Reisverslag 20          Vientiane (Laos, 28-01-2002) t/m Cau Treo (Vietnam, 10-02-2002)

Nadat alle grensformaliteiten afgehandeld waren was het voor Martin en mij heel vertrouwd om Vientiane, de hoofdstad van Laos, binnen te rijden aangezien we er reeds eerder geweest waren en we de weg er een beetje kenden. Normaal als we de weg beginnen te kennen wordt het tijd om de plaats te verlaten maar dit keer kwam het ons wel goed uit. Voor Erik was het allemaal nieuw en weer een vervolg van het avontuur. Voor Mark, onze Amerikaanse biker op de Triumph Tiger, was het niet zijn eerste kennismaking met Vientiane maar wel de eerste maal dat hij er met zijn motor kwam. Het hotel was snel gevonden en hoewel we vroeg in Vientiane aankwamen gaf men ons de laatste 3 kamers.
We hadden een visum voor Vietnam nodig en besloten om dit direkt maar aan te vragen bij de ambassade in Vientiane. Tussen vraag en aanbod zat een wachttijd van drie dagen en de kas van de ambassade moest daar voor USD 55,- mee gespekt worden (let wel p.p.!!!), want dit waren de kosten voor een nieuw visum. Om de wachttijd te overbruggen besloten we om een uitje te maken en voor twee dagen naar Vang Vieng te gaan. Wij waren er wel eerder geweest maar het was het beste wat we in drie dagen konden doen (klinkt depri, maar zo bedoelen we het niet).
De volgende morgen op tijd naar Vang Vieng vertrokken. Op de één of andere manier blijken de weergoden ons nooit goed gezind te zijn als we Vientiane verlaten. De vorige keer toen we naar Vang Vieng reden regende het pijpestelen. Nu was het welliswaar droog, maar de lucht dreigde steeds zijn sluizen te openen. We vertrokken met een bewolking waar geen zonnestraal doorheen kon komen. Ook was de wind kil zodat we halverwege toch nog onze binnenjassen er in geritst hebben. We hielden het echter droog en hadden het nu ook niet koud meer. Toen we in Vang Vieng aankwamen hadden we direct het gevoel op bekend terrein terug te komen: wazige figuren, ha die ha die high, en je bent wel een enorme buitenstaander en ouderwets als je niet een piersing hebt of zo'n heerlijk tatootje op je..... ach, eigenlijk is elke rare plek OK.


De beste positie om achter je rijdende motoren te fotograferen
De volgende dag was een dag ter eigen vermaak. We hadden nog een wens over van ons vorig bezoek, en dit was om je met een rubber binnenband tussen de bergen en rijstvelden de rivier af te laten drijven. De weergoden waren ons beter gezind dan gisteren. Het was droog en niet koud, maar ook geen zon en om in het koude water de rivier af te drijven lokte ons niet aan zodat we besloten om aan het verslag te werken en de nodige mails te schrijven. Mark en Erik wilden wat door de omgeving rijden en kiekjes schieten. Ze stonden al gereed om te vertrekken toen wij meldden dat we ook wel mee wilden. Snel de motorkeding aan en ja, toen kwam dat leuke weggetje ter sprake dat ik gisteren gezien had vanaf de hoofdweg. Zolang ik nog bij Martin achterop zit vind ik geen weg te erg, dus reden we, nadat Mark en Erik getankt hadden, deze weg in. We verwachtten eigenlijk dat deze zandweg elk moment ergens dood liep maar de weg ging langs een dorpje en liep tussen de schitterende bergen door, totdat...
Er werd hard gewerkt aan de bouw van een brug en dus moesten wij door het water heen. De bruggenbouwers waren al enthousiast en wezen waar we het beste er doorheen konden rijden. Martin merkte dat Mark er niet echt veel zin in had om er doorheen te gaan. Per slot van rekening was dit een relaxt dagtripje en bovendien moesten we er ook weer door terug. Maar de echte reden was dat hij dit nog nooit gedaan had (en Erik ook niet). Dus nam Martin het initiatief, aangezien we hiermee samen in Laos al zoveel ervaring opgedaan hadden. En met al die kerels om ons heen komen we er zeker wel door heen. Ik had geen zin in natte voeten dus slikken of stikken en was de keuze snel gemaakt. Ketelbinkie erkent zijn meerdere in de Kapitein en vol vertrouwen gingen we er doorheen. Nu was het de beurt aan Erik en Mark. Geen gemaar nu volgens Martin en mij, ze moesten er doorheen of ze wilden of niet. Ze zouden zich anders wel in de kaart laten kijken en wij kenden onze pappenheimers. Erik durfde het als eerste aan. We wisten uit ervaring, dat Erik het altijd smeuïg weet te houden, dus namen wij direkt onze camera ter hand en ook deze keer was het weer "BINGO". Erik wist de gemoederen weer bezig te houden en dat hij ook fotogeniek was, mag geen naam hebben. Maar de eerlijkheid gebied ons te vermelden dat hij goed door het water kwam en (pas) op de glibberige oever de controle kwijt raakte. Zonder schade zijn motor weer opgepakt. Mark ging als laatste door het water, en hij gilde tegen Martin: "Get out of my way!". Was dat omdat hij wilde dat Martin geen foto's van hem mocht maken of was hij te verstijfd van de zenuwen om zijn stuur bij te draaien. Met trillende beentjes en een flinke adrenaline stoot hadden alle heren hun schaapjes uiteindelijk veilig aan de overzijde en waren ze er nu unaniem over eens dat het wel enorm kicken geweest was.

