Reisverslag 22          Bavet (Cambodja, 17-03-2002) t/m Poipet (Cambodja, 30-03-2002)

We konden opgelucht ademhalen toen we door de enorme poort Cambodja binnen reden. Wat ons direct opviel was de armoede van het land. Stond er aan de Vietnamese zijde nog een groot (maar uiterst lelijk) betonnen gebouw, hier stonden er slechts enkele hutjes langs de weg. Maar na Vietnam was dit voor ons weer een enorme verademing. De mensen waren hartelijk en welwillend. Iedereen droeg badges met hun naam en je werd snel geholpen. We knepen hem wel een beetje, want het carnet voor de motor was op 12 maart verlopen. Dat was van te voren wel bekend maar doordat we vertraging in Vietnam opgelopen hadden gingen we nu pas na verloopdatum de grens over. Maar naar een carnet wordt altijd verlekkerd uitgekeken aangezien dit betekent dat de douaniers zich kunnen uitleven met handtekeningen en stempels en zich zo belangrijk kunnen voelen en dan ga je dat toch niet voor jezelf verpesten door op de geldigheidsduur te letten. Hoe dan ook, we kwamen zonder problemen door de douane heen.
De wegen in Cambodja zijn slecht... heel slecht. Overal lijkt het wel alsof ze er tientallen jaren geleden een mooie asfaltweg neergelegd hebben en ze er sinds die tijd absoluut niets meer aan gedaan hebben. Resultaat is nu dus dat je in principe over een onverharde weg rijdt en her en der nog een klein stukje asfalt ziet. Deze stukjes probeer je nu juist te ontwijken vanwege de scherpe randen. De onverharde weg is echter ook niet ideaal en zit vol met kuilen die je ook probeert te ontwijken. Kortom het rijden over deze wegen is een zeer intensieve en zware aangelegenheid maar hier had iedereen ons van te voren reeds voor gewaarschuwd. Dus hadden waren we voorbereid op lange dagetappes waarbij weinig kilometers afgelegd werden.
Het landschap verandert compleet zodra je de grens passeert en dat is een hele rare gewaarwording. Het is alsof je ineens een compleet andere wereld binnenrijdt ofschoon het eigenlijk detzelfde grond is waar alleen een door mensen getrokken grens doorheen loopt. Je ziet ineens lemen huisjes en het groene landschap van Vietnam is plotsklaps verdwenen, en alles is dor en grauw en zit onder een dikke laag stof (vaak letterlijk!). Maar dit wordt ruimschoots goedgemaakt door enthousiaste, vriendelijke mensen. Cambodja is het armste land in Zuidoost-Azië. Wat weten wij over Cambodja? Niets eigenlijk behalve vaag de naam van Pol Pot! In Thailand hoorden we vervolgens dingen van andere (motor)reizigers, bv. dat Angkor een must is en dat de wegen enorm slecht zijn.


De dorre vlaktes in Cambodja

De weg van de grens naar Pnhom Penh was er geen uitzondering op de algemene slechte staat van de wegen al waren ze nu wel bezig om een compleet nieuwe weg aan te leggen. Maar dit is, zoals nagenoeg overal in Azië, een meerjarenproject. Grote stukken waren reeds geëgaliseerd en dit waren heerlijke stukken om overheen te rijden. Op andere stukken moesten we ons door mul zand heen zwoegen en kon Martin zich helemaal uitleven terwijl ik achterop lichtelijk verstijfde. We moesten halverwege de Mekong rivier oversteken per veerboot en vervolgens veranderde de vegetatie en de wegen. Alles om ons heen werd groener en je zag veel schitterende bougainvillia's. De weg was nu ook verhard, maar daardoor des te verradelijker omdat je dan geneigd bent harder te gaan rijden en vervolgens hierdoor de gaten te laat ziet. Ook deinde de weg veel en dat was met onze overbeladen motor niet goed voor de achtervering en ik had menigmaal het gevoel in een schietstoel afgeschoten te worden. Als je voor je een auto de lucht in zag gaan wist Martin al dat hij gas terug moest nemen. We hadden al van een vriend vernomen dat hij hier zijn linkerkoffer over deze weg uitgestald had zien liggen, dus wij waren gewaarschuwd en deden het rustig aan.
Nu je hier bent verdiep je je ook in de geschiedenis van dit land en bemerk je dat er veel leed is geweest. Zo is Cambodja ook in de Vietnamoorlog verwikkeld geweest en dan hebben ze vervolgens ook nog Pol Pot als dictator gehad. Hij heerste was van 1975 t/m 1979 en heeft gedurende die tijd kans gezien om de helft van de Cambodjaanse bevolking (3 miljoen) te vermoorden vanwege zijn communistische ideeën. The Killing Fields en de beruchte gevangenis S21 zijn hier de stille getuigen van.
Aangekomen in Pnhom Penh waren onze Deense vrienden, Poul & Pia, reeds aanwezig en konden we gelukkig al onze ervaringen uitwisselen en stoom afblazen m.b.t. Vietnam aangezien zij eenzelfde mening over Vietnam hadden. Ze waren enkele maanden eerder in Vietnam geweest en destijds vonden wij hun mening over dat land heel extreem maar nu konden we ons er wel in vinden. Onnodig te zeggen dat we een heerlijke en gezellige avond samen hadden.
We voelden ons leeg, moe en leeggezogen. We bemerkten dat we tijd nodig hadden om de vijf weken van Vietnam te verwerken, en wat is dan beter dan gewoon gek te doen en alleen maar dingen te doen waar je zin in hebt! De ervaring leert dat luisteren naar je lichaam vaak het beste is. We hebben de volgende dag bijna de gehele dag in bed gelegen. Gelukkig hadden we een TV op de kamer die meer zenders had dan alleen de lokale zenders en zo konden we 's ochtends de gehele Grand Prix van Maleisië bekijken en verder van de ene speelfilm in de andere 'gerold' omdat je met drie film kanalen keuze in overvloed hebt. Verder is het lekker om weer het nieuws van BBC World te kunnen volgen. Ook was het weer, sinds we de koelere kusten van Vietnam verlaten hadden, veel warmer en zelfs benauwd geworden. We moesten er weer even aan wennen met temperaturen van rond de 40 graden, terwijl in Nederland de lente net begonnen was. De hele dag liep het water ons over de rug en hierdoor sliepen we ook 's nachts veel slechter. Maar al snel hadden we een Lucky Burger gevonden, waar ze niet alleen lekkere hamburgers hadden maar vooral een airco waar we toch wel het meeste van genoten.
Ik voelde mij eerst wel schuldig over het feit dat we dagenlang aan het lummelen waren maar wil je het hier langer uithouden dan moet je gewoon jezelf de tijd gunnen om aan de hitte te wennen en rustig af te draaien mocht dat nodig zijn. Door ons langere verblijf hier hadden we ook weer tijd om onze korte broeken aan te trekken al had dat wel nog de nodige voeten in de aarde aangezien hiervoor eerst de scheermessen ter hand moesten worden genomen om de struikgewassen op mijn benen te verwijderen. Dit beviel Martin blijkbaar ook wel en hij dacht eens lekker onder de tafel mijn benen te strelen. Pia merkte dit echter en deed alsof Martin haar benen streelde en maakte hier een opmerking over. Martin verschoot van kleur en ze had Martin flink tuk.
Natuurlijk ben je als overlander een duizendpoot. Zo wilde Pia haar haar geknipt hebben, maar durfte ze niet naar de lokale kapper. Dus werd de WC op onze kamer tot kappersstoel omgetoverd. Ik heb, met meer geluk dan wijsheid (al heb ik dit niet tegen Pia gezegd), haar krullend haar geknipt. Na Pia was Martin de pineut en heb ik, onder de regie van Pia, zijn kop weer eens lekker kaal geschoren. Hij zat te spinnen als een poes. We kregen het druk, want Poul wilde toen ook wel gekortwiekt worden. De dame en heren stonden er weer gekleurd op.


