Reisverslag 25          Dumai (Indonesië, 16-07-2002) t/m Denpasar (Indonesië, 06-11-2002)

De aankomst in Indonesië was weer een nieuwe ervaring. Je komt aan in een nieuw land dat je alleen kent van de vele verhalen en wie kent niet de liedjes van Anneke Grunloh of de show van tante Lien. In dit geval waren we zonder motoren met de veerboot in Dumai op Sumatra het land binnen gekomen. De afhandeling van de formaliteiten verliep soepel en daar stonden we dan, samen met Gion en Jason, tussen de Indonesische mensen. We werden door een man die in dienst was van de veerbootmaatschappij over een wandelpad gedelegeerd en zo hadden we geen last van opdringerige mensen die je in een bus, waarheen dan ook, probeerden te slepen. Hij vertelde ons hoeveel een taxi zou kosten. Het eerste hotel hotel was vies en te duur dus maar weer verder gekeken. Het hotel er naast zag er goed uit. Ik zou het wel even keuren. Het was eigenlijk een beetje boven onze budget, maar we waren gewoon aan een goede nacht slaap toe. De nachten ervoor had ik ook al heel slecht geslapen en we konden wel een goeie tuk gebruiken, want de volgende dag beloofde een zware dag worden. De taxichauffeur met ogen zo groot als dollartekens probeerde ons nog een poot uit te trekken en de afgesproken prijs te verviervoudigen door te beweren dat de afgesproken prijs de prijs per persoon was, maar wij hielden voet bij stuk. Meneer nam hier geen genoegen mee en wilde het door ons aangeboden geld niet aannemen, dus deden wij niet moeilijk en liepen zonder de taxi te betalen het hotel binnen. 's Avonds kwamen we de beste man weer tegen en toen nam hij ineens wel genoegen met het door ons aangeboden bedrag. Na het diner hebben nog een oriënterende wandeling door de stad gemaakt en de mensen bleken erg vriendelijk te zijn. Het was voor ons even ruiken aan een nieuwe cultuur met andere mensen, normen en waarden.
De volgende ochtend zaten we om 07:10 uur aan het ontbijt. De zon schitterde aan de hemel en na het ontbijt moesten we op zoek naar een taxi. We besloten met twee fietsrisksja's te gaan. Een wat oudere man met gespierde benen en weinig tanden in zijn mond bracht ons naar de haven. De weg was slecht en soms stapte hij af om zijn stuur recht te buigen vanwege de vele kuilen en regelmatig hielp Martin hem een handje om de riksja te duwen. Je had weer even het gevoel terug te zijn in Cambodja. We naderden de plaats waar de motoren moesten staan en vanuit de verte zagen wij ze al op de kade staan. Het was geweldig de motoren weer terug te zien, want alle bagage zat er nog op en er was niets beschadigd. Een man van de douane, met aan Bachus geofferde ogen, verzocht ons om hem in de zwarte auto, heerlijk rijdend op onze eigen motoren, te volgen naar het hoofdkantoor. De weg was slecht en je moest even wennen aan het verkeer dat je van alle kanten passeerde. Vooral de brommertjes deden mij qua rijgedrag en hoeveelheid aan Vietnam denken. Bij de douane werden wij heel warm onthaald en gastvrij ontvangen en het wachten was begonnen. Wij maakten van de nood een deugd en gingen de tassen reorganiseren en werd de motorkleding al vast aan getrokken. Onderwijl ging een douanebeambte met Jason op de motor weg voor een ritje. De papieren moesten door een nog hogere beambte worden ingezien en gestempeld. Wij hadden per slot van rekening de tijd. We kregen allemaal een flesje water en het wachten duurde voort. Was heel erg goed voor ons geduld hoor!
Toen Jason terug was waren alle douaneformaliteiten vervuld maar moesten we met alle papieren nog naar het politiebureau. Aangezien we geen idee hadden waar deze te vinden was werden we er weer naar toe begeleid, nu door een beambte op een brommertje. De rode loper lag ook hier weer uit en de politie was echt super aardig. We werden door enkele agenten geïnterviewd en daarna naar de politiechef gebracht. Airco kennen ze daar niet dus dit betekende flink zweten in het kleine hokje. De carnets werden in hun eigen systeem verwoord en vervolgens werd een door ons benodigde politievergunning gegeven zodat we in Indonesië rond mochten rijden. Na eerst een kladje op papier te hebben gezet werd de definitieve versie in de computer uitgetypt. We kregen hier allemaal een kopie van en er werd zelfs nog een fotolijstje van de muur gehaald waarin zich een plattegrond van Dumai bevond om ons te laten zien hoe we de stad uit moesten rijden. Kostelijk zoals hier gewerkt werd. We kregen ook van dit kunstwerk een kopie, zodat we niet konden verdwalen. Om half 12 waren we zo ver dat we konden vertrekken en kregen nog een naam met telefoonnummer waartoe we ons konden wenden mochten wij problemen hebben. Het was SUPER! Snel terug naar de douane en hier werden weer kopieën van het politieraport gemaakt en wij kregen het orgineel mee. Het hele gebeuren bij de douane en politie kostte ons geen cent! Het ging hier zoals het overal zou moeten horen te gaan.
We hadden geen Indonesisch geld, behalve een klein zakcentje dat we in Maleisië hadden gewisseld dus hebben eerst met zijn allen een bank berooft. We voelden ons allemaal een milonair met al dat Indonesische geld. Toch viel het tegen aangezien we maar zo'n USD 60,- maximaal konden pinnen.


XXX
Tegen de middag reden wij de stad uit. De weg die wij reden stond niet op de GPS en nog minder op de kaart, die wij in ons bezit hadden. Toen we op een splitsing aankwamen hebben we wat gedronken en zijn richting Tobameer gereden. Het rijden in Indonesië was even wennen maar leek veel op het rijden in India. Voor Martin kattepis maar voor mij een enorme omschakeling. Toch was het Martin die tegen het einde van de dag door een bus van de weg gedrukt. In je spiegels kijken kennen ze hier dus niet en hoe groter je voertuig, des te meer voorrang je hebt. Het is net of veel mensen hier levensmoe zijn, want voor bochten inhalen is schering en inslag. Wij zeggen heel vaak geluk dat dwing je af maar als je in dit soort landen rijdt ga je daar toch aan twijfelen. De nacht in Kotapinang doorgebracht. Het hotelletje was simpel maar heel erg lieve mensen. We hadden de motoren bij de kamer van Gion en Jason gezet, maar we waren net uit de kleren toen er op de deur werd geklopt. We werden verzocht de motoren op het parkeerterrein te plaatsen, want ze stonden anders niet veilig. Men kon zo een muur over klimmen. Dit was ons niet tegen dovemansoren gezegd, dus snel alle motoren bij de nachtwaker gezet. En verder een heerlijke onbezorgde nacht gehad. De volgende morgen waren we vroeg uit de veren, ontbijten en weg. De nevel lag over het land en de natuur ademde een enorme rust uit. De natuur is enorm gevariëerd en het ene moment rijd je door de sawa's, terwijl je het volgende moment door de plantages en de rubberbomen rijdt. Het is een kleurrijk schouwspel. Deze dag was voor mij één om nooit meer te vergeten. Ik haalde een bus in en deze kwam zonder blikken of blozen naar rechts (men rijdt hier links). Ik had niet eens de tijd om mijn claxon op te zoeken. Het betekende naast de weg gaan rijden en het gas erop gehouden. Met 80 km/h weer mijn weg terug het asfalt op gevonden, doch met de nodige hartkloppingen. De jongens waren allemaal schietgebedjes op aan het zenden. Doordat ik heel veel van Martin had geleerd en de rust bewaarde liep ook dit allemaal goed af. Na twee incidenten in twee dagen wisten we echter waar het probleem lag: Als er twee voertuigen vlak achter elkaar rijden en de weg is vrij dan verwacht je dat het achterste voertuig het voorste inhaalt en wacht je dit even af. Als dit echter niet blijkt te gebeuren dan denk ga je zelf maar. In werkelijkheid trapt het achterste voertuig wel degelijk vol het gaspedaal in maar is de acceleratie heel traag. Net als je zelf in gaat halen heeft het achterste voertuig snelheid opgebouwd en begint ook in te halen... en toeteren helpt dan echt niet meer. Wat een imbecielen hier op de weg!

XXX
Het laatste stuk naar het Tobameer was via een kleine hobbelige doch schitterende weg. Gestopt om te lunchen en vervolgens lieten Jason en Gion ons vooruitrijden aangezien zij snellere rijders zijn. Probleem was echter dat wij ons verreden en de jongens achterna reden terwijl zij dachten dat we voor hen zaten. Wij hadden niet de intentie om hen in te gaan halen en besloten onderweg flink te gaan genieten van oa. de schitterende watervallen. Eén brug was in aanbouw en er lagen alleen enkele smalle planken over een diep gat. Off-road rijden is leuk maar dit was mij toch te gortig, zodat Martin beide motoren over de brug reed. Tegen het vaalen van de avond bereikten we Parapat en de veerboot. De veerboot over het Tobameer ging direct nadat wij aan boord waren en op de boot bleken ook Gion en Jason te staan dus waren we weer verenigd.
Het Tobameer is een plek waar je helemaal niets hoeft te doen. Vooral het eiland Samosir is een oase van rust, er zijn vele accomodatie mogelijkheden die bijna niets kosten en je hebt er een schitterend uitzicht over het meer. We hebben per motor een tocht over het eiland gemaakt en wilden naar een oud vulkaanmeer. Je kon er komen na een hele pittige klim-wandeling maar wij besloten via de andere zijde met de motor omhoog te rijden. Het werd een dag off road rijden onder vrij pittige omstandigheden: steil omhoog en over grove gravel. Het meertje was niet echt iets bijzonders en we waren blij dat we niet waren gaan wandelen aangezien de teleurstelling dan groot zou zijn geweest. De jongens, ik was lekker bij Martin achterop gekropen, konden zich helemaal uitleven en Martin zorgde nog voor wat spectaculaire foto's. Hij wilde van het meertje al staand op de motor omhoog rijden naar de weg en op het moment dat hij bijna boven was klapte de klep van zijn vizier van zijn helm omlaag en bleef voor zijn ogen hangen en zag hij helemaal niets meer. Hij stapte keurig af met motor en ik al. Ik zag de kans schoon om alles op camera vast te leggen. Om weer bij het hotel terug te komen moesten we nog 800 meter omlaag en Gion dacht een pad gevonden te hebben maar deze bleek naar de klif te lopen en tijdens het draaien op het pad ging hij onderuit met zijn motor en weer had ik het fototoestel bij de hand, arme jongens! Jason en Martin, wijs geworden, draaiden op een grasveldje. Ik prees mijzelf zielsgelukkig dat ik bij Martin achterop zat. We deden trouwens niet alleen maar spannende dingen. De dagen werden ook doorgebracht met het onderhoud van onze zaken. Zo was de motorjas van Gion dringend aan wat reparatie toe en daar heb ik hem een handje mee geholpen. Niet dat hij te beroerd was om zelf naald en draad ter hand te nemen maar gewoon om dat het resultaat beter was als ik het voor hem naaide.