En dan krijg je deze foto als stoffig resultaat
De zandweg werd nu enorm stoffig en het is kikken om de enorme stofwolk in je spiegel te zien die je opwerpt. Voor jongens die achter ons reden was dit minder leuk, vooral voor onze ijdeltuit: Erik, die toen maar besloot om voorbij te stuiven om verderop, al een peuk rokend, op ons te wachten. We wilden ook enkele actiefoto's maken en dus werd ik tot 'tourfotograaf' van de groep bevorderd en nam daarvoor achterste voren plaats op de buddy om, al rijdend, actiefoto's van Erik en Mark te maken. Probleem was alleen dat ik hierdoor niet zag wat er voor ons gebeurde en de informatie door de intercom was (bewust) heel karig. Dit leverde de nodige gedempte gilletjes op, maar wel mooie foto's.
Er volgden nog enkele doorwadingen maar deze keer echte rivieren, breder en met losse stenen als ondergrond. Ik koos nu echter om niet te blijven zitten maar om langs een ondiepe rand door het water te lopen. Niet dat ik bang was maar het maakte het voor Martin wel een heel stuk eenvoudiger. Erik en Mark keken eerst de kunst bij Martin af maar nu kwamen beiden er wel zonder te vallen door heen al hield Mark en Martin hun voeten niet droog. Mark en Erik begonnen het nu wel leuk te vinden zodat de volgende doorwading ook geen problemen op leverde en zelfs werd aangegrepen om (actie)foto's van elkaar te maken.
De weg eindigde in een klein dorpje waar we wat rondgelopen hebben en zelfs te eten uitgenodigd werden waarna we via deels een andere weg naar Vang Vieng terug reden. Erik stoof weer vooruit en nam de eerste doorwading alleen en stond vervolgens met de camera in de aanslag toen wij er arriveerden. Maar behalve dat geen van allen zijn voeten droog hield gebeurde er niets bijzonders. En zelfs de voeten hadden we droog kunnen houden toen een lokaal voertuig de rivier elders doorwaadde waar het veel ondieper bleek te zijn, maar laten we het er op houden dat wij voor de spectaculaire foto's gingen.
Weer dichter bij Vang Vieng waren er bruggen, en dat was maar goed ook aangezien de doorwading er zeer modderig was. De eerste brug was vrij smal maar werd door mij goedgekeurd voor zware motoren en dus volgden de heren mij. De volgende brug zag er minder stevig uit aangezien hij van bamboe gemaakt was en moest eerst door Erik en Mark eerst worden bewandeld. Ik had Martin over bruggetjes zien gaan, die veel slechter waren en dus was het "Opzij, opzij, opzij!" en voor ze het wisten kwam Martin de brug over en konden ze nog net aan de kant gaan. Uiteindelijk volgden de jongens, die hem wel een beetje knepen. Als hekkensluter ben ik de brug over gewandeld, want er moest wel betaald worden voor de brug. Kosten? 15.000 kippen en dit is omgerekend € 1,75 (moet nog een beetje aan die vreemde Euro wennen, wij gaan namelijk met alles wat we berekenen uit van de dollar). Op zich pure oplichterij aangezien alleen toeristen tol moesten betalen maar hiervoor hadden we wel een heerlijke middag gehad en waren we blij weer zonder problemen in Vang Vieng terug te zijn. Het was weer een dag uit het leven gegrepen, maar een kolfje naar onze handen.
De volgende dag splitsten zich onze wegen aangezien Erik en Mark naar het noorden van Laos wilden en Martin en ik, die al in het noorden geweest waren, terug wilden naar Vietiane om vervolgens naar het zuiden van Laos te gaan.
Daarom nu eerst Eriks reisverslag van zijn belevenissen in het noorden van Laos:

Het bergachtige landschap van Laos
De volgende dag afscheid genomen van Martin en Jeannette. Onze route naar Louang Prabang was fantastisch met rotsen en hoge bergen. Laos en Thaiiand zijn toch heel verschillend. In Laos is het landschap nog niet zo gecultiveerd en waan je je regelmatig in de jungle. De mensen zijn een stuk gereserveerder. Je ziet veel dorpjes waar de mensen in onze ogen een armoedig bestaan leidden. Ze wonen in rieten hutten en leven van wat ze verbouwen op het land. Ze houden daarnaast wat kippen en wat ander vee. De weg naar Louang Prabang, vanuit Vientiane, is redelijk te berijden. Wel af en toe wat flinke gaten in de weg waar je je motor op stuk kunt rijden dus was het wel flink oppassen geblazen. In Louang Prabang zie je veel Franse en Chinese invloeden en kun je je er op cultureel gebied je hart er ophalen. De Mekong rivier stroomt langs de stad en geeft een extra dimensie aan het geheel. Er is echter niet veel te doen in de avond. Een nachtleven zoals Amsterdam is echt taboe.