Riool reiniging
Pnhom Penh is een grote, drukke stad met vele contrasten tussen rijk en arm. Nu is natuurlijk alles relatief: De drukte viel absoluut in het niet in vergelijking met welke Vietnamese stad dan ook wat idem dito geldt voor de grootte. Het is absoluut de armste hoofstad die we tot op heden bezocht hebben aangezien (zelfs hier in de hoofdstad!) alleen de hoofdwegen verhard waren!!! Tekenend was bijvoorbeeld de manier zoals men de rioleringen voor ons hotel schoon maakten. Mensen zitten compleet onder het slib alles uit de rioolputten omhoog te scheppen. Vervolgens wordt er met zandzakken een stuk van de rijweg afgepaald en met het opgedrechte rioolslip gevuld. Dit laat men vervolgens dagen liggen om het te laten drogen en dan komt hopelijk na verloop van tijd een vrachtauto om het vaste slib mee te nemen. Dat inmiddels dan weer een (groot) deel van het slip de put weer ingelopen is schijnt niemand te deren.
Ook hier proberen de mensen allerlei dingen aan je te verkopen, maar een "No thank you" is voldoende. Wel is de politie hier net zo corrupt als in Vietnam, maar hier hebben wij gelukkig geen ervaringen mee gehad, alleen gehoord. Ondanks de grote armoede vind je hier wel supermarkten waar je, i.t.t. in Vietnam, alle westerse artikelen kunt kopen al hangt er vaak wel een stevig prijskaartje aan. Het meeste wordt uit Thailand geïmporteerd. De nationale munteenheid heet Real maar meestal worden de prijzen in USD aangegeven aangezien men dan de prijzen op de menukaarten ed. niet zo vaak hoeft aan te passen vanwege de hoge inflatie. Betalen kun je ook overal gewoon in USD aangezien iedereen een nagenoeg vaste koers hanteert zodat je geen geld hoeft te wisselen bij een bank. De Real wordt eigenlijk alleen gebruikt voor bedragen kleiner dan USD 1,-.
We hadden al menig 'ongewoon' gerecht in Azië gezien (en veel minder hiervan gegeten!) maar Phnom Penh moest toch wel aardig de kroon spannen zoals we konden lezen op de website van Dagblad Tubantia waar we op 17 november 2001 een interessant artikel vonden:

Zeldzame dieren niet meer op Cambodjaanse menukaart
PHNOM PENH (RTR) - Restaurants in de Cambodjaanse hoofdstad Phnom Penh moeten zeldzame dieren van de menukaart halen. Anders gaan ze dicht. Veel restaurants serveren dieren als tijgers, beren, miereneters en schildpadden, ook al omdat de bevolking meent dat het nuttigen van deze beesten ziekten zou voorkomen.
Het gaat om ongeveer honderd restaurants. De plaatselijke autoriteiten hebben de maatregel genomen om de dieren in bescherming te nemen. Als mensen gezond willen blijven, moeten ze normaal eten en beweging nemen, aldus een woordvoerder.

