Reisverslag 15 Manali (India, 19-06-2001) t/m Ao Nang (Thailand, 24-07-2001)
In Manali eerst heerlijk de rust
genomen. In een aangenaam warme omgeving zonder allerlei 'ontberingen' als kou,
hoofdpijn en slechte wegen. Wel regent het er af en toe heel flink maar daar
valt mee te leven als je een goed dak boven je hoofd hebt. Mijn e-mail postbus
opgeschoond, want in Leh was daar vanwege de onbetrouwbare verbindingen geen
tijd voor. Verder veel gelezen. Ik had van Harry een Duits boek over de Rote
Armee Fraktion gekregen dat ik aan Marko terug moest geven en heb enkele dagen
eigenlijk niets anders gedaan dan lezen. Het hotel was heerlijk relaxt maar de
meeste bezoekers waren een beetje te relaxt. De hitte van India ontvluchtend
waren ze met bosjes in de bergen aanbeland en brachten de dagen in en rond het
hotel door met alleen joints roken. Dat begon reeds voor het ontbijt. Een
fatsoenlijk gesprek was dan ook niet met ze te voeren behalve als het over
joints, hashiesh of allerlei filosofische beschouwingen ging en dat is niet echt
mijn wereld. Dus niet te veel contact met ze gehad. Manali zelf was ook niet de
moeite waard en veel te vol met zowel Indiërs als toeristen. Harry kwam ook nog
langs om achter gelaten spullen op te halen. David en Cheryl waren Dharamsala
achter gebleven. Ze waren via Srinigar van Leh terug gereden en ondanks de enorm
overheersende militaire aanwezigheid daar vonden ze het een mooie relaxte plek.
Vooral de woonboten op het meer. Dat was dan ook de enige plek om te overnachten
aangezien alle hotels door militairen bezet waren. In Srinigar hadden ze ook hun
rolletjes van onze fotosessies in Leh afgedrukt en mij vele afdrukken gegeven.
Heel gaaf om de eerste foto's van jezelf gedurende de reis te zien (behalve dan
de gescande dia's van thuis ontvangen).
De Spitty vallei
Mijn ontbijt bereiden uit de wind in een tempeltje; heiligschennis?
De volgende dag lekker verder gereden en wederom genoten van de omgeving. Van
Don, een Engelse motorrijder die ik in Manali ontmoet had het adres van een
perfect Italiaans restaurant onderweg gekregen. Ook kon je er overnachten maar
ik heb mijn tent aan de overzijde van de straat opgezet. Zit ik voor de tent
mijn dagboek bij te werken hoor ik een motor langsrijden en zie tot mijn stomme
verbazing dat het Harry op zijn Ténéré is. Zwaaien en springen hielp niet dus er
snel achter aan. Probleem was dat mijn motor reeds afgesloten was. Uiteindelijk
Harry vlak voor Kaza achterhaald en hem mee terug genomen naar de tent, waar hij
bij de italiaan een kamer kon nemen. Harry had nog enkele dagen in Manali door
te brengen en had besloten om de Spitty vallei maar eens in te rijden en had in
1 dag afgelegd waar ik 2 dagen voor gebruikt had. Hij was dan ook helemaal op,
maar een warme douche deed wonderen. Zo hadden we toch nog een hele gezellige
avond met vooral heerlijk eten!
De volgende dag hebben we in de omgeving een klooster bezocht en wilden via een
kleine weg terug naar Kaza rijden. Het pad (meer was het niet) was inderdaad
verlaten en schitterend om te rijden totdat... we bij enkele huisjes aan kwamen
en de weg ophield. Blijkbaar hadden we een verkeerd pad genomen en moesten
helemaal terug rijden. Wel jammer maar het was absoluut de moeite waard geweest.
In de namiddag scheidden onze wegen al weer. Terwijl ik nog een avond met lekker
eten bij de Italiaan door bracht reed Harry al weer een stuk terug richting
Manali.
Spitty vallei werd steeds adembenemender!
