Reisverslag 13 Calangute (India, 22-01-2001) t/m Kochi
(India, 07-03-2001)
Wat? Nu al het volgende
verslag? Ja, het vorige was wel heel erg lang. Dat kan alleen maar korter
gemaakt worden door vaker een reisverslag te versturen, aangezien het
alternatief (minder vermeldingswaardige zaken meemaken) mij minder aanspreekt.
Dus vandaar! Maar of ik dit in de toekomst vol blijf houden.....
Na het uiteindelijke
vertrek van Jeannette uit Goa diende ik de reis weer op te pakken. Ik had nog
helemaal niet verder gekeken dan Goa ook al i.v.m. het gedoe met mijn visum voor
India. Dat was nu achter de rug en ik kon nog bijna 6 maanden in India blijven.
Allereerst de nodige zaken gedaan, als kaarten gepost, mijn broek laten
repareren (een pijp was door aanraking met de uitlaat van het brommertje op Sri
Lanka deels gesmolten), geld gewisseld en tevens kon ik aan de slag met de door
Jeannette meegenomen onderdelen. Zo wilde ik de voorband laten verwisselen bij
dezelfde shop waar men mij achterband geplakt had. "Nee, we doen geen tubeless
banden". Wat? Enkele weken geleden heb ik hier mijn achterband laten plakken en
daarbij, ik wil alleen de band verwisselen. Dus samen met de eigenaar aan de
slag en in no-time lag de nieuwe band er omheen.
De antenne van de GPS had weer eens geen ontvangst (hetzelfde probleem als in
Turkije) en in het Internetcafé had men een kleine soldeerbout dus ook dat
probleem opgelost dacht ik. Maar toen ik buiten kwam werd er nog steeds geen
satelliet ontvangen. Grote shit, maar verder kon ik er niets aan doen. Terug bij
de motor de nieuwe GPS-steun van Touratech gemonteerd. Dat wil zeggen men had
alleen een deel gestuurd zodat ik bijna een metalen steun had. Alleen was men nu
vergeten het deel ter bescherming/versteviging van de antenne mee te sturen en
dat was nu net het zwakste punt van mijn hele GPS. Terwijl ik met de montage
bezig was had ik ineens weer signalen op de GPS en functioneerde deze perfect.
De oorzaak was dat, doordat de backup batterij defect/leeg was, de hele
satelliet-almanak verloren was gegaan en deze moest eerst opnieuw van de
satellieten ontvangen worden en dat duurt een half uur of zo. Vervolgens
functioneerde het perfect. Ook nog de gaskabels naar de beide cilinders
vervangen, iets wat ik in Mumbai slechts professorisch opgelost had.
Een dolfijnenspot trip helemaal voor ons alleen |
's Middags nog een wandeling over het strand gemaakt toen ineens Poul mij nariep
vanuit een strandtent. Dus daar lekker wat gedronken en ze hadden nog een
verrassing in petto voor mij. Ze liepen op straat en kregen een kraslot
uitgereikt. Bij het wegkrassen bleken ze de hoofdprijs gewonnen te hebben: een
week in een 5-sterren hotel. Sceptisch maar omdat ze toch niets anders te doen
hadden zijn ze naar het hotel gelopen en... inderdaad ze hadden een week
accomodatie gewonnen. Alleen moest dit via het hoofdkantoor in Indonesië (geloof
ik) geregeld worden dus kon dat niet direct benut worden maar pas over enkele
maanden. Tsja, zolang kan natuurlijk bijna geen enkele toerist wachten en ook
was het niet geldig bij de andere vestigingen van de hotelketen. De tweede prijs
was een dolfijnentrip op zee en toen ze vroegen of ze de hoofdprijs niet voor de
tweede prijs konden ruilen was dat geen probleem. Toen die man vroeg met hoeveel
personen ze waren dachten ze gelijk aan mij en zeiden 3!
Inbraak in je eigen kamer |
Dus de volgende ochtend hadden we een dolfijnentrip. De volgende ochtend vroeg
ontbeten en naar Baja gelopen naar het hotel. De boot lag al klaar en via de
rivier voeren we de zee op. Al dobberend op zee zagen we niet veel dolfijnen. De
zee was vrij ruw (strakke wind) en Poul, die zich toch al niet al te best
voelde, moest overboord kotsen. Ineens brak de spie van de propeller van de
motor af en daar dreven we dan midden op zee met motorpech en geen peddels aan
boord. Het bleek echter een vaker voorkomend probleem te zijn want de hele motor
werd aan boord getild waarna er een nieuwe spie werd geplaatst en het probleem
opgelost was. Intussen zagen we nog vele dolfijnen zelfs vrij dicht bij de boot.
Zo bleek de tocht toch nog succesvol te eindigen (behalve voor Poul).
Terug bij het hotel kregen we nog een T-shirt die men gratis weggaf aan iedereen
die zijn kraslot kwam afgeven en terwijl wij terugliepen ontdekte ik dat ik mijn
sleutelbos kwijt was. Terug bij de boot bleek ook niets te liggen dus de enige
mogelijkheid was dat ik de sleutels op mijn kamer had laten liggen. Maar dat was
een probleem aangezien ik de kamer met mij eigen hangslot afgesloten had. Bij
het hotel door het getraliede raam gekeken en inderdaad had ik de sleutels aan
mijn tanktas laten hangen en dus had ik een probleem. Eerst geprobeerd het slot
van de deur te schroeven maar ik kon alle schroeven er niet uit draaien.
Vervolgens heb ik een 5 meter lange stok genomen en heb door het getraliede raam
naar mijn tanktas, op het bed liggend, gehengeld. Uiteindelijk lukte het me de
tanktas naar het raam te halen en kon ik de sleutels pakken. Onderwijl was wel
al het geld er uitgevallen en lag verstrooid door de hele kamer. Poul
suggereerde nog om er foto's van te maken en de 'inbraak' bij de verzekering te
claimen maar ik was al lang blij dat ik mijn kamer weer in kon. Dat was al de
tweede maal dat mij dat overkwam. In het vervolg toch beter cotroleren of ik de
sleutels op zak heb voordat ik de deur afsluit!
Poul en Pia hadden genoeg van Calangute en vertrokken naar Vagatore waar ze
langs de kust konden kamperen. Ze hadden mij die avond uitgenodigd voor een zelf
bereid diner en dus reed ik er in de middag er reeds heen. Er stonden nog veel
meer overlanders (ook Nederlanders) maar slechts de Duitse tattoo-bus had ik
eerder reeds getroffen. Ik was verrrast en herkende de bus eerst niet. Bleek dat
de stickers hadden los gelaten en in Nepal had men de bus maar opnieuw
beschilderd. Ze waren niet van plan om naar Goa te reizen maar hadden dat plan
gewijzigd. Ik wilde niet naar Vagatore komen om te kamperen aangezien ik
eigenlijk verder wilde en bang was dat ik dan ook hier weer zou blijven hangen.
Terug in het hotel droeg ik mijn spullen terug naar de kamer toen op de gang
mijn palmtop op de grond viel. Er bleek een grote zwarte vlek op het scherm te
zitten maar verder werkte alles nog goed, alleen wat ongemakkelijk dus. Toch
baalde ik er enorm van want die palmtop is heel waardevol voor mij geworden
tijdens de reis. Maar aangezien gedane zaken geen keer nemen had ik het maar te
accepteren.
Vrijdag 26 januari was ik dan eindelijk helemaal gereed om te vertrekken. De
motor in orde, alle koffers uitgeruimd en de was gedaan, kortom ik kon er weer
even tegen. Nog snel voor vertrek even de laatste keer naar het Internetcafé en
vertrokken. Mijn doel vandaag waren de watervallen in Molen. Via Panaji en Oud
Goa gereden waar ik langs de verschillende oude kathedralen gereden ben en er
één ook daadwerkeljk bekeken heb. Het was door de Portugezen gebouwd dus zag het
er heel Europeaans uit en dus niet iets om lang bij stil te staan. In Molen
aangekomen werd ik naar Kulem verwezen om het woud in te trekken maar daar nam
ik een verkeerde weg en kwam na enkele kilometers off road door de jungle op een
rubberplantage terecht. Omgekeerd en toen moest ik vlak voor Kulem op een
spoorwegovergang wachten. Dat is hier een nogal langdradige aangelegenheid
aangezien er minimaal de eerste 7 minuten helemaal niets gebeurd. De bomen zijn
handmatig gesloten door een medewerker die daar een signaal toe krijgt.
