Reisverslag 15          Manali (India, 19-06-2001) t/m Ao Nang (Thailand, 24-07-2001)

In Manali eerst heerlijk de rust genomen. In een aangenaam warme omgeving zonder allerlei 'ontberingen' als kou, hoofdpijn en slechte wegen. Wel regent het er af en toe heel flink maar daar valt mee te leven als je een goed dak boven je hoofd hebt. Mijn e-mail postbus opgeschoond, want in Leh was daar vanwege de onbetrouwbare verbindingen geen tijd voor. Verder veel gelezen. Ik had van Harry een Duits boek over de Rote Armee Fraktion gekregen dat ik aan Marko terug moest geven en heb enkele dagen eigenlijk niets anders gedaan dan lezen. Het hotel was heerlijk relaxt maar de meeste bezoekers waren een beetje te relaxt. De hitte van India ontvluchtend waren ze met bosjes in de bergen aanbeland en brachten de dagen in en rond het hotel door met alleen joints roken. Dat begon reeds voor het ontbijt. Een fatsoenlijk gesprek was dan ook niet met ze te voeren behalve als het over joints, hashiesh of allerlei filosofische beschouwingen ging en dat is niet echt mijn wereld. Dus niet te veel contact met ze gehad. Manali zelf was ook niet de moeite waard en veel te vol met zowel Indiërs als toeristen. Harry kwam ook nog langs om achter gelaten spullen op te halen. David en Cheryl waren Dharamsala achter gebleven. Ze waren via Srinigar van Leh terug gereden en ondanks de enorm overheersende militaire aanwezigheid daar vonden ze het een mooie relaxte plek. Vooral de woonboten op het meer. Dat was dan ook de enige plek om te overnachten aangezien alle hotels door militairen bezet waren. In Srinigar hadden ze ook hun rolletjes van onze fotosessies in Leh afgedrukt en mij vele afdrukken gegeven. Heel gaaf om de eerste foto's van jezelf gedurende de reis te zien (behalve dan de gescande dia's van thuis ontvangen).


De Spitty vallei
Na enkele dagen Manali wilde ik verder. Van diverse kanten had ik gehoord dat de Spitty vallei heel mooi moest zijn al waren de wegen er niet al te best! DE twee beste redenen om er doorheen te rijden op weg terug naar Delhi. Weg komen valt soms niet mee. Na van Harry afscheid genomen te hebben kwam ik in Manali Karlijn tegen die mijn Nederlandse motor opgevallen en we raakten aan de praat. Opeens verscheen ook Harry weer. Uiteindelijk toch verder gereden en toen bleek het extra oponthoud voordelig uit te pakken. Het was inmiddels reeds 14 uur en dus was de weg naar de Rothang La pas heel rustig. Over de pas heen was er bijna geen verkeer meer te bekennen en bij een theetentje ontmoette ik Frank, een Nederlander die met een Enfield onderweg was en ik al eerder ontmoet had, zodat er verder 'oponthoud' ontstond. De afslag naar Spitty valley was goed, maar na 5 km werd de weg onverhard. Geen enkel probleem om langzamer te moeten rijden want de omgeving was zo schitterend!!! Het was bijna net zo mooi als de weg naar Ladakh, alleen op een heel andere manier. Voor mij kwam dit als een volslagen verrassing en dat maakte dat ik er nog intenser van genoot. Ook hier was de omgeving heel verlaten al kwam je af en toe wel door een heel klein dorpje waar je met veel geluk een theehuis kon vinden. De weg werd steeds slechter totdat je uiteindelijk over grote stenen aan het hobbelen was. Was dit nu de slechte weg waar (bijna) iedereen vol afschuw over sprak? Op een fiets kan ik me dat voorstellen, maar met mijn motor was het volop genieten. Voor mij althans, onderweg haalde ik 2 Israeliërs op Enfields in die echter een veel zwaarder hadden.

Mijn ontbijt bereiden uit de wind in een tempeltje; heiligschennis?