In Kaza had ik een vergunning geregeld om de gehele weg te mogen rijden. Deze
vergunning kost niets, behalve de nodige moeite maar na precies een uur had ik
de vergunning op zak en dus viel het nog enorm mee. De vergunning heb je nodig
omdat de weg voor een deel vlak langs de Tibetaanse grens gaat. Dat het allemaal
een wassen neus is bleek toen ik de volgende dag reeds langs de geopende
slagboom gereden was voordat men mij na begon te roepen. Ik had zo door kunnen
rijden maar besloot toch om terug te keren aangezien ik toch niets beters te
doen had.
Zo wordt er les gegeven op de school in Naku
Na Rampur werd de weg langzaam aan drukker. Dit impliceert echter niet dat de
weg dus ook beter werd. Enkele stukken waren door de rivier compleet weggespoeld
zodat men in allerijl een nieuw stuk geëgaliseerd had. Dit was dan wel door mul
zand zodat het lekker glibberen was. Als er dan ook juist zo'n stuk een truck
een gebroken as had dan is de weg ineens in beide richtingen geblokkeerd.
Gelukkig niet voor motorrijders! Door de drukker wordende weg wilde ik niet
langs deze weg overnachten en reed een zijvallei in, richting Sangla. Ook deze
vallei was zo steil dat ik geen goede overnachtingsplek vond en uiteindelijk in
Sangla aan kwam en mijn intrek maar in een hotel nam. Het hotel lag op een
heuvel met een schitterend uitzicht en dus genoten van de zonsondergang.
De volgende ochtend nog rustig genoten van het uitzicht door buiten te ontbijten
en pas in de loop van de ochtend verder te rijden. De terugweg naar Delhi, via
Shimla, liep over grote doorgaande wegen en die wilde ik eigenlijk vermijden.
Helemaal omdat ik deze deels reeds gereden had. Op de kaart vond ik een mooie
alternatieve route van doorgaande wegen. Het was schitterend rijden op deze
wegen met nagenoeg geen verkeer. Onderweg passeerde ik een deelstaatgrens wat
altijd gepaard gaat met de nodige slagbomen over de weg die echter altijd open
staan zodat ik gewoon door kon rijden. Na Tiuni werd de weg onverhard en moest
ik op een T-splitsing naar de weg naar Chokrata vragen. Ik had de juiste weg
gekozen maar werd verteld dat ik een vergunning nodig om deze weg te mogen
berijden. Ik was echter niet van plan om terug te rijden dus vervolgde ik de
schitterende weg die door de heuvels slingerde. In de namiddag reed ik door een
schitterend stuk naaldbos en er hing er zo'n serene rust dat ik er besloot om te
overnachten. Slechts enkele malen werd de rust verstoord door een langsrijdend
voertuig, een voordeel van het feit dat je een vergunning nodig had. Ik had echt
het idee dat ik ergens in de Ardennen bivakkeerde en absoluut niet het gevoel in
India te zijn.
Waarom je India nooit in het donker moet gaan rijden
Met een omweg van 25 km kwam ik alsnog in Vikasnagar aan en had daarmee
definitief de bergen van Noord-India achter me gelaten. Dat was ook goed te
merken want gelijk was het bloedheet en vooral enorm benauwd. Alle wegen bleken
naar Delhi te leiden en toen aangegeven stond dat het nog 'slechts' 200 km. naar
Delhi was besloot ik dan ook in 1 ruk door te rijden. Het zou dan wel laat
worden maar ik had geen zin om morgen ook nog in de hitte te rijden. Om 19.30
uur reed ik Delhi in en was al snel hopeloos verdwaald. Gelukkig had ik de
GPS-coördinaten van het hotel en voor het eerst reed ik blind op de GPS en met
succes! Het hotel had een douche op de kamer en daar als eerste gebruik van
gemaakt.
In Delhi was het ook benauwd en moeilijk uit te houden, maar gelukkig kwamen
Marko en Annett (een Duits stel op een Honda Transalp en een Honda Dominator)
zoals afgesproken op 4 juli ook in Delhi aan zodat we konden beginnen om onszelf
en de motoren naar Bangkok zien te krijgen. Moest een eitje zijn aangezien Jan
en Daniël (ook twee Duitsers) ons twee maanden eerder voor gegaan waren en ons
alle info gemaild hadden. Tot zover de theorie...
