Reisverslag 08 Esfahan (Iran, 01-09-2000) t/m Islamabad
(Pakistan, 14-09-2000)
Vrijdag 1 september zou ik dan na 5
dagen Esfahan verlaten. Niet dat ik heel erg veel van de stad gezien heb want we
zaten met een heel gezellige groep in het Amir Kabir hotel. Wat vooral heel fijn
was aan dit hotel was dat je ongestoord op de binnenplaats kon relaxen waardoor
de dagen voorbij vlogen. Maar er komt een tijd dat je weer verder moet en dat
was dus vandaag. Niet dat ik vroeg vertrok, want ik had nog het nodige te doen.
Allereerst wilde ik mijn reisverslag versturen nadat ik de dag ervoor de PC in
het hotel aangepast had en dat ging zonder problemen. 42k, wel een beetje lang
maar het hoeft ook allemaal niet ineens gelezen te worden. Dagen later ontdekte
ik echter dat ik de floppy met het communicatieprogramma in de PC heb laten
zitten zodat ik nu het programma weer opnieuw moet gaan vinden en kopiëren. Stom
hè? In ieder geval weet ik nu hoe ik het moet oplossen en als julie dit verslag
lezen is het probleem dus al opgelost. Verder nog een laatste douche genomen en
na nog een hamburger als vroege lunch gehad te hebben heb ik de motor voor het
hotel gezet en bepakt. Ik was volgens de eigenaar wel laat want hij had namelijk
al gasten wachten voor de kamer. Manus en Yumi waren eerder die ochtend al
vertrokken. Ook het Sloveense stel en de Tsjechen waren reeds vertrokken.
Mijn reisdoel was Shiraz maar aangezien de route volgens Manus heel saai moest
zijn besloot ik een alternatieve route door de bergen te nemen. Deze weg was
best wel mooi maar schoot veel minder op zodat ik Shiraz niet haalde en 60 km
eerder mijn kamp (ik wilde tent zeggen maar dat klopt niet aangezien ik nu
altijd in de open lucht slaap bij de motor) opsloeg achter een ommuring op een
stuk braak land. Wel dicht bij een dorp maar gelukkig uit het zicht zodat
niemand mij gestoord heeft. Altijd komen de mensen op je af met "Hello mister,
what's your name?" en "Where you from?" Dan kun je daar wel serieus op
antwoorden maar het gesprek is dan toch afgelopen aangezien ze niet meer Engels
kennen. Blijkbaar komt het niet in hun hoofd op om dan maar helemaal niet aan
een 'gesprek' te beginnen. Trouwens, dit geldt niet alleen voor Iraniërs maar
voor eigenlijk alle landen die ik tot nu toe bezocht heb.
Imposante beelden in Persepolis |
'Stand like an Egyptian'? |
Shiraz was eigenlijk mijn doel niet maar 60 km daar vandaan lag Persepolis (of
Perspolice zoals op de borden stond), een oud paleiscomplex gebouwd rond 500 VC
waar weinig meer van over was aangezien Alexander de Grote (die naam kom ik nog
vaker op mijn reis tegen) het met de grond gelijk gemaakt had. Er was niet
bijster veel te zien behalve enkele hoge pilaren en versieringen langs de muren
die wel leuk waren. Het museum stelde absoluut niets voor zodat ik er niet al te
lang gebleven ben. Het was de toegangsprijs van IRR 50.000,- (NLG 17,-) niet
waard. Shiraz moest wel een aardige plaats zijn maar ik besloot toch om er
alleen doorheen te rijden aangezien ik lang in Esfahan was blijven hangen en ik
nog een dag in Bam door wilde brengen. De trip van Shiraz naar Bam is een hele
lange, zo'n 800 km, dus besloot ik om er alvast een stukje van af te knabbelen
en morgen de rest te doen. Het was een aardig stuk weg slingerend door de
heuvels met zicht op twee zoutmeren, geen zoutvlakten waar je overheen kon
rijden zoals in Bolivia maar met nog water eronder. Het winnen van het zout
wordt dan wel een smerige bedoening maar het loont blijkbaar wel. In Esteban heb
ik twee hamburgers gehad die op een Iraanse manier geserveerd werden.
