Reisverslag 24          Johor Bahru (Maleisië, 05-06-2002) t/m Melakka (Maleisië, 16-07-2002)

Aan de Maleisische zijde van de grens duurde het ietsje langer dan aan de Thaise zijde. Er zat een nieuwe beambte op haar post en Martin moest vertellen hoe het carnet verwerkt moest worden maar dat was voor hem geen probleem aangezien hij het nagenoeg elke keer uit moest leggen. Ze scheurde er bijna teveel uit maar een reflex van Martin wist dit te voorkomen. Tevens hadden we weer 90 dagen voor Maleisië, meer dan genoeg. We reden verder Johor Bahru in maar de drukte op deze door-de-weekse dag was niets in vergelijking met afgelopen zaterdag toen we hier ook waren.
Het was enorm vertrouwd om weer terug te zijn in Maleisië. De snelweg vanaf de grens leidde ons van het centrum van Johor Bahru weg, wat een opluchtend gevoel gaf. We hadden besloten naar onze vriend Gion te rijden, die zich in Melakka bevind. We reden over rustige wegen langs de kust, de snelweg vermijdend maar de regen onderweg konden we niet vermijden en toen we uiteindelijk bij Melakka aankwamen zaten we er wel een beetje door en hondsmoe. Melakka is niet echt een mooie stad. Je hebt er wel wat bezienswaardigheden, maar dit is niet echt super en men maakt zich er gemakkelijk van af door alles maar onder te sauzen. Voor Nederlanders is het interessanter doordat er nog oude Nederlandse gebouwen staan zoals bv. het stadhuys en een Nederlandse begraafplaats (waar trouwens meer Engelsen liggen dan Nederlanders). In een ochtendje hadden we alles hier wel gezien.
Een guesthouse vinden waar de motoren geparkeerd konden worden was een probleem maar gelukkig voor ons had Gion met dit probleem te maken gehad en had hij ons een adresje gestuurd waar de motoren in de tuin konden staan. Het guesthouse lag aan de rand van het centrum en Gion had daar reeds geruime tijd zijn kwartier gemaakt. Klein probleempje was dat de motoren om gereden moesten worden en over een braak stuk terrein door de poort gemaneouvreerd moest worden, maar daar had ik mijn bikkel voor. De poort werd achter ons afgesloten met een groot hangslot. De dagen vlogen voorbij en het was inmiddels al weer zaterdag. Toen we in het hotel terug kwamen stond er een nieuw ogende glimmende Honda Magma 750cc uit Canada in de tuin en de berijdster, een vrouw genaamd Doris, kwam haar entree bij ons maken. Zij is net als ons de wereld aan het verkennen, maar dan in omgekeerde richting. Vanaf het eerste moment klikte het en we hadden elkaar veel te vertellen.


XXX
De volgende ochtend werd er vroeg op de deur gebonst. Deze keer geen Zwarte Piet met pepernoten, maar Gion met het gezicht als een oorwurm. Hij was nog erger dan de profeet Jeremia met zijn voorspellingen. Er was ingebroken in de koffers van de motoren. Het was extra wrang voor hem aangezien van 3 van de 4 motoren de koffers opengebroken waren en alleen zijn moter onaangetast was gebleven. We waren erg verslagen, want je bent net wakker en je vraagt je af wat er allemaal weg is. Als eerste dachten we aan de computer en één blik naar de motoren was voldoende om te zien dat deze inderdaad verdwenen was. De lege binnentas lag als een stille getuige achter in de tuin. Martin zijn beide koffers waren helemaal doorzocht en alles lag her en der door de tuin zodat moeilijk direct vast te stellen was wat er verdwenen was. Ook Doris haar beide koffers waren open gebroken en de spullen lagen verspreid. Van mij had men maar één koffer met grof geweld geopend en dit was uitgerekend de koffer met de computer. Waarschijnlijk vond men na het vinden van de computer het wel een geslaagde kraak en hebben ze de resterende koffers laten zitten. Martins zakje met belangrijke documenten, paspoorten en reserve sleutelsen werd achter de motor van Doris gevonden. Gelukkig zaten er geen traveller cheques of cash geld in. Wel miste Martin zijn creditcard die er in zat dus werd deze direct geblokkeerd en zo te zien was er niets van afgeschreven. Dat klopte ook want even later werd de kaart alsnog in de tuin terug gevonden. Van Doris waren de motorlaarzen gestolen en haar elektrisch verwarmde broek. Waardeloos voor een ander, maar voor haar niet in deze contreien te krijgen.
De eigenaresse van het guesthouse vertikte het om de politie te bellen, waarschijnlijk bang voor het image van het guesthouse. Zij liep rond als een kip zonder kop en kakelde ook op dezelfde klagelijke wijze. Ze jeremiede alle klaagzangen bij elkaar die tot haar beschikking stonden. Hiermee was ze bij Martin dus aan het verkeerde adres en hij heeft haar duidelijk gezegd dat onze spullen gestolen waren en dat wij dus de politie er bij zouden halen als we dat wilden en dat wilden we. Uiteindelijk heb ik de telefoon maar gepakt en de politie gebeld. Was ze even helemaal van de pot gevallen! Maar we kregen geen verbinding met het bureau en dus zijn we er maar heen gelopen wat een aardige tippel was. Martin bleef achter bij de motoren om de schade te inventariseren. Op het bureau stond men ons vriendelijk te woord en men zou direct iemand langs sturen. We waren nog maar koud op weg terug toen we werden ingehaald door oom agent op een brommertje die op weg was naar de plek des onheils. Toen we aankwamen werden al onze verhalen aangehoord en gekeken naar de aangerichtte ravage. We zouden worden opgehaald om procesverbaal op te laten maken aan het bureau. De agent was nog sneller dan het geluid en na nog geen kwartier waren er twee agenten aanwezig die het procesverbaal ter plaatse kwamen opmaken. De agenten vonden het nauwelijks de moeite waard om een blik op de schade en ravage te werpen en maakten het procesverbaal op. Dit was voor ons het teken om de boel op te gaan ruimen en te kijken wat er nog meer verdwenen was (moest vermeld worden in het procesverbaal). We moesten dan ook lachen toen een half uur later er een fotograaf langs kwam. Wel voerde deze man nog een leuke toeristische show ten tonele waarschijnlijk alleen maarvoor onze gemoedsrust, maar wij wisten wel beter: Oepsie, computer is en blijft foetsie! Uit de koffers van Martin bleek niets gestolen te zijn, dus dat was een geluk bij een ongeluk. Wel leerde het ons dat we de reservesleutels van de motoren niet in de koffers moesten opbergen maar ergens in de motor zelf. Hier had men niets aan de sleutels gehad aangezien de poort stevig op slot zat. Men bleek over de schutting geklommen te zijn. Wij hadden altijd gedacht dat de veiligste plek de koffers aan de motoren waren. We hadden wel verhalen gehoord van insluipingen in kamers e.d. maar nooit dat metalen koffers met grof geweld open gebroken waren. Nu dus wel! De nacht die volgde was voor ons allen erg onrustig en iedereen ging er die nacht uit om te plassen en en passant werd er gekeken naar de motoren al hadden we nu alle koffers van de motoren verwijderd en op onze kamers staan.
De volgende dag hebben we getracht de schade aan de koffers te repareren. Voor Doris was het het eenvoudigst aangezien ze geen schade had. Haar plastic koffers waren zonder schade open gebroken. Voor Martin was het ook eenvoudig aangezien hij alleen maar twee nieuwe gaten in zijn slot moest boren. Mijn koffer was het moeilijkst. Het slot was het stevigst en had men deze met veel grof geweld open gebroken. Het slot was onrepareerbaar afgebroken en dus hebben we direct een nieuw slot in Nederland besteld aangezien Martha ons over enkele dagen zou komen opzoeken en dan kon ze dat nog mooi meenemen. Wij wilden zo snel mogelijk Melakka verlaten aangezien we ons er onveilig voelden en we zo langzamerhand gek werden van de eigenaresse van het guesthouse. Ik durfde bv. ook niet meer alleen naar het toilet, omdat het eng gelegen was. De volgende ochtend was Fatima, de eigenaresse, duidelijk met haar verkeerde been uit bed gestapt en of het nu haar rechter of linker was, dat maakte geen enkel verschil. Zij had iedere keer een humeur alsof ze iedere seconde haar eisprong had. Martin bestelde ontbijt maar moest het uiteindelijk zelf klaar maken. Haar gedrag ontnam je direkt je eetlust. We houden niet van achterbaks gedoe, dus ben ik naar haar toegegaan en verteld wat wij er van vonden en hoe zij misschien voor een volgende keer wel een goede gastvrouw kon zijn. Blij dat we konden vertrekken plaatsten we dit guesthouse op onze zwarte lijst! We (Doris, Martin en ik) pakten onze motoren met een hele donkere lucht en vlak voordat we wilden vertrekken begon het te hozen. Het zag er onheilspellend uit, maar ook de opklaringen waren ver te zoeken. Dus maar door de regen en langs de kust reden we richting Kuala Lumpur. Het klaarde uiteindelijk op en zo we hadden toch nog een leuke dag.

