Reisverslag 19 Bangkok (Thailand,
06-12-2001) t/m Nong Khai (Thailand 28-01-2002)
Ik zal mijzelf eerst introduceren als een van de "Drie Musketiers", mijn naam is
Erik Bauwens en ik ga met Martin en Jeannette meereizen op een kanariegele BMW F
650 GS. Het fluiten leert Mart me wel, volgens onze mascotte, genaamd Jen.
Na een tijd van 6 maanden voorbereidingen, heb ik uiteindelijk afscheid genomen
van familie en vrienden. Ik werd uitgezwaaid op Schiphol. Op 6 december
omstreeks 7.30 uur (lokale tijd) kwam ik aan in Bangkok. In het vliegtuig had ik
niet geslapen, omdat ik te opgewonden was over alles wat mij te wachten stond.
Maar goed dat ik van te voren niet echt wist wat me te wachten stond!. Een leuk
voorval was dat ze me in de business class hadden geboekt. Ik kwam daar achter,
doordat er een video in de armleuningen was aangebracht en er champagne met
hapjes werden uitgeserveerd. Natuurlijk deed ik of het de gewoonste zaak van de
wereld was, maar ondertussen! Er zouden nog magere tijden aanbreken, dus maar
even lekker van genieten.
Moe, maar gelukkig dat ik nu eindelijk begonnen was aan de reis kwam ik in
Bangkok aan. Martin en Jeannette stonden op mij te wachten. De dag voor mijn
aankomst hadden ze nog 700 km weggeblazen om er op tijd te zijn. Zij hadden de
nacht doorgebracht in een hotel wat eigenlijk meer weg had van een peeskamertje,
volgens hun beschrijving. Ik had wel gehoopt dat ze op de luchthaven zouden
zijn, maar niet verwacht. Het ontroerde me zeer, dat ze er waren. Met de taxi
gingen we naar het Bamboo Guesthouse, een lokale hostel waar veel overlanders
komen. Iedereen lijkt elkaar te kennen van de reeds gemaakte trips, waarbij je
iedere keer wel weer bekenden tegen komt, van waar ter wereld dan ook. Het is
een aparte groep mensen, die deze manier van leven hebben aangenomen voor een
korte of onbeperkte tijd. Zo moe als een hond liet ik alles over me heen komen
en pogingen om alle namen te onthouden van iedereen heb ik maar snel laten
varen, omdat ik te moe was en het er te veel waren.
De eerste indruk van Bangkok was: wat groot en wat een druk verkeer met een hoop
uitlaatgassen. De mensen hier zijn aardig. In een achterafstraatje zijn we wat
wezen eten, een belevenis op zich, want je zit op een piepklein terrasje waar
alles voor je neus vers wordt klaargemaakt. Hoewel het straatbeeld in eerste
instantie doet denken dat de hygiëne ver te zoeken is, valt het als je goed
bekijkt wel mee, afgezien van de uitlaatgassen. Voor nog geen € 1,- (om met de
tijd mee te gaan) heb je een maaltijd en drinken kun je zelf meenemen van de
supermarkt op de hoek. Als ze niet alles hebben wat je lekker vind ga je naar
een stalletje er naast en haal je wat je wilt hebben. Concurrentie lijkt ze
vreemd te zijn en in Holland hoef je zo iets natuurlijk niet te flikken. We
moesten nog wat sleutelen aan de motor van Martin en rubbers werden vervangen
van enkele valbeugels. Jen lag samen met mij op de knieën en wij waren niet bang
om vuile handen te krijgen. Verder hebben we een poging ondernomen om een motor
voor mij te huren, maar niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn, want iedereen
wil er eentje huren en de vraag is groot en het aanbod is schaars. Afgezien van
andermans ellende, welke je ook nog in je schoot geworpen krijgt.
Jeannette kan zich in dit bord vinden |
Meestal zijn we gelijktijdig wakker met zijn drieën want we slapen met zijn
allen op één kamer en dat gaat goed. Alle kamers waren vol geboekt en voor een
weekje of zo vind ik het niet erg. Voor Mart en Jen en ook uiteindelijk voor
mezelf is het wel beter privacy te hebben, althans dat zou ik zeker nodig hebben
als ik hun was. Mart en Jen zijn makkelijk in dit opzicht, maar genoeg hierover.
De dag begonnen met een stevig ontbijt, waarna Martin en ik op zijn motor naar
Yut waren gereden. Hij heeft een motorzaak niet ver van ons guesthouse vandaan
en alle overlanders sleutelen daar aan hun motoren. We waren al een keer eerder
bij Yut geweest, maar helaas zonder resultaat voor wat betreft het huren van een
motor. Deze keer had hij weer geen motor te huur en had niets gehoord van zijn
collega's . Wel kregen we een adres van Red Baron en zijn daar toen naartoe
gereden. Deze zaak lag ook wel in het centrum maar was toch nog 25 km rijden.
Martin kan goed rijden en ik voelde me veilig achterop, wat heel wat zegt. Ook
daar was er geen motor te huur, dus keken we naar een eventuele koop motor. Off
road was sowieso niet te krijgen. We hoorden dat er eentje stond bij de Dirtshop
een andere zaak, maar helaas gingen de winkels dicht en werd het weekend.
Probleem in Thailand is dat de 'zware' motoren (alles boven 250 cc!) ontmoedigd
worden en dus worden ze zwaar belast. Een kentekenbewijs krijgen kost je dan ook
handen vol geld. Vaak worden ze gewoon zonder kenteken verhuurd maar als je,
zoals wij meerdere weken en door heel Thailand wil rijden is de kans dat dat
goed gaat gering. Probleempje dus.
Er waren veel Duitse overlanders binnen gekomen in het guesthouse en dat
betekende weer kennis maken met veel nieuwe mensen. Op een gegeven moment liep
Martin met een bord en gleed uit over een plasje van het hotelhondje, als een
snowboarder gleed hij meters voort over de tegelvloer en wel blootsvoets.
"Gatverdamme heeft die klotehond weer op de vloer gepist" het bord kon hij als
een echte jongleur nog net redden. We lagen in een deuk van het lachen, Mart kon
het wat minder waarderen, logisch, ik sta ook niet graag in hondenzeik te
balanceren met een bord in mijn handen. In de avond zijn we met zijn allen gaan
eten. Philip de Belg die op een Honda Transalp rijdt, vertelde over zijn tocht
door de jungle in Zuid Amerika waar we geboeid naar luisterden, want hij heeft
met zijn leven aan een zijden draadje gehangen. 's Avonds naar een pub geweest
op Khaosan Road, genaamd "Gulliver". Aardig voor een biertje als eerste of
laatste op de avond. Alles in Bangkok sluit om 02.00 uur maar er zijn plaatsen
die langer open zijn, maar die moet je wel via inside information weten te
vinden.
Martin en Jen hadden hun visum voor Australië zo geregeld. Ik had geen afschrift
van mijn bankrekening itt. Mart en Jen (een voordeel van het
Internet-bankieren), dus moest ik hiervoor weer terug. Nog afgezien van het feit
dat er voldoende op moet staan bij deze aanvraag moet je kunnen aantonen dat je
voor zes maanden genoeg financiële middelen hebt om jezelf te kunnen redden. Ik
had me voor vertrek niet gerealiseerd dat er zoveel voorbereidingen nodig zouden
zijn. Tegen de tijd dat we Australië binnen gaan wel denk ik, maar daar heb je
op zo´n moment van aanvraag nog geen profijt van. Er was dus weer een probleem
dat overwonnen moest worden. Daarom is het goed om een deel van de drie
Musketiers te zijn want in dit geval werd het probleem opgelost door een slim
idee van Jen.
Huren van een motor in Bangkok bleek dus géén eenvoudige zaak, daar waren we
reeds achter. Ik wilde hier dus een motor huren en de mijne laten verschepen
naar Australië. Na rijp beraad werd dit plan gewijzigd en werd besloten om mijn
motor in te laten vliegen naar Bangkok. Lekker op mijn eigen 'bikie' dus en
tevens werd voorkomen dat er iedere keer een zoektocht ondernomen moest worden
om een motor te vinden. Jen begon hem nu wel te knijpen, want ze zag de bui al
hangen dat ze ook zelf moest gaan rijden, maar Martin vindt het wel lekker om
zijn ketelbinkie nog achterop te hebben. Kan er ook niks verkeerd gaan en Mart
zou waarschijnlijk aan het opleiden van één aspirant-overlander zijn handen vol
genoeg hebben. Het verkeer in Bangkok is een heksenketel en Jen vond het al lang
best om hier nog achterop te zitten.
Het besluit om mijn motor over te laten vliegen had vele consequenties. We
mailden naar Ed aangezien er ineens vele onverwachte zaken geregeld moesten
worden, maar die kanjer maakte nergens een punt van. Het intensieve contact liep
per e-mail, telefoon en SMS. Intussen was Martin druk in conclaaf met Peet van
Dam voor de verzending en die was nog sneller dan het geluid. Voor ons brak een
periode van afwachten aan, al duurde deze slechts enkele dagen doordat iedereen
in Nederland zo super meewerkte. Hiervoor nogmaals onze dank!!!
