Reisverslag 17 Amersfoort (Nederland, 03-10-2001) t/m
Luang Prabang (Laos, 16-11-2001)
De voorbereidingen voor de reis
vergden eigenlijk meer tijd, dan de vijf maanden die er voor handen waren.
Tijdens mijn verblijf bij Martin in Nepal had ik besloten om mijn baan bij de
politie op te geven. Martin pushte het niet, maar stak zijn mening ook niet
onder stoelen of banken. De keuze werd door de omstandigheden eigenlijk een stuk
gemakkelijker gemaakt. Het was een moeilijke beslissing, want je stort je in een
avontuur en je weet niet waar dit gaat eindigen. Je bent gauw geneigd om voor
een stukje zekerheid te kiezen, maar omdat niet geschoten altijd 'Mis' is, toch
maar snel de citer aan de wilgen gehangen.
Jeannette op haar eigen motor |
Nu kon het echte werk beginnen. Alle voorbereidingen vonden plaats naast mijn
job en tussen de bedrijven door werd het regelen van de diverse goederen en
onderdelen een echte sport. De tent van Martin had ondertussen al de geest
gegeven en in Rusland averij opgelopen, daar zij hem hadden open gesneden op een
camping. Het slimste was een grotere tent met meer volume, maar minder gewicht.
Remco en David bij Bever dienden ons menigmaal van perfecte adviezen. Ik miste
eigenlijk wel het advies van vrouwen, die al eens zo'n reis hadden ondernomen.
Martin had mij onderwijl de lijst van Adriaan van Nijendaal gestuurd, maar wat
moet ik met een snorreschaar en nog diverse andere attributen, als je niet een
schroevendraaier van een inbussleutel kunt onderscheiden. In het "Survival
Handboek", wat mij door een collega was aangeraden die marinier was geweest
stond in ieder geval een goede handleiding van het condoom. Er past 2 liter
water in, dus 1 moest er in ieder geval mee om te overleven in de bush, die met
een Jeans design voldoet aan alle eisen. De nagelborstel van Adriaan was een
supertip en wordt voor alles gebruikt. Als je het goed bekijkt heb je heel
weinig nodig en make-up wordt omgeruild voor een toolknife en zonder zakmes ben
je echt nergens. Al presteerde ik het om een limonade flesje met de blikopener
te openen, wat me trouwens niet goed lukte. Je gaat hele kleine dingen
waarderen. Nu was er nog een probleem, namelijk dat ik verliefd was geworden op
een BMW F650GS en hoe ging ik dat aan Martin verkopen? We zaten ook met de
levertijd, want hij moest op tijd verscheept worden en nog veel erger..... Ik
had nog geen rijbewijs. Er bleef weinig over en op hoop van zegen de motor
gewoon gekocht. Wat mij aansprak aan de motor is het sportieve uiterlijk en de
vormgeving en de twee uitlaten vind ik ook vrij stoer. En dan die
richtingaanwijzers, welke via een alarmsignaal werken, dat is toch super. Heb je
ook niet dat gemekker, dat opoe haar lampje nog knippert. Overigens nog bedankt
Ruud, het had effect. Sommige gebruiken ze helemaal niet en dan wordt het pas
echt goed uitkijken.
De verrassings BBQ bij Ed & Ellen |
Nu kon het feest beginnen en in regen en wind werd er gereden en mijn
instructeur Ruud Hollander was echt een topvent. Ed de Ridder (een hele dierbare
collega en vriend) is een onvergetelijke spil geweest als het om de oefeningen
ging. Regen of geen regen Ruud en Ed kwamen er vroeg voor uit het bed. De
weerberichten werden per email gestuurd en dan werd je ook nog gewoon uit je bed
gebeld en zat je weer voor uren op de motor. Martin was ondertussen aan het
doorliggen in een hangmat ergens in Thailand en mijn achterwerk begon de vorm
van een buddy aan te nemen. Het werd een hectische, onvergetelijke periode. De
oefeningen waren een complete lijdensweg. Frits, een motoragent, wees mij op
dingen die mij tijdens het examen goed van pas kwamen en alles zat mee tijdens
het examen, maar bovenal het weer. In de gesnoepte momenten zaten de
motoragenten aan mijn theorie (moesten zelf ook weleens spieken). Ruud was soms
erg wanhopig, maar hij wist van geen opgeven en er stond wel erg veel voor mij
op het spel. De wheellie komt nog wel een keer werd er dan gegrapt, door de
echte bikkels. Ben al blij als ik zonder klossen de motor rechtop kan zetten.
Door de WP-vering, die is aangebracht moet ik op mijn tenen staan. We laten
gewoon de motorlaarzen iets ophogen. We moeten alleen nog een goede schoenmaker
zien te vinden, maar Mart vindt het een goed idee. Hij is al een ontwerp voor
klosjes aan het maken.
Ed helpt ons bij het kratten van de motoren |
Martin had besloten om voor 5 weken naar huis te komen en dit heeft hij geweten.
Er moesten twee (ook één voor Erik die met ons mee gaat, zie onder) BMW F650 GS
klaar gemaakt worden voor verscheping en dit gebeurde in de laatste week voor
ons vertrek terug naar Thailand. Het was echt alle hens aan dek en van Roxanne
mochten we haar bus lenen om de enorme houten platen te vervoeren, voor de bus
omgetoverd zou worden tot camper. De platen werden verzaagd bij de familie
Houtman (geen woordspeling!) en het kratten van de motoren kon beginnen. De
koffie werd door Corrie verzorgd en wij werden ook nog in de watten gelegd met
lekkere verse gebakken vis. Ed zijn vrije dagen vlogen voorbij en zonder zijn
hulp en briljante ideeën hadden we het niet binnen de tijd gered. De eerste
motor stond klaar toen Jan Willem vroeg hoe het krat opgetild zou worden.
Foutje! In hun enthousiasme waren Martin en Ed de blokken onder het eerste krat
vergeten. Toen de klus geklaard was bleek dat we vergeten waren het alarm uit te
schakelen. Met katalysator mag je hem niet aanduwen, maar die hebben we er toch
als eerste af laten halen. Je kunt hem nu met van alles volgieten en indien
mogelijk zelfs aanduwen. Bij de tweede motor ging alles een stuk beter. We
hadden overigens erg veel lering getrokken uit het reisverhaal van Gert-Jan Mooy
en Caspar de Wolf. We hebben daarom niet bespaard op de verf en ze moeten wel
een erg groot vuiltje in hun ogen hebben als ze de pijlen en "This side up" niet
kunnen lezen. Je moet er niet aan denken, dat ze je motor op de kop hebben
hangen. De motoren mogen bij Jan Willem blijven staan totdat bekend is wanneer
we in Australië aan komen. Een hele zorg minder voor ons. Peet van Dam is een
onmisbare schakel in het geheel. Hij zorgt voor het laatste gedeelte van het
transport.
Jeannette houdt niet van kleine letters |
Erik een goede vriend van ons komt de eerste week van december naar Thailand en
zal Martin en mij gaan vergezellen. Hij is op dit moment nog werkzaam in het
VU-ziekenhuis te Amstelveen. Erik had in eerste instantie ook geen
motorrijbewijs en slaagde de eerste keer met vlag en wimpel. De rest leren wij
onderweg wel van Martin. We wensen Martin op voorhand veel succes met zijn
motormuizen, want je moet wel een bikkel zijn als je je in zo'n avontuur stort.
Bij terugkeer van Martin in Nederland moesten er veel materialen voor hem worden
ingekocht. We hebben een intercomsysteem aangeschaft en kunnen met de drie
motoren onderling communiceren. We kregen van Van Harten in Amersfoort een hele
goede service en Hennie het opperhoofd van de werkplaats, werd regelmatig onder
vuur genomen en vond voor alle problemen een passende oplossing. Dat ik meer
wist van het gaspedaal van mijn auto dan van de motor deerde de jongens bij Van
Harten niet. Als Martin een probleem had, dan werd je meegenomen naar een motor
en werd alles uitgelegd. De vuurdoop kreeg ik in Nepal toen in de voorvork
nieuwe afdichtringen moesten worden geplaatst. Kleren uit in de badkamer van je
hotel en klussen maar. Je leert daar overigens enorm veel van.