XXX
We besloten om naar Berastagi te gaan en we verlieten Samosir aan de andere kanten en dit was een enorme verrassing aangezien we door een schitterend landschap reden. Berastagi in een plaats waar je omringd ben door de twee vulkanen. De vulkaan Sibayak was de moeite van het beklimmen waard en gewapend met waterfles, goede wandelschoenen en camera's begonnen we aan de klim. We kwamen nog een ander stel tegen, Noula en Jan, en samen met hun de klim en de afdaling gemaakt. Op de top waren rokende zwavelgaten. Het was steil en ruig, maar oh zo fotogeniek alhoewel het weer niet echt mee werkte. Met de klim dachten we het zwaarste gedeelte gehad te hebben maar de afdaling was nog zwaarder doordat het heel steil naar beneden ging.

XXX
Eenmaal beneden aangekomen waren we volledig gesloopt voor die dag, maar we hadden wel gedaan wat wij wilden doen.
Medan was de volgende stad die we met een bezoek vereerden. De bedoeling was om hier niet zo heel lang te blijven. Medan is een stad waar niet zo heel erg veel bijzonders te zien is en bovendien is het een vieze en vuile stad. De enige bezienswaardigheden zijn de moskee Mesjid Raya uit 1906 en het nabij gelegen paleis van de sultan.

XXX
Beide gebouwen zouden in Nederland op de Monumentenlijst zijn geplaatst maar zo niet hier in Indonesië waar het verval van de eens zo mooie glorie duidelijk zichtbaar was. Toch had Medan iets bijzonders voor mij, want hier lag een groot deel van mijn familie. In de twintiger jaren waren mijn grootouders naar Medan geëmigreerd. Voor die tijd waren zij, in mijn ogen, de echte avonturiers. Medan was ook de stad waar mijn moeder is geboren. Het zou leuk zijn om haar geboorteacte te kunnen bekijken maar waar moet je met zoeken daarna beginnen?
Er bleek ook een Nederlands Consulaat in Medan te zijn en op goed geluk daar maar heen gegaan. De consul was een aardige man die hier al meer dan 30 jaar zat dus heel Medan wel goed kende. Hij was heel geïnteresseerd, behulpzaam en wist veel te vertellen over het Medan van begin 1900. Een enorm bewogen en hartelijk mens en aangezien we geen officiëel verzoek hadden krabbelde hij wat op een briefje in het Indonesisch en wees ons op de kaart waar de 'Burgelijke stand' was. Nu waren enkele jaargangen verdwenen of vergaan en wist de consul niet zeker of 1926 nog in de archieven aanwezig was, dit was namelijk het jaar dat mijn moeder het levenslicht hier aanschouwde. Doordat zij overleden is heb ik niet een bron van informatie tot mijn beschikking en wilde ik het via deze weg proberen.
We konden het kantoor van de burgelijke stand met gemak vinden, Martin is daar echt een kei in. Op de trap werd ik tegemoet getreden door een man in uniform en ik liet hem het briefje van de consul lezen. Hij nam mij mee naar boven waar de archieven waren. Hij sprak met een man en ik kon plaats nemen. Het duurde niet lang voordat de man terug kwam met een boek. Het was een rood boek en de hard kartonnen kaft dat was aangevreten door insecten. Ik mocht het inzien. Hierin stond in keurig Nederlands beschreven wie er op die dag aanwezig waren en het was voor het eerst dat ik de handtekening van mijn grootvader zag, hij was toen 32 jaar oud. Op zo'n moment schiet je helemaal vol en gaat er veel door je heen. Mede als je weet dat mijn grootvader later is omgekomen in Sobibor in de bloei van zijn leven, alleen maar vanwege het feit dat hij Joods was. We kregen zelfs een kopie van de aangifte al moest hiervoor nog wel toestemming gevraagd worden bij een superieur. Nu bleek dat dat uitgerekend de man was die mij op de trap tegemoet gekomen was dus dat was geen probleem. Er werd verder nog een papiertje ingevuld om het toch nog officiëel te laten zijn en de kopie lag al klaar. Ik hoefde alleen maar te tekenen. Mijn dag kon niet meer stuk.
We probeerden nog het ziekenhuis waar mijn moeder geboren was te vinden maar dit gaven we snel op, want we hadden te weinig details. Destijds was er namelijk slechts één hospitaal en nu velen. Wel hebben nog met een Nederlander gesproken die ook veel van de historie van Medan af wist en hij heeft ons enkele goede tips gegeven om in Nederland gericht te gaan zoeken aangezien er daar meer informatie over koloniaal Medan beschikbaar is dan hier in de plaats zelf. Die dag liep ik heel anders in Medan rond. Bij het oude centrum wist ik bijvoorbeeld dat mijn grootouders hier ook hadden gelopen en (deels) gezien hadden wat ik nu zag. Wel de, nu oude, gebouwen maar niet het smerige drukke verkeer. Voor de verandering hadden we weer eens een slechte nacht aangezien Martin om 2 uur de prullebak hoorde knisperen. Op dat moment ging Martin aan zichzelf twijfelen en toch even op onderzoek uit. Een rat schoot onder ons bed onder ons bed. Nu werd het echt serieus en ook ik was ineens klaar wakker. Terwijl Martin het bed verschoof keek ik waar de rat naar toe zou gaan. Hij koos eieren voor zijn geld en verdween, zoals hij gekomen was, via het afvoerputje in de badkamer. Nu wisten we tenminste waar de grote ronde steen in de badkamer voor was, niet om de deur open te houden dus! Medan was dus wel een vieze stad, maar ik nam dit graag op de koop toe want het was absoluut niet alleen maar slecht. In het hotel werden we onder de vleugels van Sayfrina genomen. Een rondborstige gezette Indonesische vrouw, met een enorm groot hart. Ze kon koken als de beste en leerde ons 'Terung Belanda' drinken, het sap van een vrucht die alleen in de omgeving van Medan groeit en enorm goed is voor de aanmaak van rode bloedlichaampjes. We konden hier wel een shotje van gebruiken want er is hier niet zoveel variatie in voedsel als in Nederland. Vlak bij ons hotel was een bowling baan en tezamen met Sayfrina en een Nederlandse backpacker genaamd Maarten zijn we gaan bowlen. Het was absoluut een geslaagde avond en tevens ons afscheid van Medan.
Wij vertrokken naar het westen, naar Bukit Lawang. Hier bevindt zich een rehabilitatiecentrum voor Orang Oetangs. De weg voerde ons langs vele plantages en de wegen waren niet echt om over naar huis te schrijven. Grote gaten bevonden zich in de weg en tegemloet komend verkeer! dat bijna altijd op jouw weghelft allerlei capriolen uithaalde. Zo kwam er ineens een tankwagen de bocht om die Martin net door was. Links zat een groot gat in het asfalt en de bestuurder nam de bocht zo ruim dat ik gedwongen werd om te stoppen. De weg ging voor mij omhoog en dit betekende dat het tijd werd voor mijn klosjes. Ik stond stil, de motor hing te veel naar rechts en... er was geen houden meer aan en ik kon nog net snel even door de intercom bulderen dat ik voor de verandering er weer eens bij ging liggen. Martin was heel snel terug bij mij, maar de Indonesiërs kwamen ook ineens overal en nergens uit de vrachtauto's vandaan. Ik maakte nog wel even de opmerking dat het zijn schuld was, maar dat kon zijn bulderende lach niet temperen en onder belangstelling van 5 andere tankwagens had ik mijn entree voor die dag weer gemaakt.
Al rijdend langs grote rubberplantages zagen we de tappers druk bezig om de bomen te kerven en de latex mee te nemen. Afgezien van het verkeer, heerste er een rustige sfeer als je hier doorheen reed. Bukit Lawang is een echt toeristenhol en we hadden al direkt besloten om hier niet al te lang te blijven. Onze vriend Gion was er ook en we besloten om samen naar het voederen van de apen te gaan kijken. Je moet hier een ticket voor halen. Het was vroeg in de morgen en de man die het ticket moest uitgeven had duidelijk last van een ochtendhumeur. Je krijgt wat je toekomt dus we betaalden hem met klinkende munt. Met hordes andere toeristen werden de apen bekeken en eentje zorgde voor leven in de brouwerij aangezien hij boven Martin en andere mensen, die zaten te genieten, eens even lekker ging toiletteren. Ik moest wel lachen en dacht aan iets wat mijn moeder altijd zei, namelijk dat alle zegen van boven komt. In dit geval was het heel snel inpakken en wegwezen. Op de heenweg waren we met een uitgeholde boom een ondiepe rivier over gestoken maar op de terugweg zijn we er lekker doorheen gelopen. Ik voelde me niet! optimaal en dus heb ik de rest van de dag niet veel gedaan, maar ook was het weer wisselvallig.
De volgende dag vertrokken we al weer uit Bukit Lawang want we hadden inmiddels begrepen dat het in de weekeinden er een heksenketel van jewelste zou worden met Indonesiërs uit de wijde omtrek. En aangezien Indonesiërs net zoveel lawaai maken als Indiërs, zodat je zelfs aan oordoppen niet genoeg hebt, hielden wij het voor bekeken. Het hoort dan wel bij het land maar echt wennen doen we er niet aan. Het was al weer bijna een jaar geleden dat we uit Nederland weg waren gegaan en de laatste tijd kregen we alarmerende emails van Marie Louise dat ze erg naar ons verlangde en bovendien zou ze midden September haar 18e verjaardag vieren. De laatste keer was zij naar ons in Thailand gekomen en nu was het onze beurt om haar in Nederland op te zoeken. Ook kwam er bij dat ons visum af liep en niet verlengbaar was en dat Dingeman in het leger zat druk bezig voor zijn officiers-opleiding en we hem en anderen al een jaar niet gezien hadden. In Medan hadden we al reserveringen gemaakt en hoefden alleen nog onze tickets op te halen.
We besloten om weer in Berastagi ons kwartier op te slaan en in een dag op en neer naar Medan rijden. We hadden nu een veel rustiger guesthouse gevonden, maar ze zaten vol en zouden pas de volgende dag plaats hebben. We zochten nog rond in de omgeving maar konden geen andere plek vinden die aan onze eisen voldeed. We besloten terug te rijden want het was een super mooi plekje en gewoon vragen of we anders onze tent op mochten zetten. De mensen waren zo hartelijk en ze hadden beneden nog een oud houten gebouwtje en dat was voor ons op dat moment gewoon een paradijs. Het was een heel eenvoudig houten huisje met een koloniaal aanzien. Het was wel een heel gesjouw om alle bagage de heuvel af te krijgen en ik wist niet waar ik de energie vandaan haalde. Al dagen had ik last gehad van keelpijn, maar nu was de koorts ook toegeslagen. Alles deed pijn in mijn lichaam. Voor het eerst wilde ik ook niet mijn bed uit en dat wil heel wat zeggen. Martin was super zorgzaam, lief en het ontbrak mij aan niets. Twee dagen was er geen muziek uit mij te krijgen, maar de derde dag werd het langzaam beter en de vierde dag ben ik bij Martin achterop gegaan en zijn we naar Medan gereden om het ticket te kopen. We zijn eerst nog even bij de consul langs gereden om hem te bedanken voor zijn uitstekende hulp en hij vertelde ons een beetje van zijn leven. Hij was slechts parttime consul en de rest van de dag was hij pastor. Iedere dag om 05:00 uur begon zijn dag met het bezoeken van de zieken in een ziekenhuis en daarna zijn werk op het consulaat. Een heel bijzonder en eenvoudige man. Hij beschikt over een grote hoeveelheid parate kennis en doet alles nog zonder computer en alleen met schriftjes al moet hij soms wel op zijn secretaresse terugvallen om zaken terug te kunnen vinden. Kortom een heel bijzonder mens waarvan er maar weinig zijn en een mens die ons enorm raakte.
Vlakbij het consulaat zat het kantoor van Garuda Indonesia en hier hadden we een reservering lopen, maar we stonden al geruime tijd op de wachtlijst voor de terugvlucht. We werden door zo'n stoeipoes onbeschoft behandeld. Ze zou voor ons naar Jakarta bellen en we konden op een bank wachten. Na een uur hadden we er een beetje tabak van en ze kon wat ons betreft de pot op aangezien wij ook nog een reservering bij Malaysian Airlines hadden lopen. Deze vlucht was welliswaar iets duurder maar we hadden hier geen wachtlijst en ook geen gedwongen overnachting in Singapore, al was dit laatste helemaal geen straf voor ons. We zijn direct naar hun kantoor gereden en werden heel vriendelijk en menselijk behandeld. We konden ons ticket wel met een creditcard betalen, maar tegen een heel ongunstige koers zodat het onnodig veel duurder zou worden. We besloten dan ook om onze contante dollars aan te spreken maar die waren overal verstopt zo! dat we enige tijd nodig hadden om deze bijeen te sprokkelen. We zijn hiervoor maar naar Sayfrena gereden, die blij was om ons weer terug te zien. Nu kon ze weer een lekkere Terung Belanda voor ons maken. Onderwijl hiervan genietend kon ik verhalen met haar uitwisselen terwijl Martin ondertussen de tank van zijn motor er af haalde had om bij de verborgen dollars te kunnen komen.
Later die middag reden we terug en konden we onze tickets in ontvangst nemen, maar.... we kwamen nog enkele dollars tekort. Dus liet Martin voorzichtig zijn motorbroek zakken om nog enkele dollars uit zijn kniebeschermer te halen. Ik verging bijna van het lachen en alle ogen waren gericht op Kwatta. Ik kreeg een lik uit de pan, maar de man aan de andere zijde van het bureau en ik hadden veel plezier. Toen ook de laatste dollars betaald waren konden we onze tickets bij ons steken en was het toch nog een vruchtbare dag voor ons.
We besloten om niemand te vertellen dat we terug kwamen. We wilden Marie Louise verrassen voor haar 18e verjaardag want we hadden per slot van rekening een armband bij ons die zelfs een inbraak in Maleisië overleefd had. Dit cadeau was bijzonder, maar onze reis naar huis was dat eveneens. We moesten toch wel een beetje wennen aan het idee. Wat we niet wilden was om door mensen geclaimd en geleefd te worden. Wij hadden al een heel druk programma en op deze wijze hadden we toch het idee de touwtjes zelf in handen te kunnen houden.

