Reisverslag 19          Bangkok (Thailand, 06-12-2001) t/m Nong Khai (Thailand 28-01-2002)

Ik zal mijzelf eerst introduceren als een van de "Drie Musketiers", mijn naam is Erik Bauwens en ik ga met Martin en Jeannette meereizen op een kanariegele BMW F 650 GS. Het fluiten leert Mart me wel, volgens onze mascotte, genaamd Jen.
Na een tijd van 6 maanden voorbereidingen, heb ik uiteindelijk afscheid genomen van familie en vrienden. Ik werd uitgezwaaid op Schiphol. Op 6 december omstreeks 7.30 uur (lokale tijd) kwam ik aan in Bangkok. In het vliegtuig had ik niet geslapen, omdat ik te opgewonden was over alles wat mij te wachten stond. Maar goed dat ik van te voren niet echt wist wat me te wachten stond!. Een leuk voorval was dat ze me in de business class hadden geboekt. Ik kwam daar achter, doordat er een video in de armleuningen was aangebracht en er champagne met hapjes werden uitgeserveerd. Natuurlijk deed ik of het de gewoonste zaak van de wereld was, maar ondertussen! Er zouden nog magere tijden aanbreken, dus maar even lekker van genieten.
Moe, maar gelukkig dat ik nu eindelijk begonnen was aan de reis kwam ik in Bangkok aan. Martin en Jeannette stonden op mij te wachten. De dag voor mijn aankomst hadden ze nog 700 km weggeblazen om er op tijd te zijn. Zij hadden de nacht doorgebracht in een hotel wat eigenlijk meer weg had van een peeskamertje, volgens hun beschrijving. Ik had wel gehoopt dat ze op de luchthaven zouden zijn, maar niet verwacht. Het ontroerde me zeer, dat ze er waren. Met de taxi gingen we naar het Bamboo Guesthouse, een lokale hostel waar veel overlanders komen. Iedereen lijkt elkaar te kennen van de reeds gemaakte trips, waarbij je iedere keer wel weer bekenden tegen komt, van waar ter wereld dan ook. Het is een aparte groep mensen, die deze manier van leven hebben aangenomen voor een korte of onbeperkte tijd. Zo moe als een hond liet ik alles over me heen komen en pogingen om alle namen te onthouden van iedereen heb ik maar snel laten varen, omdat ik te moe was en het er te veel waren.
De eerste indruk van Bangkok was: wat groot en wat een druk verkeer met een hoop uitlaatgassen. De mensen hier zijn aardig. In een achterafstraatje zijn we wat wezen eten, een belevenis op zich, want je zit op een piepklein terrasje waar alles voor je neus vers wordt klaargemaakt. Hoewel het straatbeeld in eerste instantie doet denken dat de hygiëne ver te zoeken is, valt het als je goed bekijkt wel mee, afgezien van de uitlaatgassen. Voor nog geen € 1,- (om met de tijd mee te gaan) heb je een maaltijd en drinken kun je zelf meenemen van de supermarkt op de hoek. Als ze niet alles hebben wat je lekker vind ga je naar een stalletje er naast en haal je wat je wilt hebben. Concurrentie lijkt ze vreemd te zijn en in Holland hoef je zo iets natuurlijk niet te flikken. We moesten nog wat sleutelen aan de motor van Martin en rubbers werden vervangen van enkele valbeugels. Jen lag samen met mij op de knieën en wij waren niet bang om vuile handen te krijgen. Verder hebben we een poging ondernomen om een motor voor mij te huren, maar niet gedacht dat het zo moeilijk zou zijn, want iedereen wil er eentje huren en de vraag is groot en het aanbod is schaars. Afgezien van andermans ellende, welke je ook nog in je schoot geworpen krijgt.


Jeannette kan zich in dit bord vinden
Meestal zijn we gelijktijdig wakker met zijn drieën want we slapen met zijn allen op één kamer en dat gaat goed. Alle kamers waren vol geboekt en voor een weekje of zo vind ik het niet erg. Voor Mart en Jen en ook uiteindelijk voor mezelf is het wel beter privacy te hebben, althans dat zou ik zeker nodig hebben als ik hun was. Mart en Jen zijn makkelijk in dit opzicht, maar genoeg hierover. De dag begonnen met een stevig ontbijt, waarna Martin en ik op zijn motor naar Yut waren gereden. Hij heeft een motorzaak niet ver van ons guesthouse vandaan en alle overlanders sleutelen daar aan hun motoren. We waren al een keer eerder bij Yut geweest, maar helaas zonder resultaat voor wat betreft het huren van een motor. Deze keer had hij weer geen motor te huur en had niets gehoord van zijn collega's . Wel kregen we een adres van Red Baron en zijn daar toen naartoe gereden. Deze zaak lag ook wel in het centrum maar was toch nog 25 km rijden. Martin kan goed rijden en ik voelde me veilig achterop, wat heel wat zegt. Ook daar was er geen motor te huur, dus keken we naar een eventuele koop motor. Off road was sowieso niet te krijgen. We hoorden dat er eentje stond bij de Dirtshop een andere zaak, maar helaas gingen de winkels dicht en werd het weekend. Probleem in Thailand is dat de 'zware' motoren (alles boven 250 cc!) ontmoedigd worden en dus worden ze zwaar belast. Een kentekenbewijs krijgen kost je dan ook handen vol geld. Vaak worden ze gewoon zonder kenteken verhuurd maar als je, zoals wij meerdere weken en door heel Thailand wil rijden is de kans dat dat goed gaat gering. Probleempje dus.
Er waren veel Duitse overlanders binnen gekomen in het guesthouse en dat betekende weer kennis maken met veel nieuwe mensen. Op een gegeven moment liep Martin met een bord en gleed uit over een plasje van het hotelhondje, als een snowboarder gleed hij meters voort over de tegelvloer en wel blootsvoets. "Gatverdamme heeft die klotehond weer op de vloer gepist" het bord kon hij als een echte jongleur nog net redden. We lagen in een deuk van het lachen, Mart kon het wat minder waarderen, logisch, ik sta ook niet graag in hondenzeik te balanceren met een bord in mijn handen. In de avond zijn we met zijn allen gaan eten. Philip de Belg die op een Honda Transalp rijdt, vertelde over zijn tocht door de jungle in Zuid Amerika waar we geboeid naar luisterden, want hij heeft met zijn leven aan een zijden draadje gehangen. 's Avonds naar een pub geweest op Khaosan Road, genaamd "Gulliver". Aardig voor een biertje als eerste of laatste op de avond. Alles in Bangkok sluit om 02.00 uur maar er zijn plaatsen die langer open zijn, maar die moet je wel via inside information weten te vinden.
Martin en Jen hadden hun visum voor Australië zo geregeld. Ik had geen afschrift van mijn bankrekening itt. Mart en Jen (een voordeel van het Internet-bankieren), dus moest ik hiervoor weer terug. Nog afgezien van het feit dat er voldoende op moet staan bij deze aanvraag moet je kunnen aantonen dat je voor zes maanden genoeg financiële middelen hebt om jezelf te kunnen redden. Ik had me voor vertrek niet gerealiseerd dat er zoveel voorbereidingen nodig zouden zijn. Tegen de tijd dat we Australië binnen gaan wel denk ik, maar daar heb je op zo´n moment van aanvraag nog geen profijt van. Er was dus weer een probleem dat overwonnen moest worden. Daarom is het goed om een deel van de drie Musketiers te zijn want in dit geval werd het probleem opgelost door een slim idee van Jen.
Huren van een motor in Bangkok bleek dus géén eenvoudige zaak, daar waren we reeds achter. Ik wilde hier dus een motor huren en de mijne laten verschepen naar Australië. Na rijp beraad werd dit plan gewijzigd en werd besloten om mijn motor in te laten vliegen naar Bangkok. Lekker op mijn eigen 'bikie' dus en tevens werd voorkomen dat er iedere keer een zoektocht ondernomen moest worden om een motor te vinden. Jen begon hem nu wel te knijpen, want ze zag de bui al hangen dat ze ook zelf moest gaan rijden, maar Martin vindt het wel lekker om zijn ketelbinkie nog achterop te hebben. Kan er ook niks verkeerd gaan en Mart zou waarschijnlijk aan het opleiden van één aspirant-overlander zijn handen vol genoeg hebben. Het verkeer in Bangkok is een heksenketel en Jen vond het al lang best om hier nog achterop te zitten.
Het besluit om mijn motor over te laten vliegen had vele consequenties. We mailden naar Ed aangezien er ineens vele onverwachte zaken geregeld moesten worden, maar die kanjer maakte nergens een punt van. Het intensieve contact liep per e-mail, telefoon en SMS. Intussen was Martin druk in conclaaf met Peet van Dam voor de verzending en die was nog sneller dan het geluid. Voor ons brak een periode van afwachten aan, al duurde deze slechts enkele dagen doordat iedereen in Nederland zo super meewerkte. Hiervoor nogmaals onze dank!!!
Mijn motor hadden we voor vertrek reeds helemaal ingekrat zodat alles in kannen en kruiken was om naar Australië verscheept te worden. Nu moest het krat van de motor weer geopend worden dit was een tegenvaller voor ons. Iedereen had zo zijn best gedaan om dat krat in elkaar te krijgen. Maar verschepen en vliegen bleken twee heel verschillende zaken te zijn. We kunnen nu iedereen aanraden, om altijd de benzine uit de tank te halen en de accu los te koppelen en een kopie van het verzekeringsbewijs mee te nemen. Voor zeetransport is dit weliswaar niet nodig maar de plannen en omstandigheden kunnen altijd wijzigen. Mijn verzekeringsbewijs was nog steeds niet binnen toen ik op het vliegtuig stapte. Ik heb het thuisfront toen maar even snel een mail gestuurd met de vraag of ze mijn bankafschrift (voor mijn Australische visum) en verzekeringsbewijs in wilden scannen en toe wilde mailen.
We zijn ook over de Chao Praaya rivier, die dwars door Bangkok heen stroomt, gevaren (heen en terug) en dat was mooi om mee te maken. Verder grote afstanden gelopen en gelachen, omdat Jen hierbij bijna moest rennen in gezelschap van twee van die gasten met lange benen. Ze voelt zich dan altijd onrechtvaardig behandeld met haar korte 'pootjes'. Trottoirs en traptreden zijn voor haar altijd als een bergmassief, maar ze stapt altijd dapper voort en laat zich niet kisten. Helemaal niet door twee blaaskaken. Wanneer er gebukt moet worden lacht zij en wij zijn de achter gebleven partij, want zij stoot nooit haar kop. Ledigheid is des duivels oorkussen, dus........?