Het werd donker en toen ik op de Kunzom La pas aan kwam (4570 m) en besloot mijn tent vlak bij de tempel, die op elke pas aanwezig is, op te slaan. De tempel was zo'n 300 m van de weg verwijderd dus lekker rustig. Genoten van een schitterende zonsondergang maar zodra de zon weg was werd het enorm koud, vooral t.g.v. de harde wind. Dus snel gegeten en de slaapzak in gedoken. Echter ook in het donker werd er over deze weg nog gereden met bussen en vooral vrachtauto's en volgens goed Hindu gebruik moet je een rondje maken om de tempel op de pas om de goden te bedanken dat je veilig omhoog gekomen bent en te vragen om een behouden afdaling. Dit hield dus in dat elk voertuig over de pas de omweg naar de tempel maakte, er omheen reed (linksom!) en stopte. Als je erg veel haast had, of het hard regende dan volstond het ook om om de tempel heen te rijden en enkele malen bij de tempel te claxoneren en dan doorrijden. Kortom, echt rustig bleek het niet te zijn. Maar gelukkig was er niet veel verkeer op de weg zodat het allemaal nog enorm mee viel.
De volgende dag lekker verder gereden en wederom genoten van de omgeving. Van Don, een Engelse motorrijder die ik in Manali ontmoet had het adres van een perfect Italiaans restaurant onderweg gekregen. Ook kon je er overnachten maar ik heb mijn tent aan de overzijde van de straat opgezet. Zit ik voor de tent mijn dagboek bij te werken hoor ik een motor langsrijden en zie tot mijn stomme verbazing dat het Harry op zijn Ténéré is. Zwaaien en springen hielp niet dus er snel achter aan. Probleem was dat mijn motor reeds afgesloten was. Uiteindelijk Harry vlak voor Kaza achterhaald en hem mee terug genomen naar de tent, waar hij bij de italiaan een kamer kon nemen. Harry had nog enkele dagen in Manali door te brengen en had besloten om de Spitty vallei maar eens in te rijden en had in 1 dag afgelegd waar ik 2 dagen voor gebruikt had. Hij was dan ook helemaal op, maar een warme douche deed wonderen. Zo hadden we toch nog een hele gezellige avond met vooral heerlijk eten!
De volgende dag hebben we in de omgeving een klooster bezocht en wilden via een kleine weg terug naar Kaza rijden. Het pad (meer was het niet) was inderdaad verlaten en schitterend om te rijden totdat... we bij enkele huisjes aan kwamen en de weg ophield. Blijkbaar hadden we een verkeerd pad genomen en moesten helemaal terug rijden. Wel jammer maar het was absoluut de moeite waard geweest. In de namiddag scheidden onze wegen al weer. Terwijl ik nog een avond met lekker eten bij de Italiaan door bracht reed Harry al weer een stuk terug richting Manali.

Spitty vallei werd steeds adembenemender!
Ik reed de volgende dag verder de vallei in en het leek wel alsof de omgeving steeds mooier werd. Kloosters die tegen rotsen aangeplakt leken te zijn en van waaruit je schitterende vergezichten had. Maar daarvan kon je pas volop van genieten nadat eerst de schitterende weg steil omhoog bereden had. Behalve de kloosters ook van de rivieren genoten met de weg (die inmiddels asfalt geworden was) die er vlak langsheen liep. Tegen het einde van de dag slingerde de rivier, en dus ook de weg, tussen steile rotsen door. Heerlijk om te rijden maar het betekende ook dat er geen vlak stukje terrein te bekennen was waar ik mijn tent op kon zetten. Vlak voor zonsondergang ontdekte ik een plek pal naast een klein tempeltje, ver boven de rivier, waar mijn tent nog net paste op een vlak stukje grond. De tent opgezet en achter de tempel (uit de wind) mijn potje gekookt. Heerlijk geslapen met het geruis van de rivier diep beneden mij luid hoorbaar! .
In Kaza had ik een vergunning geregeld om de gehele weg te mogen rijden. Deze vergunning kost niets, behalve de nodige moeite maar na precies een uur had ik de vergunning op zak en dus viel het nog enorm mee. De vergunning heb je nodig omdat de weg voor een deel vlak langs de Tibetaanse grens gaat. Dat het allemaal een wassen neus is bleek toen ik de volgende dag reeds langs de geopende slagboom gereden was voordat men mij na begon te roepen. Ik had zo door kunnen rijden maar besloot toch om terug te keren aangezien ik toch niets beters te doen had.