XXX
De weg terug naar Berastagi voerde ons de bergen in en achterop bij Martin was dit volop genieten. Hij loodste zijn bikie als een veertje door de bochten en het smeuïge en soepele waarmee dit gepaard gaat geeft je het gevoel dat je danst. We hadden de omgeving van Berastagi wel gezien en het Toba meer was maar een dagje rijden verwijderd. Sumatra is een eiland met een enorme natuurschoon en een diversiteit, zodat je iedere dag weer ogen tekort komt om alles in je op te kunnen nemen. Toen we deze keer bij de vee rboot aan kwamen was deze net vertrokken en moesten we enkele uren wachten. Nu stotterde mijn motor af en toe flink en sloeg zelfs af. Een mailtje aan van Harten leerde ons dat de oorzaak wel eens te wijten zou kunnen zijn aan een te lage accuspanning. Martin had nu even tijd om mijn accu te controleren en dus bouwde hij deze uit en toen bleek dat er flink wat gedestilleerd water bijgevuld moest worden. Dit snel ingekocht en voordat de veerboot weer vertrok zat alles weer op zijn plek en kon ik aan boord rijden. Tijdens de overtocht vanuit Nederland had de accu de nodige schade opgelopen en was hij niet zo goed meer als dat hij er uit zag. Aan belangstelling ontbrak het ons tijdens de operatie niet en ik kwam ogen tekort want terwijl Martin met de accu bezig was stond ik op al onze spullen te passen die op een grote stapel lagen.

XXX
Op de veerboot wachtte ons nog een verrassing want we zagen Marcello, althans zo noemde hij zich, weer terug. Hij wist dat ik van zijn gezang hield en hij zong uit volle borst met zijn olijke ogen het voor ons zo vertrouwde Batakliedje. Op de één of andere wijze hadden we hem in ons hart gesloten en dit zou nog een vervolg krijgen. We gingen op het eiland Samosir terug naar dezelfde plek als waar we de eerste keer hadden gelogeerd. We hadden weer een lange dag van reizen achter de rug en we zijn al niet meer verbaast als we slecht slapen en zo was er ook deze nacht weer een nieuwe nachtmerrie. Over het plafond liepen ratten en het was nog net niet een Grand Prix of de TT van Assen, maar het begon er na een paar uur donders veel op te lijken. De ratten begonnen steeds enthousiaster te worden (of leek dat maar zo?). We zaten in een blok van drie en ook onze buren begonnen op het plafond te bonken. Niet dat dat veel hielp overigens, maar toen we 's ochtends om half zeven de buren buiten tegen kwamen hadden de ratten er wel voor gezorgd dat er een hechte band tussen ons gesmeed was onder het motto: "Gedeelde smart is halve smart". Als geesten verschenen we aan het ontbijt en vervolgens deden we ons beklag. Als resultaat kregen we een andere bungalow toe bedeeld al moesten er nog wel even op wachten. Het was echter de moeite waard, want we kregen nu een bungalow met het uitzicht op het Toba meer en veel rustiger gelegen. Hier was geen rat te bekennen en konden we eindelijk genieten van de rust die we zo hard nodig hadden.
Na een paar dagen hadden we de batterij weer zodanig opgeladen dat we weer verder konden reizen en dus trokken we verder zuidwaarts, een gedeelte dat we nog niet verkend hadden. We besloten om weer met de veerboot terug over gaan en daar was ons schoenpoetsertje alias Marcello weer. Iedere keer kwamen we meer over hem aan de weet. Hij bleek geen Marcello te heten maar Keno. Een man die goed Engels sprak vertolkte onze vragen en zodoende kwamen me meer te weten over zijn leven. Hij was acht jaar oud en poetste schoenen op de veerboot van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Hij kwam uit een heel arm gezin en had nog 2 zusjes. Zijn familie behoorde tot de armsten van de lokale bevolking. Zijn t shirt was zo zwart dat je dacht dat hij als schoorsteenveger werkte. Zijn voetjes waren gehuld in slippers en hadden al een tijd lang geen zeep gezien. Maar zijn ogen waren oprecht, speels en open.
Toen de veerboot de kade naderde hadden we zijn adres achterhaald (voor zover je van een adres kon spreken). We hadden hem op de motor een stukje mee willen nemen en hem wat geld toe willen stoppen maar op het moment dat we op de motor wilden stappen was hij spoorloos verdwenen. Ik had nog een hand van hem gekregen en had hem op zijn zwarte voorhoofd nog een dikke kus gegeven. We keken nog rond, maar hij was spoorloos verdwenen. We reden de veerboot af en hadden beiden het gevoel dat we iets met dit kind moesten gaan doen. We hadden besloten om de consul in Medan te bellen, hij wist zeker via welke weg je zoiets zou kunnen bewandelen. Al konden we hem alleen maar naar een school sturen.
Na twee dagen reizen kwamen we tegen de avond in Bukittinggi aan en daar bleek dat Gion hier samen met Jason daags ervoor vertrokken richting Java. De plekjes waar wij voor de nacht een onderkomen zochten waren allemaal vol en uiteindelijk maar in een heerlijk luxe hotel ons kwartier gemaakt. We wilden naar het eiland Siberut gaan en dan moesten we de motoren op een veilige plek achter kunnen laten. Er was continu bewaking en met de motoren pal naast hun hokje geparkeerd kon er bijna niets mis gaan. Verder was men in het hotel ook enorm aardig en dat gaf ons een goed gevoel.