De volgende dag gingen Marko en ik naar de het kantoor van de agent die we
doorgekregen hebben maar het kantoor was in gebruik door een ander bedrijf.
Gelukkig bleek het telefoonnummer ongewijzigd te zijn en per telefoon kregen we
het nieuwe adres. Onze contactpersoon herinnerde Jan en Daniël en ging voor ons
aan de slag. Air India was het goedkoopst en al snel hing hij aan de telefoon.
We wilden de werkelijke kiloprijs betalen en niet per volumegewicht (hierbij
wordt er een 'gewicht' berekend afhankelijk van de grootte van de motoren; lxbxh
(in cm)). Dat was uiteindelijk geregeld. Verdere harde toezeggingen kregen we
niet direct. Daarvoor moesten we later in de middag terug komen. Intussen
informeerden wij ook verder en vonden een veel goedkopere vlucht en tevens dat
inderdaad Air India het goedkoopst de motoren kon transporteren maar tegen een
nog lager tarief dan ons toegezegd was. Gewapend met deze info gingen we terug
naar de agent die verbaasd was dat we de werkelijke kiloprijs wisten (35,-
INR/kg = 1,75 NLG/kg). Zo bleef er geen marge voor hem over! Er kwam nog een
brandstoftoeslag over en eventuele andere kosten waarover hij vaag bleef. Maar
geen probleem want Mrs. Nerwal was zijn, en dus ook onze, contacpersoon en zij
wist overal van af. Afgesproken dat we onze motoren zaterdag zouden komen
brengen wat geen probleem was aangezien ze dan de gehele dag geopend waren op
het vliegveld. Toen we onze goedkoopst gevonden ticketprijs (INR 11.700,- = NLG
585,- p.p.) vertelde bleek hij onze tickets voor dezelfde prijs te kunnen
leveren. Wij vliegen met Indian Airlines (de motoren met Air India, een compleet
andere maatschappij!) en vliegen enkele uren nadat de motoren vertrokken zijn
naar Bangkok. Perfect geregeld. De volgende dag konden we onze ticket op zijn
kantoor afhalen. De kosten voor de motoren moesten op het vliegveld betalen.
Zaterdag met de motoren naar de
luchthaven. Allereerst werden de motoren gewogen en de maten opgenomen. Toen
bleek dat het volumegewicht veel hoger uitviel dan het werkelijke gewicht
(ongeveer 2x zo hoog) en dus werden we per volumegewicht aangeslagen. Mrs.
Nerwal bleek op zaterdag niet te werken en een telefoontje met de agent leverde
ook niets op en toen we de agent zelf wilden bellen bleek het reeds 12 uur
geweest te zijn en dus was het weekend voor onze agent. Hoe we ook praatten men
bleef ons het volumegewicht berekenen. Dus keerden wij maar met een rolmaat naar
de motoren terug om te kijken hoe we de afmetingen konden reduceren. Van de
motoren van Marko en Annett de koffers verwijderen evenals de spiegels en het
voorwiel. Het stuur losdraaien en kantelen en zie daar het volumegewicht kwam
onder het werkelijke gewicht waardoor men nu het werkelijke gewicht ging
berekenen. Van mijn motor hoefden we alleen de voorband, spiegels en ruit te
verwijderen. De koffers en stuur had weinig zin vanwege de uitstekende
cilinders. Wel konden nu mooi de koffers van Marko en Annett mooi aan mijn motor
bevestigd worden zonder dat het volume groter werd en zie daar: ook mijn
volumegewicht kwam onder het werkelijke gewicht. En hadden we precies wat we
wilden. Met de nieuwe maten keerden we terug naar het kantoor en gaven deze
door. Inderdaad werden nu het werkelijke gewicht gemeten maar hoezo waren de
afmetingen nu ineens fors kleiner? Dat wilden ze zelf toch wel even controleren.
Dus gingen ze mee naar de motoren.