Zo wordt er les gegeven op de school in Naku
Naku was ook zo'n dorpje dat enkele kilometers van de hoofdweg lag in de bergen en de moeite van het bezoeken meer dan waard was. Vooral het meer moest mooi zijn. Ik reed door het kleine dorpje heen totdat de weg bij een plein (lees: zandvlakte met bebouwing er omheen) op hield, ik de motor er parkeerde en verder liep op zoek naar het meertje. Het was schitterend om door het dorpje te lopen. Het dorp verkeerde nog in originele staat en was een genot om doorheen te lopen. Overal kon je langs lopen maar ontmoeten deed je bijna niemand. Het was dan ook het heetste moment van de dag en ik liep er nog in motorkleding rond! Het meertje toch nog gevonden. Het was welliswaar kleiner dan verwacht maar wel mooi en in een hele rustgevende omgeving. In de schaduw van de rust genoten en toen na een half uur van de andere zijde van het meertje enkele jongens op me af kwamen lopen ben ik terug naar de motor gelopen, kris-kras lopend door het dorpje. Terug bij de motor bleek ik deze voor de school geparkeerd te hebben en werd dan ook prompt door de lerares uitgenodigd om binnen te komen. In het enige klaslokaal zaten alle kinderen langs de muren op de grond met hun boeken op schoot. Niets geen meubilair in het lokaal te bekennen op een stoel voor de lerares na (ook voor haar geen tafel!). Aan de wand hingen enkele landkaarten en er was een bord aan de muur gehangen. Dit was de hele school! Ik moest plaats nemen in de stoel en men kon mij vragen stellen al was het engels van de kinderen zeer begrenst en ook de woordenschat van de lerares was zeer gelimiteerd. Heb wat uitgelegd waar ik vandaan kwam (aangewezen op de wereldkaart) en globaal aangewezen langs welke route ik naar India gekomen was. Op de kaart van India mijn route door India aangewezen. Of ze het allemaal begrepen hebben weet ik niet, maar men zei van wel. Ben door het dorp terug gereden en in het enige guesthouse wat gegeten en gedronken.
Na Rampur werd de weg langzaam aan drukker. Dit impliceert echter niet dat de weg dus ook beter werd. Enkele stukken waren door de rivier compleet weggespoeld zodat men in allerijl een nieuw stuk geëgaliseerd had. Dit was dan wel door mul zand zodat het lekker glibberen was. Als er dan ook juist zo'n stuk een truck een gebroken as had dan is de weg ineens in beide richtingen geblokkeerd. Gelukkig niet voor motorrijders! Door de drukker wordende weg wilde ik niet langs deze weg overnachten en reed een zijvallei in, richting Sangla. Ook deze vallei was zo steil dat ik geen goede overnachtingsplek vond en uiteindelijk in Sangla aan kwam en mijn intrek maar in een hotel nam. Het hotel lag op een heuvel met een schitterend uitzicht en dus genoten van de zonsondergang.
De volgende ochtend nog rustig genoten van het uitzicht door buiten te ontbijten en pas in de loop van de ochtend verder te rijden. De terugweg naar Delhi, via Shimla, liep over grote doorgaande wegen en die wilde ik eigenlijk vermijden. Helemaal omdat ik deze deels reeds gereden had. Op de kaart vond ik een mooie alternatieve route van doorgaande wegen. Het was schitterend rijden op deze wegen met nagenoeg geen verkeer. Onderweg passeerde ik een deelstaatgrens wat altijd gepaard gaat met de nodige slagbomen over de weg die echter altijd open staan zodat ik gewoon door kon rijden. Na Tiuni werd de weg onverhard en moest ik op een T-splitsing naar de weg naar Chokrata vragen. Ik had de juiste weg gekozen maar werd verteld dat ik een vergunning nodig om deze weg te mogen berijden. Ik was echter niet van plan om terug te rijden dus vervolgde ik de schitterende weg die door de heuvels slingerde. In de namiddag reed ik door een schitterend stuk naaldbos en er hing er zo'n serene rust dat ik er besloot om te overnachten. Slechts enkele malen werd de rust verstoord door een langsrijdend voertuig, een voordeel van het feit dat je een vergunning nodig had. Ik had echt het idee dat ik ergens in de Ardennen bivakkeerde en absoluut niet het gevoel in India te zijn.

