Reisverslag 11 Gilgit (Pakistan, 16-10-2000)
t/m Indische grens (Pakistan, 09-12-2000)
Na de terugkeer in Giligt vanaf de
Deosai hoogvlakte hadden we (zowel ik als het Deense stel Poul & Pia) enkele
dagen tijd nodig om bij te tanken en alles weer op een rijtje te krijgen voor de
volgende etappe. Voor mij was dat laatste vrij eenvoudig: Ik had vanuit Gilgit
inmiddels alle windrichtigen bezocht behalve het westen en dus was dat mijn
laatste doel in het noorden van Pakistan, de weg naar Chitral over de Shandur
pas.
Geestelijk en lichamelijk was het heerlijk bijtanken, zittende in de tuin van
het hotel in een aangenaam zonnetje, werkend aan een reisverslag; iets wat ik
veel liever deed dan de was maar daar ontkwam ik uiteindelijk toch niet aan.
Ontmoette er nog Ronald de Wildt, een Nederlander ook op de motor (weer op een
Yamaha Super Tenere), die mijn naam al wist aangezien hij mijn verslagen op het
internet reeds gelezen had. Hij had iets meer haast dan ik en wilde proberen om
Thailand in de 4 maanden tijd die hij ter beschikking had te halen. Pia had een
tondeuse bij zich en dus nam ik de kans waar mijn haardos weer te millimeteren.
Poul daar nog even een foto van gemaakt zodat hij die ook op CD kon branden. Ik
kreeg van hen een CDROM met alle foto's die ze met hun digitale camera genomen
hadden gedurende alle voorgaande dagen dat we samen waren. Enkele hebben we nog
snel gecomprimeerd zodat ik ze per email kon versturen. Dus weer naar het
internetcafé en zo vlogen de dagen voorbij.
Woensdag 18 oktober was een grote feestdag in het Noorden van Pakistan aangezien
Aga Khan Gilgit bezocht, iets dat hij jaarlijks doet. Aga Khan wordt in dit
gebied als een heilige gezien en overal in winkels, hotels, etc. zie je zijn
portret hangen. Hij heeft een soort stichting in het leven geroepen die de
lokale bevolking van vooral de kleinere bergdorpen ondersteunt met scholing,
irrigatieprojecten enzovoort. Het grote verschil met andere hulporganisaties is
dat de bevolking deze projecten niet opgedwongen krijgen maar zelf er over mee
mogen beslissen. Vandaag vertrekken was onmogelijk aangezien alle wegen in de
omtrek van Gilgit afgesloten waren (behalve naar het zuiden) ivm. met Aga Khans
jaarlijkse toertocht door de omgeving. Alles was versierd en overal in Gilgit
had men versierde bogen over de weg geplaatst en 's avonds brandde er hoog op de
hellingen rondom Gilgit een vuur dat het woord 'Welcome' vormde. Uit de
hoeveelheid werk die men zich hiervoor getrooste bleek wel hoe geliefd Aga Kahn
was bij de bevolking.
Ik kon ook nog helemaal niet weg want ik moest eerst mijn langzaam leeglopende
achterband laten plakken. Het bleek dat mijn band in Skardu niet goed geplakt
was. Men had mijn tubeless band gewoon met een plakker voor een binnenband
geplakt met de bijbehorende 'garantie tot de hoek'. Wist ik veel. Nu werd het
beter gedaan, een stuk rubber werd in het grote gat gesmolten, alleen bleek het
bij de watertest nog iets te borrelen. 'No problem' was het antwoord. Ja niet
voor jou, maar wel voor mij dus nog maar een keer plakken. Toen hij weer
borrelde wist ik het ook niet meer, en gaf helemaal op toen het ook nog iets
borrelde terwijl men het lucht uit de band gelaten had. Als het niet goed was
stond ik morgenochtend weer op de stoep!
Van Ronald had ik afscheid genomen toen hij langs kwam rijden terwijl mijn band
geplakt werd en bij terugkomst in het hotel bleek dat ook Martin, de
Oostenrijker op een BMW R100GS, in het hotel aangekomen was. Hem had ik in
Aqaba, in Jordanië, getroffen. 's Avonds kwamen ook Chris & Sarah, de Engelsen
op ook een BMW R100GS, die ik in Esfahan, in Iran, getroffen had. En zo werd het
nog een heel gezellige avond! Sarah had haar enkel gebroken in Peshawar en liep
nog steeds mank met een stok, maar het ging steeds beter en dus werd de reis er
niet voor onderbroken.
Koken in een traditioneel Pakistaanse keuken |
De volgende dag vertrok ik, na 4 dagen in Gilgit doorgebracht te hebben, maar
het westen. Het beloofde een moeilijke weg te worden, hoofdzakelijk onverharde
paden, maar na het avontuur op/naar de Deosai hoogvlakte liet ik me niet snel
meer uit het veld slaan en ik zou wel zien hoe ver ik kwam. De Shandurpas was
3741m. en op die hoogte lag er op de Deosai nog geen sneeuw dus dat zou
waarschijnlijk wel los lopen. Vlak buiten Gilgit werd de weg onverhard maar nog
wel goed te berijden. Toch werd al snel duidelijk dat ik Gupis, waar hotels
zouden zijn, niet voor het donker zou halen dus was ik al naar een plekje aan
het zoeken voor mijn tent toen er een brommer nast me kwam rijden en de beide
opzittenden me vragen begonnen te stellen. Niet de 'standaard'-vragen maar
oprechte interesse. Ze waren beide onderwijzers van een lokale school (van de
Aga Khan stichting!) en nodigden me uit om bij hen te slapen. Mijn probleem was
dus opgelost en ik volgde hen. Over de brug, bij het dorp stopten ze omdat het
nu moeilijk zou worden omdat er over stenen gereden moest worden. Ik met me
stomme kop (en de afgelopen ontberingen in het achterhoofd) zei dat dat geen
probleem was maar dit waren grote stenen langs de rivierbedding en ik moest even
een paar maal slikken toen ik ze zag. Met veel zweet, gas en gespeel met de
koppeling kwam ik er door zonder vallen en kon de motor naast de school
parkeren. En morgen moest ik dezelfde weg weer terug! Voor het diner hebben we
nog in de rivier gevist maar niets gevangen doordat het al te laat in de middag
was.
