Reisverslag 14          Kochi (India, 08-03-2001) t/m Manali (India, 18-06-2001)

Nadat ik in Kochi Steven (de Zuid-Afrikaan op de BMW) geholpen had, al was het alleen met psychische ondersteuning na zijn ongeluk, ging ik weer op weg naar het noorden. In een vrij directe route noordwaarts, naar Radjasthan, met slechts enkele stops onderweg. Toch probeerde ik de saaiste stukken te vermijden en ook niet dezelfde route als op de 'heen'weg naar het zuiden route gaan rijden.


Wassen in de rivier
De eerste 40 km was het verkeer druk maar daarna kon er doorgereden worden. Zelfs toen het op de kaart heel druk werd met een aaneengesloten stedenreeks viel het enorm mee. In Mangelore verliet ik de weg langs de kust en trok het binnenland in aangezien mijn reisdoel Hampi was. In de heuvels draaide ineens de toerenteller in zijn behuizing rond. Als gevolg van het schaven langs de muur in Pakistan was er het nodige plastic van de tellerpartij afgebroken wat ik in Lahore zo goed mogelijk gerepareerd had maar blijkbaar niet goed genoeg. Enkele stukken doorzichtig plakband deed wonderen aangezien ik geen zin had de hele tellerpartij nu uit elkaar te halen. Dat moest maar wachten tot de eerstvolgende beurt.
Na een lunchstop kon ik mijn motor bijna niet meer terug vinden aangezien er wel 50 mensen omheen stonden. Heb een foto vanaf de straat gemaakt en de gehele motorfiets is niet meer te zien. Het laatste stuk naar Hampi zag ik vele voertuigen onder de verf zitten, ook bromfietsbestuurders zaten er compleet onder. Het riep bij mij herinneringen op aan het lentefeest in Thailand waarbij iedereen elkaar met water bekogelde. Ik vreesde dus het ergste. Maar alhoewel ik overal met verf besmeurde mensen zag bleek het gooien reeds voorbij te zijn zodat deze ellende mij bespaard bleef. Gelukkig!
Ik kwam voor de ruïnes en heb die bekeken. Het mooie was dat ze zo verspreid lagen en het er erg veel waren. Het was erg warm, kortom perfecte omstandigheden voor lekker rondslenteren door een verlaten gebied om volop te genieten van de ruïnes en de natuur. Voor de beide 'hoofd'-ruïnes diende je (elk!) USD 10,- te betalen wat het absoluut niet waard was. Helemaal niet omdat het de naam ruïne eer aan deed en je op diverse plaatsen over de ommuring heen kon kijken.
Van Hampi ging het rechtstreeks naar de grotten van Ellora en Ajanta, doch niet zonder slag en stoot. Na een theestop bleek mijn achterband lek te zijn en na het gat geplakt te hebben hoorde ik bij het oppompen dat het op een andere plek ook siste. Twee gaten in de band! Maar nu ik de juiste spullen sinds Goa ontvangen had was de motorfiets binnen een half uur weer rijvaardig. Dit tot ontzetting van de (uiteraard vele) omstanders die deze manier van 'plakken' maar heel raar vonden. Is het ook, maar het werkt goed, snel en bovenal lekvrij!

De grotten in Ellora lijken een beetje op die van Petra
In Ellora aangekomen de motor met hebben en houden op de parkeerplaats gezet en heb de grotten (34 stuks!) bezocht. Het was heel mooi om er rond te lopen en heel rustig. Alleen voor de 'hoofdgrot' moest je weer de bekende USD 10,- betalen maar deze grot was ook goed te bezichtigen en te fotograferen als je er omheen liep over de rotsen. Ook de overige grotten waren interessant, vooral de grote Buddha-beelden, helemaal als je je realiseerde dat ze uit 1 stuk rots gehouwen waren! Regelmatig uitte ik dan ook een "Wow" uitroep. Pas na 5 uur dwalen reed ik verder naar Ajanta waar ik in de buurt een hotelletje op zocht.
Ajanta was de volgende dag heel anders. Veel toeristischer hier en ook hier weer de bekende USD 10,-, alleen was dit een toegangsprijs voor het hele terrein en dus geen ontkomen aan. De grotten waren minder versierd met beelden alleen waren de muurschilderingen in enkele grotten nog redelijk tot goed bewaard gebleven. Hierdoor kreeg je een goede indruk wat voor een absoluut monnikenwerk het geweest moet zijn om die tempels te maken. Niet alleen het uithakken maar dan ook alles (muren, plafonds, beelden etc.) te beschilderen. Ook de lokatie was mooier: in een scherpe bocht van de rivier zodat je naar een uitzichtspunt kon lopen en een mooi uitzicht over het geheel had. Doordat het veel toeristischer was was alles afgezet en werd je gedwongen een soort vaste route te gaan lopen. Nee, dan vond ik Ellora veel mooier waar je doen en laten kon wat je wilde en met bijna niemand die in je nek stond te hijgen.
Vervolgens door naar Udaipur in Radjasthan. Over wegen die die benaming eigenlijk niet verdienden. Hele slechte wegen met enorm veel gaten zodat er veel gezigzagd moest worden om er langs te komen, wat niet altijd lukte.
In Udaipur een hotel aan het meer genomen en vanaf het dakterras een schitterend uitzicht over het meer en het koninklijk paleis. Het paleis was ook van binnen heel mooi met allerlei vertrekken die in compleet verschillende stijlen gedecoreerd waren. Een echt ratjetoe maar wel heel mooi, met echte kruip-door-sluip-door gangetjes. Verder was er niet zo heel veel anders te bezichtigen maar de stad had een charme en straalde veel rust uit zodat ik er nog enkele dagen ben blijven hangen.
Ik wilde nog naar het Monsoon-paleis op een heuvel buiten Udaipur maar daar werd me de toegang per motor geweigerd om onduidelijke redenen, dus maar doorgereden naar Kumbhalgarh waar een oud fort stond. Door diverse poorten omhoog gereden totdat ik op een parkeerplaats uit kwam. De ommuring is in totaal 36 km!!! lang en nog in vrij goede staat. Binnen de ommuring staan vele tempels en heb er enkele bezocht. Langs de muur gelopen met schitterende uitzichten over de omgeving en je zag de ommuring door het landschap heen kronkelen (deed me denken aan de lange muur in China). Langs de muur omhoog gelopen naar het enige gebouw. Daarvoor moest je verschillende poorten passeren en elke keer verwachte ik mijn dollars op tafel te moeten leggen, maar niets hoor. Het gebouw was heel eenvoudig en niet interessant maar de locatie, hoog op de muur met schitterende uitzichten maakte heel veel goed. Teruglopend naar de parkeerplaats schoot een kerel mij aan dat ik USD 5,- toegang moest betalen. Doordat ik over de muur gelopen was had ik hem onbewust (echt waar!) omzeild en hij had ook wel in de gaten dat achteraf betalen toch niet werkt en drong dan ook niet verder aan.
Over een hele mooie bergachtige weg reed ik door naar Ranakpur waar ik op een tempelcomplex overnacht heb dat ik ook bezichtigen wilde. Dat kon als niet gelovige alleen tussen 12 en 14 uur dus moest ik wachten tot de volgende dag. De ochtend was ter vrije besteding maar dat was snel ingevuld toen ik mijn zachte achterband zag. Alweer een kram in de band, maar het plakken werd inmiddels een routine waar ik mijn hand niet meer voor om draaide.