Mijn motor hadden we voor vertrek reeds helemaal ingekrat zodat alles in kannen
en kruiken was om naar Australië verscheept te worden. Nu moest het krat van de
motor weer geopend worden dit was een tegenvaller voor ons. Iedereen had zo zijn
best gedaan om dat krat in elkaar te krijgen. Maar verschepen en vliegen bleken
twee heel verschillende zaken te zijn. We kunnen nu iedereen aanraden, om altijd
de benzine uit de tank te halen en de accu los te koppelen en een kopie van het
verzekeringsbewijs mee te nemen. Voor zeetransport is dit weliswaar niet nodig
maar de plannen en omstandigheden kunnen altijd wijzigen. Mijn
verzekeringsbewijs was nog steeds niet binnen toen ik op het vliegtuig stapte.
Ik heb het thuisfront toen maar even snel een mail gestuurd met de vraag of ze
mijn bankafschrift (voor mijn Australische visum) en verzekeringsbewijs in
wilden scannen en toe wilde mailen.
We zijn ook over de Chao Praaya rivier, die dwars door Bangkok heen stroomt,
gevaren (heen en terug) en dat was mooi om mee te maken. Verder grote afstanden
gelopen en gelachen, omdat Jen hierbij bijna moest rennen in gezelschap van twee
van die gasten met lange benen. Ze voelt zich dan altijd onrechtvaardig
behandeld met haar korte 'pootjes'. Trottoirs en traptreden zijn voor haar
altijd als een bergmassief, maar ze stapt altijd dapper voort en laat zich niet
kisten. Helemaal niet door twee blaaskaken. Wanneer er gebukt moet worden lacht
zij en wij zijn de achter gebleven partij, want zij stoot nooit haar kop.
Ledigheid is des duivels oorkussen, dus........?
De 'Gouden Tempel' wordt in Bangkok op handen gedragen |
Tussen de bedrijven door zijn we met zijn met zijn vieren naar The Golden Temple
en The Grand Palace geweest in Bangkok. Een Nederlander uit Hellevoetsluis,
genaamd Michel, ging met ons mee. De tempel was een mooi complex en het paleis
ook. Na een paar uurtjes ben je wel uitgekeken op de mozaïeken en de glitter
steentjes die ze er in grote getale in verwerkt hebben. Een beetje kitscherig
doet het wel aan voor een nuchtere Nederlander. Er was één tempeltje wat zo in
het sprookje van Hans en Grietje thuis zou kunnen horen. Die avond de stad in
met zijn allen en daarom wilden we wat voorslapen maar het was zo warm dat het
water van je lijf af droop dus deze poging werd gedrieën gestaakt.
Als overlander moet je enorm inventief
kunnen zijn. Met minimale zaken moet je zo veel mogelijk kunnen bereiken. Erik
deed hiervoor niet onder voor een ervaren overlander getuige het feit dat we hem
op zijn ijdelheid 'betrapten' toen hij zijn haren aan het 'föhnen' was voor de
ventilator die eigenlijk ter verkoeling aanwezig was. Goed zo Erik, je begint
het al aardig te leren. Dit gaf Mart en Jen wel voldoende vertrouwen om met Erik
op reis te gaan. Op de motor heeft hij hiervoor geen ventilator nodig
en kan hij gewoon zonder helm rijden totdat zijn haren droog zijn, maar ja, als
je nog geen motor hebt ben je wel op een ventilator aangewezen. Maar gelukkig
was er nieuws over de motor: Ed, van het thuisteam, had kostbare tijd vrij
gemaakt van zijn werk en de benzine uit de tank gehaald en de accu losgekoppeld.
Een hele klus als zo'n motor al staat ingepakt. Zulke mensen zijn heel veel
waard als je een reis als de onze maakt. Je beseft dan dat je op dergelijke
momenten afhankelijk bent van goodwill en inzet van anderen. Ons thuisteam
bestaat uit Ed en Ellen, twee hele goede vrienden, en onze ouders die, in geval
van nood, ons bijstaan en zelfs onderling overleg met elkaar plegen. Nee, met
zo'n thuisteam als basis zitten we gebeiteld. Ook hadden we te horen gekregen
wat de kosten waren om de motor vanuit Amsterdam naar Bangkok over te vliegen en
dat was aanzienlijk meer dan ingeschat. We hadden gedacht rond de fl 1150,- maar
het kwam uit op ongeveer fl 1450,-. Dat was even slikken, maar het besluit was
genomen en de motor moest hier heen komen. Wel vielen deze kosten extra hoog uit
omdat we voor de spoed procedure gingen om de motor zo snel mogelijk hier te
krijgen. De kosten die je op zo'n moment van de reis maakt lijken enorm, maar
dergelijke kosten maak je (gelukkig) niet zo vaak en verder kun je de kosten
drukken door te verschepen en de tussentijd door te brengen in een land waar de
kosten voor het levensonderhoud laag zijn. Toen dit stukje op de rails stond was
het het wachten we op de papieren van de verzekering. Deze hadden al binnen
moeten zijn toen ik Nederland verliet.
Door Yut de eigenaar van de motorshop waren we uitgenodigd om met zijn vrienden
naar een restaurant te gaan aan de grote rivier en een paar dagen later met
dezelfde groep naar een eiland, Ko Kred, 25 km van 'het centrum' van Bangkok.
Altijd leuk om met de lokalen op deze wijze om te gaan en te merken dat zij dat
ook vinden. Het eiland bleek voornamelijk een trekpleister bij de Thais. Het was
bekend om het pottenbakken en dat bleek dan ook door de vele stalletjes. In een
restaurant ontmoeten we Tony, die op het eiland zijn jeugd doorgebracht had, en
zo kregen we een rondleiding over het hele eiland. Het leuke was dat iedereen
Tony kende zodat we regelmatig thee ed. aangeboden kregen. Zo werd een
rondwandeling over het eiland een dagvullende aangelegenheid maar tevens ook
veel interessanter.
Het uitpakken van Eriks motor op de luchthaven |
Eindelijk na twee weken in Bangkok was het een heugelijke dag, want de motor was
aangekomen. We zijn toen naar het vliegveld gereden en hebben bijna alles zelf
afgehandeld. Een tussenagent zou dat eerst doen maar dat kost veel meer Volgens
de rekening zou dat ongeveer fl 295,- meer kosten. Nu waren we ongeveer 600 Bath
(fl 13,50) kwijt. Na de kist onder grote belangstelling geopend te hebben bleek
de motor er in perfecte conditie bij te staan. Het voorwiel er in en een paar
schroeven hier en daar en klaar is Kees. Wegrijden, de loods uit denk je dan,
maar ja, nog wel eerst 15 kantoren af, veertig stempels halen en om 40
handtekeningen vragen. Het begon werkelijk een klucht te worden, maar goed we
hadden het overleefd en al met al vanaf 9.00 uur tot 14.15 uur bezig geweest, en
dat viel ons eerlijk gezegd nog enorm mee. Wat ook opviel was het doosje, snel
door Ed in de kist gestopt, gevuld met hagelslag, pindakaas en niet te vergeten
de speculaasjes. De speculaasjes zijn echter nooit door de douane gekomen
aangezien deze door Jen soldaat werden gemaakt. Joepie, ook pepermuntjes (echte
King!) van Corrie. Dankbaar werd alles ontvangen.
Het avontuur was nu ook voor Erik begonnen. Dapper en nog net niet als een
jongleur scheurde hij Bangkok in achter Martin aan. Wat niet weet, wat niet
deert, maar Mart ging vrolijk over een weg waar geen motoren mochten rijden. De
Thaise politie, iel en in veel te strakke bruine apenpakjes uitgedost vlogen
naar de kant van de weg en floten... Mart reed echter gewoon door, Jen draaide
snel haar hoofd weg en deed of zij niets zag en Erik.... die had het zo druk met
zijn eerste rit door het drukke verkeer van Bangkok dat hij hier niets in de
gaten had en volgde dapper.
Na een paar dagen waarin
we de laatste voorbereidingen aan de nieuwe motor uitvoerden, togen we gedrieën
dan eindelijk op pad. De eerste nacht sliepen we in een soort uitgebrand
restaurant met uitzicht op het Kao Hao Laem meer, een stuwmeer in de bergen bij
de Birmese grens. Roeien met de riemen die wij tot onze beschikking hadden,
lukte het Jen en mij om met een soort coniferentak de grond schoon te vegen.
Midden in de nacht waren Jen en Mart aan het rondspoken onder hun klamboe. Het
bleek dat zij waren vereerd met een bezoek van rode mieren binnengekomen door de
kieren tussen de planken, Shit zegt Jen, waarom gaan we niet op de tafel liggen.