XXX
Kuala Lumpur binnenrijden was een mooi gezicht aangezien je de Twin Towers reeds van verre ziet staan. Naar een grote stad toerijden is geen probleem want je volgt gewoon de borden. Eenmaal in de stad staan er buurten of straten aangegeven die je helemaal niets zeggen. Maar toch kwamen we vrij snel aan bij het hotel waar Erik tijdens de reis al eerder een bezoekje had gebracht. De motoren konden perfect gestald worden in de kelder en de vriendelijke beheerder, de kamer met warme douche en een lekker bed en de airco voor de verandering waren voor ons een echte verwennerij na alle ontbering.
Al rondlopend door Kuala Lumpur (KL) kwamen we tot de ontdekking dat het een stad is vol met mooie architectuur. De diversiteit is enorm en we ontdekten, dat de Arabieren hier goed geïnvesteerd hebben. De Twin Towers behoren tot één van de hoogste gebouwen in de wereld. 452 meter hoog, 88 verdiepingen en de verbinding tussen de beide towers, de skybridge, ligt 172 meter boven de grond. In het shopping gedeelte van de Towers vind je winkels die je alleen kunt bezoeken met een enorm dikke portemonnaie. Merken als Chanell, Prada en Boulgari voeren daar de boventoon. Wij kochten er pleisters bij de Bodyshop want door al het lopen op die lekkere Jezus-sandalen was ik gepromoveerd tot 'blarenkoningin'. Aan de achterzijde van de Twin Towers ligt een park met atletiekbaan en fonteinen die er niet om liegen. Er zijn kosten nog moeite gespaard.

XXX
Wat ons in KL ook zo verheugde was het feit dat er een Starbucks aanwezig was; twee zelfs! We hebben nog steeds geen aandelen, maar met al die Starbucks in de buik zijn wij waardevast. We hadden stempelkaarten waarbij je bij 10 mokken koffie er één gratis kreeg. Behalve alle bezienswaardigheden was er nog een bijzondere reden waarom wij in KL aanwezig waren: Martha zou hier arriveren. Hiervoor moesten wij wel om 03:30 uur (ja, midden in de nacht!) het bed verlaten om met de motoren naar de luchthaven te rijden. Probleem is dat de luchthaven zo'n 65 kilometer van het centrum van KL verwijderd is en moeilijk bereikbaar per openbaar vervoer; zeker in de nachtelijke uurtjes. Taxi's verdubbelen dan hun prijs en we wisten niet hoe lang we moesten wachten. Vlak bij het hotel passeerden we nog een alcohol controle maar we werden niet gecontroleerd en mochten zo doorrijden. Ondanks deze controle reden er nog de nodige 'achies' op de snelweg.
Om kwart over 5 kwamen wij op de luchthaven aan waar Martha al stond te trappelen van ongeduld aangezien ze eerder geland was dan gepland en ze voelde zich al aardig thuis. Ze zag er niet op haar voordeligst uit na zo'n lange vliegreis maar dat deden wij op dit uur van de dag ook niet al waren wij aardig wakker gewaaid. Ze had veel bagage bij zich en die werd verdeeld over de beide motoren. Haar avontuur was begonnen! In de ochtendschemering reden we KL binnen wat een heel ander gezicht was dan overdag.
Terug in het hotel kon Martha op Doris' kamer slapen alleen wilden we haar niet storen en daarom hebben snel een tijdelijk bed op onze kamer erbij gesleept en zijn we direct gaan slapen. Martha lag in haar slaap heerlijk te smakken met haar mond en ze droomde vast van al die lekkere dropjes, die zij had meegenomen. Maar al die lekkere dropjes waren voor ons! Dingen die voor ons zo vanzelfsprekend zijn waren nieuw voor Martha. Hier steken uit de gebouwen de airco instalaties naar buiten en Martha dacht, dat er een groot feest zou komen, want in haar ogen zagen de airco's eruit als enorme geluidsboxen. Doris, Martha en ik hadden een echte meidendag. Het werd een zeer vruchtbare dag. Zo showden wij de nieuwste snufjes op het gebied van de bikervrouw. Schoenen met punten, qua pasvorm zeer pijnlijk, maar goed om een lastige kerel een verzetje te geven tussen de benen. Martha showde het ondergoed, dat vanwege de kleur accoord werd bevonden. Wat minder was de veter aan de achterzijde, die wel op de motor de hele dag tussen je billen schuurt. We hadden een hoop lol en daar ging het per slot van rekening om. We werden ondeugend met zijn allen.