Het fort op de heuvel in Jodhpur
De tempel was heel mooi maar een beetje te overdadig versierd. Wel heel knap hoe men het allemaal voor elkaar gekregen heeft. Nog even snel lunchen in de eetzaal. Wel leuk al die tempels alleen moet je overal je schoenen uit doen. Op zich niet zo'n probleem ware het niet dat ik bergschoenen draag en dus elke keer een hele tijd bezig ben om de schoenen na afloop weer aan te trekken. Na de lunch doorgereden naar Jodhpur. Het eerste hotel werd afgewezen bij gebrek aan een motorstalling maar bij het tweede hotel mocht de motor in de tuin staan. Grote attractie van Jodhpur is het fort boven op de berg. Via enorme poorten loop je omhoog de heuvel op en heb een vanaf de muur heb je een schitterend uitzicht over de stad met zijn vele (Delfts)blauw geschilderde huizen. Het interieur was mooi maar niet zo mooi als het paleis in Udaipur. Bij het verlaten van Jodhpur nog een bezoek aan het Umaid Bhawan gebracht, een enorm paleis dat ik vanaf het fort al had gezien en nu in gebruik was als een hotel. Pompeus groot maar te nieuw voor mij om echte indruk te maken.
De weg naar Jaisalmer was mooi en ging dwars door een woestijnlandschap heen, vele kamelen gezien. De nadering van Jaisalmer was als in een sprookje. Als een fata morgana doemde uit het vlakke woestijnlandschap ineens een grote ommuurde stad op die diepe indruk maakte. Het was dat ik de handen aan het stuur moest houden anders had ik me eens stevig door de ogen gewreven. In een rustig uithoekje van de stad een hotel gevonden, niet binnen de ommuring. De volgende dag na het ontbijt voelde ik direct al dat er iets fout was en niet lang daarna was ik aan de diarree. Het fort van Jaisalmer was het enige interessante en heel apart doordat het nog volledig bewoond was, dus als een middeleeuwse stad maar dan volop in bedrijf. Ook nog een toer door de omgeving gemaakt. Niet op een kameel zoals de meeste toeristen doen maar gewoon op de motor die ik toch prefereer. Door een schitterend landschap gereden en werkelijk genoten en op de motor was het zeker lang niet zo hobbelig als op een kameel (niet dat ik ooit op een kameel gezeten heb overigens!).

De ratten tempel in Deshoke
De volgende stop was Bikaner, dat op zich niet zo'n interessant stadje was maar het lag op de weg naar Jaipur. De weg was super en ik kon flink opschieten. Vlak bij Bikaner lag het dorpje Deshoke, een onooglijk dorpje met een onooglijke tempel vol met.... ratten!!! Hier werden de ratten geëerd!!! Buiten de tempel kon je voedsel kopen en dat binnen aan de ratten voeren. De tempel had overal kleine gaten waar de ratten zich in konden verstoppen. Uiteraard was het een echte tempel dus... schoenen uit. Het zou zelfs geluk brengen als er een rat over je voet liep. Kortom, een hele aparte tempel.
De in Jaisalmer opgelopen diarree was weer erger geworden in Jaipur en daardoor niet van het culinaire Jaipur kunnen genieten. Wel nog kunnen rondzwerven. Na omzwervingen door het aantrekkelijke drukke centrum kwam ik bij het City Palace uit dat dagelijks geopend was... behalve vandaag omdat het een feestdag was. De sterrenwacht was wel geopend en had een enorme zonnewijzer waar de schaduw zo'n 4 meter per uur!!! verschoof en een nauwkeurigheid had van 2 minuten! Aan het eind van de middag boven op een terras met enkele stoelen gaan zitten om wat mails te schrijven, toen het er steeds drukker werd met toeristen. Bleek dat er om 18 uur een optocht langs zou komen en ik zat onbedoeld op de 1e rij. De optocht was mooi met rijk versierde mensen, paarden, ossen, kamelen en olifanten. Uiteraard ging alles gepaard met veel muziek en toeschouwers. Ik voelde me niet lekker en liep op tijd terug naar het hotel en heb onderweg nog een lift gekregen van een kamelenkar.
Dus de volgende dag het City Palace maar bezocht wat absoluut de moeite waard was, veel ruimer opgezet dan in Udaipur. In het paleis waren verschillende musea gevestigd die al dan niet interessant waren. Veel vanuit een hoekje al zittend van de gebouwen en de mensen genoten, maar dat moest ook wel want ik voelde me verre van optimaal.
Toch besloten om zo snel mogelijk naar Delhi te reizen doch de hoofdweg vermijdend. Langs Amber gereden maar dat was me van de weg af al veel te toeristisch dus het gas er op! In Delhi had ik van Gion het adres van een hotel in een doodlopende straat maar dat hotel was vol maar het tegenover liggende hotel niet. Ik was niet naar Delhi gekomen voor de trekpleisters naar ik moest mijn nieuwe carnet ophalen dat door de ANWB naar de Nederlandse ambassade was opgestuurd. Daar kon men mijn carnet niet vinden. "Het is met DHL verstuurd en aangekomen op 17 maart" (zelf gecheckt via Internet). "Wij hebben de afgelopen 2 weken slechts 1 pakketje van DHL ontvangen maar dat was voor de ambassade zelf". Gelukkig had ik het verzendnummer en dat bleek te kloppen. Dus moest er eens verder gezocht worden. Uiteindelijk gaf een Nederlander mij de enveloppe van de ANWB die mijn naam niet in het adres vermeld had doch slechts links onderin de hoek. Op de terugweg even met de motor door New Delhi gereden en vanaf de motor enkele foto's gemaakt en de volgende dag door 'Oud' Delhi geslenterd wat een enorm contrast is met de orde van New Delhi.