Waarom je India nooit in het donker moet gaan rijden
De volgende dag reed ik door Chokrata en de plaats was vol met militairen. Er werd wel naar mij gefloten maar ben doorgereden zonder te stoppen. Ik bleek echter een verkeerde afslag genomen te hebben en moest weer terug. Toen ik het centrale plein naderde floot iemand mij reeds tegemoet en moest ik wel stoppen. Hoe ik hier kwam? "Nou, rijdend op deze motor." "Maar daar heb je een vergunning voor nodig!" "Dat heeft niemand mij verteld." "Ben je onderweg geen slagboom tegen gekomen?" "Ja velen, maar die stonden allen open" "Maar er stond een groot waarschuwingsbord naast". "Niets gezien" (echt waar!!!). Toen moesten mijn gegevens opgeschreven worden en moest ik via een andere weg de stad verlaten dan ik van plan was. Daar had ik geen enkel bezwaar tegen aangezien het ook de juiste kant op bleek te gaan. Tevens bleek het weer een schitterende slingerweg door de heuvels te zijn. Veel heb ik niet van het uitzicht kunnen genieten daar het enorm mistte en ik soms nog geen 10 m ver kon kijken.
Met een omweg van 25 km kwam ik alsnog in Vikasnagar aan en had daarmee definitief de bergen van Noord-India achter me gelaten. Dat was ook goed te merken want gelijk was het bloedheet en vooral enorm benauwd. Alle wegen bleken naar Delhi te leiden en toen aangegeven stond dat het nog 'slechts' 200 km. naar Delhi was besloot ik dan ook in 1 ruk door te rijden. Het zou dan wel laat worden maar ik had geen zin om morgen ook nog in de hitte te rijden. Om 19.30 uur reed ik Delhi in en was al snel hopeloos verdwaald. Gelukkig had ik de GPS-coördinaten van het hotel en voor het eerst reed ik blind op de GPS en met succes! Het hotel had een douche op de kamer en daar als eerste gebruik van gemaakt.
In Delhi was het ook benauwd en moeilijk uit te houden, maar gelukkig kwamen Marko en Annett (een Duits stel op een Honda Transalp en een Honda Dominator) zoals afgesproken op 4 juli ook in Delhi aan zodat we konden beginnen om onszelf en de motoren naar Bangkok zien te krijgen. Moest een eitje zijn aangezien Jan en Daniël (ook twee Duitsers) ons twee maanden eerder voor gegaan waren en ons alle info gemaild hadden. Tot zover de theorie...
De volgende dag gingen Marko en ik naar de het kantoor van de agent die we doorgekregen hebben maar het kantoor was in gebruik door een ander bedrijf. Gelukkig bleek het telefoonnummer ongewijzigd te zijn en per telefoon kregen we het nieuwe adres. Onze contactpersoon herinnerde Jan en Daniël en ging voor ons aan de slag. Air India was het goedkoopst en al snel hing hij aan de telefoon. We wilden de werkelijke kiloprijs betalen en niet per volumegewicht (hierbij wordt er een 'gewicht' berekend afhankelijk van de grootte van de motoren; lxbxh (in cm)). Dat was uiteindelijk geregeld. Verdere harde toezeggingen kregen we niet direct. Daarvoor moesten we later in de middag terug komen. Intussen informeerden wij ook verder en vonden een veel goedkopere vlucht en tevens dat inderdaad Air India het goedkoopst de motoren kon transporteren maar tegen een nog lager tarief dan ons toegezegd was. Gewapend met deze info gingen we terug naar de agent die verbaasd was dat we de werkelijke kiloprijs wisten (35,- INR/kg = 1,75 NLG/kg). Zo bleef er geen marge voor hem over! Er kwam nog een brandstoftoeslag over en eventuele andere kosten waarover hij vaag bleef. Maar geen probleem want Mrs. Nerwal was zijn, en dus ook onze, contacpersoon en zij wist overal van af. Afgesproken dat we onze motoren zaterdag zouden komen brengen wat geen probleem was aangezien ze dan de gehele dag geopend waren op het vliegveld. Toen we onze goedkoopst gevonden ticketprijs (INR 11.700,- = NLG 585,- p.p.) vertelde bleek hij onze tickets voor dezelfde prijs te kunnen leveren. Wij vliegen met Indian Airlines (de motoren met Air India, een compleet andere maatschappij!) en vliegen enkele uren nadat de motoren vertrokken zijn naar Bangkok. Perfect geregeld. De volgende dag konden we onze ticket op zijn kantoor afhalen. De kosten voor de motoren moesten op het vliegveld betalen.
