Reisverslag 16 Ao Nang (Thailand,
25-07-2001) t/m Enschede (Nederland, 31-08-2001)
Het al weer even geleden dat het
laatste verslag verstuurd is. Intussen is er heel veel gebeurd en mede daarom
werd het weer tijd voor een nieuw verslag.
Een rijk gedecoreerde thaise tempel |
Nadat Leon en Jolanda Ao Nang verlaten hadden om, op hun motoren, naar Maleisië
te gaan en ik mijn reisverslag bijgewerkt had ging ik plannen maken voor de
nabije toekomst. Aangezien het noorden van Thailand, dat ik eigenlijk ook wilde
gaan bezoeken, door grote overstromingen (kan gebeuren in de regentijd!)
getroffen werd moest ik noodgedwongen in het zuiden van Thailand blijven hangen.
Ao Nang had al bewezen dat dit helemaal geen straf hoefde te zijn. De
rotsformaties die hier op het land stonden en uit de zee omhoog rezen waren
verbazingwekkend, mede doordat ze ook helemaal met een laken van groene
vegetatie bedekt waren.
Na anderhalve week wilde ik echter wel weer verder. Toevalligerwijze was ik
Martin, de Oostenrijker op de BMW, in Ao Nang tegen gekomen en deze had me het
adres gegeven van een idyllisch strandje met bungalows op een rustig plekje op
Phuket. Dus reed ik op maandag 30 juli naar Phuket. Het weer was niet echt goed:
vaak werd de lucht dreigend zwart en alhoewel de hoeveelheid regen mee viel was
het niet echt lekker rijden met het idee dat elk moment de luchtsluizen geopend
konden worden. Toen het dan eindelijk gebeurde schuilde ik bij de
dichtstbijzijnde overkapping en daar bleek men ook sandwiches te verkopen. Ik
had echter zin in wat warms en aangezien hij toch aan het kokkerellen was vroeg
ik of ik niet iets dergelijks kon hebben, wat maakte me niet uit. Ik kreeg rijst
met omelet geserveerd en het smaakte uitstekend. Ik kreeg vervolgens spontaan
nog een tweede hoeveelheid aangeboden en als dessert een lading heerlijke
exotische vruchten waarvan ik absoluut geen idee had hoe die te eten, maar dat
was snel voorgedaan. Pas toen bleek dat dat eten wat ik gekregen had voor die
man zelf was geweest en doordat hij nu door zijn voorraad eieren heen was moest
hij zijn rijst met groente eten. Nou dan voel je je wel lichtelijk bezwaard
vooral als blijkt dat hij er vervolgens geen stuiver voor hebben wil. Dus maar
een hele flinke tip op de tafel achter gelaten want het was inmiddels weer droog
geworden.
Op dit strand stond mijn bungalow; dichter bij zee is niet mogelijk |
Het eiland Phuket oprijdend bemerkte ik direct de veranderingen. De huizen zagen
er hier steviger uit en het hele eiland ademt een veel grotere rijkdom uit. Niet
alleen de toeristische gebieden zoals de stranden, al vind je daar natuurlijk
wel de grootste extremen. Hier dobberden geen longtailboat voor de kust maar
enorme speedboten, gereed om verhuurd te worden voor een snorkel- of duiktrip.
Geen enkel strand heeft het toerisme kunnen ontlopen, maar in Nai Harn viel het
nog mee. En volgens het adresje van Martin moest ik daar zijn. Er was een groot
Meridien Hotel langs de helling neergepoot waar je onder doorheen rijden moest
waarna de weg zo enorm slecht werd dat je eigenlijk een rechtsomkeer wilde
maken. Vervolgens nog een steile afdaling (off road) en toen stond ik op het
strand. Toen de restauranthouder naar mij toe kwam en vertelde dat hij hier
laatst ook al eens een grote motorfiets gehad had wist ik dat ik goed zat. De
bungalow lag op slechts 15 meter van de vloedlijn en waren alleen over het
strand bereikbaar. Als dit het paradijs niet is dan zit het er wel heel dicht
bij. Door het laagseizoen was het enorm rustig en op de veranda van je bungalow
had je een perfect uitzicht over het water en Kaap Phromthep, de meest
zuidelijkste punt van het eiland. 's Nachts bleek daar een vuurtoren te staan
die mijn kamer steeds eventjes verlichtte. Er zaten overal kieren in de
eenvoudige bungalow maar daardoor kon je des te beter de branding horen en er
van genieten.