Dan komt er ook de tijd van afscheid nemen en Ed en Ellen hadden een barbecue
georganiseerd voor familie en vrienden van ons in hun huis. Voor ons is dit een
onvergetelijk afscheid geworden en deze werd afgesloten met een dia-presentatie
door Jan Rooiman. Ed is motoragent en is privé ook een fervent motorrijder. Al
schaadt het zijn ego als er (niet?) overbodige valbeugels onder zijn bikie gaan.
Hij gaat ons tijdens de reis bijstaan. Een veilige haven heb je nodig en als de
nood aan de man is, dan is 1 mailtje al genoeg. We waren doodmoe toen we
eindelijk vertrokken vanuit Nederland, want Martin zijn motor was in Ao Nang
achter gebleven. De cardan lekte olie en moest vervangen worden en "Rosie" (de
naam voor Martins motor) kreeg kuren. Tijd voor een grote beurt.
Na een vlucht van 12 uur hebben wij in Bangkok overnacht. De volgende dag
moesten wij naar de douane om de tijdelijke import van de motor te laten
verlengen. Natuurlijk weer een heel bureaucratische poppenkast, wat je geduld
weer eens danig op de proef stelt. Je zit ruim twee en een half uur te wachten
op een regeltje wat iemand er met pen in eigen persoon had op geschreven.
Dezelfde dag vertrokken we voor een busreisje en het had verreweg van een
schoolreisje. Daar ging je dan met twee rollen van respectievelijk 30 en 20
kilo, 2 rugzakken, een motorhelm en als klap op de vuurpijl twee nieuwe banden.
Die hadden we tegen opbod kunnen verkopen en de show stalen. Omstreeks 6 uur in
de morgen kreeg de poppenkast zijn hoogtepunt toe er een Thaise agent de bus
binnen kwam. Hij dirigeerde een stelletje zombies, dat een ieder zijn
paspoorten, geld en goederen moest controleren of alles nog aanwezig was.
Volgens ons had hij aandelen van het restaurant waar de bus was aangekomen.
Omstreeks dit uur slaapdronken krijg je echt geen beweging in een stel
zoutzakken. Half zeven kwamen wij aan in Surat Thani en moesten we overstappen
in de volgende bus. Je let heel goed op de bagage en je komt ogen tekort. Martin
en ik zijn wat dat betreft goed op elkaar ingespeeld. We hadden nog een paar uur
te gaan naar Krabi. De bus zag eruit als een bordeel, met roze gordijntjes. De
stoelen waren kapot en de airco kon niet uitgezet worden. De roze gordijnen
kwamen goed van pas en je stopt gewoon een deel in de airco; probleem opgelost.
De buschauffeur had wat moeite om het gaspedaal te vinden en ik had hem graag
een paar peperkorrels in zijn kont gestoken. Op een gegeven moment zette hij een
baseballcap op en een zonnebril (volgens ons was dit om zijn image op te
vijzelen). Bij Martin kwam er ondertussen overal rook tevoorschijn. In de bus
waren mensen van diverse nationaliteiten en een ongelikte beer met zeer asociaal
gedrag kreeg van mij nog een lekkere lik uit de pan.
Tegen de klok van elf uur waren wij in Krabi en vertrokken van daaruit met een
Pick-up naar Ao Nang. We hadden ons onderkomen in "The Laughing Gecko". De
omgeving daar is prachtig met rotsen en palmen. Langs de weg zie je soms bloemen
met een diep rode kleur en de bougainville is schitterend. De theeroos groeit
hier als struiken. De warmte valt direct als een klamme deken op je neer en je
komt ogen tekort om alle indrukken in je op te nemen. Wat mij heel erg opviel
waren de zwaar verwaarloosde dieren. Zoiets gaat mij echt aan het hart.
Voor vertrek uit Nederland hadden we nog naar de film 'Indo-Chine' gekeken en de
beelden van de natuur komen sterk overeen met de omgeving waar wij ons in
bevonden. Het hotel was basic en de hutten zijn gemaakt van riet met wel een
eigen douche en toilet. Het doet je aan de serie "Tour of duty" denken. Je ziet
wel allemaal beesten hier en zo stond ik per abuis op een duizendpoot zo dik en
lang als je vinger, die zijn laatste adem uitblies nadat ik er met mijn
poezelige pootjes op was gaan staan. Je hoort de sprinkhanen en de branding van
de zee. De nachten koelen enorm af en wij hebben de slaapzak er bij genomen. In
het schijnsel van een lamp zag ik onze nieuwe huisdieren... SPINNEN en echt geen
kleine jongens. Voor je opstaat kijk je eerst goed wat er op de vloer aan het
paraderen is. Met Mart zijn schuitjes de badkamer in en vooral je ogen open. Het
is echt een heel avontuur en dat moet nog de wereld rond.
In Thailand trekt iedereen zijn schoenen uit bij het binnentreden van de woning.
Ik dus de hele dag kloppen met de schoenen en hier een vaste gewoonte van
gemaakt voor ze weer aan gaan. Met dat ik ze aantrok, zag ik op nog geen twee
meter een slang. Op afstand vind ik het prima en hij was prachtig van kleur.
Leven en laten leven is ons motto. Het verschilt een beetje met de flora en
fauna in Nederland, maar alles went.
Samen met Tjop vervangen we de nieuw meegebrachte onderdelen |
Vervolgens meerdere dagen aan de motor gewerkt In Krabi zit een motorshop,
genaamd "Banks Big Bike Shop" en de eigenaar is een jonge knul genaamd Tjop. Als
je het vergelijkt met Europa ben je 50 jaar terug in de tijd, maar daar kun
je rustig aan je motor sleutelen en er wordt altijd een helpende hand geboden.
Martin had de dag van te voren olie gehaald in Krabi en had stad en land er voor
afgelopen. De volgende dag had hij de olie in de cardan gedaan, want voor
vertrek uit Thailand had hij de oude olie eruit gehaald, omdat de keerring
lekte. Gelijk de nieuwe banden eronder gelegd en we wisten wat er de komende
dagen op de agenda zou staan: "Rosie". Als je goed naar de BMW R1100 GS kijkt
dan is het net een vrouw. Ze heeft twee grote cilinders en bij het stellen van
de kleppen moet er heel teder mee om gegaan worden. Als je tegen een vrouw
schreeuwt komt er geen muziek uit en een motor vraagt gewoon net soortgelijke
aandacht. Ik ben er zelf getuige van geweest. Er zitten onder de buddy nog veel
verborgen plekjes. Zo werd er de tweede dag het intercomsysteem ingebouwd.
Hennie, werkzaam bij Van Harten had dit al in de motoren van Erik en mij gedaan
en tevens de microfoons en andere attributen in de helm geplaatst, maar hier in
Thailand komt alles op de zelfredzaamheid van de motorrijder aan. Martin stond
er alleen voor. Joepie, alles zat erin, totdat we het gingen uitproberen. Vooraf
nog even wat nassen bij een tentje langs de weg. Een flinter dunne pannekoek
gevuld met banaan. Er kwam een hondje naar ons toe en ze had jongen gebaard,
helemaal uitgemergeld en onder de schurft. 3 eieren gekocht en vanaf een bordje
alles laten opeten. Ze had in ieder geval een goed moment. Je aait zo'n dier
over zijn koppie en meer kun je niet doen, al is mijn hart goed voor meer.
Het geluid van mijn intercom gebeuren
was goed en onderweg even lekker genieten van een cd-tje. Mart hoorde alles
vanuit 'Space' en werd daar niet vrolijker van. We waren wat 'off road' gaan
rijden en kwamen langs rubberplantages, wat overigens een indrukwekkend iets is
om te aanschouwen. In 'the middle of nowhere' stoppen en maar van elkaar af gaan
staan en roepen: "Hallo, anybody home?". Geen sjoege dus. We hadden al een
draaiboek samen gesteld voor de e-mail, welke we aan de dealer zouden
voorleggen. Wat bleek nu, Martin had de luidsprekers in zijn helm te hoog
ingebouwd. Op een parkeerplaats stond hij mijn helm volledig te ontleden,
waardoor ik over de rooie ging. Dit resulteerde, dat we een prachtige
zonsondergang hebben gemist. We zouden even gaan zitten om de zon onder te zien
gaan, maar Mart baalde, dat hij niet wist waarom het geluid zo ... met peren
was. Het resultaat was, terug naar huis en op dat moment hadden wij geen
intercom meer nodig: volledige radiostilte tot gevolg. De aanhouder wint en de
volgende dag samen gekeken wat er aan schortte, met als resultaat, dat wij nu
een goed werkend systeem hebben en tevens ook kunnen genieten van muziek. De
dagen erna stonden volledig in het teken van de motor en door de zware tochten
welke Martin met zijn "Rosie" achter de rug heeft is dit geen overbodige luxe.