Zaterdag met de motoren naar de luchthaven. Allereerst werden de motoren gewogen en de maten opgenomen. Toen bleek dat het volumegewicht veel hoger uitviel dan het werkelijke gewicht (ongeveer 2x zo hoog) en dus werden we per volumegewicht aangeslagen. Mrs. Nerwal bleek op zaterdag niet te werken en een telefoontje met de agent leverde ook niets op en toen we de agent zelf wilden bellen bleek het reeds 12 uur geweest te zijn en dus was het weekend voor onze agent. Hoe we ook praatten men bleef ons het volumegewicht berekenen. Dus keerden wij maar met een rolmaat naar de motoren terug om te kijken hoe we de afmetingen konden reduceren. Van de motoren van Marko en Annett de koffers verwijderen evenals de spiegels en het voorwiel. Het stuur losdraaien en kantelen en zie daar het volumegewicht kwam onder het werkelijke gewicht waardoor men nu het werkelijke gewicht ging berekenen. Van mijn motor hoefden we alleen de voorband, spiegels en ruit te verwijderen. De koffers en stuur had weinig zin vanwege de uitstekende cilinders. Wel konden nu mooi de koffers van Marko en Annett mooi aan mijn motor bevestigd worden zonder dat het volume groter werd en zie daar: ook mijn volumegewicht kwam onder het werkelijke gewicht. En hadden we precies wat we wilden. Met de nieuwe maten keerden we terug naar het kantoor en gaven deze door. Inderdaad werden nu het werkelijke gewicht gemeten maar hoezo waren de afmetingen nu ineens fors kleiner? Dat wilden ze zelf toch wel even controleren. Dus gingen ze mee naar de motoren.

De gaten tussen de motoren werden met andere lading opgevuld
'Probleem' in Delhi is dat de motoren niet in kratten verpakt hoeven te worden (scheelt weer kosten!) en dus hebben we uitgelegd hoe we aan de maten kwamen. Deze maten waren echter nog niet realiseerbaar aangezien we de motoren pas op de pallet 'uit elkaar' konden nemen, maar daarvoor moesten we eerst door de douane heen. Om daar doorheen te komen moesten echter de papieren ingevuld zijn en dus werden onze laatste maten ingevuld onder het voorbehoud dat we extra moesten nabetalen mochten de maten niet kloppen. De papieren werden in orde gemaakt en nu bleek men onze motoren als 'gevaarlijke goederen' te transporteren wat extra kosten met zich mee brengt. Hierover discusiëren bracht echter geen verbetering en dus dienden we extra douanekosten te betalen (1,22 INR/kg voor gevaarlijke goederen en 0.60 INR/kg voor 'niet gevaarlijke' goegeren). Voor ons INR 900,- (= NLG 45,-).
Het had voor ons voordelen om gezamelijk de motoren te verschepen aan gezien boven de 500 kg en prijs van 50,- INR/kg (=2,50 NLG/kg) omlaag ging naar 35,- INR/kg (= 1,75 NLG/kg). Afzonderlijk hadden we dat nooit gered, zowel mijn BMW (300 kg exact) als hun Transalp (227 kg) en Dominator (205 kg), samen (432 kg), bleven onder deze grens.
We moesten van onze motoren de benzine uit de tank verwijderen, de accu afkoppelen en de lucht uit de banden laten. Het laatste konden we pas doen als de motoren op de pallet stonden en het eerste wilden we niet doen omdat we dan in Bangkok de motoren naar de benzinepomp moesten duwen. Dus de accu losgekoppend en vervolgens de tank leeg laten lopen totdat er geen benzine meer uit kwam. Veel kwam er niet uit aangezien zowel ik als Marko een benzinepomp aan boord had die door de reeds afgekoppelde accu 'helaas' niet meer werkte. Helaas voor ons werd Marko's tank! gecontroleerd door een stuk touw in de tank te laten zakken en het kwam er nat uit. Marko's verklaring dat dit kwam doordat de tank nog van binnen vochtig was omdat we zojuist de benzine afgetapt hadden werd zonder probleem geaccepteerd. De douaneformaliteiten bestond verder nog uit het controleren van de nummerborden en de framenummers waarmee de formaliteiten beëindigd waren en de vrachtpapieren afgestempeld konden worden. Niet onze carnets echter. We moesten echt aandringen dat ze afgestempeld werden wat verder ook geen probleem was.