De 'Gouden Tempel' wordt in Bangkok op handen gedragen
Tussen de bedrijven door zijn we met zijn met zijn vieren naar The Golden Temple en The Grand Palace geweest in Bangkok. Een Nederlander uit Hellevoetsluis, genaamd Michel, ging met ons mee. De tempel was een mooi complex en het paleis ook. Na een paar uurtjes ben je wel uitgekeken op de mozaïeken en de glitter steentjes die ze er in grote getale in verwerkt hebben. Een beetje kitscherig doet het wel aan voor een nuchtere Nederlander. Er was één tempeltje wat zo in het sprookje van Hans en Grietje thuis zou kunnen horen. Die avond de stad in met zijn allen en daarom wilden we wat voorslapen maar het was zo warm dat het water van je lijf af droop dus deze poging werd gedrieën gestaakt.
Als overlander moet je enorm inventief kunnen zijn. Met minimale zaken moet je zo veel mogelijk kunnen bereiken. Erik deed hiervoor niet onder voor een ervaren overlander getuige het feit dat we hem op zijn ijdelheid 'betrapten' toen hij zijn haren aan het 'föhnen' was voor de ventilator die eigenlijk ter verkoeling aanwezig was. Goed zo Erik, je begint het al aardig te leren. Dit gaf Mart en Jen wel voldoende vertrouwen om met Erik op reis te gaan. Op de motor heeft hij hiervoor geen ventilator nodig en kan hij gewoon zonder helm rijden totdat zijn haren droog zijn, maar ja, als je nog geen motor hebt ben je wel op een ventilator aangewezen. Maar gelukkig was er nieuws over de motor: Ed, van het thuisteam, had kostbare tijd vrij gemaakt van zijn werk en de benzine uit de tank gehaald en de accu losgekoppeld. Een hele klus als zo'n motor al staat ingepakt. Zulke mensen zijn heel veel waard als je een reis als de onze maakt. Je beseft dan dat je op dergelijke momenten afhankelijk bent van goodwill en inzet van anderen. Ons thuisteam bestaat uit Ed en Ellen, twee hele goede vrienden, en onze ouders die, in geval van nood, ons bijstaan en zelfs onderling overleg met elkaar plegen. Nee, met zo'n thuisteam als basis zitten we gebeiteld. Ook hadden we te horen gekregen wat de kosten waren om de motor vanuit Amsterdam naar Bangkok over te vliegen en dat was aanzienlijk meer dan ingeschat. We hadden gedacht rond de fl 1150,- maar het kwam uit op ongeveer fl 1450,-. Dat was even slikken, maar het besluit was genomen en de motor moest hier heen komen. Wel vielen deze kosten extra hoog uit omdat we voor de spoed procedure gingen om de motor zo snel mogelijk hier te krijgen. De kosten die je op zo'n moment van de reis maakt lijken enorm, maar dergelijke kosten maak je (gelukkig) niet zo vaak en verder kun je de kosten drukken door te verschepen en de tussentijd door te brengen in een land waar de kosten voor het levensonderhoud laag zijn. Toen dit stukje op de rails stond was het het wachten we op de papieren van de verzekering. Deze hadden al binnen moeten zijn toen ik Nederland verliet.
Door Yut de eigenaar van de motorshop waren we uitgenodigd om met zijn vrienden naar een restaurant te gaan aan de grote rivier en een paar dagen later met dezelfde groep naar een eiland, Ko Kred, 25 km van 'het centrum' van Bangkok. Altijd leuk om met de lokalen op deze wijze om te gaan en te merken dat zij dat ook vinden. Het eiland bleek voornamelijk een trekpleister bij de Thais. Het was bekend om het pottenbakken en dat bleek dan ook door de vele stalletjes. In een restaurant ontmoeten we Tony, die op het eiland zijn jeugd doorgebracht had, en zo kregen we een rondleiding over het hele eiland. Het leuke was dat iedereen Tony kende zodat we regelmatig thee ed. aangeboden kregen. Zo werd een rondwandeling over het eiland een dagvullende aangelegenheid maar tevens ook veel interessanter.

Het uitpakken van Eriks motor op de luchthaven
Eindelijk na twee weken in Bangkok was het een heugelijke dag, want de motor was aangekomen. We zijn toen naar het vliegveld gereden en hebben bijna alles zelf afgehandeld. Een tussenagent zou dat eerst doen maar dat kost veel meer Volgens de rekening zou dat ongeveer fl 295,- meer kosten. Nu waren we ongeveer 600 Bath (fl 13,50) kwijt. Na de kist onder grote belangstelling geopend te hebben bleek de motor er in perfecte conditie bij te staan. Het voorwiel er in en een paar schroeven hier en daar en klaar is Kees. Wegrijden, de loods uit denk je dan, maar ja, nog wel eerst 15 kantoren af, veertig stempels halen en om 40 handtekeningen vragen. Het begon werkelijk een klucht te worden, maar goed we hadden het overleefd en al met al vanaf 9.00 uur tot 14.15 uur bezig geweest, en dat viel ons eerlijk gezegd nog enorm mee. Wat ook opviel was het doosje, snel door Ed in de kist gestopt, gevuld met hagelslag, pindakaas en niet te vergeten de speculaasjes. De speculaasjes zijn echter nooit door de douane gekomen aangezien deze door Jen soldaat werden gemaakt. Joepie, ook pepermuntjes (echte King!) van Corrie. Dankbaar werd alles ontvangen.
Het avontuur was nu ook voor Erik begonnen. Dapper en nog net niet als een jongleur scheurde hij Bangkok in achter Martin aan. Wat niet weet, wat niet deert, maar Mart ging vrolijk over een weg waar geen motoren mochten rijden. De Thaise politie, iel en in veel te strakke bruine apenpakjes uitgedost vlogen naar de kant van de weg en floten... Mart reed echter gewoon door, Jen draaide snel haar hoofd weg en deed of zij niets zag en Erik.... die had het zo druk met zijn eerste rit door het drukke verkeer van Bangkok dat hij hier niets in de gaten had en volgde dapper.
Na een paar dagen waarin we de laatste voorbereidingen aan de nieuwe motor uitvoerden, togen we gedrieën dan eindelijk op pad. De eerste nacht sliepen we in een soort uitgebrand restaurant met uitzicht op het Kao Hao Laem meer, een stuwmeer in de bergen bij de Birmese grens. Roeien met de riemen die wij tot onze beschikking hadden, lukte het Jen en mij om met een soort coniferentak de grond schoon te vegen. Midden in de nacht waren Jen en Mart aan het rondspoken onder hun klamboe. Het bleek dat zij waren vereerd met een bezoek van rode mieren binnengekomen door de kieren tussen de planken, Shit zegt Jen, waarom gaan we niet op de tafel liggen. Helaas, daar liepen ze ook en de tafel zag er versus Mart en Jen niet zo stevig uit. De klamboe heel zorgvuldig onder de matras gestopt en zo werd de ochtend toch gehaald. De dag er op zijn we beland bij een riviertje met een watervalletje en daar hadden we ons kamp opgeslagen. Tijdens de afdaling van de hoofdweg af was ik op mijn plaat gegaan. De telefoon (oproeptoon van onze intercom) ging over bij hun, want zij reden voorop. Gezegd dat ik er aankwam en in mijn uppie 200 kg overeind getild. Jen en Mart hadden hun intrek genomen in een soort wachtershuisje en ik had mijn tent opgezet. Een perfect stekje met gratis douche van moedertje natuur. Het plan was de volgende dag naar de Birmese grens te rijden en dat deden we ook. Ik had nog een flirt met een hele dikke dame, die wel bij me achterop wilde. Bij de Birmese grens aangekomen konden we niet verder, maar dat was niet zo'n ramp. De route er naartoe was perfect, om met de motor te rijden. Een dag later namen we een andere route naar de grens. Hier kon je wel over de grens heen maar moest je eerst weer 25 km terug om een vergunning te halen, dit zou veel tijd gaan kosten en dat hadden we die dag niet meer. We reden terug met het idee om weer bij hetzelfde watervalletje te gaan overnachten en in ieder geval wilden Jen en Mart de dagboeken en de mails bijwerken, ware het niet dat ik gedoopt werd als motorrijder en nu goed op mijn plaat ging. Schade viel mee (iets wat elke motorrijder van zijn eigen ongelukjes zegt): wat schaafwonden (diepe vleeswond) en een lichte hersenschudding als het die naam mag dragen, wel was ik iets (nou, zeg maar gerust een heleboel) in de war en staan sommige dingen me niet meer zo helder voor de geest. Dat gedeelte laat ik dan maar over aan Jen en Mart.