Kreeg je in Esfahan een 'normale' hamburger, hier werd het gebraden vlees samen
met wat groenten opgerold in een plak brood (dat hier er uit ziet als een
pannekoek). Dezelfde manier waarop de kebabs in het Midden-Oosten geserveerd
worden. Vlak voor Neyriz heb ik in een boomgaard (van wat weet ik niet)
overnacht aangezien ik er een kleine schuilhut zag staan, zoals overal hier, en
er in het heuvelachtige gebied niet veel overnachtingsmogelijkheden waren. De
bedoeling was eerst om achter de hut te gaan staan maar de vloer van de hut had
zulk mooi vlak beton dat ik besloot er maar in te rijden. Ik kon net naast m'n
motor slapen en toch volop genieten van de sterrenhemel.
Het vervolg naar Bam was saai, lange rechte wegen in een eentonig landschap
waarin niet veel afwisseling was. De wegen waren echter uitstekend met weinig
verkeer zodat je flink op kon schieten. Na Sirjan stond er een bord 'Bam 380,
Zahedan 710 km' en dat geeft je een goed beeld van de afstanden in dit deel van
Iran. Toch was het niet echt bloedheet om te rijden aangezien de woestijn op
zo'n 2000 meter ligt en het er dus altijd iets koeler is. Na Kerman echter
daalde de weg langzaam en werd het ook steeds heter. Gelukkig had ik tegen vier
uur echter Bam bereikt, maar het gewenste hotel was niet eenvoudig te vinden,
maar vragen aan taxichauffeurs werkt altijd.
Akbar's guesthouse (op aanraden van Manus) was een hele relaxte plaats waar de
motor op de binnenplaats geparkeerd kon worden en ik de enige gast bleek te
zijn. Akbar zelf was niet echt spraakzaam aangezien vanochtend zijn laatste 5
tanden/kiezen getrokken waren en hij liep dan ook voornamelijk te ijsberen over
de binnenplaats van pijn. Akbar vroeg of ik met hun mee at. "Wat eten we dan?",
vroeg ik. "Weet ik niet, afhankelijk van wat mijn vrouw bereidt" was het
antwoord. Elke dag bereid zijn vrouw 'normale' Iraanse maaltijden die dan buiten
op de binnenplaats op het uitgerolde tapijt genuttigd worden. Akbar at vandaag,
om begrijpelijke redenen niet mee, zodat ik alleen met zijn zoon at.
Bam: een complete stad opgetrokken uit modder |
De avond werd gebruikt om te rusten en dadels te eten die op de binnenplaats
groeien. Eigenlijk overal in Bam, het staat bekend om zijn dadels. De volgende
ochtend heb ik gebruikt om de was te doen en de linkerkoffer schoon te maken
aangezien de fles met vloeibaar wasmiddel iets was gaan lekken. 's Middags de
citadel bezocht, een complete stad gebouwd uit modder (vermengt met stro). Heel
overweldigend als je er binnenkomt. Deels zijn de gebouwen gerestaureerd en
ondanks de hitte van de zon was het volop genieten van het uitzicht over de stad
steeds vanaf een andere lokatie. De stad was bijna compleet verlaten er waren
zelfs bijna geen toeristen (het was ook wel heel heet zo midden in de middag)
maar voor mij was het genieten.
's Middags was er een oude volkswagenbus
bij het hotel aangekomen uit Zahedan met een Fransman die zich niet lekker
voelde en twee Engelse studenten die met hem meereisden. Speciaal voor het
avondeten kwam er nog een Duits stel langs dat gehoord had dat je hier goed kon
eten. Ze waren per fiets onderweg naar Pakistan maar hadden in Iran nog niet al
te veel gefietst vanwege de grote afstanden en het hete weer. Morgen gingen ze
per bus (fietsen op het dak) naar Zahedan en hoopten dan per trein naar Quetta
te kunnen doorreizen. Al met al dus veel gezelliger dan de dag ervoor al werd
het niet laat want allemaal wilden we de volgende dag vroeg verder. Ik naar de
Pakistaanse grens en het busje naar Kerman.
Naast de stad lag een oase |
Het busje vertrok al om 6 uur en daardoor was ik ook op tijd op. In Bam nog
brood en tomaten gekocht en na getankt te hebben heb ik langs de weg ontbeten.