Vervolgens kruipen alle voetgangers en brommers onder de bomen door en steken
over. Helaas is mijn brommer een beetje te groot om hetzelfde te doen. Als de
trein er dan uiteindelijk aan komt is dit luid hoorbaar door een lang getoeter
dat al in de verre verte begint. Als dit nou het sein voor de medewerker zou
zijn om de bomen te sluiten zou alles veel efficiënter verlopen, maar zo werkt
het in de praktijk helaas niet. Hier was ik echter de enige die op de spoorbomen
zat te wachten en toen dan eindelijk de trein voorbij kwam bleek het een hele
lange goederentrein die slechts tergend langzaam voorbij trok. Maar eindelijk
was hij voorbij en toen..... niets. De bomen gingen niet open. Geseind naar de
medewerker wat er aan de hand was en die liep vervolgens naar zijn huisje nam de
telefoon en even later gingen inderdaad de bomen omhoog om direct weer naar
beneden te gaan toen ik over het spoor was. Zo'n man zou direct bevorderd moeten
worden. Een Indiër die zelf initiatief durft te nemen daarvan heb je er niet
veel!
Het was inmiddels te laat geworden en dus ben ik terug naar Molen gereden om te
overnachten. In het hotel wilde men mij een kamer van Rs. 280,- aansmeren maar
de slaapzaal was slechts Rs. 60,- stond aangegeven. Dat klopte wel maar die was
vol. Er was helemaal niemand aanwezig maar deze bleek volgeboekt te zijn. Ik had
zo mijn twijfelds en sprak af dat ik de kamer nam en als er om 8 uur nog een bed
vrij was ik naar de slaapzaal zou verhuizen. Daarvan maakte men dat ik nu naar
de slaapzaal kon en als deze vol zou raken ik dan alsnog een kamer moest nemen.
Ook goed. 's Avonds kwam er inderdaad een auto vol met Indiërs maar die werden
naar een andere slaapzaal gedirigeerd en ik had dus de hele nacht de slaapzaal
voor mij alleen. De volgende ochtend terug naar Kulem gereden en nu de juiste
weg het bos in geslagen. Al snel kwam ik voor een rivier terecht die ik moest
doorwaden. Zoiets had ik nog niet eerder gedaan en het was dus wel spannend. Met
het gas erop hobbelde ik over de stenen door de rivier, hooguit een halve meter
diep, toen me ineens de motor af sloeg. En daar stond Martin midden in de
rivier. De motor weer starten was geen probleem maar weer wegkomen was een ander
verhaal maar met een slippende koppeling en wat geglibber kwam er weer beweging
in en raakte ik zonder verdere problemen aan de overkant. De off road-rit door
de jungle was leuk en na mijn ervaringen opgedaan in Pakistan geen enkel
probleem. Nee, dan was de tweede rivierdoorwading spannender. Deze was breder en
iets dieper maar met de ervarignen zojuist opgedaan lukte het me om er in één
keer doorheen te komen en dan is het eigenlijk best wel leuk. Ik zat er nog over
te denken om nog eens heen en weer te gaan maar dat zou de goden verzoeken zijn
dus heb ik dat maar niet gedaan. Op de terugweg moest ik er toch weer door.
Alhoewel de rit op zich al een hele belevenis was was het eigenlijke doel de
waterval. Deze bleek achteraf iets tegen te vallen helemaal toen nadat ik er een
uurtje had gezeten, jeepladingen vol met toeristen kwamen die kabaal maakten en
die leuke aapjes begonnen te voeren. Nee daar wilde ik niet bij horen en dus ben
ik terug gereden. Bij de eerste rivierdoorwading stond een hele schoolklas bij
het water aan de overkant die ik probeerde van het pad af te krijgen aangezien
je over de keien in de rivier glibbert kun je niet 100% nauwkeurig zeggen waar
je aan de overkant uit komt. Maar ja, met het vooruitzicht dat er een motor door
het water gaat gaat er natuurlijk geen enkel kind aan de kant. Dus er maar door
en nadat een enkeling aan de kant moest springen stond ik aan de overkant en nam
het applaus in ontvangst. Bij de laatste rivierdoorwading kwam ik ineens wel
heel erg diep in het water en stopte. Toen bleek dat ik op de heenweg iets
verderop er doorheen gegaan was en probeerde al bijsturend in het ondiepere deel
te komen wat lukte en ook hier kwam ik er uiteindelijk zonder problemen door.
Op het strand in Agonda temidden van de overlanders |
Wel twee dingen geleerd. Het is beter om eerst even te verkennen waar je de
rivier over wilt steken en niet klakkeloos het pad volgen. Verder is het in het
algemeen het beste de rivier op zijn breedste punt te doorwaden aangezien die
daar het minst diep is. Vanuit Molen doorgereden naar Agonda, een heel klein
dorpje aan het strand in Goa en daar aan de kust mijn tent opgezet en samen met
andere overlanders was het er goed toeven. Vlakbij was alleen een klein
strandrestaurant waar we gratis water konden halen en gebruik konden maken van
de douche als we er af en toe maar aten. 's Ochtends kwam de bakker langs.
Althans een man op een fiets met een enorme bak met broodjes achterop. Al
toeterend met een toetertje reed hij rond en kon je hem aanhouden om brood te
kopen. Dus dat was dat getoeter waar ik elke morgen in Calangute wakker van
werd! Het was dus niet de lokale dorpsgek maar de bakker op zijn ronde! Wat
koffie bij het ontbijt was wel lekker maar helaas bleek de brander lek te zijn.
2 kapotte O-ringen die ik gelukkig als reserve bij me had. Tsja dat krijg je
ervan als je langere tijd niet gaat kamperen. Toch vaker doen.
Het was zondag dus in de loop van de dag kwamen er bus en truckladingen vol
Indiërs naar het strand. Hiervoor was ik gewaarschuwd en vooral voor groepen
mannen die zich laveloos zuipen en aan het eind van de middag problemen kunnen
veroorzaken. Het bleek echter allemaal wel mee te vallen. De hele dag niet veel
gedaan behalve lezen en (te lang) in de zon gezeten. Maandag ging het eigenlijk
precies hetzelfde het was zo lekker om niets te doen maar dat kon zo niet
doorgaan. Ik moest boodschappen doen maar vooral internetten. Van Duitsers had
ik gehoord dat er een zware aardbeving was geweest in Gujarat en alhoewel ik
daar helemaal niets van mee gekregen had leek het mij een goed idee om toch het
thuisfront hier maar van op de hoogte te brengen. In Agonda was geen
Internetcafé (al werd later een schrijven uitgedeeld van het eerste Internetcafé
in Agonda) dus op naar Palolem om te mailen.
's Avonds voor de eerste maal mijn nieuwe wereldontvanger gebruikt die
uitstekend beviel. Terwijl ik zat te luisteren naar de radio kwam er een auto in
het donker aanrijden en aan het silhouet herkende ik de auto van Poul & Pia. Zo
werd het dus een hele gezellige avond al werd het niet laat aangezien het koud
en winderig was. Mijn bedoeling was om in Agonda aan mijn reisverslag te werken
maar daar was tot op heden weinig van terecht gekomen en nu Poul & Pia er waren
kwam er ook weinig van. Eerst samen ontbeten en dan valt het op dat als je met
een auto onderweg bent je (nog) meer mee kunt nemen. Ze hadden een ruime keuze
beleg en daar heb ik dan ook maar van genoten. Uiteindelijk toch maar aan het
reisverslag begonnen en toen ik er goed en wel in zat kwam Poul vragen of ik mee
ging zwemmen en zo schoot het natuurlijk niet op. 's Avonds stonden er
pannenkoeken van Pia op het programma maar dat lukte niet echt. Ze bleven niet
heel, maar de stukjes smaakten ook goed. Wat de precieze oorzaak was werd niet
duidelijk maar zeker lag het volgens Pia niet aan haar en gaf Poul de schuld die
er te veel bier doorheen had gedaan.
De volgende dag trokken
Poul & Pia weer verder en ook doordat ik mijn boek uit had was er geen excuus
meer te verzinnen om niet met het reisverslag verder te gaan. Met de benodigde
intervallen bijna de gehele dag aan het verslag gewerkt (dit maal in de schaduw
van een boom) en daar bleek ik ook nog de gehele volgende dag voor nodig te
hebben. Een groot verslag maar ja, het dekte dan ook zo'n 3 maanden. Doordat het
scherm van mijn palmtop beschadigd was en door een zwarte vlek een deel van het
scherm niet zichtbaar was, was het typen geen probleem maar herlezen op (de
vele) typefouten was moeilijker. Dus maar naar het Internetcafé geweest en het
daar nagelezen en gewijzigd. Maar uiteindelijk was het af en was ik opgelucht
toen het eindelijk verzonden was.
Nu het reisverslag verstuurd is kon ik me gaat concentreren op de te volgen
route en ben daar nog een dag mee bezig geweest en verder lekker gerelaxed.