Probeer een verpleger maar eens in een thais ziekenhuis te houden
De motor had een verbogen pedaal rechts, gebroken achterlicht, en een licht verbogen tellerpartij. Verder wat schrammen. De reden van de val was onduidelijk en dat kan ik me ook niet herinneren. Ook enkele dagen later waren we nog niet achter de toedracht. Beide zijden van de motor hadden krassen, en waren de toetsen van de GPS afgeschaafd alsmede het ruitje. Dit samen met het afgebroken achterlicht deed ons besluiten dat er één complete salto met de motor uitgevoerd moest zijn.
Martin en ik zagen in de spiegel Erik vallen. We draaiden snel om met de motor en Erik lag ongeveer 2 meter bij de motor vandaan. Mart gooide mij van de motor en snel de intercom eruit getrokken. In Erik zijn gezicht was veel bloed. Hij bewoog zijn hoofd iets omhoog. Mart had zijn motor zo geparkeerd dat aanstormende automobilisten gewaarschuwd werden van een ongewone situatie. Met verschillende passanten Erik aan de veilige kant van de weg gelegd. Ik was erg emotioneel en op zo'n moment is Mart mijn steun en toeverlaat. Snel zijn helm verwijderd om te constateren waar het bloed vandaan kwam. Mart had zijn jas uitgegooid, zodat ik over water uit zijn camelback kon beschikken. Mijn jas werd als kussen gebruikt. Uit zijn mond kwam bloed, maar dit kwam gelukkig door een tand door zijn lip. Erik was met zijn kin op de grond terecht gekomen. Hij klaagde over pijn in zijn linkerbeen. Hem gezegd te blijven praten en als antwoord zei hij: "Dat doe ik toch ook?" Het was voor mij heel naar om mijn gabber zo te zien. Gelukkig stopte er een pick-up. Het was een Oostenrijker genaamd Armin, die een Guesthouse heeft. In zijn auto zat ook een Italiaan, een gast uit zijn hotel en zij waren op weg naar Bangkok, waar Armin had afgesproken met een vriend. De Italiaan was eigenaar van een motorzaak in Italië. Martin en deze man namen notie van de motor, want er kwam olie uit. De Italiaan bood aan om de motor naar het ziekenhuis te rijden. Ik ben met Erik in de pick-up meegegaan en het dichtstbijzijnde ziekenhuis was in Thong Pha Phum. Mart en ik hadden snel nog alle losliggende scherven van de weg gehaald. Mart was in zijn nuchterheid een onmisbare schakel. In de auto was Erik erg in de war. Hij vroeg meer dan 20 keer: "Jen, wat is er nu gebeurd want ik kan mij niets herinneren?" Twee tellen later: "Jen waar is Martje nu?" Op een gegeven moment kon hij het woord mond en been niet meer uit elkaar houden. Hij begon ook te huilen. Van alles kan hij zich niets meer herinneren. In de auto het adres van onze redder gevraagd. Martin reed achter ons aan. In het ziekenhuis bleek hoe eigenwijs verpleegkundigen zijn. Erik, onze verpleegkundige, vroeg wat hij daar deed en hem alles weer rustig uitgelegd. Zijn linkerbeen deed pijn en er moesten foto's gemaakt worden. Zijn broek en schoenen uitgetrokken voor anderen er de schaar in zouden zetten. Op een gegeven moment wilde hij maar drinken, maar iemand in shock mag je nooit laten drinken. Als het niet goed schiks ging, dan maar kwaad schiks. Hem gezegd zijn kop te houden en gewoon te doen wat ik zeg. Hoera, hij werd als een lammetje. Zijn wondjes onder zijn neus werden schoon gemaakt en er zat een diepe jaap. De goede BMW-kleding had de klappen goed opgevangen en hierdoor had hij alleen een diepe vleeswond op zijn been. Ach, het gat in zijn motorbroek zou ik wel maken. Mart had snel de kleding doorgelopen en alle waardevolle spullen eruit gehaald. Hij was op dat moment meer bij zinnen dan wij. Toen Erik hoorde, dat Mart een hotelletje ging zoeken riep hij gelijk, dat hij met ons meeging. In het ziekenhuis mocht hij op een gegeven moment drinken. Hij kreeg nog een Tetanus-injectie (wat hij in eerste instantie ook niet wilde), want hij had toch alles gehad voor hij weg ging in Nederland. Op dat moment gewoon de leiding overgenomen en gezegd dat hij hem moest nemen, want de arts had beslist. We kregen pillen mee en meneer Bauwens mocht weer met ons mee. Er was in geen velden of wegen een taxi. Mart had tussentijds een hotelletje gevonden en was met een brommertaxi naar het ziekenhuis terug gekomen. Mart zou Erik zijn motor naar het hotel rijden. De vriend van een verpleegster kwam met zijn brommertje voorrijden en de jongen die ons naar de röntgen had gebracht kwam eveneens voorrijden. We zouden op de brommertaxi naar het hotel vervoerd worden. Er was geen ander vervoer. Het was net een slapstick en toen ik zo een ieder voor mij uit zag rijden kreeg ik de slappe lach. Kwam ook van de zenuwen, want het hele gebeuren had een enorme impact op ons allen. Vanuit het ziekenhuis snel enkelen van het thuisfront ingelicht. Daar we niet een ieder zo vlak voor de kerst ongerust wilden maken werd het verder stil gehouden. Thuis gekomen was Erik net een papegaai en zei steeds: "Goh, jullie zullen ook wel geschrokken zijn?" Op een gegeven moment zeiden wij nog slechts ja en nee. We gingen op tijd naar bed, want we moesten Erik de komende nacht meerdere malen wekken. Toen we hem de laatste keer wakker maakten zei hij: "Ik ben er toch!" We hebben de komende dagen erna het heel rustig aangedaan en Martin is (later samen met Erik) met de motor aan de slag gegaan, want er was wel de nodige averij ontstaan en onderwijl had Jen alle schade aan zijn pak hersteld.
Zelf heb ik het allemaal wat wazig beleefd. Na een kort ziekenhuisbezoek, wat in mijn ogen overdreven was (ik bleek stronteigenwijs te zijn en Mart en Jen vonden DAT HIJ DAT OOK WAS!), zijn we naar een hotelletje gegaan wat Mart had zien liggen op weg naar het ziekenhuis. Daar zijn we 6 dagen gebleven. Een dag later werd ik ziek met koorts, waarschijnlijk had ik het al onder de leden en kwam het naar voren in samenloop door de omstandigheden, kortom ik zat flink in de lappenmand voor een paar dagen. Jen en Mart spanden zich in om mij te verzorgen zowel ik als de motor werden goed verzorgd. Het koste me drie dagen om weer bij de tijd te geraken.
Een paar dagen later zaten we in Kanchanaburi in het Jolly Frog Guesthouse en keken we uit over de Kwae Yai rivier. Het is een goed guesthouse en het eten is er ook goed, dat wil zeggen ingericht op ook de westerse keuken en we leken wel van Belgische komaf want eindelijk hebben we ons weer eens een ongans aan patat met mayo kunnen eten, wat is dat toch lekker na iedere dag rijst en groenten. Tijdens het ontbijt zagen Jen en Mart Armin. (Mijn chauffeur na het ongeval). Ik had hem overigens niet herkend.
We zaten vlak bij de rivier met de beruchte 'Bridge over the river Kwai'. Deze brug was een onderdeel van de Birma spoorlijn waar 260.000 mensen hun leven verloren is nu gebombardeerd tot een toeristische attractie. Een dag er voor zijn we bij de spoorlijn zelf in een museum geweest bij de zogenaamde Hellfire pass. Deze pas was een groot stuk rots wat uitgehakt was om de spoorbaan er doorheen te kunnen laten lopen. Nagenoeg alles was met de hand uitgehakt. Hier waren 69 mensen door de Japanners doodgeslagen, afgezien van de vele anderen die door 'natuurlijke' oorzaken het leven lieten. Het bijbehorende museum was een initiatief van een Australische oorlogsveteraan en werd ook door Australiërs beheert. Een zeer indrukwekkend museum!. Echter is het wel wat te deprimerend om er lang te vertoeven. Je gaat beseffen dat de mensheid nog maar bar weinig heeft geleerd van zijn fouten in het verleden. Nu zoveel jaren later zoeven de speedboten met toeristen over de rivier, ondenkbaar dat hier zoveel leed gevloeid heeft en vandaag aan de dag over de hele wereld nog steeds niet is uitgebannen. Het geeft je te denken.