Na een paar dagen waren we er dan ook uitgekeken en gingen we verder naar Phonsavan. Een weg met zo'n 30 km 'echte' off-road mede doordat men ook nog met de weg aan het werk was. Onderweg, nog voor de afslag naar Phonsavan, kwamen we Gerard Starck en zijn vrouw tegen op de motor. Hij vertelde al jaren onderweg te zijn en hij werd gesponserd door Honda. Hij liet een wereldkaart zien en, goeie genade!, de ingetekende routes die hij gereden had was ongelovelijk. Hij doet veel voor het rode kruis en zodoende krijgt hij veel zaken voor elkaar waar anderen tegen een muur oplopen.
Even later gingen Mark en ik iets drinken, want het was koud en we reden in de wolken. In een klein dorpje, op de afslag naar Phonsavan, zagen we een tweede overlander op een motor. Hé!, werd er geroepen en toen we goed keken bleek dit Simon uit Ierland te zijn. We hadden elkaar voordien in Bangkok reeds ontmoet. Er werd flink bijgepraat, maar de klok tikte voort en we moesten verder. De off-road rit was goed te doen op wat modderpoelen na. Na het off-road gedeelte kwam er een mooie nieuwe weg. Wow, even het gas er op om het stof af te blazen. Phonsavan lijkt wel aan het einde van de wereld te liggen. De omgeving is niet noemenswaardig en ziet er wat troosteloos uit: weinig groene vegetatie en alles was er doods-bruin. Het was er, tijdens ons verblijf, ook berekoud, precies zoals het in de Lonely Planet stond vermeld.
Wij waren naar Phonsavan gereden om de 'Plane of Jars', grote stenen potten die met de hand waren uitgehold, te bezoeken. Niemand weet waar ze vandaan komen of waar ze voor gebruikt werden. De stenen zijn allen hol als een soort urnenpot maar de grootte varieert en kan tot zo'n twee meter oplopen. Op de terugweg slipte Mark en viel met zijn motor toen hij door een kuil met blubber reed. Hij bleef ongedeerd, alhoewel hij zijn achterrem moest missen, omdat het pedaal flink was verbogen.
Dezelfde avond waren we uitgenodigd door de lokale bevolking om een feest bij te wonen. Ze speelden met twee mannen op een gitaar en de hele groep, een man of twintig, zongen lokale liederen al werd speciaal voor ons een Engelstalig lied gezongen. We aten en dronken met de anderen. Dit was op een manier, dat je denkt: tja. Met twintig man deel je twee glazen die keer op keer weer half gevuld werden en rond gaan. Als iemand met jou speciaal wil toasten komt hij naar je toe, het glas wordt half gevuld en, hoppa, dit sla je dan ineens achterover. Ik kan uit ervaring zeggen dat je na een half uur toasten behoorlijk gezopen hebt. Zeker als de halve goegemeente met je komt toasten. Dan komt vervolgens ook nog een (lokaal?) gebrouwen bocht bij wat ze lao-lao noemen. Puur vergif waar ze in Nederland de stickers of nagellak mee verwijderen. Het heeft een groot percentage alcohol. En jawel, dan ook hiermee komen ze natuurlijk bij je om met je te toasten. Dit weigeren is onbeleefd. Na een poosje bleek dat de enige manier om hier onderuit te komen was door maar snel gedag en dankjewel te zeggen. Het was echter wel een leuke ervaring om samen met mensen van het platteland een 'borreltje' te drinken.