In India is het verkeer altijd verrassend!
Ik had India echter wel gezien en wilde zo spoedig mogelijk dit land uit, dus op naar Nepal! In 1 dag naar de grens in het uiterste westen van Nepal gereden. Onderweg kwam ik nog een Nederlands stel tegen in een Land Rover en ben gestopt. Ze waren net koffie aan het drinken en ik kon zo mee drinken. Echte filterkoffie!!! Ze wilden slechts 2 weken Nepal in en dan zo snel mogelijk weer terug naar huis voordat het echt warm werd.
De grens met Nepal was geen enkel probleem en na betaling van USD 30,- en afgifte van en pasfoto had ik een 2 maandsingle-entry visum voor Nepal.In het douanekantoor ontmoette ik Andreas, een Duitser met een Mercedesbus.
De douanebeambte had hem gezegd dat er de komende 2 dagen een algehele staking door de Maoïsten georganiseerd was. Benzine krijgen was dan onmogelijk en dus was Kathmandu of Pokhara met zo'n 800 km onbereikbaar voor mij. Daarnaast kon het nog wel eens onveilig worden als ik doorreed aangezien dit bij 'roadblocks' als 'verraad' of 'collaboratie' opgevat kon worden. Dus zaten we 2 dagen 'vast' in een hotel pal naast de ingang van een wildpark. De kamer bestond uit een lemen hut die vol met muskieten zat maar het bed had een klamboe dat goed functioneerde. Het was er bloedheet op slechts 200 meter boven zeeniveau!!! Dat zijn niet direct de hoogten waar je aan denkt bij Nepal.

De achterband tot op de draad versleten
Terwijl ik naar de motor keek viel me ineens op dat de achterband helemaal op was. Ik zat deels al op het canvas!!! Ik wist dat de band slecht was maar zo erg had ik niet verwacht. Absoluut onverantwoord om de resterende 800 km naar Kathmandu door te rijden waar Jeannette over 2 weken zou komen.... met een nieuwe achterband die ik reeds 'besteld' had. Ik was al naar bussen aan het informeren toen Andreas aanbood mij en de motor naar Kathmandu mee te nemen als ik de brandstofkosten betaalde (aangezien hij oorspronkelijk niet van plan was om naar Kathmandu te gaan, maar zijn Mercedes bus moest India uit i.v.m. het carnet). Een goede deal en het was passen en meten in de bus maar het paste allemaal net en dus was ik twee dagen later samen met de motor in Kathmandu. Bij het uit de bus rijden van de motor (over een oude deur) bleek dat de afdichtring van de voorvork lekte. Jeannette dus direct gemaild dat ze dit ook nog meenemen zou.

Alternatief transport
De komende weken dus rustig de tijd om de motor een kleine beurt te geven en allerlei kleine mankementen te verhelpen. Het was gezellig in het hotel want er stonden reeds 4 Duitse motoren en later kwam Steven ook nog. Dagen lopen verlummelen met kletsen en het uitwisselen van verhalen maar ook de motor niet vergeten. Alles gedaan wat ik kon doen en dacht net dat ik helemaal klaar was toen Daniël tegen me zei of ik al gezien had dat mijn achterframe gescheurd was. WAT!!!!! En ja hoor, de buis was reeds 3/4 door. Op een andere plek dan in Pakistan weliswaar. Een grondige inspectie wees uit dat op dezelfde plek aan de andere kant (onder een afdekplaatje) de buis helemaal door was en daardoor begon het boven ook al te scheuren. 3 scheurtjes in het achterframe!!! Maar goed, liever nu ik toch voldoende tijd had. Een inspectie aan Stevens R1150GS leerde dat ook bij hem achterframe op diverse (dezelfde!) plekken gebroken was. Maar hij had met z'n 3 ongelukken een goed excuus (de laatste was toen hij Kathmandu binnen reed en over een olievlek weg gleed, zonder ernstige gevolgen).
's Ochtends vroeg begonnen met de demontage van het frame. Was dat in Pakistan me nog allemaal te veel, hier ging het reeds veel beter. In ruim 4 uur hadden we het frame er uit. Het frameuit Stevens fiets was er binnen 2 uur uit. (nee niet omdat dat een 'betere' motorfiets is maar we wisten nu precies hoe het moet!). De frames laten lassen en extra verstevigingsplaatjes aangebracht en de boel weer zonder problemen in elkaar gezet. Steven had nog één groot probleem en dat was dat zijn ABS niet meer functioneerde sinds zijn eerste ongeval. Navraag bleek dat het systeem zich automatisch uitschakelde en alleen door een BMW-dealer 'gereset' kon worden m.b.v. speciale apparatuur. Maar.... de dichtstbijzijnde BMW-dealer zit in Turkije of Singapore en dus niet direct om de hoek! Ik was er van overtuigd dat er een foefje moet zijn. Steven heeft enkele uren intensief surfend op het internet doorgebracht en ja hoor er bleek een foefje te zijn. Wij de volgende dag het gelijk uitgeprobeerd en.... het werkte. Niet ineens maar dat kwam omdat de sensoren op de wielen opnieuw afgesteld moesten worden. Hiervoor werden i.p.v. van de originele, shims ringen uit een grote pot bouten e.d. van een Duitse overlander gebruikt. Maar het werkte en Steven was als een kind zo blij. Heb de info naar mijn dealer gestuurd die had gezegd dat er geen foefje was en razend nieuwsgierig was hoe ons dat wel gelukt was!
Ik heb 2½ week in Kathmandu doorgebracht maar niet echt tijd gehad om de attracties te gaan bekijken. Eigenlijk heb ik helemaal niets gezien. Het was veel te gezellig. In het hotel maar ook met de vele andere motorrijders die we troffen in Kathmandu. En aangezien ze beide richtingen opreden werd er dus volop informatie uitgewisseld. Om een avond zijn we met 16 motorrijders gaan eten!!! 2 Zuid-Afrikanen, 4 Engelsen, 1 Nieuw-Zeelander, 6 Duitsers, 2 Australiërs (echtpaar op twee Honda Shadows!) en ondergetekende.
Vrijdag 27 april was een gedenkwaardige dag. Nadat Jan, een Duitser op een Suzuki DR800, zijn vriendin voor vertrek naar de luchthaven gebracht had na een drie weken verblijf in Nepal kon ik Jeannette van de luchthaven ophalen, ook voor een drie weken verblijf. Ik had zo mijn bedenkingen over hoe ik haar zou aantreffen aangezien ze met een stevige griep toch vertrokken was uit Nederland. Het viel mij enorm mee en blijkbaar kan de liefde toch nog veel compenseren. We hebben de tijd van ons leven gehad al moesten 'de plannen' wel enigszins aangepast worden.