Toen we dan ook op een avond vis wilden gaan eten bij een lokaal restaurant waren we niet echt verrast de volgende beesten aan te treffen op onze ronde langs alle bakken met de nog levende 'gerechten': schildpadden, vleermuizen, slang (echt een knoeperd van een beest), kikkers, mieren, murenen, geit en nog verder nog de 'normale' gerechten die ook in Nederland verkrijgbaar zijn. Je eetlust wordt er direkt al iets minder door! We besloten gewoon bij 'beef' te blijven.
Poul en Pia hadden voor 14 dagen offroad motoren gehuurd en wilden een grote ronde maken door het zeer afgelegen gebied van Noord Cambodja en wij zwaaiden hen uit. Vervolgens maakten wij van de gelegenheid gebruik om eindelijk eens wat actie te gaan ondernemen in ons luie leventje!


S21 gebouw

Als eerste werd S21 met een bezoek vereerd. Pol Pot nam in 1975 de macht over in Cambodja en Phnom Penh viel toen iedereen i.v.m. de viering van nieuwjaar naar familie op het platteland was getrokken. Zijn bewind duurde 3 jaar, 20 weken en 8 dagen. S21, van origine een middelbare school, werd tot gevangenis met verhoorruimten omgebouwd. Het was een heel indrukwekkend complex, vooral omdat nagenoeg alle ruimten nog exact zo waren als Pol Pot ze destijds achter gelaten had. Mensen werden opgepakt, hier heen gebracht voor verhoor (en marteling) en na 5 à 6 maanden doorgezonden om op de 'Killing fields' geliquideerd te worden. Begonnen werd met tegenstanders van Pol Pot op te pakken gevolgd door intellectuelen (mensen met een bril of die een vreemde taal spraken werden al als interlectueel beschouwd), maar later maakte het niets meer uit en werd iedereen, vrouwen en kinderen incluis opgepakt. Op deze manier wist Pol Pot in gedurende zijn bewind de helft van de Cambodjaanse bevolking (3 miljoen) om te brengen. De meeste volgelingen van Pol Pot waren kinderen in hun tienerjaren die nog te vormen waren en zo omgevormd konden worden tot medogeloze moordmachines die zelfs in staat waren om hun eigen familie om te brengen. Onze gids kon ons veel van de achtergronden vertellen aangezien ze haar man en vele familieleden verloren had tijdens het regiem van Pol Pot. Het raakte ons diep wat er met dit land en de bevolking is gebeurd. Toch is het eigenlijk verbazingwekkend dat de mensen, ondanks hun historie, toch enorm hartelijk en vriendelijk zijn en persoonlijk vind ik de kinderen om op te vreten. De armoede is enorm groot en je moet wel op je hoede blijven aangezien kinderen van zeer jonge leeftijd, tot twee maal toe, onze zakken probeerden te rollen. Wij hebben gelukkig hiervoor een gezonde achterdocht ontwikkeld en hadden ze op tijd door.
De volgende dag hebben we in aller vroegte ontbeten en de 'Killing Fields' bezocht. Op zich is er niet echt veel te zien maar de symbolische waarde van een plek als deze is des te groter. Men heeft hier 129 massagraven gevonden waarvan er 89 blootgelegd zijn en waarinmen 8965 lijken aangetroffen heeft. Deze blootgelegde massagraven zijn nu slechts als ondiepe kuilen herkenbaar en vele van de opgegraven schedels zijn opgestapeld in een 13 verdiepingen hoge herdenkingstoren. Samen vormen ze de stille getuigen van de gruwelijkheden die zich hier hebben afgespeeld.


'The Killing fields'
Mensen werden niet dood geschoten aangezien kogels ingekocht moesten worden en dus werden de mensen omgebracht met schoppen, hamers en bamboestokken. Het blad van een lokale palmboom heeft scherpe kartelige randen als een zaagblad en dit werd dan ook gebruikt om kelen door te snijden en mensen vervolgens dood te laten bloeden. Eén boom was een stille getuige aan de vele kinderen die onder deze boom waren doodgeslagen. In een massagraf naast deze boom waren honderden skeletten van vrouwen gevonden. Velen waren door hun overheersers eerst verkracht alvorens ze gedood werden en naakt begraven. Beroofd van iedere waardigheid. Je vraagt je af WAAROM?? Wat voor zin heeft dit?? Maar als je vervolgens de TV aan zet zie je elke dag weer dat de mens nog niets geleerd heeft van zijn eigen geschiedenis. Ons bezoek hier duurde slechts anderhalf uur maar de nawerking er van nam veel langer in beslag en hopelijk vergeten we dit nooit!
We werden weer terug gebracht in de realiteit toen men ons er op attent maakte dat onze achterband zacht was. Uitgerekend nu er net (nog geen 800 km!) een nieuwe achterband onder lag kregen we een lekke band. Het bleek allemaal erg mee te vallen want er kon geen boosdoener in de band gevonden worden. Het bleek dat er lucht ontsnapte langs het ventiel (rubber gescheurd, waarschijnlijk door het vervangen van de achterband). Gelukkig had Martin een reserveventiel bij zich alleen moest voor vervanging de achterband verwijderd worden en dat was niet zo gemakkelijk met een nieuwe band. We bleven met z'n tweeën op de bandenlichters springen maar zonder resultaat. Dus op naar een bandenzaak en hier werd de band met pneumatische hulp in een enkele tel weggedrukt zodat het ventiel gewisseld kon worden. Tijdens de montage van het achterwiel kwamen Poul en Pia onverwacht na 3 (van de 14) dagen terug. Ze hadden onderweg twee valpartijen (ieder 1) gehad en ontdekt dat hun motoren zich offroad allerbelabberst en uiterst ongecontroleerd gedroegen en hierdoor waren de knollen bij hun op. Betere motoren huren lukte niet zodat ze deze rit later (ingekort) met hun eigen auto gedaan hebben.