De gaten tussen de motoren werden met andere lading opgevuld
Het had voor ons voordelen om gezamelijk de motoren te verschepen aan gezien
boven de 500 kg en prijs van 50,- INR/kg (=2,50 NLG/kg) omlaag ging naar 35,-
INR/kg (= 1,75 NLG/kg). Afzonderlijk hadden we dat nooit gered, zowel mijn BMW
(300 kg exact) als hun Transalp (227 kg) en Dominator (205 kg), samen (432 kg),
bleven onder deze grens.
We moesten van onze motoren de benzine uit de tank verwijderen, de accu
afkoppelen en de lucht uit de banden laten. Het laatste konden we pas doen als
de motoren op de pallet stonden en het eerste wilden we niet doen omdat we dan
in Bangkok de motoren naar de benzinepomp moesten duwen. Dus de accu
losgekoppend en vervolgens de tank leeg laten lopen totdat er geen benzine meer
uit kwam. Veel kwam er niet uit aangezien zowel ik als Marko een benzinepomp aan
boord had die door de reeds afgekoppelde accu 'helaas' niet meer werkte. Helaas
voor ons werd Marko's tank! gecontroleerd door een stuk touw in de tank te laten
zakken en het kwam er nat uit. Marko's verklaring dat dit kwam doordat de tank
nog van binnen vochtig was omdat we zojuist de benzine afgetapt hadden werd
zonder probleem geaccepteerd. De douaneformaliteiten bestond verder nog uit het
controleren van de nummerborden en de framenummers waarmee de formaliteiten
beëindigd waren en de vrachtpapieren afgestempeld konden worden. Niet onze
carnets echter. We moesten echt aandringen dat ze afgestempeld werden wat verder
ook geen probleem was.
Toen we de motoren de loods in rolden was het reeds 16.30 uur geweest en om
17.00 uur sloot deze. Dus geen tijd om de motoren op de pallets te plaatsen en
te strippen. Dat moest nu wachten tot maandag en dus werden de motoren in een
afgesloten ruimte geplaatst. Restte ons nog de kosten te betalen in het kantoor:
|
Verschepingskosten
|
732 kg x 35,- INR/kg = INR 25.620,- |
|
Brandstoftoeslag!;
|
732 kg x 1.5,- INR/kg = INR 1.098,- |
|
Verschepingsdocument (AWB)
|
INR 150,- |
|
Administratiekosten
|
INR 300,- |
|
Gevaarlijke goederen toeslag
|
(USD 75,-) = INR 3.375,- |
|
Totaal
|
INR 30.543,- (= NLG 1.527,15) |
Helaas hadden we slechts INR 30.000,-
bij ons zodat we de rest maandag konden betalen. Al teruglopend naar de
bushalte (voelde 'kaal' zo zonder de motor!) stopte er een riskha die ons voor
een habbekrats naar de stad terug bracht.
Maandag zijn we eerst naar de Thaise ambassade geweest voor de aanvraag van een
visum. Je hebt er niet één nodig om Thailand binnen te kunnen komen maar dan
krijg je een 30 dagen stempel en met visum mag je 60 dagen in Thailand
verblijven, alhoewel een verlenging ook geen probleem schijnt te zijn.
Door naar de luchthaven, waar men de motoren van Marko en Annett reeds op de
pallet geplaatst had. Ik had mijn motor met stuurslot weggezet dus moest (kon)
ik deze zelf op de pallet rijden. Gelijk begon men overige vracht tussen onze
motoren te schuiven en dus konden wij onze motoren niet uit elkaar nemen. Mooi
zo!!! De motoren werden met spanbanden vastgesjord en vervolgens met zwart
landbouwplastic afgedekt en tot slot ging er een groot net over de pallet heen.
Klaar voor verzending! En dat zonder de motor uit elkaar hoeven te halen (op
de spiegels en mijn ruitje na) en met betaling van het werkelijke gewicht. Het
had de nodige extra moeite gekost maar het was het allemaal waard geweest.