XXX
En Martin? Tsja, die vierde zijn eigen feestje in de kelder in zijn eentje. Met Martha waren er namelijk vele nieuwe delen meegekomen en die werden geïnstalleerd in de juiste volgorde. Als eerste was de nieuwe intercom aan de beurt. Met veel passen en meten werd er een nieuw plaatsje achterin de motor gevonden. De intercom in de helmen moest gerepareerd worden vanwege geknakte bedrading, waardoor het geluid de geest had gegeven, maar onder garantie kregen we de nieuwe kabel. Gion was intussen ook in KL aangekomen en dus waren we weer voltallig. Het was wel druk zo met zijn allen, maar anderzijds ook beregezellig. Doris kreeg van ons een troffee als clown van het gezelschap, zij is een ster in onmogelijke situaties. Zo vertelde ze ons het verhaal dat het soms moeilijk is om een toilet door te spoelen. Als wereldreiziger bevind je je steeds op verschillende lokatie's. Ze kon nergens de spoelknop vinden en toen door wilde spoelen kwam er ineens water uit de douche knop en moest ze helemaal nat het toilet verlaten.

XXX
Terwijl Gion nog even in KL achter bleef verlieten wij de grote stad en het uur van de waarheid was aangekomen. Voor mij omdat ik iedere keer weer buikpijn heb als we op de motor gaan reizen. Mijn eetlustremmer slaat dan toe en de zenuwen gieren me door de keel. Martin zegt hetzelfde als destijds mijn instructeur: "Rijden met je donder" en inderdaad is het over zodra we onderweg zijn. Het was fijn dat we weer een functionerende intercom hadden. We hadden besloten om de bergen in te gaan en op onze weg de stad uit zouden de Batu Caves worden aangedaan. In deze grotten bevindt zich een Hindu tempel en het geheel werd opgesierd door vele aapjes. Ik bleef beneden bij de motoren, die helaas geparkeerd stonden in de snikhete zon. Dus terwijl de anderen een offer brachten door de 272 treden te bestijgen bracht ik een offer door in de zon te wachten. Na deze attraktie vervolgden wij onze weg naar de Genting Highlands. Wij wilden over de oude weg rijden maar dat was niet eenvoudig aangezien alle borden naar de snelweg verwezen.
Na een lunch bij Mc Donald's reed ik achteraan de berg op. Martin reed voorop en Doris, die geen intercom had, in het midden. Alles ging goed totdat ik Martin nog net hoorde roepen door de intercom dat er een hele scherpe bocht kwam. Martin had zich er in verslikt (zonder gevolgen) en dus remde ik af maar verloor daardoor te veel snelheid, zag de afvoergoot, en ging in de fout door te laat terug te schakelen. Mijn voorwiel belandde in de goot en tegen een muurtje. Ik stond stil en heel elegant stapte ik af waarbij ik de motor keurig op zijn kant neergelegde, nadat ik eerst getracht had een motor van zo'n goed 200 kilo vers aan de haak rechtop te houden, iets wat overigens altijd in het nadeel van je spieren werkt. Ik kon niet bij mijn zendknopje om Martin te waarschuwen. Enkele auto's passeerden mij en uiteindelijk was er een auto waar drie mannen uit stapten. Zij hielpen de motor overeind te zetten en Albert zou zeggen: "Always a classy lady". Ik dacht aan deze woorden toen ik elegant afstapte en op dat moment kon er zelfs om lachen. Martin had me reeds gemist en werd door autombilisten terug verwezen en reed terug.

XXX
Toen Martin bij me was viel er een last van mij af. Ik klom weer op de motor. De hellingproef uitvoerend om weg te komen en gaan met die banaan was mijn motto al ging het eerst nog niet met veel zelfovertuiging . Ik reed nu in het midden met Doris als een baken voor me en Martin als eventuele nooddienst achter me. In een parkeerhaven gestopt en water gedronken. Doordat ik getracht had de motor rechtop te houden had ik aardige spierpijn opgelopen. Martin was heel erg lief voor me. Ik had mijn rechterbeen zeer gedaan, maar we moesten verder. Op de top, waar weinig meer was dan veel hotels en casino's, moest ik op een helling keren. Martin zag mijn 'probleem' en loodste mij en mijn schip feilloos door de woeste golven. Eindelijk gingen we weer naar beneden in dezelfde volgorde. Eenmaal probleemloos beneden aangekomen ebte de spanning bij me weg en kon ik weer genieten. De weg die hierna volgde was alsof wij ons in een sprookje bevonden met mooie vergezichten en heuvels. We reden naar Fraser's Hill maar moesten onderaan de berg wachten want de rijrichting op deze eenrichtingsweg wisselde per uur en om 17:00 uur ging de weg open voor het verkeer naar boven. Het ging omhoog en dus scheet ik weer peulen. Het was zo spannend voor me dat ik genoeg aan de weg had en gelukkig me geen zorgen over mogelijke tegenliggers hoefde te maken. Een auto wilde zich langs ons heen wurmen maar Martin hield hem achter zich zodat ik rustig voor al het verkeer uit omhoog kon rijden. Fraser's Hill was een heel mooi oord in de bergen dat een enorme rust uit straalt. Accomodatie was er niet goedkoop en we moesten even zoeken voor wij ons onderkomen voor de nacht hadden gevonden. Bij het Silverpark Resort kregen wij korting op een appartement met twee slaapkamers, twee badkamers een woonkamer en een klein keukentje. Een enorm luxe voor ons en door de gedeelde kosten viel de prijs mee. Voor de eerste maal hadden we onze eigen woonkamer, een zonnig balkon en zelfs een eigen keukentje. Alleen had het keukentje geen fornuis dus haalden we ons eigen kookstel maar te voorschijn. In het dorp wat eten en drinken gekocht en hierbij kroop ik lekker achterop de motor van mijn bikkel als een klein meisje. Aangezien we nog de nodige blikken eten bij ons hadden werd er een heerlijke maaltijd op tafel getoverd. Het complex was op een heuveltop gebouwd met schitterend uitzicht over de bergen.