Op het stuur kon stuurgewicht er niet meer op want in Rusland hadden ze een las
aangebracht met zo'n dikke klodder eraan, dat er niets aan het stuur meer op
zijn plaats zat. Weer naar Krabi en Martin stond met zijn toolknife te prutsen.
Iets anders hadden we niet, toen er een jongen vanuit het niets opdook met een
slijpmachine en in een handomdraai was het weer voor elkaar. We konden weer
verder.
Jeannette neemt de koffers en Martins motor onder handen |
Ik had onderwijl de afgelopen dagen benut om alles uit de koffers
gehaald en te drogen aangezien de kofferinhoud gedurende Martins verblijf in
Nederland het niet droog gehouden hadden. Ook weer door het ruige leven was niet
alleen Martin zijn ego gedeukt, maar de koffers ook. Onze kamer veranderde in de
schatkamer van Dagobert Duck. Overal waar er plaats was lagen documenten,
dollars en Traveller cheques te drogen. 1 koffer was net een champignon kwekerij
en de kleding rook niet echt naar viooltjes. De koffers met siliconen gekit en
de binnenzijde met doorzichtig plak plastic bekleed en een wasserette begonnen
in de bush, maar alles was snel weer schoon en klaar voor de volgende etappe.
Het werken aan de motor geeft heel veel voldoening. Je wordt ook steeds
inventiever. Ik heb gezien hoe de kabels gesmeerd werden. Men neme een lege
plastic waterfles snijdt de fles ongeveer 10 cm onder de hals af. Vervolgens
neem je een plastic boodschappen zakje en maak hierin een klein gaatje en duw de
kabel in het zakje. Deze wordt met plakband (wel van het brede soort) om de
kabel geplakt en de kabel past prima door de hals van de fles zakje erover,
motorolie erin en het echte werk kan beginnen. Het is gewoon allemaal wat meer
werk als je alles zelf moet uitvinden, maar je kennis en creativiteit worden wel
door ontwikkeld op deze wijze. We konden nergens aan een 7 mm inbus komen en het
was de eerste keer dat we deze nodig hadden. Met kunst en vliegwerk een 8 mm
inbus omslepen, maar we kwamen nog een moer tegen bij de vork, welke was
losgekomen en vastgedraaid moest worden. Onze doe-het-zelf inbus was helaas geen
lang leven beschoren. Het was dus even roeien met de riemen die je hebt.
We twee hele leuke Belgen hadden ontmoet, Frank en Nadja. Die Frank is wel een
aparte gast. Loopt in een sarong rond en is gewoon leuk. Moest met zijn rok aan
naar het toilet en vond dit wel even wennen. Op een gegeven moment ziet hij een
Tarantula (spin) en toen we beter gingen kijken, bleek het een krab te zijn. Een
soortgelijke ervaring had ik ook gehad, maar bij mij was er geen publiek, en dus
was de afgang was iets kleiner. Was wel lachen met zulke mensen om je heen.
Met een boottrip een dagje snorkelen op zee |
We zijn met hun een dagje gaan varen. Het zijn van die open boten met een
luifel, die enigszins bescherming biedt tegen de zon. Voor we vertrokken moest
er nog een badpak gekocht worden. Uiteindelijk met een bikini thuis gekomen.
Eerst het bovenstuk aan en dit bleek de broek te zijn. Er zaten ook zoveel
touwtjes aan en alles moest even snel, snel. Je kent dat wel. We zagen door de
bomen het bos niet meer. En Martin maar strikjes maken. Tot we ontdekten, dat ik
het broekje boven aan had. De rest zal ik maar achterwege laten. Het was lang
geleden, dat ik Martin zo zag schuddebuiken van het lachen. Gelukkig kon ik zelf
er ook om lachen. Zoiets is gewoon humor en humor ligt op straat. De boottrip
was mooi en we hebben heel wat gesnorkeld en de wereld onder water was super en
helemaal om dit samen te beleven. We voeren langs rotsen en witte stranden. Op
een gegeven moment viel er een slang van 1 van de rotsen af, vlakbij de boot in
het water. Hij zwom weg met zijn kop 10 cm uit het water en had echt de turbo
ingeschakeld. Terwijl we dit schouwspel gade sloegen nam Frank de gelegenheid
waar om het verschil tussen stalagmieten en stalagtieten aan de man te brengen,
dit namen wij namelijk waar bij de rotsen. Zijn definitie was als volgt:
"Stalactieten hangen omdat tieten altijd hangen, en de -mieten staan dus
omhoog". Zijn definitie zowel verbaal als non-verbaal zullen wij nimmer meer
vergeten. Die jongen is een geboren clown en heeft talenten, welke weinigen hem
nadoen. Die middag zagen wij boven de zee, vlakbij de rotsen een prachtige
bruine zeearend met een visje in de bek. Helaas te laat voor een foto, maar de
mooiste foto's staan vaak het scherpst op het netvlies.
En nadien had ze haar voeten verbrand |
We waren nadien gigantisch verbrand en we zijn als een gek aan het smeren gegaan
met after sun. Net twee kreeften. Nog naar de zonsondergang wezen kijken en naar
de krabbetjes die prachtige kunstwerken op het strand maken. De avond waren we
hondsmoe, maar we gingen nog kaarten. Een Belgisch spel genaamd UNO (lijkt op
pesten). We hadden allemaal per stel een heup fles lokaal gebrouwen rum en die
vloeide rijkelijk. Op een gegeven moment kwam er weer zo'n tor zo groot als een
walnoot en Frank werd zo geobsedeerd, dat hij het spel niet echt meer volgde en
met zijn shirt over zijn hoofd zat. Hij had Nadja gezegd, haar te beschermen
voor enge beestjes en wie beschermd hier wie eigenlijk? Op een gegeven moment
wilde hij de tor wegslaan, omdat hij te dichtbij kwam. De tor raakte zijn vinger
aan en bleef er op plakken. Nog nooit hebben we een vent van 1 meter 85 zo op de
loop zien gaan. Kijk als hij een vrouw was zou het een geheel ander verhaal
geweest zijn. Onze held op sloffen. Hij heeft ons echter wel kostelijk vermaakt.
We hebben gegierd van het lachen en hadden allemaal het gevoel, dat we kruipend
naar onze hut gingen. Op een gegeven moment terwijl de tor nog aan het vliegen
was, ging Frank even naar zijn kot om nog wat rum te halen. Riep die kleine hem
na..."Flink stampen voor de enge beestjes, dat ze weggaan". Het was een
regelrechte slapstick. We wilden de volgende dag naar Phuket vertrekken, maar
wie zijn billen verbrand, moet op de blaren zitten. We hebben komkommer mee naar
de hut genomen en moesten al lachen om dat liedje van Ria Valk met een liedje in
de trant van "Karbonade en salade op mijn bil". Mart onderging zijn kuurtje
zonder te morren en ik ben met mijn voeten in een emmer water gaan zitten. Het
water kwam spontaan tot het kookpunt.. Het deed ons echt zeer! We hebben de reis
maar een dagje uitgesteld. Je moet er niet aan denken om er een motorpak over
heen te moeten trekken.
Eindelijk gingen wij dan op weg naar Phuket. De nacht was kort voor Martin, want
hij had slecht geslapen. Kan ik wel inkomen als je al die troep mee moet zien te
krijgen op één motor. Het moet allemaal in 1 bagagerol passen. Op deze momenten
ga ik hem ook niet voor de voeten lopen. Onze benen deden nog wel zeer van het
verbrandden, maar hier word je gewoon een bikkel van. Normaal gesproken was nog
een extra dag niet gek geweest, maar het bloed kruipt en we moesten nog naar
Bangkok.