Toen we de motoren de loods in rolden was het reeds 16.30 uur geweest en om 17.00 uur sloot deze. Dus geen tijd om de motoren op de pallets te plaatsen en te strippen. Dat moest nu wachten tot maandag en dus werden de motoren in een afgesloten ruimte geplaatst. Restte ons nog de kosten te betalen in het kantoor:

Verschepingskosten
732 kg x 35,- INR/kg = INR 25.620,-
Brandstoftoeslag!;
732 kg x 1.5,- INR/kg = INR 1.098,-
Verschepingsdocument (AWB)
INR 150,-
Administratiekosten
INR 300,-
Gevaarlijke goederen toeslag
(USD 75,-) = INR 3.375,-
Totaal
INR 30.543,- (= NLG 1.527,15)

Helaas hadden we slechts INR 30.000,- bij ons zodat we de rest maandag konden betalen. Al teruglopend naar de bushalte (voelde 'kaal' zo zonder de motor!) stopte er een riskha die ons voor een habbekrats naar de stad terug bracht.
Maandag zijn we eerst naar de Thaise ambassade geweest voor de aanvraag van een visum. Je hebt er niet één nodig om Thailand binnen te kunnen komen maar dan krijg je een 30 dagen stempel en met visum mag je 60 dagen in Thailand verblijven, alhoewel een verlenging ook geen probleem schijnt te zijn.
Door naar de luchthaven, waar men de motoren van Marko en Annett reeds op de pallet geplaatst had. Ik had mijn motor met stuurslot weggezet dus moest (kon) ik deze zelf op de pallet rijden. Gelijk begon men overige vracht tussen onze motoren te schuiven en dus konden wij onze motoren niet uit elkaar nemen. Mooi zo!!! De motoren werden met spanbanden vastgesjord en vervolgens met zwart landbouwplastic afgedekt en tot slot ging er een groot net over de pallet heen. Klaar voor verzending! En dat zonder de motor uit elkaar hoeven te halen (op de spiegels en mijn ruitje na) en met betaling van het werkelijke gewicht. Het had de nodige extra moeite gekost maar het was het allemaal waard geweest.
Onze motoren vlogen dinsdag middag om 17.20 uur naar Bangkok terwijl pas rond middernacht vertrokken. Zo konden we vooraf nog bellen of de motoren inderdaad meegegaan waren (wat bevestigend werd beantwoord) voordat wij in de avond naar de luchthaven vertrokken. De volgende ochtend om 6.20 uur kwamen we in Bangkok aan en konden vervolgens rustig de bagage afhalen, opslaan en direct doorlopen naar de vracht afdeling en door de hele administratieve molen heen om hopelijk diezelfde dag de motoren nog mee te kunnen nemen.
Was de bureaucratie in India groots, Thailand wist dit te overtroeven. Gewapend met slecht één enkel papiertje (de AWB) liepen we het gebouw binnen en direct moesten er copiën van onze paspoorten en carnets gemaakt worden. We kregen allerlei formulieren die we in moesten invullen, welke vervolgens gecopieerd werden en met alle papieren naar de douane. Daar begon men pas op 9 uur te werken en dus moesten we wachten. Daar maakte men vervolgens een enorm probleem van het feit dat de carnets op drie verschillende namen stonden terwijl de verscheping slechts op één naam stond. Volgens ons waren die twee totaal verschillende zaken maar zo dacht men er bij de douane niet over. We moesten terug om de verscheping van de motoren op papier te laten splitsen, dus terug naar het eerste kantoor. Daar wist men niet hoe men dat moest aanpakken en dus bleven we heen en weer lopen totdat er uiteindelijk iemand met ons mee liep. Toen we extra moesten betalen (we hadden reeds 2.000 Baht (= NLG 120,-) betaald) ging ik over de zeik. Dat jullie de boel moeten splitsen kan me niet schelen zolang het ons maar geen extra geld kost! Dat deed het uiteindelijk dan ook niet. Hierdoor moest wel de hele papierstapel die we inmiddels verzameld hadden verdrievoudigd