Onze motoren vlogen dinsdag middag om 17.20 uur naar Bangkok terwijl pas rond
middernacht vertrokken. Zo konden we vooraf nog bellen of de motoren inderdaad
meegegaan waren (wat bevestigend werd beantwoord) voordat wij in de avond naar
de luchthaven vertrokken. De volgende ochtend om 6.20 uur kwamen we in Bangkok
aan en konden vervolgens rustig de bagage afhalen, opslaan en direct doorlopen
naar de vracht afdeling en door de hele administratieve molen heen om hopelijk
diezelfde dag de motoren nog mee te kunnen nemen.
Was de bureaucratie in India groots, Thailand wist dit te overtroeven. Gewapend
met slecht één enkel papiertje (de AWB) liepen we het gebouw binnen en direct
moesten er copiën van onze paspoorten en carnets gemaakt worden. We kregen
allerlei formulieren die we in moesten invullen, welke vervolgens gecopieerd
werden en met alle papieren naar de douane. Daar begon men pas op 9 uur te
werken en dus moesten we wachten. Daar maakte men vervolgens een enorm probleem
van het feit dat de carnets op drie verschillende namen stonden terwijl de
verscheping slechts op één naam stond. Volgens ons waren die twee totaal
verschillende zaken maar zo dacht men er bij de douane niet over. We moesten
terug om de verscheping van de motoren op papier te laten splitsen, dus terug
naar het eerste kantoor. Daar wist men niet hoe men dat moest aanpakken en dus
bleven we heen en weer lopen totdat er uiteindelijk iemand met ons mee liep.
Toen we extra moesten betalen (we hadden reeds 2.000 Baht (= NLG 120,-) betaald)
ging ik over de zeik. Dat jullie de boel moeten splitsen kan me niet schelen
zolang het ons maar geen extra geld kost! Dat deed het uiteindelijk dan ook
niet. Hierdoor moest wel de hele papierstapel die we inmiddels verzameld hadden
verdrievoudigd worden en konden we met een pak papier van zo'n 2 cm terug naar
de douane. Daar had men gelukkig inmiddels niet stil gezeten en reeds nog meer
papieren ingevuld. Het was echter inmiddels 13 uur en dus lunchpauze (tot 14
uur)! Wij hebben ook maar wat in de kantine gegeten en zijn op de bank bij de
douane in slaap gevallen. Goed 14 uur werd ik wakker en toen wilde men in onze
paspoorten een groot stempel plaatsen dat we Thailand met een eigen voertuig
waren binnen gekomen dat ook weer geëxporteerd diende te worden. Dat stempel
wilden we niet in ons paspoort hebben aangezien Annett tussentijds naar huis
wilde en met dit stempel niet Thailand zonder motor verlaten kon. Er op gewezen
dat men het carnet had dat men altijd kon claimen als de motor verkocht werd
maar toen vertelde men dat het carnet niet geldig was in Thailand. (Dit klopt
ook!) Terwijl ik juist er op wees dat het Carnet door de ANWB ook voor Thailand
geldig gemaakt was (al had dit geen enkele rechtsgeldigheid). Nee, het stempel
moest in het paspoort! Wel lieten ze achterwege om onze carnets af te stempelen,
dit waren ze eerst wel van plan maar konden dat natuurlijk niet meer volhouden
toen men zelf verklaard had dat de carnets in Thailand niet geldig zijn. Men
verklaarde nu dat men de carnets alleen nodig had gehad omdat daar alle gegevens
van de motoren bij elkaar stonden. Je krijgt in plaats hiervoor een papier van
de douane waarop vermeld staat hoelang je motor in Thailand mag blijven. Dat
papier schijnt het enige belangrijke te zijn. Soms wordt ook het carnet
gestempeld (elke grensovergang doet het op zijn eigen manier) maar dat doet er
niet echt toe.
Toen konden we eindelijk naar de loods. Ook daar moesten we nog de nodige
stempels verzamelen maar nu kregen we iemand van het kantoor mee. Toen we om
15.30 uur (na 7 uur rondslenteren!!!) de motoren zagen liepen wij er heen. Het
net, het plastic en de overige vracht was reeds verwijderd en wij konden de
motoren weer in elkaar zetten, al stelde die niet veel voor: alleen de accu
aansluiten en de spiegels plaatsen! Inmiddels was ook de papierkraam afgerond en
hadden we de hele stapel papieren in het kantoor achter moeten laten en hielden
alleen drie papieren over die afgetekend werden toen we met de motoren de
vrachthal verlieten.