Zondag 4 februari dan (eindelijk) Goa verlaten en langs de kust naar het zuiden
gereden. Vervolgens landinwaarts gedraaid en toen ging het gelijk de smalle
wegen over die al slingerend, heen en weer, op en neer door de heuvels. Het was
ook nog een gebied met zware bebossing dus was het volop genieten geblazen. Mijn
doel voor vandaag waren de watervallen bij Jog Falls. Laat in de middag
arriveerde ik daar en nam mijn intrek in een eenvoudig hotelletje. Vervolgens de
watervallen bezocht die wel heel mooi waren. Het water viel over de rand naar
beneden en vernevelde deels. Je kon helemaal omlaag lopen en dat was niet alleen
vermoeiend maar je werd er nog zeiknat van ook. Vervolgens moest je dezelfde weg
weer helemaal omhoog klimmen en was je bekaf als je eenmaal boven was. 's Avonds
nog weer terug geweest en genoten van het uitzicht op de watervallen in het
(halve) maanlicht.
Waar leidt deze weg heen? |
Ook de volgende ochtend nog weer even naar de watervallen gekeken en toen
vertrokken zuidwaarts door de heuvels. De precieze weg was en bleef onduidelijk
aangezien er weinig aangegeven stond en ik voornamelijk mijn GPS gebruikte om
globaal in de juiste richting te bljven rijden. Veel maakte het niet uit want op
alle wegen was het genieten. Later bleek dat ik wegen had genomen die helemaal
niet op de kaart bleken te staan. Uiteindelijk belandde ik in Sringeri een Hindu
pelgrimsplaats met een tempel. Daar gevraagd naar een hotel en kon ik in het
hotel van de tempel dat elders op de top van een heuvel lag overnachten voor Rs.
25,- (fl. 1,25). De tempel bezocht die niet echt bijzonder was maar wel lekker
rustig. Op de trappen naar het water gezeten en gekeken hoe men vanaf de brug
over de rivier voedsel voor de vissen in het water gooide die er met een enorm
geplons er op af doken en met elkaar vochten voor het voedsel. Maar waarom?
Aangezien er enorme hoeveelheden voedsel in het water gegooid werden was dat
totaal onnodig. Dat was ook wel te zien aan het formaat van de vissen die enorm
was. Niet alleen de vissen werden goed verzorgd ook voor de bezoekers was er een
gratis maaltijd. Het eten was niet veel bijzonders maar de manier waarop het
geserveerd werd wel. De rijst werd uit een grote voorbij rollende kar geschept
en vervolgens kwam men nog met enkele emmers met 'sausjes' voorbij. Dus echt
geënt op grootverbruik.
Inmiddels was ik aardig door mijn geld heen geraakt (ondanks het goedkope hotel
en het gratis diner). Geld had ik zat alleen geen Indische Rupees. Bij
verschillende banken geprobeerd maar wisselen was niet mogelijk. Normaal zijn ze
gek op US-dollars maar blijkbaar niet in India. Ik had nog slechts Rs. 700.-
(fl. 35,-) ter besteding. Weer zwalkend door de bergen ging het de volgende dag
richting Madikeri totdat ik een weg op de kaart niet kon vinden. Navraag bracht
ook geen soelaas en ik werd de andere kant opgestuurd naar Sullia. Daar maar in
een hotel overnacht. Het was nog 174 km naar Mysore waar ik weer geld kon
wisselen en dat haalde ik dus wel (zij het krap). Ik dacht dat het eenvoudig zou
zijn de volgende dag naar Mysore maar dat viel wat tegen. De weg was zo enorm
slecht en vol gaten dat er langzaam en geconcentreerd gereden moest worden
waardoor ik pas in de middag in Mysore aan kwam.
De BMW had over belangstelling niet te klagen |
Terwijl ik bezig was me te oriënteren in de stad ontdekte ik een bank en besloot direct geld te wisselen.
Daarvoor moest ik op de eerste verdieping zijn en daar vroeg de manager of ik op
de motor was. Ja, hoezo? Nou kijk maar eens uit het raam. Daar was mijn motor
omzwermt door Indiërs die allemaal er een glimp van probeerden te op te vangen.
De zwerm werd zo groot dat de hoofdweg geblokkeerd dreigde te raken en toen het
verkeer veelvuldig begon te toeteren dirigeerde een agent de mensen die op de
weg stonden weg zodat het verkeer weer doorgang had.
In Mysore zat Jan Langkamp, een ex-collega, die ik bezoeken wilde. Ik wist in
welk hotel hij verbleef en besloot in een hotel in de buurt intrek te nemen.
Toen ik voor het hotel stopte vertelde een taxichauffer dat mijn vriend er was.
Ik snapte daar niets van maar het werd snel duidelijk toen ik de zwarte BMW in
de parkeerkelder zag staan. Steven Raucher (één van de Zuidafrikanen) was hier
ook zojuist aangekomen. Broer Robert zat nog steeds in Goa aangezien het hem
daar goed beviel.
Ik moest toch weer even een Brugman machine zien |
Om goed 18 uur naar het hotel van Jan gelopen en daar zag ik hem buiten lopen en
het weerzien was leuk. Jan was ook in Syrië geweest maar net vertrokken toen ik
daar aankwam. Jan was er samen met Edwin (die uit Enschede kwam) die nieuw was
bij Brugman. 's Avonds hebben we samen gegeten in Parklane hotel waar het heel
gezellig was alleen liet de rekening maar op zich wachten. Na driemaal vragen
kregen we nog geen rekening en zijn we vertrokken zonder te betalen. Later vroeg
Steven me wat er precies aan de hand was. Hij was later komen wezen dineren en
had het één en ander opgevangen (terwijl wij reeds vertrokken waren) maar men
wilde verder niets vertellen. De volgende dag ben ik met Jan en Edwin mee
geweest naar het bedrijf. Maar zoals Jan reeds gezegd had kon ik er nog niet
veel doen aangezien er nog geen kabelgoten geplaatst waren. Het enige dat ik
doen kon was de klant enkele dingen verklaren hoe alles functioneren moest zodat
ze al vast een inzicht in de werking van de machines kregen. Voornamelijk over
de mercer had men vragen. De spanbanden waarmee de machinedelen in de containers
mee vastgezet waren werden ook gebruikt als hijsbanden ondanks verschillende
opmerkingen van Jan hierover die volledig genegeerd werden. Bij de Brubosat ging
het dus fout toen er een spanband scheurde en de gehele brubosat uit de kraan
viel. Zonder persoonlijke gevolgen gelukkig maar de Brubosat was 'total loss'.
Er moest een nieuwe Brubosat in Nederland gemaakt worden en opgestuurd worden.
Nog gecontroleerd of de rubberen rol nog wel recht was en dat bleek zo te zijn.
Ik was niet de enige die niet veel kon doen. Voor Jan en Edwin gold eigenlijk
hetzefde. Er lagen nog vele te monteren delen rond de machines maar er misten
nog 2 containers dus overal zat het vast op missende delen. De containers zouden
'spoedig' arriveren maar niemand wist precies wanneer. Verder heb ik het rustig
aan gedaan in Mysore. Op de kamer kon ik HBO ontvangen, een zender die continu
fims uitzendt, en daar heb ik er verschillende van gezien. Verder een beetje
door de stad lopen dwalen en 's avonds samen met Jan en Edwin gegeten. We
belandden met de riksha op een plek die niet de bedoeling was maar het eten was
goed al miste de plaats duidelijk ambiance.
De volgende ochtend zat ik in Parklane rustig te ontbijten toen ineens Steven
binnen kwam stormen. Hij had problemen met zijn achterband. De motor zwabberde
en het rubber van de band werd bij de velg helemaal zacht. Die smeltende rubber
konden we niet anders verklaren dan de inferieure kwaliteit van de band die niet
t.o.v. de velg bleek te verdraaien. Een testritje van mij op zijn motor leerde
dat de achterkant inderdaad iets zwabberde al was dit heel moeilijk te bepalen
op de slechte Indische wegen. Er bleken 2 spaken gebroken te zijn. Ik had
reservespaken bij me en hebben ze vervangen en tevens alle spaken op dezelfde
spanning gebracht, want daar zat ook het nodige verschil in. Ik heb mijn spaken
ook maar direct gecontroleerd: geen gebroken spaken, wel de nodige bijgespannen.
Tevens bleek hij maar liefst drie!!!! gaatjes in zijn achterband te hebben. Ook
hij had alleen de standaard plakset van BMW bij zich en een identieke set van
Touratech. Gezien mijn ervaringen hiermee in Pakistan had ik er een hard hoofd
in maar heb niets gezegd en alleen toegekeken. Hij prikte er ook eerst door.