Een gezellige binnenplaats vol motoren van ons hotel in Kathmandu
De eerste paar dagen had Jeannette de tijd om bij te komen van de reis en dat kwam mooi uit want intussen kon ik de motor weer opwaarderen. De nieuwe achterband er omgelegd en de lekkende oliekering vervangen. Samen een 'testrit' in de omgeving gemaakt en het was lekker om weer samen er op uit te trekken per motor, iets waar in Goa niet veel van terecht gekomen was. Alles werd in orde bevonden en dus konden we Jan en Graham de volgende dag vergezellen met een rit naar de Tibetaanse grens.
Kathmandu uitkomen was een puinhoop. Het verkeer naar Bhaktapur zat volledig vast (is dagelijks het geval) al konden we er op de motor nog redelijk doorheen zigzaggen. Hierdoor raakten we echter Jan wel kwijt. Toen het rustiger werd langs de kant op hem gewacht maar Jan kwam niet en dus reed Graham terug terwijl bleven wachten. Tijdens het wachten kwamen we Steven en zus tegen die terug kwamen van 3 dagen raften en abseilen in de bergen en ons wisten vertellen dat ze Jan zo'n 30 km verderop tegen gekomen waren. Graham was ook inmiddels terug dus wij snel verder en inderdaad vonden we Jan bij een 'tankstation' (= winkeltje met een groot vat benzine en een 5 liter jerrycan) aan.
De laatste 15 km naar de Tibetaanse (=Chinese) grens was off-road en lekker rijden Jeannette baalde enorm dat ze 'maar' achterop zat en had graag zelf willen rijden. Maar goed, die tijd haalt ze nog wel in als het CBR haar rijvaardig acht op een gemotoriseerde tweewieler. De grens zelf stelde niet veel voor. Een klein dorpje aan de grens en een brug die de grens vormde. We mochten de brug wel over maar moesten de motoren achter laten. Was men heel vriendelijk aan de Nepalese zijde, aan de Chinese zijde mocht en kon niets, zelfs geen foto maken en dus reden we maar weer terug. Op een vlak stukje terrein hebben we ons kampement opgeslagen alleen bleek het een betonnen ondergrond te hebben dus kregen we geen haringen de grond in. Voor onze tent geen probleem en Graham en Jan sliepen onder een zeil dat ze tussen hun beide motoren gespannen hadden. Lekker een eigen potje gekookt. De volgende dag weer verder terug gereden en de afslag naar Jiri genomen. Een klein nietszeggend plaatsje dat alleen bekend is doordat hier de weg naar de Mt. Everest ophoudt en men verder te voet moet. Een heerlijke slingerweg met schitterende uitzichten. Volop genieten, niet echter voor Graham die een lekke band kreeg maar dat was snel opgelost. Ook hoorde hij rare geluidjes 'van onderen' komen maar kon deze niet traceren. Een ander die niet echt genoot was Jeannette die door al dat gestijg en gedaal (tussen 600 en 2700 meter) een enorme koppijn kreeg. In Jiri vlak voor het donker nog inkopen gedaan en verder gereden op zoek naar een kampement. Na Jiri werd de weg en enorme modderbende en Graham gleed weg in de modder en bijna verdween z'n motor daarbij over de rand. Een heerijk rustig plekje gevonden langs de rivier en snel de tenten opgezet voor het helemaal donker werd. Jeannette kroop direct de tent in en heeft alleen maar geslapen terwijl de jongens eten moesten koken. Lukte goed hoor! 's Avonds zagen we nog vossen langs de rivier lopen.