Zo, nu was ik klaar voor de lange reis door de hete woestijn naar de grens. Het
gas er flink op maar net buiten Bam was er een politiecontrole. Daar werd naar
mijn paspoort gevraagd en deze werd naar een kantoor gebracht en de agent kwam
zonder paspoort terug en gebaarde dat ik de motor aan de kant moest zetten en
ging het overige verkeer controleren. Ik dus naar het kantoortje waar helemaal
niets met mijn paspoort gebeurde en dus vroeg ik om uitleg. Het bleek dat ik een
uur wachten moest op een politie-escorte want de weg was te gevaarlijk. Raar,
want helemaal niemand die ik onderweg tegen gekomen was had iets over een
escorte gezegd (pas toen ik in Quetta was kreeg ik een e-mail van Wytze dat ook
zij een escorte gehad hadden, maar dat bleek slechts voor 1 km te zijn waarna ze
alleen verder konden; een wassen neus dus) . Maar aangezien je geen keus hebt
wacht je maar, wel balend want je moet nog zo'n eind reizen. Heb maar spelletjes
op de palmtop gespeeld.
Na 3 kwartier kreeg ik mijn paspoort
terug en kon gaan. "Waar is de escorte dan?", vroeg ik. "Nee, geen escorte!",
zei de agent. Woedend was ik, men had gewoon met me zitten spelen. Ik stoof het
kantoortje in en vroeg om een verklaring. De hoogste agent (de enige met
sterren) kon nu ineens geen Engels meer en negeerde mij tirade. Ik liep weer
naar buiten. Het enige dat ik nog kon doen om mijn woede te uiten was om de deur
hard dicht te gooien wat ik dan ook deed. Het onvoorziene gevolg was echter dat
alle ruiten er uit vielen en op de grond uiteen spatten. "Oeps, dat was niet
zo'n hele slimme zet Martin", dacht ik bij mezelf en liep door naar de motor en
haalde hem van het alarm af maar kon mijn contactsleutel nergens vinden. Net nu
je snel weg wilt ben je je contactsleutel kwijt. In Nederland zou men reageren
in de trant van: "Zeg jongeman, kom jij eens eventjes terug" en hier was dat als
niet anders. Ik ben dan ook teruggelopen, al was dat meer om te kijken of men
mijn contactsleutel niet uit het slot genomen had, maar in het kantoor zag ik
ook de sleutel niet. Wel begon de '3 strepen'-agent zittende tegenover de baas
tegen me tekeer te gaan, maar aangezien hij dat in het Farsi deed en donders
goed wist dat ik dat niet verstond heb ik me omgedraaid en ben weer naar de
motor gelopen en zag daar mijn sleutel op de grond liggen. Snel de motor gestart
en weggereden.
Dat ze niet achter me aan kwamen werd als snel duidelijk. Veel waarschijnlijker
was het dat men over de radio om mijn aanhouding had verzocht aangezien ze exact
wisten waar ik heen zou rijden. Maar ik was nu eenmaal weggereden en kon daar
niets meer aan veranderen en bovendien wilde ik dan wel eens horen hoe ze
uitlegden dat ze me 3 kwartier voor niets hadden laten wachten. De eerste 2
controleposten kon ik zo doorrijden omdat er niemand aan de weg stond, maar bij
de 3e moest ik stoppen. Ik besloot net te doen alsof er niets aan de hand was.
Het was gelukkig een militaire- en geen politie-controlepost maar toen er
militairen uit een kantoortje op mij toe kwamen lopen kneep ik hem wel, maar men
had alleen belangstelling voor mijn motor. Toen de militair over een escorte
begon heb ik dit beleefd geweigerd. Bij de 4e controlepost moest ik weer stoppen
en vroeg men mij naar mijn paspoort en liep er een kantoortje mee in en na een
minuut kreeg ik het terug en kon verder rijden. De laatste mogelijkheid was aan
de grens maar ik wist bijna wel zeker dat de zaak met een sisser zou aflopen.
Alhoewel ik onderweg wel een militaire pickup tegen kwam waar achterop een enorm
machinegeweer stond die alle afwateringsbuizen onder de weg door aan het
controleren was.