Vervolgens ruwde hij het gat ook op maar smeerde de naald eerst met lijm in. Dat
was dus iets wat ik niet gedaan had!! Vervolgens verdween de plug in het gat
zonder af te breken. Dus dat was de fout die ik gemaakt had. De lijm fungeert
dus niet alleen als lijm maar ook als glijmiddel. Ik heb later nog eens mijn
gebruiksaanwijzing nagelezen en.... inderdaad stond het daar precies in zoals
Steven had gedaan. En in Pakistan had ik wel 5 maal de gebruiksaanwijzing
gelezen en dit 5 maal over het hoofd gezien. Waarschijnlijk omdat ik al
gefustreerd was dat het niet lukte.
Samen geluncht in Parklane en vervolgens 's middags naar de Bidi fabriek
geweest. Bidi is het Indische sigaretje dat het formaat heeft van een kleine
sigaret maar er uit ziet als een sigaar. Allemaal handwerk hoe die dingen
gemaakt worden. Gelijk ook nog even bij een shop geweest waar men wierookstokjes
maakte. Beide was heel saai en eentonig werk. 's Avonds met Jan en Edwin naar de
Quality Inn geweest om te eten. Dat was wel leuk want er was een goochelaar die
bij je tafel kwam en verschillende trucs demonstreerde. Pas toen wij begonnen te
proberen zijn trucs te doorgronden werd hij voorzichtiger maar één truc hebben
we ontrafeld. We zagen dat hij gebruik maakte van (bijna, maar niet helemaal
voor de attente toeschouwer) onzichtbaar draad. In Mysore verschillende dingen
bekeken maar het paleis was het meest de moeite waard. Vooral op zondagavond
aangezien deze dan verlicht was met duizenden lampjes, wat het geheel een
sprookjesachtig sfeer gaf.
Het schitterend verlichte paleis in Mysore |
De volgende dag heb ik het paleis ook van binnen bezichtigd en dat was zeker de
moeite waard. Ook nog een bezoek gebracht aan de tempel in het nabij gelegen
Somnathpur, niet om de tempel zelf maar meer als excuus voor een ommetje op de
motor. Bij de tempel moest ik USD 5,- betalen terwijl de Indiërs Rs. 5,-
betaalden, pure oplichterij dus. Na een weekje Mysore werd het tijd om verder te
trekken. Mijn doel voor die dag was Ooty (de officiële naam Udhagamandalam
vergeten we snel), een 'hillstation' in de koele heuvels op slechts 175 km van
Mysore. Op de weg kwam ik langs de fabriek waar Jan werkte en daar met de motor
helemaal naar binnen gereden en de motor naast de machine geplaatst. Aangezien
men geen verdere vragen had over de machines had had ik rustig de tijd om het
steuntje voor mijn GPS antenne te maken. Uit een stukje ijzer een gat geslepen
en met de vijl bijgewerkt en tot slot er nog een versteviging omheen laten
lassen. Alles van onverwoestbare kwaliteit, met die antenne gebeurd niets meer!
Om 14 uur reed ik door naar Ooty. Eerst was de weg saai en slecht maar toen we
in de heuvels begonnen te komen werd alles veel interessanter en zeker veel
mooier. Bochtige wegen en het uitzicht werd ook steeds mooier. Daardoor schoot
het echter niet echt op en bereikte ik Ooty pas vlak voor zonsondergang. Na enig
zoeken vond ik een hotel waar ook een Nederlands stel bleek te zitten.
's Avonds hebben we samen bij een Chinees gegeten wat lekker was en het werd een
late avond, en dat terwijl ik al zo moe was. Mijn voornaamste doel in Ooty was
het ontmoeten van Gion, de Zwitser die de rondreis naar de zuidpunt van India in
omgekeerde richting als ik reed en al weer op de weg terug omhoog was. Dus hem
een mail geschreven in welk hotel ik verbleef. Verder naar de botanische tuin
gelopen die niet echt bijzonder was maar heel on-Indisch schoon was, geen afval
overal zoals elders. Het zag er meer uit als een park in Nederland en botanisch
gezien was er weinig te zien. Maar het afval lag er wel degelijk maar was
weggewerkt achter muurtjes e.d. Toch was het er goed toeven en was het er
rustig. 's Avonds weer bij dezelfde Chinees gegeten want echt veel keus was er
niet in Ooty. De volgende dag heb ik een tocht door de omgeving gemaakt. Eerst
naar Doddapettah piek vlak bij Ooty waar het stervensdruk was met lokale
toeristen. Het uitzicht over Ooty was niet echt bijzonder en ik ben dus snel
weer verder gereden. Mijn doel was een ander 'hillstation' Kotagiri maar er
stond helemaal niets aangegeven zodat ik nogal aan het dwalen kwam en regelmatig
moest vragen naar de weg. Ik bleek achteraf een enorme omweg gemaakt te hebben
maar dat was geen enkel probleem aangezien de gevolgde wegen schitterend waren
en absoluut geen verkeer en dat te midden de theeplantages. Heerlijk gewoon.
Temidden de thee plantages |
Na Kotagiri ging het vanuit de heuvels steil omlaag (met haarspeldbochten) naar
de aangrenzende laagvlakte en vandaar uit ben ik via de hoofdweg weer terug
gereden naar Ooty. Ook een mooie weg maar lang niet zo mooi en rustig als de
heenweg. Terug in het hotel bleek Gion inmiddels aangekomen te zijn. Verrassend
want ik had hem eigenijk pas de volgende dag verwacht. Hij had globaal dezelfde
ronde gemaakt als dat ik wilde gaan maken en had dus veel nuttige informatie
voor mij die we tijdens het diner uitwisselden. Ik had ook wel wat informatie
voor hem maar niet veel want 6 jaar geleden was hij ook al eens in India geweest
en toen op een gehuurde Enfield rondgereden waarbij Ooty toen het meest
zuidelijke punt was. Dus de route die ik gedaan had kende hij eigenlijk al. Hij
wilde terug naar Goa en van daaruit met de trein naar Delhi om kilometers te
sparen omdat er diverse slijtdelen in slechte staat verkeerden en de nieuwe
delen naar Delhi gestuurd waren.
De volgende dag ook nog samen doorgebracht en toen we weer helemaal bijgepraat
waren en alle informatie uitgewisseld hadden konden we beiden maandag 19
februari, na een laatst gezamenlijk ontbijt, ons weegs gaan. Gion ging naar
Mysore en ik reed richting Kodaikanal. Of ik dat haalde vandaag was
twijfelachtig want ik wilde binnendoor door de bergen waar een weg stond op de
kaart maar geen plaatsnamen bij vermeld zodat het heel moeilijk naar de weg
vragen wordt en ook stond deze weg niet op het kaartje in de LP. Verschillende
malen heb ik een afslag geprobeerd maar telkens liep dat er op uit dat ik in een
dorpje aan kwam waar de weg eindigde. Deze keer had de LP dus gelijk. Ik reed
echter wel door een hele mooie omgeving, een heuvelachtig natuurgebied
(Avalanchi Forest) waar een groot stuwmeer gevormd was en waar je helemaal langs
heen reed. Er was absoluut niemand op de weg en al klimmende reed ik weer door
hele mooie theeplantages. Ik kwam niet alleen niets tegen op de weg, hele lange
stukken zag je ook überhaupt niemand, heel ongebruikelijk in India maar wel
volop genieten.
Pas om 16 uur kwam ik
weer op de hoofdweg uit en besloot door te rijden naar Coimbatore, wat een
oninspirerende stad was maar dat alleen als overnachtingsplek gebruikt werd.
Door deze tussenstop was het de volgende dag nog maar een klein stukje naar
Kodaikanal, een dorp in de bergen, boven de 2000 meter. De weg naar Panali was
goed alleen liep de doorgaande weg van Panali naar Kodaikanal vlak langs een
tempelcomplex dat een beroemd Indisch pelgrimsoord bleek te zijn zodat ik dacht
dat ik helemaal fout zat toen ik onder een poort door reed en midden in een
muzikale optocht belandde. Men bleef echter bevestigen dat ik op de juiste weg
zat en eenmaal de tempel voorbij werd het weer een normale weg en reed ik de
bergen tegemoet. Bij een meer begonnen de heuvels en slingerde de weg zich met
haarspeldbochten omhoog. Hoe hoger je kwam, des te mooier werden de uitzichten.
Nee, dit was een absoluut schitterende weg en vele malen langs de weg gestopt om
van de uitzichten te genieten. Vlak voor Kodaikanal moest ik tol betalen. De
eerste maal in India omdat normaal tweewielers vrijgesteld zijn en je gewoon
langs de loketten heen reed. Dit had men blijkbaar vaker meegemaakt aangezien de
slagboom snel gesloten werd toen er een raar uitziende motor aan kwam rijden.