Romantische foto bij de Erawan watervallen
Een dag later zijn we naar de Erawan watervallen geweest, zeven kleine watervallen op een rij over een loopafstand van ongeveer 2000 meter. We deden er ongeveer een uur over om er te komen met de motor. Daar aangekomen liepen wij op weg naar de tweede waterval langs een controlepost. We werden aangehouden, omdat de parkwachters de tassen op voedsel wilden controleren, dit in verband met eventueel afval. Jen gaf gelijk aan hier geen genoegen mee te nemen en wilde doorlopen. Een parkwachtertje sommeerde Martin zijn tas open te maken en dit was dus FOUT. Martin die dacht, ik ben geen kleuter zei: "No food in bag!" Het parkwachtertje dat niet voor zijn collega's wilde afgaan sommeerde nogmaals: "tas open!" Mart schudde zijn hoofd maar liet uiteindelijk toch zijn schatkamer zien. 3 rollen King pepermunt werden opzij gelegd en toen de kerel uitgegluurd was gingen tante Corrie haar rollen weer terug in de tankbag. Het parkwachtertje zat met een dilemma van twee meter omdat Mart niet wilde meewerken. Hij riep ons achterna, dat wij 500 Bath boete kregen (fl 16,00). Tegen Jen zei hij: "He is a bad man, he evil man". Jen gaf hem gelijk en liep door. Onderwijl had zij wel 10,- Bath statiegeld betaald voor de waterfles, want die kreeg je op de terugweg weer in retour. Uiteindelijk werd het parkwachtertje uitgelachen door zijn collega's die het wel een goeie mop vonden. Dit is een typisch geval van symptoombestrijding: weggegooid afval voorkom je door te zorgen dat de mensen geen voedsel en drinken mee nemen. Het 'opvoeden' van mensen blijkt echter moeilijk, dit bleek wel uit het feit dat we onderweg lege fotorolletjes ed. tegen kwamen, aangezien hier niet op gecontroleerd werd. Een andere mogelijkheid is natuurlijk om langs het pad afvalemmers te zetten maar die regelmatig legen bleek een te grote opgave.
Na alle zeven watervallen gezien te hebben liepen we terug. Mart had gezien dat er een alternatieve route terug naar de parkeerplaats was. Dat hebben we dan ook geweten! Een berg opklimmen waar geen einde aan leek te komen. Iedere keer als we dachten op de top te zijn kwam er weer een klim van hier tot Tokio. Mart begon te twijfelen, omdat de weg stijl omhoog bleef gaan en we eigenlijk alleen het water stroomafwaarts (=omlaag!) hoefden te volgen. Let wel, dit was in de brandende zon. Uiteindelijk hebben we het gehaald, zei het ietwat oververhit. Jen had een hoofd als een boei, doch het mag gezegd worden dat de prestatie groots was en we waren er trots op! Ze is klein, maar dapper! De reactie van Mart op de aanbetaalde 10,- Bath was, dat dit maar gezien moest worden als een aanbetaling op de boete van 500,- Bath, welke ons was toegezegd. Hier waren we dus goedkoop van af gekomen.

Gelukkig weer samen onderweg op de motoren
Een paar dagen later vertrokken we naar Sukhothai om Oud- en Nieuw te vieren. In eerste instantie waren Mart en Jen op zoek naar een guesthouse die hun door iemand was aanbevolen. Het was er wel, maar we werden van het kastje naar de muur gestuurd. Ik reed rustig achter hen aan en zag ze ineens niet meer. Ik zag helemaal niets meer aangezien er allemaal rook bij de tellerpartij vandaan komen. Een S.O.S klonk er over de intercom, want Bauwens houdt het smeuïg. Het S.O.S. was slechts de zin: "Mart, Mart, help mijn motor staat in de fik". Dit konden we er weer net bij hebben. De dop van de koelvloeistof bleek van het reservoir afgeschoten te zijn. De koelvloeistof stroomde omlaag langs de hete motor en dat veroorzaakte een enorme rook. Wij lieten Erik achter om de motor af te laten koelen en haalde hem later, toen we eindelijk een hotel gevonden hadden, weer op van dezelfde plek. Het River View Hotel is een eenvoudig hotel maar met een warme douche en een schoon bed.
Sukhothai verdient een plekje in de top tien van saaie plaatsen. Goeie genade, geen danstent of discotheekje te vinden! Verder reizen was geen goede optie omdat Oud en Nieuw voor de deur stond en een betere plek was niet binnen handbereik, dus besloten daar oud en nieuw door te brengen. De enige attractie die de moeite waard was gebleken is een oud tempelcomplex in Oud Sukhothai, een voormalige hoofdstad van Thailand. Het bleek een mooie plek te zijn met allerlei oude tempels omgeven door een waterpartij met prachtige paarse dotterbloemen. Oud en nieuw is uiteindelijk toch ook nog gezellig geworden, gezelligheid kun je maken en dat is gelukt! Gegeten in een restaurant dat om 23 uur bleek te sluiten maar per gratie sepciaal voor ons nog tot middernacht open bleef. Snel elkaar feliciteren en de deur uit! Gaf niks want alle drie hadden we hallucinaties van oliebollen en dat was dan ook 't gesprek van het moment.