XXX
Toen we 's avonds rondkeken voor een tocht naar Siberut zagen we in het Stars café dat de volgende dag een tocht zou vertrekken. We werden aangesproken door een gids, genaamd Hakim die ons, mede door zijn opdringerig gedrag, de haren omhoog deed komen. Later die avond spraken we daar met Henri, ook een gids maar een zeer bewogen mens met zijn hart op de goede plaats. Hij zou de gids zijn voor de tocht van een week later en liet ons boeken met foto's over de tocht zien. Het zag er leuk uit en we werden steeds enthousiaster, maar besloten toch om een beslissing nog een nachtje uit te stellen en er de volgende morgen op terug te komen. Hakim begon ons enigszins te pushen maar wij hielden voet bij stuk. Men had 6- en 10-daagse tochten, maar als wij gingen dan gingen we voor de 10 dagen aangezien er 4 reisdagen in zaten en we toch wel een tijdje in de jungle wilden doorbrengen. De volgende dag besloten we om ons in te schrijven en dit betekende dat we het nog een week in Bukittinggi uit moesten zien uit te houden.
Keno liet ons niet los en zodoende hebben we contact met de consul opgenomen en hem het hele verhaal verteld. We vielen met onze neus in de boter, want zijn eigen broer was pastor in Parapat, de plaats waar Keno woonde, en we kregen zijn telefoonnummer. Nog dezelfde avond de broer van de consul gebeld en hem uitgelegd wat onze bedoeling was. Toen hij dit vernam werd hij net zo enthousiast als wij en als we hem een week de tijd gaven en dan proberen Keno te vinden.
We hadden verder de tijd om de omgeving per motor te gaan verkennen en we hebben verschillende tochten gemaakt. De eerste tocht hebben we oa. een traditioneel paleis bezocht dat op zich niet zo veel voorstelde maar een leuke afwisseling was. Deze tocht op zich en vooral de omgeving waren schitterend. Vooral de 'gewone' dingen als een man die bezig was om met zijn os de grond om te ploegen, het landelijke karakter en het zien van de eenvoud van het leven deed ons genieten. Het was een warme zonnige dag en we hadden onze zwemkleding meegenomen en tegen de middag arriveerden wij bij het Singkerak meer. Onder de grote belangstelling van kinderen onder een sarong een verkleedpartij uitgevoerd en heerlijk gezwommen in het meer met aan alle zijden een prachtig uitzicht op de bergen. Die dag zijn we het hele meer rond gereden en het deed me heel erg aan Amerika denken. Het was een dag dat we intens genoten van de omgeving en van elkaar. In Bukittinggi terug zijn we nog door een steile kloof gereden. De weg bleek na de kloof echter verder te lopen en dus reden we verder over een smalle weg afgebakend met hoge muren van oranje bloemen. Je moest donders goed opletten voor tegenliggers, maar de omstandigheden waren ronduit idillisch. De zon scheen door de wolken en een grote wolk voorzien van een zilveren rand deed ons genieten onderwijl grapjes maken over Martins ouders die er zeker weten wel bij had willen zijn om de mooie wolk met hun eigen ogen waar te kunnen nemen. Op zulke momenten zijn pa en ma dicht bij ons. Moe maar voldaan keerden we om en reden dezelfde weg terug naar ons hotel.
De volgende tocht zijn we met mijn motor gaan rijden en Martin ging met gevaar voor eigen leven bij mij achterop. Ik zag dit in eerste instantie niet zitten en was bang voor een stortvloed aan commentaar, maar de kapitein schikte zich in zijn rol van Ketelbinkie en hield zijn mond. Ik merkte niet eens dat hij achterop zat. Al moeten er wel momenten zijn geweest dat hij zich achterop zat te verbijten. We reden naar het Maninjou meer deze weg daalt af naar het meer middels 44 haarspeldbochten. Na haarspeldbocht nummer drie was er een uitzichtpunt. We genoten een tijdje van het uitzicht en toen vond ik dat ik wel ver genoeg had gereden en draaiden we de rollen om. Ik ging lekker bij Martin achterop zitten en achteraf was ik blij dat ik de resterende 41 haardspeldbochten achterop zat. Het meer was niet zo heel groot en de weg er omheen was voor een klein gedeelte voorzien van asfalt, de rest was off-road met zeer landelijke taferelen. Tijdens de lunch genoten van de taferelen die zich voor ons afspeelden. Een oude vrouw liep bijvoorbeeld met een groot bananeblad boven haar hoofd om zich zo tegen de felle zon te beschermen. Nadat we een geschikt plekje hadden gevonden is Martin nog even het water in gedoken en genoot ik onderwijl van de mooie omgeving en vooral de sereniteit er van. Ook de resterende weg ben ik lekker achterop blijven zitten en bij de eerste haarspeldbochten zaten vele apen die door mensen werden gevoerd te wachten of wij misschien daar aan mee deden. Helaas voor hen.
De dagen vlogen om en waren goed gevuld met het schrijven aan ons verslag en verdere excursies, oa. naar een kloof en dit was een aardig stukje rijden. Hier waren diverse watervallen die populair waren bij de lokale Indonesiërs wat duidelijk te zien was want overal zag je een spoor van afval en plastic. Voordat we het wisten was het tijd om naar Siberut te vertrekken. Het werd nog twijfelachtig aangezien men minimaal 7 personen nodig had en de teller nog maar op 5 stond.
De dag van ons vertrek naar het eiland Siberut hadden we onze baggage uitgezocht. Het bleek achteraf het begin te zijn van een hele rommelige reis. Men had niet voldoende mensen maar dat was nu ineens geen probleem aangezien er meerdere groepen bij elkaar gevoegd zouden worden. Dit en doordat de grootvader van Henri (onze gids) op sterven lag resulteerde er in dat een andere gids de reis zou begeleiden. Deze gids bleek Hakim te zijn. We waren op de afgesproken tijd aanwezig en doordat de boel gewijzigd was konden we ons nog terug trekken. Ik had geen goed gevoel bij deze reis, vooral niet omdat Hakim onze gids was. Martin liet de beslissing aan mij over en ik vond het op dat moment heel moeilijk om te beslissen. Onderwijl ontmoetten we de andere mensen van de groep en die waren heel erg aardig. Een Nederlands stel Esmee en Aaldert, Vivienne een Engels meisje van 19 jaar en er zou nog iemand in Padang bij komen. We hadden inmiddels al een week naar deze tocht uitgezien en ik wilde geen spelbreker zijn dus gingen wij ook mee.
We werden met een minibus naar Padang gebracht en hier wachtte een grote houten veerboot op ons. Tevens had Martin hier er een naamgenoot bij gekregen en om de verwarring te voorkomen hebben we de Engelse Martin direct maar de bijnaam 'Crocodile Dundee' gegeven vanwege gelijkende hoed die hij droeg. Op het benedendek van de veerboot lagen de mensen op gekleurde rieten matten boven op de goederen die naar Siberut vervoerd werden. Deze lading bestond uit werkelijk van alles en nog wat en zorgde er voor dat het op het benedendek enorm stinkte. Wij moesten gelukkig naar de bovendek en werden met z'n allen in een klein hutje gepropt waar 6 houten kooien in gebouwd waren die veel te klein voor ons waren. Vooral Martin kon goed oefenen voor een tweede Houdini. Er lagen plastic matrassen in en ventilatie was er niet dus al snel kwam het luie zweet er aan alle kanten uit. De enige vorm van verkoeling was door ons hoofd uit de kleine houten gaten te steken.
Wij lagen in de onderste kooien. Er waren (nog) geen kakkerlakken te zien, maar wel zag ik een vlo, een luis en andere geteisem rond lopen. Ik was vergeten dat ik zeeziek werd op een boot en we hadden nog 10 uur op deze boot te gaan. Ik werd muisstil en ruilde met Martin van bed en toen lag ik in de lengte richting van de veerboot. Er was geen beweging meer in mij te krijgen. Onderwijl maakte ik me nog ongerust over Vivienne die ook ziek was. We gingen snel slapen en opeens hoorden we een gegil. Esmee zag een rat lopen en toen kwam de aap uit de mouw, want ze was bang voor vele beesten. Ik stelde haar dus voor om met Aaldert van bed te wisselen zodat zij dan boven mij aan de raamzijde lag waar geen balken waren waar ratten overheen konden lopen. Vervolgens keerde de rust in onze hut weer en konden we enige slaap krijgen als we heel stil bleven liggen.
De volgende morgen meerde de boot zo rond de klok van vier uur ergens af aan een pier en begon men met het lossen van de boot terwijl wij nog bleven slapen. Om zes uur werden we er ook uit geschopt en tot overmaat van ramp viel Martins contactlens uit zijn oog en deze bleek na enig zoeken ergens bij zijn rugzak te liggen. Zijn grootste probleem was om in het donker zijn rugzak open te krijgen die met een cijferslot was uitgerust terwijl het donker is en je zonder lens zowiezo slecht ziet. Pas toen realiseerde hij zich dat hij zijn bril vergeten was. Maar de rest van de tocht zouden zijn lenzen zich goed houden. Met een kano van een grote uitgehouwen boom die voorzien was van een buitenboordmotor werden we van de pier naar een klein hutje aan het strand gebracht. Aaldert ging als eerste aan boord en gleed uit over de gladde stenen en een gewaarschuwd man telt voor twee, dus de rest hield het droog. We kregen ons ontbijt en er was nog gelegenheid om te zwemmen. Hier maakten we allemaal gretig gebruik van en gingen het water in en genoten van onze wasbeurt in de oceaan. Verkwikt schoven we in de kleren terug. Esmee en ik moesten plassen en het toilet was een vies stinkend houten kot met meters hoog gras er omheen. Wij bedankten hier voor en gingen een stukje verder de bush in en onder het genot van een hele mooie struik met rode bloemen en bovenop een witte pluim hadden wij het mooiste toilet op aarde.
Uiteindelijk vertrokken we met zijn allen de jungle en dus het grote avontuur in. We moesten een stuk lopen door een dorpje en bij de rivier stapten we in een andere boot. Stroomopwaarts voeren we door een schitterende jungle die een diepe indruk op ons maakte. Na anderhalf uur kwamen we aan bij een dorpje en hier werden we door veel mensen overweldigd. Er zaten schamel geklede mannen bij met diverse tatoëringen op hun lichaam en met tot punten gevijlde tanden. Vrouwen met rieten manden namen de dozen met onze proviand voor de komende dagen op hun rug. Op blote voeten snelden ze voor ons uit de jungle in. We werden naar de eerste overnachtingsplek gegidst en we liepen over paden waar je tot over je enkels in de modder wegzakte. Het lopen was meer strompelden aangezien we regelmatig veel dieper dan onze enkels in de modder wegzakten. Om de paden enigszins begaanbaar te houden worden overal boomstammen en bamboe stokken in de modder gegooid om niet al te diep weg te zakken. In het begin wil je niet gelijk al je kruid verschieten en probeer je je kleren en schoenen nog een beetje droog en schoon te houden maar al heel snel maakt je het allemaal niets meer uit zolang je maar bij je overnachtingsplek aan komt. Nu snap ik waar de naam 'regenwoud' vandaan komt en ook waar al dat water blijft... op de paden!
Een gevolg van de smalle paden en de boomstammen is dat je allemaal achter elkaar aan loopt en als je dan nummer één voor je weg ziet zakken, in dit geval Crococile Dundee die tot zijn knie wegzakt, weten we dat het diep is en de zuigende modder je het gevoel geeft in een moeras aangekomen te zijn. Mijn bikkel zegt heel liefdevol dat ik mijn voeten dwars over de boomstammen moet zetten terwijl ik hem zelf voor me lekker diep de modder in zie glijden. Na een qua kilometers korte maar zeer intensieve en zeer vermoeiende tocht kwamen we aan bij villa Kakelbont. De kippen en varkens liepen overal om het huis en overal waar je keek was blubber en nog een blubber. Ik had een flinke hoofdpijn en had van Martin al enkele malen op mijn kop gekregen omdat ik te weinig dronk en niet aangaf als ik eigenlijk wilde rusten. We hadden voor de rest van de dag rust en we zouden alleen nog met een medicijnman mee de jungle in gaan om te zien hoe zijn omslagdoek werd gemaakt. Deze omslagdoek wordt gemaakt van de bast van de Biko boom. Er wordt een stuk bast van ongeveer 25 cm bij 3 meter van de boom af gesneden. Vervolgens wordt er flink op deze bast, in een rivier met water en een bewerkte houten "stok" (de Sasala), geslagen zodat alle vezels breken en de bast van kleur verandert. Hierdoor kan de bast ook uiteen getrokken worden en wordt deze vervolgens een dag in de zon te drogen gehangen. Het was mooi om te zien hoe het gemaakt werd maar doordat Hakim niet mee gegaan was kregen we niet veel uitleg. De kleur van de bast wordt vanzelf donkerder en als een string hangt hij tussen de billen dus is bruin/rood wel een toepasselijke kleur. Overigens hebben de mannen een klein kontje, maar wel gespierd.