Hun onderkomen was heel primitief en bestond uit slechts één kamer waarin de
bedden stonden en extra matrassen op de grond. Gegeten werd er in de aparte
keuken waar we ook de hele avond gezeten hebben aangezien het daar lekker warm
en verlicht was door het houtvuur waarop gekookt werd. De nacht was koud maar
met een extra deken goed geslapen. Bij het ontbijt dronk men thee met zout!!!
Dat heb ik maar aan me voorbij laten gaan en prefereerde de suiker.
De vallei richting de Shandupas |
De terugweg over de stenen liep veel eenvoudiger aangezien ik nu precies wist
wat er te verwachten was en vervolgens de rivier verder stroomopwaarts gevolgd.
De vallei was werkelijk schitterend. Het rivierwater was helder blauw en niet
grijs van al het gruis en de bomen waren in hun mooiste herfstkleuren, absoluut
heerlijk om doorheen te rijden. Het pad werd inmiddels wel steeds minder goed
begaanbaar. De ingrediënten waren: steile klimmetjes, losse stenen, scherpe
onoverzichteljke bochten, doorwadingen, loslopend vee. Gooi deze ingrediënten
allemaal door elkaar en dan krijg je een idee van het traject. Enkele keren
dacht ik 'Dat haal ik nooit!' maar gewoon toch proberen en eenvoudig kijken waar
de motor strandt, en dan bleek telkens weer het obstakel eenvoudiger te
overwinnen zijn dan verwacht. Kortom een perfect traject om de mogelijkheden van
je motor en te leren kennen (en je 'grenzen' te verleggen). De laatste paar
kilometer gingen flink steil omhoog en over losse stenen. Zelfs in de eerste
versnelling lukte het me maar net om er doorheen te komen. Ik was heel blij dat
ik het traject niet andersom af hoefde te leggen (en snap nu ook wel waarom
Adriaan, een motorrijder wiens reisverslagen mij mede tot deze reis aangezet
hebben, hier enkele malen onderuit ging).
Op de pas, waar inderdaad geen spoortje sneeuw te bekennen was, heb ik enkele
koppen thee gedronken en aangezien de wind ijzig koud was ben ik snel aan de
afdaling begonnen. Deze was steil, veel steiler dan de klim maar het pad was
redelijk egaal en de haarspeldbochten waren niet moeilijk zolang je je snelheid
maar heel laag hield, dat had ik inmiddels wel geleerd. Ook stopte ik nu bij
moeilijke stukken om rustig te kunnen bekijken hoe het obstakel het beste
overwonnen kon worden. Het resultaat was dan ook dat ik nog geen enkel keer op
deze route gevallen was.
Maar toch iets te vroeg gejuigd. Vlak voor mijn eindpunt voor die dag, Sor
Laspur het eerste dorpje na de pas, stopte ik voor een doorwading om de boel
rustig te bekijken maar als gevolg van de steile afdaling gleed ik door en kwam
met het voorwiel in het water en viel om. Behalve dat mijn motor onder de modder
kwam gold dat ook voor mijn handen en gezicht! Het grootse proleem was dat ik,
ook tgv. de steile afdaling, de motor niet alleen meer rechtop kreeg (wel bijna,
maar dat telt niet) en dus baalde ik al dat ik de bagage van de motor moest
halen. Uitgerekend op dat moment kam er me een pickup achterop. Waar deze ineens
vandaan kwam was mij een raadsel aangezien ik het laatste stuk geen enkel
voertuig gezien had. Het leukste was dat deze pickup vol 'geladen' was met
Pakistani dus stond de motor snel weer op beide banden na te druppen. Geen
schade aan de motor (alleen het reeds afgebroken knipperlicht was weer 'uit de
kom' geschoten. Erger was de deuk in mijn ego: Weer had ik het niet zonder een
valpartij gered!!! Zonder verdere problemen in Sor Laspur aangekomen en
overnacht in een zeer eenvoudig hotel.
De één reist met de motor, een ander met een ezel |
De nacht was rustig maar koud en dat kon ik ook goed merken toen ik de volgende
ochtend weer op de motor stapte. Naar Chitral was het nog een rustig dagje
rijden en de weg was, ivm. de afgelopen dagen, helemaal niet moeilijk meer.
Vooral genoten van de warme zon en de schitterende omgeving. Vanaf Bunji was het
laatste stuk verhard en was Chitral snel bereikt. Bij het hotel moest ik mijn
motor achter het hotel parkeren naast een ezel. Deze bleek gekocht te zijn door
een Nederlander en zijn Zuidafrikaanse vriendin met de bedoeling om in twee
weken precies dezelfde route te gaan lopen als die ik net gereden had: van
Chitral naar Gilgit. De ezel hadden ze die dag van een Afghaan gekocht en was
net twee dagen daarvoor aangekomen van een tocht van een maand met 100 kilo
belading op zijn rug. Een Francaise in het hotel vond het idee zo leuk dat ze
wel mee wilde en dus vertrokken ze de volgende dag met z'n vieren (inclusief
ezel). Toen ik mijn motor bepakt had ben ik enkele kilometers terug gereden om
ze nog even met de ezel te zien lopen. De ezel hadden ze inmiddels reeds 3x
moeten herbepakken, de laatste keer met hulp van een Pakistaan wat goed bleek te
helpen, en dus lijkt het gemakkelijker dan het is. Tevens bleek het de ideale
manier te zijn om contact met de lokale bevolking te leggen: werkelijk iedereen
loopt met je mee. Nadeel is dat iedereen het leuk vindt en de ezel wordt zoveel
eten aangeboden dat hij 'vergeet' verder te lopen dus of ze het in twee weken
gehaald hebben waag ik te betwijfelen.