Poul & Pia huurden voor enkele dagen motoren
Voor ons betekende dit wel dat we ons verblijf in Phnom Penh met een extra dag hebben verlengd. Hierdoor hadden we plotseling nu wel tijd om de zilveren Pagoda te bezoeken en het koninklijk Paleis. We vonden het eigenlijk één grote poppenkast. De binnenplaats van het konklijk Paleis is zo glad bedekt met asfalt dat er geen enkel gat in zit waardoor het beter is dan welk stuk asfalt in het land dan ook. Het park is prachtig aangelegd en de gebouwen zijn tip top in orde, de tempels zijn gevuld met voorwerpen van goud en diamant. Een grote tegenstelling met het Cambodja dat je aantreft buiten de muren van het koniklijk Paleis.
De volgende dag moesten we ons weer in de motorpakken hijsen, dus dat werd me een lekker transpirerend feestje. We hadden besloten om, op advies van Poul & Pia, de weg naar Siem Reap in twee dagen af te leggen. We hadden er veel Indianenverhalen over gehoord. Maar het eerste 180 km, naar Kompong Thom, was nagenoeg volledig geasfalteerd. Natuurlijk wel vol met verradelijke gaten in het wegdek die je moest trachten te omzeilen. Dat lukte echter aardig en zo reden we om 12.30 uur Kompong Thom al binnen. Siem Reap lag slechts 160 km verderop, iets dat onder normale omstandigheden gemakkelijk in een halve dag gehaald moest kunnen worden. Maar we wisten uit verhalen dat de omstandigheden verre van normaal zouden zijn zodat we toch besloten om in Kompong Thom te overnachten en een guesthouse was er snel gevonden, genoeg aanbod!
Kompong Thom is de provincie hoofdstad van de gelijknamige provincie. We hebben een middagwandeling door de stad gemaakt en langs een brug gelopen, welke in het kader van ontwikkelingshulp was gebouwd met Australische financiële hulp (zoals bijna alles hier met ontwikkelingshulp gefinancierd wordt). Langs de rivier was een plantsoentje waar allerlei speeltuinattributen stonden. Het merendeel ervan bevond zich in staat van ontbinding met halve afgebroken wipstoeltjes en schommels. Kinderen met hele vieze kleren aan en op blote voetjes kwamen ons hartelijk begroeten. Overal ligt plastic en vuil verspreid. Door de stad liep ook een verlaten boulevard zonder enig verkeer. Daar scharrelen dan maar kippen door de hopen vuil en modder die zodanig stinken dat je bijna een knijper op je neus moet doen vanwege de zeer penitrante lucht. Dit geheel wordt verder alleen aangekleed door enkele sculpturen die hier volledig misplaatst staan. Ook in deze stad zijn alle straten onverhard en modderig behalve de doorgaande hoofdweg en de verlaten boulevard. Kortom een provincie hoofdstad gehuld in armoede.
Terwijl we op het balkon van ons guesthouse zaten te genieten van de rust hoorden we ineens het gegil van varkens. Twee grote dikke varkens lagen op hun rug vastgebonden op een karretje welke door een brommertje werd voortgetrokken. De dieren gilden van angst of van pijn terwijl het gehele gezelschap, al stuiterend over de slechte weg, langs ons hotel reed. Je zou dan gewoon spontaan vegetariër worden. We hadden medelijden met deze dieren.
De volgende morgen waren wij al vroeg uit de veren, want we waren volledig voorbereid op de laatste etappe naar Siem Reap. Maar soms heb je dagen dat het gewoon tegen zit en dit was zo'n dag aangezien deze begon met een onderling meningsverschil en dat met twee stijfkoppen geeft natuurlijk vuurwerk. En waarover? Gewoon, over het cruciale feit waar we de koffiemelk in de motor weggeborgen hadden!!! De verharde weg hield nu snel op en toen begon het offroad-gedeelte. En dat was slecht... erg slecht! Maar met 'slechts' 160 km en een hele dag voor de boeg moest dit zelfs hier geen probleem zijn. Volop slalommend reden we langs de kuilen en de reis verliep (relatief gezien) voorspoedig totdat... we de lucht voor ons steeds donkerder zagen worden. Maar "Ach" zeiden we tegen elkaar "een buitje brengt tenminste verkoeling" en we reden rustig slalommend door. Maar toen het daadwerkelijk begon te regenen hadden we een klein probleempje aangezien de hemelsluizen zo volledig open getrokken werden dat het niet leuk meer was. Je zag niets meer door de regen dus hebben we toch maar een klein hutje langs de weg opgezocht om daar te schuilen voor de regen ofschoon we reeds doornat waren. Toen we nauwelijks onder het afdak zaten sloeg een bliksemflits vlakbij in met het nodige kabaal. Een kudde koeien struinde gewoon verder door de regen maar we zagen wel dat de blikseminslagen hen angstig maakte. Intussen zaten we rustig af te wachten en te tellen of de blikseminslagen zich van ons verwijderde. Het 'buitje' had ons inderdaad afgekoeld, maar wel meer dan ons lief was aangezien we het gewoon koud kregen.
Zodra de regen minder werd gingen we weer op weg. Het rijden had nu een extra dimensie gekregen. Niet alleen waren er nu plassen met daaronder kuilen die we voor de regen ook reeds trachtten te ontwijken maar bovendien was het zand nu glibberige modder geworden. Toch viel het rijden, gelukkig, nog mee aangezien het de eerste regenbui sinds lange tijd was en het meeste water direct door de droge bodem opgezogen werd waardoor we rustig door konden blijven rijden. Toen het verderop weer begon te regenen zijn we langs de weg in een restaurantje wat gaan lunchen en ik vroeg me af of we ook hond of andere vreemde diersoorten op het bord zouden krijgen. De vrouw des huizes verdween op het dak om de goot schoon te vegen. Ik had dus onderwijl tijd om even in alle pannen te neuzen en ons menu samen te stellen. Vandaag had ik echt zoiets van "Wat de boer niet kent, dat vreet ie niet!" Er zat iets bij wat op rundvlees leek (al twijfel ik nu nog steeds!) en dat hebben dus maar gegeten. Na het eten was ook deze regenbui voorbij getrokken en togen wij weer verder, met als enig doel Siem Reap. Dus worstelden we ons verder door het zand en rond de kuilen totdat 15 km voor Siem Reap de weg veranderde in... een super brede asfaltstrook zo glad als een biljartlaken. Na eerst even de kat uit de boom gekeken te hebben (zit er geen verborgen gat na de volgende bocht?) ging het gas er op en schoot de naald naar 120 km/u totdat ik het welletjes vond en als een snelheidbegrenzer op Martin in greep. Ook deze weg was weer een ontwikkelingsproject (van Japan deze keer) al hadden ze ons inziens de weg beter half zo breed kunnen maken (en dus dubbel zo lang) omdat nu de helft van de weg in gebruik was genomen door allerlei kraampjes.
We hadden van een vriend de GPS-coördinaten van een hotel gekregen, maar wij besloten een ander stekkie te zoeken. En als het op leuke plekjes aankomt, dan verdien ik een medaille. We kwamen langs een hotel, dat gerund werd door twee Zwitsers en wij kregen een kamer met TV, airco, koelkast en warme douche en bovendien nog USD 5,- korting per nacht. Het hotel was net twee maanden open en we hebben daar een heerlijke tijd gehad. Het hotel was nog nagenoeg leeg en dus lekker rustig. Het werd voor ons een echt thuis. Het hadden een ontbijt als dat van een koning. Wanneer hadden wij ook al weer echte kaas, goede koffie of gewoon een glas pure sinaasappelsap gehad? Wij wisten het niet eens meer! We hebben gewoon van deze luxe genoten die in Nederland zo gewoon is.