XXX
's Avonds werden we bovendien getracteerd op een schitterende zonsondergang en de volgende ochtend werden we gewekt door het geluid van apen, wat een prachtige manier van wakker worden is. Er was een klein probleem: op één van de badkamers was de boiler uitgeschakeld. Maar Martin was niet voor één gat te vangen en al balancerend op de toiletpot, verdween hij half door een luik in het plafond en schakelde de boiler aan maar de thermostaat bleek defect te zijn dus hier direct rapport van op laten maken en nog dezelfde morgen werd de thermostaat vervangen en hadden we warm water; althans dat dachten wij. Hoe maak ik van een boiler een raket? Doris wilde in de keuken haar handen wassen, opende de kraan en het kokende water stroomde uit de KOUD water kraan. Martin heeft toen direkt de boiler uitgeschakeld want zelfs de WC-pot werd met kokend water gevuld. Het toilet en de rest werkte nog wel, dus voor het douchen werd onze badkamer gedeeld met zijn vijven, want Gion hadden we van ons riant onderkomen op de hoogte gesteld en hij was ons achterna gereist.
' s Middags hebben we een heerlijke wandeling met zijn allen gemaakt door de omgeving en onderweg zagen wij de aapjes slingeren van boom naar boom. Niets mooier dan dieren te zien in hun natuurlijke omgeving. Er is hier een enorme diversiteit aan varens en bomen. Fraser's Hill was een plek waar we verliefd op waren geworden! Niet op alle aspecten trouwens want het ontbijt dat bij de kamerprijs inbegrepen was was niet te pruimen, zelfs de koffie niet. De volgende dag besloten we verder te reizen en dus ging het bij mij weer gepaard met dezefde ingrediënten als gebruikelijk: diaree, enorme buikkrampen en geen eetlust. Ik kon maar aan één ding denken: "What goes up, must come down."
Ons volgend doel was de Cameron Highlands. In kolonne draaiden we met vier motoren door de bergen. Doris reed voorop en was weer mijn boegbeeld. Martin reed met Martha achterop achter me en deze keer was Gion de hekkensluiter. Bergafwaarts ging in het begin wat stroef en dus wat langzaam. Martin vond het wel heel erg langzaam gaan totdat hij ontdekte dat zijn snelheidsmeter niet meer werkte. Een korte inspectie leerde dat de kabel in orde was maar dat een aandrijfpin afgebroken was. Gelukkig gaf de GPS de afgelegde kilometers aan en is de snelheid hier niet echt belangrijk. Eenmaal beneden ging het weer smeuïg mede doordat ik me de woorden van Ruud herinnerde: "Laat dat ding toch lekker gaan tussen je benen." Het was toen heerlijk om de bochten te nemen en de motor het werk te laten doen. Het was wel donders opletten, want een bus kwam op mijn weghelft maar door flink te claxoneren en altijd een uitwijkruimte aan te houden was er geen groot probleem. Een kunst die ik van Martin had afgekeken tijdens het achterop zitten. Ruud zijn gekanker werpt nu (pas?) zijn vruchten af. Zelfs nu nog stuurt hij ons bericht dat we voorzichtig moeten zijn. De schat! En Martha? Ze had nog nooit langere tijd achterop een motor gezeten, laat staan er mee op vakantie was geweest. Alles was nieuw voor haar maar al snel was duidelijk dat ze er volop van genoot om bij Martin achterop te zitten. En dan gelijk in een compleet andere omgeving was iets waar ze, vooral in het begin, stil van was. Maar de vakantie bestond uit meer op dan alleen 'passief' achterop zitten. Mevrouw kreeg in de Cameron Highlands de smaak van het wandelen flink te pakken. Terwijl Martin en ik besloten om een rustdag te nemen en tijd voor onszelf te nemen ging zij met Doris een wandeling maken. De wandeling zou zo'n 3 uur in beslag nemen maar toen ze na ruim 4 uur nog niet terug waren vroegen Martin en ik ons echt af waar ze bleven. Ineens kwam Martha samen met Doris de hoek om sloffen en Doris maakte een geluid alsof zij water in haar schoenen had. Toen ze dichterbij kwamen kregen we echt de slappe lach. Samen hadden we in KL een gouden slag geslagen en voor een koopje had Doris nieuwe wandelschoenen gekocht. Tijdens de eerste flinke wandeltocht hadden beide zolen losgelaten en Doris had ze met veters aan de schoenen vast gebonden. Het was weer smakelijk lachen met en om Doris. "These boots aren't made for walking, what am I gonna do?" Nou ze werden in ieder geval gelijk gelijmd, want er stonden nog meer wandelingen op het programma. De volgende dag gingen we mee wandelen. Een schitterende wandeling door de heuvels. Voor Martha was het zwaar om ineens twee dagen achtereen te lopen en dus liep ze in de achterhoede met haar tong op de schoenen en een conditie van een nijlpaard, maar ze deed het wel allemaal even!

XXX
We onmoetten er verder Jason, een maffe Engelsman op een BMW R1150GS. Hij heeft veel praatjes maar weet ze wel waar te maken met o.a. zijn wheelies. We besloten om het de volgende dag wat rustiger aan te doen en per motor door de omgeving te rijden. Gion was hier al eerder geweest en leidde ons rond. In de Cameron Highlands is van alles te zien. Zo zijn er prachtige thee plantages en aardbeienkwekerijen. Ik kroop bij Martin achterop terwijl Martha bij Jason achterop plaats nam en Gion reed op mijn motor rond waarbij hij in het begin erg moest wennen aan mijn remmen met ABS wat veel beter remde dan de trommelremmen van zijn 18 jaar oude Yamaha XT550. De tocht ging eerst naar een uitzichtpunt op 2040 meter. Ik was enorm blij dat ik deze keer weer achterop zat aangezien de weg steil omhoog ging en er ook de nodige kuilen in het wegdek zaten. Vervolgens een thee plantages bezocht. Het was schitterend om hier doorheen te rijden en ook konden we het arbeids intensieve proces van de theebereiding waarnemen wat indrukwekkend was. Vervolgens nog een aardbeienplantage en een tempel bezocht. Bij de aardbeienkwekerij kochten wij allemaal aardbeien behalve Gion die er.... wortelen kocht!?!? Na alle highlights reden we terug naar het guesthouse. Ditmaal reed Doris op mijn motor die ze wel eens wilde uitproberen en dus moest Gion met zijn motorcrosshelm op een 'custom'-bike plaats nemen wat geen gezicht was en bovendien verdween het kleine kereltje compleet achter het enorme windscherm.