Men bleek hier echter officieel uitziende bonnetjes voor tweewielers te hebben
en ik wilde betalen toen een lokaal brommertje gewoon door reed. Ik werd toen
pissig en wilde ook verder (zonder te betalen). Daar werd de lokale agent weer
pissig over. Snel liep er een kereltje naar binnen en kwam met een pasje terug!
Bleek dat de lokale bevolking een jaarpas heeft. Het brommertje had deze echter
niet laten zien. Of het verhaal waar is weet ik nog steeds niet maar
uiteindelijk toch maar betaald en toen was iedereen weer tevreden.
Een kampeerplek met een schitterend uitzicht |
Kodaikanal is een dorpje waarin alle straten op- of aflopen. Het door Gion
aanbevolen hotel lag op een richel en vanaf de tuin liep het steil omlaag en dus
had je een schitterend vergezicht over de vlakte beneden. Ik nam mijn intrek in
de goed gevulde slaapzaal en op het gazon in een tentje kampeerden Jonathan en
Toorna, een Engels stel op een Yamaha XT600. Ik was hen in Islamabad op de
camping ook al tegen gekomen en dat ik ze hier ontmoette was (uiteraard) puur
toeval want ze bleken hier gestrand te zijn. De ketting van hun motor moest
vervangen worden en Jonathan had een nieuwe ketting op laten sturen en ontvangen
en had besloten deze in Kodaikanal te vervangen. Toen de nieuwe ketting er
omheen gelegd was bleek de nieuwe ketting 2 schakels korter te zijn. Ik heb niet
gehoord hoe hij toen gereageerd heeft (ik was er toen nog niet) maar heb daar
wel een idee van. De oude ketting monteren kon ook niet meer dus moest hij
wachten op de missende schakels. Die kwamen enkele dagen later zodat toen de
ketting er alsnog omheen gelegd kon worden. Tijdens de proefrit bleek de
achterrem niet te werken en als schuldige werd de cilinder die bediend wordt
door het voetpedaal aangewezen. Dat was volgens Jonathan een kostbaar onderdeel
en hij sprak er al van dat Toorna met een deel van de bagage per trein en bus
naar Mumbai terug moest en dat hij dan voorzichtig daarheen zou rijden. Toorna
was daar helemaal niet happig op (groot understatement) en zag zichzelf al met
bagage rondsslepen op bus- en treinstations en zich de overvolle treinen in- en
uit werken. Dus de sfeer tussen die beiden werd er niet beter op.
De XT bleek reeds 10 jaar oud te zijn en de cilinder zag er smerig uit dus ik
stelde voor om de volgende dag de hele achterrem te demonteren, schoon te maken
en met nieuwe remolie te vullen. Een andere oplossing was er toch niet zo snel.
Dus werd alles de volgende dag gedemonteerd, grondig schoongemaakt en weer in
elkaar gezet. Het ontluchten van de remleiding was een heel langdurig werkje
(was bekend) maar ineens begon Jonathan te schreeuwen dat de rem weer werkte. En
toen deze na de proefrit nog steeds goed functioneerde (en er geen andere nieuwe
gebreken geconstateerd waren) werd Toorna's humeur ook beter. Jonathan had wat
kopervet nodig en dat had ik wel bij me maar onder de tank dus toen deze
verwijderd moest worden gaf mij dat mooi de gelegenheid om de snelkoppelingen
van Touratech in de benzineleidingen weer terug te plaatsen. In Turkije had ik
deze snelkoppelingen verwijderd omdat de O-ringen beschadigd raakten en de
koppelingen begonnen te lekken. In Goa had Jeannette echter nieuwe O-ringen van
Touratech mee genomen dus konden de koppelingen weer geplaatst worden. Tijdens
montage vond ik de O-ringen al aan de dunne kant en toen de brandstofpomp
ingeschakeld werd spoot de benzine er werkelijk uit. Ik was pislink op
Touratech. Ze hadden lopen kloten met dat pakketje in Lahore en dan koop je bij
hen de originele O-ringen (meer dan DM 3,- per stuk!!!) en dan werkt het nog
niet. Mijn beklag per e-mail hierover leverde niet meer dan "Oeps, sorry, we
hebben de verkeerde O-ringen gestuurd en zullen alsnog gratis de juiste sturen".
Men spreekt wel eens generaliserend over die Duitse arrogantie, maar in dit
geval klopt dat ook werkelijk. Dus de snelkoppelingen maar weer in de koffer
opgeborgen totdat ik de nieuwe (en hopelijk de juiste) O-ringen ontvangen heb.
De slaapzaal werd bevolkt door hoofdzakelijk van die quasi hippies die met een
joint opstaan en vervolgens de hele dag zorgen dat ze stoned blijven.
's Avonds lekkere psychedelische muziek erbij en uiteraard blowen in de
slaapzaal aangezien het buiten (op ruim 2000 meter) te koud was. Ik had die
nacht niet lekker geslapen en besloot de volgende ochtend ook mijn tent maar op
te zetten en te gaan kamperen. Dat was een heel stuk beter. Lekker in de warme
slaapzak en als ik de rits van de tent opende dan had ik en uitzicht over de
vallei om u tegen zeggen! Ik was reeds geruime tijd al bezig met mijn Engels
reisverlag bij te werken wat een hele flinke kluif was aangezien ik daar 4
maanden mee achter liep. Ook in Ooty was ik er al mee bezig maar Gion zei me dat
Kodaikanal een veel leukere plek was om er aan te werken en dat was ook zo.
Alleen was het hier zo gezellig dat er niets van terecht kwam. Behalve Jonathan
en Toorna waren er nog meer interessante mensen. De meest interessantste was wel
John, ook een Brit die slechts 3 maanden per jaar werkte. Dat was mogelijk omdat
hij in een zeer lucratieve branche werkzaam is. Hij regelt drugs-transporten
naar Engeland. Hij koopt de drugs in Spanje en laat deze dan via koeriers op
vele manieren naar Engeland transporteren waar hij vervolgens hele lijsten met
afnemers afbelt om te vragen of ze nog wat nodig hadden. Meer dan 100%
winstmarge zit erop. Hij distibueerde zelf niet en ook smokkelde hij zelf niet
meer. Zo was hij wel begonnen en ook al enkele malen tegen de lamp gelopen en
had daardoor enkele jaren in de gevangenis doorgebracht dat hij echter als een
'bedrijfsrisico' beschouwde. De afgelopen jaren had hij het echter een beetje
rustig aan gedaan aangezien er in korte tijd 3 transporten van hem onderschept
waren, allen doordat de koeriers te gretig zijn en te veel ineens mee wilden
nemen zodat het opviel en ook had hij het gevoel dat hij in de gaten gehouden
werd. Ik deelde al zijn opvattingen en standpunten niet maar een fascinerende
man was het zeker.
Vrijdag 23 februari vertrokken Jonathan en Toorna dan eindelijk (per motor)
noordwaarts naar Nepal. Ook zij wilden overland naar Australië reizen, daar gaan
werken en vervolgens weer naar Engeland terug rijden. Maar later kreeg ik een
mail van hun dat ze in Mumbai waren en daar hun financiële situatie eens goed
bekeken hadden en dat toen bleek dat ze de afgelopen 7 maanden boven hun budget
geleefd hadden en ze nu besloten hadden de motor naar Australië verschepen en
zelf er achteraan te vliegen zodat ze eerder konden beginnen met werken. Maar
hun vertrek betekende nu wel dat ik goed aan mijn reisverlag kon werken. Bleek
ook wel nodig want ik had er nog 3 dagen voor nodig. Al gebied de eerlijkheid me
te zeggen dat ik heel regelmatig 'afgeleid' werd doordat er weer iemand
aan/langs kwam. Samen met John het 'vreemdste restaurant ooit' bezocht: de
lokale pizzeria. De 'ober' had een image opgebouwd gek te zijn en dat hield hij
dan ook hoog door met stokken tegen meubilair aan te slaan en hele monologen te
houden over van alles en nog wat. Hij was dan wel een Indiër maar bleek perfect
Italiaans te spreken, dus zo gek als hij zich voor deed was hij niet. De pizza's
waren klein maar absoluut heerlijk, al viste ik wel een nietje uit mijn
tiramisu. Zondagochtend werd ik om half zes wakker doordat 2 Indiërs om de tent
liepen te praten. Toen een 'shut up' waarschuwing niets hielp ben ik de tent uit
gekropen en heb ze weggestuurd.