De zoveelste lekke band
De volgende ochtend wreed gewekt door het geluid van opstijgende en landende helikopters die vanuit Jiri goederen (en personen?) naar het Everest basiskamp overvliegen. Jeannette was weer helemaal opgeknapt en at volop aan het ontbijt mee. Graham besloot toch even de motor te openen en een ketting aan te spannen voordat we de terugreis naar Kathmandu konden aanvangen. Eerst weer door de modder en nu was het mijn beurt om weg te glijden. Niets ernstigs en we zaten dan ook nauwelijks onder de modder. Onderweg was Graham nog niet helemaal tevreden en samen met Jan (die de identieke motor reed) besloten om toch nog maar even te kijken. Probleem niet helemaal kunnen oplossen maar dat moest maar wachten tot in Kathmandu.
Een eind verderop probeerde een jongen ons te laten stoppen maar daar reageerden we al helemaal niet meer op, aangezien dit zo vaak gebeurd (men wil een lift of gewoon wat 'praten' alhoewel men geen Engels spreekt). Deze jongen begon te schreeuwen en een tel later explodeerde er een bom naast de weg. Ik reed voorop en was er net voorbij, Graham reed pal naast de explosie en Jan er vlak achter. Graham en wij (Jeannette en ik) kwamen er ongeschonden (maar zwaar geschrokken) langs maar Jan werd door een steen in de borst geraakt. Zonder gevolgen overigens aangezien hij zijn motorpak aan had. Maken dat we daar wegkwamen. Wat nu de precieze reden was is nog steeds onduidelijk. Het waren communistische Maoïsten die de bom lieten exploderen. Die was absoluut niet voor ons bedoeld (waarvoor dan wel???) aangezien de jongen nog naar zijn kameraden schreeuwde om niet te ontsteken, maar het was al te laat (sorry Mam, dat we deze episode destijds in onze mails zijn 'vergeten' te melden!!!).
Eindje verderop was de weg geblokkeerd door de bewoners van een klein dorpje die naar de toespraak van een hitsige communist luisterden. Niet dat ze echt in zijn woorden geïnteresseerd waren maar meer omdat het de dagelijkse sleur doorbrak. Dat bleek wel toen wij (noodgedwongen) moesten stoppen en veel mensen ineens interesse in ons hadden. We moest wachten tot de toespraak voorbij was en dat zou 10 minuten duren. De bom herinnerend hebben we niet verder aangedrongen en precies 10 minuten gewacht en de motor gestart, toen we nog 20 minuten moesten wachten maar daar hadden wij geen zin in en ik reed stapvoets door de menigte die gelukkig uiteen ging en met Graham en Jan direct volgend zijn we hier ongeschonden doorheen gekomen.
75 km voor Kathmandu begon het te regenen. Eerst nog wat geschuild maar uiteindelijk doorgereden aangezien het steeds opnieuw begon te regenen. Zeiknat kwamen we in Kathmandu aan en had ik ontdekt dat mijn handvatverwarming (niet meer gebruikt sinds noord Pakistan!) niet meer werkte. 200 meter voor het hotel vielen we nog eens met de motor toen ik in de file aansloot en met een voet in een gootje stapte en zo mijn balans verloor en alleen nog maar tegen Jeannette kon roepen: "Hier gaan we!" Wederom stonden we zo weer overeind, maar 2 maal vallen op een dag was me nog niet gebeurd (m.u.v. de Deosai waar ik wel tig keer in de modder gevallen ben). Jeannette had na vandaag absoluut geen angst meer om met een motor te vallen. Dus kon ik mijn (zwaar) beschadigde ego toch nog een positieve draai geven. Een heerlijke warme douche spoelde al het leed echter direct weer weg. De volgende ochtend lazen we bij het ontbijt in de krant dat in de buurt van de explosie men een politiepost overvallen had en in brand gestoken had. Toch dus niet echt een rustige omgeving dus.
Mijn verjaardag vierden we in Kathmandu rustig in het hotel maar daarom niet minder gezellig Het cadeau van Jeannette, een zonnebril had ik voor het vertrek naar de Tibetaanse grens reeds gekregen (kon ik toen goed gebruiken) en 's avonds gezellig met een hele groep wezen eten en drinken totdat de politie ons om 11 uur de bar uitjoeg aangezien de bar officieel reeds om 10 uur had moeten sluiten. In de tuin van het hotel maar onze, in de haast meegenomen, flesjes bier leeggedronken. Een raar einde van een bijzondere verjaardag! Het enige dat we in Kathmandu hebben gezien was de 'monkey tempel' zo genoemd vanwege de overheersend aanwezige apen die brutaal alles roven wat er ter offering neergelegd wordt of je uit de handen gegrist wordt als je even niet op let. Het was er enorm druk aangezien het een feestdag voor de Hindu's was.

De besneeuwde bergen gezien vanaf een stupa nabij Pokhara
De volgende ochtend vertrokken we voor een rondje Nepal op de motor. Kathmandu verlaten over drukke wegen maar zodra we de bergen in draaiden was de weg verlaten en konden we genieten van de rust en de schitterende omgeving en zelfs de besneeuwde toppen van de Himalaya zien. In de namiddag reden we door donkere wolken heen en zagen verderop onder de donkere wolken door de knal oranje zon ondergaan. Heel fascinerend om te zien en iets wat ik niet snel zal vergeten. Via de Terai, de laagvlakte, naar Butwal gereden. Net buiten Butwal kwamen we Graham en Jan weer tegen die onderweg waren naar het noorden van India.
De weg naar Pokhara was enorm slecht. Er zaten enorme gaten in de weg die de schokdemper niet allemaal kon verwerken, helemaal niet nu we samen op de motor reden! De gemiddelde snelheid zakte tot onder de 25 km/u en dus schoot het niet echt op. Toch wisten we Pokhara nog voor het donker te bereiken. 's Avonds ontmoette we Steven die onderweg had moeten zijn naar het Annapurna basiskamp maar reeds de eerste dag zijn enkel verzwikt had en terug gekeerd was naar Pokhara en daar helemaal niet rouwig om was.
De bedoeling was om in Pokhara een korte trektocht te maken van enkele dagen, maar dat plan werd al snel getorpedeerd doordat Jeannette zich niet lekker voelde en een blaasontsteking had opgelopen en antibiotica moest slikken. Echt erg vonden we het eigenlijk niet, nu konden we het rustig aan doen. Zo hebben we een zonsopgang meegemaakt vanaf de stupa aan de overkant van het meer en hadden een schitterend uitzicht over de hoge besneeuwde bergtoppen rondom Pokhara wat echt een indrukwekkend gezicht was. Verder nog enkele uren op het meer liggen dobberen en met de motor nog naar Baglung gereden wat een schitterende weg was en op de terugweg er toch weer heel anders uit zag.
In Pokhara werd het gedenkwaardige moment herdacht dat ik een jaar onderweg was. Enkele gegevens van het afgelopen jaar:
     47.236 gereden kilometers
     6 lekke banden (2 in Pakistan, 4 in India)
     2319 getankt liters benzine (is 1 : 20.3, belangrijke info voor alle Indiërs!)
     14 bezochte verschillende landen
     66 volgeschoten dia-rolletjes
Doordat we niet gingen lopen hadden we enkele dagen over en besloten naar Chitwan National Park te gaan. Daar zonder problemen heen gereden al moesten we wel met de motor over een smalle brug zodat Jeannette spontaan aanbood af te stappen 'om foto's te maken'.