Bij grens werd ik hartelijk ontvangen. Mijn Carnet werd op 3 verschillende
plekken in een enorm boek geschreven maar elke keer was men één en al
vriendelijkheid en bood men mij een stoel aan. De paspoortcontrole was ik ook zo
doorheen en voor ik het wist reed ik Pakistan binnen. De paspoortcontrole duurde
even maar ik mocht er bij gaan zitten. De douane had ernaast een klein gebouw
voor het doorzoeken van bagage. Het inschrijven van een Carnet diende elders te
gebeuren, aan de andere zijde van Taftan en dus reed ik naast de douanier die
naar het kantoor liep met mijn paspoort in zijn hand. Onderweg ben ik gestopt om
geld te wisselen tegen een acceptabele koers (de laatste koers had ik ook van
Manus doorgekregen) en haalde de douanier in. In het gebouw moest ik even
wachten op degene die de inschrijving zou doen maar ik kon gaan zitten en kreeg
zelfs een glas water aangereikt. De hele inschrijving duurde nog geen 10 minuten
en ik was door alle grensformaliteiten heen.
Inmiddels was het wel reeds half 5 geweest zodat ik in het enige hotel in Taftan
wilde overnachten en dat bleek pal naast het douanekantoor te liggen. Ook hier
was ik weer de enige gast en heb er gegeten en geslapen. Aan het plafond had men
mooie grote ventilatoren hangen, maar helaas was er geen stroom zodat ik een
petroleumlamp mee kreeg voor op de slaapkamer. Echt lekker leeslicht geeft dit
niet zodat ik vroeg ben gaan slapen, morgen wachtte me een hele lange reisdag
naar Quetta.
Ondanks het feit dat de ventilatoren niet draaiden konden de ramen wel tegen
elkaar open gezet worden en waaide het toch nog een beetje door de kamer. Op
zulke momenten ga je het kamperen in de openlucht wel waarderen maar ja, het
gebied is een beetje te onveilig om dat te doen. Gevolg was wel dat ik de
volgende ochtend zeer vroeg wakker werd door hanengekraai maar dat vond ik niet
erg; hoe eerder ik weg was hoe beter. Na het ontbijt vertrok ik, en na een
controlepost net buiten Taftan stond een steen met 'Quetta 610 km' en dan weet
je dat je nog een lange weg te gaan hebt. De weg was redelijk en nagenoeg
verlaten dus het gas kon er op. Niet te veel want af toe kwam je vervelende
hobbels tegen. Een ander probleem was de zandstorm. Een harde wind kwam vanuit
het noorden pal de weg over waaien wat moeilijk rijden is. Daarbij bleken mijn
enkels en hals onbedekt te zijn en werden dus gezandstraald. Nu bleef gelukkig
het meeste zand laag over de grond waaien maar lekker rijden was het niet.
Ondanks het rijden met het vizier volledig gesloten kreeg ik toch nog iets zand
in de mond. Contactlenzen blijken dan ook niet een voordeel te zijn, maar het
viel allemaal mee.
Na 140 km werd Nukkundi bereikt en moest er getankt worden. Niet dat de tank
leeg was maar de volgende plaats, Dalbandin, lag 230 km verderop. Het
benzinestation bleek gesloten te zijn aangezien er zoveel goedkope benzine uit
Iran gesmokkeld wordt dat niemand de dure Pakistaanse benzine koopt. Dit bleek
zo te zijn totaan Quetta. Gevolg is wel dat er uit jerrycans getankt wordt en
dus heb ik een 10 liter-can in de tank gegooid en kon verder reizen. Tijdens het
tanken kwamen me 2 motorrijders tegemoet maar die hebben me niet gezien. Later
bleken dat 2 Denen geweest te zijn (nagekeken in de boeken bij de
controleposten).
De weg naar Dalbandin was een perfecte weg met nieuw glad asfalt dus de
gemiddelde snelheid liep behoorlijk op. Wel oppassen voor de nagenoeg
onzichtbare verkeersdrempels vlak voor en na een spoorwegovergang. De eerste
keer stuiterde ik er veel te hard overheen en kon me toen pas de waarschuwing
van Manus herinneren. In Dalbandin weer langs de weg getankt, dit maal met oude
verfblikken die niet lekker schonken waardoor het een kliederboel werd. Zo
raakte mijn waterfles onder de benzine. Op zich niet erg maar elke keer als ik
er nu van drink ruik ik een sterke benzinelucht. Maar met deze tank moest ik
Quetta kunnen halen. Het landschap was heel saai met één grote vlakte van zand
en steen met in de verte bergen zichtbaar. Pas na Nushki begon de weg te klimmen
maar dan is Quetta nog maar 150 km verwijderd. De weg werd wel smaller en ook
drukker en dan is het duidelijk een nadeel dat je een 'kleine' motorfiets hebt.