Na een kort afscheid keerde ik om en reed naar de Kalash valleien. Deze valleien
staan bekend om hun weelderig groen en kleurrijke klederdracht van haar
(vrouwelijke) bewoners. Deze valleien zijn bereikbaar door een smalle moeilijk
te berijdbare weg maar lang niet zo zwaar als dat ik al achter de rug had. Eerst
heb ik de noordelijkste (Rumbur) vallei bezocht en aan het einde van de vallei
de motor geparkeerd en genoten van de rust en van de mensen. In de tuin van een
hotel thee en brood gehad. Terug gereden en de tweede (Bumboret) vallei
ingereden wat de meest toeristische vallei van de drie was. Waarom weet ik niet
want ik vond de Rumbur vallei mooier. Ik besloot dan ook om om te keren en de
derde (Birir) vallei in te gaan om daar te overnachten. In het hotel in Chitral
had ik in elke vallei een hoteladres gekregen van een oom, neef en broer van
deze hotelmedewerker. Het hotel bleek helemaal aan het einde van de vallei te
zijn maar was officieel al gesloten aangezien het toeristeneizoen reeds voorbij
was. Ik kon in een kamer nog wel slapen maar er was, op thee en brood na, geen
eten meer te regelen. Maar dat had ik zelf wel bij me. Mijn kamer had een
schitterend uitzicht over de vallei en ik heb genoten van de jeugd die op een
veld vol met maisstoppels cricket aan het spelen was.
De volgende ochtend werd ik luidruchtig wakker door de radio in een jeep terwijl
er niemand in de buurt was. Nadat ik er mijn beklag over had gedaan keerde de
rust weer. Maar ik was nu toch wakker en had een lange reis voor de boeg
richting Swatvallei. Dus terug naar de hoofdweg en met lekker asfalt onder de
wielen naar het zuiden totdat bij Drosh het asfalt ineens op hield en de weg met
haarspeldbochten flink omhoog klom om zo over de Lowaraipas (3140m) te
slingeren. Boven op de pas heb ik thee gedronken en onttmoette er drie Duitsers
op even zovele BMW's R100GS. Zij gingen alleen naar Chitral en de Kalash
valleien en dan snel terug India in om met Kerst in Goa te zijn. Volgens mij
moet tegen die tijd Goa helemaal vergeven zijn met motorrijders, maar wel
gezellig om elkaar daar weer eens terug te zien.
Op de pas had ik weer eens benzine nodig maar bij verschillende stations was
alleen diesel te krijgen. Toen ik er eindelijk eentje gevonden had morste men
bij het vullen waardoor ik, tot woede van de eigenaar 2 liter minder betaalde en
vertrok. Vlak voordat ik vertrok werd ik door omstanders nog op een lekke
achterband geattendeerd. Bij een bandenshop kon men geen tubeless plakken maar
wel de band weer oppompen. In een plaatsje verderop kon men wel tubeless plakken
maar alleen autobanden. Motorbanden wilde men niet doen waarschijnlijk alleen
omdat men dat nog nooit eerder gedaan had. Ik had al gezien dat men de juiste
uitrusting hiervoor had dus vooruit met de geit! Onder zeer grote belangstelling
werd oorzaak, een kram, uit de band verwijderd, deze geplakt en het wiel
gemonteerd.
Door dit ongeplande oponthoud en de ongeasfalteerde pas (was volgens de kaart
geheel geasfalteerd) bereikte ik die dag de Swatvallei niet. Tegen zonsondergang
een hotel opgezocht maar de prijs was te hoog met Rs. 400 en ik bleef maar
zeuren hoeveel het me koste als ik mijn tent in de tuin opzette dat de prijs tot
Rs. 100 daalde en ik de kamer maar nam. Zonder gordijnen was de privacy nagenoeg
nul maar dat kon me niet deren toen ik eenmaal in mijn slaapzak lag. Dit was ook
verantwoordelijk dat ik de volgende dag reeds vroeg wakker was en dat was niet
echt nodig aangezien ik vandaag nog slechts een klein stukje voor de boeg had,
nameijk Madyan in de Swatvallei wat snel gevonden was. Caravans Guesthouse
echter niet. Ik wilde daar persé heen aangezien Manus en Yumi, die ik in Esfahan
getroffen had, hier zo lyrisch over waren.
Behoedzaam geworden door Manus' aanwijzing: "Ze zijn verhuisd" maakte het er
niet eenvoudiger op maar na éénmaal vragen was iemand bereid me mee te slepen.
Lopend welliswaar want het verblijf was alleen per trap te bereiken. Alleen al
vanwege het extra gesleep blijf je er al een paar nachten, maar dat was ook de
bedoeling. De motor op een bewaakte stalling geparkeerd en genoten van het
uitzicht vanaf het guesthouse over Madyan alsmede over de (Swat)vallei.
De gallerij voor de kamers langs was breed en men had er zelfs een zithoek van
kunnen maken met kleden en kussens op de grond. Een enorme boekenkast met boeken
en zelfs enkele achtergelaten Nederlandse tijdschriften. Van afgelopen september
welliswaar maar daar maalde ik niet om. De plek straalde inderdaad een enorme
rust uit en hele dagen heb ik het gepresteerd om zo goed als niets te doen. Dat
was echter niet de bedoeling aangezien ik mijn engels reisverlsag heel hoog
nodig moest bijwerken want daarmee zat ik nog steeds in Esfahan. Dit heb ik zo
drie dagen vol gehouden en de vierde dag was mijn reisverslag gereed en ben ik
's middags met Bobby, een Amerikaan uit het hotel achterop, naar Kalan gereden
dat verderop in de Swatvallei ligt. De weg was typisch 'Pakistanisch' en dus
oneffen en met iemand achterop kun je toch duidelijk merken dat de
standaardvering (zelfs in de zwaarste stand) van de BMW regelmatig doorslaat.
Toch een stukje rustiger rijden dus. Na een kop thee in Kalan omgekeerd en net
voor zonsondergang waren we terug in Madyan.
Met Madyan was een eind gekomen aan 6 weken toeren door het schitterende noorden
van Pakistan. Een plek waar ik veel langer gebleven ben dan verwacht en waar ik
nog wel langer had kunnen blijven ware het niet dat de winter hier
zolangzamerhand in begon te vallen. Van Madyan ging het terug naar de Karakoram
highway die ik in Besham op zou pikken. Het verbindingstuk tussen de Swatvallei
en Besham was veel slechter dan gedacht.