Het moment suprème kwam toen we moesten pakken. Er kon maar één rol mee op de
motor en Mart zag de bui al hangen. Toen de rol vol was lag er nog een
aanzienlijk deel op het bed en dus moest alles er weer uit de rol en werd er een
rigoureuze schifting gemaakt worden. Toen paste alles wat we mee wilden nemen
wel in de rol, zij het net! Het resterende hebben we, noodgedwongen, in Ao Nang
achter moeten laten in de hoop dat de ratten zich er niet tegoed aan zullen
doen. Maar ja, risico's loop je altijd en overal.
Onderweg zie je veel armoede en schamele verblijven. We moesten op een gegeven
moment een stop maken voor de regen. Je ziet langs de kant van de weg een soort
heksenketels meestal in de kleuren zwart of groen. Tijdens het wachten op de
opklaringen viel het mij op, dat ze geheel van rubber zijn gemaakt, heel
decoratief zijn en gebruikt worden om vuil in te deponeren. Je ziet ook veel
witte vellen te drogen hangen en wie denkt dat rubber zwart is heeft het mis. De
kleur is wit/beige. Een leuke ontdekking en dat tijdens een lekkere regenbui. De
overgang van Ao Nang naar het eiland Phuket was groot. De huizen werden mooier
en groter en vooral de natuur maakte indruk. Prachtige bloedrode bloemen en
lelies in diverse kleuren. Yuca's van 4 à 5 meter hoog. Je ziet veel theerozen
en deze zijn zeer groot.
De locaties waar we uiteindelijk belandden was geweldig, Ao Sanne Beach.
Eenvoudig en direct gelegen aan de oceaan. De hutten zijn gebouwd op palen, zeer
sober en de bedden zijn schoon, maar de omgeving is super. En dus kozen we er
voor. Je moest het wel weten te vinden. Je rijdt het terrein van het Meridian
hotel op en rijdt onder het hotel door. Rijdt vervolgens de achterpoort weer uit
en dan voert er een weg omhoog, wat geen weg meer te noemen is. Dus voor de off
road liefhebbers, grijp je kansen. Je ziet vanzelf een bord met bungalows en dan
krijg je nog een spannend weggetje naar beneden. Voor een echte bikkel, peanuts.
Ik moet eerlijk bekennen, dat ik mij dit (nog) niet zie doen en mij op dat
moment ook geen bikkel voelde. De beloning is echter een prachtige locatie en
een serene rust. Een beetje ruige aanblik door de rotsen in het water en de
kracht waarmee de golven op het strand rollen. Zoiets is echt genieten. Overal
ligt koraal, prachtig blauw van kleur. De bungalow was op palen gebouwd,
dus.....weinig beesten. Op de een of andere wisten alleen de rode mieren zich
een weg te banen naar boven. De eerste nacht de badkamer rustig in en al dansend
er zo snel mogelijk weer uit.
We vervolgden onze reis via Phuket. Gion was daar al reeds enkele dagen. Er was
een festival gaande en mensen lopen daar dan met pinnen door hun wang. Niet dat
het raar is, want je komt gewoonlijk een hoop idioten tegen, die de weg kwijt
zijn. Allemaal op zoek naar zichzelf, terwijl ze vergeten, dat ze zichzelf
meenemen en je geluk in jezelf moet vinden. Je ontdekt steeds meer dat het de
moment opnames zijn, welke je een heel rijk gevoel geven. Een prachtige
zonsondergang bijvoorbeeld. Kost niks, maar is geweldig.Wat wel raar was dat
deze bloederige vertoning vertoont werd terwijl het festival het 'Vegetarian
festival' heette, iets dat we niet konden rijmen.
Door een schitterende omgeving op weg naar Phuket |
Overal toeristen op Phuket en Patong
is lijkt op Lloret de Mar. Veel mannen met dikke buiken en de broek op half
zeven. Geen leuker vermaak dan mensen kijken. Wij hebben ons één nacht in het
nachtleven gestort en overal zie je de vrouwen, die hun lichamen verkopen voor
geld en de toeristen, die hier gretig gebruik van maken. Hier zie je goed de
macht van het geld. We hebben eerst in de U2 wat gedronken. Aan de overkant van
de pub waren heel veel travestieten. Gion kreeg veel aandacht van het vrouwvolk
en we hebben maar als echte chaperonnes over hem gewaakt. De vrouwen vielen hem
letterlijk om de nek. Hij was maar wat blij, dat wij bij hem waren. Er liep
iemand rond met een grote schaal met verrukkelijke snacks met o.a. sprinkhanen
en spinnen en ik ben nu niet aan het hallucineren. Hier hebben we maar voor
bedankt. Je kunt hier alles kopen, imitatie T-shirts en..... imitatie vrouwen.
Er werd gedanst door de 'ladymen' op een podium, wat zich aan de straat bevond.
Er was er één die zich op een gegeven moment in de kijker zette en geen broekje
aan de kont had. Zo blij met het feit dat ze een doos had. Tieten op de
theetafel. Er kwam één naar ons toe stelde zich voor en heette Phone, was 22
jaar en al sinds zijn 7e bewust van (zijn) haar vrouw zijn. Haar wat te drinken
aangeboden en over haar leven gesproken. Gewoon een mens als zovelen met haar
eigen verhaal. We gingen naar huis en ik kan zeggen dat ik een schat aan
informatie rijker was.
Na vier dagen genieten op Koh Phuket en er alles uit gehaald te hebben wat er in
zat weer op weg voor de eerste etappe. We hadden dezelfde weg langs de westkust
van het eiland genomen en de natuur was fabuleus. 570 km het gevoel hebben dat
je in een natuurreservaat rijdt. De vergezichten waren mooi en je zag de grens
van Myanmar (Birma) en een ongerepte, onaangetaste natuur. De lunch gebruikt
tegenover een moskee. Er was veel politie op de been en het leek wel alsof wij
ons in het hart van de leeuw bevonden. Wel spannend zo na de recente
gebeurtenissen maar buiten een slecht gehumeurde serveerster, waar iedereen wel
eens last van kan hebben, hebben we absoluut geen negatieve gevoelens gevoeld.
Maar toch snel eten en wegwezen. De eerste dag kregen we een gratis tattoo,
Rosie stond flink afgedrukt in onze billen. Tegen de tijd dat we de zon onder
zagen gaan, wisten wij dat het tijd werd om een plekje voor de nacht te zoeken.
In Nederland maakt iedereen zich druk om een nieuwe keuken of een nog snellere
auto en wij? Wij zoeken een plekje om te slapen. Kleine zorgen, maar voor ons
zeer relevant. We vonden een bungalow en deze bevond zich aan de Golf van
Thailand. Er werd door de eigenaar op wrede wijze nog snel een spin onthoofd.
Die zagen we dus niet terug. Na alle verhalen van zwarte schorpioenen, monsters
van spinnen had ik mijn schoenen op de stoel gezet en dit was volledig tegen
Mart zijn opvoeding in. Ik vond het niet erg om hier met Mart een discussie over
te voeren zolang de schoenen maar ze bleven waar ze stonden: op de stoel. We
hadden ons noodrantsoen aan droge liefde aangebroken en dit betekende droge
crackers met pindakaas en het blikje Franse paté, dat eigenlijk voor Kerst was,
maar met liefde werd verorberd. We leven nu en moesten toch wat eten. Het
smaakte als een gebakje.
De volgende dag de resterende 450 km
naar Bangkok afgelegd maar eerst aan de straat soep als ontbijt verorberd en
tevens het straat leven gade geslagen. Rosie werd flink gekieteld door Martin en
met flink wat vaart via de hoofdweg naar Bangkok. Halverwege begaf de rits van
de zijtas het en in de brandende zon, drijvend uit ons pak twee gaatjes bij de
rits gemaakt en deze met een ty-wrap bevestigd. Het zit zo vast als een huis en
de pindakaas pot was gered. We kwamen moe in Bangkok aan en de GPS wees ons
feilloos de weg naar onze stal. Martin en ik waren hier onze reis begonnen.