De volgende dag vertrokken Mark en ik terug naar Vang Vieng. Eerst echter moest het verbogen achterempedaal van Mark zijn motor gerepareerd worden. Eenvoudig, aangezien Ik ook al wat ervaring op dit gebied had. Een metaal bedrijfje gezocht en even later zat alles weer op zijn plek en konden we vertrekken. Het eerste obstakel was weer de 30 km off-road weg, welke Martin en Jeannette in November jl. ook hadden getrotseerd. Mark was nu aan de beurt en gleed gelijk bij de eerste modderige hindernis weg. Snel mijn motor aan de kant gezet en geholpen met het overeind tillen van zijn motor. Opnieuw starten en weer verder. Na een kwartier diende de volgende modderpoel zich aan en Mark, die de smaak blijkbaar te pakken gekregen had, ging wederom onderuit. Dit was duidelijk niet zijn geluksdag omdat nu ook zijn rechter voorknipperlicht sneuvelde. Zelf had ik meer geluk die dag en bleef ongedeerd in het zadel, maar ik dacht dat ik mijn portie dan ook reeds meer dan genoeg gehad had. Uiteindelijk arriveerden wij in Vang Vieng en terug kijkend, was het een mooie weg met prachtige bergen die als gigantische rotsen omhoog staken. Overigens hadden wij onderweg iemand ontmoet die de grote distributeur van Lao bier bleek te zijn. Je kunt veel van Laos zeggen maar het Lao bier is zo goddelijk dat blijkbaar elke overlander wel stickers hiervan op zijn koffer wilde hebben. Via hem hadden we stickers in allerlei formaten kunnen bemachtigen, welke zo snel mogelijk op onze koffers werden aangebracht. Als de mensen ons nu zien is het meteen: "Aaaah, Lao-bier!" Het ijs is dan snel gebroken.
We hadden in Vang Vieng eindelijk het weer mee en dus konden we nu wel op de rivier in een rubberband gaan dobberen. Dat was heerlijk om de rivier af zakken in een rubber band. Lekker twee en half uur dobberen en af en toe met je handen wat bijsturen.

Mark with his bike in better days
Vanuit Vang Vieng reden we de volgende dag naar Vientiane; althans dat was de bedoeling. Wij waren echter net buiten Vang Vieng toen de motor Van Mark er helemaal mee ophield. We sleutelden dat het een lieve lust was. In eerste instantie dachten wij, dat de bougies de oorzaak waren. Om daar bij te komen moet die Thriumph bijna als een vis gefilleerd worden. Daar stonden we dan in een verzengende hitte. Nou is een motor slopen geen probleem, maar wel als er een school net uit gaat. Daar sta je dan met een paar honderd kinderen, die enorm nieuwsgierig zijn. Mark had absoluut niets te klagen over publiek en terwijl hij aan het sleutelen was trad ik als waakhond op om ze bij hem weg te houden, dat is nu wat men noemt samenwerking! Na ongeveer twee uur sleutelen, waren de bougies verwijderd en aandachtig bekeken en toen moest geconstateerd worden dat dit niet het probleem was. Toen moest alles weer in elkaar gezet worden, een heel karwei aangezien inmiddels wel een carburateur en een cilinder uit elkaar gehaald was en dat was mijn inziens onder deze omstandighedenis niet echt wijsheid. Afijn, uiteindelijk na de boel weer in elkaar gezet te hebben werd de motor opnieuw gestart. Baaaang, een grote knal! Het verhaal van de evolutietheorie van Darwin haalde het nog niet bij de knal van de Triumph van Mark. De kinderen vlogen van schrik weg. Dit kwam ons eigenlijk wel goed uit en dus was er gelijk een probleem minder. Na rijp beraad besloten we een pick up te regelen. Dit was binnen 15 minuten geregeld, want dat betekent voor de mensen: Geld. Ik besloot vooruit te gaan naar Vientiane.
Nu waren we dan wel in Vientiane maar nog steeds met een probleem. Mark kende iemand bij een internetcafé, Peter, en die zou wel een motorreparatiezaak weten waar we de motor konden langs brengen. We stonden voor het internetcafé en ik zat net te bedenken dat als we dat geregeld hadden we ook nog een Guesthouse moesten zien te vinden. Toen ik over mijn schouder keek stond daar ineens Philipe, onze Belgische vriend met de Honda Transalp. Ik wist (via e-mail) dat hij in deze grote stad was. Over toeval gesproken! Philipe kende ook de eigenaar van het internetcafé en hij zat in een guesthouse, 30 meter verderop. Even bijgepraat en de situatie met de motor van Mark uitgelegd en direct reed er iemand voor de pick-up uit naar de motorzaak. Het guesthouse van Philipe was vol, maar in een zijstraatje was nog een guesthouse en daar bleek warempel nog een Honda Transalp met een verdacht groot en zwaar uitgevoerd bagage rek te staan. Dat kon alleen maar de motor van Simon zijn, die ik eerder in Bangkok had ontmoet. Nou, daar zakte mijn broek helemaal van af. Tevens bleek dat iedereen dezelfde plannen had en rond 10 februari de grens met Vietnam over wilde. Iedereen was het er over eens om samen te gaan en zo reden we in convooi op 9 februari naar Lakxao, waar we die avond met Martin en Jeannette afgeproken hadden. Mark zijn motor was inmiddels 'gerepareerd'. Het bleek dat ergens in de cockpit een stekker losgetrild was waardoor de computer op tilt was geslagen en geen brandstof meer injecteerde. Typisch geval van een klein probleem met grote gevolgen!