Tegen de grote vrachtauto's en bussen leg je het af op de smalle wegen en duik
je wel de berm in. Dit houdt in altijd flink afremmen en over de rand van de weg
gaan rijden en indien nodig de berm in kunnen duiken.
Van het beladen van een vrachtauto lijken de Pakistani's geen kaas gegeten te
hebben: een vrachtauto helemaal vol met stenen laden is niet goed voor de
vrachtauto, je acceleratie en remweg worden flink verlengd maar je kunt ermee
blijven rijden. Maar dat je dan toch probeert een flinke helling over te komen
is wel heel dom. Toch schijnt dit zeer regelmatig te gebeuren aangezien aan
beide zijde van de helling traktoren langs de weg staan die je kunnen helpen met
het omhoog slepen van de vrachtauto. Voor me lukte zelfs dat niet (de traktor
slipte met z'n achterwielen over het asfalt). Je moet er verder niet aan denken
hoe zo'n vrachtauto weer naar beneden rijdt als hij de top gepasseerd is.
In Quetta kon je goedkoop kamperen in de tuin van het Lourdes Hotel. Voor Rp.
80,- (NLG 4,-) per nacht kun je daar niets van zeggen. Maar dat ik voor de motor
Rp. 150,- moest betalen kon er bij mij niet in. Daar over kwam dan ook nog 15%
belasting. Dan was het goedkoper om voor Rp. 250,- een kamer te nemen in het
Hotel Bloom Star wat ik dus ook gedaan heb. Ik was helemaal uitgeblust die avond
en heb weinig meer gedaan. Voor het avondeten ben ik de straat op gegaan en heb
lokaal eten gegeten wat mij reuze goed smaakte en ben vervolgens snel gaan
slapen.
De volgende dag (vandaag) was een rustdag, deels om bij te komen maar vooral om
de komende route globaal uit te zetten. Ik was vanuit Iran gekomen zonder ook
maar iets van Pakistan doorgenomen te hebben. Nu is dat niet erg (gebeurde me
bijna bij elke grensovergang) maar dan heb je zo'n rustdag wel nodig. Ook
moesten er nog verschillende zaken gekocht worden, zoals een redelijke kaart,
want in Taftan had men alleen een kaart in het Urdu (de lokale taal hier, met
een arabisch schrift). Ook moest ik nog geld wisselen. In de loop van de ochtend
naar het tourist office geweest maar daar had men geen kaart, die moest in de
boekwinkel gekocht worden wat inderdaad geen probleem was.
Banken bleken geen geld te wisselen zodat ik bij een lokale geldwisselaar
uitkwam en tegen een goede koers mijn laatste DEM 200,- kon wisselen die ik voor
Rusland meegenomen had (maar ook daar waren ze niet vies van Amerikaanse
dollars). Bleek dat deze kerel ook Internet had. 'Met een communicatie
programma?'. Dat wist hij niet maar toevallig was de jongen die de PC
geïnstalleerd had in de zaak en bij controle bleek dat niet het geval te zijn.
Wel had hij een Windows CD en heeft daarmee het communicatieprogramma alsnog
geïnstalleerd zodat ik straks mijn verslag alsnog kon versturen. Die vlieger
bleek echter niet helemaal op te gaan want terug bij de computer bleek dat de
verbinding nog opgebouwd moest worden en dat was niet gemakkelijk, vaak was de
lijn reeds bezet maar nog vaker werd er helemaal niet opgenomen. Ik heb er
echter 2 floppies gekocht en ben begonnen om het geïnstalleerde
communicatieprogramma te kopiëren (nu met een backup) en heb de files van de
palmtop op floppy gezet. Net toen ik wilde vetrekken kreeg men verbinding en kon
ik beginnen. Snel een teken van leven versturen naar huis (en melden dat ik in
Pakistan zat) en de binnengekomen post binnenhalen. Toen ik echter het verslag
versturen wilde was de verbinding verbroken en kreeg men geen verbinding meer en
ben ik maar vertrokken. Terug in het hotel heb ik rustig de post kunnen lezen.