Een andere kijk op het oude tempelcomplex
Vanuit Sukhothai zijn we naar Mae Sot gereden, een mooie route door de bergen richting Birmese grens, een waar kolfje naar de hand van fervente motorfreaks. Na mijn valpartij van een dikke week terug is het vertrouwen weer terug en kunnen we weer wat op niveau presteren. Ik voel dat ik ervaring begin op te doen en dat doet ons allen goed. Tja voor ik weg ging had ik tenslotte net mijn rijbewijs en 0 ervaring! Maar dat verandert nu in rap tempo en aan Mart heb ik een perfect voorbeeld en ik leer veel maar vooral snel van hem. Mart en Jen verdienen een pluim, betere reisgenoten kun je je niet wensen. Jen is een echte "Mother Goose" en ik kon me niet vaak genoeg melden. Dan klonk er door de intercom: "Wat vind je van de omgeving Eer?" Mijn reactie was absoluut niet van belang zolang ik me maar meldde.
Toen we Mae Sot in reden stroomde weer koelvloeistof over de motor heen. Door mijn eerdere ongelukkige valpartij, was ook de thermostaat van de koelvloeistof kaduuk gegaan. Mart had gezien dat er 2 sensoren in zaten en had de de boel zo in elkaar geknutseld dat nu de andere sensor aangesloten was. Hij wist echter niet zeker of het een identieke sensor was, dus niet. De thermostaat was dus nog steeds stuk en hierdoor bleek de ventilator niet automatisch aan te slaan. In een stad vormde dit een kokend geheel, waardoor de druk zo hoog werd, dat de dop eraf schoot. De dop was er gelukkig nog en Mart heeft het probleem opgelost door de steker van de thermostaat te halen, waardoor de ventilator nu continue blijft draaien en we absoluut geen problemen meer hebben.
Vanuit Mae Sot hebben we een poging ondernomen om de Ti Lo Su watervallen te bezoeken ongeveer 178 km ten zuiden van Mae Sot. Van foto's hadden we namelijk gezien dat deze zeer indrukwekkend waren. De weg van Mae Sot was een echt snoepje. De goede asfaltweg ging dwars door de bergen en wat een bochten. Lekker genieten en voor mij DE ideale gelegenheid om mijn zelfvertrouwen terug te krijgen en mijn rijvaardigheid te vergroten. 20 km voor de watervallen gingen we een Nationaal Park in en daar stond een parkwachter die ons de toegang weigerde. Alleen 4WD's mochten het park in, omdat de weg te slecht zou zijn. Nu moet je dat natuurlijk niet als een excuus gaan opvoeren bij overlanders. Mart was zeer verontwaardigd (zacht uitgedrukt), en vroeg hoe hij in hemelsnaam naar Thailand had kunnen rijden zonder slechte wegen tegen te komen. Gewoon het feit dat anderen bepalen wat hij met een motor wel en niet kon viel bij Mart verkeerd. Maar hoe zeer we ons best deden het mocht uiteindelijk niet baten. Mart reed nog verder met Jen naar de het hoofdkantoor en kregen een uitleg van de regel en een nadere uitleg bleef uit (want het was niet uit te leggen!). Dit maal speelde Mart de tweede viool, want Jen had geen zin in een poppenkast. De rapen waren gaar bij Jen. Na ongeveer een kwartier kwamen zij terug. Ik had de parkwachter kunnen overtuigen, dat het bellen van de politie achterwege gelaten kon worden. Toen Martin met Jen verder ging, spraken haar ogen boekdelen. Daar we geen zin hadden om met een 4WD voertuig te huren en onze motoren alleen achter te laten en besloten terug naar Mae Sot terug te rijden met ons buik vol van parkwachters, die echter blij waren dat ze weer eens op hun strepen hadden kunnen staan en iemand de toegang hadden kunnen weigeren. En op deze wijze rechtvaardigen ze ook weer hun werk. Toen we terug waren in Mae Sot, hoorden we van een lokale Thai dat deze weg 1092 bochten heeft (enkele reis!) en dat door de bergen, "do I need to say more?" Dan te bedenken, dat de eerste 50 km zonder al teveel bochten is. Uitgerekend was er op ongeveer 155 meter een bocht, dus tel uit je winst. Deze dag 387 km weggeblazen en dit was heen en terug, dus voor de snelle rekenaars onder ons 2184 bochten.
De weg liep verder noordwaarts langs de Birmese grens en dit was een absoluut feest. Lekker rustig rijdend konden we volop van de omgeving genieten. We werden aangehouden door een Thaise legerpatrouille maar die wilden gewoon onze motoren bewonderen waarna we verder konden rijden. We waren op weg richting Pai en overnachtten die nacht in een shelter, geen overbodige luxe om een dak boven je hoofd te hebben, de bewolking condenseerde in de nacht op de bomen en planten, zodat daar de 'regen' vanaf droop. Het werd ook nog flink koud die nacht. Maar, de ochtend werd zonder problemen gehaald en we gingen weer op pad. Het laatste stuk van de rit tot aan Pai ging dwars door de bergen tot op 1500 meter en was een ware lust voor de motorrijder. De bochten, afdalingen en klimpartijen waren een uitdaging die we dan ook niet uit de weg gingen. Moe maar voldaan kwamen we aan in Pai. Martin voelde zich al tijdens de rit niet lekker en had een griepje ontwikkeld, blij als geen ander aangekomen te zijn stortte hij zich in zijn bed en was ook nog helemaal in zijn dikke slaapzak gekropen. Hij was zo warm als een straalkachel en had 39.2 graden koorts. Het hotel was super. Het heet Paradise Guesthouse en het was ook een klein paradijsje met houten bungalowtjes.

Martin voelt zich niet lekker en ligt te bakken op de motor
Een ware oase van rust, welke omgeven was door een prachtig landschap en bergen. In het plaatsje Pai hangt een relaxte sfeer, het uitgaansleven bestaat uit barretjes en restaurantjes waar je goed kunt eten. De tweede dag bleek mijn kamer dubbel te zijn geboekt. Ik had de keuze om in het grote huis te slapen van de eigenaren of twee kilometer verderop een bungalowtje te nemen. Zelf bedacht ik mijn tent op te zetten, het was toch maar voor één nachtje. De volgende middag kon in weer op mijn kamer, no problemo! Meteen ben ik de volgende dag de tent gaan afbreken, alvorens ik goed en wel was begonnen zag ik een staart onder de tent verdwijnen. Een staart?? Ik dacht aan een hagedis want die had ik al eerder mogen aanschouwen. Toch bedacht ik, wees behoedzaam, tenslotte had ik niet kunnen zien wat er nog meer vast zat aan die staart Ik besloot de tent in één keer vier meter door de lucht heen te laten zweven (lichtgewicht). Hoppa!! En zie daar de staart, echter bleek het er één te zijn van ruim een meter: een slang! Holy f..... wat nu? Hij keek me aan met een blik van: "Dit vinden wij niet fijn meneer"! De slang voegde daad bij het woord en spoedde zich richting tent, die vier meter verder stond. Shit nog aan toe het reptiel kroop er weer onder. Nou laat ik me niet kisten en pakte de tent en die zeilde weer vier meter verder neer. De slang, die het wel een leuk spelletje leek te vinden maakte weer aanstalten om richting tent te gaan, echter ik had andere plannen en stond vlak voor de tent ongelooflijk te stampvoeten en gek te doen. Let wel, op veilige afstand natuurlijk. Dit maakte blijkbaar grote indruk want de slang kroop richting de vijver en verdween er in. Ben ik blij dat we niet zijn gaan zwemmen, iets wat onze gastvrouw als een mogelijkheid aangedragen had! Een slangebeet kan behoorlijke gevolgen hebben. Later vroegen we onze gastvrouw of hij giftig was, OOOOH, dat is onze huisslang en die doet niks! Ik ben van mening dat alleen de tuinslang ongevaarlijk is, ik heb maar verstand van één slangetje en daar zullen we maar niet verder op in gaan. Toen Mart en Jen thuis kwamen, hadden die aan één onderling blik genoeg: Die Bauwens had alles weer in beroering gebracht en hield het zeer smeuïg!

Het valt best wel mee om in Thailand zelf motor te rijden!
Jen had al eens eerder op mijn motor gereden maar in Pai meldde ze ineens dat ze wel een stukje wilde rijden. Eerst terug naar het guesthouse maar daarvoor moest je 25 meter steil omhoog en alleen dat idee was genoeg om geen hap meer door haar keel te krijgen. Maar toen ze er voor stond bleek het geen probleem te zijn en reed zonder problemen omhoog. Maar in plaats van trots te zijn dat ze omhoog gereden was maakte ze zich al zorgen dat ze zo meteen naar beneden moest, maar ook dat ging probleemloos. Toen alleen de weg op met Martin achter haar aan contact houdend via de intercom. Een rustige weg langs de hotspring en aan het eind van de weg zei Martin linksaf te gaan. Deze weg ging de bergen in en dit was niet precies wat Jen onder een relaxt ritje verstond. Maar ook de haarspeldbochten werden zonder problemen genomen. Maar halverwege de top was het genoeg en zette ze de motor langs de kant. In plaats van trots te zijn op de beklimming zat ze weer enorme problemen te creëren voor de afdaling. Maar..... ook hier kwam ze zonder problemen door. Terug in Pai reed ze ook zonder problemen de helling op. De hele reis was probleemloos verlopen. Nou ja, het parkeren ging niet goed en de motor viel. Maar dat zijn die vermaledijde korte bochtjes en die tellen niet niet echt mee hoor Ruud, vraag maar aan Erik. Zo'n eerste ritje was wel heel inspannend getuige het feit dat Mart een (baby)olifant bij de hotsprings had gezien en Jen absoluut niets had gezien. En als zij geen olifant ziet wil dat heel veel zeggen!
Een dag later zijn we met z'n drieën in de avond gaan stappen in Pai, aangezien Martin reeds over zijn ergste griep heen was en zich weer buiten de deur durfde te vertonen. Als eerste naar café Del Doi, dat ongeveer 7 km buiten Pai ligt bij de lokale hotsprings. Een mooi café en groots opgezet. De eigenaar een Hollander, genaamd Marcel, had uitbreidingsplannen om er bungalows bij te bouwen met hotspring water. In iedere bungalow wilde hij een bad met heet water hebben. Mijns inziens een veelbelovende plek. Nu ligt het nog wat afgelegen en zaten we er als enigen te eten daar; lekker rustig! Het eten was net zo duur als onze nacht accommodatie, maar dat drukte de pret niet. Hierna zijn we naar het Bi Bop café in Pai zelf gegaan en daar treedt iedere avond een live Bluesband op. Er wordt veel gedronken door de mensen daar en de types die je er ziet rondhangen zijn zeer interessant. Een soort mensen die hun uiterste best doen om er zo raar mogelijk bij te lopen. Van één dacht ik wat heeft hij een apart petje op maar het bleek zijn haar te zijn en ga zo maar door; mannen met broekrokken die een pluk zeewier aan hun kin hebben hangen, vrouwen met gebreide mutsen op het hoofd, enz. Dat alles in de naam van het hogere spirituele welzijn en peace, op zich een loflijk streven maar dat gezweef hoef voor mij niet zo. Een Belg die wij ontmoet hebben had de situatie als volgt omschreven:
"... waar blijkbaar alle hippies verzamelen en blijkbaar moet je toch als echte "backpacker" een bepaalde modieuze trend volgen, d.w.z baard laten groeien, zoveel mogelijk op Jezus Christus gelijken, paarse hippiekleren dragen en vooral altijd op de grond zitten en niet op een stoel als ze je eten komen brengen. Eigenlijk heb ik goed met ze staan lachen. Ze leven dus blijkbaar nog altijd".
Wij hadden zelf geen betere definitie kunnen geven, dan Pascal.