De volgende dag gelijk door naar de Vietnamese ambassade. Wachttijd is vijf
werkdagen en je moet precies aangeven waar je de grens over gaat en waar je het
land verlaat. Zo'n grapje kost 4100 Baht (~ Fl.103,-) voor twee personen. We gingen
om 08:30 uur lopen en om 15:30 uur stapten wij pas het hotel weer binnen. We
hadden de tattootjes nu onder de voetzolen staan en konden de rechter voet niet
meer voor de linker krijgen. We hadden in de Lonely Planet alle gegevens
opgezocht van de ambassade van Laos, maar die waren verhuisd. Wij voor Jan met
de korte achternaam er helemaal naartoe gelopen en blijkt er alleen een
parkeerterrein te zijn. Er stond wel een mannetje die heerlijke dunne
pannenkoekjes met banaan bakte en dus er gelijk maar twee achterover geslagen en
weg was de frustratie! Vandaar dat we dus toch 15 km weg gestapt hebben. Om te
doen een echte uitdaging. De trottoirs zijn 30 cm hoog en de stoepen, lijken
veel op de Mount Everest. Al met al blijven we wel fit op deze manier. We hebben
ons beloont op de terug reis met de boottaxi. Die scheuren echt over het water
en je krijgt een kijkje in het troosteloze leven van heel arme mensen. Het water
in het kanaal is zo zwart als dropwater en in geval van een wondje? Het wordt
gelijk zo geïnfecteerd, dat een amputatie niet uit kan blijven.
Normaal loop ik niet in zeven sloten tegelijk, maar? Een auto had bijna zijn
ruitenwissers aangedaan, want ik waggelde achter Mart aan en keek de verkeerde
kant uit. Ze rijden hier links, dus de Hollandse kijkerij kun je beter
achterwege laten en vooral niet rechts georienteerd zijn. Ik werd bijna geschept
door een auto. Een Thai greep me bij de arm en Mart liet sindsdien mijn hand
niet meer los. Hij gaf ons nog een goede tip voor de boottaxi en voor ~ Fl. 0,23
werden we bijna voor ons hotelletje afgezet. We hadden een leuk tochtje over de
rivier.
Bangkok is een zeer levendige stad en de mensen vormen het toneel en wij zijn
het publiek. We zijn bijna iedere avond bij hetzelfde stalletje gaan eten.
Overal kraampjes en tegenover waar wij steeds gingen zitten, was een man iedere
avond aan het bamboe snijden met een kapmes, dat zo scherp was als de mond van
een vrouw. Vlijmscherp dus! Eerst snijdt hij de grote bamboestokken in stukken
en met een soort dunschiller (alleen 10 formaten groter) snijdt hij de schil
eraf. Dan een sigaretje tussen de bedrijven door en onderwijl even lekker
rochelen en gaat daarna de bamboe afspoelen. Droogt zijn bezwete lichaam af en
pakt de machine, waar de geschilde bamboe stokken ingingen en was duidelijk in
zijn sas. De bamboestokken worden plat gewalst en werden dan dubbel gevouwen en
gingen er nog een keer doorheen. Ondertussen wordt er nog steeds stevig gerookt
een beetje as erbij en onderwijl een hoop gerochel en het bamboesap verdwijnt
via een slang naar een emmer met zeef en je hebt echt bamboesuiker water. Iedere
avond weer hetzelfde ritueel. Overal om je heen is het een kleurrijk geheel met
de vele geuren en diversiteit aan mensen. Je ziet veel zielige honden en ook
mensen die de weg kwijt zijn. Gisteravond stond er een man piemeltje naakt en
zijn lichaam zat onder de zweren. Bij het internetcafé was hij gaan slapen en
werd even later wakker en begon te huilen. Triest, maar wel de realiteit. Een
schrijver als Milas Dekker zou genoeg stof vinden voor nog een paar boeken. Het
leven is soms net een circus en de humor ligt op straat.
De volgende dag ons visum voor Laos geregeld en je kunt er op wachten en dat
voor 'slechts' 2100 Baht (~ Fl. 53.01) voor twee personen. Vlakbij het World Trade
Center kun je naar hartenlust shoppen. Een drollenvanger van een broek gekocht,
welke ma Flodder zou sieren. Zwart met knal gele olifantjes design. Echte haute
courture en voor een paar Baht toch het gevoel heerlijk gewinkeld te hebben.
Steeds zeg je: "We zijn op de motor". Je ziet zulke leuke dingen en je moet wel
pingelen, want ze proberen je echt te rippen. Nadat we terug in het hotel waren
even uitgepuft en toen met Rosie naar de motorshop. Vrienden van ons hebben daar
de motor gestald en daar kun je naar hartenlust sleutelen. Alles nu picobello in
orde maken, want je weet nooit of er in Laos of in die andere landen een goede
garage is. Wij waren al weken op zoek naar een 7 mm inbus om de moer bij het
voorwiel vast te draaien en in deze shop hadden ze hem gelukkig! De olie van de
achterrem moest nog vervangen worden en met dat Mart de nippel eraf draaide,
brak hij af (de nippel dus). Het kostte ons weer een halve dag, want onderdelen
zijn niet gelijk voorradig.
Een tropische hoosbui zette de garage blank |
Om 16:00 uur werd het zo donker als de nacht. Er
barstte een onweer los, met ongekende weergave. De sluizen van de hemel gingen
open. Op straat veranderde alles in een water ballet en het water steeg zo snel,
dat de garage vol water begon te lopen. Rosie kreeg natte voeten en nog even en
wij moesten duifjes uitzenden om te zien of de aarde droog werd. terwijl het
water gelukkig al weer zakte strooiden de jongens waspoeder op de grond en hier
was de gelegenheid die het de dief maakte om eens ouderwets te schrobben. Er was
toch water genoeg. Wij moesten nog wel naar huis, dus werd er vanuit een motor
van een Duitse overlander er de nippel (tijdelijk!!!) uit gehaald, tot ons
onderdeel de volgende dag voor handen zou zijn. Een goede buur is beter dan een
verre vriend. Het werk kon hervat worden en toen de klok van 19:40 uur konden
wij huiswaarts om de volgende dag weer weder te keren. We zijn het nachtleven
van Pat Pong gaan bezichtigen. Het was heel anders dan in Patong. Je werd overal
zowat naar binnen getrokken om te pingpongen. Voor de slimmeriken onder ons, heb
ik het nu over the redlight district. Je werd al wandelend behangen met tassen,
T shirts en allerlei andere souvenirs. Ondertussen overal Go Go bars en
barretjes, etc, etc. Onze Belgen, die we weer getroffen hadden, waren mee en
Frank had een straat welke hij wilde kijken. Dit was een straat "for men only".
Dacht hij zich omringd te vinden met mooie vrouwen en zag slechts mannen. Wat
gedronken daar en als vrouw ben je lekker veilig, tussen die tortelende kerels.
Er was een Engelsman die naast een Thai zat en gewoon op straat in zijn kruis
werd gegrepen. Frank was helemaal de kluts kwijt bij het aanschouwen van dit
schouwspel. Welcome to Bangkok. Snel ons drankje opgedronken. Terug met een taxi
en de chauffeur wilde door rood, toen er naast ons politie stond. We zijn goed
geinformeerd en de politie is hier heel erg corrupt. Als je een boete krijgt
voor door het rode licht rijden, dan kost dit officieel 1000 Baht (~ Fl. 24.96) en 1
maand ontzegging van de rijbevoegdheid. Hier lossen ze het anders op. Je betaalt
de diender 500 Baht en zegt goeiendag. Hij steekt het vervolgens in zijn eigen
knip en geen haan die er meer naar kraait. (Nu begrijp ik waarom al die hanen zo
kraaien in deze stad). Ach, er is altijd wel kaf onder het koren.
De volgende dag weer terug naar de motorshop met Rosie. Martin had onderweg
reeds drie spaken van Stevens motor vervangen, dit was normaliter een fluitje
van een cent. Eerst de bout van de spiegel aan gort en nog geen half uur later
de spaak aan gort. Eerst maar tikken en toen dit niet lukte gingen zij over op
plan B. De band moest eraf. Eerst maar uitboren en toen dit niet lukte gingen
zij over op plan C. Remschijf er af en weer een paar uur onder de pannen.