Helaas, daar liepen ze ook en de tafel zag er versus Mart en Jen niet zo stevig
uit. De klamboe heel zorgvuldig onder de matras gestopt en zo werd de ochtend
toch gehaald. De dag er op zijn we beland bij een riviertje met een
watervalletje en daar hadden we ons kamp opgeslagen. Tijdens de afdaling van de
hoofdweg af was ik op mijn plaat gegaan. De telefoon (oproeptoon van onze
intercom) ging over bij hun, want zij reden voorop. Gezegd dat ik er aankwam en
in mijn uppie 200 kg overeind getild. Jen en Mart hadden hun intrek genomen in
een soort wachtershuisje en ik had mijn tent opgezet. Een perfect stekje met
gratis douche van moedertje natuur. Het plan was de volgende dag naar de Birmese
grens te rijden en dat deden we ook. Ik had nog een flirt met een hele dikke
dame, die wel bij me achterop wilde. Bij de Birmese grens aangekomen konden we
niet verder, maar dat was niet zo'n ramp. De route er naartoe was perfect, om
met de motor te rijden. Een dag later namen we een andere route naar de grens.
Hier kon je wel over de grens heen maar moest je eerst weer 25 km terug om een
vergunning te halen, dit zou veel tijd gaan kosten en dat hadden we die dag niet
meer. We reden terug met het idee om weer bij hetzelfde watervalletje te gaan
overnachten en in ieder geval wilden Jen en Mart de dagboeken en de mails
bijwerken, ware het niet dat ik gedoopt werd als motorrijder en nu goed op mijn
plaat ging. Schade viel mee (iets wat elke motorrijder van zijn eigen ongelukjes
zegt): wat schaafwonden (diepe vleeswond) en een lichte hersenschudding als het
die naam mag dragen, wel was ik iets (nou, zeg maar gerust een heleboel) in de
war en staan sommige dingen me niet meer zo helder voor de geest. Dat gedeelte
laat ik dan maar over aan Jen en Mart.
Probeer een verpleger maar eens in een thais ziekenhuis te houden |
De motor had een verbogen pedaal rechts, gebroken achterlicht, en een licht
verbogen tellerpartij. Verder wat schrammen. De reden van de val was onduidelijk
en dat kan ik me ook niet herinneren. Ook enkele dagen later waren we nog niet
achter de toedracht. Beide zijden van de motor hadden krassen, en waren de
toetsen van de GPS afgeschaafd alsmede het ruitje. Dit samen met het afgebroken
achterlicht deed ons besluiten dat er één complete salto met de motor uitgevoerd
moest zijn.
Martin en ik zagen in de spiegel Erik vallen. We draaiden snel om met de motor
en Erik lag ongeveer 2 meter bij de motor vandaan. Mart gooide mij van de motor
en snel de intercom eruit getrokken. In Erik zijn gezicht was veel bloed. Hij
bewoog zijn hoofd iets omhoog. Mart had zijn motor zo geparkeerd dat
aanstormende automobilisten gewaarschuwd werden van een ongewone situatie. Met
verschillende passanten Erik aan de veilige kant van de weg gelegd. Ik was erg
emotioneel en op zo'n moment is Mart mijn steun en toeverlaat. Snel zijn helm
verwijderd om te constateren waar het bloed vandaan kwam. Mart had zijn jas
uitgegooid, zodat ik over water uit zijn camelback kon beschikken. Mijn jas werd
als kussen gebruikt. Uit zijn mond kwam bloed, maar dit kwam gelukkig door een
tand door zijn lip. Erik was met zijn kin op de grond terecht gekomen. Hij
klaagde over pijn in zijn linkerbeen. Hem gezegd te blijven praten en als
antwoord zei hij: "Dat doe ik toch ook?" Het was voor mij heel naar om mijn
gabber zo te zien. Gelukkig stopte er een pick-up. Het was een Oostenrijker
genaamd Armin, die een Guesthouse heeft. In zijn auto zat ook een Italiaan, een
gast uit zijn hotel en zij waren op weg naar Bangkok, waar Armin had afgesproken
met een vriend. De Italiaan was eigenaar van een motorzaak in Italië. Martin en
deze man namen notie van de motor, want er kwam olie uit. De Italiaan bood aan
om de motor naar het ziekenhuis te rijden. Ik ben met Erik in de pick-up
meegegaan en het dichtstbijzijnde ziekenhuis was in Thong Pha Phum. Mart en ik
hadden snel nog alle losliggende scherven van de weg gehaald. Mart was in zijn
nuchterheid een onmisbare schakel. In de auto was Erik erg in de war. Hij vroeg
meer dan 20 keer: "Jen, wat is er nu gebeurd want ik kan mij niets herinneren?"
Twee tellen later: "Jen waar is Martje nu?" Op een gegeven moment kon hij het
woord mond en been niet meer uit elkaar houden. Hij begon ook te huilen. Van
alles kan hij zich niets meer herinneren. In de auto het adres van onze redder
gevraagd. Martin reed achter ons aan. In het ziekenhuis bleek hoe eigenwijs
verpleegkundigen zijn. Erik, onze verpleegkundige, vroeg wat hij daar deed en
hem alles weer rustig uitgelegd. Zijn linkerbeen deed pijn en er moesten foto's
gemaakt worden. Zijn broek en schoenen uitgetrokken voor anderen er de schaar in
zouden zetten. Op een gegeven moment wilde hij maar drinken, maar iemand in
shock mag je nooit laten drinken. Als het niet goed schiks ging, dan maar kwaad
schiks. Hem gezegd zijn kop te houden en gewoon te doen wat ik zeg. Hoera, hij
werd als een lammetje. Zijn wondjes onder zijn neus werden schoon gemaakt en er
zat een diepe jaap. De goede BMW-kleding had de klappen goed opgevangen en
hierdoor had hij alleen een diepe vleeswond op zijn been. Ach, het gat in zijn
motorbroek zou ik wel maken. Mart had snel de kleding doorgelopen en alle
waardevolle spullen eruit gehaald. Hij was op dat moment meer bij zinnen dan
wij. Toen Erik hoorde, dat Mart een hotelletje ging zoeken riep hij gelijk, dat
hij met ons meeging. In het ziekenhuis mocht hij op een gegeven moment drinken.
Hij kreeg nog een Tetanus-injectie (wat hij in eerste instantie ook niet wilde),
want hij had toch alles gehad voor hij weg ging in Nederland. Op dat moment
gewoon de leiding overgenomen en gezegd dat hij hem moest nemen, want de arts
had beslist. We kregen pillen mee en meneer Bauwens mocht weer met ons mee. Er
was in geen velden of wegen een taxi. Mart had tussentijds een hotelletje
gevonden en was met een brommertaxi naar het ziekenhuis terug gekomen. Mart zou
Erik zijn motor naar het hotel rijden. De vriend van een verpleegster kwam met
zijn brommertje voorrijden en de jongen die ons naar de röntgen had gebracht
kwam eveneens voorrijden. We zouden op de brommertaxi naar het hotel vervoerd
worden. Er was geen ander vervoer. Het was net een slapstick en toen ik zo een
ieder voor mij uit zag rijden kreeg ik de slappe lach. Kwam ook van de zenuwen,
want het hele gebeuren had een enorme impact op ons allen. Vanuit het ziekenhuis
snel enkelen van het thuisfront ingelicht. Daar we niet een ieder zo vlak voor
de kerst ongerust wilden maken werd het verder stil gehouden. Thuis gekomen was
Erik net een papegaai en zei steeds: "Goh, jullie zullen ook wel geschrokken
zijn?" Op een gegeven moment zeiden wij nog slechts ja en nee. We gingen op tijd
naar bed, want we moesten Erik de komende nacht meerdere malen wekken. Toen we
hem de laatste keer wakker maakten zei hij: "Ik ben er toch!" We hebben de
komende dagen erna het heel rustig aangedaan en Martin is (later samen met Erik)
met de motor aan de slag gegaan, want er was wel de nodige averij ontstaan en
onderwijl had Jen alle schade aan zijn pak hersteld.
Zelf heb ik het allemaal
wat wazig beleefd. Na een kort ziekenhuisbezoek, wat in mijn ogen overdreven was
(ik bleek stronteigenwijs te zijn en Mart en Jen vonden DAT HIJ DAT OOK WAS!),
zijn we naar een hotelletje gegaan wat Mart had zien liggen op weg naar het
ziekenhuis. Daar zijn we 6 dagen gebleven. Een dag later werd ik ziek met
koorts, waarschijnlijk had ik het al onder de leden en kwam het naar voren in
samenloop door de omstandigheden, kortom ik zat flink in de lappenmand voor een
paar dagen. Jen en Mart spanden zich in om mij te verzorgen zowel ik als de
motor werden goed verzorgd. Het koste me drie dagen om weer bij de tijd te
geraken.
Een paar dagen later zaten we in Kanchanaburi in het Jolly Frog Guesthouse en
keken we uit over de Kwae Yai rivier. Het is een goed guesthouse en het eten is
er ook goed, dat wil zeggen ingericht op ook de westerse keuken en we leken wel
van Belgische komaf want eindelijk hebben we ons weer eens een ongans aan patat
met mayo kunnen eten, wat is dat toch lekker na iedere dag rijst en groenten.