worden en konden we met een pak papier van zo'n 2 cm terug naar de douane. Daar had men gelukkig inmiddels niet stil gezeten en reeds nog meer papieren ingevuld. Het was echter inmiddels 13 uur en dus lunchpauze (tot 14 uur)! Wij hebben ook maar wat in de kantine gegeten en zijn op de bank bij de douane in slaap gevallen. Goed 14 uur werd ik wakker en toen wilde men in onze paspoorten een groot stempel plaatsen dat we Thailand met een eigen voertuig waren binnen gekomen dat ook weer geëxporteerd diende te worden. Dat stempel wilden we niet in ons paspoort hebben aangezien Annett tussentijds naar huis wilde en met dit stempel niet Thailand zonder motor verlaten kon. Er op gewezen dat men het carnet had dat men altijd kon claimen als de motor verkocht werd maar toen vertelde men dat het carnet niet geldig was in Thailand. (Dit klopt ook!) Terwijl ik juist er op wees dat het Carnet door de ANWB ook voor Thailand geldig gemaakt was (al had dit geen enkele rechtsgeldigheid). Nee, het stempel moest in het paspoort! Wel lieten ze achterwege om onze carnets af te stempelen, dit waren ze eerst wel van plan maar konden dat natuurlijk niet meer volhouden toen men zelf verklaard had dat de carnets in Thailand niet geldig zijn. Men verklaarde nu dat men de carnets alleen nodig had gehad omdat daar alle gegevens van de motoren bij elkaar stonden. Je krijgt in plaats hiervoor een papier van de douane waarop vermeld staat hoelang je motor in Thailand mag blijven. Dat papier schijnt het enige belangrijke te zijn. Soms wordt ook het carnet gestempeld (elke grensovergang doet het op zijn eigen manier) maar dat doet er niet echt toe.
Toen konden we eindelijk naar de loods. Ook daar moesten we nog de nodige stempels verzamelen maar nu kregen we iemand van het kantoor mee. Toen we om 15.30 uur (na 7 uur rondslenteren!!!) de motoren zagen liepen wij er heen. Het net, het plastic en de overige vracht was reeds verwijderd en wij konden de motoren weer in elkaar zetten, al stelde die niet veel voor: alleen de accu aansluiten en de spiegels plaatsen! Inmiddels was ook de papierkraam afgerond en hadden we de hele stapel papieren in het kantoor achter moeten laten en hielden alleen drie papieren over die afgetekend werden toen we met de motoren de vrachthal verlieten.


Annett had haar motorkleding te goed weggepakt
Opgelucht stonden we om goed 16 uur buiten, maar MET DE MOTOREN!!! De benzinepomp was 3 km verderop maar daar konden we gewoon heen rijden. Vervolgens terug onze bagage op te halen en deze op de motor te bevestigen. Toen Bangkok in op zoek naar het hotel dat we doorgekregen hadden.
Binnen 2 km. werden we van de weg geplukt. Brommers mochten niet op de snelweg in Bangkok, dus wij ook niet! We moesten de buitenste banen gebruiken en niet de fly-overs. Hierdoor waren we binnen de kortste keren verdwaald en tot overmaat van ramp belandde we midden in de avondspits. Toen we langs de weg stopten om op de kaart te kijken stopte er een Thai naast ons op een.... BMW R1100GS. Een witte, 4 jaar oude maar hij zag er veel minder gehavend uit dan de mijne. Waar we heen wilden? Het adres van het hotel doorgegeven en hij zou ons er wel heen brengen. En inderdaad werden we voor de deur van het hotel afgeleverd. Hij zou de volgende dag terug komen maar heeft dat jammer genoeg niet gedaan. In het hotel bleek ook Martin, de Oostenrijker op een BMW te verblijven en dat was een aangename verassing. Veel verhalen uitgewisseld en hij had veel goede tips voor ons, inclusief enkele heerlijke eettentjes langs de straat, iets waar Bangkok vol mee staat.