XXX
Terug in het hotel onder het genot van een welverdiend kopje koffie kwam Jason met het idee om de voorzijde van de F650GS te verlagen aangezien ik nog steeds problemen had om mijn voeten bij de grond te komen. Hij had dit al eens eerder gedaan en Martin en Gion namen ook deel aan dit feestje. De voorzijde werd met 2.5 cm verlaagd in een poep en een scheet. Het leek niet veel maar het was een spekkie naar mijn bekkie. Het resultaat was voor mij enorm en na een korte testrit bleek dat ik nu ineens met mijn beide voeten tegelijk bij de grond kan komen. De tijd van vertrek was aangekomen en nu Martha bij ons was wilden wij haar wat van het land laten zien. We lieten Gion en Jason achter en we vertrokken samen met Doris naar het Teman Negara National Park. Doris wilde eigenlijk naar Thailand maar vond het veel te gezellig met ons (en wij met haar) dus besloot ze op het laatste moment om toch met ons mee te gaan. We hadden onderweg een overnachting in Jerantut, omdat we het niet in een dag haalde. Er was geen veilige parkeerruimte bij het hotel, maar dat was geen probleem en wij werden verwezen naar het tegenover gelegen politiebureau. Hier konden wij de motoren zonder problemen parkeren, dus ook hier was de politie onze grootste vriend. Het gaf wel een goed gevoel de motoren daar achter te laten alhoewel ze in vol in het zicht stonden. Het hotel was niet veel soeps en de vlooien hadden zich nog hetzelfde uur tegoed gedaan aan mijn voet. De airco had het geluid van een Frico kip in nood en veel koeler werd het er ook niet door, dus echt vrolijk werden we er niet van.
De volgende dag reden we snel verder door de plantage's met palmbomen en ook door stukken ongerepte natuur, naar het Nationaal Park over een schitterende weg en we genoten dan ook volop. De eerste dag van aankomst was niet onze beste dag. Het adresje wat we van Gion hadden gekregen bleek zonder water te zitten en een lokaal iemand wilde ons wel naar andere chalets brengen Achter op Martins motor welliswaar dus moest Martha even achter blijven maar ze werd direct daarna opgehaald. De huisjes waren te duur voor wat zij te bieden hadden, maar we hadden niet veel keuze. De ventilator werkte, maar net deze hitte was dat niet voldoende om het op de kamer uit te houden. Na een lunch aan de waterkant gingen we met een klein bootje naar de overzijde, het Nationaal Park in, en maakten een korte wandeltocht ter kennismaking.

XXX
De volgende dag was het tijd voor het meer serieuzere werk. We waren vroeg uit de veren en na een stevig ontbijt waren we helemaal klaar voor onze expeditie. Eerst liepen we anderhalve km door de jungle waarna we bij de Canopy walk' aankwamen. Na een klim omhoog loop je over hangbruggen, die tussen bomen verbonden zijn, vlak onder de kruin van deze bomen op zo'n 45 meter boven de grond. Je zit er hoog en hebt er een prachtig uitzicht. Probleem is dat het allemaal wiebelt als een boot in de storm dus moet je je goed vast houden. Tussen twee hangbruggen is een platform om even bij te komen voor je aan de volgende wiebelbrug begint. In totaal 800 meter aan loopbruggen. Het was zeer zeker de moeite waard om deze wandeling te maken. Martha liep dapper voorop en had de smaak van de jungle flink te pakken en was in no-time uit het zicht verdwenen. Of het was omdat ze het zo leuk vond of juist niet (snel doorlopen dan ben ik er het snelst van af) werd ons niet duidelijk.

XXX
Aan het einde van de Canopy walk' liepen we verder door de jungle en op een splitsing besloten Doris, Martin en ik de heuvel Bukit Teresik te beklimmen. Martha zag dit niet zo zitten en het idee om moederziel alleen door de jungle te lopen trok haar meer dan een beklimming. Bukit staat voor berg, en al snel bleek dat de heuvel inderdaad eerder in deze categorie geplaatst moest worden. Wat een steile klim! We waren gesloopt toen we uiteindelijk boven aan kwamen en sleepten ons met moeite de laatste kilometers voort ondertussen Martha benijdend. Martin was de meest sterke van ons allen en moedigde ons aan tijdens de laatste loodjes. Eenmaal terug bij de rivier hadden we een zeer moe maar heel voldaan gevoel. Vandaag even geen inspanning meer, na 4 uur ploeteren in de jungle waar je hart drie keer van op hol slaat hadden we onze strepen, en vooral onze rust, wel verdiend. Thuis onder de douche gedoken en vervolgens als een blok in slaap gevallen.
We kregen geen genoeg van het wandelen, daarvoor waren we per slot van rekening hier naar toe gekomen, en de volgende dag hield Martin ons een lekkere worst voor en we stonken er lekker in. Toen ik opstond waren mijn benen nog stijf en zwaar van de inspanningen van gisteren, maar na een stevig ontbijt bij het Family Restaurant' ging het wel weer en waren we er klaar voor. We lieten ons deze keer bij de witte trappen, welke links van de vreetschuren (de rits restaurants op het water) lagen afzetten. Het zou volgens onze gids, alias Martin Rooiman, slechts een klein uurtje heen en een klein uurtje terug lopen zijn. Ook goedemorgen! De tocht begon al goed met een steile klim omhoog en daarna even heel steil naar beneden. Nog even getwijfeld wat wijsheid zou zijn en toch door gelopen (dat bleek achteraf dus geen wijsheid!). Wel eens visioenen van allemaal zuur in je botten gehad? Nou wij hadden niet alleen de visioen maar hadden het daadwerkelijk! De vorige dag hadden we al zo moeten afzien en nu weer. Een schrale troost was dat Martha nu dezelfde kwelling onderging als wij. Maar al denkend aan: halve smart is gedeelde smart' bleef ik op de been. Onze tocht ging vandaag naar de grot Goa Telinga. In de grot zaten wellicht slangen en in ieder geval vleermuizen. Halverwege de wandeling sloot Rob Rogers, een jongen uit Nieuw Zeeland, zich bij ons aan. Hij en Martin doken direkt de grot in terwijl wij als dames zes handen op één buik waren en de heren veel plezier wensten. Al wachtend werden wij opgevreten door de insecten en alle paardemiddelen die we bij ons hadden werden uit de tassen gehaald. Het hielp goed: geen vlieg meer te zien, maar hoe zouden de mannen op ons reageren? De heren hadden enorme lol en waren Doris dankbaar dat ze een klein zaklampje bij zich had. Het gaf niet veel licht maar in het pikkedonker maakte het een enorm verschil. Het was lekker klauteren, glijden en jezelf door smalle spleten zien te werken. Ze waren dan ook teleurgesteld toen ze aan de achterzijde er uit kwamen en buitenom terug moesten lopen. Nee, dan was dezelfde weg terug veel leuker en dus verdwenen ze hup de grot weer in op weg terug naar de ingang. Vleermuizen zagen ze bij de vleet maar geen slang gezien.