Tijdens het ontbijt zagen Jen en Mart Armin. (Mijn chauffeur na het ongeval). Ik
had hem overigens niet herkend.
We zaten vlak bij de rivier met de beruchte 'Bridge over the river Kwai'. Deze brug was
een onderdeel van de Birma spoorlijn waar 260.000 mensen hun leven verloren is
nu gebombardeerd tot een toeristische attractie. Een dag er voor zijn we bij de
spoorlijn zelf in een museum geweest bij de zogenaamde Hellfire pass. Deze pas
was een groot stuk rots wat uitgehakt was om de spoorbaan er doorheen te kunnen
laten lopen. Nagenoeg alles was met de hand uitgehakt. Hier waren 69 mensen door
de Japanners doodgeslagen, afgezien van de vele anderen die door 'natuurlijke'
oorzaken het leven lieten. Het bijbehorende museum was een initiatief van een
Australische oorlogsveteraan en werd ook door Australiërs beheert. Een zeer
indrukwekkend museum!. Echter is het wel wat te deprimerend om er lang te
vertoeven. Je gaat beseffen dat de mensheid nog maar bar weinig heeft geleerd
van zijn fouten in het verleden. Nu zoveel jaren later zoeven de speedboten met
toeristen over de rivier, ondenkbaar dat hier zoveel leed gevloeid heeft en
vandaag aan de dag over de hele wereld nog steeds niet is uitgebannen. Het geeft
je te denken.
Romantische foto bij de Erawan watervallen |
Een dag later zijn we naar de Erawan watervallen geweest, zeven kleine
watervallen op een rij over een loopafstand van ongeveer 2000 meter. We deden er
ongeveer een uur over om er te komen met de motor. Daar aangekomen liepen wij op
weg naar de tweede waterval langs een controlepost. We werden aangehouden, omdat
de parkwachters de tassen op voedsel wilden controleren, dit in verband met
eventueel afval. Jen gaf gelijk aan hier geen genoegen mee te nemen en wilde
doorlopen. Een parkwachtertje sommeerde Martin zijn tas open te maken en dit was
dus FOUT. Martin die dacht, ik ben geen kleuter zei: "No food in bag!" Het
parkwachtertje dat niet voor zijn collega's wilde afgaan sommeerde nogmaals:
"tas open!" Mart schudde zijn hoofd maar liet uiteindelijk toch zijn schatkamer
zien. 3 rollen King pepermunt werden opzij gelegd en toen de kerel uitgegluurd
was gingen tante Corrie haar rollen weer terug in de tankbag. Het parkwachtertje
zat met een dilemma van twee meter omdat Mart niet wilde meewerken. Hij riep ons
achterna, dat wij 500 Bath boete kregen (fl 16,00). Tegen Jen zei hij: "He is a
bad man, he evil man". Jen gaf hem gelijk en liep door. Onderwijl had zij wel
10,- Bath statiegeld betaald voor de waterfles, want die kreeg je op de terugweg
weer in retour. Uiteindelijk werd het parkwachtertje uitgelachen door zijn
collega's die het wel een goeie mop vonden. Dit is een typisch geval van
symptoombestrijding: weggegooid afval voorkom je door te zorgen dat de mensen
geen voedsel en drinken mee nemen. Het 'opvoeden' van mensen blijkt echter
moeilijk, dit bleek wel uit het feit dat we onderweg lege fotorolletjes ed.
tegen kwamen, aangezien hier niet op gecontroleerd werd. Een andere mogelijkheid
is natuurlijk om langs het pad afvalemmers te zetten maar die regelmatig legen
bleek een te grote opgave.
Na alle zeven watervallen
gezien te hebben liepen we terug. Mart had gezien dat er een alternatieve route
terug naar de parkeerplaats was. Dat hebben we dan ook geweten! Een berg
opklimmen waar geen einde aan leek te komen. Iedere keer als we dachten op de
top te zijn kwam er weer een klim van hier tot Tokio. Mart begon te twijfelen,
omdat de weg stijl omhoog bleef gaan en we eigenlijk alleen het water
stroomafwaarts (=omlaag!) hoefden
te volgen. Let wel, dit was in de brandende zon. Uiteindelijk hebben we het
gehaald, zei het ietwat oververhit. Jen had een hoofd als een boei, doch het mag
gezegd worden dat de prestatie groots was en we waren er trots op! Ze is klein,
maar dapper! De reactie van Mart op de aanbetaalde 10,- Bath was, dat dit maar
gezien moest worden als een aanbetaling op de boete van 500,- Bath, welke ons
was toegezegd. Hier waren we dus goedkoop van af gekomen.
Gelukkig weer samen onderweg op de motoren |
Een paar dagen later vertrokken we naar Sukhothai om Oud- en Nieuw te vieren. In
eerste instantie waren Mart en Jen op zoek naar een guesthouse die hun door
iemand was aanbevolen. Het was er wel, maar we werden van het kastje naar de
muur gestuurd. Ik reed rustig achter hen aan en zag ze ineens niet meer. Ik zag
helemaal niets meer aangezien er allemaal rook bij de tellerpartij vandaan
komen. Een S.O.S klonk er over de intercom, want Bauwens houdt het smeuïg. Het
S.O.S. was slechts de zin: "Mart, Mart, help mijn motor staat in de fik". Dit
konden we er weer net bij hebben. De dop van de koelvloeistof bleek van het
reservoir afgeschoten te zijn. De koelvloeistof stroomde omlaag langs de hete
motor en dat veroorzaakte een enorme rook. Wij lieten Erik achter om de motor af
te laten koelen en haalde hem later, toen we eindelijk een hotel gevonden
hadden, weer op van dezelfde plek. Het River View Hotel is een eenvoudig hotel
maar met een warme douche en een schoon bed.
Sukhothai verdient een plekje in de top tien van saaie plaatsen. Goeie genade,
geen danstent of discotheekje te vinden! Verder reizen was geen goede optie
omdat Oud en Nieuw voor de deur stond en een betere plek was niet binnen
handbereik, dus besloten daar oud en nieuw door te brengen. De enige attractie
die de moeite waard was gebleken is een oud tempelcomplex in Oud Sukhothai, een
voormalige hoofdstad van Thailand. Het bleek een mooie plek te zijn met allerlei
oude tempels omgeven door een waterpartij met prachtige paarse dotterbloemen.
Oud en nieuw is uiteindelijk toch ook nog gezellig geworden, gezelligheid kun je
maken en dat is gelukt! Gegeten in een restaurant dat om 23 uur bleek te sluiten
maar per gratie sepciaal voor ons nog tot middernacht open bleef. Snel elkaar
feliciteren en de deur uit! Gaf niks want alle drie hadden we hallucinaties van
oliebollen en dat was dan ook 't gesprek van het moment.
Een andere kijk op het oude tempelcomplex |
Vanuit Sukhothai zijn we
naar Mae Sot gereden, een mooie route door de bergen richting Birmese grens, een
waar kolfje naar de hand van fervente motorfreaks. Na mijn valpartij van een
dikke week terug is het vertrouwen weer terug en kunnen we weer wat op niveau
presteren. Ik voel dat ik ervaring begin op te doen en dat doet ons allen goed.
Tja voor ik weg ging had ik tenslotte net mijn rijbewijs en 0 ervaring! Maar dat
verandert nu in rap tempo en aan Mart heb ik een perfect voorbeeld en ik leer
veel maar vooral snel van hem. Mart en Jen verdienen een pluim, betere
reisgenoten kun je je niet wensen. Jen is een echte "Mother Goose" en ik kon me
niet vaak genoeg melden. Dan klonk er door de intercom: "Wat vind je van de
omgeving Eer?" Mijn reactie was absoluut niet van belang zolang ik me maar
meldde.
Toen we Mae Sot in reden stroomde weer koelvloeistof over de motor heen. Door
mijn eerdere ongelukkige valpartij, was ook de thermostaat van de koelvloeistof
kaduuk gegaan. Mart had gezien dat er 2 sensoren in zaten en had de de boel zo
in elkaar geknutseld dat nu de andere sensor aangesloten was. Hij wist echter
niet zeker of het een identieke sensor was, dus niet. De thermostaat was dus nog
steeds stuk en hierdoor bleek de ventilator niet automatisch aan te slaan. In
een stad vormde dit een kokend geheel, waardoor de druk zo hoog werd, dat de dop
eraf schoot. De dop was er gelukkig nog en Mart heeft het probleem opgelost door
de steker van de thermostaat te halen, waardoor de ventilator nu continue blijft
draaien en we absoluut geen problemen meer hebben.