Leven in Thailand is een verademing na al die maanden in Pakistan, India en Nepal. Alles is te krijgen in de winkels, het verkeer is goed georganiseerd (men stopt voor tegemoetkomende tegenliggers en rode stoplichten!!!) en bovenal... je hoort helemaal geen geclaxoneer meer!!! Nee, Thailand is een verademing. Het er warm maar lang niet zo benauwd als in Delhi. Jan had inderdaad gelijk toen hij ons schreef: "Ik ben van de 3e in de 1e wereld terecht gekomen!". Enkele dagen hebben we weinig gedaan. Alleen een werkplaats bezocht aangezien mijn motor olie lekte. Een werkplaats waar al het gereedschap voor handen is en vooral: men weet hoe men het gereedschap moet gebruiken! Mijn lek werd veroorzaakt doordat meerdere bouten van de cylinderkop dol gedraaid waren en de cylinderkop niet vast genoeg vastgedraaid kon worden. Men moest daarom helicoils monteren en ik heb gelijk in alle 8 gaten maar helicoil laten plaatsen. Verder was is Ladakh een plastic koffersteun afgebroken en die heb ik na laten maken. De eigenaar wist me ook te vertellen dat hij die dag nieuwe delen naar Saigon gestuurd had aangezien Steven problemen daar had (een defect achterwiellager). Verder had ik per e-mail contact opgenomen met Leon en Jolanda waarvan ik via hun reisverslagen op Motormaniacs wist dat ze ook in Thailand waren. Ze bleken echter niet in Bangkok maar in het zuiden van Thailand te zijn, in de buurt van Krabi aan de kust. Ik wilde hen graag ontmoeten en ook een plek aan de kust om tot rust te komen sprak mij wel aan dus toen de motor weer in orde was ben ik de volgende dag vertrokken naar het zuiden.
Een rit van 850 km maar over perfecte wegen. Eindelijk weer eens mogelijk om met 120 - 150 km/u over de snelweg te jagen en dat was zo'n veradmeing na al die maanden in India dat ik er volop van genoot. Tevens schoot het ook lekker op. De hele dag gereden en alleen gestopt om wat te eten, te drinken of om te tanken, al ging dit alles meestal samen. Rond 18.30 uur werd het donker en moest ik nog zo'n 100 km afleggen. Ik had geen zin om onderweg nog een hotel te zoeken en durfde het hier wel aan in het donker door te rijden (zij het geen 120 km/u!). Tevens had ik een goede routebeschrijving ontvangen waar Leon & Jolanda verbleven waarmee het zelfs in het donker te vinden bleek te zijn.

Het strand bij Ao Nang in de buurt van Krabi
Het was inderdaad een heerlijk hotelletje met losse bungalows die wel heel basic zijn maar daardoor extra charme hebben. Een hele gezellige avond gehad, niet alleen met de beide Nederlandse 'overlanders' maar met iedereen in het hotel. Onnodig te zeggen dat na zo'n enerverende dag ik perfect geslapen heb. Leon had problemen met zijn motor. Serieuze problemen! Zijn motor sloeg af en toe spontaan af en hij was hierdoor zelfs al eens ten val gekomen. De afgelopen 2 weken had hij bijna alles al van de motor gesloopt en schoon gemaakt. Tevens vele onderdelen uitgewisseld met Jolanda's motor maar het hielp allemaal niets. Zelfs de aanwezigheid van Nick, die dezelfde motor als hen reed, hielp het probleem niet oplossen. Probleem was dat Leon nu al zijn kaarten op mij gezet had, iets dat mij niet zo verstandig leek. Mijn kennis reikte ook niet veel verder dan loshalen en schoonmaken, iets dat men reeds meerdere malen gedaan had. Wel kon het mijn inziens niet kwaad om in Krabi op zoek naar een werkplaats te gaan. De motor mag dan wel groter dan gebruikelijk zijn, maar het principe blijft hetzelfde. Dus de volgende ochtend met Leon naar Krabi gereden en inderdaad sloeg elke 4 km de motor af. Een werkplaats vinden was niet eenvoudig maar uiteindelijk belandden we bij 'Banks Big Bike Shop', een naam die vertrouwen inboezemde maar vooral de zware motoren die we er zagen staan. Volgens hem was de carberateur vervuild maar die had Leon al (meerdere malen) schoon gemaakt. Toch de boel gedemonteerd en inderdaad was alles schoon totdat een filter onder de vlotter verwijderd werd en deze helemaal verstopt bleek te zijn. Leon had dit niet los gehaald uit angst de instelling van de motor te verstoren. De motor weer samen gebouwd en de motor reed weer als een tierelier. Leon was nog niet 100% tevreden maar de doembeelden van een noodzakelijk langer verblijf in Thailand waren tenminste van de baan en Leon kon weer motor rijden zonder direct zijn eigen leven in de waagschaal te leggen. Enkele dagen later zijn ze dus ook werkelijk verder getrokken naar Maleisië mij aan het strand achterlatend. Al klinkt het erger dan het in werkelijkheid is! Het geeft mij de gelegenheid om aan het reisverslag te werken, maar om onduidelijke redenen schiet dat hier niet echt op!

Sawadee uit Thailand,
Martin