Spuitende geisers vlakbij Om Khut
Vanuit Pai zijn we richting Chang Mai gereden. Mart had een leuke weg op de kaart gezien en de vraag of hij onverhard was werd beantwoord. Meer dan 100 km off road. Een mooie weg om de F650 GS uit te proberen. De WP-vering hield zich goed en de motor laat zich goed sturen door de kuilen en over de stenen. Zelfs met alle bagage. Een hele dag lang reden we door een ongerept landschap onderweg vele kleine dorpjes passerend of er wat drinkend. We spraken nog met een lerares van de lokale school die ons uitnodigde maar wat we beleefd af moesten slaan. Nee, wij hadden absoluut de behoefte niet meer om een "Hilltribe track" te gaan maken die hier zo populair zijn. Het was een lange dag en we dachten het leukste gehad te hebben toen we weer op asfalt kwamen maar werden toen nog getracteerd op schitterende bochten door de bergen en waren we net voor het donker in Chiang Mai.
In Chang Mai verbleven we in het Suzuki Guesthouse boven een dealer van brommertjes. De locatie was perfect gelegen in het centrum, wat wil je nog meer? Het guesthouse is simpel , maar schoon met een gemeenschappelijke douche en toilet. 150 Bath voor een tweepersoonskamer per nacht. De plek voor een lekkere bak leut hadden we snel gevonden bij Starbucks aan het einde van het straatje op de kruising. De koffie is niet goedkoop maar zooooo heerlijk na weken alleen maar Nescafé gedronken te hebben. Chang Mai is een levendige toeristische plaats. Om vier uur in de middag is men druk bezig alle stalletjes op te bouwen voor de nachtmarkt. In de ochtend is alles weer weg en zie je een compleet andere stad. We zijn er een paar dagen gebleven en zelfs nog wezen stappen in de discotheek Hotshots. Vijf uur in de ochtend zegt genoeg, maar Mart en Jen zaten eerder op hun stok. Het volgende uitstapje was via een Nationaal Park ten zuidwesten van Chang Mai. Een mooie weg waar we van genoten van vergezichten en de hoge bergen. Gewoon uren genieten en rijden en woorden zijn dan overbodig want de omgeving spreekt voor zich. Wat een dag, want ik ontdekte dat het op een steile helling met zand en gravel het moeilijk draaien is. Ik mocht de grond wederom van dichterbij aanschouwen. De motor laten zakken en afgestapt na de balans verloren te hebben is dan je enige optie. Ik weet nu: Hoe langzamer de bocht hoe lastiger je je balans houden kunt. Ach ja, door schade en schande leer ik met vallen en opstaan. Zal wel niet voor de laatste maal zijn. De spanband van de A.N.W.B. kwamen goed van pas. Het slot van mijn rechter koffer was verbogen. Toch heb ik al veel ervaring (ook als brokkenpiloot) opgedaan in een korte tijd voor mijn gevoel. Jen en Mart lagen in een deuk toen ze zagen dat er niets aan de hand was, toch nog iemand blij! In de avond hadden we een shelter gezocht. We vonden een mooi houten hutje langs de weg met warempel een openhaard en een houten vloer om op te liggen en de rivier stroomde vlak langs de shelter. We maakten hier ons bed op met klamboe, want zonder een klamboe doen we geen oog dicht. Het was gewoonweg riant! De dag was ten einde en wat voor één! In de avond zaten Jen en ik te schrijven op onze Psion en deelden de walkman. Mart spelde voor pyromaan bij de openhaard. We hadden een lampje op ons hoofd om beter te kunnen zien. Jen is lang niet meer zo bang van allerlei beestjes als in het begin, maar guess what? Erik (nog) wel! Hij gooide ineens nog net zijn Psion niet in de lucht maar hij sloeg ineens als een gek om zich heen. Er bleek een sprinkhaan op zijn gezicht geland te zijn, die dacht.... voor helicopters only. Jen moest hier zo enorm om lachen dat ze echt met gekruiste benen stond en het uitgierde en dacht: "Wat een mietje he! Kwam er een (onschuldig) beest op zijn voorhoofd zitten. En wat doet hij? Schrok zich wezenloos en gooide alles van zijn hoofd en begon als een debiel om zich heen te slaan." Ook Mart vond de situatie komisch. Ja hemel, voor het zelfde geld zit er een enorm gevaarlijk beest op je voorhoofd en dat zie je zelf toch niet?
De dag nadien zijn we de berg Doi Ithanon op gegaan tot 2584 meter hoogte. Een schitterende route met vergezichten. Echter wel koud en zelfs onze handvat verwarming ging aan. Mart en Jen zaten te rillen als rietjes Na dit rondje besloten we naar Chang Mai terug te gaan voor twee dagen . Er moeten wat kleine reparaties aan de motoren worden gedaan en de zender inbouwen. Tijdens het diner vond er een gesprekje plaats met zijn drieën (naar Jens zeggen werd er een bom gelegd). Jen had nu reeds enkele malen om mijn motor gereden en het ging haar steeds beter bevallen dus gooide Erik de knuppel in het hoenderhok door te vragen waarom Jen haar motor niet ook naar Bangkok over liet vliegen zodat ze zelf kon rijden. Dit bezorgde Jen een slapeloze nacht waarna zij besloot om inderdaad ook haar motor naar Bangkok over te laten komen, zij het echter pas als we terug kwamen van onze ronde door Indo-China. Ook al omdat het verblijf hier langer duurt dan gepland (maar wat is plannen op zo'n reis!) en ze anders wel heel lang wachten moet voordat ze zelf kan rijden. Door deze beslissing zag ze weer ineens vele beren en tijgers op haar pad maar we hebben nog tijd genoeg om deze stuk voor stuk af te schieten. Martin heeft het er maar druk mee, maar doet dit graag voor zijn Muts.

Een thais weg-toilet zoals dat overal te vinden is
Tijd voor een korte impressie van de afgelopen weken reizende door Thailand. Thailand heeft een afwisselend landschap dat erg mooi is. Toch kunnen we stellen dat het noorden wel erg bekorend is, bergen, dalen, bossen, en adembenemende vergezichten. Met name voor de motorrijders onder ons een prachtig tourgebied met uitdagende klim-en afdaalpartijen. Het uitgaansleven hier heeft voor ieder wat wils, soms even zoeken en vragen. Het eten is goed en vers en geen van allen is ziek geweest vanwege het voedsel. De mentaliteit van de Thaise mensen is erg gemoedelijk. Kortom een prachtig land en zeker de moeite waard! Een ieder zal dingen op zijn eigen manier ervaren, want ieder mens heeft een ander referentie kader, maar wij als Drie Musketiers ervaren het allemaal op dezelfde wijze.
Ons volgende doel zou richting het noorden zijn, via de plaats Fang. Dit zoveel mogelijk door de bergen en langs de grens. We hadden nog een routebeschrijving uit een Duits motorblad. Een paar pogingen gewaagd, maar dat werd een ramp aangezien de vermelde afstanden (die tot op 10 meter nauwkeurig zouden zijn) niet in de verste verte klopten. Nee, gewoon onze route bepalen was veel leuker en werkte ook veel beter. Wel stond er een guesthouse in dat motorblad. Het bleek een super locatie te zijn, schoon en niet duur. Amila was een boeiende gastvrouw. Ze nam ons mee door haar tuin en vertelde van de vele bomen en struiken en waarvoor de Thaise bevolking de vruchten allemaal gebruikten. Jen had eigenlijk wel langer willen blijven. Ook maakte onze bijzondere gastvrouw veel tracks (met toeristen) de bergen in en had ze een schat aan kennis en was erg intelligent. Zij wist veel van de diverse verschillen van de berg bewoners. Gewoon enorm boeiend om naar haar te luisteren!
Voor onze volgende overnachting belandde we in Mae Sai, het meest noordelijke plaatsje van Thailand, aan de grens met Birma. De route daarheen was adembenemend en volgens ons allen, tot zover de mooiste in Thailand. Over schitterende smalle weggetjes ging het absoluut steil en draaiend richting Mae Salong. Deze plaats was bekend om zijn markt van souveniers van de lokale bevolking zodat we er ook bussen met (package)toeristen zagen en hadden gewoon medelijden met hoe zeer zij af hadden moeten zien over de smalle steile wegen. Nee, dan veel liever op de motor, dan geniet je 150%! Verkeerd gereden maar dat vond echt niemand erg op deze wegen. Een korte binnendoor weg genomen die off-road werd en niet eens meer op onze kaarten stonden. Verder steile verharde wegen die in de 1 genomen moesten worden! Kortom, duidelijk dat we de tijd van ons leven hadden.