Vanuit Mae Sot hebben we
een poging ondernomen om de Ti Lo Su watervallen te bezoeken ongeveer 178 km ten
zuiden van Mae Sot. Van foto's hadden we namelijk gezien dat deze zeer
indrukwekkend waren. De weg van Mae Sot was een echt snoepje. De goede asfaltweg
ging dwars door de bergen en wat een bochten. Lekker genieten en voor mij DE
ideale gelegenheid om mijn zelfvertrouwen terug te krijgen en mijn
rijvaardigheid te vergroten. 20 km voor de watervallen gingen we een Nationaal
Park in en daar stond een parkwachter die ons de toegang weigerde. Alleen 4WD's
mochten het park in, omdat de weg te slecht zou zijn. Nu moet je dat natuurlijk
niet als een excuus gaan opvoeren bij overlanders. Mart was zeer verontwaardigd
(zacht uitgedrukt), en vroeg hoe hij in hemelsnaam naar Thailand had kunnen
rijden zonder slechte wegen tegen te komen. Gewoon het feit dat anderen bepalen
wat hij met een motor wel en niet kon viel bij Mart verkeerd. Maar hoe zeer we
ons best deden het mocht uiteindelijk niet baten. Mart reed nog verder met Jen
naar de het hoofdkantoor en kregen een uitleg van de regel en een nadere uitleg
bleef uit (want het was niet uit te leggen!). Dit maal speelde Mart de tweede
viool, want Jen had geen zin in een poppenkast. De rapen waren gaar bij Jen. Na
ongeveer een kwartier kwamen zij terug. Ik had de parkwachter kunnen overtuigen,
dat het bellen van de politie achterwege gelaten kon worden. Toen Martin met Jen
verder ging, spraken haar ogen boekdelen. Daar we geen zin hadden om met een 4WD
voertuig te huren en onze motoren alleen achter te laten en besloten terug naar
Mae Sot terug te rijden met ons buik vol van parkwachters, die echter blij waren
dat ze weer eens op hun strepen hadden kunnen staan en iemand de toegang hadden
kunnen weigeren. En op deze wijze rechtvaardigen ze ook weer hun werk. Toen we
terug waren in Mae Sot, hoorden we van een lokale Thai dat deze weg 1092 bochten
heeft (enkele reis!) en dat door de bergen, "do I need to say more?" Dan te
bedenken, dat de eerste 50 km zonder al teveel bochten is. Uitgerekend was er op
ongeveer 155 meter een bocht, dus tel uit je winst. Deze dag 387 km weggeblazen
en dit was heen en terug, dus voor de snelle rekenaars onder ons 2184 bochten.
De weg liep verder noordwaarts langs de Birmese grens en dit was een absoluut
feest. Lekker rustig rijdend konden we volop van de omgeving genieten. We werden
aangehouden door een Thaise legerpatrouille maar die wilden gewoon onze motoren
bewonderen waarna we verder konden rijden. We waren op weg richting Pai en
overnachtten die nacht in een shelter, geen overbodige luxe om een dak boven je
hoofd te hebben, de bewolking condenseerde in de nacht op de bomen en planten,
zodat daar de 'regen' vanaf droop. Het werd ook nog flink koud die nacht. Maar,
de ochtend werd zonder problemen gehaald en we gingen weer op pad. Het laatste
stuk van de rit tot aan Pai ging dwars door de bergen tot op 1500 meter en was
een ware lust voor de motorrijder. De bochten, afdalingen en klimpartijen waren
een uitdaging die we dan ook niet uit de weg gingen. Moe maar voldaan kwamen we
aan in Pai. Martin voelde zich al tijdens de rit niet lekker en had een griepje
ontwikkeld, blij als geen ander aangekomen te zijn stortte hij zich in zijn bed
en was ook nog helemaal in zijn dikke slaapzak gekropen. Hij was zo warm als een
straalkachel en had 39.2 graden koorts. Het hotel was super. Het heet Paradise
Guesthouse en het was ook een klein paradijsje met houten bungalowtjes.
Martin voelt zich niet lekker en ligt te bakken op de motor |
Een ware oase van rust,
welke omgeven was door een prachtig landschap en bergen. In het plaatsje Pai
hangt een relaxte sfeer, het uitgaansleven bestaat uit barretjes en
restaurantjes waar je goed kunt eten. De tweede dag bleek mijn kamer dubbel te
zijn geboekt. Ik had de keuze om in het grote huis te slapen van de eigenaren of
twee kilometer verderop een bungalowtje te nemen. Zelf bedacht ik mijn tent op
te zetten, het was toch maar voor één nachtje. De volgende middag kon in weer op
mijn kamer, no problemo! Meteen ben ik de volgende dag de tent gaan afbreken,
alvorens ik goed en wel was begonnen zag ik een staart onder de tent verdwijnen.
Een staart?? Ik dacht aan een hagedis want die had ik al eerder mogen
aanschouwen. Toch bedacht ik, wees behoedzaam, tenslotte had ik niet kunnen zien
wat er nog meer vast zat aan die staart Ik besloot de tent in één keer vier
meter door de lucht heen te laten zweven (lichtgewicht). Hoppa!! En zie daar de
staart, echter bleek het er één te zijn van ruim een meter: een slang! Holy
f..... wat nu? Hij keek me aan met een blik van: "Dit vinden wij niet fijn
meneer"! De slang voegde daad bij het woord en spoedde zich richting tent, die
vier meter verder stond. Shit nog aan toe het reptiel kroop er weer onder. Nou
laat ik me niet kisten en pakte de tent en die zeilde weer vier meter verder
neer. De slang, die het wel een leuk spelletje leek te vinden maakte weer
aanstalten om richting tent te gaan, echter ik had andere plannen en stond vlak
voor de tent ongelooflijk te stampvoeten en gek te doen. Let wel, op veilige
afstand natuurlijk. Dit maakte blijkbaar grote indruk want de slang kroop
richting de vijver en verdween er in. Ben ik blij dat we niet zijn gaan zwemmen,
iets wat onze gastvrouw als een mogelijkheid aangedragen had! Een slangebeet kan
behoorlijke gevolgen hebben. Later vroegen we onze gastvrouw of hij giftig was,
OOOOH, dat is onze huisslang en die doet niks! Ik ben van mening dat alleen de
tuinslang ongevaarlijk is, ik heb maar verstand van één slangetje en daar zullen
we maar niet verder op in gaan. Toen Mart en Jen thuis kwamen, hadden die aan
één onderling blik genoeg: Die Bauwens had alles weer in beroering gebracht en
hield het zeer smeuïg!
Het valt best wel mee om in Thailand zelf motor te rijden! |
Jen had al eens eerder op mijn motor gereden maar in Pai meldde ze ineens dat ze
wel een stukje wilde rijden. Eerst terug naar het guesthouse maar daarvoor moest
je 25 meter steil omhoog en alleen dat idee was genoeg om geen hap meer door
haar keel te krijgen. Maar toen ze er voor stond bleek het geen probleem te zijn
en reed zonder problemen omhoog. Maar in plaats van trots te zijn dat ze omhoog
gereden was maakte ze zich al zorgen dat ze zo meteen naar beneden moest, maar
ook dat ging probleemloos. Toen alleen de weg op met Martin achter haar aan
contact houdend via de intercom. Een rustige weg langs de hotspring en aan het
eind van de weg zei Martin linksaf te gaan. Deze weg ging de bergen in en dit
was niet precies wat Jen onder een relaxt ritje verstond. Maar ook de
haarspeldbochten werden zonder problemen genomen. Maar halverwege de top was het
genoeg en zette ze de motor langs de kant. In plaats van trots te zijn op de
beklimming zat ze weer enorme problemen te creëren voor de afdaling. Maar.....
ook hier kwam ze zonder problemen door. Terug in Pai reed ze ook zonder
problemen de helling op. De hele reis was probleemloos verlopen. Nou ja, het
parkeren ging niet goed en de motor viel. Maar dat zijn die vermaledijde korte
bochtjes en die tellen niet niet echt mee hoor Ruud, vraag maar aan Erik. Zo'n
eerste ritje was wel heel inspannend getuige het feit dat Mart een (baby)olifant
bij de hotsprings had gezien en Jen absoluut niets had gezien. En als zij geen
olifant ziet wil dat heel veel zeggen!
Een dag later zijn we met z'n drieën in de avond gaan stappen in Pai, aangezien
Martin reeds over zijn ergste griep heen was en zich weer buiten de deur durfde
te vertonen. Als eerste naar café Del Doi, dat ongeveer 7 km buiten Pai ligt bij
de lokale hotsprings. Een mooi café en groots opgezet. De eigenaar een
Hollander, genaamd Marcel, had uitbreidingsplannen om er bungalows bij te bouwen
met hotspring water. In iedere bungalow wilde hij een bad met heet water hebben.