De volgende dag langs de westkust van het eiland gereden en oef.... dat was een
schitterende weg. Over steile hellingen met scherpe bochten slingerde de weg
heen en weer. Als toetje wordt je dan telkens beloond met schitterende
uitzichten over de stranden en op één punt kun je langs drie stranden heen
kijken tot in Patong. Patong is de stad waar het nachtleven van Phuket zich af
speelt en is lijkt veel op Llorett de Mar. Voorbij Patong wordt de weg nog
rustiger en met een beetje gedwaal is de weg langs de kust goed vol te houden en
wordt eigenlijk alleen maar mooier. De weg wordt wel steeds smaller doordat deze
van de zijkanten langzaam overwoekerd wordt en ook worden de hellingen steiler.
Dit was plotsklaps afgelopen doordat het vliegveld er een eind aan maakte. Je
werd gedwongen vlak langs de startbaan te rijden en ik kreeg ineens de visioenen
uit de film Top Gun en moest me inhouden om het gas niet helemaal open te
trekken. De weg was namelijk heel erg smal en bochtig dus dat zou vragen om
moeilijkheden zijn.
Al weer een dag voorbij in Thailand |
De oostkant van het eiland was minder spectaculair. Ik ben daar wat rondgereden
en heb gegeten aan een verlaten strandje wat wel lekker was. Een tempel op een
heuvel bezocht met een enorme liggende Buddha. De weg bleek daar niet echt door
te lopen. Of beter gezegd: de weg liep wel door maar werd zo slecht en steil dat
iedereen er voor koos om terug te rijden. Dat ontdekte ik echter pas toen ik als
op de steile helling zat en er geen weg terug meer was. Met grote zweetdruppels
op mijn voorhoofd lukte het me de motor beneden te krijgen op de manier die
vermeld staat in de BMW handleiding: op 2 wielen, al was het glibberen en
glijden! Verder heb ik nog een aquarium bezocht dat niet echt het vermelden
waard was ware het niet dat er een Sjonnie en Anita stelletje rondliep uit
Nederland dat de vissen van de meest schitterende commentaren voorzag zodat me
regelmatig in moest houden om niet uit te proesten van het lachen. Vooral het
commentaar dat hij gaf terwijl hij de de vissen met zijn video camera vastlegde
was super. Ik heb geen idee wie die video's te zien krijgen maar Sjonnie schatte
het IQ van die personen niet hoog in (of wellicht was zijn eigen IQ niet hoger).
Terwijl ik aan het eind van de middag door Patong reed op weg terug naar mijn
hotel hoorde ik ineens mijn naam roepen. Het bleek Martin, de Zwitser op een
Transalp, te zijn die ik in Kathmandu reeds getroffen had. Samen met Barbara
stonden ze bij een tankstation te wachten tot een vriend van hen die in Patong
woonde hen af kwam halen. Ze hadden samen met Gion, de Zwitser op een XT550, al
de ronde door Indo-China (Laos, Vietnam en Cambodja) gemaakt en waren nu op weg
naar Perth (Australië) en hadden een beetje veel haast. Toen ze van huis
vertrokken waren had een vriend beloofd hen in Australië op de motor te gaan
vergezellen en destijds hadden ze gedacht dat 16 maanden ruim voldoende was om
van Zwitserland naar Australië te reizen maar eigenlijk waren ze al sinds Nepal
aan het rondrijden met in het achterhoofd het feit dat ze op 1 september in
Perth moesten zijn. Niet echt relaxed reizen dus en eens te meer was ik dankbaar
dat ik die tijdsdruk niet had. Toen hun vriend hen kwam afhalen ben ik verder
gereden naar mijn bungalow aan het strand.
Tijdens de rondritten op het eiland begaf mijn kabel van de snelheidsmeter het
en ik had geen reserve. Geen probleem want de snelheid en afgelegde kilometers
werden ook op de GPS vermeld. Maar toch niet ideaal en in Patong heb ik getracht
een nieuwe kabel te krijgen. Een originele BMW-kabel had men (uiteraard) niet
maar een Thais equivalent bleek goed genoeg te zijn en tig maal goedkoper. De
kabel was wel iets dikker, maar de kilometerteller snorde weer als tevoren.
Na vier dagen werd het tijd om het eiland weer te verlaten. Langs de westkust
van Thailand omhoog gereden richting Ranong maar voor deze plaats te bereiken de
heuvels doorgestoken naar het oosten naar de golf van Thailand en weer
zuidwaarts langs de Golf van Thailand. De reden dat ik in het zuiden van
Thailand bleef hangen was omdat mijn visum binnen enkele dagen verlopen was en
ik aan de grens met Maleisië mijn verblijf in Thailand wilde verlengen. In de
namiddag reed ik een kleine plaats Chaiya binnen en daar bleek een hotel en
internetcafé te zijn en naast een restaurant had ik verder niet meer nodig en
bleef daar dus om de nacht door te brengen. De volgende dag wilde ik verder
rijden maar het bleef maar regenen. Toen het eindelijk droog was was het 14.30
uur en besloot ik om nog maar een nacht te blijven.