Hier werkten onze remmen ineens niet (goed) meer!
Wel merkte ik op een gegeven moment ineens dat mijn achterrem dieper moest worden ingetrapt en raakte in de veronderstelling dat ik remvloeistof aan het verliezen was of een ander probleem had. Dus wederom: "Mart, mijn achterrem werkt niet goed". Ik zou rustig rijden tot de volgende overnachtingsplaats. Alle drie hadden we zoiets van wat nu weer? Tot het moment dat Mart een paar minuten later zijn achterrem gebruikte en die geheel niet werkte, dit was even schrikken. Vooral als je op een helling weg wilt rijden en dus de aangeleerde procedure niet meer werkt. Maar toch lukte het met gas geven en remmen met de rechterhand, zij het dat het geen schoonheidsprijs verdiende. We zijn afgestapt en bekeken het probleem. Het bleek dat er een vettige aanslag op de remschijf zat van het pas geteerde wegdek, zodat de remklauw nagenoeg geen vat had op de remschijf. Dit probleem verhielp zichzelf na een tijdje, nadat we die weg hadden verlaten. Tja zo zie je maar hoe er onverwachte dingen kunnen gebeuren, maar raar gelukkig genoeg had alleen de achterrem problemen. We kwamen aan in Mae Sai en vonden een guesthouse Chad genaamd. De kamers zijn sober en er is een gemeenschappelijke douche en toilet. Wel kun je in zijn werkplaats aan de motor rommelen. Afijn volgende ochtend de motor weer opgetuigd totdat...... ik bemerkte dat mijn koppelingshendel wat meer speling had dan gebruikelijk. Het leek heel weinig, maar toch. Ik had besloot hem iets bij te stellen. Toen ik goed keek en controleerde zag ik slijtage van de kabel bij de hendel. Ja hoor, daar is hij weer, Mart: "Mart mijn koppelingskabel is kapot. Ik geloof dat hij niet helemaal goed is. " Bij nauwkeurige controle bleek de kabel op een haar na door te zijn. (3 ijzervezels). Waarschijnlijk, vanwege de val enkele weken geleden is de boel ietsje verbogen en gaan schuren. Samen hebben we de kabel vervangen voor een nieuwe die ik gelukkig al (voorzienigheid?). Dit was de reservekabel en meteen ook er een nieuwe hendel op gezet. Deze wel 3 cm ingekort, dit om verbuigen te voorkomen bij een volgende val op het stuur, wat voor deze brokkenpiloot geen overbodige luxe zou zijn!). De hendels zijn bij een val te lang is uit de praktijk gebleken.
De tocht ging langs de "Gouden Driehoek", de plek waar Thailand, Birma en Laos bijeenkomen. Het is gewoon de plek waar de Nam Sai in de Mekong rivier uitmond. En echt, dat is alles. Absoluut niets bijzonders. De reisgidsen blazen het echter enorm op en dus komen er busladingen toeristen. Om die mensen niet al te veel teleur te stellen hebben ze er souveniers stalletjes, restaurants en (tribal)musea neer gezet en kun je de Mekong over naar Laos, zonder visum. Nee, niets voor ons dus. Wij prefereren het rijden door de bergen wat we dan ook volop deden. In de avond hebben we overnacht in een shelter in een klein plaatsje Pang Hat. Volgende dag verder gereden naar Thung Chang hier ook weer in een shelter overnacht. Gelukkig voor Mart en Jen een stuk minder koud dan de nacht er voor. Zij hebben nog niet alle bagage en missen een matje en een slaapzak. Maar een gedeelde slaapzak en een lokale deken als matras verlicht het gemis enigszins. Mart stond die dag echter wel met zijn verkeerde been uit bed, alles zat tegen en tot overmaat van ramp ging de brander ook nog 'stuk'. Nou ja stuk; in zijn woede over het slechte functioneren had hij iets te hard geklopt. Zijn Multi brandstof brander was namelijk niet zo Multi. Vanwege de smerige (auto)benzine die een roetaanslag geeft in de pit en leiding van de brander. Nu staat in de beschrijving dat je dat er uit kan kloppen. Jawel maar niet zo hard Mart! Kerosine is veel beter (zuiverder), maar dan moet je dat wel kunnen vinden. Probleem is dat ze in dit deel van Thailand op gas koken dus is de kerosine niet te koop. Afijn, hadden we weer wat te repareren (en blijven we uitkijken naar kerosine!). Jen trok lekker van leer en vroeg of het ietsje minder kon zijn. Het was wederom een mooie rit die dag maar het was duidelijk dat we aan een rustpauze toe waren. Rijden iedere dag in de bergen en overnachten in shelters is inspannend. Je slaapt ook lichter in een shelter vanwege eventuele ongenode gasten die kunnen opduiken. Uiteindelijk besloten we naar het naburige Nan te rijden waar we in een guesthouse intrek namen om even bij te komen, een echt bed en een warme douche deden wonderen. Het Doi Phukka guesthouse is een eenvoudig gebeuren, een handdoek vragen leverde bij Jen en Mart een nors gezicht op. Na enige instructies van Jen dacht ik, ik vraag niet, ik zeg gewoon ik wil een handdoek! De Thaise keek boos maar durfde echter niet te weigeren want ik keek ook boos. Koffie kun je zelf pakken, Nescafé wel te verstaan met chloorwater, beter wat is dan niets natuurlijk. Naar je ontbijtje kun je fluiten en op je buik schrijven, maar dat was elders wel te halen. Tijdens deze rustdag hebben we hier wel mijn zender in de motor kunnen bouwen, Mart is handig met dat soort zaken in elektra. Nu hoeven we geen batterijen meer om de drie dagen te vervangen en dat is een zegen, want zodra de batterijen wat minder werden, dan ging de andere zender storen.