NIet moeilijk overigens maar het zorgde er wel voor dat ik Islamabad niet
bereikte en wederom in Abottabad moest overnachten. Deze terugweg was genieten
geblazen doordat ik op de heenweg veel hiervan had moeten missen vanwege het
dreigende slechte weer toen. Het laatste stuk terug naar de camping in Islamabad
ging weer door de bergen via Murree. Ik was vroeg wakker en dus vroeg
vertrokken. Dat het inmiddels 6 weken later was had voor- en nadelen. Het
voordeel was dat de asfalteringswerkzaamheden aan deze weg zo goed als voorbij
was. Op enkele plaatsen nog de laatste deklaag maar alles was glad geasfalteerd
en dat was op de heenweg wel anders geweest. Nadeel was dat het nu berekoud was
zo vroeg in de ochtend en je continu in de schaduw van de bergen reed. Onderweg
dus gestopt om met de nodige koppen thee terug op temperatuur te komen aangezien
dat eenvoudiger was dan mijn winterkleding diep uit mijn bagage op te graven.
Tussen Murree en Islamabad wilde ik in een haarspeldbocht binnendoor een bus
inhalen. Toen ik zag dat dit niet lukte remde ik maar de weg bleek daar vol met
modder te liggen zodat ik weggleed en langs een muurtje schuurde. De schade was:
een beschadigde en verbogen spiegel, een afgebroken handkap, bekraste koffer
(alles aan de rechterzijde en krassen op de ruit en van het instrumentenpaneel
was het nodige gebroken. De laatste kilometers doorgereden naar de camping waar
ik de schadebalans wel precies zou opmaken.
Op de camping leek het wel een motortreffen: 6 Duitse 3 Deense motoren, Martin
de Oostenrijker waren er al waarmee ik het totaal op 11 motoren bracht. Het was
oorspronkelijk mijn bedoeling om op de camping rustig de motor een grote beurt
te geven maar dat plan werd gewijzigd door een bezoek aan het Internetcafé. Er
was een email van Brugman, mijn ex-wergever, die mij aanbood om in Lahore een
week voor hun te werken tegen vergoeding en met kost en inwoning. Een welkome
onderbreking van de vakantie en tevens kon ik daar nog bekenden ontmoeten wat
altijd weer leuk is. Christian, een ex-collega, kon ik dan tevens weer
volgeschoten filmrolletjes meegeven die dan weer via-via thuis zou belanden. Op
het bedrijf was het natuurlijk nog idealer om de motor een grote beurt te geven
aangezien ik dan alle gereedschap en faciliteiten van het bedrijf benutten kon.
Dus die keuze was snel gemaakt. Martin attendeerde me er echter op dat mijn
achterframe aan de rechterkant vlak boven de bevestigingbout aan de
versnellingbak compleet afgebroken was. Ik had dit nog niet eens opgemerkt en
gezien de roestvorming op de breuklijn was dit niet (alleen) het gevolg van mijn
glijer langs het muurtje geweest. Hooguit had dit tot de volledige breuk geleid.
Daar moest direct wat aan gebeuren en dus naar de motorshop in Rawalpindi die
ook mijn koffers al van een extra plaat had voorzien. De bout van de spiegel was
snel wederom recht gebogen maar voor de frame had men meer tijd nodig.
Morgenochtend vroeg terug komen.
Het was even heel diep slikken toen ik mijn motor zo er bij zag staan |
De volgende dag vroeg stond ik er weer op de stoep. Om het frame te lassen moet
de plastic luchtfilter behuizing verwijderd worden anders zou deze zeker
smelten. Dat was echter geen eenvoudige zaak maar gelukkig bracht mijn
werkplaats handboek uitkomst: "Voor het verwijderen van de luchtfilter behuizing
dient het gehele achterframe verwijderd te worden". Dus konden we de
luchtfilterbehuizng laten zitten en alleen het achterframe verwijderen. Dat had
echter nogal wat voeten in de aarde. Met vier man was men mijn motor aan het
slopen en dat ging heel snel en rigoreus! Aangezien alles van de achterzijde van
de motor aan het frame hangt moest werkelijk alles gedemonteerd worden en al
snel was de motor niet meer als zodanig herkenbaar. Maar het frame was er uit en
kon elders gelast en verstevigd worden.
De verstevigingsset verplaatste het probleem |
Erger was dat we bij de demontage van het frame ontdekten dat ook de linkerzijde
gebroken was. Hier niet het frame zelf maar alle drie ophangpunten van de linker
voetsteun. Doordat het probleem met afgebroken achterframes een bekend
BMW-probleem is had ik voor vertrek de bevestiging van het frame aan de
versnellingbak verstevigd dmv. een extra verstvigingsset van Touratech. Hierbij
steunt het frame niet volledig op 1 bout maar worden de krachten tevens verdeeld
over de drie bouten van de voetsteunen. Nu bleek dat het originele
bevestigingspunt van het frame nog in tact was maar dat van de 3 extra
bevestigingspunten complete stukken uit het gegoten aluminium van de
versnellingsbakbehuizing afgebroken waren. En dit was een veel groter probleem
dan het gebroken frame. In Rawalpindi was er echter een man die aluminium kon
lassen dus dat bleek ook geen probleem te zijn.
Terwijl mijn achterframe gelast werd, werd mijn rechter voor schokbreker
gedemonteerd vanwege een lekkende oliekering (lekte reeds voor het
muurtje-incident). De schokbreker zag er goed uit en met de complete schokbreker
verdween men om een passende oliekering te vinden.
Er was nu helemaal niet meer van mijn motor over en ik was er van overtuigd dat
ik per openbaar vervoer naar de camping terug moest vannacht. Maar toen het
gerepareerde frame terug kwam werd deze weer gemonteerd en kon alles weer
bevestigd worden. Ook dit ging in een rap tempo zodat ik al snel mijn motor weer
begon te herkennen. Toen men ook terugkwam met een passende Honda olierkering
was mijn motor in no-time weer helemaal compleet. Er bleek geen enkel boutje
over te zijn en alles werkte ook nog ineens. Nu moest alleen het auminium nog
gelast worden. dus met de eigenaar achterop naar de alu-lasser. Daar moest uit
veiligheidsredenen de tank er af en moest de motor op zijn kant gelegd worden.