Ook de TV was weer een tractatie en dus konden we het nieuws weer volgen via BBC World. Conclusie: We hadden niets gemist maar kregen wel weer een idee van wat er allemaal in de wereld om je heen gebeurd. Zelfs heb ik weer eens kennis gemaakt met het Zap-syndroom. Herkenbaar? Geef een man een afstandbediening en je krijgt er als vrouw mee te maken. Maar ach zo heeft ieder zijn tik. Zo viel het Martin op dat ik genoot van de vele kleerhangers in de kast zodat ik eindelijk de gewassen was overal in de kamer te drogen op kon hangen.
Siem Reap betekent nog 6 km rijden en dan ben je ook bij het complex van Angkor. Het grote complex bestaat uit zo'n 40 verschillende tempels die over een groot terrein van 250 km2 verspreid staan en door verschillende opeenvolgende heersers zijn gebouwd. Het is verbazingwekkend wat daar allemaal bewaard is gebleven en weer gerestaureerd is. Je kunt gewoon over het complex rondrijden en dus hebben we deze eerste dag benut om eens rustig over het complex rond te rijden en eens langs alle tempels te rijden. De tempels bezoeken ging nog niet aangezien we daar een toegangskaart voor nodig hadden en met USD 40,- voor drie dagen is dat geen kattepis! Toch nog kans gezien om een afgelegen tempel te bezoeken. De oude Khmer tempels zijn heel erg indrukwekkend en als deze stenen konden spreken... Wij hadden niet de intentie om alle tempels te willen zien, maar meer om te genieten van wat we gedurende die drie dagen konden zien. Door zo'n eerste oriënterende dag hadden wij toch voor onszelf een globale selektie gemaakt.
We hadden de luxe van ons eigen vervoer en dus konden wij ook de meer afgelegen tempels bezoeken. De eerste afgelegen tempel, die we die dag bezochten lag 32 km van het Angkor complex. De eerste 16 km reden we over een goede asfaltweg maar na een splitsing ging de resterende 16 km over een gravelweg. Ons doel: de tempel Phnom Kulen. De weg werd steeds smaller en moeilijker en dan is het wel gemakkelijk als er een lokaal bromertje voor je rijdt (die met moeite bij te houden was). Bij een slagboom probeerden ze de boom voor onze neus te laten zakken maar ze waren te laat en we hadden geen zin in deze vorm van discriminatie: als de lokalen zonder problemen door mogen rijden dan geldt dat ook voor ons! De weg ging nu omhoog de bergen in en dwars door de jungle.