Eindelijk was alles toch klaar en heb ik Martin de opdracht gegeven nergens meer
aan te draaien of uberhaubt naar kijken. Hoezo veel tijd voor jezelf. Veel
mensen hebben er geen idee van hoe we hier leven en je kunt dit in een verslag
niet duidelijk maken. Je leert in ieder geval geduld en wachten. Het was een
feestdag en 's avonds ging iedereen in het net gekleed naar de rivier de Chao
Phraya en de vele kanalen. Overal op straat waren mensen die van bamboe,
bananenbladeren en vooral rozen en orchideeën prachtige bloemstukjes die als
bootjes werden gebruikt aan het maken waren. Er stond ook wierook en een kaarsje
op. Deze wordt aangestoken voordat ze te water worden gelaten. Wij kochten er
één en lieten ons stukje te water met in gedachten een wens of bede. Het was een
prachtig schouwspel. Men liet ook een zelf gemaakte hete luchtballon de lucht
in. Gewoon een papieren zak met daaronder een klein kaarsje gebonden. De kaars
aangestoken en wonder boven wonder bleef het gammele geheel in de lucht en
verdween zelfs compleet in het donker van de nacht. Het werd ondersteund met
vuurwerk en een muzikaal intermezzo. Het vuurwerk was zeer fraai maar de muziek
was niet echt onze keuze, maar over smaak valt te twisten.
De volgende dag moesten wij naar de Vietnamese Ambassade. Wij waren er rond de
klok van 10:15 uur en na het afgeven van de paspoorten konden wij ze om 15:00
uur pas ophalen. De afstanden zijn gigantisch in deze grote stad (en eerlijk
gezegd vonden we ook dat we wel genoeg gelopen hadden), dus met de skytrain naar
een stekje om de tijd te overbruggen. Bij Delifrance een lekker sloot koffie
achterover geslapen en de croissants uiteraard niet vergeten. We kregen zonder
problemen het visum en in de stromende regen terug naar ons hotel. Onderwijl
waren in het hotel Marko en Elly gearriveerd en met elkaar een hele fijne avond
gehad. Wij wilden via de oostkust van Thailand Laos binnen trekken en zij bleken
dezelfde route te willen volgen (alleen niet Laos in) dus was het snel besloten
om samen te gaan reizen op de motor en om de volgende dag te vertrekken.
Een Khmer tempel langs de grens met Cambodja |
Zondag 4 november verlieten we Bangkok en reden naar het noordoosten langs de
grens met Cambodja om de Mekong te gaan volgen totdat we in Nong Khai Laos in
zouden duiken. We waren dus in gezelschap en reden door totdat het ineens begon
te regenen en we moesten schuilen bij een tankstation. Toen de bui voorbij was
was het bijna donker en bleek dat de shelters langs de weg een prima plaats
boden om te overnachten. We hebben een groot muskietennet uitgehangen en
gezamelijk gekookt en uiteindelijk ons al vast klaar gemaakt voor de nacht. De
taken waren goed verdeeld en de dames maakten alles gereed voor de nacht en de
mannen gingen op jacht, want er moet toch voor de inwendige mens worden gezorgd.
Martin was met Marko drinken wezen halen, cola en een zak ijs, gehaald bij een
restaurant met de wenbrauwfronzende naam "Cabbage and Condoms" (kool en
condomen). Je kreeg hier na betaling van de rekening ipv. een mintsnoepje een
condoom mee en dit was hun manier om aan de AIDS-bestrijding te werken. Op de
terugweg reden ze onze shelter voorbij en dus moesten ze keren. Twee ervaren
motorrijders op één motor moet goed gaan. Vlak achter hen stond aan de kant van
de weg een vrachtwagen geparkeerd en in het donker was volgens hen beiden de weg
vrij, totdat. Martin overdwars op de weg stond toen er uit het niets een auto
met 80 km per uur recht op hun afkwam en met gierende remmen net langs de motor
heen schoot. Overmacht? Er was door beiden goed gekeken en op zo'n moment ben je
aan de goden overgeleverd. Geschrokken kwamen de jongens terug. Soms hebben
mensen beschermengeltjes en deze avond beseften wij, dat die dag een cadeautje
was.
Jeannette en Elly rusten uit bij een tempel |
Onderweg verschillende tempels van de Khmer bezocht en deze zijn zeer de moeite
waard. Het steen is bewerkt zoals houtsnijwerk en van de eerste tempel was erg
veel details bewaard gebleven. ZVWB (zonder vaste woon- of verblijfplaats) is
het iedere dag weer de vraag waar we de nacht zullen doorbrengen. De eerste
nacht in een hutje langs de hoofdweg en de andere nacht in een hut afgelegen van
de weg met enorm stuk grond er om heen. Hier hebben wij de tent (van Marko)
opgezet. Wij hadden namelijk onze tent uit ruimte gebrek niet meegenomen,
evenmin onze matrasjes en dit bleek een duur foutje doordat we nu op onze
slaapzak moesten gaan liggen. Het hielp wel, maar het is niet echt comfortabel,
zodat we 's ochtends flink stijf opstonden. Gelukkig is het enkele minuten nadat
we opgestaan waren reeds verdwenen. Twee nachten 10 km van de Cambodjaanse grens
overnacht met de watervallen als badkamer. De eerste nacht in het donker het
water in en vooral niet denken aan alle mogelijke beestjes. Onder het licht van
de maan in je niksie met allemaal rotsen en watervallen om je heen. Het pad er
naar toe is overwoekerd met alle boomwortels moest je goed opletten waar je
liep. Het was een natuurgebied en echt de jungle. Er wordt door militairen
patrouille gelopen en ze kwamen allemaal op de koffie en om mee te eten. Heel
gezellig overigens. Zij waarschuwden voor het grote aantal slangen, die zich
hier bevonden. We hebben als huisdieren oa. de koningscobra en gisteren was er
een zwarte schorpioen bij het vuur aangekomen. We hadden iedere avond een groot
vuur gemaakt en dus geen last van rondvliegende insecten, maar wel van duizenden
mieren. De eerste nacht nog getracht een sprinkhaan te redden van de wrede
mierendood. Wij hadden alle mieren van hem afgehaald, maar hij vloog weer zijn
eigen dood tegemoet. De natuur moest zijn beloop hebben.
De volgende dag weer een Khmer tempel
bezocht. Deze was veel meer vervallen dan de vorigen maar zeer zeker de moeite
waard al was het alleen maar doordat het aan de rand van een 600 meter hoge
steile klif ligt. Frappant is dat de tempel in Cambodja ligt maar alleen vanuit
Thailand te bereiken is. Je gaat wel de grens over maar hebt er geen visum voor
nodig. Het plekje bij de waterval was zo goed bevallen dat we er weer terug
keerden en het de volgende dag rustig aan hebben gedaan. Lekker zwemmen bij de
waterval en op ons gemak het kamp weer opgebroken. Via kleine weggetjes langs de
Thaise grens gereden, eerst langs Cambodja en vervolgens langs de grens met
Laos. Hier leer je Thailand van een hele andere zijde zien, een kant die je in
de verste verte nergens op Phuket zult vinden. Rijstvelden waarop geoogst wordt
en de rijst als graan nog met de hand gesneden wordt en in schoven gebonden
worden en alle mensen de rieten 'hoedjes' op hebben die wij uit Vietnam kennen.
Karbouwen die kris kras door het landschap heen banjeren en daarvoor af en toe
de weg over moeten steken; oppassen dus! Tussen de rijstvelden staan overal
bomen en shelters en op de achtergrond een mooi berglandschap of een kronkelende
rivier om het idyllische beeld compleet te maken. Idyllisch voor ons die er
doorheen mogen rijden, niet voor de lokale bevolking bij wie het duidelijk van
hun gezicht af te lezen is dat ze een hard en sober leven hebben. Maar in al hun
soberheid krijgen we toch niet de indruk dat ze zich ongelukkig voelen, zeker
niet als men telkens weer heel gastvrij en hartelijk naar ons toe is en ons van
alles aanbieden, zelfs hun eigen rijst of drinkwater.
Een gezellig avondje karaoke met parkwachters |
Tegen de tijd dat het
donker wordt, is het tijd om inkopen voor het diner en ontbijt te gaan doen. We
waren aangekomen in Chong Mek en terwijl de ene ploeg op de markt rond liep en
ik de gefrituurde padden rechts liet liggen, behalve even voor een foto, bleef
de andere ploeg bij de motoren. Door meneer Pong werden wij uitgenodigd om de
nacht bij hem door te brengen. Hij nam ons mee naar het hoofdkwartier van de
parkwachters. Die zaten net buiten te eten met uiteraard een rijkelijke
hoeveelheid rum en we konden zo aanschuiven. Ons eigen eten ook maar verdeeld.