Songkhla was de volgende stad waar ik enkele dagen bleef hangen. Het lag zo'n
100 km van de grens met Maleisië en dus goed om de laatste dagen door te
brengen. Overnacht het ik in Guesthouse Amsterdam dat ook door een Amsterdamse
gerund werd. Een hartelijke vrouw zo uit de Jordaan weggelopen. Ik werd
ontvangen met de woorden: "Hé wat leuk, alweer een motorrijder!". Dit deed mij
de wenkbrauwen fronzen "Hoezo?" "Ja, vanochtend is er net een Zwitsers paar
vertrokken naar Maleisië" "Ooh, Martin en Barbera?" "Oh je kent ze! Wat een
kleine gezellige wereld is dat toch" Dat kon ik alleen maar beamen. Maar goed ik
had ze dus wel net gemist. Mijn bedoeling was om niet lang in Songkhla te
blijven maar het hotel was gezellig en de motor mocht binnen in het restaurant
staan. Dat daar om 21.30 uur nog mensen in het restaurant zaten was geen
bezwaar, "Dan zetten we de motor toch gewoon aan de andere kant van het
restaurant". "Maar morgenochtend moet hij om 7.30 uur wel weer naar buiten" Nu
dat was geen probleem aangezien pas na 8 uur op mijn kamerdeur geklopt werd
omdat toen pas de eerste bezoekers het restaurant binnen kwamen.
Ik had nog 2 dagen over op mijn visum
dus heb ik die in Songkhla door gebracht. Op 9 augustus moest ik wel naar de
grens en heb alles opgezadeld en ben vertrokken. De wegen waren weer van een
uitstekende kwaliteit zodat de grens in no-time bereikt was. Aan de grens mij en
de motor uit laten stempelen en vervolgens een rechtsomkeer gemaakt en terug
Thailand in. Nog wel even snel mijn paspoort verwisseld zodat ik nu met een
Thais visum aan de grens kwam. Ik mocht nu 60 dagen in Thailand blijven i.p.v.
de 30 dagen als je geen visum hebt. Ook wilde ik geen wit papiertje meer voor de
tijdelijke import van de motor maar ik wilde mijn carnet gebruiken. Dus op naar
een kantoortje en daar mijn carnet in laten vullen. Dat was geen enkel probleem
maar ik moest wel zelf aangeven waar alles ingevuld moest worden. Voor de
afsluitende stempel moest ik mee naar een ander kantoor en na even wachten kreeg
ik daar mijn carnet terug met stempel en....... een nieuw wit papiertje. Shit!!!
Ook was het papier slechts voor 30 dagen geldig en dus heb ik me daar direct
over bezwaard. Waarom mag de motor slechts 30 dagen in Thailand blijven terwijl
de bestuurder er 60 dagen mag blijven. Dat was inderdaad raar en dus werd dat
direct hersteld en mocht de motor nu ook 60 dagen in Thailand blijven.
Aan de grens kwamen vele motoren voorbij. Voornamelijk zijn dit mensen uit
Singapore die in Thailand een korte vakantie doorbrengen en daar dan de
bloemetjes eens goed gaan buiten zetten. De meesten komen niet verder dan Hat
Yai, de eerste grote plaats na de grens. Ik raakte er aan de klets met een klein
Singaporees stel dat per Goldwing reisde. "Is die motor niet veel te groot en
zwaar?" "Nou ja, eigenlijk wel maar zolang je er mee rijdt valt het allemaal wel
mee". Ze hadden een week vakantie en wilden wat gaan rondrijden in het zuiden
van Thailand.
Samen met Leon in een lokale taxi |
Ik besloot om weer terug te gaan naar Ao Nang. Daar aangekomen bleek per email,
dat Marko & Annett alsmede Steven allen op Ko Phangan bivakkeerden. Dus besloot
ik daar ook heen te rijden. Steven had me gezegd dat er om 14 uur een veerboot
vertrok en die wilde ik halen. Ik was ruim op tijd in Surat Thani maar verslikte
me vervolgens toen bleek dat ik nog 65 km moest rijden. Flink doorrijden dus. In
Don Sak aangekomen bleek de veerboot ook hier weer buiten het dorp te
vertrekken. Dus snel doorrijden langs de kustweg aangezien de tijd nu wel enorm
begon te dringen. Elke keer werd het aantal kilometers op de wegwijzers meer!