Het leukste bericht was van Wytze die schreef over een mogelijke escorte bij
Bam. Dat bericht had ik dus in Estafan moeten hebben gelezen, dan waren er
waarschijnlijk geen ruiten gesneuveld.
De rest van de middag doorgebracht met allerlei kleinigheden die nog gedaan
moesten worden en die ik nu rustig kon doen zonder dat er direct 50 mensen om me
heen komen staan. Die avond weer in hetzelfe eettentje langs de straat gegeten
toen ineens de stroom uit viel. Dat schijnt hier regelmatig te gebeuren
aangezien men zonder problemen op gaslampen overschakelde die her en der reeds
aan de muur hingen. Ik vind Pakistan tot op heden een heerlijk land, de mensen
zie je echt werken (al dan niet efficiënt) en toch is men heel relaxd en
vriendelijk. Ook is men heel nieuwsgierig en dat is vaak een nadeel voor mij.
Gelukkig zijn er meer mensen die aardig Engels spreken en kun je je
gemakkelijker verstaanbaar maken. Het "Hello Mister" ed. negeer ik nu geruime
tijd en dat bevalt me goed. Vrijdag 8 september was het tijd om verder te
reizen. Dus op tijd opgestaan en de motor bepakt. Tijdens het pakken zie ik
ineens een bekende auto (Toyota Landcruiser) op de binnenplaats staan. Het zijn
de beide Duitsers die in Esfahan ook in hetzelfde hotel zaten als ik. Ik heb nog
zachtjes op hun deur geklopt maar kreeg geen reactie. Ze moeten gisteravond laat
aangekomen zijn en nog slapen en dus heb ik maar een briefje achter de
ruitenwisser geduwd, we zullen elkaar nog wel vaker tegenkomen. Na nog wat brood
gekocht te hebben ben ik vertrokken. Eerst moest ik tanken en het tankstation
was slecht 50 meter verderop alleen moest ik tegen het verkeer in wat geen
probleem is zolang je maar veel je claxon gebruikt.
Quetta uitkomen was geen probleem. Daarbuiten bleken alle borden alleen in het
Urdu te zijn waar ik dus niets van kon maken. Gelukkig zijn alle doorgaande
wegen genummerd met een N-nummer (zoals in Nederland), niet dat ik de nummers
weet maar ik weet dan wel dat het een doorgaande weg is. Welke dat kun je wel
van de kaart aflezen. Het verkeer is wel even wennen, in de dorpen lopen de
mensen overal en moet je goed uitkijken (en dan mis je wel eens een
richtingsbord), de wegen zijn heel wisselend. Alles tussen een perfecte
asfaltweg en een onverharde weg met flinke gaten is aanwezig. Erger is dat deze
elkaar in een moordend tempo af kunnen wisselen. Nooit weet je hoe de weg er
achter de komende bocht uitziet en ik heb dan ook enkele flinke stuiters gemaakt
(zonder te vallen hoor!).
Verder zijn de wegen vaak heel smal, een motorrijder kan vaak net een
vrachtwagen passeren mits de tegenligger ook aan de rand gaat rijden en daar
wringt nu net de schoen. Vaak gaan ze gewoon niet aan de kant en dus moet je de
berm in duiken. Vaak is er aan beide zijden van de weg minimaal een halve meter
onverharde "uitwijkstrook" die ik dan ook menig keer benut heb. Dus bij elke
tegenligger moet je zo ver afremmen dat je met een verantwoorde snelheid de berm
in kunt duiken. Erger dan de vrachtuto's zijn de personenauto's en pickups, die
passeren kan gemakkelijk maar soms gaan ook zij niet aan de kant en dan komt de
noodzakelijke uitwijkmaneouvre zeer onverwacht. Dus wel geleerd dat je je tempo
hier toch echt aan de weg en het verkeer moet aanpassen. Hierdoor kun je bijna
niet plannen waar je 's avonds uitkomt maar dat geeft ook niets.
Op één van deze bedden heb ik 's nachts buiten geslapen |
De weg tot aan Ziarat was redelijk, maar daarna was het onverhard tot Sanjawi.