Chitwan National Park
De volgende dag begon vroeg met een kanotocht in een wankele boot en vooral de Slowaak die bij ons in de boot zat zweette peentjes met zijn enorme kostbare camera uitrusting. Na een uurtje in de boot liepen we drie uur door het park en zagen reeën, krokodillen, vogels maar het hoogtepunt was een neushoorn op zo'n 15 meter afstand. Wat zijn die beesten dan ineens groot als er geen hekwerk tussen zit. Na elkaar enkele minuten aangekeken te hebben, zodat we voldoende tijd hadden om foto's te maken, was het toch de neushoorn die uiteindelijk het hazepad koos. Na de lunch was er een olifantentocht van 3 uur. Met z'n vieren werden we in een bakje boven op de olifant gepropt en natuurlijk zakte dat bakje gedurende de rit scheef en werd er veel getrokken en moesten we gaan wisselen van plaats voor een beter evenwicht, alles tevergeefs overigens. Echt een soepele tret heeft zo'n beest niet en je zit dan ook schokkend achterop. Nee, niet echt een pretje. Ik zit liever 6 uur op een motor dan 3 uur op een olifant! Het ongemak werd echter gecompenseerd door de vele neushoorns die we zagen. Zij zien (en ruiken) alleen de olifant en dus kun je ze veel dichter benaderen. Zelfs een moeder met baby neushoorn gezien, iets wat vrij zeldzaam schijnt te zijn en verder weer reeën en vogels gezien.
Ondanks de lichamelijke ongemakken op zo'n olifant was het uiteindelijk wel een hele geslaagde tocht. Bij een restaurant in het dorp stond 'patatje oorlog' op de menukaart. Toch even uitproberen en het smaakte nog goed ook, al was de satésaus een beetje te dik.
Toch blij dat we de volgende dag per motor terug reden naar Kathmandu weer over hetzelfde bruggetje en nu had Jeannette wel een rotsvast vertrouwen in mij en bleef achterop zitten (de foto's waren per slot van rekening al genomen) en weer over dezelfde rustige pas als op de heenweg al was het nu dicht bewolkt en konden we de besneeuwde bergtoppen niet zien. In Kathmandu direct de terugvlucht bevestigd want ja, Jeannette's vakantie zat er al weer op. Drie weken die echt voorbij gevlogen waren.
Na nog een laatste dag in Kathmandu waarin we de Denen Poul & Pia nog ontmoetten vertrok Jeannette op vrijdag 18 mei weer naar huis terug. Het vertrek verliep niet vlekkeloos. Al zittende in de tuin van het hotel kreeg ik iets in mijn oog en kon dat er niet uit spoelen. Het oog irriteerde steeds meer, begon enorm te tranen en uiteindelijk besloten we even langs het ooghospitaal te gaan. Dus met Poul & Pia, Jeannette en al haar bagage de taxi in naar het ziekenhuis. Daar werd ik snel geholpen en werd er een vuiltje verwijderd en kon ik met een flesje oogdruppels weer vertrekken (totale kosten fl 1,- voor het registratiepapier en fl 1,- voor de oogdruppels, declareer dat maar eens bij je verzekering in Nederland, ze verklaren je voor gek). Snel na de luchthaven en ingecheckt en met tranen in de ogen (waarvan?) afscheid genomen van Jeannette. Maar niet voor lang! In Pokhara had ze ineens besloten dat de toegezegde 6 maanden onbetaald verlof toch wel wat weinig was en heeft ze direct bij terugkomst haar baan opgezegd zodat we vanaf 1 oktober aanstaande samen voor 'onbeperkte' tijd verder kunnen reizen.
Nu Jeannette vertrokken was kon ik ook verder. Het oorspronkelijke idee was om vanaf Kathmandu naar Bangkok te vliegen maar dat werd gewijzigd toen ik diverse motorrijders ontmoette in Kathmandu die terug reden naar India om de weg Manali - Leh te gaan rijden die vanaf midden mei weer geopend zou zijn. Deze weg met 3 passen van rond de 5000 meter moet super aantrekkelijk zijn, vooral voor motorrijders dus was mijn beslissing om ook terug te rijden snel genomen.