Vervolgens werd het aluminium 'gelast'. Solderen is een beter woord want met een
snijbrander en een staaf aluminium werden de afgebroken stukken er weer aan
gesmolten. En die beste man bleef maar zijn snijbrander op de motor richten dat
er zeker nog plastic smelten zou al hadden we het luchtfilterhuis met natte
lappen afgedekt. Maar uiteindelijk zaten alle afgebroken stukken tot zijn
tevredenheid weer vast. Onderweg terug naar de garage bleek mijn vrees
bewaarheid. De isolatie van de versnellingsindicator was gesmolten zodat deze
niet altijd meer werkt. Dit is echter alleen ongemakkelijk maar niet meer dan
dat. Valt nu wel op hoe vaak je er onbewust toch gebruik van maakte.
Aan de achterzijde van de behuizing werd nog een extra metalen plaat gemonteerd
zodat de motorfiets toch diezelfde dag gereed was al was het reeds lang donker
geworden. Totale kosten bedroegen Rs. 4966 (~fl. 250,=) wat een flinke hap geld
was maar niet voor het geleverde werk. Voor nieuwe banden hadden we echter geen
tijd gehad maar volgens de eigenaar had ik veel meer kans van slagen in Lahore.
Een andere zaak die ik in Islamabad op wilde lossen was mijn Indisch visum. Ik
had deze reeds in Ankara gehaald aangezien deze 6 maand (vanaf uitgifte!) geldig
was. Dat leek toen een eeuwigheid maar inmiddels waren er reeds 4 maanden van
verstreken. Mijn visum liep af op 09-01-2001 en dat is wel wat snel als je Oud-
en Nieuw in Goa wil doorbrengen. Dus met verschillende pijlen op de boog naar de
Indische ambassade. Dat men hier niets wilde doen werd al heel snel duidelijk.
Een nieuw visum uitgeven kon niet aangezien ik nog een geldig visum had (Later
een zwitser getroffen die dat bij dezelfde ambassade wel gelukt was, ander
persoon achter het loket wellicht?). Dat visum kon hij niet ongeldig maken of
anderzins wijzigen aangezien dat niet door deze ambassade uitgegeven was en ik
niet de Pakistaanse nationaliteit had.. Daarvoor moest ik dus bij de Indische
ambassade in Turkije of Nederland zijn. Ik heb toen maar niet durven vragen om
een nieuw visum in mijn tweede paspoort te geven. Er restte mij dus niets anders
te doen dan zaak in india zelf te regelen. Volgens de berichten kon dat nog de
nodige problemen geven maar zou het eenvoudiger worden naarmate je korter in
India was. Tevens hoorde ik dat Brugman, mijn ex-werkgever, begin januari begon
met de opbouw van een nieuwe textielmachine in India en heb gevraagd mij ook op
de lijst te zetten van monteurs die een visum nodig hebben. Ik heb in Lahore een
uitnodigingsbrief van de klant ontvangen dus wellicht dat dit helpt bij het
verlengen.
Zondag 5 november verliet ik de camping in Islamabad om naar Lahore te
rijden. Daar aangekomen begon het bekende probleem: je te oriënteren in een
vreemde stad. Uiteindelijk had ik de YWCA gevonden waar ik eerst mijn tent op
wilde zetten maar toen ik er was vond ik dat te veel werk voor die ene nacht en
besloot binnen te gaan slapen. Verderop in de straat was er een Internetcafé
maar toen ik er kwam lag alles op z'n gat omdat er geen spanning aanwezig was.
De telefoon werkte echter nog wel en dus besloot ik Barry op zijn mobieltje te
bellen welk nummer ik van hem per email ontvangen had.
Barry (engelsman) was de chef TD bij een engels bedrijf dat een bleekmachine van
ons in bezit had en ik ben daar ooit geweest en heb hem daar leren kennen. Toen
dat bedrijf failliet ging vertrok Barry naar Sri Lanka (vrouw en kinderen in
Engeland achterlatend) om een soortgelijke functie bij een lokaal textielbedrijf
te bekleden. En dat bedrijf kocht enkele nieuwe Brugman machines dus toen ik
daar was hebben we elkaar weer getroffen. Toen zijn contract daar voorbij was
keerde hij terug naar huis en binnen enkele weken had hij Master Textile uit
Pakistan aan de lijn. Dit bedrijf hadden zich tot op heden alleen nog maar bezig
gehouden met weven maar wilden ook de verdere verwerking van het doek in eigen
beheer gaan doen en hadden daarvoor veel machines tweedehands opgekocht, vooral
veel van het failliete engelse bedrijf waar Barry gewerkt had en wie kun je dan
beter vragen om deze machines in Pakistan op te bouwen dan de chef TD van dat
bedrijf.
Onze bleekmachine hadden ze zelf helemaal opgebouwd en wilde graag dat Brugman
iemand stuurde voor de elektrische optimailisering. En daarvoor was Christian
aanwezig. Aandrijftechnisch was het geen probleem maar voor de
procesautomatisering werd een oud systeem gebruikt waar hij niet zo bekend mee
was. En dat was waar ik in beeld kwam.
Barry's taak was inmiddels uitgebreid met het opzetten van een goed
functionerende Technische Dienst, een enorme opgave in een land als Pakistan
waar niemand eigenhandig beslissingen wil nemen zodat men zich dan altijd achter
anderen kan verschuilen. Dit is dan ook een heel langdurig proces want het
veranderen van de (arbeids)mentaliteit gaat heeeel langzaam. Dat hij er nog lang
niet is blijkt wel uit dat men nog steeds voor elk wissewasje bij hem komen voor
zijn goedkeuring (dan ligt de verantwoordelijkheid bij hem).
Barry was verrast mij nu al aan de lijn te hebben en na hem uitgelegd te heben
waar ik momenteel was besloot hij mij direct te komen halen en ik kon wel bij
hem in huis terecht. Na 15 minuten wachten kwamen Barry en Chistian me afhalen.
Dus snel mijn bagage in de auto gegooid en in het donker hun auto gevolgend naar
het huis. Dat was een huis van het bedrijf waarin drie slaapkamers waren met
ieder een eigen badkamer.