Vervolgens met zijn allen op een pick-up naar de Karaoke bar en ze hebben ons
een hele leuke avond bezorgd. Zij zongen in het Thais de sterren van de hemel,
terwijl Mart stralend de sterren van de hemel had gedanst. Hij is soms net een
ui en zeer verrassend. Onder iedere rok zit weer een andere rok. Met zo'n bikkel
kon mijn avond niet stuk.
In de morgen vlak voor vertrek had onze Duitse makker een enorme giftig beest in
zijn motorlaars. Hij had niet goed gekeken en geklopt en wou zijn zooltjes in
zijn laarzen leggen. Het beest leek op een schorpioen, maar had twee keer de
grootte van een schorpioen. Het gif kan een kind doden, maar voor een
volwassenen is het 'alleen maar' zeer pijnlijk. Hij zag het op tijd en gilde als
een keukenmeid om Martin. Wel even schrikken. Het beest gewoon je huisdier maken
en hem aan ons lijstje toegevoegd.
Na afscheid genomen te hebben, waarbij nog niet al onze nieuwe Thaise vrienden
even nuchter waren, zijn we verder langs de grens gereden toen een brede rivier
ons ineens de weg versperde. Er was wel een brug, maar die was nog in aanbouw en
dus onbruikbaar. Een veerboot was er ook maar die was zo klein dat er maar één
motor tegelijk op kon. Tevens was het al niet echt gemakkelijk om met een
brommer aan boord te komen met onze monsters zeker niet. Als er dus
alternatieven waren dan hielden we ons graag aanbevolen. En die bleken er te
zijn. Er was een grote stuwdam (stond niet op de kaart) waar we overheen konden
rijden, wat veel eenvoudiger was en zeker veel veiliger. In Khong Chiam zagen we
dan voor het eerst de Mekongrivier die nu voorlopig onze grens zou vormen tussen
Thailand en Laos. De hele dag de loop van de rivier (stroomopwaarts) gevolgd
zonder dat we echter de rivier veel zagen. Ook werden de wegen steeds drukker
zodat er, onbewust, sneller gereden werd. Was eigenlijk helemaal niet erg
aangezien we zo snel mogelijk Laos in wilden. Overnacht hebben we in een grote
shelter waar we voor het eerst onze eigen klamboe inwijden, wat een groot succes
bleek te zijn.
De volgende nacht was het mijn beurt om te schreeuwen toen ik ineens oog in oog
met een levensgrote schorpioen stond. Gegild als een speenvarken en nog nooit zo
hard om Martin geroepen. Zijn reactie was heel nuchter:" Zoek maar een ander
plekje om te plassen". Van een nuf werd er op deze wijze een bikkel gekweekt. We
waren na een week That Phanom aangekomen en sliepen voor het eerst in een echt
bed. Je waant je dan in luxe en je kunt wassen, douchen en slapen zonder al die
enge griezels om je heen. Je waardeert weer het bed waar je in ligt. De volgende
dag wel weer verder, want iedere dag telt. Onze vrienden wilden echter nog
langer van het luxe leven genieten en dus reden we alleen verder. Weer geen
hotel te bekennen maar inmiddels waren we ervaren shelter-overnachters. Wel
hadden we ons comfort aanzienlijk verhoogt doordat we eerder die dag een echt
matrasje hadden gekocht. De opdruk, die deed het. Kon ons overigens niks
schelen, het ging per slot van rekening om de kwaliteit. Het zou zo in een
Disney-film passen. Eigenlijk was er geen plek hiervoor op de motor, maar voor
zo'n 'comfortverhoger' is altijd wel een plekje te vinden. Dit maal op de
kofferdeksel. Zo heb ik nu een steuntje voor mijn linker arm en begint onze
motor al aardig op een Goldwing te lijken. Ook qua gewicht en volume overigens.
Maar we blijven ons voorhouden dat het maar tijdelijk is en in Australië alles
over meerdere motoren verdeeld kan worden. Vooral de achtervering van Rosie zal
hier heel blij mee zijn want die maakt zware dagen mee. Mart is een makkelijke
eter en er bleken weinig dingen te krijgen te zijn in het dorpswinkeltje. Zelfs
voor onze rijst moest de privé voorraad aangesproken worden. Met wat wij aan
voedingsmiddelen hadden hebben we een koningsmaaltijd gekookt, al kan de
uitdrukking "Goede wijn behoeft geen krans", hier achterwege gelaten kon worden.
Op zijn Hollands gezegd, niet te vreten. Mart was een echte diplomaat en
omschreef het eten als 'flauwtjes' terwijl hij rustig door at.
Een balustrade die er niet echt stevig uit ziet |
Heerlijk geslapen mede dankzij ons matras. Terwijl we onze spullen pakten kregen
we bezoek van de lokale bevolking die ons bij de shelter kwam aflossen. Hun
etensvoorraad werd in de shelter neergezet en vervolgens alleen maar gekeken
totdat we vertrokken waarna men pas aan het werk kon gaan. Allereerst bezochten
we de tempel van Wat Phu Thok. Het is een bloedhete dag en de tempel ligt
bovenop een berg, die vanaf onze shelter al reeds konden zien. Voor mijn gevoel
hadden we 100.000 treden te gaan. Het was onderverdeeld in niveaus en het
laatste niveau (7) was enorm gaaf om te doen. Obstakels her en der geen pad wat
je kon volgen. Je vasthouden aan stronken en goed je voeten neerzetten, anders
wachtte je een heerlijke glijpartij. Martin had zoals gewoonlijk profijt van
zijn lange benen, maar voor mij was het hard werken hoor! Een sportschool kon
hier niet tegen op. Niveau 5 bood ook een leuke aanblik. In een vitrinekast hing
een geraamte, dus deze samen met Mart op de foto terwijl hij (Mart) zijn T-shirt
omhoog hield. Een goede haan is niet vet, maar er zit genoeg vlees op. Wat
bijzonder aan deze tempel is, was hoe de balustrade, welke langs de rotsen liep
was opgebouwd. Vooral niet bij nadenken, maar in Holland zou er staan: 'Betreden
op eigen risico'. Viel wel mee hoor, want Russische roulette speel je hier
eigenlijk wel iedere dag. Overigens is deze tempel het bezoeken waard!
Schitterende omgeving, geen toerist te bekennen en dat is dan weer het voordeel
van je eigen motor. Overigens met zijn tweeën op een motor heeft zowel voor als
nadelen. Dit m.b.t de vering. Hij moet tegen een stootje kunnen en die
vergelijking kan je ook voor jezelf maken. 24 uur van de dag ben je samen en als
team moet opereren. Je hebt het voordeel, dat je elkaar van haver tot gort leert
kennen. Je ergernissen moet je melden en vooral heel eerlijk zijn. Op zo'n reis
ontdek je, dat mannen heel simpel zijn. Nooit zeggen dat er niks is en onderwijl
een bom bakken. Je bent maatjes!
Grenzen overschrijden brengt vaak de nodige indrukken met zich mee. We zijn
alweer enige dagen in Laos en wat is dat een machtig mooi land! De bureaucratie
aan de grens was geweldig. We waren met een poep en een scheet Thailand uit
waarbij de op het papier gekrabbelde verlenging van de motor geen enkel probleem
opleverde. We kregen zelfs nog een kopie van het papier mee, nadat deze
ondertekend was om zo aan te kunnen tonen dat de motor het land verlaten had.
Maar toen nog Laos in. De gevreesde Friendshipbridge was zonder problemen per
motor te overbruggen. Vervolgens een stoplicht aangezien er in Laos rechts
gereden werd er dus gekruist moest worden. Dat gezien de hoeveelheid verkeer een
stoplicht volledig overbodig is doet hierbij niet ter zake. Het parkeren van de
motor, om de administratieve verplichtingen te kunnen, vervullen stuitte gelijk
op onoverkomelijke bezwaren bij enkele kletsende douaniers en de motor moest
verderop geparkeerd worden omdat er hier een gele band land het trottoir liep.
Dat er ook allemaal auto's geparkeerd stonden ontging hen blijkbaar volledig.
Tsja, je moet je eigen functie wel kunnen rechtvaardigen.