XXX
Toen we op de terug liepen begaf mijn sandaal het en strompelde ik nog meer dan ik al deed, maar ik was niet de enige. Esmee was gek gemaakt met bloedzuigers en toen ze dacht er één op haar been te hebben liet ze spontaan haar broek zakken maar het bleek loos alarm te zijn. Martin, die de zwaarste van de groep was, zakte door een verrotte boomstam heen die als brug fungeerde wat hem natte voeten opleverde en de mensen achter hem voor een probleem stelden. Het zou trouwens niet bij deze ene keer blijven dat mijn bikkel door boomstammen zakte. Door mijn hoofdpijn sliep ik slecht maar het zou nog erger worden aangezien de lokale mannen de gehele nacht op bleven, buiten op de veranda zaten te praten en heen en weer bleven lopen zodat zelfs onze oordoppen niet hielpen. Dit beloofde nog wat te worden voor de komende dagen.
De tweede jungle dag was een kopie van de vorige dag met slechts enkele kleine verschillen: 1. We wisten nu wat ons te wachten stond en dat scheelde al veel en 2. we deden geen moeite meer om al onze spullen zo droog en schoon mogelijk te houden zodat we al weer een grote zorg minder hadden. Aan het einde van de tocht kwamen we bij een andere hut aan en deze was veel groter zodat je je meteen minder beperkt voelde. De vrouw was aardig naar ons toe maar had duidelijk een hekel aan de varkens van de buren, want die kregen kokend water over zich heen. De mannen gingen nog op apenjacht en de meisjes liepen de rivier af om even lekker te gaan poedelen. Het was erg gezellig met elkaar en Esmee had haar schoenen aan en Vivienne en ik strompelden door de rivier. De apenjacht van de mannen verliep niet echt fortuinlijk. Na een korte wandeling werd er een rituele ceremonie gehouden voor een goede jacht waarbij tot slot een pijl afgeschoten werd. Hierbij brak de snaar van de boog en dus was de jacht direct voorbij, maar dat was geen probleem aangezien ze toch geen apen tegen kwamen.
We bleven niet iedere dag op dezelfde lokatie en liepen we vaak overdag te banjeren door de blubber en 's avonds lag je op een verhoging met de varkens onder je en de kippen die anders door het huis liepen in de boom. We hadden weer een zware dag achter de rug en de rivier naast het huis werd direct door een ieder van ons betreden en met kleren en al doken we het water in om de blubber van ons af te spoelen welke ons centimeters dik bedekte. Je kunt je hiervan in Nederland nagenoeg geen voorstelling maken.
Esmee en Aaldert verlieten ons reeds na enkele dagen, want zij moesten het land uit omdat hun visum bijna af liep. Crocodile Dundee was ook mee voor een 6-daagse tocht maar besloot toch om 10 dagen te blijven en zo had de toch al kleine groep zich verder uitgedund.
Gelukkig volgde er ook gemakkelijkere dagen maar we hadden heel wat bruggen (boomstammen) te nemen en drie bruggen waar het midden gewoon van was verdwenen en je je goed vast moest houden aan de leuning want je zou weleens drie meter of meer naar beneden kunnen vallen. Ons volgende accomodatie was in de buurt van een mooie waterval. Het was een lastig stuk om bij de watervallen te komen, maar het was absoluut de moeite waard en we hebben er heerlijk gezwommen. Eigenlijk waanden we ons hier op de set van een film. Martin die nergens bang voor is nam mij mee onder de waterval door en we genoten van de verlatenheid en de schoonheid. Helaas hadden we geen camera bij ons, maar van de mooiste momenten heb je geen foto nodig. Deze schoonheid hadden we toch niet in een foto kunnen vangen.

XXX
Crocodile Dundee had al dagen last van maagkrampen, maar die middag werd het wel heel erg. Gelukkig konden de lokale medicijnmannen hier wel wat aan doen en werd er later die dag een kippetje geofferd. Na het bestuderen van de ingewanden van kip bleek dat de maagkrampen niet al te ernstig waren, maar de rest van de dag lag Crocodile Dundee wel op de grond en wij hebben ons met z'n allen maar over hem ontfermd. Van de kip werd een soort boullion gemaakt aangevuld met planten verzameld in de jungle. Dat werd op zijn buik gesmeerd en dat was alles. De rest van de kip werd vervolgens hoofdzakelijk door de lokalen en onze gids opgegeten en wij kregen slechts enkele stukjes bot. Dit alles zette ons wel aan het denken zoals er al veel meer dingen waren geweest die wij tijdens de tocht hadden waargenomen.
Het is meer dan tien jaar geleden dat de toeristen hun intrede deden op het eiland Siberut. Iedere week gaan er meerdere ladingen toeristen heen voor een jungletocht over het eiland. De lokalen zien er arm uit, met alleen een kort broekje en een vaal t-shirt, en bedelen de ganze dag om sigaretten en snoepjes. Verder bedelen ze om je kleren, horloges, de sierraden... eigenlijk om alles wat je draagt. Alle toeristen nemen zaken mee zoals sigaretten en geven kleding weg, iets wat in Bukittinggi alleen maar aanbevolen wordt. Maar het heeft tegenwoordig niets meer te maken met delen, de lokale bevolking maakt gewoon misbruik van de goedheid van de toeristen. Als je je rugzak open ritst dan kwam er gelijk iemand over je schouder meekijken naar de inhoud van je rugzak en wilde wel van alles hebben. Op een gegeven moment bedelde een medicijnman om een snoepje en dit had ik niet in mijn tas, maar meneer wilde zelf wel even in de tas kijken. Dit ging ons echt te ver en er waren zo nog meer dingen. Een jongen had onze rugzak gedragen en hier had ik hem voor betaald. Vervolgens probeerde hij van Martin ook nog wat geld los te troggelen door te zeggen dat ik hem naar Martin gestuurd had. Gelukkig kennen wij elkaar van haver tot gort en wist Martin dat ik dit niet gezegd had.
Niet alleen begonnen we ons steeds meer te ergeren aan de lokale bevolking, ook onze gids was een hele grote bron van ergenis. Het werd hoog tijd dat wij hierover eens met hem gingen praten. Als we in aanmerking namen hoeveel kleding bv. onze groep aan de lokale bevolking gaf en in acht nemend dat andere groepen soortgelijks deden dan was het onbegrijpelijk dat iedereen hier in vale t-shirts rond liep, tenzij dit bewust gebeurde. Zo eigende een medicijnman zich een t-shirt van mij toe 'omdat hij het zo koud had' maar vervolgens droeg hij het slechts eenmaal dus echt koud had hij het niet. Ook onze gids was aan kritiek onderhevig. Reeds vanaf het begin van de reis was het steeds hetzelfde liedje: onze gids was een echte lul met vingers en vooral aard en aardslui! Wij hadden voor deze tocht USD 150,- pp. betaald en hij maakte zich er zo gemakkelijk mogelijk van af. Als hij er onderuit kon komen bleef hij achter zogenaamd om op onze bagage te letten aangezien niemand er te vertrouwen was maar ondertussen hadden wij niemand die Engels sprak om dingen te vertellen of verduidelijken. Als we gingen lopen dan stuurde hij ons vooruit en haalde ons later is, maar het ergste was dat hij niets uit zichzelf vertelde van de mensen ed. en dat is nu juist één van de redenen dat je zo'n trip maakt. Hij vertelde slechts dingen als je er specifiek naar vroeg en dan bleek dat hij wel over een enorme kennis beschikte. We hebben, toen we alleen met hem waren, al onze kritiek geuit inclusief zijn tekortkomingen als gids. Hij hoorde alles aan maar verder kwam er niet veel zinnigs uit. Dat hoefde van ons ook niet als het de rest van de reis maar beter zou zijn.