Mijns inziens een veelbelovende plek. Nu ligt het nog wat afgelegen en zaten we
er als enigen te eten daar; lekker rustig! Het eten was net zo duur als onze
nacht accommodatie, maar dat drukte de pret niet. Hierna zijn we naar het Bi Bop
café in Pai zelf gegaan en daar treedt iedere avond een live Bluesband op. Er
wordt veel gedronken door de mensen daar en de types die je er ziet rondhangen
zijn zeer interessant. Een soort mensen die hun uiterste best doen om er zo raar
mogelijk bij te lopen. Van één dacht ik wat heeft hij een apart petje op maar
het bleek zijn haar te zijn en ga zo maar door; mannen met broekrokken die een
pluk zeewier aan hun kin hebben hangen, vrouwen met gebreide mutsen op het
hoofd, enz. Dat alles in de naam van het hogere spirituele welzijn en peace, op
zich een loflijk streven maar dat gezweef hoef voor mij niet zo. Een Belg die
wij ontmoet hebben had de situatie als volgt omschreven:
"... waar blijkbaar alle hippies verzamelen en blijkbaar moet je toch als echte
"backpacker" een bepaalde modieuze trend volgen, d.w.z baard laten groeien,
zoveel mogelijk op Jezus Christus gelijken, paarse hippiekleren dragen en vooral
altijd op de grond zitten en niet op een stoel als ze je eten komen brengen.
Eigenlijk heb ik goed met ze staan lachen. Ze leven dus blijkbaar nog altijd".
Wij hadden zelf geen betere definitie kunnen geven, dan Pascal.
Spuitende geisers vlakbij Om Khut |
Vanuit Pai zijn we richting Chang Mai gereden. Mart had een leuke weg op de
kaart gezien en de vraag of hij onverhard was werd beantwoord. Meer dan 100 km
off road. Een mooie weg om de F650 GS uit te proberen. De WP-vering hield zich
goed en de motor laat zich goed sturen door de kuilen en over de stenen. Zelfs
met alle bagage. Een hele dag lang reden we door een ongerept landschap onderweg
vele kleine dorpjes passerend of er wat drinkend. We spraken nog met een lerares
van de lokale school die ons uitnodigde maar wat we beleefd af moesten slaan.
Nee, wij hadden absoluut de behoefte niet meer om een "Hilltribe track" te gaan
maken die hier zo populair zijn. Het was een lange dag en we dachten het leukste
gehad te hebben toen we weer op asfalt kwamen maar werden toen nog getracteerd
op schitterende bochten door de bergen en waren we net voor het donker in Chiang
Mai.
In Chang Mai verbleven we in het Suzuki Guesthouse boven een dealer van
brommertjes. De locatie was perfect gelegen in het centrum, wat wil je nog meer?
Het guesthouse is simpel , maar schoon met een gemeenschappelijke douche en
toilet. 150 Bath voor een tweepersoonskamer per nacht. De plek voor een lekkere
bak leut hadden we snel gevonden bij Starbucks aan het einde van het straatje op
de kruising. De koffie is niet goedkoop maar zooooo heerlijk na weken alleen
maar Nescafé gedronken te hebben. Chang Mai is een levendige toeristische
plaats. Om vier uur in de middag is men druk bezig alle stalletjes op te bouwen
voor de nachtmarkt. In de ochtend is alles weer weg en zie je een compleet
andere stad. We zijn er een paar dagen gebleven en zelfs nog wezen stappen in de
discotheek Hotshots. Vijf uur in de ochtend zegt genoeg, maar Mart en Jen zaten
eerder op hun stok. Het volgende uitstapje was via een Nationaal Park ten
zuidwesten van Chang Mai. Een mooie weg waar we van genoten van vergezichten en
de hoge bergen. Gewoon uren genieten en rijden en woorden zijn dan overbodig
want de omgeving spreekt voor zich. Wat een dag, want ik ontdekte dat het op een
steile helling met zand en gravel het moeilijk draaien is. Ik mocht de grond
wederom van dichterbij aanschouwen. De motor laten zakken en afgestapt na de
balans verloren te hebben is dan je enige optie. Ik weet nu: Hoe langzamer de
bocht hoe lastiger je je balans houden kunt. Ach ja, door schade en schande leer
ik met vallen en opstaan. Zal wel niet voor de laatste maal zijn. De spanband
van de A.N.W.B. kwamen goed van pas. Het slot van mijn rechter koffer was
verbogen. Toch heb ik al veel ervaring (ook als brokkenpiloot) opgedaan in een
korte tijd voor mijn gevoel. Jen en Mart lagen in een deuk toen ze zagen dat er
niets aan de hand was, toch nog iemand blij! In de avond hadden we een shelter
gezocht. We vonden een mooi houten hutje langs de weg met warempel een openhaard
en een houten vloer om op te liggen en de rivier stroomde vlak langs de shelter.
We maakten hier ons bed op met klamboe, want zonder een klamboe doen we geen oog
dicht. Het was gewoonweg riant! De dag was ten einde en wat voor één! In de
avond zaten Jen en ik te schrijven op onze Psion en deelden de walkman. Mart
spelde voor pyromaan bij de openhaard. We hadden een lampje op ons hoofd om
beter te kunnen zien. Jen is lang niet meer zo bang van allerlei beestjes als in
het begin, maar guess what? Erik (nog) wel! Hij gooide ineens nog net zijn Psion
niet in de lucht maar hij sloeg ineens als een gek om zich heen. Er bleek een
sprinkhaan op zijn gezicht geland te zijn, die dacht.... voor helicopters only.
Jen moest hier zo enorm om lachen dat ze echt met gekruiste benen stond en het
uitgierde en dacht: "Wat een mietje he! Kwam er een (onschuldig) beest op zijn
voorhoofd zitten. En wat doet hij? Schrok zich wezenloos en gooide alles van
zijn hoofd en begon als een debiel om zich heen te slaan." Ook Mart vond de
situatie komisch. Ja hemel, voor het zelfde geld zit er een enorm gevaarlijk
beest op je voorhoofd en dat zie je zelf toch niet?
De dag nadien zijn we de
berg Doi Ithanon op gegaan tot 2584 meter hoogte. Een schitterende route met
vergezichten. Echter wel koud en zelfs onze handvat verwarming ging aan. Mart en
Jen zaten te rillen als rietjes Na dit rondje besloten we naar Chang Mai terug
te gaan voor twee dagen . Er moeten wat kleine reparaties aan de motoren worden
gedaan en de zender inbouwen. Tijdens het diner vond er een gesprekje plaats met
zijn drieën (naar Jens zeggen werd er een bom gelegd). Jen had nu reeds enkele
malen om mijn motor gereden en het ging haar steeds beter bevallen dus gooide
Erik de knuppel in het hoenderhok door te vragen waarom Jen haar motor niet ook
naar Bangkok over liet vliegen zodat ze zelf kon rijden. Dit bezorgde Jen een
slapeloze nacht waarna zij besloot om inderdaad ook haar motor naar Bangkok over
te laten komen, zij het echter pas als we terug kwamen van onze ronde door
Indo-China. Ook al omdat het verblijf hier langer duurt dan gepland (maar wat is
plannen op zo'n reis!) en ze anders wel heel lang wachten moet voordat ze zelf
kan rijden. Door deze beslissing zag ze weer ineens vele beren en tijgers op
haar pad maar we hebben nog tijd genoeg om deze stuk voor stuk af te schieten.
Martin heeft het er maar druk mee, maar doet dit graag voor zijn Muts.
Een thais weg-toilet zoals dat overal te vinden is |
Tijd voor een korte impressie van de afgelopen weken reizende door Thailand.
Thailand heeft een afwisselend landschap dat erg mooi is. Toch kunnen we stellen
dat het noorden wel erg bekorend is, bergen, dalen, bossen, en adembenemende
vergezichten. Met name voor de motorrijders onder ons een prachtig tourgebied
met uitdagende klim-en afdaalpartijen. Het uitgaansleven hier heeft voor ieder
wat wils, soms even zoeken en vragen. Het eten is goed en vers en geen van allen
is ziek geweest vanwege het voedsel. De mentaliteit van de Thaise mensen is erg
gemoedelijk. Kortom een prachtig land en zeker de moeite waard! Een ieder zal
dingen op zijn eigen manier ervaren, want ieder mens heeft een ander referentie
kader, maar wij als Drie Musketiers ervaren het allemaal op dezelfde wijze.
Ons volgende doel zou richting het noorden zijn, via de plaats Fang. Dit zoveel
mogelijk door de bergen en langs de grens. We hadden nog een routebeschrijving
uit een Duits motorblad. Een paar pogingen gewaagd, maar dat werd een ramp
aangezien de vermelde afstanden (die tot op 10 meter nauwkeurig zouden zijn)
niet in de verste verte klopten. Nee, gewoon onze route bepalen was veel leuker
en werkte ook veel beter. Wel stond er een guesthouse in dat motorblad. Het
bleek een super locatie te zijn, schoon en niet duur. Amila was een boeiende
gastvrouw. Ze nam ons mee door haar tuin en vertelde van de vele bomen en
struiken en waarvoor de Thaise bevolking de vruchten allemaal gebruikten. Jen
had eigenlijk wel langer willen blijven. Ook maakte onze bijzondere gastvrouw
veel tracks (met toeristen) de bergen in en had ze een schat aan kennis en was
erg intelligent. Zij wist veel van de diverse verschillen van de berg bewoners.
Gewoon enorm boeiend om naar haar te luisteren!