Ook de omgeving van Ankhor Wat was de moeite waard
Een absoluut schitterende weg om te rijden. Het einddoel, de tempel, was ons inziens niet de moeite waard en dus zijn we weer over dezelfde schitterende weg teruggereden. Aan het einde van de dag waren we net twee kreeften en onze benen gaven licht in het donker. Want ja Pa & Ma, we moeten eerlijk bekennen dat we in korte broek en T-shirts hebben rond gereden omdat het telkens korte ritjes waren en het rondlopen in motorpakken door de ruïnes ons niet erg aantrok. Als twee uitgepoepte drollen zijn we 's avonds op tijd onder zeil gegaan, want er stond nog drie dagen 'tempelen' voor de deur.

Boom ontmoet boom
De volgende dag bezochten wij de tempel Angkor Wat als eerste. Dit is de grootste en meest imposantste van alle tempels. Reeds als je er opaf loopt imponeert de grootsheid van de tempel je. Eenmaal binnen zie je de steile hoge torens, de zwembassins, de vele beeldhouwwerken en enorme muurreliëfs die helemaal rondom het complex lopen. Het was een unieke ervaring en heel bijzonder om dit te mogen zien. Een grotesk staaltje van waartoe de mens in staat is want om zulke hoogwaardige bouwwerken te kunnen vervaardigen moet je wel wat in je mars hebben. We waren alleen met deze tempel al enkele uren zoet. Gelukkig was dit op het heetst van de dag waardoor het er heel rustig was en wij des te meer konden genieten.
Daarna besloten we om de tempel Ta Prahm te bezoeken en dit was ook echt geweldig, alhoewel van een compleet andere categorie. Toen men het complex van Angkor vond was dit volledig overwoekerd door de jungle. Voorzichtig heeft men de jungle van de tempels verwijderd maar bij deze tempel had men bewust menig woudreus laten staan. Bomen zo groot als reuzen hebben zich op en in de tempelmuren vast geankerd wat een majestueuze aanblik opleverde. We klauterden over de samengevallen blokken en de rust die van de omgeving uitging was overweldigend. Er was meer dan genoeg ruimte om je fantasie de vrije loop te laten gaan, en dat deden we dan ook volop! Uitgeput keerden we aan het eind van de dag terug naar het hotel maar we hadden wel enorm veel indrukken opgedaan.
De Bayon werd de volgende dag als eerste bezocht en deze tempel nam ons terug naar de periode van de Inca's. Het is een tempel die erg schittert en ons imponeerde; van een afstand door zijn zeer vele kleine torens. De vele details moeten enorm veel manuren werk hebben gekost. En wat te denken van het simpele feit dat alle stenen benodigd voor zo'n tempel, bij elkaar moeten worden gesprokkeld? Met zoveel tempels in de buurt moet het moeilijk geweest zijn om nog stenen in de omgeving te kunnen vinden. In de stenen zitten wel gaten waarmee de stenen door olifanten vertransporteerd konden worden maar toch... Het zou toch wel heel fascinerend zijn als de stenen konden praten. Nee, dan waren we maar wat blij dat hier nu rond liepen en niet toen de tempel gebouwd werd, want om die enorme blokken omhoog te krijgen tijdens de bloedhete dagen van rond de 40 graden leek ons geen pretje (we prefereren dan toch het betalen van USD 40,- toegang!).

Grote gezichten
Vanwege de hitte liepen we continu rond met een waterfles die echter om de haverklap leeg was, waarna deze weer gevuld werd vanuit de grote waterzak in de motor. Het water was in de middag niet echt koud meer maar leste wel nog steeds onze dorst. De volgende tempel op ons lijstje was de Baphuon, maar deze tempel was snel bekeken aangezien deze gesloten was omdat men deze aan het restaureren was. Je kon er alleen omheen lopen en aan de achterzijde van de tempel moet een enorme liggende Buddha liggen die echter moeilijk te herkennen is. Het was maar goed dat er een tekening bij stond dat aangaf hoe en waar de Buddha op deze tempel zich ten ruste had gelegd en samen met je eigen fantasie zou je er delen van moeten kunnen herkennen, maar mijn fantasie had me vandaag een beetje in de steek gelaten. Hopelijk wordt het eenvoudiger als ze klaar zijn met de restauratie. De Buddha is trouwens enkele eeuwen later aan de tempel toegevoegd en is ook nooit af gemaakt wat de de herkenning er natuurlijk niet eenvoudiger op maakt.
We waren al de hele ochtend aan het slenteren en dus was het tijd voor een korte siesta. Toen we enkele lege tafels zagen waarop de lokalen hun souvenirs kunnen verkopen ben ik hier op gaan liggen en als een blok in slaap gevallen. Toen ik mijn ogen later weer opende zag ik dat de lucht zich aardig aan het betrekken was en donkere wolken zich samen pakten boven ons hoofd. Wij vervolgden onze rondtrip naar het Olifantenterras. Dit was een verhoogd plateau dat werd gebruikt voor openbare ceremonies. Het was in feite gewoon een podium maar dan wel één waarvan de randen heel mooi bewerkt waren met oa. olifanten, vandaar deze naam. Terwijl we langs deze rand liepen kondigden Wodan en Donar zich met donderend geweld aan en begon het te regenen. Wij renden naar een grote boom om hieronder te gaan schuilen maar we hadden beter moeten weten. Regenen doet het hier niet, het stortregent hier alleen en dus helpt het schuilen onder een boom ook niet. Al snel waren we dus weer door en door nat en probeerden we alleen onze rugzak met de camera's erin nog enigszins droog te houden. Verder spoelde de regen ook vele rode mieren uit de boom en om de havenklap haalde ik de rode mieren van Martin zijn schouder af. Na ruim een half uur hield de regen op en konden we om de beurt ons t-shirt uittrekken en uitwringen. Ook nu waren we weer enorm koud geworden door de regenbui. Verder kregen we allebei een enorme jeuk op ons bovenlichaam al snel zaten we onder de rode vlekken. De vermoedelijke oorzaak waren de rode mieren in de boom. We dachten dat we gek werden! Ik kreeg overal blazen, die ook enorm jeukten, dus besloten we om onze rondrit even te onderbroken en terug naar ons hotel te rijden om ons eens goed af te spoelen en droge kleren aan te trekken. Tevens kon ik dan mijn medicijnen tegen een allegieaanval innemen.