Mijn eerste echte 'huis' na 6 maanden |
Het was het oude huis van de directeur waar Barry zijn intrek in had genomen
nadat de directeur een nieuw huis had laten bouwen. De beide overgebleven kamers
waren voor eventuele gasten: Christian en ik dus. Heerlijk genoten van de
onbeperkte hoeveelheid water dat uit de douchekop kwam en ik kon alle zooi op
mijn kamer rond laten slingeren zonder dat ik me zorgen hoefte te maken dat het
kwijt raakte. Heerlijk, gewoon weer kunnen doen alsof je thuis bent, daar was ik
na bijna een half jaar onderweg te zijn geweest wel aan toe. Een ander, niet
onbelangrijk, voordeel was de beschikbaarheid van bier in huis. Sinds
Dogabayasit, aan de Turks-Iraanse grens, (23 augustus) had ik geen bier meer
gehad dus dat eerste flesje smaakte goddelijk. Barry had drie permits geregeld
waarmee hij 18 kratten per maand kon kopen. Veel te veel voor in huis maar ook
anderen (moslims) wilden hem wel helpen van het bier af te komen aangezien ze
zelf niets konden krijgen.
Wat ik de rest van de tijd gedaan heb is niet bijster interessant. De hele
bleekmachine is nagekeken en zo goed mogelijk aan het lopen gebracht. Tussen de
bedrijven door heb ik de motor een complete grote beurt gegeven en de nodige
schade gerepareerd wat veel lijm en 'knutselwerk' in hield dat in stappen moest
gebeuren ivm. de droogtijd van de bijbehorende hoeveelheid lijm maar dat was
geen probleem voor mij en ook de klant vond het allang best dat ik zo lang bij
de machine in de buurt was en men van mijn kennis, indien noodzakelijk, gebruik
kon maken.
Doordat ik het aanbod om in Lahore te werken, ruimschoots op tijd ontvangen had,
had ik de mogelijkheid om de nodige zaken op te laten sturen naar Lahore. Nieuwe
banden en andere kleine delen voor de motor werden echter direct door de ANWB
geweigerd aangezien de gewenste onderdelen voor de motor, of 'normale
slijtdelen' waren, of 'de rij-veiligheid niet beïnvloeden'. Van anderen had ik
vernomen dat de ANWB hun wel banden had toegestuurd, dus willekeur troef! Daan,
van de Stichting GTI, heeft hierop onmiddelijk contact opgenomen met de ANWB
aangezien ik niet de enige was die leed onder deze willekeur en dat resulteerde
er uiteindelijk in dat nu de ANWB wel enkele malen dit soort onderdelen op wil
sturen, maar dat vernam ik pas later.
Aangezien men van huis uit ook een pakketje wilde sturen heb ik direct gevraagd
om alle bij de ANWB gevraagde delen mee te sturen muv. de banden. Hiervoor zou
ik lokaal wat proberen te regelen.
Verder was mijn plastic GPS-houder van Touratech in Iran tgv. gemorste benzine
uit elkaar gevallen zodat ik deze met lijm en bundelbandjes aan mijn motorfiets
moest houden. Op de camping in Islamabad trof ik een Australiër die een
recentere metalen GPS-houder van Touratech had. Toen ik mij per email hierover
bezwaard had bleek men bereid om mij een metalen GPS-houder gratis te leveren
onder betaling van de verzendkosten. Dus geschreven dat men deze houder (samen
met nog enkele andere zaken 'die dan mooi mee konden') ook kon versturen naar
Lahore. Kortom in Lahore kon ik dus 2 pakketjes (Post Restante) tegemoet zien.
Na enkele tevergeefse gangen naar het postkantoor bleek er eindelijk een
pakketje voor mij te zijn: het Touratech pakketje. Ik kon het zo meenemen indien
ik Rs. 5437 (~fl. 220,=) aan extra kosten betaalde, een absoluut belachelijke
prijs! Barry, die bij me was, advieseerde een copy van de factuur mee te nemen
en dan zou hij op het bedrijf na laten rekenen of dit extra bedrag klopte.
Bij mijn eigen controle bleek dat Touratech:
1. De GPS-houder niet gratis maar voor DM 130 geleverd had.
2. Men BTW berekend had over delen die geëxporteerd werden.
3. Geen 'proforma' factuur bijgesloten had maar een 'volwaardige' factuur. (Dit
was niet een 'echte' fout maar had men zich (als professioneel bedrijf) wel
moeten reaiseren.)
Hierdoor kwam het totaalbedrag op DM 320,19 en dat was het bedrag waar de
Pakistaanse douane de heffingen over basseerden (die volgens de administrateur
van het bedrijf HELAAS bleken te kloppen!): 35% invoerbelasting, daarover 15%
BTW en daarover weer 6% inkomstenbelasting. Totaal dus 64,6% over het hoogst
vermelde bedrag op de factuur!!! En dat niet alleen over de delen maar dus ook
over de verzendkosten, duitse BTW en de foutief opgevoerde prijs voor de
GPS-houder.
Een pissige email van mij hierover naar Touratech leverde als antwoord op dat
punt 1. inderdaad een foutje van hun was, welk bedrag ik terug zou ontvangen.
Over de andere zaken werd niet gerept evenmin als over de gevolgen die hun
foutje voor mij had. Kortom: over een pakketje waarvoor ik (incl. duitse BTW) DM
190,19 zou moeten betalen werd mij in Pakistaan nog een equivalent van DM 206,73
berekend. Dat was mij veel te gortig. Dus weer een email aan Touratech
geschreven dat men, of mij diende te compenseren voor de extra te betalen kosten
(ik hoefde natuurlijk niet bij de Pakistaanse douane aan te komen met het
verhaal dat de bijgevoegde factuur niet klopte; ik zou vierkant uitgelachen
worden), of dat ik weigerde het pakket te accepteren waarmee de delen
teruggestuurd zouden worden naar Touratech en men mij de delen direct naar
Nederland zou sturen. Na lang aandringen koos men voor deze laatste optie en
inderdaad hadden mijn ouders binnen een week de delen ontvangen, waarna ik naar
het postkantoor kon om mede te delen dat ik de delen niet kon accepteren
aangezien deze 'voor een ander type motorfiets' waren, foutieve levering dus.