Het religeuze Sikhs festival in Naini Tal
Nepal snel verlaten want vooral op de Terai laagvlakte was het bloedheet. De grens over, aan Nepalese zijde geen enkel probleem maar aan de Indische zijde was de man die de carnets afstempelde niet aanwezig. Dus eerst even naar de immigratie maar die 'kon' niets beginnen zolang mijn carnet nog niet afgestempeld was. Gelukkig kwam de beambte snel terug en kon ik snel verder en direct omhoog de Indische bergen in. Daar over heerlijke binnenwegen langzaam richting Manali rijdend. Dat ging niet zonder slag of stoot want de benzinepompen waren nogal dun gezaaid en één keer moest ik zelfs 80 km omrijden voor een benzinepomp. Ik was er onderweg wel één tegen gekomen maar die werkte niet doordat de stroom uitgevallen was. Een tweede probleem was het wisselen van geld. Aan de grens wel wat gewisseld maar USD wisselen was moeilijker. Dat kon alleen in Naini Tal (100 km omrijden!) en uiteraard arriveerde ik daar op een zondag en kon er alleen bij de bank gewisseld worden. Wel belandde ik midden in een religieuze Sikhs optocht wat wel leuk was. De volgende dag direct geld gehaald toen de bank open ging waarna ik weer verder kon de bergen in.
In de bergen was het volop genieten, rustige wegen met bijna gaan verkeer. De wegen waren niet altijd in perfecte staat maar dat deerde me helemaal niet. De mensen waren heel aardig en daardoor kreeg ik weer zin om wild te gaan kamperen, iets dat ik in India eigenlijk nog niet gedaan had vanwege alle nieuwsgierige, opdringerige personen. In de bergen wonen minder mensen maar het is en blijft India dus mensen wonen om de hoek. Mijn tent voorzichtig opgezet en verbazingwekkend genoeg bleef het rustig rond mijn tent. Wel bleven enkelen van een afstand kijken maar de enige die tijdens mijn eten kwam bleek een reporter te zijn van het volgende 'dorpje' een kilometer verderop (en dat terwijl ik dacht dat ik in de 'middle of nowhere' zat!). Ik zou de volgende ochtend langs komen. Maar hij bleek er de volgende ochtend er niet te zijn en dus was mijn kans verkeken om beroemd te worden.
Het kamperen was uitstekend bevallen en laat in de middag zag ik weer een heel mooi groen vlak stuk gras en wilde daar overnachten maar..... ik moest er een steile afdaling voor maken. Veel getwijfel of het wel of niet te doen maar toch gedaan en zonder problemen kwam ik beneden op het grasveld aan. Maar echt rustig zitten kon ik niet want ik had hevige twijfels of ik er wel weer omhoog kwam. Uiteindelijk toch besloten om direct weer omhoog naar de weg te rijden en als dit gemakkelijk bleek te zijn dan kon ik alsnog weer naar beneden gaan.

De steile helling bleek iets te veel voor mij te zijn
Maar het bleek steiler te zijn dan verwacht en na enkele pogingen ging het dan ook mis. De motor schoot door en ging weer de helling omlaag. Gelukkig viel ik snel, net voordat er een greppel in de weg stond. Maar met de motor liggend op een helling met beide wielen van de grond kreeg ik de motor met geen mogelijkheid overeind, laat staan de helling omhoog dus begon ik de bagage maar af te laden. Ineens hoorde ik een vrachtauto aankomen en heb deze aangehouden. Toen ze mijn motor beneden zagen liggen was er één en al hulpvaardigheid. Nog gewacht op twee andere trucks (echt waar de wegen waren verder heel erg rustig!) en toen waren er zo'n 10 mensen om me te helpen en was het geen probleem meer om de motor omhoog te krijgen. Iedereen hartelijk bedankt met een echt Nederlands King-pepermuntje dat Jeannette mee genomen had. Bleek dat er nog geen kilometer verderop een nog mooier grasveld was en veel eenvoudiger te bereiken. Daar de schade opgenomen: een losgeraakte draad van het knipperlicht en een afgebroken steun voor het windschermpje (waar de andere zijde in Pakistan reeds was afgebroken). Gelukkig niets ernstigs dus. Shimla werd alleen bezocht voor het Internetcafé en toen ik de stad verliet kwam ik een BMW motorfiets tegen met een Indisch nummerbord! Gestopt, en het bleek ook daadwerkelijk een Indiër te zijn die in Shimla woonde en de motor zelf geïmporteerd had. Hij had er ook een motorshop en organiseerde de 'Raid de Himalaya', een rally door de (Indische) Himalaya die zelfs op de FIM-kalender stond. Als ik op de terugweg weer door Shimla kwam dan moest ik beslist even langsrijden. Ik wilde binnendoor naar Manali over een smalle weg met een heuse pas. De afslag was een beetje moeilijk vinden (is 10 km verder dan op de kaart aangegeven staat!) maar de weg was mooi. Het weer was een beetje druilerig maar dat kon de pret niet drukken. Wel een probleem om bussen te passeren. (dus was het een groot probleem als de bussen elkaar moesten passeren) Het laatste stuk naar de pas (3150 meter) was steil en onverhard maar ging probleemloos, zo ook de afdaling.
In Larji kwam ik op de hoofdweg uit en bleek Manali slechts 70 km verderop te liggen dus besloot ik daar heen te rijden en in een comfortabel hotelletje (rustig gelegen en een kamer met eigen boiler) mijn intrek genomen. Heb daar lekker 2 dagen gerelaxt en de motor een beetje vertroeteld. De handvatverwarming gerepareerd (zal ik nodig hebben onderweg naar Leh!) en de remblokken achter vervangen want die sleten snel in de bergen. In het hotel zat ook een Nieuw Zeelander die naar Leh had willen fietsen maar wegens maagkrampen op had moeten geven, maar hij verzekerde mij dat de weg goed berijdbaar was.