XXX
De volgende dag bleek dus direct dat hij er geen lering uit getrokken had. Om 11 uur vertrokken we voor onze tocht naar ons volgend kampement en weer bleef Hakim achter en haalde ons later in. Toen Martin hem om 13 uur vroeg wanneer we onze lunchpauze hadden vertelde hij dat we pas in ins kampement wat te eten kregen. Martin ontplofte en vond het van de zotte dat we pas om 15 uur lunch aten terwijl we wel zware inspanningen leverden met het ploeteren door de modder. Ik kon Martin geen ongelijk geven en Hakim had wederom nauwelijks een weerwoord. Het eten was laat maar het werd ook steeds minder smakelijk. Doordat we tegen het eind van de reis begonnen te geraken was er steeds minder eten over bleef werd de spoeling dun. Er was nagenoeg geen vlees of verse groente. De sfeer was verder enorm verziekt en Hakim negeerde ons steeds meer en hij voelde zich heer en meester over het geheel. Ik ben naar bed gegaan, want gezellig kaarten was er voor mij niet bij. Ik kon het niet verbergen dat ik zijn bloed wel kon drinken. Zelfs Martin die niet snel een hekel aan iemand heeft had meer dan 'negatieve gevoelens' tegen deze man. Nou, dan moet hij het wel heel bont gemaakt hebben.
We brachten de nacht door op de meest vieze, gore plaats met overal rondom je rode mieren die 's nachts bij iedereen de benen aanvielen en voor veel ongemak zorgden. Het was onze laatste nacht in de jungle en op een plaats waar geen mensen woonden vandaar dat het er zo slecht vertoeven was. De stank van de varkens en de leefomstandigheden zouden menig mens doen huiveren, en ons dus ook. De volgende dag liepen we naar de grote rivier waar we bij een boothuis zouden worden afgehaald. Tijdens onze wandeltocht begon te regenen, nou zeg maar gerust te stortregenen en al snel waren we drijfnat tot op de laatste draad. Het had de afgelopen tijd echter veel vaker geregend en toen we bij een riviertje aan kwamen dat we dmv. een brug over moesten steken bleek dat de rivier was 'enigszins' gezwollen was en de brug bijna 2 meter onder water lag. De baggage werd af gedaan we zwommen de rivier over terwijl de bagage doorgegeven werd. De medicijnman zijn biko (lendedoek) mocht niet nat worden want drogen zou te veel tijd in beslag nemen en er werd een boom gerooid die als steunstok diende en staande op een boomstam ging hij de rivier over. Vlak voor de kant viel hij in het water, maar dit was gelukkig in een ondiep stuk zodat zijn biko droog bleef. In de stromende regen bereikten we het boothuis aan de rivier van waaruit de lange boot ons naar de kust terug zou brengen.
Na anderhalf uur varen waren we terug bij ons beginpunt op Siberut aan de kust en hadden Martin en ik voor het eerst sinds deze tien dagen een eigen kamer en genoten we van een beetje privé. De rest van de dag doorgebracht met het zwemmen in de ocean en kaarten, vooral hartenjagen. Hakim meldde dat we de volgende morgen om 10 uur zouden vertrekken naar de pier van de veerboot maar toen er om 10:15 uur er nog geen boot was ging Martin verhaal halen bij hem halen. Oh ja, hij was ons vergeten te vertellen dat de boot zou pas om 12:00 uur zou vertrekken omdat de veerboot vanwege de late aankomst pas om 13:00 uur vertrok. En dit terwijl we allemaal al zaten te wachten!!! De boot (nee, een andere) was nu pas echt aan tussen Martin en Hakim en we konden niet wachten om van deze man verlost te zijn. In ieder geval zou dat morgen tegen het middaguur het geval zijn.
Van de heentocht met de veerboot had ik geleerd en op Siberut tabletten tegen zeeziekte gekocht en die bleken goed te werken. Maar rampspoed komt nooit alleen en ik kreeg last van een heftige blaasontsteking en de pijn was verschrikkelijk en ik raakte helemaal overstuur toen ik moest plassen en ik tijdens het op slot doen van de WC-deur mijn urine niet meer op kon houden. Ik kwam helemaal overstuur bij Martin aan en die lieverd had nog wat voor me in de doos van Pandora zitten en zei dat ik de afgelopen 10 dagen al zo vies was geworden dat het niet erg was dat dit er ook nog bij kwam. Wel een pleister op de wond, maar ik voelde me er niet echt beter door. Met een natte broek aan de kont en een tien ritten kaart naar de plee werd de oversteek volbracht. Vanaf vijf uur was ik klaarwakker en ben maar over de zee gaan staren en toen de zon op kwam zag ik naast de boot een stuk of vijf dolfijnen. Snel iedereen wakker gemaakt en met zijn allen genoten van dit moment.
Toen we in Padang aankwamen werden we in zeer aftandse taxi gepropt als sardientjes in een blik naar een hotel tegenover het busstation gebracht. Crocodile Dundee (Croc) moest naar een bank want in Thailand was zijn creditcard gestolen en hij had onderwijl wel een nieuwe gekregen maar die bleek niet te werken. Hij had dus nog geen cent betaald voor deze trip en moest nu kijken of zijn kaart inmiddels wel functioneerde. Wij zagen dat vlak na het vertek van Croc Hakim in grote haast vertrok en hij had niemand van ons verteld waar hij naar toe ging. Hij wilde Croc natuurlijk maar al te graag helpen met het bijeen sprokkelen van het geld. Na een uur van wachten en een nieuwe knipkaart voor mij op het toilet was de maat voor ons vol. Wij waren Hakim meer dan zat en we hadden nog een appeltje (zeg maar gerust APPEL) met hem te schillen. De bedoeling was dat we met de bus naar Bukittingi terug reden maar Martin had geen zin om dat zelf te regelen dus regelde hij een taxi en de kosten zouden voor meneer Hakim zijn. De taxichauffeur wist niet dat er een zwaard van Damocles boven zijn hoofd hing. Hij vroeg IDR 200.000 (USD 22,-) voor de rit hebben wat veel te veel was maar Martin dong niet af aangezien de klap dan des te harder bij Hakim aan kwam en een toeristenprijs paste dus wel. Wel hadden we onderling al afgesproken dat taxi chauffeur niet de dupe mocht worden van ons plan. Onderweg kwam er een hoop rook onder de motorkap vandaan en moest er gestopt worden om de radiator met enkele liters water bij te vullen. Er was van alles mis met de auto en we hadden onze hoop onderwijl gevestigd op Fred Flinstone.
Toen we bij Star's Café aan kwamen ben ik direct naar ons hotel terug gelopen en ging de taxi chauffeur met Martin verhaal halen bij de organisatoren van onze reis. Het was een spekkie naar Martin zijn bekkie. Martin vroeg om de manager te spreken, maar die bleek niet aanwezig, dus deed hij bij de desbetreffende persoon zijn verhaal kwijt. Die wilde maar al te graag alles horen maar er verder niet bij betrokken raken. Hij vroeg wel waar Hakim was? Tja, dat wisten we juist niet een daarom hadden we maar de taxi genomen. Men stelde voor dat Martin de taxi kosten zou betalen en dat we er later over zouden discusieren om "het dan wel te regelen". Wij hadden echter al USD 300 betaald en dat was volgens ons meer dan genoeg. Er werd flink gediscusieerd maar zonder resultaat totdat de inmiddels angstig geworden taxichauffeur driftig werd. Henri (onze 'eerste' gids) kwam er bij en hij besloot dat de taxikosten zou door Star's Café voorgeschoten zou worden en dat de kosten vervolgens op Hakim verhaald zouden worden. Het bedrag van IDR 200.000 werd terug gebracht tot IDR 125.000 en Martin gaf de man nog een fooi voor het hem bezorgde ongemak en dit was ons aandeel in het verhaal.
In de middag hebben wij Vivienne in haar hotel opgezocht en tot onze verbazing was Hakim daar ook aanwezig. We negeerden hem en vertelden niet aan Vivienne wat zich had afgespeeld tijdens haar afwezigheid en haar uitgenodigd voor een afscheidsetentje. Op dat moment wist Hakim al wat we hem aangedaan hadden maar repte er niet over. Vivienne arriveerde 's avonds op het afgesproken tijdstip voor het etentje en daar kon ze eindelijk haar belevenissen vertellen. Hakim was pas om 12:30 uur (4 uur later!!!) terug gekeerd te zijn in het hotel en Vivienne had al die tijd gewacht terwijl zij nog een ticket voor de nachtbus moest regelen in Bukittingi voor diezelfde nacht. Helemaal overstuur had zij bij Henri haar verhaal gedaan. Verder had Hakim haar getracht zover te krijgen dat Vivienne een goed woordje bij ons zou doen over Hakim, maar dat was tevergeefs. Terwijl wij zaten te praten kwam Hakim er bij zitten en begon met Martin te praten terwijl ik mij wijselijk afzijdig hield. Frappant was wel dat Hakim nu heel anders piepte dan tijdens onze gesprekken in de jungle. Toen de bus van Vivienne arriveerde en we afscheid van haar hadden genomen presteerde Hakim het nog om ons om een biertje te vragen. Het antwoord van onze kant was 'Nee' en Martin vertelde hem dat we hem USD 300,- hadden betaald en hij daar heel veel biertjes van kon kopen. Het akkefietje bleek als een lopend vuurtje door het dorp te gaan en we hadden onderwijl al meerdere verhalen over Hakim gehoord en wisten dat hij problemen had. Ik had toch wel een beetje medelijden met hem, maar Martin schotelde nog even voor wat hij ons had aangedaan. We hadden onderwijl een email van Croc gekregen en hij zat vast in Padang aangezien zijn creditcard nog steeds niet werkte. In een hotel hadden ze hem onderdak gegeven en mocht hij van de internet voorzieningen gebruik maken. Later bleek wel dat de eigenaar hem 's avonds voedsel had geweigerd. Croc had een wijze les geleerd om geen anderen te vertrouwen.
Het werd voor ons hoog tijd om verder te reizen aangezien we over niet al te lange tijd naar huis zouden vliegen. Dus reden we verder zuidwaarts en onze eerste stop was in Padang om te zien hoe het inmiddels met Croc ging. Hij was heel blij want een uur eerder was het hem eindelijk gelukt om geld van een bank los te krijgen. Hakim had dagenlang om hem heen gehangen maar werd niet meer gesignaleerd nadat hij zijn geld had ontvangen. Na een gezamelijke lunch namen we een hartelijk afscheid en reden verder. We reden over binnenwegen zuidwaarts en genoten van de schitterende omgeving gedurende de rest van de dag. Tegen het eind van de middag draaiden we af naar het grootste nabij gelegen dorp volgens de kaart en na wat zoeken vonden we een plekje dat er, na omstandigheden, goed uit zag. Het was er wel enorm gehorig maar er kwam toch nagenoeg geen verkeer langs. 2 kilometer verderop konden we eten, al hadden we ook daar niet veel keuze. Het was echter wel schitterend om van de toeristische route af te zijn.
Doordat het er nogal gehorig was waren we de volgende ochtend vroeg op en het enige ontbijt dat men ons kon bieden in het hotel was mihoen. Niet mijn meest favoriet ontbijt zodat Martin alleen ontbeet. We reden langs schitterende meren en thee plantages en hadden onze lunch bij een ouder koppel dat een restaurantje runde en heel aardig was en daar kon ik mijn achterstand van het gemiste ontbijt inhalen. Inmiddels was het begonnen te miezeren maar niets waar we van wakker lagen, totdat... we het dorp uitreden richting de hoofdweg langs de westkust. We moesten een steile helling over en deze was niet alleen onverhard maar ook was men met de weg bezig. De lichte regen maakte dat de klei enorm glad werd en het nagenoeg onmogelijk was om omhoog te rijden. Martin deed een poging maar na een paar honderd meter begon hij zijn koppelingsplaten al te ruiken en staakte de poging. Dat was één ding, maar hoe te stoppen zonder terug te glijden was een heel ander verhaal. Met zoveel gewicht op het achterwiel heeft de voorrem weinig nut en het voorwiel gleed gewoon over de weg. De achterrem was niet te gebruiken aangezien de motor met beide voeten aan de grond rechtop gehouden moest worden. Dus de motor afgezet en de koppeling los gelaten. Oef, mijn bikkel stond stil maar nu nog keren. Langs de weg zag hij een stapel los grind liggen en liet zijn motor daar achteruit in glijden en draaide daar zijn motor. Toen was het 'alleen' maar nog gecontrolleerd naar beneden glijden waar ik hem met open armen verwelkomde. We waren niet de enigen die problemen hadden om omhoog te komen aangezien we minibusjes zagen die met spinnende achterwielen ophoog probeerder te kruipen en af en toe tientallen meters omlaag gleden. We kozen wijzelijk voor een alternatieve route van 160 kilometer en laat in de avond kwamen we op de Trans Sumatra Highway uit. We moesten in een klein dorpje langs drie hotels om een kamer te vinden maar een aardige jongen op een brommertje nam ons op sleeptouw langs de verschillende hotels.