Erik tussen de twee 'Changs'
Na weer een 'guesthouse' nacht gingen wij verder richting het zuiden. De stad uit ging wel, totdat alles in het Thais verder ging en we op de GPS moesten verder rijden. De weg, die eruit zag als een hoofdweg, veranderde in een off-road weg en volgens de kaart waarschijnlijk zou die uitkomen in Timboektoe aangezien die niet op de kaart stond. We werken met de Nellis kaart en een Thaise kaart.. Mart wist zich een weg te vinden uit het doolhof. Tijdens het off road rijden was er een stuk waar ze met wegwerkzaamheden bezig waren. Er was net aarde gestort en Mart en Jen reden voorop. Als een speer was het Mart gelukt er doorheen te komen en Jen was niet afgestapt. Nu was het mijn beurt. Dit was een nieuwe ervaring die me nu te wachten stond. Het gas werd lekker open getrokken en jawel, daar ging meneer Bauwens met een spinnend achterwiel tegen de vlakte. Met de grootste sjeu hapte hij weer uit de blub, blub. De hele dag was rommelig. De plaatsnamen waren in het Thais geschreven. Omstreeks 14:00 uur vonden we een stekje om te gaan lunchen en toen we vertrekken wilden.......... surprise, surprise! Bauwens was zijn alarmkastje kwijt. Dit heb ik geweten, want nu was ik alweer het onderwerp van spot en gehoon door die twee. Ach, gedane zaken nemen geen keer, maar om de motor weer aan het lopen te krijgen moest Mart wel in zijn koffer graven naar de reserve unit. Toen was nu het leed weer geleden maar wilde Mart nog wel één van Jen haar units ook voor mijn motor programmeren, zodat ik die nu ook als reserve heb. (Wie dit allemaal nog snapt verdient een pluim, en sorry dat ik het voor jullie zo ingewikkeld maak!) Het is maar goed, dat Jen haar motor naar Bangkok over laat komen, want dan kan Ed het krat vol proppen met allerlei onderdelen voor mijn (maar ook Martins motor hoor!) motor. We wilden deze dag toch nog wat verloren kilometers inhalen en reden vrij lang door. De nacht werd doorgebracht onder een voorraad huisje, weliswaar wel met een hangslot afgesloten, maar hieronder was nog plek om te slapen.
Mart en ik waren met de motor bezig om een raar geluid in de motor te traceren en tevens het reserve alarm te programmeren. Onderwijl had Jen alles voor de nacht in orde gemaakt en een kampvuur aangemaakt. We hadden voor het slapen nog de grootste lol, want Jen evalueerde met Martin het sprookje van Klein Duimpje. Nog even door Thailand met meneer Bauwens en er zou op de zoektocht door Thailand een gloed nieuwe F 650 GS getraceerd kunnen worden. Overal ligt er wel een kruimeltje. Ik liet echter die beiden maar lachen, mijn tijd komt nog wel als de motor van Jen er is. Wie het laatst lacht, die lacht het best! (Die Mart had het trouwens wel slim aangepakt door alleen van huis te vertrekken zodat deze zaken nooit in zijn reisverslag gekomen zijn. Ik moet ze echter maar eerlijk vermelden omdat anders deze dingen zeker aangevuld zouden worden)
De volgende ochtend waren we nog maar 100 meter onderweg toen bleek dat de zender van Erik het niet deed. Of beter, hij deed het wel maar stoorde enorm zodat hij absoluut niet te verstaan was. Als de motor afgezet werd functioneerde alles echter wel ruisvrij. Probleem is waarschijnlijk dat Erik geen onstoorspoel in de voeding heeft (Mart wel!) en dus moet deze er alsnog tussen gezet worden (weer wat voor in het krat!). Dus de zender maar weer van de accu afgekoppeld en er batterijen ingestopt. Dat probleem was nu opgelost maar het rare geluid onder bij de kettingkast bleef bestaan en werd zelfs erger en dat zat mij niet lekker. Mijn motor begon steeds meer op een malende koffiepot te lijken.
Na zoveel dagen door de bergen 'draaiend' begon ons dit wel een beetje te vervelen en verlangden we naar een heerlijke brede asfaltweg zonder gaten en onverharde stukken. Dus na Na Haeo reden we naar de hoofdweg. Maar ja, de bergen hielden niet op en nu reden we over hoofdwegen door de bergen en dit was ook enorm genieten om met 80 km/u door de bochten te gaan hangen was ook kikken en het schoot bovendien nog flink op ook. Bij Chiang Khan ontmoetten we de Mekong weer en bleven hem volgen tot Nong Khai dat we pas tegen het vallen van de avond bereikten. Het guesthouse van onze keuze was reeds vol. We werden verwezen naar een ander guesthouse, wat uiteindelijk best heel knus was. Erik had echter wel zijn klamboe nodig tegen alle beestjes die door de gaten in de hor naar binnen kwamen.
Nong Khai was als eindpunt van onze noord Thailand trip uitgekozen vanwege zijn grensovergang. Hier wilden we een nieuw 30 dagen visum voor Thailand halen zonder Laos binnen te gaan, net zoals Mart destijds aan de Maleisische grens had gedaan. Dus togen we de volgende ochtend omstreeks 09:00 uur naar de grens. Het uitstempelen was geen enkel probleem maar terug was andere koek. Nee dus! Dit was absoluut niet mogelijk. Een dame, die gezien had dat we niet uit Laos kwamen nam haar functie wel erg letterlijk nam kakelend als een kip zonder kop en werd door ons drietjes uitgeroepen tot BITCH van het jaar 2002 doordat ze iedereen inseinde. Van ons kreeg zij de hoogste onderscheiding. Alleen met een stempel van Laos was een nieuw 30 dagen visum mogelijk. Ook toen we het hogerop zochten bleven ze dit standpunt volhouden. Wel konden we een verlenging aanvragen maar dan krijg je maar 15 dagen (en moet je 500,- Baht betalen). Dus moesten al onze stempels weer gecancelled worden en kreeg Erik zijn papieren voor zijn motor weer terug. Nu hadden we wel voor de tweede maal in 2 maand een gecancelled stempel in ons paspoort. Erik had geen pasfoto's bij zich dus terug naar het hotel.
In het hotel werd er onder een kop koffie gebrainstormd. Onze bedoeling was om met een nieuw Thais visum naar Bangkok terug te gaan om de motoren een kleine beurt te geven en daar meteen nieuwe visa voor Laos en Vietnam te halen. Nong Khai was een grote stad waar het geen probleem was om de motor een beurt te geven. Ons Laotiaanse visum konden we aan de grens halen en in Vientiane konden we een visum voor Vietnam aanvragen. Dus werd het plan helemaal gewijzigd. Het enige nadeel was dat we aan de grens slechts een 15 dagen-visum kregen voor Laos i.p.v. de 30 dagen in Bangkok. Maar Jen en Mart waren reeds in Laos geweest en voor hen was 2 weken meer dan genoeg.
De motorpakken werden dankzij Jen en Kai, onze gastvrouw, weer brandschoon en leken we helemaal niet op overlanders. Mart en ik besteedden onze tijd aan de motor wat geen problemen opleverde. Het koffiemolengeluid van mijn motor bleek een ketting te zijn die niet lekker over de tandwielen liep en dus verving ik de gehele set (ketting en tandwielen) waarna de motor beter liep als nooit te voren.

Jeannette doet de dagelijkse boodschappen op een lokale markt
Jen heeft de motor ook nog een dagje mee gehad (Mart was mee) en kon dit alleen maar beamen. Voor het eerst had ze een lange rit (+200 km) op mijn motor achter de rug en hierbij ook een stuk over de snelweg gereden. Hierbij kreeg ze de lol snel te pakken en heeft het gas tot 140 km/u open getrokken.
Toen we in Nong Khai waren kregen we een e-mail van Mark Summer, een Amerikaanse overlander op een Triumph Tiger, die via via ons e-mail adres had en wist dat we naar Indo-China wilden. Onze plannen bleken goed samen te gaan en de dag voordat we Laos in wilden ontmoetten we hem bij ons guesthouse. Een leuke jongen waar we waarschijnlijk wel mee samen konden reizen.
Ze moeten aan de grens wel raar hebben opgekeken dat we weer ons uit kwamen stempelen maar alles verliep gelukkig probleemloos. Mark en ik hadden het 'beruchte' witte papier (tijdelijk invoerdocument) in te leveren maar dat bleek niet voldoende te zijn. Er moest nog een ander (onduidelijk) papier bij en daarover werden we door een zich belangrijk vindende officier over aangesproken. "Ja meneer, de volgende keer doen we alles beter". Toen Mart vervolgens alleen met een Carnet aankwam waren de rapen gaar en sloeg alles op tilt omdat hij geen wit papier had. Hij werd pissig dat de douane hun eigen fouten (het gebrek aan uniforme procedures) op hem af wilden wentelen maar Mark interruppeerde met een hele brede lach en besloten werd om Mukdahan (waar zijn carnet afgestempeld was) te bellen. Na het telefoontje bleek alles in orde te zijn, alleen kwam diezelfde officier weer met zijn tweede verhaaltje over de volgende keer. Dit hebben we rustig knikkend aangehoord waarna we vervolgens met onze motoren de Friendship-bridge over konden.
Aan de Laoszijde werden we gedirigeerd om onze motoren uitgerekend op dezelfde plek te parkeren waar Mart en Jen de vorige maal niet mochten parkeren. Onze visa aanvragen en toen bleek dat Mart de pasfoto's aan de Thaise zijde had laten liggen. Dus hij op de motor terug alle checkposten passerend. Toen hij de Friendship-bridge op reed kwam er een Laos beambte de weg oprennen, waarschijnlijk ingeseind door de walkie talkie, die hem probeerde te stoppen maar te laat was. Mart stopte nog wel maar toen de beambte gebaarde dat hij terug moest gebaarde Mart dat hij ook terug ging maar via de Thaise zijde en reed vervolgens door. Inderdaad bleken de pasfoto's nog aan de grens te liggen, vergeten door alle heisa. Wederom de brug over en vriendelijk zwaaiend naar de beambte die alleen terug zwaaide. Bij de grens stormde echter direct meerdere beambten op hem af en moest hij direct stoppen en mocht hij zijn motor niet bij de onzen parkeren. Dus stopte hij stapte af en liep naar de ons toe bij het loket van de visumaanvraag.
Geen verdere problemen en ook het stempelen van de Carnets ging vlekkeloos. Dus, konden we nu Laos binnen rijden, maar hierover meer in het volgende verslag.
De bedoeling is dat Mart en Jen naar het zuiden van Laos gaan nadat zij hun visum voor Vietnam hebben gehaald, en dat ik samen met Mark het noorden in ga. We ontmoeten elkaar dan 9 februari in Lakxao om de volgende dag gezamenlijk de grens met Vietnam over te steken. Dus begin maar vast voor ons te duimen!!!

De drie Musketiers