Annett had haar motorkleding te goed weggepakt
Binnen 2 km. werden we van de weg geplukt. Brommers mochten niet op de snelweg
in Bangkok, dus wij ook niet! We moesten de buitenste banen gebruiken en niet de
fly-overs. Hierdoor waren we binnen de kortste keren verdwaald en tot overmaat
van ramp belandde we midden in de avondspits. Toen we langs de weg stopten om op
de kaart te kijken stopte er een Thai naast ons op een.... BMW R1100GS. Een
witte, 4 jaar oude maar hij zag er veel minder gehavend uit dan de mijne. Waar
we heen wilden? Het adres van het hotel doorgegeven en hij zou ons er wel heen
brengen. En inderdaad werden we voor de deur van het hotel afgeleverd. Hij zou
de volgende dag terug komen maar heeft dat jammer genoeg niet gedaan. In het
hotel bleek ook Martin, de Oostenrijker op een BMW te verblijven en dat was een
aangename verassing. Veel verhalen uitgewisseld en hij had veel goede tips voor
ons, inclusief enkele heerlijke eettentjes langs de straat, iets waar Bangkok
vol mee staat.
Leven in Thailand is een verademing na al die maanden in Pakistan, India en
Nepal. Alles is te krijgen in de winkels, het verkeer is goed georganiseerd (men
stopt voor tegemoetkomende tegenliggers en rode stoplichten!!!) en bovenal... je
hoort helemaal geen geclaxoneer meer!!! Nee, Thailand is een verademing. Het er
warm maar lang niet zo benauwd als in Delhi. Jan had inderdaad gelijk toen hij
ons schreef: "Ik ben van de 3e in de 1e wereld terecht gekomen!". Enkele dagen
hebben we weinig gedaan. Alleen een werkplaats bezocht aangezien mijn motor olie
lekte. Een werkplaats waar al het gereedschap voor handen is en vooral: men weet
hoe men het gereedschap moet gebruiken! Mijn lek werd veroorzaakt doordat
meerdere bouten van de cylinderkop dol gedraaid waren en de cylinderkop niet
vast genoeg vastgedraaid kon worden. Men moest daarom helicoils monteren en ik
heb gelijk in alle 8 gaten maar helicoil laten plaatsen. Verder was is Ladakh
een plastic koffersteun afgebroken en die heb ik na laten maken. De eigenaar
wist me ook te vertellen dat hij die dag nieuwe delen naar Saigon gestuurd had
aangezien Steven problemen daar had (een defect achterwiellager). Verder had ik
per e-mail contact opgenomen met Leon en Jolanda waarvan ik via hun
reisverslagen op Motormaniacs wist dat ze ook in Thailand waren. Ze bleken
echter niet in Bangkok maar in het zuiden van Thailand te zijn, in de buurt van
Krabi aan de kust. Ik wilde hen graag ontmoeten en ook een plek aan de kust om
tot rust te komen sprak mij wel aan dus toen de motor weer in orde was ben ik de
volgende dag vertrokken naar het zuiden.
Een rit van 850 km maar over perfecte wegen. Eindelijk weer eens mogelijk om met
120 - 150 km/u over de snelweg te jagen en dat was zo'n veradmeing na al die
maanden in India dat ik er volop van genoot. Tevens schoot het ook lekker op. De
hele dag gereden en alleen gestopt om wat te eten, te drinken of om te tanken,
al ging dit alles meestal samen. Rond 18.30 uur werd het donker en moest ik nog
zo'n 100 km afleggen. Ik had geen zin om onderweg nog een hotel te zoeken en
durfde het hier wel aan in het donker door te rijden (zij het geen 120 km/u!).
Tevens had ik een goede routebeschrijving ontvangen waar Leon & Jolanda
verbleven waarmee het zelfs in het donker te vinden bleek te zijn.
Het strand bij Ao Nang in de buurt van Krabi
Sawadee uit Thailand,
Martin