XXX
Vanaf nu reden we alleen maar monster-etappes om zo snel mogelijk op Java terecht te komen. Gelukkig hadden we van Gion enkele overnachtingsadresjes gekregen zodat we flinke afstanden op een dag konden afleggen. Nou ja, vanwege het verkeer en de weggesteldheid kwamen we niet boven de 350 kilometer per dag uit. Maar de weg langs de kust was schitterend. Wel kreeg Martin onderweg nog zijn eerste lekke achterband in Indonesië die echter snel weer geplakt was en we snel verder konden. Het laatste stuk naar de veerboot was het enorm druk met vrachtverkeer op de weg die elkaar op de hellingen als gekken in haalden zodat het daar best oppassen was. De veerboot was eenvoudig en na de tickets gekocht te hebben konden we zo aan boord rijden en de motoren parkeren. Wat gegeten en gedronken en twee uur waren we op Java.
Jakarta wilden we omzeilen dus ging het zuidwaarts over een rustige weg langs de kust en vervolgens landinwaarts richting Bandung. In de namiddag naderden we Bogor en besloten we om daar te overnachten. Reeds 20 kilometer voor Bogor werd het heel druk op de weg met groene minibusjes die allemaal als openbaar vervoer fungeerden. Door een hand op te steken kun je ze aanhouden. Dus stoppen ze overal en halen ze elkaar in als gekken om zo als eerste bij de volgende passagier langs de weg te zijn. Gekkenwerk dus om tussen te rijden. In Bogor fungeert een marktplaats als centraal busstation dus stopt elk minibusje daar. Gelukkig is de weg daar 6 banen breed maar in de praktijk staan nog alle rijbanen vol met gestopte minibusjes. Bovendien zijn bijna alle wegen in het centrum éénrichtings verkeer dus begon Martin zich aardig op te vreten en we grepen dan ook het eerste hotel aan dat we tegen kwamen en dat bleek goed te bevallen zodat we er een nachtje bleven.
De volgende dag reden we de laatste 100 kilometer naar Bandung. Bogor uit rijden begon al goed toen bij hetzelfde marktplaats alias busstation een minibusje Martins koffer aantikte en Martin midden op de weg zijn motor parkeerde om verhaal te gaan halen. Tervergeefs natuurlijk, dat had ik hem vooraf al kunnen vertellen. De hele weg naar Bandung liep over enkele hele mooie passen volgens de reisgidsen. Wellicht waren ze inderdaad mooi maar waren wij verwend en verder hielden wij onze ogen voornamelijk op de weg aangezien het de hele weg heel druk verkeer was. Toch probeert iedereen nog elkaar in te halen en dan wordt het oppassen. Toen we Bandung naderden zijn we de tolweg opgegaan, alhoewel deze voor motoren verboden is, en zo zeilden we rustig Bandung binnen. Het laatste stukje was nog even druk maar we waren bij ons hotel voordat we er erg in hadden. Het hoteladres hadden we gekregen van iemand die hier had gewerkt en hij had ook onze komst al aangekondigd. We werden dus gastvrij en warm onthaald. We kregen een enorme korting op de kamerprijs en, het belangrijkste, we konden de motoren hier laten staan terwijl we naar Nederland terug gingen.
De volgende dagen besteed om al onze spullen uit te zoeken en te herpakken. De motoren konden op de parkeerplaats blijven staan pal naast de hoofdingang aangezien er 24 uur beveiliging was. Wij vertrokken met de trein naar Jakarta waar we een dag bleven om rond te kijken, maar we wensten dat we dat niet gedaan hadden. Wat een gore stad was dit. We waren dan ook blij dat we de volgende dag naar de luchthaven konden gaan en met een overstap in Kuala Lumpur vlogen we naar Schiphol.

XXX
Schiphol en dit betekende... terug in Nederland. Op 11 september zetten we voet op Nederlandse bodem en hier hadden we een goede reden voor. Marie Louise zou op 2 dagen later 18 jaar worden en we reden al maanden rond met een gouden armband in onze koffer die zelfs de inbraak in Maleisië hadden overleeft. Reden te meer om hem persoonlijk langs te komen brengen. Pa Rooiman en Ed waren al vroeg uit de veren om de verloren schapen welkom te heten, welke om 06:30 uur de Nederlands grond raakten. Na een heerlijke mok Hollandse koffie en een bruine volkoren boterham met gekookte worst (Let wel: het ontbijt van Pa) konden we er weer tegen. De eerste dagen waren als in een droom en je bent zo lang weggeweest dat je weer aan allerlei gewone dingen moet wennen. Toen Ed 's avonds de magnetron aan zette realiseerde ik mij, dat ik ook zo'n ding had. Die had ik dus al die tijd niet gemist. We hadden toch bijna een jaar in wat wij "Banane Republieken" noemen vertoeft. Het was enorm fijn om bij Ed en Ellen thuis te mogen zijn en zo hebben we de dagen daarna ook ervaren. Wij waren thuis in "Huize de Ridder". We konden onze harten openen en onze ervaringen met hun delen. Het was wel grappig want overdag reden we op de fiets de stad in de hoop geen bekenden tegen te komen, die onze snode plannen konden verlinken. De Euro was een nieuw begrip en alles was wel erg duur geworden.
Eindelijk was het dan zover en op, jawel, vrijdag de 13e september zaten we om kwart voor zeven op de fiets. Het was fris en we moesten wel even wennen aan de ochtendnevel. We waren op tijd bij het juiste adres en op het moment dat we de sleutel in het slot van de centrale deur deden, bleek deze niet open te gaan. Achteraf hoorden wij, dat de week ervoor het slot veranderd was. We waren niet voor een gat te vangen en gelukkig deed Dagobert de deur open en keek met een slaperige kop zeer verbaasd dat buufje weer terug was. Marie Louise lag nog lekker te slapen en was volledig verrast toen we binnen slopen. Ze vertelde dat ze enige tijd geleden gedroomd had dat haar moeder met haar verjaardag terug zou zijn. Iedereen verklaarde haar voor gek, maar dromen zijn dus niet altijd bedrog. Het was een heerlijk moment. De dagen die volgden verliepen heel anders dan wij hadden gepland. Marie Louise woonde in mijn flat, maar wilde het haar eigen stekje maken zodat we besloten hadden om al onze spullen uit het huis te halen. Dit betekende voor ons werk aan de winkel en de weken die volgden waren drukker dan ooit tevoren. Een verhuisbedrijf zou onze spullen in opslag nemen maar we moesten zelf alles uitzoeken en inpakken. Nodeloos te melden dat het een grote puinhoop in huis werd. De gevulde verhuisdozen stapelden zich op in een slaapkamer. Een deel van de inboedel brachten we naar Frankrijk en hiervoor mochten we de grote auto van zoonlief Dingeman gebruiken. De auto werd tot op het laatste gaatje gevuld en er was alleen nog een plekje over voor Belle, mijn Labrador die wij te logeren hadden. Belle liet het allemaal rustig over zich heen komen en ze was met een klein plekje tevreden. Toen ook het verhuisbedrijf langs geweest om alle dozen op te halen zag het huis er leeg uit en kon de rest van de spullen van Marie Louise overgebracht worden en hier kwam Menno ons nog mee helpen. We waren achteraf blij dat we onze komst niet aan de grote klok gehangen hadden omdat er heel weinig tijd over bleef, dus een echt vakantie gevoel hadden we dan ook niet echt. Voor ons vertrek, 5 weken later, werd het huis nog snel gesopt en gebeuld om alles schoon achter te laten en samen met Marie Louise werd het huis aangekleed.