Na Sanjawi werd de weg heel wisselvallig en heb ik tijd nodig gehad mijn
rijstijl aan te passen. Mijn plan om D.G. Khan te bereiken bleek al snel veel te
hoog gegrepen en toen de lucht na Mekthar helemaal donker werd en het zelfs
begon te regenen (voor het eerst sinds lang tijd; voor mij alsmede ook voor de
lokale bevolking) ben ik snel doorgerden naar het dorpje Kajoori (dat zelfs niet
op mijn kaart stond) en gescholen in een klein restaurant (ook voornamelijk van
modder gemaakt) waar ik zeer welkom was en men blij was dat ik bleef overnachten
en niet na de bui verder reed. Men is wel nieuwsgierig maar niet opdringerig en
reuze vriendelijk. Lokale stamleden komen hier binnen met een geweer over de
schouder en even later heb je Pakistaanse militairen naast je staan. Men vraagt
zelfs of je een foto van ze wil maken alleen dachten de stamleden dat het een
poloroid was die ze mee konden nemen. Helaas voor ze, en ik kon ze niet
duidelijk maken dat ze een afdruk kregen als ze hun adres opschreven. Alleen hun
naam in Urdu schreven ze op.
Lokale stamleden zagen er gevaarlijker dan ze waren |
Het restaurant blijkt een voornamelijk een truckstop te zijn. Trucks stoppen
hier om te eten (buiten op een matje) maar er staat ook een compressor zodat men
zelf de lekke banden kan plakken. Kortom het is er best wel gezellig. Lekker
zitten kijken naar de fraai versierde trucks en hen verdere doen en laten
observerend (ik ook door hen, vooral als ik met de palmtop bezig ben). Eén van
de tuckers kan redelijk Engels en komt uit Islamabad en is onderweg naar Quetta
om daar een lading appels op te halen. Overnachten deed ik op een bed buiten
neergezet naast mijn motor. De bodem is van gedraaid touw dat vrij grof
gevlochten is maar dat (als je je slaapzak er onder legt) wel goed ligt. Die
nacht goed geslapen alleen bleken de trucks de gehele nacht door te rijden en
dus ook bij het restaurant te stoppen zodat ik vaak even wakker werd.
De volgende ochtend werd ik om 6 uur, toen het licht werd, gewekt. Men is
duidelijk aan truckers gewend en niet aan toeristen die langer doorslapen. Ik
was er echter niet rauwig om aangezien ik een lange dag te gaan had richting
Islamabad. Waar ik precies eindigen zou dat had ik nu wel afgeleerd om vooraf te
bepalen. Toen ik Punjab binnenreed ging de weg gelijk omhoog naar Fort Munro.
Langs de weg waren de militairen schietoefeningen aan het doen maar die moesten
onderbroken worden aangezien een koe dwars over de schietbaan wilde lopen. Nadat
de koe verjaagd was kon men weer verder schieten.
Na Fort Munro gaat de weg steil omlaag een vallei in met schitterende uitzichten
en haarspeldbochten. Ik kwam nu duidelijk in een vallei waar verschillende
rivieren, waaronder de Indus, doorheen stroomden. Nadeel was dat het er veel
vruchtbaarder was en dus veel meer mensen woonden en het er dus veel drukker op
de weg was. Tevens was het door de geringere hoogte veel warmer en was ook de
luchtvochtigheid veel hoger. Ik nam een afslag te vroeg noordwaarts en kwam
zodoende niet op de doorgaande weg uit maar op een lokale weg. Mooi hoor, maar
de weg was slecht en dus schoot het niet echt op. Dus nam ik de weg binnendoor
naar de doorgaande weg.
De Indusvallei is van zichzelf een grote dorre vlakte ondanks het feit dat er
grote rivieren doorheen stromen. Het is er alleen vruchtbaar daar waar men
irrigeert. Het rare is dan ook dat een vruchtbare boomgaard pal naast een mulle
zandvlakte kan liggen. Aangezien men met het door mij gekozen verbindingsstuk
bezig was moest je regematig naast de weg rijden door... het mulle zand. Zolang
er geen verkeer voor je zit geen probleem, maar als je steeds moet stoppen voor
voorliggers valt het niet mee om weer op gang te komen. Maar uiteindelijk lukte
me het dan toch om op de doorgaande weg uit te komen en te volgen richting
Mianwali.