Martin en ik wilden naar het zuiden van Laos. Dat gaf nog problemen aangezien we in Vang Vieng bij 2 tankstations geen benzine meer konden krijgen terwijl Erik en Mark er gisteren nog getankt hadden. Via het hotel tankstation nummer drie gevonden en deze had gelukkig (nog) wel benzine. In Vientiane onze Vietnameze visa afgehaald en een Buddhistische beeldentuin bezocht.
Via Thakek (waar we onze Belgische vriend Phillipe tegen kwamen terwijl we zaten te eten), Savannakhet reden we naar Pakxé, waar we alleen wat gedronken hebben en zijn we snel verder gereden naar Champasak. In de Lonely Planet stond een foto die er heel idillisch uit zag, maar schijn bedroog ons ook hier weer. Het plaatsje ligt aan de westzijde van de Mekong, dus dit betekende met een pontje de rivier over steken. Het geeft je dan gelijk het gevoel, dat je op een eiland zit, maar dit was deze keer niet het geval. Het pontje bestond uit twee kleine rompen die met planken verbonden waren en zo tevens de bodem voor de voertuigen vormden. Kortom, het zag er niet degelijk uit om mij maar voorzichtig uit te drukken, maar de overtocht verliep probleemloos.
We zijn een nacht in Champasak gebleven en het hotel was zo basic, dat de vlooien ons letterlijk om de oren sprongen, terwijl wij buiten op het terras zaten. We wisten één ding zeker: in geen geval zouden we hier langer dan 1 nacht blijven. De volgende dag snel onze spullen ingepakt en wegwezen. Later bleek dat ik per abuis ook nog enkele luizen meegenomen had zodat Martin mij lekker enkele malen mocht vlooien, iets wat hij overigens helemaal niet erg vond. Eerst Wat Phu bezocht, een Khmer tempel (een hoop stenen) maar wel met een schitterend uitzicht. Volgens onze kaar was er een weg om de berg heen, maar de weg bleek bij de tempel te eindigen en tevens wilden we ons, gezien onze eerdere ervaringen in Laos er niet aan vergalloperen. Deze ervaringen lagen bij ons nog iets te fris in het geheugen.

De 'veerboot' die ons de Mekong-rivier over zette
Dus weer terug naar de Mekong rivier. Er wachtte deze keer geen veerboot op ons maar wel een heel klein bootje waar je met een plank op kon rijden, iets wat een lokaal brommertje dan ook deed. Martin gebaarde naar de schipper dat hij ook wilde en ik dacht dat hij een geintje maakte maar toen de schipper OK seinde reed hij ook daadwerkelijk het bootje op. Deze was nu gelijk vol en ik kneep hem toch wel een beetje tijdens de overtocht die echter wederom probleemloos verliep. Weer genoeg avontuur om de dag mee te beginnen. We waren ondertussen op weg naar Attapeu. We zijn over het Bolavan Plateau gereden en het was erg mooi. Vergezichten en dorpjes, die ruim waren opgezet maar toch was het niets anders dan het overige landschap in het zuiden van Laos en dus enigszins teleurstellend.
eens dat het wel enorm kicken geweest was.
Op een gegeven moment zag Martin een bordje langs de weg met het opschrift: "Tatfek waterval 2 km." We besloten om een kijkje te nemen. Wat een feest. Er waren vele wegen die naar Rome leidden, maar niet naar de waterval. De weg rechtdoor genomen en deze kwam er steeds zanderiger uit te zien. Ik kneep hem als een oude kippedief. Die kont van Rosie zwabberde heen en weer, maar wat wil je ook als je in de tweede versnelling wordt gekieteld en door mul zand rijdt. Achterop ben je op zo'n moment aan de goden overgeleverd. Maar ook na deze ontberingen waren we nog steeds niet bij de watervallen en was het maar goed dat onze conversatie niet was opgenomen. We draaiden om en ik kon pas weer gerust ademhalen toen we wederom het spannende stuk van glibberen en glijden weer gehad hadden. Maar Martin houdt niet van opgeven en dus namen we een andere afslag en nu bleek aan het einde van het pad een waar paleisje te liggen. Nog nooit hadden we zo'n mooie shelter gehad met uitzicht over zulke schitterende watervallen. Water in overvloed. We hadden snel de bagage veilig gesteld en gewapend met zeep, shampoo en sarong op weg naar het water. Martin als echte verkenner eerst het water in en daarna volgde zijn Ketelbinkie. Vooral niet denken aan beestjes en allerlei andere enge dingen. We hebben genoten van het moment. Na ons waterballet werd de inwendige mens versterkt. De brander had nog wel met wat kuren, maar toch nog muziek uit dat ding weten te krijgen. Martin kookte wel sneller dan de soep, maar hij wist zijn geduld te bewaren wetende dat de brander nu met meer tact behandeld moet worden. Ondanks de nodige gezangen van een brander welke eerst wat sputterde toch heerlijk genoten van de soep en een blikje tonijn wat goddelijk smaakte. Als je dan als toetje nog mag genieten van een kopje koffie onder een prachtige sterrenhemel, het vredige geruis van het neerstortende water en de oergeluiden uit de natuur dan voel je je toch de koning te rijk. Hier kan geen 5 sterren hotel tegen op. Onder het muskietennet zijn we weggedommeld op ons matrasje, ver weg van enge beestjes, vieze hotels, lawaaierige mensen, kakelende kippen of wat voor andere storende elementen dan ook.