Tsja..... dat gaf problemen want volgens de Pakistaanse wet was retourzending
onmogelijk aangezien eenmaal geïmporteerde zaken niet meer geëxporteerd mogen
worden. Mijn opmerking dat de delen, technisch gezien, nog niet geïmporteerd
waren aangezien ik ze niet geccepteerd had leverde als antwoord op dat er echter
voor mij een uitzondering gemaakt kon worden aangezien ik geen inwoner van
Pakistan was maar slechts een toerist op doorreis. Daarvoor moest ik echter wel
een schriftelijk verzoek tot retourzending doen aan het hoofd van de douane. Dit
heb ik gedaan en met een bijgevoegde gemodificeerde email van Touratech (lang
leve de computer!) persoonlijk op het postkantoor afgegeven.
Het gehavende pakket uit Nederland |
Wat er verder met het pakketje gebeurde interesseerde mij, na de onvriendelijke
houding van Touratech, absoluut niet meer, dat was een probleem van Touratech.
Het verhaal was met de ontvangst van de delen in Nederland nog niet over want
ipv. het te veel afgeschreven bedrag op mijn creditcard te retourneren had men
een cheque bijgevoegd. Bij de bank bleek dat daar fl. 20,= aan verwerkingskosten
aan kleefden (buitenlandse cheque) en dat de cheque niet gedekt was wat nog eens
extra kosten met zich mee bracht als bleek dat het saldo op de rekening van
Touratech ontoereikend was om de cheque af te schrijven.
Gelukkig ligt Enschede vlak bij de Duitse grens dus ging mijn vader naar een
Duitse bank maar daar bleek men niets te kunnen doen aangezien er niet contant
uitbetaald kon worden en we geen rekening in Duitsland hadden. Een
schoolvoorbeeld van een Europa zonder grenzen dus!!! Gelukkig diende ik nog geld
te betalen aan Christian en dus kon ik de cheque mooi aan hem kwijt, aangezien
hij deze wel zonder extra kosten kon incasseren. Maar daar had ik dus enorm veel
geuk mee. Kortom, mijn relatie met Touratech heeft hierdoor wel een flinke deuk
opgelopen.
Mijn pakketje van huis kwam maar niet binnen en dus thuis een copy van de pakbon
opgevraagd en ontvangen. Toen ik daarmee op dinsdag 21 november op het
postkantoor mee rond zwaaide (waar men mij inmiddels goed kende) bleek na zoeken
dat het pakketje 'zojuist' binnengekomen was maar dat het nog door de douane
gecontroleerd moest worden en dat ik het morgen af kon halen. Tevens wilde men
er wel voor zorgen dat, na een blik op de omschreven inhoud volgens de pakbon,
men mij wel wilde matsen met de te berekenen invoerrechten. inmiddels kende ik
de Pakistaanse bureaucratie en gaf ze niet 1 maar 2 dagen de tijd om alle
douaneformaliteiten af te handelen en toog die donderdag daarop naar het
postkantoor waar nog steeds geen briefje was dat mijn pakketje klaar lag. Het
bleek echter wel degelijk klaar te liggen maar eerst moest ik thee met de douane
drinken. Uiteindelijk bleek ik het pakket voor............ Rs. 139 (~fl. 6,=) in
ontvangst te mogen nemen, inderdaad een veel aantrekkelijker bedrag en kon ik
opgelucht vertrekken.
Terug op mijn kamer snel het pakket heropend (was reeds door de douane geopend
en met touw weer samengebonden) en het bleek naast de gevraagde reservedelen nog
veel verrassingen te bevatten, waaronder een grote zak taai-taai en een zak
pepernoten. Ik had mijn Sinterklaas dit jaar dus reeds heel vroeg gevierd.
Van Lahore heb ik in al die weken niet bijster veel gezien behalve het fort waar
we op een zondag heen geweest zijn. Barry die daar reeds meer dan een jaar
verbleef was er ook slecht 1x eerder geweest. Voor mij was Lahore een plek om
tot rust te komen en de motor weer helemaal in orde te maken. Inderdaad een
perfecte lokatie want men bood spontaan aan de motor binnen in de hal vlak bij
de bleekmachine te stallen. Veel veiliger en voor mij veel aangenamer om aan de
motor te werken. In Barry's kantoor was een kleine opslagruimte wat deels
ongebruikt was zodat ik een ideale plaats om alle tijdelijk van de motor
verwijderde delen veilig op te slaan. Kortom een perfecte plek om aan de motor
te werken. Wel bleek de eerste week steenvast dat gedurende de nacht het alarm
af was gegaan. Maar men raakte al snel aan de motor gewend en keek er niet meer
naar om en ook een aan de muur boven de motor aangeplakt papier dat men van de
motor af moest blijven anders kon men dat vrije dagen kosten hielp hier
waarschijnlijk ook wel aan bij.
Een Pakistaanse hefbrug |
Voor de volledigheid volgt hieronder nog een opsomming van de aan de motor
uitgevoerde werkzaamheden buiten de grote beurt om:
- Oorzaak gedetecteerd van het af-en-toe niet functionerende versnellings
indicator display. De plek waar de kabel slecht contact maakt tgv. het deels
smelten tijdens het 'lassen' van het aluminium aan de versnellingsbak in
Rawalpindi. Deze plek is moeilijk te bereiken en het probleem is absoluut niet
urgent (en meestal functioneert het zonder problemen).
- De zelfgemaakte plexiglasplaat voor de koplamp was beschadigd en men bood
spontaan aan een nieuwe voor me te maken wat uiteraard geen enkel probleem was.
(de Technische Dienst was zo enorm trots dat ze ook hun steentje aan deze
motorfiets bijgedragen hadden).
- In Gilgit had ik noodgedwongen de afgebroken rubberen 'silentblocs' van de
carter beschermplaat door gewone bouten moeten vervangen en nu ik de nieuwe
'silentblocs' had konden deze geïnstalleerd worden. Bij het verwijderen van de
bouten braken twee bouten af en moesten deze opnieuw geboord en getapt worden.
Dit hield in dat de motor met een heftruck iets opgetild werd en men zo
fatsoenlijk met een boormachine aan de onderzijde het gat kon boren en tappen.