Vandaag (bewust) weinig aan het verslag gedaan en mijn vervolgroute door India
globaal uitgestippeld. Ik wil wel helemaal naar de zuidpunt van het Indische
continent en ook wilde ik een beetje gaan opschieten, want de afgelopen maand
had ik niet veel gereisd en was veel te lang overal blijven hangen. In
Calangute, Agonda, Mysore Ooty en nu Kodaikanal. 's Middags de
bezienswaardigheden rond Kodaikanal verkend per motor, samen met John die het
beregaaf vond op de motor en direct besloot om terug in Engeland direct zij
motorrijbewijs te gaan halen. Eerst naar een watervalpartijtje geweest en op de
terugweg kwamen we een Deense achterop die ook naar de waterval geweest was en
nu terugliep.
De Indiërs kunnen gemakkelijk met z'n drieën op een klein brommertje dus dat
moet op mijn motor ook lukken. Het lukte ook al zat het niet echt comfortabel en
was ik blij dat we haar in Kodaikanal konden achterlaten. Vervolgens naar de
sterrenwacht boven op een steile heuvel gereden maar die was gesloten, althans
we mochten er niet in, alleen op vrijdag geopend. Nou ja, jammer maar helaas.
Gelukkig was het voor ons niet zo erg als voor het Israelisch stel dat helemaal
de heuvel op was komen lopen en dus ook voor een dichte deur stonden. Via de
Fairy falls, een klein watervalletje in een leuke omgeving doorgereden naar
Pillars Rock waar hoog van opgegeven werd maar niet meer dan leuk was. De
uitzichten langs de weg van Panali naar Kodaikanal waren (mi.) vele malen
mooier. De weg erheen was mooi en dus besloten we nog iets door te rijden totdat
we tegen een slagboom aanreden. De weg naar Munnar was afgesloten. Ik was van
plan via deze weg verder te reizen maar moest dat nu wijzigen. De reden was dat
gedurende het 'droge' seizoen de weg was afgesloten i.v.m. brandgevaar en
inderdaad zagen we 's avonds wel enkele malen bosbranden in de vallei beneden.
Of dit gecontroleerde of ongecontroleerde branden waren weet ik niet. Ik mag
graag aan verslagen schrijven maar ben ook altijd weer blij als het verstuurd is
dus wilde ik vandaag het verslag afwerken. In het Internetcafé het verslag nog
eens nagelezen en verstuurd.
Inmiddels was het wel reeds donker geworden. Ook wat het steenkoud geworden dus
ben stevig doorstappend terug gelopen naar de tent om er warme kleren aan te
trekken. Nu het reisverslag verstuurd was kon ik verder trekken maar
uiteindelijk besloot ik toch nog een dag te blijven. Ik moest nog inkopen doen
en wilde geld wisselen. Dat laatste had nogal wat voeten in de aarde. De
aangegeven koers was Rs 46,- voor een US-dollar. Maar er werd 2% commissie
gerekend waardoor de koers op Rs. 45,08 uitkwam wat geen goede koers was. Maar
vooruit. Dus de cheque werd ondertekend en het geld werd voor mij uitgeteld en
als laatste werd er een bonnetje uitgeschreven. Daar werd echter de koers van
Rs. 46,- vermeld. "Waar wordt dan die ingehouden 2% vermeld?" "Nee, dat kunnen
we niet opschrijven". Kijk, dan ben je bij mij aan het verkeerde adres! Je gaat
niet wat anders op een bonnetje vermelden dan dat je uitbetaald. Het feit dat
men dat niet zwart-op-wit wilden zetten riekt naar oplichterij en dus maakte ik
daar een opmerking over. Ze waren wel degelijk gerechtigd 2% te berekenen
aangezien het een hill station was. "Goed, schrijf het dan maar op". Nee dat
mocht hij niet doen van het 'hoofdkantoor'. Uiteindelijk werd hij pissig, pakte
de rupees en deed die in de la en gaf mij mijn Travellercheque terug en hielp de
volgende klant. Mijn cheque was reeds ondertekend en kon ik elders dus niet meer
gebruiken zodat ik besloot alsnog het geld te accepteren. Snel pakte hij mijn
cheque en gaf mij de stapel Rupees uit de lade.
De grootste coupure in India is een Rs. 500,- biljet (fl. 25,-!!) Wee degene die
dus een auto cash moet voldoen o.i.d.!!! (Zijn er daarom zo relatief weinig
personenauto's in India?). Probleem is dat deze biljetten regelmatig geweigerd
worden aangezien er veel namaakbiljetten in omloop schijnen te zijn. India
beschudigd Pakistan er van deze illegale biljetten te produceren, maar Pakistan
is in India toch synoniem voor alles wat vals en slecht is. Persoonlijk had ik
nooit problemen met deze biljetten omdat ik ze mooi kon gebruiken bij het tanken
waar ze zonder problemen geacepteerd werden, al werden ze soms wel uitvoerig
onderzocht. De daarop volgende coupure is het Rs. 100,- biljet (fl. 5,=) en die
zijn alom geaccepteerd en dus wordt je vaak in deze biljetten uitbetaald. Dus
krijg je dan 45 van deze biljetten als je 100,- US-dollar wisselt. Tijdens het
natellen kon ik echter tot 49 doortellen. Ook na de hertelling kwam ik tot 49.
Die man had het niet in de gaten aangezien hij met de volgende klant bezig was
en aangezien hij mij probeede te belazeren met zijn 'commissie' heb ik de boel
mooi zo meegenomen. Hij had dus duidelijk een te grote greep in de geldlade
gedaan en er te veel biljetten uitgehaald. Al met al had ik dus toch nog een
hele goede wisselkoers. Hij had mij Rs. 4510,- gegeven i.p.v. Rs. 4508,- en ik
moest hem dus nog Rs. 2,- terug betalen. Toen hij daar een opmerking over maakte
zei ik: "Dat is mijn commissie voor het accepteren van een valse nota, al kan ik
dit niet opschrijven" en verliet de zaak. Terug bij de tent de route doorgenomen
en deze zou via Munnar (nu wel met een omweg) naar Kumily gaan.
Woensdag 28 februari was ik vroeg wakker. Zo vroeg zelfs dat ik in staat was
foto's te maken van de zonsopkomst van achter de heuvels. Vervolgens weer snel
gaan slapen. Op een meer 'christelijker' tijdstip alsnog opgestaan, ontbeten en
de spullen gepakt voor vertrek. Eigenlijk wilde ik een kleine weg binnendoor
proberen te vinden maar, zoals eigenlijk al verwacht, kwam ik deze afslag niet
(als zodanig herkennend) tegen en reed dus via de 'hoofdweg' omlaag de vlakte
op. Deze weg was echter ook mooi (zij het niet zo mooi als de weg van Panali).
Na een klein stukje over de vlakte ging de weg weer omhoog. Weer een slagboom
over de weg maar deze stond half omhoog en dus kon ik zo doorrijden (het
schreeuwen achter mij negerend). Weer ging de weg met haarspeldbochten omhoog.
De laagvlaktes worden zo abrupt afgewisseld met bergen dat de hellingen allemaal
heel steil zijn waardoor het schitterende wegen omhoog (en omlaag) zijn en je er
een heel wijds uitzicht over de laagvlakte hebt. Eenmaal rond de 1500 meter
bleef de weg slingeren maar klom niet echt meer en bleef dus schitterend om te
rijden. Eerst door de bossen en later tussen de theeplantages door. Her en der
waren stuwmeren aangelegd die de theeplantages van water voorzagen. Gion had
echt gelijk gehad, de weg naar Munnar was absoluut de moeite waard en geen
schande om deze twee maal te moeten rijden (aangezien ik niets in Munnar te
zoeken had). In Munnar wilde ik nog doorrijden naar de Top Station vanwaar je
een mooi uitzicht zou hebben. Nou wat dat uitzicht betreft ben ik waarschijnlijk
te veel verwend want dat viel enorm tegen maar de rit erheen maakte het meer dan
goed, ondermeer langs een groot stuwmeer en over de dam. Hierdoor echter was
Kumily vandaag niet meer haalbaar zodat ik in Munnar overnachtte. 's Avonds via
de wereldomroep geluisterd naar de uitkomst van het rapport over de vuurwerkramp
in Enschede en uiteraard trof iedereen blaam, de best mogelijke diplomatieke
conclusie. Je realiseert je dan wel goed hoe lang je al onderweg bent: 91/2
maand!