We hadden verrukkelijk geslapen en we zouden de volgende ochtend ontbijten in Attapeu, 48 km verderop, en weer terug komen bij deze waterval. Aangezien deze watervallen ongepland waren, schoot onze voedsel voorraad danig te kort. We waren nog geen 12 km op weg toen de verharde weg ophield en overging in een gravel weg die goed te berijden was totdat....
Er waren wegwerkzaamheden en dit betekende dat er een tijdelijke geimproviseerde weg aangelegd was. Nou, we hebben het geweten! Zandpaden vol mul zand waarbij het zandweggetje bij de waterval verbleekte. Het was voor Martin al zwaar en bij mij ontstonden er allemaal visioenen. Na 9 km zwoegen verloor Martin de controle over Rosie en we gingen op onze plaat. Gelukkig in het mulle zand dus vielen we zacht. Mijn rechterbeen was onder de koffer gekomen en na wat kunst en vliegwerk werd de motor door Mart opgetild en konden we samen de motor rechtop zetten. Bij Martin was de maat vol en besloten we om terug te keren, mede doordat je niet wist hoe lang dit nog door ging en Attapeu nog zo'n 25 km verwijderd was. Maar in mul zand is het moeilijk keren zodat Martin besloot iets door te rijden totdat hij op een hardere ondergrond keren kon. Toen echter bleek dat deze hardere ondergrond het asfalt van de weg was wijzigde onze plannen en zijn we doorgereden naar Attapeu en genoten we van het inkopen doen op de markt. Brood van drie dagen oud, maar wel verse tomaatjes en wat visjes. Je voelt je dan toch de koning te rijk. We wisten hoe de weg terug zou zijn en bij de mulste zandpistes gewoon de 'weg in wording' genomen al betekende dit wel dat we regelmatig de helling (van de verhoogde weg) op en af moesten. Bij 1 stijging had Martin niet genoeg gas gegeven en bleef, bijna boven, steken zodat ik moest helpen. Maar aangezien ik was gaan lopen moest ik snel in volledige motor outfit (inclusief helm) naar de motor rennen en dan ook nog duwen. Wie durft dan nog te beweren dat het achter op de motor zitten ontspannend is!

Na al die stoffige wegen konden we ons eens goed wassen
Weer terug bij dezelfde waterval zaten we onder het stof (we hadden letterlijk zand gehapt) en wat is er dan beter dan om een heerlijke verkoelende duik te nemen. Er moest echter eerst nog kleren gewassen worden. Martin zou helpen en al het wasgoed verdween als sneeuw voor de zon en sokken moesten van de bodem opgevist worden. Maar wel hadden we een enorme lol en toen Martin een turbo wasmachine aan het nabootsen was, zag ik op nog geen drie meter een slang recht op mij afkomen. "Mart, Mart een slang. Kijk daar!!!" Een mooi moment, goed voor een foto maar de biologielessen over slangen haddden hu vrucht afgeworpen en dit was (volgens ons) een giftige! Dus laat die foto maar even zitten. In het water duiken kan ook niet aangezien we zelf gezien hebben dat slangen ook zwemmen kunnen. Dus ben ik maar met water gaan gooien, flink schreeuwen en gaan stampen. Dit hielp en de slang had blijkbaar geen trek in een nat pak. We vonden het (nadien) overigens wel een prachtige slang. Ja, het dier was net zo geschrokken als wij. De mooiste momenten in het leven zijn vaak niet vast te leggen. Voor ons betekende dit wel extra oppassen geblazen bij het terug lopen over het rotsige pad. Je raakt aan dit soort dingen gewend. 's Avonds genoten van de rust en een Lao biertje en vroeg in ons mandje.
We hadden nog enkele dagen over voordat we Vietnam in trokken en wilden nog een kijkje nemen bij de Tadlo watervallen. Ja de watervallen hadden ons te pakken. Na een lekkere rit kwamen we bij de watervallen aan en dit bleek een toeristen oord te zijn. Toeristen betekent vaak niet al te veel goeds maar een uitzondering is het 'westerse' eten, zij het wel op de lokale manier bereid. Na al de rijst en noodlesoup is niets heerlijker dan friet met salade! We hadden deze tracatie wel verdiend want we hadden de nodige off-road afgelegd wat volgens de kaart een gewone weg (maar wat is een 'gewone weg' in Laos) zou moeten zijn. Maar we besloten verder niet bij de Tadlo watervallen te blijven en reden door richting Saravan, de districts hoofdstad, over een goede weg.