XXX
Als twee schoffies onder de blub en drek kwamen ze uit de grot. Ze hadden veel lol gehad en zagen eruit als kinderen die de hele dag in de speeltuin hadden doorgebracht. Over onze odeur werd geen woord gerept. Op de heenweg hadden we gezien dat er in de buurt een steiger is waar je een boot terug kan nemen. Als een echte slingeraap was ik als eerste beneden. Je kreeg al spierpijn bij het zien van de afdaling maar dat hadden we er graag voor over. Daar zaten de Mutsen allemaal naast elkaar op de steiger maar zonder een boot. Martin had hier al voor gewaarschuwd maar tegen beter weten in schreeuwden we naar elke passerende boot zelfs naar boten in de verkeerde richting maar het geluid van de motoren overstemde waarschijnlijk ons geschreeuw aangezien er niemand reageerde. Er zat dus niets anders op dan zonder te mekkeren dezelfde weg terug te lopen. Het pad was wel te doen totdat we weer bij het hoge en steile stuk aankwamen en we enkele keren diep moesten slikken. Ik vroeg mij af wat Martin had gegeten, want hij was echt een bikkel. Hij loodste de dames er goed doorheen. Toen we bij de steiger terug kwamen waar wij afgezet waren zagen we een boot net vertrekken. Martin floot zo hard als hij kon de kapitein draaide direkt om en kwam naar ons terug. Hadden wij even mazzel! We sleepten ons naar het restaurant en aten ons moed in, want de volgende (en laatste) hindernis was de helling die wij nog op moesten om vanaf de waterkant bij onze chalets te komen. Bijna op handen en voeten liepen we omhoog, al had Doris een andere methode: zij liep zigzaggend over de weg. Niet vanwege de alcohol maar dan was de helling niet zo steil. Martin wilde die middag nog gaan tuben en houdt in dat je in een rubber binnenband de rivier af drijft. Onze wandeling die 2 uurtjes zou duren had 4 uur geduurd en getuigde dus van een slechte planning van onze gids'. Het was inmiddels half drie en we konden nog net ons ene been voor de andere plaatsen. De drie vrouwen lieten het dus voor het tuben afweten en wij wilden maar één ding.... RUST. Voor het tuben moest je met minimaal vier personen zijn, dus dit was pech voor Martin. Zijn rol als Tarzan was voor vandaag voltooid. Op zo'n reis leer je goed je eigen grenzen kennen en te luisteren naar je lichaam. We hadden per slot van rekening de volgende dag ook nog een hele lange dag op de motor voor de boeg.
Taman Negara was namelijk de laatste stop van Martha's op haar korte rondreis door Maleisië. We gingen terug naar KL en haar vakantie bleek nog een dag korter te zijn toen die truffel haar ticket nog eens nakeek en bleek dat ze zich een dag verkeken had op haar ticket. In plaats van dat ze dacht op zondagnacht terug te moeten vliegen moest ze in de nacht van zaterdag op zondag al terug, maar net na middernacht waardoor de datum al op zondag stond. Samen met Doris een stukje terug gereden en na een afscheidslunch scheidden onze wegen. Afscheid nemen was moeilijk na bijna 3 weken samen gereist te hebben en vooral met iemand waarmee het zo goed klikte. KL inrijden was deze keer eenvoudig aangezien we (ik bedoel dan eigenlijk Martin) precies wisten waar we heen moesten. Zaterdag was dus Martha haar laatste dag en dat betekende dat we alleen die dag de bloemetjes nog flink buiten konden zetten. KL is een waar shopping paradijs en op zo'n moment maakt de gelegenheid de dief. In de middag werden de spullen uitgezocht, welke wij hier niet meer nodig haddem. Zo had ik nog een hele stapel illegale CD's (alhoewel legaal gekocht) in mijn bezit, welke ik in Vietnam van Erik voor mijn verjaardag had gekregen. Ik heb maar niet tegen Martha gezegd dat die er ook in zaten anders zou Martha zich op de Schiphol verdacht gaan gedragen.