- De koplamp/tellerpartij had meer schade opgelopen bij het schaven langs het
muurtje in Murree dan in eerste instantie leek. Bij het uit elkaar halen
ontdekte ik steeds meer zaken die afgebroken waren. Het eindigde er mee dat
uiteindelijk de gehele tellerpartij uit elkaar lag en langzaam, stap voor stap,
met lassen, lijmen, popnagels, bundelbandjes en kunstig gevormde metalen
plaatjes alles weer haarfijn in elkaar zit en alleen bij een grondige inspectie
valt de schade nog op. blijvende lidtekens zijn de krassen op het scherm, de
barst in de rechter spiegel en het plaatje ter vervanging van de afgebroken
plastic delen aan de rechter handkap.
- In Islamabad wilde ik op zoek gaan naar nieuwe banden maar daar kwam door het
gebroken achterframe helemaal niets van en tevens vertelde men dat ik veel meer
kans van slagen had in Lahore. In Lahore bleek, vlak tegenover het
hoofd-postkantoor, de plek te zijn waar alle bandenshop geconcenteerd waren en
toen ik al snel bij een motorbandenzaak kwam en hem het briefje met mijn
bandenmaten overhandigde ging hij snel door een prikker met vele papieren en
wist mij te vertellen dat hij helaas alleen een achterband voor mij had. Voor
mij was dat perfect aangezien deze band het meest versleten was en heel iets
bleef lekken door de de geplakte gaten. Uiteraard geen Metzeler Enduro 4 band
maar een Yokohama 'straat'-band. De band was niet goedkoop en met Rs. 8000 (~fl.
350,=) op een Europees prijsniveau wat veroorzaakt werd door de bijzondere maten
van de band (voor Pakistaanse begrippen). Ik was al lang blij dat ik nu een
achterband had en verder geen geouwehoer had met de douane om een eventueel
pakketje met banden van de ANWB door de douane heen te krijgen. De band werd
zonder extra kosten op een echte bandenmachine verwisseld en mijn versleten en
lekke achterband werd in dank aanvaard en deze belandde zeker weer op de
schappen onder het bordje "Koopje".
De poort van het fort in Lahore |
Het kostte dan de nodige tijd maar de motor was uiteindelijk weer piccobello in
orde voor de volgende etappe.
Precies een maand had ik in Lahore doorgebracht, van 05-11 t/m 04-12, toen ik
wel moest vertrekken aangezien mijn visum voor Pakistan op 05-12 verliep en ik
het land dus wel uit moest. Nooit gedacht dat ik 3 maand in Pakistan door zou
brengen. Voor aanvang van deze reis was het slechts een 'doorgangsland' waarvan
alleen de Karakoram Highway mij bekend was. Het land was mij enorm bevallen en
samen met de Oekraïne een land dat ik nog wel eens bezoeken zou willen per
motor.
Zondag 03-12 echter belde de directeur van het bedrijf me op met het verzoek om
nog langer te blijven om nog enkele zaken aan een andere machine uit te zoeken,
3 dagen was voldoende. Toen ik zei dat dat onmogelijk was aangezien mijn visum
verliep bleek dat verlenging geen probleem was, dat kon in 1 dag geregeld
worden. Hierop besloot ik deze 3 dagen nog te blijven.
Het verlengen van het visum was inderdaad geen enkel probleem, ik hoefde alleen
een copy van mijn paspoort, copy van mijn Pakistaans visum en 3 pasfoto's af te
geven, wat doorgefaxt werd (de pasfoto's werden nagestuurd) naar het kantoor van
het bedrijf in Islamabad en de volgende dag hadden we al een fax terug met de
verlenging en hoefde ik alleen nog maar op het origineel te wachten. In de
(gefaxte) verlening bleek echter een fout te zitten, namelijk dat ik Pakistan
via Lahore airport zou verlaten. Een foutje van de man in Islamabad die er
natuurlijk geen idee van had dat ik op de motor ipv. per vliegtuig gekomen was.
inmiddels wetende hoe groot de gevolgen van dit soort kleine onvolkomenheden
kunnen zijn in dit soort landen hing ik gelijk aan de bel en zou men het direct
corrigeren. Dit kostte wel weer 2 extra dagen maar dat maakte mij weinig uit. De
volgende dag kreeg ik de fax met de gewijzigde verlengingsformullier waarin
alleen het woord 'Airport' doorgekruist was. En inderdaad toen ik de daarop
volgende dag de originele verlenging (voor de aangevraagde 14 dagen) kreeg (met
1 pasfoto er op, waar waren de beide anderen gebleven?) was er gewoon in
gestreept. Twijfelend of dat zo geaccepteerd zou worden verliet ik zaterdag 9
december 2000 dan eindelijk Lahore om de grens met India over te steken, wetende
dat mochten er problemen ontstaan Lahore (en dus het huis van Barry) slechts 25
km verwijderd was.
Gedurende de afgelopen maand had ik enorm genoten van mijn verbijf in Lahore,
van het rustpunt tijdens de reis maar was tijd geworden om verder te trekken.
De verlenging was inderdaad helemaal geen probleem en ook mijn Carnet was in
no-time uitgestempeld. Op naar de Indische zijde dus. Ook daar geen
noemenswaardige problemen behalve dat ik alle tassen moest openen voor en snelle
oppervlakkige inspectie die niets om het lijf had. Al met al duurde alle
grensformaliteiten nog geen 2 uur, wat mij enorm mee viel gezien de vijandige
betrekkingen die de landen met elkaar onderhouden. Helaas was vandaag niets te
zien van de overslag van goederen wat al lopende gebeurd door mensen met fel
gekleurde hesjes aangezien de grens alleen open is voor niet
pakistaanse/indische voertuigen. Dat moet volgens de berichten en foto's een
kleurrijke bedoening zijn. In het Pakistaans registerboek nog wel gezien dat er
gisteren een engelse BMW R1150GS de grens gepasseerd was in dezelfde richting.
Volgende keer meer over India en mijn ervaringen en problemen daar want daar
valt al weer een heel reisverslag mee te vullen.
Momenteel zit ik in Goa en vier daar kerst en nieuwjaar.
Tot schrijfs,