Wij konden zo het land in en paspoorten waren in no-time gestempeld. Bij de
motor lag dat anders. Toen we het carnet af wilden laten stempelen kregen we een
verhaal te horen dat Laos geen motoren in zijn land toe liet. Daar zakte Mart de
broek (figuurlijk) van af. Maar we konden wel naar boven gaan om te proberen een
speciale ontheffing hiervoor los te krijgen. Mart is goed in het ontwijken van
tolpoorten en lastige vragen. Net doen alsof je neus bloed en zelfverzekerd het
kantoortje op de bovenverdieping binnenstappen. Eerst voor zwarte piet gespeeld
en hard op de deur geklopt. De deur open gezwaaid en echt als twee bonbonnetjes
naar binnen gestapt. Een hoge pief zat daar met zijn zaktelefoon te spelen.
Onderwijl hadden wij onze motorjassen uitgetrokken en binnen een straal van 1 km
kon je onze verrukkelijke 'lichaamsgeurtje' duidelijk ruiken. Het opperhoofd had
een airco met een geurtje erin. Hij had vast al op ons gerekend. Kan je niet
uitleggen hoe blij wij daar mee waren. Een varkenskot was zelfs geen
vergelijking met ons. Mijn bikkel zei tegen de man in kwestie: "Excuseer me,
kunt u even dit carnet afstempelen?" en legt het carnet op tafel. Vervolgens
moest hij wel zelf alles invullen waarna onze pief er zijn handtekeningen onder
zette. Een hele mooie poes liep met ons carnet naar beneden, betrad de kamer van
ambtenaar die ons naar boven verwezen had en deze mocht er de benodigde stempels
onder zetten en er zijn deel er af scheuren waarna wij als wiedewietsie op weg
naar ons fietsie gingen. Mart moest me alleen nog even de juiste weg wijzen
aangezien de kortste weg langs een hokje met de tekst 'Arrival tax' liep en dat
zou vragen om moeilijkheden zijn. De motor aangetrapt en Laos binnen gereden.
Vientiane is de hoofdstad en ligt ongeveer 20 km van de grensovergang. Het ademt
de sfeer van een groot dorp uit. Het is een stad waar je de Franse invloeden
duidelijk kunt proeven. Letterlijk zelfs doordat je er heerlijke stokbrood op
elke straathoek kunt kopen en (ongezoet) brood hadden wij lang niet gehad. Na
vele dagen noodle soep voor ontbijt en lunch, kwam de soep ondertussen echt mijn
oren uit. Nog even en zelfs Mart begon in mijn ogen op Bob Marley te lijken.
Verandering van spijs doet eten. Je voelt je hier ook een miljonair en er wordt
betaalt met kippen. Nee, geen ruilhandel maar zo heet de munteenheid hier nu
eenmaal. Dat deze niet veel waard is, is op zich geen probleem ware het niet dat
de het grootste biljet waarmee betaald wordt 5000 kip is, wat overeenkomt met €
0,57. Kun je nagaan welk pakket biljetten je ontvangt als je een één papiertje
van USD 100,- inwisselt en je vervolgens meer dan 190! biljetten terug ontvangt.
Pakken met geld die je bijna niet weet weg te bergen.
Een protserige gouden tempel in Vientiane |
We hadden niet veel tijd, dus de volgende dag om 07:00 uur de stad in. Echt ik
was zelf op tijd wakker geworden en begin een echt ochtendmens te worden. Na het
ontbijt echt een hele mooie tempel de Wat Si Saket bezocht uit 1818. Deze tempel
heeft als enige de vernietiging door de Siamese invasie overleefd. De tempel is
echt een lust voor het oog. Schitterende architectuur en een enorme rust ging er
vanuit. Op een gegeven moment na het bezichtigen van alle culturele hoogstanden
en kleinduimpje de 7 mijls laarzen had bijgehouden waren er nog twee dingen over
om te bezichtigen. Mijn voeten wilden eigenlijk niet meer, maar Mart op zijn
halleluja slippers was onverzadigbaar. Dus naar de Patuxai, deze moet vergeleken
worden met de Arc de Triomph in Parijs. Echter wel met de stijl en architectuur
van Azië. Het mooiste was het bord, waar op stond, dat vanwege de moeilijke
binnenlandse ontwikkelingen het bouwwerk nooit was afgekomen. Het was wat
pompeus, het bord sprak zelfs van een betonnen monster, maar wij vonden het erg
imposant. Wel een typisch voorbeeld van grootheid waanzin als je bedenkt dat het
beton van de Amerikanen gekocht is onder het mom dat het voor de aanleg van een
nieuwe luchthaven was. Je denkt dat je er bent, volgende ronde en op weg naar de
Gouden Tempel. Heb je een heel eind gelopen, bleek dat deze was gesloten. We
kwamen daar nog langs de Nationale Assemblee. Hier worden de defilés, oa. de 1
mei parade, afgenomen. (Een staaltje communisme van de bovenste rand). We zijn
daar nog door de sloppenwijk gelopen en dit is het echte Laos. En dan te
bedenken dat de sloppenwijk letterlijk grenst aan de achterzijde van het gebouw
van de Nationale Assemblee. Het land is nog maar 6 jaar geopend voor de
buitenlanders, dus in onze ogen nog niet helemaal verziekt door de Westerse
Wereld (al gaat het wel snel die kant uit).
De volgende dag Vientiane al weer verlaten en we kwamen van de regen in de drup.
De wegen bleken waren verrassend goed te zijn (in vergelijking met India zelfs
PRIMA). Het miezerde slechts, maar dat bleef wel gestadig doorgaan. Het was net
of we in Nederland waren en dus niet aanstellen, doorrijden en niet zeuren. We
hadden alleen de waterdichte jassen in onze jassen geritst, maar de regen zocht
zich uiteindelijk een baan door onze kleding. Tegen de tijd dat wij Vang Vieng,
onze geplande overnachtingsplek halverwege Luang Prabang bereikten, hadden wij
geen droge draad meer aan ons lijf. Bij Mart was het water zelfs in zijn
linkerschuit gestroomd (maat 46 biedt genoeg ruimte). Hij had de handverwarming
aan, maar BMW heeft geen rekening gehouden met een Muts achterop, dus de handen
onder zijn billen gestopt. Ik kan je verzekeren, dat handvatverwarming hier niet
tegenop kan. Dit is nou echte liefde.
De schitterende weg van Vientiane naar Luang Prabang |
In Vian Vieng stikte het werkelijk van de guesthouses zodat er snel een plek
gevonden was. Ons guesthouse had gelukkig warm water. Rosie, wij en de bagage
hadden de aanblik van een stel landlopers. Snel onder de douche en op het
verwarmings element zat een sticker met de woorden:"Happy showering". Niks
gezelliger, dan samen onder de douche, totdat je lijf weer begon te tintelen. We
gingen nog even op verkenning, want we moesten de inwendige mens nog versterken.
We bleven koud en onderweg een stukje vis en kip naar onze hotelkamer mee terug
genomen, snel onder de dekens en om 19:00 uur in slaap gevallen als twee
blokken. Toen wij twee uur later wakker werden, waren wij er met geen stok meer
uit te rammen. De vermoeidheid had echt toegeslagen. En dus draaiden we ons maar
weer om en sliepen de hele nacht door.
De volgende dag de
volgende etappe op weg naar Luang Prabang en het leed van de vorige dag was snel
geleden. Het was droog en.... we gingen de bergen in. De natuur is zo ongerept
en onaangetast. We zouden die dag klimmen tot 1460 meter. De weg was nog steeds
goed en een waar genot voor de echte bikkels op de bikies: lekker veel
bochtenwerk. Je ziet veel aardverschuivingen en soms was gewoon de weg voor een
gedeelte verdwenen, wat, itt. in India, wel werd aangegeven. De dorpjes worden
gevormd door rieten huisjes en je voelt je net de koningin, want alle kinderen
roepen en zwaaien. De koning moest echter zijn handen aan het stuur houden ivm.
de bochten. Laos, het land vol enorme contrasten, maar echt schitterend!! Luang
Prabang ligt tussen de bergen en is een zeer levendige stad. Heel anders dan
Vientiane. Er is een hoop leven in de brouwerij. Wel weer de Franse invloeden en
lekker stokbrood. Milieu wetgeving is hier taboe. We hadden besloten om hier
even ons kamp op te slaan en bij te tanken. Onder andere om onze belevenissen op
schrift te stellen en daar plukken jullie nu de vruchten van.
De twee musketiers