebben. De tweede taxi ging wel akkoord met de 5000 real en we
werden naar het hotel teruggebracht. In de buurt een hamburger genomen en lekker
weer op de binnenplaats gezeten en lekker met andere reizigers gekletst en
allerlei informatie uitgewisseld.
Ik was lang de enige niet die onderweg was per motor |
Tegen de avond arriveerde er wederom een motorfiets bij het hotel. Dit keer een
Sloveens stel op een Aprilia Pegaso die ook naar Australië reisden alleen in een
veel hoger tempo dan ik. Op weg van het hotel naar de parkeerplaats slalomt de
Sloveen tussen enkele paaltjes door, rijdt daarbij over enkele
electriciteitsdraden en glijdt weg. Zijn gloednieuwe Aprillia ligt op de grond
echter zonder beschadigd te zijn. Na het eten zitten we buiten voor een
snack-winkel nog één (of twee) bananeshakes te drinken als er twee motorrijders
pal voor ons stoppen om zich op de kaart te oriënteren. Het blijken twee
Tsjechen uit Praag te zijn die ook naar ons hotel op zoek zijn. Ook zij rijden
naar de bewaakte parkeerplaats waar één van hen een paaltje raakt en zijn balans
verliest en ondersteboven in de struiken ligt. Wat is er met deze parkeerplaats
aan de hand dat dit de derde motor al is die schade oploopt! Zij zijn op weg
naar Pakistan en, indien ze tijd over hebben, India.
Donderdag 31 augustus had ik gedacht te vertrekken maar besloot alsnog een dag
te blijven. Niet dat ik nog veel te doen had, ik heb eigenlijk helemaal niets
gedaan. In de ochtend kwamen er enkele Iraanse studenten de binnenplaats op met
de vraag of ze ons enkele vragen mochten stellen. Het begon heel formeel maar
het eindigde met enkele heel interessante gesprekken. Na anderhalf uur echter
moesten ze vertrekken aangezien ze van de hotelstaf slechts één uur gekregen
hadden om met ons te praten. Laat in de middag ben ik met Yumi weer naar het
Imam-plein geweest waar het beredruk was met allerlei gezinnen aangezien het
hier weekend was. Daar werden we aangesproken door 2 vrouwelijke stuendenten die
niet te veel de Engelse taal machtig waren waardoor het gesprek niet echt soepel
verlep. Dit was de eerste keer dat het mij overkwam dat ik door Iraanse vrouwen
op straat aangesproken werd en zeker alleen maar omdat ik samen met een vrouw
liep.
Ook deze middag arriveerde er weer een motorfiets. Dit keer een Engels stel op
een BMW R100GS (de voorganger van mijn motor) en ook zij zijn onderweg naar
Australië. Hen kom ik waarschijnllijk nog wel vaker tegen aangezien zij ook alle
tijd hebben (2 jaar) en dus in een rustig tempo kunnen reizen. Denk je alleen in
een hotel te zitten en blijken er uiteindelijk 6 motorfietsen op de
parkeerplaats te staan. Al ben ik wel de enige die alleen reist, de rest rijdt
allemaal met z'n tweeën op één of twee motorfiets(en). In de middag hebben we
nog geprobeerd de eigenaar van het hotel met zijn computer te helpen. Hij had
namelijk het probleem dat een bepaalde internetsite de tekst in het farsi niet
leesbaar weergaf. Dit probleem hebben we (een Oostenrijker en ik) niet op kunnen
lossen. Wel kon ik, nu ik ook de beschikking had over de Windows 98 CD-ROM,
hyperterminal installeren. Dit programma heb ik nodig om files tussen mijn Psion
en een PC kunnen te verzenden. Het bleek namelijk dat dit bij een standaard
Windowsinstallatie niet geïnstalleerd wordt en ik op deze PC's geen verslagen
kan versturen. Nu dus wel op deze PC en tevens heb ik de benodigde files op
floppy gezet zodat ik nu elke willekeurige PC gebruiken kan. 's Avonds dus mijn
verslag een beetje afgerond zodat ik deze morgen versturen kan.
Met een verlengd visum kan ik nog 6
dagen in Iran blijven. Morgen wil ik hier vertrekken richting Shiraz om daarna
via Bam naar Pakistan te rijden om vervolgens zo snel mogelijk naar het noorden
van Pakistan te gaan. Iets waar ik enorm naar uitzie.