Tempel in zonsondergang
Weer schoon en met droge kleren reden we weer terug om onze rondtocht te vervolgen. De eerste tempels waren de Thommanon en de Chau Soy Tevoda. Leuke tempels om gezien te hebben maar absoluut geen hoogvliegers. We wilden de zon onderzien gaan en daar kwamen Baksei Chamkrong en de Phnom Bakheng kwamen volgens ons het beste voor in aanmerking. Het tegendeel bleek waar. Na eerst nog twee kleinere tempels te hebben bezocht, hebben we de Phnom Bakheng beklommen. De traptreden van deze tempel zijn heel smal en de trap heel hoog! Hierdoor gaat het steil omhoog. Nu wist ik het zeker... Martin heeft géén hoogtevrees en ik wel! Ik heb toch doorgezet maar mijn desillussie was groot toen er boven niets te zien was. Je zat alleen maar tegen de boomtoppen aan te kijken. Tja, en toen moest ik met knikkende knieën de trap weer af en dat was 100 maal enger als de klim. Maar het was niet de eerste keer dat Martin me iets spannend had laten doen en me vervolgens weer terug moest praten. Het ging goed hoor en we kwamen beiden weer veilig beneden aan. Alleen hadden we de zon nu niet onder zien gaan maar morgen was er nog een dag.

Je hebt, al rondrijdend, het idee dat Angkor een groot park is met niet alleen schitterende tempels maar dat deze bovendien staan temidden van een prachtige natuur. Het is eigenlijk net een soort groot pretpark. Als kind moest je ook bij sprookjes je eigen fantasie gebruiken en de tempels hier geven je hetzelfde gevoel. Niet alle tempels spraken ons even veel aan. Enkele tempels waren nauwelijks meer dan een hoop stenen zonder gedetailleerde versierselen of slecht gerestaureerd waarbij veel lelijk beton was gebruikt om de boel te onderstutten. Eén van die tempels heeft Martin alleen beklommen terwijl ik beneden op hem bleef wachten en een mooie foto van hem heb gemaakt.


Martin in een tempel
Toen hij weer beneden kwam kon hij me melden dat ik niets gemist had. Het enige leuke aan deze tempel is het verhaal erachter dat we hoorden. Tijdens de restauratiewerkzaamheden aan deze tempel was hier de bliksem 's nachts ingeslagen. De mensen hier zijn enorm bijgelovig zodat men direct geloofde dat er een vloek rustte op de restauratie met als gevolg dat geen enkele Cambodjaan nog verder wilde werken aan de restauratie van deze tempel. Noodgedwongen moesten de werkzaamheden dus afgebroken worden en de tempel ligt er nu nog steeds zo bij als op het moment dat de bliksem in sloeg. En dat is zeker niet zijn beste kant!
Op de derde (en laatste) dag zijn we begonnen met de tempels die verder van Angkor verwijderd liggen. De eerste tempel is de Banteay Srei. Deze heeft prachtige details in de decoratie rondom de deurposten. Martin attendeerde mij op kleine olifantjes in de decoratie. Ik dacht echt dat hij ze zag vliegen en reageerde met: "Als daar olifantjes zitten eet ik mijn camera op!" Helaas voor mij bleek dat hij gelijk had en de kop van de olifant was nog prachtig ook. Ik had nu een probleem aangezien ik gehecht was geraakt aan mijn digitale camera. Opeten zou inhouden dat er geen foto's meer naar het thuisfront verstuurd konden worden. Een dilemma wat zwaar op mijn maag lag en dat al voordat ik maar één hap van de camera genomen had en dus besloten we maar om de situatie zo te laten en ik zal de volgende keer genuanceerder reageren.
De volgende tempel was Kobal Spien en deze tempel ligt nog weer 12 km verder verwijderd. De off road-rit ging langs vele hutjes, waar de mensen echt arm zijn. De vriendelijkheid van de mensen en kinderen was hartverwarmend. Aangekomen bij de parkeerplaats werden wij overvallen door vele verkoopsters die ons van alles wilden aansmeren. Ik had besloten om Martin in de verkoop te gooien maar niemand hapte toe op zo'n lange vent. We moesten voor de tempel nog een stukje lopen en liepen achter een lokale gids aan. Deze vent bleef maar doorlopen dus na verloop van tijd toen het zweet op ons voorhoofd stond hebben we voorzichtig gevraagd hoe ver het nog was en hij regeerde met: "Oh, we zijn al halverwege!" De wandeling ging omhoog de heuvels in en het was klimmen geblazen over boomwortels dwars door de jungle.