Saravan was, zoals verwacht, niets bijzonders maar had wel een directe weg naar de hoofdweg door Laos langs de Mekong. In Saravan zochten we naar de juiste afslag maar vonden alleen een off-road weg en dit bleek inderdaad de hoofdverbindingsweg met de buitenwereld te vormen. 78 km off-road maar, eerlijk is eerlijk, het was goed te doen. Toen we op de hoofdweg uit kwamen reden we verder richting Savannakhet. Dit was nog ongeveer 200 km en halfwat waren we op zoek naar een hotel langs de weg maar eigenlijk wilden we doorrijden naar Savannakhet wat we uiteindelijk ook deden. Wel wisten we dat het laat zou worden aangezien er nog een stuk weg was waar aan de weg gewerkt werd.Tegen het ondergaan van de zon hadden we net het slechte stuk weg bereikt. Het mulle zand viel mee maar er werd wel heel veel stof opgeworpen dat door de windstilte bleef hangen en het werd reeds schemerig. We zagen een walm van stof en er bleek een vrachtwagen voor ons te rijden met bamboestokken. Stokken van zeker 8 meter lengte en een diameter van zo'n 20 cm.
Het was net een horrorfilm. De bamboe lag los op de vrachtauto en ging door alle hobbels aan de wandel en ik gilde tegen Martin, dat de bamboe ging glijden. Dus er snel langs heen en op zo'n moment de sterren van de hemel gebeden met die grote wielen naast mij terwijl Martin met zijn ervaring Rosie er met een zwabberende kont langs loodste. We hebben achteraf hierover een evaluatie gehad en Martin was ook absoluut niet blij geweest met de situatie. Ketelbinkie was het niet met de Kapitein eens geweest liet dit merken hopende dat de Kapitein hier in het vervolg meer rekening mee zou houden. Gelukkig werd de weg weer verhard en reden we in het donker naar Savannakhet ons al snel verschuilend achter een minibus die niet te hard reed en ons feilloos de stad in voerde. Ons hotel was snel gevonden en zo hadden we veel meer afgelegd dan verwacht en waren beiden dan ook enorm moe.

Een willekeurig dorpje op het platteland van Laos
De volgende was typisch zo'n dag dat alles tegen zit. We hadden redelijk geslapen maar vooral Martin was nog moe. Het internetcafé was open maar alleen als we 2 computers namen. Als we er 1 wilden moesten we na 13 uur terug komen. Hier snapten we niets van. Tevens duurde het uren voor we onze mail konden lezen. Onze spullen gepakt en naar Thakek gereden waar we op zoek waren naar een rustig en betaalbaar guesthouse dat onvindbaar scheen te zijn. Kortom de rek was er bij Martin aardig uit en toen bleek dat het staafje van zijn helm-microfoon ook nog lam bleek te zijn was de emmer vol en ontploften we beiden (Eerst Martin en dat reaggerde ik weer op). Uiteindelijk toch nog een guesthouse gevonden en Martin viel gelijk als een blok in slaap. Nadien alles rustig uitgepraat en op zulke momenten besef je hoe belangrijk het is om te praten. Als je alleen bent kun je balen en de pest erin hebben. Als je samen bent dan moet je delen en soms je tranen laten gaan.
Opgelucht, want gisteren was gisteren en vandaag is vandaag. We genoten weer van de nieuwe dag en elkaars aanwezigheid. Tijdens het ontbijt vroeg Martin wat er voor witte dingetjes in mijn haar zaten. Snel naar de kamer. Nee hè, dat kon toch niet waar zijn. Ketelbinkie had "LUIZEN"; die moesten uit Champasak meegenomen zijn. Snel naar de apotheek. En het probleem werd dagen achtereen met succes bestreden. Tevens wist Martin, met moeite, te voorkomen dat alles en iedereen een hele grondige wasbeurt kreeg.
We waren op weg naar Lakxao om Erik en Mark te ontmoeten toen we ons ineens realiseerden dat we een dag op ons schema voorliepen en we pas morgenavond in Lakxao moesten zijn. Dat kwam goed uit want dan konden we nog een nacht in onze shelter boven op een heuvel, met een schitterend uitzicht overnachten waar we ook 28 november 2001 hadden geslapen nabij Ban Phônkho.
Tegen lunchtijd kwamen we aan in Namthone. Allereerst bleek dat we nergens fried rice konden krijgen, maar wel andere lekkere dingen. Ja, ja ik hoor een ieder denken en dan denk ik aan een programma wat vroeger op de Hollandse buis was: "En wat zijn de prijzen Pierre?" Nou, dat zijn dan kostelijk, lekker gekruide en vervolgens gegrilde ratten. Eet smakelijk, zouden we zeggen. Mijn eetlust was afgenomen en die van Mart? Die nam gewoon eerst een lekker noedelsoepje. Ik was niet voor één gat te vangen was vertelde hoe je fried rice van rijst en ei kon maken. Dus ook ik nog heerlijk smullen en Martin kreeg ook de helft van Ketelbinkie haar rijst mee. Het was super lekker. De rekening ook! Ze proberen je altijd een poot uit te draaien. Aan ons hebben ze dan een slechte! Onze waterzak met gewoon grondwater gevuld en hier wilden ze ons ook nog 5000 kippen laten betalen, nou hier konden ze naar blijven fluiten. Martin en ik laten ons door niemand meer bestelen en dit staken we niet onder stoelen of banken. Het is me de laatste tijd wel opgevallen, dat ik steeds vaker de kolen uit het vuur aan het halen ben. Ik laat steeds minder over me heen lopen, maar dit is ook iets wat Martin bij me aanmoedigd.