Maar om klokslag 14 uur kwam ik op de kade aan. Maar er was absoluut niets te
zien. Geen veerboot maar ook geen terminal en helemaal geen persoon. Alleen een
half gezonken boot lag vlak voor de kust te verroesten. Niet iets wat veel
vertrouwen inboezemde! Ik zat helemaal fout bij een verlaten pier, en was de
juiste afslag voorbij gereden. Nu het toch al te laat was (volgende veerboot
vertrok om 18 uur) kon ik rustig terug rijden en toen ik de motor voor de
terminal parkeerde heb ik eerst maar wat gedronken. Ik ben vervolgens maar naar
binnen gegaan en geïnformeerd naar de veerboot naar Ko Phangan bleek, na een
snel telefoontje bleek ineens dat ik nog met de boot mee kon. Snel een ticket
kopen. "Heeft u een zware of een lichte motorfiets?" Dat ligt er aan wat jullie
onder een lichte motorfiets verstaan? Ze kon de motor niet zien staan en dus
kreeg ik snel een kaartje voor een lichte motorfiets. Snel door naar de pier. De
boot lag er nog wel maar de boegdeur was al dicht. Hun idee was om de motor aan
boord te tillen maar daar bleek mijn motor toch iets te groot voor dus ging de
deur weer open en kon ik naar binnen. Vlak voor ik binnen reed werd mijn kaartje
gecontroleerd en bleek ik ineens een zware motorfiets te hebben en dus.... het
verkeerde kaartje. Dus ging de boegdeur weer dicht en vertrok de boot mij aan
het einde van de steiger achter latend, en dan baal je enorm vooral als je onder
het oog van alle passagiers op de kade achter gelaten wordt. Dus moest ik mijn
motor zien te keren op een 2 meter brede steiger maar het lukte, zij het met
moeite en zweetdruppels. Eerst terug om mijn ticket in te wisselen voor een
zware motorfiets. En toen.... wachten op de volgende boot. Ben terug gereden
naar Don Sak en heb daar geluncht in een restaurant dat aan het water lag. Tegen
17 uur terug gereden en de motor op de boot geparkeerd. Zonder problemen deze
keer en ik was zelfs de eerste! De overtocht duurde 21/2 uur en dat betekende
dus dat ik in het donker op het eiland aan kwam. Marko had me een
routebeschrijving gegeven maar in het donker wilde ik niet allerlei kleine
zandpaden in rijden niet wetend waar die heen leidden maar vooral of ik er wel
kon keren. Dus een zijstraat naar een tempel ingeslagen en midden in het bos
langs de verlaten weg mijn tent op gezet en in de zwoele (=zwetende) nacht gaan
slapen genietend van de vuurvliegjes die door het bos dansten.
De volgende dag ontbeten bij de tent en terug gereden naar de hoofdweg. Ik
passeerde de motorzaak waar Steven zijn motor tijdelijk gestald had omdat hij
zelf op Ko Tao zat om te duiken en daar toch niet met zijn motor rijden kon. Al
verder rijdend langs de hoofdweg zag ik ineens Marko en Annett bij een stalletje
inkopen doen en dus scheelde mij dat veel zoekwerk. Ze hadden hun tent
opgeslagen bij een Duits gezin dat daar woonde en ook ik kon daar wel mijn tent
opzetten. We hebben enkele heerlijke dagen gehad en veel van het eiland gezien
(was ook niet al te groot). Steven heb ik er wel gemist aangezien deze direct,
toen hij terug kwam van Ko Tao verder gereisd was naar het vaste land. Hij zat
in Phuket en wilde vervolgens naar Krabi. Dus ben ik na een weekje op het eiland
naar Ao Nang terug gereden om hem daar te ontmoeten. Terwijl we daar zo zaten te
kletsen bij onze bungalows zag ik ineens iets raars aan mijn achterwiel van de
motor. Het leek alsof een hondje zijn poot had opgetild tegen mijn achterwiel.
Steven sprong op en beweerde direct dat ik een kapotte afdichtring had en
daardoor cardan olie verloor. Ditzelfde was hem in Saigon overkomen. "Haal het
achterwiel er maar af, dan zie je het zelf!" Dus maar gedaan en inderdaad lekte
het langs de keerring. Absoluut geen denken aan dat ik hier nog 850 km mee door
kon rijden terug naar Bangkok. Op de keper beschouwd was ik dus gestrand!