Voor onze volgende overnachting belandde we in Mae Sai, het meest noordelijke
plaatsje van Thailand, aan de grens met Birma. De route daarheen was
adembenemend en volgens ons allen, tot zover de mooiste in Thailand. Over
schitterende smalle weggetjes ging het absoluut steil en draaiend richting Mae
Salong. Deze plaats was bekend om zijn markt van souveniers van de lokale
bevolking zodat we er ook bussen met (package)toeristen zagen en hadden gewoon
medelijden met hoe zeer zij af hadden moeten zien over de smalle steile wegen.
Nee, dan veel liever op de motor, dan geniet je 150%! Verkeerd gereden maar dat
vond echt niemand erg op deze wegen. Een korte binnendoor weg genomen die
off-road werd en niet eens meer op onze kaarten stonden. Verder steile verharde
wegen die in de 1 genomen moesten worden! Kortom, duidelijk dat we de tijd van
ons leven hadden.
Hier werkten onze remmen ineens niet (goed) meer! |
Wel merkte ik op een gegeven moment ineens dat mijn achterrem dieper moest
worden ingetrapt en raakte in de veronderstelling dat ik remvloeistof aan het
verliezen was of een ander probleem had. Dus wederom: "Mart, mijn achterrem
werkt niet goed". Ik zou rustig rijden tot de volgende overnachtingsplaats. Alle
drie hadden we zoiets van wat nu weer? Tot het moment dat Mart een paar minuten
later zijn achterrem gebruikte en die geheel niet werkte, dit was even
schrikken. Vooral als je op een helling weg wilt rijden en dus de aangeleerde
procedure niet meer werkt. Maar toch lukte het met gas geven en remmen met de
rechterhand, zij het dat het geen schoonheidsprijs verdiende. We zijn afgestapt
en bekeken het probleem. Het bleek dat er een vettige aanslag op de remschijf
zat van het pas geteerde wegdek, zodat de remklauw nagenoeg geen vat had op de
remschijf. Dit probleem verhielp zichzelf na een tijdje, nadat we die weg hadden
verlaten. Tja zo zie je maar hoe er onverwachte dingen kunnen gebeuren, maar
raar gelukkig genoeg had alleen de achterrem problemen. We kwamen aan in Mae Sai
en vonden een guesthouse Chad genaamd. De kamers zijn sober en er is een
gemeenschappelijke douche en toilet. Wel kun je in zijn werkplaats aan de motor
rommelen. Afijn volgende ochtend de motor weer opgetuigd totdat...... ik
bemerkte dat mijn koppelingshendel wat meer speling had dan gebruikelijk. Het
leek heel weinig, maar toch. Ik had besloot hem iets bij te stellen. Toen ik
goed keek en controleerde zag ik slijtage van de kabel bij de hendel. Ja hoor,
daar is hij weer, Mart: "Mart mijn koppelingskabel is kapot. Ik geloof dat hij
niet helemaal goed is. " Bij nauwkeurige controle bleek de kabel op een haar na
door te zijn. (3 ijzervezels). Waarschijnlijk, vanwege de val enkele weken
geleden is de boel ietsje verbogen en gaan schuren. Samen hebben we de kabel
vervangen voor een nieuwe die ik gelukkig al (voorzienigheid?). Dit was de
reservekabel en meteen ook er een nieuwe hendel op gezet. Deze wel 3 cm
ingekort, dit om verbuigen te voorkomen bij een volgende val op het stuur, wat
voor deze brokkenpiloot geen overbodige luxe zou zijn!). De hendels zijn bij een
val te lang is uit de praktijk gebleken.
De tocht ging langs de "Gouden Driehoek", de plek waar Thailand, Birma en Laos
bijeenkomen. Het is gewoon de plek waar de Nam Sai in de Mekong rivier uitmond.
En echt, dat is alles. Absoluut niets bijzonders. De reisgidsen blazen het
echter enorm op en dus komen er busladingen toeristen. Om die mensen niet al te
veel teleur te stellen hebben ze er souveniers stalletjes, restaurants en
(tribal)musea neer gezet en kun je de Mekong over naar Laos, zonder visum. Nee,
niets voor ons dus. Wij prefereren het rijden door de bergen wat we dan ook
volop deden. In de avond hebben we overnacht in een shelter in een klein
plaatsje Pang Hat. Volgende dag verder gereden naar Thung Chang hier ook weer in
een shelter overnacht. Gelukkig voor Mart en Jen een stuk minder koud dan de
nacht er voor. Zij hebben nog niet alle bagage en missen een matje en een
slaapzak. Maar een gedeelde slaapzak en een lokale deken als matras verlicht het
gemis enigszins. Mart stond die dag echter wel met zijn verkeerde been uit bed,
alles zat tegen en tot overmaat van ramp ging de brander ook nog 'stuk'. Nou ja
stuk; in zijn woede over het slechte functioneren had hij iets te hard geklopt.
Zijn Multi brandstof brander was namelijk niet zo Multi. Vanwege de smerige
(auto)benzine die een roetaanslag geeft in de pit en leiding van de brander. Nu
staat in de beschrijving dat je dat er uit kan kloppen. Jawel maar niet zo hard
Mart! Kerosine is veel beter (zuiverder), maar dan moet je dat wel kunnen
vinden. Probleem is dat ze in dit deel van Thailand op gas koken dus is de
kerosine niet te koop. Afijn, hadden we weer wat te repareren (en blijven we
uitkijken naar kerosine!). Jen trok lekker van leer en vroeg of het ietsje
minder kon zijn. Het was wederom een mooie rit die dag maar het was duidelijk
dat we aan een rustpauze toe waren. Rijden iedere dag in de bergen en
overnachten in shelters is inspannend. Je slaapt ook lichter in een shelter
vanwege eventuele ongenode gasten die kunnen opduiken. Uiteindelijk besloten we
naar het naburige Nan te rijden waar we in een guesthouse intrek namen om even
bij te komen, een echt bed en een warme douche deden wonderen. Het Doi Phukka
guesthouse is een eenvoudig gebeuren, een handdoek vragen leverde bij Jen en
Mart een nors gezicht op. Na enige instructies van Jen dacht ik, ik vraag niet,
ik zeg gewoon ik wil een handdoek! De Thaise keek boos maar durfde echter niet
te weigeren want ik keek ook boos. Koffie kun je zelf pakken, Nescafé wel te
verstaan met chloorwater, beter wat is dan niets natuurlijk. Naar je ontbijtje
kun je fluiten en op je buik schrijven, maar dat was elders wel te halen.
Tijdens deze rustdag hebben we hier wel mijn zender in de motor kunnen bouwen,
Mart is handig met dat soort zaken in elektra. Nu hoeven we geen batterijen meer
om de drie dagen te vervangen en dat is een zegen, want zodra de batterijen wat
minder werden, dan ging de andere zender storen.
Erik tussen de twee 'Changs' |
Na weer een 'guesthouse' nacht gingen wij verder richting het zuiden. De stad
uit ging wel, totdat alles in het Thais verder ging en we op de GPS moesten
verder rijden. De weg, die eruit zag als een hoofdweg, veranderde in een
off-road weg en volgens de kaart waarschijnlijk zou die uitkomen in Timboektoe
aangezien die niet op de kaart stond. We werken met de Nellis kaart en een
Thaise kaart.. Mart wist zich een weg te vinden uit het doolhof. Tijdens het off
road rijden was er een stuk waar ze met wegwerkzaamheden bezig waren. Er was net
aarde gestort en Mart en Jen reden voorop. Als een speer was het Mart gelukt er
doorheen te komen en Jen was niet afgestapt. Nu was het mijn beurt. Dit was een
nieuwe ervaring die me nu te wachten stond. Het gas werd lekker open getrokken
en jawel, daar ging meneer Bauwens met een spinnend achterwiel tegen de vlakte.
Met de grootste sjeu hapte hij weer uit de blub, blub. De hele dag was rommelig.
De plaatsnamen waren in het Thais geschreven. Omstreeks 14:00 uur vonden we een
stekje om te gaan lunchen en toen we vertrekken wilden.......... surprise,
surprise! Bauwens was zijn alarmkastje kwijt. Dit heb ik geweten, want nu was ik
alweer het onderwerp van spot en gehoon door die twee. Ach, gedane zaken nemen
geen keer, maar om de motor weer aan het lopen te krijgen moest Mart wel in zijn
koffer graven naar de reserve unit. Toen was nu het leed weer geleden maar wilde
Mart nog wel één van Jen haar units ook voor mijn motor programmeren, zodat ik
die nu ook als reserve heb. (Wie dit allemaal nog snapt verdient een pluim, en
sorry dat ik het voor jullie zo ingewikkeld maak!) Het is maar goed, dat Jen
haar motor naar Bangkok over laat komen, want dan kan Ed het krat vol proppen
met allerlei onderdelen voor mijn (maar ook Martins motor hoor!) motor. We
wilden deze dag toch nog wat verloren kilometers inhalen en reden vrij lang
door. De nacht werd doorgebracht onder een voorraad huisje, weliswaar wel met
een hangslot afgesloten, maar hieronder was nog plek om te slapen.