's Middags, in de shelter, heeft Martin als een aapje alle nete-eitjes uit mijn haar gehaald en we dachten met plezier terug aan Champasak, waar ik de pietjes had opgelopen. In paniek raken heeft geen zin, maar met mijn lange haar was ik niet echt blij. Martin had bedacht dat ik mijn kop beter gelijk met die van hem kaal kon scheren. Ik dacht het dus even niet. Er was een enorme rust rond onze shelter en we hebben tot de avondschemering zitten lezen. We kregen nog bezoek van twee Amerikanen Lorna en Simon. Ze hadden Rosie beneden langs de weg zien staan en widen wel even weten wie erbij de motor hoorde. Ze hadden in Thailand twee 125 cc crossmotoren gekocht en maakten er ook een tripje door Laos mee. We zagen hen de volgende dag weer terug in Lakxao.
De weg naar Lakxao was de volgende dag een peuleschil met nog maar 70 km. Maar de weg is wel schitterend. Je bent omgeven door rotsen, welke een relaxte indruk achterlaten. Deze dag langzaam gereden en vaak gestopt om heel veel foto's te maken. Toen we bij het hotel aankwamen, en dit was reeds tegen lunchtijd, eerst maar even gaan bunkeren, want sinds gisteravond hadden we niets meer te eten gehad behalve een kopje koffie in de ochtend om wakker te worden. Terwijl we zaten te eten kwam er ineens Honda Transalp aangereden, deze was van Ennio Cavallucci. Hij had Phillipe in het zuiden van Laos ontmoet en gehoord van ons plan om gesamelijk de Vietnamese grens over te steken. Laat dit nu ook precies zijn plan wezen en dus voegde hij zich in Lakxao bij ons.

Deze groep motorrijders gingen gezamelijk op naar Vietnam
Het hotel was geweldig en we hadden voor het eerst tijdens de reis een heus ligbad met stromend warm water op de kamer. We hebben hier uiteraard dankbaargebruik van gemaakt en eerst ons zelf geweekt en daarna het wasgoed. Het leek wel dropwater, in beide gevallen! Tegen de avond kwamen ook de jongens vanuit Vientiane aan. Eerst Philipe en Erik en even later Mark en Simon. Deze laatste hadden we niet verwacht maar was daarom niet minder welkom. Zo zagen we ineens veel vrienden terug. Dat er die avond aan tafel veel verhalen uitgewisseld werden hoeft geen betoog. Morgen de grens over met 6 motoren en 7 personen (zie foto hieronder). Phillip, reeds 4 jaar onderweg op zijn Honda Transalp, was als enige reeds eerder met de motor in Vietnam geweest. Hij is onze mascotte geworden, want hij Is een echte gangmaker en heeft reeds veel beleefd. Zo is zijn motor ooit door een klein jongetje (per ongeluk) in de fik gestoken toen hij hem tijdelijk in Cambodja had achtergelaten. Zijn motor is nu te herkennen aan de grijze tape, waarmee de motor nu helemaal mee bedekt is (was makkelijker dan opnieuw verven!). We hebben hem de bijnaam Swiebertje gegeven omdat hij er als een zwerver bij loopt en al zijn bagage in een grote hoop achter op de motor gebonden heeft. Een heerlijke chaoot.
Simon, reeds anderhalf jaar onderweg op zijn Honda Transalp en afkomstig uit Ierland. Ennio, reeds 3 jaar onderweg op ook een Honda Transalp en van Italaanse afkomst al zou je dat absoluut niet zeggen aangezien hij een hele rustige jongen is en er iets van zijn stereotypische Italiaans temperament. Mark, uit California en rijdende op een Triumph Tiger. En dan natuurlijk de 3 Musketiers op hun beide motoren.
De optocht naar de grens, de volgende dag, was een schitterend gezicht, vooral als je voorop rijdt en je dan achterom kijkt (of zoals Martin deed: in zijn spiegels keek). Ook nog even een groepsfoto gemaakt want het bleef natuurlijk wel een unieke situatie dat 7 overlanders elkaar min of meer toevallig troffen en dezelfde plannen hadden.
Eens kijken hoe de Vietnamezen ons deze keer aan de grens behandelen zouden. Dus: "Vietnam, here we come (again)!"

De drie Musketiers