XXX
's Avonds nog naar een WK-voetbalwedstrijd gekeken en om half negen was het tijd om terug te gaan naar het hotel. De vooraf geregelde taxi was mooi op tijd. Alle taxi's hebben een meter maar niemand wil hem gebruiken. Zodra je echter een prijs afgesproken hebt rijden ze wel met de meter weg al ligt voor het display dan een poetsdoek o.i.d. (die uiteraard aan het einde van de rit een veel lagere prijs weergeeft). Dus via het hotel een taxi geregeld en die reed ons voor 120 Ringit i.p.v de 90 Ringit op de meter naar de airport. Maar hiervoor mochten we dan wel uitgebreid afscheid van Martha nemen. Daar ging Martha gewapend met haar reistas en onze goed gevulde berenlul op weg naar huis. Op weg terug naar het hotel kon ik de tranen de vrije loop laten. Afscheid nemen is altijd moeilijk. De dagen die nu voor ons lagen waren enorm druk en hectisch. We moesten gaan investeren in nieuwe communicatie apperatuur, want de Psion van Martin had de geest gegeven (voor de vierde keer!) en met zijn tweeën werkten wij op die van mij. We wilden niet meer in de Psions investeren aangezien deze niet meer gerepareerd kunnen worden, zelfs niet onder garantie. Bovendien liepen we steeds meer achterstand op, o.a. met de reisverslagen. Hoog tijd om nu spijkers met koppen te slaan. We maakten na veel wikken en wegen de overstap naar de Palm. Een moeilijke stap aangezien je de Psion door en door kent en van de Palm zie je in het begin alleen maar de nadelen t.o.v. de Psion. We begonnen met het monster karwei om alle informatie over te zetten. Bovendien flipte onze computer volledig als we de Psion er aan wilde hangen. Eerst getracht de software opnieuw te installeren en zelfs een nieuwere versie van het internet gedownload. Alles was tevergeefs dus uiteindelijk maar een internet computer gebruikt om de informatie over te zetten. Hier ging veel meer tijd in zitten dan verwacht. Het ergste was dat we gewoon weg wilden uit KL, maar ook de motor van Martin had nog wat reperatie zaken op het lijstje staan. Jason had positief over de lokale BMW-dealer verteld. Een nieuwe snelheidskabel en aandrijfunit had men niet op voorraad maar kon binnen enkele dagen uit Singapore geleverd worden. Men was heel aardig en heel hulpvaardig. We werden hier echt behandeld onder het motto: "De klant is koning". Menig BMW-dealer in Nederland kan hier nog een voorbeeld aan nemen. Zo krijgen we uit Enschede pas na 3 maand!!! een reactie op onze mail met vragen (die dan al lang niet meer relevant zijn). Verder hebben bij Sunny, de motorzaak waar we ook al een voorband gekocht hadden, Martins middenbok weer aardig recht gebogen die helemaal verbogen was. Verder moest mijn koffer, welke tijdens de inbraak flink was toegetakeld, rechtgebogen worden aangezien hij bijna niet meer open te krijgen was. Er werd even flink geknutseld en na afloop zag het er weer super uit en functioneerde alles weer zoals het hoorde. Martha had verder een nieuw slot meegenomen dus kon de koffer weer afgesloten worden. Verder hebben we bij Sunny twee motorhoezen gekocht zodat we de motoren af kunnen dekken en zo meer uit het zicht kunnen houden.
Op vrijdag reden we dan eindelijk terug de bergen van Fraser's Hill in. De weg omhoog ging me nu veel beter af en voordat we naar het Silver Park Resort reden maakten we nog een kleine omweg. Onderweg stopten we om foto's van het fraaie uitzicht te maken. Toen ik weer op de motor stapte en deze van de middenbok af haalde verloor ik door de over dwars aflopende weg mijn evenwicht en langzaam zakte de motor onder me weg. Martin, die achter me stond, zag het gebeuren en kwam snel te hulp. Te snel, want tijdens het afstappen verloor ook hij zijn balans en dus lagen beide motoren op hun linkerzijde achter elkaar. Het was moeilijk kiezen welke motor we gezamelijk het eerst overeind tilden maar besloten om met de zwaarste te beginnen. In een lekker appartement genoten we enkele dagen van de enorme rust. Fraser's Hill was samen met de omgeving rond Gerik één van onze lievelingsplekjes in Maleisië geworden. Hier konden we onze batterij weer opladen. Na vier dagen relaxen was het tijd om verder te gaan. We wilden nog één ding in Maleisië doen en dat was vanaf Gua Musang over een onverharde weg de bergen in rijden naar de Cameron Highlands.
Reizen betekent flexibel zijn en het bewijs werd die dag weer eens geleverd. We wilden tanken in Raub en toen Martin zijn motor op de middenbok wilde hijssen brak deze compleet af. Martin kon zich net staande houden en stond sip toe te kijken hoe zijn motor omviel. Wel even schrikken als je het ziet gebeuren maar de motor miste de pomp. Er was geen gewonde of enige schade. De man bij het tankstation keek wel even op zijn neus, maar iedereen stormde direct te hulp en met vereende krachten werd de motor weer op zijn wielen gezet. Martin en ik keken elkaar aan en besloten om naar KL terug te gaan. Snel nog even de BMW dealer gebeld en zij hadden, tot hun eigen verrassing, een middenbok op voorraad. Het betekende wel dat we weer dezelfde weg terug moesten rijden die we net gereden hadden, maar dat was geen straf want het bochtenwerk was een waar feestje. Eenmaal de bergen voorbij zagen we de kleur van de lucht met de minuut donkerder worden en al snel deden de eerste spetters hun intrede. De spetters werden groter en talrijker en al snel stonden de hemelsluizen vol open. We werden drijfnat maar bleven doorrijden totdat 50 kilometer voor KL Wodan en Donor ook in aktie kwamen. Het lichtte en donderde en we besloten voor deze beide barbaren te gaan schuilen in een klein fruitstalletje. We zagen er uit als twee verzopen katten en zo voelden we ons ook met geen droge draad meer aan ons lijf en ook onze schoenen sopten met de muziek mee. Na ongeveer een half uurtje waren Wodan en Donar met de ergste regen al spelend verder getrokken en trapten we de motoren weer aan. Met 80 tot 100 km/u reed ik deze keer achter Martin aan KL binnen. Op een gegeven moment slalomde hij tussen enkele auto's door en een taxi chauffeur begon mij de doorgang onnodig moeilijk te maken en als blikken konden doden... Martin reed inmiddels rustig door en ik begon te schelden op Martin en brulde door de intercom dat als hij mij kwijt wilde raken vooral zo moest blijven doorrijden. Martin met zijn zwarte snoet keek mij ondeugend aan maar wist dat het ernst was bij zijn Muts.
Terug in hetzelfde hotel was men verheugd ons weer te zien en de oude man stak dit niet onder stoelen of banken. Het deed hem deugd dat we er weer waren. We kregen een hele mooie kamer aangeboden, maar ik bedankte daarvoor aangezien die aan de rumoerige straatzijde lag. Ik vroeg hem toch om de kleine kamers aan de achterzijde in de wetenschap dat we dan beter zouden slapen en niets is er belangrijker voor ons dan een goede nachtrust. De afgelopen nacht had een mug mijn gemoederen al verhit en als ik die gezien had dan had ik hem echt morsdood gemept. Het was lekker om alleen samen in KL terug te zijn i.p.v. met een hele groep. We konden nu alles rustig in ons eigen tempo doen zonder vooraf te hoeven overleggen. We reden de volgende morgen naar de BMW-dealer en alle onderdelen die we besteld hadden waren aanwezig en werden gratis gemonteerd. We kregen nog enkele goede tips van de chef van de werkplaats.
We hadden nog enkele dagen over om te mailen, aan het verslag te werken en foto's uit te zoeken. De afgelopen tijd hadden we er weinig tijd voor gehad, maar ook had ons de lust hiervoor ontbroken. We hadden teveel sores aan ons hoofd gehad. Verder hadden op oudjaarsdag in Oud Sukhothai kennis gemaakt met Bas Snijder, een Nederlander werkzaam in KL. Drie weken geleden waren we bij hem thuis uitgenodigd voor een overheerlijke barbeque en ditmaal wilden wij Maria en Bas mee uit eten nemen. Maar daar staken ze een stokje voor doordat ze al een afspraak hadden, maar als we wilden mochten we wel weer langs komen voor een barbeque. Dat was niet exact ons plan maar vooruit. Ditmaal gingen we samen op Martins motor en genoten weer van twee heerlijke warme mensen en hun enorme gastvrijheid. Vooral de Hollandse gezelligheid was iets dat we wel eens missen tijdens het reizen tezamen met een elementaire vorm van luxe zoals bijvoorbeeld een tafel met enkele stoelen. Zo hadden we de afgelopen dagen menig uurtje op de vloer van onze hotelkamer doorgebracht zittende voor ons bed omdat er geen andere plek was om te werken met de computer. Ook wil je mensen niet op mogelijke slechte ideeën brengen door je koopwaar duidelijk uit te stallen. Dingen die zo vanzelfsprekend voor anderen zijn zijn voor ons heel speciaal. Toch zou ik voor geen goud met de meeste mensen willen ruilen. We noemen ons zelf per slot van rekening niet voor niets butterfliestour. De vlinder is het symbool van vrijheid en op het moment dat men hem probeert te vangen dan vliegt hij weg. Mooier kan ik het leven van Martin en mij niet beschrijven. Dit is het geluk dat we hebben en daar genieten we volop van.
Behalve het overheerlijke eten deed ook de Zuid-Amerikaanse muziek onze harten smelten. En terwijl de mannen buiten belangrijke zaken' zaten te bespreken trachtte Maria Monique en mij de beginselen van de Argentijnse dans aan te leren. In het begin ging het nog wat stroef maar naarmate er meer glazen wijn weggedronken werden ging het veel soepelder. Wat smaakt een wijntje toch goddelijk als je het nooit meer drinkt. Maria is van Indiaanse afkomst en deze avond kregen Monique en ik een zon van goud en een witte veer. De symbolen van het leven en het overleven. Het was een erg ontroerende avond en pas rond de klok van 1 uur gingen we terug naar ons hotel. Inmiddels was ik zo toeter als een Maleier (heel toepasselijk hier in KL) en ben bij mijn bikkel achterop gaan zitten en heb hem zo vastgehouden alsof ik er ieder moment af kon vallen. Mijn mond stond geen moment stil en ik had niet in de gaten dat mijn bikkel helemaal niet op mijn gewauwel reageerde. Een onvergetelijke avond bij zulke hartelijke lieve mensen.
De volgende morgen was het wat moeilijk om op gang te komen. Dus als een eerste klas zombie bij Starbucks voor enkele mokken koffie. Inmiddels waren we er vaste gasten geworden en we kregen nu zelfs al 30% personeelskorting. Na enkele mokken koffie hadden we de boel weer aardig op een rijtje en konden we in het hotel onze spullen gaan pakken voor onze laatste etappe naar Melakka waar Gion en Jason reeds op ons wachtten. Over de snelweg reden we de kortste weg naar de jongens toe die ons warm onthaalden. Qua motorstalling had Melakka bij ons een slechte smaak achter gelaten maar Jason had een ander hotel gevonden met een stalling binnendeurs. Het was er krap maar met passen en meten konden er 4 motoren geparkeerd worden.
De volgende dag moesten we de verscheping van de motoren regelen. Informatie van andere overlanders was nutteloos aangezien men niet meer vanuit Melakka vracht verscheepte. De beiden alternatieve havens lagen respectievelijk 50 kilometer ten noorden en ten zuiden van Melakka. Gion had beide havens al eens bezocht en beiden waren in aanbouw maar in de zuidelijke haven was meer activiteit. Dus Maandag hier heen gereden om de overtocht voor de motoren te regelen. Na veel onduidelijkheid en gegochel met prijzen kwamen we overeen dat we voor de overtocht per motor 200 Ringit betaalden voor het transport en 50 Ringit voor de agent. De boten waren van hout en deze vervoerden van alles tussen Sumatra en Maleisië. Of alle vier motoren ineens mee konden kon men de volgende dag pas bekijken, maar in ieder geval zouden er 3 motoren mee gaan. De volgende dag rond 15 uur zou men beginnen met het laden van de boot.
Terug in het hotel hadden we dus nog tijd om onze spullen, die we als handbagage mee wilden nemen, uit te zoeken. De volgende ochtend reden we rond 10 uur met alle vier motoren beladen naar de haven. De bedoeling was dat Martin en ik diezelfde middag nog met de veerboot over zouden steken naar Dumai terwijl Jason en Gion achter zouden blijven om de motoren aan boord te brengen. Wij zouden dan in Dumai wachten tot de motoren aan kwamen en vervolgens op de jongens.