Op safari in het Periyar Tijger Reservaat (geen tijgers gezien!) |
De volgende ochtend was ik vroeg wakker omdat mijn kamer vlak bij de receptie lag en de bovenramen niet
gesloten konden worden. Wel met oordoppen geslapen wat goed hielp maar toch dus
vroeg wakker. Snel ontbeten en naar Kumily doorgereden. Het was slechts 100 km
en dus had ik alle tijd en heb volop genoten. Daar mijn intrek genomen in een
heel klein guesthouse genomen helemaal achteraf. Eerst wilde men mij in een
blader-hutje stoppen met een matras op de grond maar dat zag ik niet zo zitten
(met al die insecten en zo) en kreeg toen een kamer aangeboden. In Kumily is het
Periyar Tijger Reservaat. Met een bootje kun je over een meer varen en dan
vanuit de boot wild spotten (veel meer anders, behalve een voettocht 's
ochtends, is er ook niet te doen). De beste kans op het zien van wild was vroeg
in de ochtend of laat in de middag. Het werd voor mij dus laat in de middag.
Niet dat ik de illusie had om een tijger te zien maar ander wild was ook leuk.
Nou en ik kwam flink aan mijn trekken. We zagen wilde zwijnen, bizons,
hertachtigen, olifanten (solo en in een kudde), schildpad, otters en
verschillende soorten vogels waaronder een Kingfisher, voornamelijk bekend van
de afbeelding op het gelijknamige biermerk hier in India. De otters waren heel
leuk met elkaar aan het spelen aan de rand van het water en trokken zich niets
van de boot aan. De motorreis ging de volgende dag weer vroeg verder (ja, ik had
er nu de gang weer in zitten) maar eerst wilde ik in Kumily ergens ontbijten
maar alles was gesloten en ik eindigde op het bussstation waar de motor
uiteraard niet over belangstelling te klagen had. Het doel die dag was Kerala,
het district in het zuidwesten van de Indische punt. Al slingerend door de
heuvels daalde ik langzaam maar zeker in hoogte af en werd het steeds warmer
(onderwijl passeerde ik de 60.000 km op de teller en was dus al 40.000 km
onderweg en had dus de wereld al rond kunnen zijn!). Tijdens de lunch besloot ik
om naar Kollam te rijden over kleine weggetjes binnendoor die echter van goede
kwaliteit waren en lekker rustig.
Ik kwam vroeg in de middag in Kollam aan en had tijd om 's middags wat door de
stad te dwalen. Iets bijzonders was er niet te zien maar gewoon op een stoepje
zitten en het leven op een willekeurige Indische kruising van een afstandje
bekijken (onder het genot van een kop thee) kan heel mooi zijn. Fascinerend die
gecontrolleerde (?) chaos! Kollam was als reisdoel gekozen omdat van daaruit de
'Backwatertrip' naar Alleppy vertrok. Een boottocht van 8 uur en 86 km lang,
over meren en kanalen vlak achter de kustlijn van de oceaan. Het was
voornamelijk een heerlijk relaxte tocht, een manier van reizen weg van de
hectische Indische wegen. Genoten van de rust op het water, de vissers die met
enorme installaties vis uit het water proberen te 'zeven' en af en toe zagen we
zelfs de oceaan en zat er niets of slechts een hele smalle kuststrook tussen ons
en de oceaan. Na een heerlijke rustdag waarin ik toch een beetje 'rood gekleurd'
was meerde de boot om 18.15 uur af in Alleppy. De boottocht was ten einde maar
mijn reis nog niet aangezien ik weer terug moet naar Kollam. Per bus deze maal.
Daar zat ik eigenlijk best wel naar uit te kijken en wilde hun rijgedrag nu wel
eens van een andere kant meemaken dan altijd vanaf de motor en proberen hun
gedrag te doorgronden. Dat laatste bleek echter heel eenvoudig te zijn.
De vissersnetten lijken op de robots van een lopende band |
Op het station gevraagd welke bus ik hebben moest en na even gewacht te hebben
kwam er een bus aan rijden en die moest ik hebben beduidde men mij. Is deze bus
de 'normal' or 'fast' bus. 'Superfast' was het antwoord en inderdaad stond dit
ook met grote letters op de bus zelf geschreven. Tsja, als chauffeur wordt je
dan wel gedwongen het onderste uit de kan te halen om zo te proberen aan die
gewekte verwachting te voldoen. Hij wordt er gewoon toe gedwongen onverantwoorde
inhaalmaneouvres uit te voeren. Terwijl de bus nog langzaam reed ging de deur al
open en probeerde men uit te stappen. Dat was niet eenvoudig aangezien men
tegelijkertijd ook probeerde in te stappen. Eerst alle mensen rustig uit laten
stappen om vervolgens alle ruimte te hebben om in te stappen heeft men hier
blijkbaar nooit geleerd en het gaat nog sneller ook (maar dat is in India toch
überhaupt geen steekhoudend argument). Ook een fatsoenlijke manier van instappen
kent men niet en iedereen dringt zich naar binnen (precies zoals de Chinezen
doen). Nou, dan pas ik me snel aan en heb mijn lengte mee dus ik zat snel in de
bus en op de mooiste plek. Op de achterste bank bij het raampje aan de
straatzijde. De meest ideale plek om het busgedrag te aanschouwen. Inderdaad
reed ook deze bus als een gek en enkele malen haalde ik snel mijn arm
binnenboord, want een ander voertuig kwam echt rakelings langs het raampje maar
raakte de bus (net) niet. Toch volop genoten, al was ik wel blij dat het een
eenmalige rit was, en ik niet dagelijks in zo'n bus moet zitten. Nee dan zit ik
toch honderd maal liever op de motor. Probleem in de bus is het gevoel van
machteloosheid. Je kunt niets doen om een 'gevaar' af te wenden. Op de motor kan
dat wel en dan lijkt het allemaal ook lang niet zo gevaarlijk. Mijn volgende
reisdoelen waren dan een stuk minder enerverend: de stranden van Varkala en
Kovalam op weg naar Kanniyakuari (het zuidelijkste puntje van het Indisch
continent). Bij het uitchecken van het hotel in Kollam ontmoette ik nog een
Nederlands stel dat ook reeds 10 maand onderweg was en vanuit Indonesië overland
naar India waren gereist, zij het met de rugzak en openbaar vervoer. Nog geruime
tijd gekletst maar dat kon ook wel aangezien Varkala slechts 50 km van Kollam
verwijderd was.
In Varkela staan alle hotels en café's in een lange sliert langs een steile klif
en bij een café rustig wat gedronken en aangezien ze daar ook internet hadden
daar gelijk maar gebruik van gemaakt. Mijn bedoeling was om een nacht in Varkala
te blijven maar dat veranderde spontaan toen ik een mail van Steven Raucher (één
van de Zuidafrikaanse broers op de BMW) kreeg. Hij had een ongeluk met een
lokale melkboer gehad en was nu gestrand in Kochi (zo'n 200 km ten noorden van
Varkala) en vroeg of ik langs wilde komen om samen de schade op te nemen. Mijn
bedoeling was om na de zuidpunt vrij snel weer noordwaarts te rijden over
hoofdwegen dwars door India maar dat werd nu gewijzigd in langs de westkust.
Daarbij, in Kochi was ik ook nog niet geweest en het moest een leuke plaats
zijn. Maar de reis naar het zuidelijkste puntje wilde ik er niet voor opgeven,
helemaal niet nu ik zo dichtbij was. Daarom besloot ik om diezelfde dag nog door
te reizen naar Kovalam, een andere kustplaats, die echter veel toeristischer
was. Er waren daar voornamelijk georganiseerde reisgezelschappen. Voordeel is
dan wel, net zoals in Calangute (Goa) dat er restaurants zijn waar je goed kunt
eten en dat heb ik dan ook gedaan. En ook Steven nog gemaild dat ik er aan kwam
en wat mijn planning was. Vanuit Kovalam was het een dagtocht naar de zuidpunt
van India.
De Hindu-tempel op de zuidpunt van het Indisch continent |
In Kanniyakumari stond een Hindu-tempel dat een waar pelgrimsoord was. Bij de
ingang stond iemand mij reeds op te wachten en wilde met mij door de tempel heen
racen, maar ik bepaalde mijn eigen tempo. Uiteraard wilde hij na afloop geld
hebben en toen ik hem wat gaf was dit volgens hem niet eens genoeg om van te
eten, dus het geld weer terug gepakt en hem verbaasd met lege handen laten
staan. Ik haat dat soort mensen echt, en het probleem in India is dat je er
zoveel van dat soort mensen hebt rondlopen. Dit staat me ook het meest tegen in
India: Iedereen denkt dat toeristen melkkoeien zijn en bijna iedereen probeert
je geld af te trochelen. Bij tanken krijg je de laatste 3 rupees niet terug. Het
is slechts fl. 0,15 en als je er naar vraagt krijg je dat ook te horen: "Het is
slechts 3 rupees". "Nou als je er zo over denkt wat belemmert je dan om mij ze
te geven?" en dan krijg ik ze alsnog. Voordat ik een tempel binnen ga drink ik
langs de weg nog 2 koppen thee en moet Rs. 10,- betalen. Normaal kost een kop
thee Rs. 2,5 tot Rs. 3,- dus ik betaal Rs. 8,- wat al aan de hoge kant is en dan
wordt die eigenaar boos dat ik geen Rs. 10,- betaal. Als ik echter uit de tempel
terugkom vraagt hij of ik nog thee wil. "Wat is de prijs?" vraag ik "Rs. 4,-".