Mart en ik waren met de motor bezig om een raar geluid in de motor te traceren
en tevens het reserve alarm te programmeren. Onderwijl had Jen alles voor de
nacht in orde gemaakt en een kampvuur aangemaakt. We hadden voor het slapen nog
de grootste lol, want Jen evalueerde met Martin het sprookje van Klein Duimpje.
Nog even door Thailand met meneer Bauwens en er zou op de zoektocht door
Thailand een gloed nieuwe F 650 GS getraceerd kunnen worden. Overal ligt er wel
een kruimeltje. Ik liet echter die beiden maar lachen, mijn tijd komt nog wel
als de motor van Jen er is. Wie het laatst lacht, die lacht het best! (Die Mart
had het trouwens wel slim aangepakt door alleen van huis te vertrekken zodat
deze zaken nooit in zijn reisverslag gekomen zijn. Ik moet ze echter maar
eerlijk vermelden omdat anders deze dingen zeker aangevuld zouden worden)
De volgende ochtend waren we nog maar 100 meter onderweg toen bleek dat de
zender van Erik het niet deed. Of beter, hij deed het wel maar stoorde enorm
zodat hij absoluut niet te verstaan was. Als de motor afgezet werd functioneerde
alles echter wel ruisvrij. Probleem is waarschijnlijk dat Erik geen onstoorspoel
in de voeding heeft (Mart wel!) en dus moet deze er alsnog tussen gezet worden
(weer wat voor in het krat!). Dus de zender maar weer van de accu afgekoppeld en
er batterijen ingestopt. Dat probleem was nu opgelost maar het rare geluid onder
bij de kettingkast bleef bestaan en werd zelfs erger en dat zat mij niet lekker.
Mijn motor begon steeds meer op een malende koffiepot te lijken.
Na zoveel dagen door de bergen 'draaiend' begon ons dit wel een beetje te
vervelen en verlangden we naar een heerlijke brede asfaltweg zonder gaten en
onverharde stukken. Dus na Na Haeo reden we naar de hoofdweg. Maar ja, de bergen
hielden niet op en nu reden we over hoofdwegen door de bergen en dit was ook
enorm genieten om met 80 km/u door de bochten te gaan hangen was ook kikken en
het schoot bovendien nog flink op ook. Bij Chiang Khan ontmoetten we de Mekong
weer en bleven hem volgen tot Nong Khai dat we pas tegen het vallen van de avond
bereikten. Het guesthouse van onze keuze was reeds vol. We werden verwezen naar
een ander guesthouse, wat uiteindelijk best heel knus was. Erik had echter wel
zijn klamboe nodig tegen alle beestjes die door de gaten in de hor naar binnen
kwamen.
Nong Khai was als eindpunt van onze noord Thailand trip uitgekozen vanwege zijn
grensovergang. Hier wilden we een nieuw 30 dagen visum voor Thailand halen
zonder Laos binnen te gaan, net zoals Mart destijds aan de Maleisische grens had
gedaan. Dus togen we de volgende ochtend omstreeks 09:00 uur naar de grens. Het
uitstempelen was geen enkel probleem maar terug was andere koek. Nee dus! Dit
was absoluut niet mogelijk. Een dame, die gezien had dat we niet uit Laos kwamen
nam haar functie wel erg letterlijk nam kakelend als een kip zonder kop en werd
door ons drietjes uitgeroepen tot BITCH van het jaar 2002 doordat ze iedereen
inseinde. Van ons kreeg zij de hoogste onderscheiding. Alleen met een stempel
van Laos was een nieuw 30 dagen visum mogelijk. Ook toen we het hogerop zochten
bleven ze dit standpunt volhouden. Wel konden we een verlenging aanvragen maar
dan krijg je maar 15 dagen (en moet je 500,- Baht betalen). Dus moesten al onze
stempels weer gecancelled worden en kreeg Erik zijn papieren voor zijn motor
weer terug. Nu hadden we wel voor de tweede maal in 2 maand een gecancelled
stempel in ons paspoort. Erik had geen pasfoto's bij zich dus terug naar het
hotel.
In het hotel werd er onder een kop koffie gebrainstormd. Onze bedoeling was om
met een nieuw Thais visum naar Bangkok terug te gaan om de motoren een kleine
beurt te geven en daar meteen nieuwe visa voor Laos en Vietnam te halen. Nong
Khai was een grote stad waar het geen probleem was om de motor een beurt te
geven. Ons Laotiaanse visum konden we aan de grens halen en in Vientiane konden
we een visum voor Vietnam aanvragen. Dus werd het plan helemaal gewijzigd. Het
enige nadeel was dat we aan de grens slechts een 15 dagen-visum kregen voor Laos
i.p.v. de 30 dagen in Bangkok. Maar Jen en Mart waren reeds in Laos geweest en
voor hen was 2 weken meer dan genoeg.
De motorpakken werden dankzij Jen en Kai, onze gastvrouw, weer brandschoon en
leken we helemaal niet op overlanders. Mart en ik besteedden onze tijd aan de
motor wat geen problemen opleverde. Het koffiemolengeluid van mijn motor bleek
een ketting te zijn die niet lekker over de tandwielen liep en dus verving ik de
gehele set (ketting en tandwielen) waarna de motor beter liep als nooit te
voren.
Jeannette doet de dagelijkse boodschappen op een lokale markt |
Jen heeft de motor ook nog een dagje mee gehad (Mart was mee) en kon dit alleen
maar beamen. Voor het eerst had ze een lange rit (+200 km) op mijn motor achter
de rug en hierbij ook een stuk over de snelweg gereden. Hierbij kreeg ze de lol
snel te pakken en heeft het gas tot 140 km/u open getrokken.
Toen we in Nong Khai waren kregen we een e-mail van Mark Summer, een Amerikaanse
overlander op een Triumph Tiger, die via via ons e-mail adres had en wist dat we
naar Indo-China wilden. Onze plannen bleken goed samen te gaan en de dag voordat
we Laos in wilden ontmoetten we hem bij ons guesthouse. Een leuke jongen waar we
waarschijnlijk wel mee samen konden reizen.
Ze moeten aan de grens wel raar hebben opgekeken dat we weer ons uit kwamen
stempelen maar alles verliep gelukkig probleemloos. Mark en ik hadden het
'beruchte' witte papier (tijdelijk invoerdocument) in te leveren maar dat bleek
niet voldoende te zijn. Er moest nog een ander (onduidelijk) papier bij en
daarover werden we door een zich belangrijk vindende officier over aangesproken.
"Ja meneer, de volgende keer doen we alles beter". Toen Mart vervolgens alleen
met een Carnet aankwam waren de rapen gaar en sloeg alles op tilt omdat hij geen
wit papier had. Hij werd pissig dat de douane hun eigen fouten (het gebrek aan
uniforme procedures) op hem af wilden wentelen maar Mark interruppeerde met een
hele brede lach en besloten werd om Mukdahan (waar zijn carnet afgestempeld was)
te bellen. Na het telefoontje bleek alles in orde te zijn, alleen kwam diezelfde
officier weer met zijn tweede verhaaltje over de volgende keer. Dit hebben we
rustig knikkend aangehoord waarna we vervolgens met onze motoren de
Friendship-bridge over konden.
Aan de Laoszijde werden we gedirigeerd om onze motoren uitgerekend op dezelfde
plek te parkeren waar Mart en Jen de vorige maal niet mochten parkeren. Onze
visa aanvragen en toen bleek dat Mart de pasfoto's aan de Thaise zijde had laten
liggen. Dus hij op de motor terug alle checkposten passerend. Toen hij de
Friendship-bridge op reed kwam er een Laos beambte de weg oprennen,
waarschijnlijk ingeseind door de walkie talkie, die hem probeerde te stoppen
maar te laat was. Mart stopte nog wel maar toen de beambte gebaarde dat hij
terug moest gebaarde Mart dat hij ook terug ging maar via de Thaise zijde en
reed vervolgens door. Inderdaad bleken de pasfoto's nog aan de grens te liggen,
vergeten door alle heisa. Wederom de brug over en vriendelijk zwaaiend naar de
beambte die alleen terug zwaaide. Bij de grens stormde echter direct meerdere
beambten op hem af en moest hij direct stoppen en mocht hij zijn motor niet bij
de onzen parkeren. Dus stopte hij stapte af en liep naar de ons toe bij het
loket van de visumaanvraag.
Geen verdere problemen en ook het stempelen van de Carnets ging vlekkeloos. Dus,
konden we nu Laos binnen rijden, maar hierover meer in het volgende verslag.
De bedoeling is dat Mart en Jen naar het zuiden van Laos gaan nadat zij hun
visum voor Vietnam hebben gehaald, en dat ik samen met Mark het noorden in ga.
We ontmoeten elkaar dan 9 februari in Lakxao om de volgende dag gezamenlijk de
grens met Vietnam over te steken. Dus begin maar vast voor ons te duimen!!!
De drie Musketiers