Een fascinerend desolaat landschap op weg naar Leh
­Maandag vertrok ik vanuit Manali op weg naar Leh. De eerste pas was de Rothang La (3998 m) en het verkeer was er enorm druk doordat het een populaire dagtrip was vanuit Manali naar de pas. Onderweg overal shops waar je bontjassen kon huren en bij elk watervalletje konden er foto's gemaakt worden. Boven op de pas ging iedereen uit zijn dak. Op enkele plekken lag nog wat sneeuw en daar werd dan ook volop met sneeuw gegooid en sleetje gereden. Zodra de weg echter begon te dalen was het absoluut verlaten en kon voor mij het genieten beginnen. Onderweg enkele malen registreren en in Tandi de motor helemaal afgetankt, aangezien dit de laatste mogelijkheid was voor Leh, 370 km verderop. Het was heerlijk rijden, zo'n fascinerend landschap, zo groots en telkens weer anders. Dit was 100% genieten en ik schoot dan ook een heel filmrolletje vol. Zo'n desolaat landschap had ik nog nooit meegemaakt. De weg was goed begaanbaar al was het rond de passen veel offroad rijden over soms grote losse stenen en moest er menig stroompje genomen worden die veelal niet veel voorstelden doch eenmaal zo'n 100 meter over de 'weg' stroomde zodat ik er de handen aan vol had, maar ik had geluk aangezien de hoeveelheid water gedurende de dag nogal bleek te variëren.
De eerste nacht op 4600 meter geslapen bij een klein tempeltje. De volgende dag regende het 's ochtends en tegen de tijd dat het droog was was het bijna al middag. Rond 15.30 uur arriveerde ik in Pang een dorpje dat niet meer is dan enkele tenten bij elkaar en heb daar thee gedronken. Toen ik verder wilde stopte de militairen mij de weg zeggende dat de weg voor vandaag gesloten was en dus moest ik er noodgedwongen overnachten.
De volgende dag verder over de laatste pas die, net zoals alle voorgaanden in nevelen gehuld was en op de passen sneeuwde het licht. Na de laatste pas over de 5400 meter dacht ik dat ik het interessante gehad had maar dat viel enorm mee, de hele weg naar Leh was ook heel bijzonder. In Leh wilde ik naar de weg vragen toen er ineens 2 Honda Shadows stopten. Het waren David en Cheryl uit Australië die ik in Kathmandu reeds (kort) ontmoet had en dezelfde weg als ik gereden hadden. Ongelofelijk met zulke motoren. Ze gaven ook wel toe dat het niet altijd even praktisch was maar dat de keuze op de Shadows gevallen was doordat Cheryl zulke korte benen had. Ik kon meerijden naar hun hotel en zo had ik sneller een hotel gevonden dan gedacht. Harry, de Duitser op de Tenere, was er ook en samen hebben we de volgende dagen doorgebracht met veel rust en korte trips in de omgeving. Naar afgelegen kloosters gereden en vooral veel foto's gemaakt in dit zeer bijzonder landschap. Samen ook de Khardung La bedwongen die met 5610 meter de hoogst berijdbare pas ter wereld was. Marko en Annett, die ik in Kathmandu getroffen had waren er ook en afgesproken om samen in Delhi de motoren naar Bangkok te vliegen.

Menigmaal moest de motor op 4600 meter hoogte uitgegraven worden
Terwijl David, Cheryl en Harry naar Srinigar doorreden wilde ik terug naar Manali maar dan via Tso Moriri, een meer dat heel afgelegen in de woeste bergen lag. Met 10 liter extra benzine (zodat ik een actieradius van ruim 600 km had) vertrokken en inderdaad waren de meren die ik onderweg tegen kwam schitterend en absoluut verlaten doordat het toeristenseizoen nog niet begonnen was. De doorsteek die ik maken wilde naar de weg Leh-Manali liep via Tso Kar, een meer dat je langs beide zijden kon berijden. Althans..... dat beweerde men. De noordzijde bleek door heel mul zand te gaan en ik groef me daar dan ook verschillende malen in. Op zich niet erg maar je motor uitgraven op 4600 meter is een uitputtende zaak. Men was wel een weg aan het aanleggen maar die bestond nog uit niet meer dan grote losse stenen waar je ook niet lekker overheen rijden kon. Dus terug en de weg langs de zuidzijde zoeken. Bij een tentje gevraagd en inderdaad had ik de goede weg te pakken maar ik moest eerst thee meedrinken. Dit ontaarde in het aanbod om te blijven overnachten, een aanbod dat ik, uitgeput, dankbaar aannam. Men verzekerde mij dat de zuidzijde goed begaanbaar was alleen bleek het 's nachts flink te regenen zodat het een flinke modderpoel werd. In het tentje leefden 3 vrachtwagenchauffeurs die ook aan de weg werkten langs de noordzijde. Zij begeleiden me de volgende ochtend (05.15 uur opgestaan!) langs de weg die steeds modderiger werd totdat ik weggleed. Gezamenlijk de motor overeind getild en besloten om terug te keren vooral doordat ik niet wist of het erger werd, en ook doordat een koffersteun bij de val afgebroken was en ik de koffer met een spanband vast moest zetten. De vrachtwagen achter me had heel veel moeite om uit het spoor te komen om me te passeren wat mij in mijn beslissing om terug te keren sterkte. Dus kon ik de hele weg terug rijden (glijden) naar hun tent en verder terug naar Mahe en Upshi. Hierdoor moest ik helemaal terug naar Leh om opnieuw te tanken zodat ik maar een dagje bleef om de koffer provisorisch te repareren en alle silentblocs te vervangen die alle afgebroken waren.

Het is geen straf hier te moeten overnachten
De motor had me op de heenweg van Manali aangenaam verrast door op deze hoogten 4 à 5000 meter geen druppel extra brandstof te verbruiken. Het bleef 1:20 al werd wel de power iets minder. Maar van menigeen hoorde ik dat ze enorme problemen met de motor gehad hadden en dat het verbruik soms opliep tot onder de 1:10! Dank zij de injectie had ik hier dus helemaal geen last van. Het enige 'probleem' dat ik had is dat boven de 5200 meter het stationair toerental niet gehouden kon worden en dus moest ik het gas open houden om afslaan te voorkomen. Maar dit was een verwaarloosbaar probleem vergeleken bij anderen.
De terugreis van Leh naar Manali heb ik in twee dagen afgelegd. Het weer was veel mooier. De eerste dag was het zwaar bewolkt maar het regende tenminste niet en ook had je een wijds uitzicht vanaf de passen. De tweede dag was absoluut de beste met helder weer en een stralende zon en dus was het volop genieten. Na de Rothang La pas was dit afgelopen. Niet alleen doordat het er druk met (Indische) toeristen was maar ook doordat het stevig begon te regenen. Maar tenminste was ik weer terug in de bewoonde wereld al was het dan de Indische wereld! In Manali ontmoette ik Don, de Brit op zijn Dominator, waar ik al veel over gehoord had maar die ik, i.t.t. vele anderen, nog nooit getroffen had. Hij bleek ook reeds het enige over mij gehoord te hebben.
Het plan is om samen met Marko en Annett over 2 weken in Delhi te zijn om de vlucht naar Bangkok samen te regelen en dan naar Bangkok te vliegen. Midden juli hoop ik dan de motor weer ter beschikking te hebben om de reis in Thailand te vervolgen.

Zo dat was alles voor deze keer.
Groetjes,
Martin