Watervalletje
Aangekomen bij de 'tempel', bleek deze uit niet meer dan enkele bewerkte stenen in het water te bestaan waarin oa. een Buddha in was uitgehouwen. Een lichte teleurstelling overviel ons maar gelukkig was er heerlijk, koel stromend water, dus... afkoelen geblazen en al snel zaten we op een boomstam met onze voeten heerlijk bungelend in het water. Wat ons opviel was dat vele gezichten van de beelden verminkt of verwijderd waren en dit bleek gedaan te zijn door de volgelingen van Pol Pot. Op de terugweg naar de parkeerplaats zijn we langs een mooie waterval gelopen met langs de linkerzijde prachtige begroeiingen. De natuur onderweg maakte alles van de teleurstellende 'tempel' goed.
Vervolgens zijn we weer naar het Angkor complex terug gereden en hebben de Eastern Mebon bezocht. Een hele kale (=saaie) tempel met op alle vier hoeken een olifant. Een saaie tempel betekent weinig bezoekende toeristen en dat kwam me goed uit, want ik moest plassen als een drachtige nijlpaard. Het werd een heilig plasje achter een muurtje met Martin op de uitkijk. Neak Pean is een site bestaande uit een groot waterbassin met er omheen enkele kleineren. Een goede fantasie is hier geen overbodige luxe, want alle ingrediënten zijn aanwezig, behalve water. De laatste nieuwe tempel die we bezochten was Preah Khanl. Een prachtige grote tempel, waar we achteraf wel meer tijd hadden willen doorbrengen. Maar na drie dagen alleen maar tempels bezocht te hebben hadden we een beetje genoeg van alle tempels en ook onze benen begonnen steeds heftiger te protesteren. Een jongen nam ons mee op een klauterpartij en liet ons enkele goed verscholen beelden zien. Eén ervan is van een koningin. Dit beeld was ingelegd geweest met diamanten en edelstenen, maar de Rode Khmer (van Pol Pot) had deze er uit gehakt. Ook is dit de enigste tempel met twee verdiepingen. Het is een tempel die nog vrij goed intact was. Desalniettemin lagen er overal losse stenen en zijn veel gedeelten ingestort. Dit is echt een perfecte tempel om rond te hangen en zelf op avontuur te gaan. Alleen jammer dat onze benen niet meer wilden.

Ansichtkaart van Anghor Wat
Ons bezoek aan Angkor werd afgesloten met de tempel waar we ook begonnen waren: Angkor Wat. Op de binnenplaats zijn we rustig in het gras gaan zitten en hebben genoten van de ondergaande zon die zijn licht op de tempel wierp. Dit leverde hele mooie kiekjes op. Al moesten we wel een beetje schipperen aangezien de hele tempel bezaaid was met enorme spotlights, podia, satellietschotels en stellages met camera's en dat alles wilden we natuurlijk niet op de foto's hebben. Wat al die Japanners daar mee doen? Geen idee!
Met Siem Reap was voor ons ook ons bezoek aan Cambodja nagenoeg ten einde. De volgende dag reeds zijn we naar de Thaise grens gereden. We hadden nog wel langer in Cambodja willen blijven maar 2 mails hadden ons anders doen besluiten:
1. Mijn motor zou naar Bangkok gevlogen worden maar deze bleek uiteindelijk eerder aan te komen dan wij gedacht hadden en wel reeds op maandag 1 april!
2. Marie Louise, de jongste dochter van 17 lentes, wilde ons in Bangkok bezoeken en had gevraagd wanneer we in Bangkok terug zouden zijn. Onze planning duurde haar blijkbaar te lang want ze reageerde terug met de mededeling dat ze op woensdag 3 april zou arriveren om voor drie weken ons leven op de kop te zetten.

Vertrek uit Phnom Penh
De weg vanaf Siem Reap tot de grens was goed te doen al was dit wel volgens Cambodjaanse maatstaven. Dus reden we rustig en ieder goed gedeelteweg was voor ons een cadeautje. We dreven inmiddels wel bijna onze motorpakken uit. In Phnom Penh hadden we een lading kinderkleertjes gekocht om deze onderweg her en der weg te geven. Verder hadden we ook onze matras over aangezien in Bangkok onze nieuwe spullen zouden arriveren. Bij een heel armoedig bouwvalletje zijn we gestopt. De mensen begrepen eerst niet wat zo'n Michelin-vrouwtje bij hun op het erf deed. Nadat ik de zakjes had leeggemaakt wilden ze het niet hebben aangezien ze het niet konden betalen. Pas toen ik wegliep begrepen ze dat het aan hun geschonken werd. We hoorden de blijdschap en we zagen hoe alles werd bewonderd en gestreeld. Deze momenten vergeet je nooit meer!
De grensafhandeling verliep net zo soepel als toen we het land binnen kwamen. Alleen was er zojuist een hele bus met toeristen aangekomen en dus was het druk bij de Immigratie. Toen ze onze paspoorten uitgestempelden vroegen we waar de douane was. Deze bleek enkele honderden meters terug bij een rotonde te zitten. Tijdens ons ritje daar heen begon het weer enorm te regenen. Het carnet afstempelen was een eitje, niet meer dan een formaliteit. Er werd niks gecontroleerd en we vonden dat we er veel te snel klaar waren aangezien het nog steeds regende. Dus hebben we maar een leuk gesprek met de beambten aangeknoopt totdat de regen (nagenoeg) ophield. De motor weer gepakt en Thailand binnen gereden voor de grensformailieiten daar. Maar dat is een ander land dus dat is voor een andere keer.