Hotelkamers waar je Rs. 250,- per nacht afspreekt en als de rekening
gepresenteerd wordt is daar Rs. 300,- op vermeld (andersom ben ik nog nooit
tegen gekomen trouwens). Als je daar een opmerking over maakt kijkt men je
verbaast aan en voert dan een korting van Rs. 50 op de nota op. En zo kan ik wel
door blijven gaan. Dit gaat mij steeds meer tegenstaan. Uiteraard zijn er
uitzonderingen. Dat zijn voornamelijk de plaatsen waar ik eet en overnacht als
ik 'onderweg' ben, op plekken waar (bijna) geen toeristen komen. Dan wordt je
Rs. 2,- voor een thee in rekening gebracht. Probleem is dat toeristen de prijzen
met thuis vergelijken en dan toch wel Rs. 5 (25 cent) voor een kop thee betalen
ook al kost die Rs. 2,- "omdat 20 cent nog spotgoedkoop is". Ja wel als je er
met westerse gezicht naar kijkt wel en aangezien vele toeristen zo schijnen te
denken kun je het de Indiërs aan de ene kant niet verwijten dat ze daar gebruik
(cq. misbruik) van maken. Ik vind het walgelijk omdat je dan altijd als én
toerist én als melkkoe gezien wordt. Dat eerste vind ik niet erg maar dat
laatste wel. Dit leidt tevens tot extreme uitwassen zoals de regering in Delhi
afgelopen oktober besloten heeft om van heel veel toegangsprijzen die de Indiërs
in Rupees betalen aan buitenlanders dezelfde hoeveelheid in US-dollars te vragen
(en dus betaal je nu 47x zoveel als een Indiër). Walgelijke uitwassen, maar het
is wel de reden dat India bij mij een vieze nasmaak achterlaat en nu niet direct
een land is waar ik beslist nog weer eens naar terug zou willen. Maar goed ik
ben een beetje afgedwaald.
Naast de tempel (in Kanyakumari) was er nog het 'mausoleum' waar lange tijd de
as van Mahatma Gandhi bewaard is voordat het over de oceaan werd uitgestrooid.
Verder was er weinig in deze kleine plaats te zien. Het is meer de symbolische
betekenis van de plaats dan de plaats zelf. Ik wilde terugrijden door de heuvels
maar de weg op de kaart was weer eens niet te vinden. Verschillende malen
gevraagd maar tevergeefs, waardoor ik maar weer dezelfde weg teruggereden ben
naar Kovalam. De volgende ochtend vroeg de spullen gepakt en na een stevig
ontbijt begonnen aan de terugreis 'naar het noorden' wat best wel een raar
gevoel was. Alles wat je de afgelopen 3 maand gereden had 'was voor niets
geweest', althans je moest nu dat hele stuk weer terug rijden. Ja zo kom je
natuurlijk nooit in Australië terecht! Op de heenweg was ik in
Thiruvananthapuram (wat een naam!) vast komen te zitten en dacht nu dat te
voorkomen door de hoofdweg te volgen, tevergeefs! Tot zo'n 30 km buiten T-puram
was het druk maar daarna werd het beter en kon er doorgereden worden zodat ik al
om 15 uur Kochi binnen reed. Steven had mij zijn hotel doorgemaild en deze stond
ook op de kaart en was dus eenvoudig te vinden en gelegen midden in de oude stad
van Kochi op een mooie lokatie.
In het hotel ontmoette ik Steven die net uit het ziekenhuis terug was. Dit bleek
echter helemaal niets met het ongeval te maken te hebben maar gisteren voelde
hij zich zo enorm ziek en vertoonde de verschijnselen van malaria dat hij snel
naar het ziekenhuis is gegaan, maar in het ziekenhuis bleek hij alleen
uitgedroogd te zijn en na enkele zakken vloeistof was hij in de loop van de
ochtend terug naar het hotel gekeerd. Zijn motor stond onder een dekzeil en was
er niet goed aan toe. Alhoewel, als je beschouwde dat hij een aanrijding met een
brommer gehad had viel het nog wel mee. Hij reed door een dorpje heen met 70
km/u toen er ineens de melkboer de hoofdweg op kwam rijden. Dit is een
brommertje waar aan beide kanten één (of meerdere) melkbus(sen) gehangen is
(/zijn). Hij reed linksvoor in de motor van Steven die dus op zijn rechterkant
viel en dus aan beide kanten schade had. Zijn cilinderdeksel links was
doorboord. De brommer was tegen zijn valbeugel (die van Touratech) aangekomen
waardoor de bout die nodig is voor de montage van de dwarssteun zich door de
cilinderdeksel heen geponsd had. Dus duidelijk een slordigheidje in het ontwerp.
Verder waren er enkele benzineleidingen compleet afgescheurd en de beide
aluminium koffers moesten uitgedeukt worden. Verder uiteraard de nodige
kosmetische schade. Wat gescheurd plastic bij het voor spatbord en de tank, die
hij in Goa had laten beschilderen was ook beschadigd. Hij had in een hoekje van
de tank een muis laten schilderen met de Zuidafrikaanse vlag in de hand. Die
muis was compleet weggeschuurd en van de vlag was nog slechts een stukje
zichtbaar. Als dat maar niet symbolisch voor zijn reis zou zijn! Kortom ik kon
hem niet veel tot hulp zijn want hij had gewoon nieuwe onderdelen nodig. Ook
zijn vier silentblocs waarmee de valbeugels aan de onderzijde aan de motor
gemonteerd zijn waren allen kapot en hij had dezelfde reactie als ik desijds in
Pakistan: "Hoe kun je een valbeugel in rubberen silentblocs ophangen!" Heb hem
uitgelegd dat dit toch beter, aangezien de schade anders erger kon uitvallen. Ik
had nog wel extra silentblocs bij me maar hij moest toch onderdelen laten komen
dus heeft hij die ook besteld (en extra sets voor hem en zijn broer).
Nu ik toch in Kochi was heb ik ook de tijd maar genomen om wat van de binnenstad
te zien en dat was best interessant. Kochi was een 'andere' stad dan alle tot
dusver tegengekomen Indische steden. Het zag er heel Europees uit en dat klopte
ook wel want het was door de Portugezen gesticht en rond 1680 door de
Nederlanders veroverd. In een heel oud kerkje waren als herinnering daaraan
zelfs Nederlandstalige grafstenen van allerlei belangrijke personen,
voornamelijk van de VOC, in de muren van de kerk gemetseld. Er lag vlak aan de
kust ook nog een Nederlands kerkhof maar dat was volledig met groen overwoekerd
en de stenen waren zo verweerd dat je geen enkele inscriptie kon ontcijferen. In
Kochi waren ze druk aan het vissen met de Chinese netten. Deze laat men in het
water zakken en haalt ze dan na verloop van tijd weer omhoog en hoopt dat er dan
vis in zit. Tijdens mijn backwatertoe (Kollam - Alleppy) had ik reeds vele van
deze installaties gezien, maar nog nooit één in bedrijf.
In het centrum liep ik Soerd & Janine weer tegun het lijf. Ik had ze reeds in
Kolam ontmoet, niet al te lang, en nu hadden we iets meer tijd en hebben samen
thee gedronken. Tot slot de motor nog een beetje vertroeteld: de bandenspanning
gecontroleerd en olie bijgevuld want de komende tijd moet hij er weer flink
tegen aan, de lang weg weer naar het noorden van india. Om die reden had ik ook
vandaag USD 200,- gewisseld aangezien er de nodige liters benzine doorheen
zouden gaan, wat toch mijn grootste onkostenpost is. Tot zover weer mijn
belevenissen. Intussen ben ik al weer veel verder en bevind me alweer in Delhi
en trek de komende dagen Nepal binnen, al zal dat zeker een beetje pruttelend
gaan. Niet dat de motor problemen heeft. Die houdt zich, op enkele lekke banden
na, uitstekend. Nee het is mijn maag die aardig overstuur is. Voor eerste
(serieuze) maal sinds mijn vertrek. Maar gezien alle 'ontberingen' die ik reeds
doorstaan heb komen we hier ook wel weer overheen.