XXX
Tot zover ons plan. Toen we echter in de haven aan kwamen was men al druk bezig met het laden van de boot en ons werd ijskoud mede gedeeld dat men geen plek meer voor de motoren aan boord had. Wanneer dan de volgende boot vertrok? Tsja, die moest nog arriveren dus wie weet. Daar namen we geen genoegen mee en ik heb dat ook duidelijk gezegd. Het mannetje ging zich er mee bemoeien en toen hij de kapitein enkele aanwijzingen gaf om de lading her te verdelen konden ineens alle vier de motoren mee. Dus snel naar de douane om het papierwerk af te handelen.

XXX
Terwijl we daar mee bezig waren kwam de kapitein ons melden dat de motoren NU aan boord moesten. Dus lieten de jongens mij achter met alle carnets en reden zij de motoren aan boord. Over een loopplank werden de motoren aan boord geduwd en boven op de zakken knoflook tegen de stuurhut aan gezet. Allemaal netjes op een rijtje tegen elkaar aan en de vrije ruimte tussen de motoren werd volgestouwd met... zakken knoflook. De carnets werden zonder problemen afgestempeld en toen de boot vol was ging er een dekzeil overheen en zagen we de boot wegvaren. Nu konden we gezamelijk met de veerboot nnar Dumai vertrekken. Een taxi had men al lang gebeld maar er wilde geen komen aangezien deze helemaal uit Melakka moest komen. De tijd begon inmiddels flink te dringen aangezien de veerboot om 14.30 uur vertrekken zou. Uiteindelijk kwam er dan toch een taxi nadat we, via de telefoon, een prijs van 30 Ringit afgesproken hadden. Onderweg werd het 14.30 uur maar volgens de taxi chauffeur was dit geen probleem. Eerst moesten we nog langs ons hotel om onze spullen te pakken. Gion en Jason moesten zelfs nog pakken aangezien zij gedacht hadden de volgende dag pas de veerboot te nemen. Snel werden dus alle spullen gepakt en afscheid van het hotel genomen (later bleek dat Gion hierbij de nodige zaken per ongeluk had achter gelaten, waaronder zijn Sumatrakaart). Toen we bij haven aan kwamen bleek dat de veerboot pas zojuist gearriveerd was en eerst moesten de arriverende passagiers nog van boord. We konden onze tickets dus nog kopen en konden zonder problemen Maleisië verlaten. Daarna moesten we nog ruim een uur wachten voordat we aan boord mochten voor onze reis naar een nieuw land: Indonesië, een land waar we beiden enorm naar uitkijken.