Omdat de truckstop van afgelopen nacht goed bevallen was heb ik weer bij een
truckstop overnacht zo'n 100 km voor Mianwali. De mensen zijn er heel aardig en
spontaan doordat ze helemaal geen vreemdelingen gewend zijn. Om de volgende dag
Islamabad te bereiken was geen probleem meer ondanks het feit dat de wegen
altijd niet zo best waren. Op de camping in Islamabad was ik de enige en kreeg
gelijk een briefje in de hand gedrukt afkomstig van een Duitse motorrijder dat
echter niet voor mij bedoeld was. Na een half uur kwamen Gion (Zwitser/Yamaha
XT550) en Hartmund (Oostenrijker/Enfield) op hun motoren aanrijden en later kwam
ook Chris (Autraliër/KTM) en Casper & Phil (Deen & Australiër/Land Rover) nog
zodat het een gezellige avond werd. Allen kwamen terug uit het noorden van
Pakistan en hadden elkaar daar ook reeds getroffen.
'Ik heb mijn wagen volgeladen', een normale situatie hier |
De volgende dag niet echt veel gedaan, wel goede kaarten van Pakistan, India en
Nepal gekocht en naar het Internetcafé geweest. De kaarten die ik in Quetta
gekregen en gekocht had bleken waardeloos te zijn maar daar heb ik nu goede
(Duitse) kaarten voor. Mijn e-mailaccount was zwaar over de limiet heen
aangezien Wilko 10 foto's had gestuurd die dus geheugen vreten. Daarnaast was
mijn account ook nog een zootje zodat ik nu alle e-mails naar de palmtop
gekopieerd heb om op de camping rustig uit te kunnen zoeken. Ik had daarvoor nu
het communicatieprogramma maar nu bleek de communicatiepoort niet te werken. De
enige vrije poort was blijkbaar intern niet aangesloten zodat ik de muispoort
moest gebruiken. Dus de computer opnieuw opstarten zonder muis en om dan Windows
te gebruiken valt niet mee, maar is wel mogelijk zodat ik uiteindelijk alles
toch op de palmtop had staan. Op de camping begonnen met alles uit te zoeken wat
een heel karwei was en waarmee ik dan ook de gehele volgende dag mee bezig ben
geweest. Alleen om eten te kopen heb ik de camping verlaten.
Gisteren (13 september) ben ik bezig geweest
met de motor om allerlei kleine storingetjes te verhelpen en dingen te
controleren. Zo blijkt mijn interne geheugenbatterij van mijn GPS bijna leeg te
zijn na een jaar (zou 10 jaar mee moeten gaan) zodat ik de GPS nu maar permanent
aan de accu heb hangen ipv. alleen als de motor loopt. Niet zo fraai aangezien
iedereen er nu mee kan gaan spelen maar het is beter dan helemaal geen GPS en ik
ben bezig er een betere oplossing voor te vinden.
Chris en Hartmund zijn al weer vertrokken en
gisteravond kwamen de beide Tsjechen, die ik in Esfahan ontmoet had, op de
camping. Ik bleek ze in Zahedan ingehaald te hebben ingehaald aangezien ze daar
noodgedwongen enkele dagen blijven moesten aangezien ze een defecte
benzinepomprelais hadden.
Vanochtend had ik een slecht begin van de dag.
's Nachts doe ik al mijn sleutels, geld ed. in mijn tanktas die dan met een
hangslot op slot gaat. De sleutel daarvan draag ik 's nachts met een touwtje om
mijn nek, zo ook vannacht. Ik open het slot van mijn tanktas en haal mijn
palmtop er uit en blijk (gewoontetrouw) het slot weer te sluiten, maar had
inmiddels ook mijn sleutel aan het touwtje in de tas gedaan. Eerst geprobeerd
het slot door te zagen maar met een kleine ijzerzaag is dat onbegonnen werk op
dat geharde staal. Een andere sleutel had ik onder het zadel van de motor maar
daarvoor had ik de contactsleutel nodig die in mijn portemonaie zat... in de
tanktas. De reserve contactsleutel had ik verstopt onder de tank maar een beetje
te goed zodat ik er niet bij kon komen. Uiteindelijk met hulp van Gion gelukt om
de tank te verwijderen zonder het zadel er af te halen, waardoor ik de
contactsleutel te pakken kreeg zodat het zadel verwijderd kon worden en ik de
sleutel van mijn hangslot te pakken kreeg. De rest van de dag bezig geweest met
de motor en de reserve contactsleutel op een iets makkelijker plaats (niet te)
op te bergen.