Jeannette had eerst de bedoeling gehad dat ze per 1 oktober 6 maand (onbetaald)
verlof op nam en had dit inmiddels ook allemaal geregeld toen ze besloot dat 6
maanden meereizen wel heel erg weinig was en ze langer mee wilde reizen. Dat
hield dan wel in dat ze haar baan op moest zeggen en dus veel zekerheden op
moest geven. Een beslissing die je niet lichtzinnig neemt maar in Nepal hakte ze
de knoop door. Van het één kwam het ander. Nu ze toch haar baan op ging zeggen
kon ze ook wel per 1 september haar baan opzeggen zodat ze een maand de tijd had
om alles voor te bereiden. Ik zat er over te denken om tussentijds nog eens naar
Nederland te komen aangezien ik gezegd had dat ik 14 maanden naar Australië zou
reizen (ik had eigenlijk geen benul hoe lang ik er over zou doen, maar Adriaan
van Nijendaal die de route enkele jaren eerder gedaan had had er 14 maanden over
gedaan, dus dat was mijn meest betrouwbare richtlijn). Ik was echter 16 maanden
onderweg en was nog 'maar' in Thailand. Doordat Jeannette mee ging reizen was
ook direct duidelijk dat de reis naar Australië en Nieuw Zeeland niet over was
maar dat we naar het Amerikaans continent door zouden reizen. Een reden te meer
om tussentijds naar huis te komen en als ik in september ging dan kon ik
Jeannette mooi helpen met haar voorbereidingen!
Mijn motor had dringend nieuwe delen nodig |
Ook het oorspronkelijke plan om op 1 oktober in Singapore te zijn lieten we
varen aangezien Jeannette ook wel Thailand en Indo-China (Laos, Vietnam en
Cambodja) wilde bezoeken. Dus eigenlijk reed ik al sinds mijn aankomst uit India
een beetje 'doelloos' rond en wilde niet te veel plekken bezoeken aangezien we
er later samen toch weer naar terug gingen. Nu ik gestrand was moest ik mijn
plan opgeven om mijn motor in Bangkok te stallen maar liet de motor nu in Ao
Nang staan waar Leon en Jolanda hun motoren ook zouden stallen. De benodigde
nieuwe motordelen zou ik dan mooi vanuit Nederland mee kunnen nemen. Moest dus
wel terug met de bus naar Bangkok maar dat was geen probleem aangezien het een
directe nachtbus was en ik 's ochtends vroeg in Bangkok aan kwam. Daar vloog ik
dus op maandag 27 augustus 2001 naar huis terug. Na 469 dagen, 58006 km. en 2870
liter benzine was mijn solo wereldreis voorbij. Een goed gevoel had ik er van
maar ik zat er zeker naar uit te kijken om samen te gaan reizen en was daardoor
ook blij terug te gaan. Door mijn onderbreking in Nederland had ik het gevoel
dat we samen aan een nieuwe reis begonnen i.p.v. dat Jeannette vanaf Bangkok
'met mij mee zou reizen'. Het werd nog leuker toen Erik Bauwens, een hele goed
vriend van Jeannette besloot om vanaf december ook mee te reizen voor onbepaalde
tijd. Wel 'frustrerend' was het om op het 'flight tracking system' tijdens de
terugvlucht te zien dat we in 11 uur nagenoeg exact dezelfde route vlogen waar
ik op de motor vijftieneneenhalve maand over gedaan had.
De reis werd spetterend afgesloten bij mijn aankomst (terugkomst) in Enschede.
Aangezien we niemand op de hoogte gebracht hadden van mijn komst was het
uiteraard een enorme verassing toen ik ineens op mijn moeders verjaardag thuis
opdook. Mijn moeder was volledig verrast en zijn was absoluut de enige niet...
Gelukkig was er nog wel een stukje gebak voor mij over. De 5 weken in Nederland
waren de drukste weken die ik beleefd heb, al denken jullie waarschijnlijk dat
ik niet veel meer gewend ben. Behalve Jeannette helpen met de voorbereidingen
van haar reis, had ik nieuwe (reserve)delen nodig, wilde menigeen mij nog snel
zien en af en toe werd het wel heel erg veel. Kortom veel te weinig tijd om alle
dingen te doen die ik wilde doen en te zien wie ik wilde zien maar het was
helaas niet anders.
Tot zover mijn soloreis alsmede mijn soloverslagen. In de volgende verslagen
zullen Jeannette en Erik zeker hun hand in hebben. Wellicht zelfs de overhand.
Dit hoeft voor jullie geen slechte zaak te zijn aangezien er ongetwijfeld andere
aspecten van de reis belicht zullen worden en, ook niet onbelangrijk, de
tussenpozen tussen twee verslagen wellicht kleiner zullen worden.
Martin