XXX
Wel hadden we nog even tijd om onze derde Musketier, Erik, nog een avond te bezoeken en hij nam de gelegenheid waar om ons helemaal vol te proppen met vlees dmv. een fonduemaaltijd. Erik had enorm zijn best gedaan om ons een onvergetelijk avond te bezorgen en dit lukte hem goed.

XXX
Erik had nog een andere verrassing voor ons in petto: Hij ging trouwen met zijn Valentina. De weinige rustpuntjes die we hadden werden gekoesterd oa. pa en ma thuis in Enschede. We kregen zoveel steun van hun en we mochten soms niet eens de afwas doen. Het was heerlijk om de fietsen te pakken en even naar de stad te fietsen en via allerlei omweggetjes weer thuis te komen. Iedere keer als we het eten mochten uitkiezen dan kozen we Hollandsere maaltijden dan Hollands. Erwtensoep en andijvie stampot aten we al in de eerste week. Boerenkool, peen en uien, passeerden ook de tafel. Je kon het zo gek niet verzinnen maar we genoten van de Hollandse kost en vooral omdat mam dit als geen ander kon maken. Nergens tikt het klokje zo heerlijk als thuis. Een heel fijne afsluiting hadden we met de kinderen en Dingeman had op de valreep besloten om Selma, zijn grote liefde, in onze wereld toe te laten trede wat wij zeer wisten te waarderen. De vijf weken waren omgevlogen voor ons voelde het als een vijf weken met 48 uur in een dag. Het moment van het afscheid nemen stond weer voor de deur en vooral voor Marie Louise was het moeilijk om afscheid te nemen. Pa en ma brachten ons met de trein naar Schiphol en daar namen we weer afscheid van hen en van Nederland.

XXX
De lange reis terug naar Jakarta liet zijn sporen na in de vorm van een jetlag. In Jakarta namen we direct een taxi naar Gambir station en namen een comfortabele air-co trein terug naar Bandung. Tijdens het laatste uur van de reis viel de stroom uit en daarmee ook de air-conditioning. In Bandung deed men niet moeilijk en kreeg iedereen gewoon ruim 50% van de ticketprijs retour met excuses, een service waar de NS nog een voorbeeld aan nemen kan. Terug bij het hotel zagen we direct nog onze motoren er nog staan, er was dus goed op gepast gedurende onze afwezigheid. De volgende ochtend begon Martin direct met het sleutelen aan de motoren om de uit Nederland meegenomen spullen te plaatsen, iets waar hij enkele dagen mee zoet was. Intussen had ik de tijd om alle baggage uit te zoeken en werd er flink gewassen. Voordat we naar Nederland vertrokken had Martin de accu's van beide motoren losgekoppeld maar dit had niet het gewenste resultaat gehad en de accu's waren toch leeg. We probeerden iemand te vinden met! startkabels maar die bleek nergens te vinden zodat ik samen met een parkeerwachter van het hotel op zoek gegaan ben naar startkabels. Deze gekocht en ondanks dat Martin al had aangegeven dat we al genoeg zooi bij ons hadden hier toch maar wat ruimte voor vrij gemaakt. De motoren werden met behulp van een taxi aan de praat gebracht en wij lieten ze vervolgens een half uur stationair draaien om de accu's op te laden.

XXX
Terwijl we met mijn motor bezig waren roken we ineens een penitrante lucht en zagen dat de motorolie van Martins motor begon te koken. Zijn uitlaatpijpen waren vuurrood en overal spetterde motorolie uit. Heel snel de contactsleutel omgedraaid en de motor tot morgen laten staan om dan de schade op te nemen. Maar in ieder geval waren de accu's weer opgeladen. De volgende ochtend bleek dat alleen het oliepeilglas gesmolten was en niet meer afleesbaar was. Gelukkig had ik deze ooit al eens voor Martin mee genomen zodat deze nu eenvoudig vervangen kon worden. Verder de motorolie terug op niveau gebracht en de motor bleek gelukkig vervolgens goed te lopen. Die middag maakten we een proefritje naar een vulkaan. Het verkeer was weer een heksenketel, maar op het moment dat we de weg naar de vulkaan insloegen hadden we het gevoel op en andere planeet aangekomen te zijn. De weg was slecht tot zeer slecht, maar de heerlijke geur van de dennebomen kwam ons tegemoet. We waren onderwijl gestegen tot over de 1750 meter. De natuur was fabuleus en we genoten van de enorme rust. Martin zijn motor deed het goed en er waren op dat moment nog geen verdere bijzonderen geconstateerd nadat de motor toch enorm had staan koken. Kortom, we waren gereed om verder te rijden.
Onze reisplannen waren plotsklaps (heel letterlijk) gewijzigd toen we in Nederland waren en er in Kuta, op Bali, enkele bommen ontploften. Onze voomalige reisgezellen Gion en Jason zaten daar ook maar bleken achteraf enkele uren voor de aanslag het eiland verlaten te hebben. Voor Indonesië gold inmiddels een negatief reisadvies maar wij moesten wel terug omdat onze motoren er stonden. In ons hotel in Bandung bleek een Nederlands consulaat te zijn en daar advies ingewonnen. Formeel was er niet veel te melden maar informeel werd ons aangeraden om erg op te passen en om grote toeristische plekken te mijden. Onze beslissing om zo snel mogelijk naar Nieuw Zeeland te gaan was toen geen moeilijke meer. Hiervoor moesten we echter wel naar Bali aangezien daar de meeste internationale vluchten van vertrekken en we het onrustige Jakarta wilden mijden.
De dag van vertrek uit Bandung was aangebroken en begon met de nodige problemen. Toen de motoren helemaal bepakt waren bleek dat mijn motor niet meer aan de praat te krijgen was. Alles moest er weer van afgehaald worden om de startkabels aan te sluiten en Martins woordenschat nam met de minuut toe. Je voelt je knap rot als je helemaal gepakt en gezakt met al je motorkleding aan staat in de hitte. Martin moest echter wel erkennen dat we inmiddels veel profijt van onze startkabels hadden. Toen de motor liep en we weer alles gepakt hadden konden we ons in het drukke verkeer van Bandung mengen om snel de stad uit te rijden waarna het verkeer rustiger werd. Het werd helemaal rustig toen we de hoofdweg verlieten en ons voort ploeterden over kleine, slechte maar schitterende wegen. We schoten echter veel minder snel op dan verwacht en in een dorp vroegen bij een politiepost naar een plek om te overnachten. De dichtstbijzijnde plek bleek 40 kilometer verderop te zijn. Niet ver maar het was wel meer dan 2 uur rijden, dat zegt wel veel over de kwaliteit van de weg. De duister viel in en vanaf dat moment was het achterlicht van Martins motor als een baken voor mij op de weg. Een enkele bus stoof ons in het pikkedonker voorbij en liet ons met enorme stofwolken achter. Toch genoten we van de verlatenheid en de sfeer die er in het donker hing was heel apart. We reden rustig verder en achteraf vind ik het nog steeds een wonder dat we het die dag gehaald hadden toen we uiteindelijk rond de klok van acht uur in Pangandaran aan kwamen. We namen ons intrek in het eerste het beste hotel dat er acceptabel uit zag. Snel wat in het dorp gegeten en vervolgens snel gaan slapen daar we zeer geen pap meer konden zeggen.

XXX
Pangandaran was een gezellige kustplaats en ook hier waren de gevolgen van de bomaanslag op Bali al duidelijk waarneembaar. Je zag er bijna geen blanke en de vele hotels gaven flinke kortingen, om de enkeling binnen zijn deuren te krijgen. De volgende dag lasten wij (al) een rustdag in en na een strandwandeling waarbij we op een rots zijn gaan zitten om te zien hoe de plaatselijke vissers hun beroep uitoefenden iets wat een echte groepsaangelegenheid is. Al langs het strand lopend liepen we bij enkele rotsen zo een natuurreservaat in waar je schitterende wandelingen kan maken. We ontdekten daar de vele herten die niet al te schuw waren. Verder zagen we veel apen en hier waren wij, na onze avonturen in Maleisië, wel voorzichtig mee want ook deze apen worden door mensen gevoerd waardoor ze over het algemeen vrij agressief kunnen worden. Leven en laten leven is ons motto, maar we moesten toch enkele malen een steen oprapen en de meeste apen begrepen deze hint en maakten zich dan uit de voeten. We hebben heel wat tijd doorgebracht met het genieten van de herten en je voelt je op dat moment enorm bevoorrecht dat je hier een stille getuige van mag zijn. Dit was tijdens onze reis weer zo'n oververgetelijk moment dat niemand ooit meer van je af kan nemen.
We besloten om de volgende dag weer verder te reizen. Dus weer de motoren bepakt en nu was het Martins motor die niet wilde starten. Dus nu zijn motor gestript om de startkabels aan te sluiten. We waren weer terug bij af en we konden met veel moeite een auto vinden om de startkabels op aan te sluiten. De motor startte direkt, maar toen Martin de buddyseat monteerde schoot deze er verkeerd in en kon alleen maar met de contactsleutel los gehaald worden en deze bevond zich in het contactslot. Dus de motor uit gezet en de buddyseat los gehaald. Een nieuwe poging ondernomenen weer startte de motor direct maar ineens brak de koppelingskabel. Ik dacht dat Martin net zo begon te koken als zijn motor enkele dagen geleden, hij werd tenminste net zo rood. Toen de kabel vervangen was ondernamen we poging nummer drie om weg te komen en die lukte. Hoera!!!
Mijn moeder zei altijd dat rampspoed nooit alleen komt en deze dag was er een stille getuige van. Het werd een hele andere dag dan we gepland hadden aangezien alles tegen zat. We hebben 's avonds naar Ed gebeld en we hadden zijn steun enorm hard nodig. Het hotel in Wonosobo waar we waren aangekomen was veel te duur en we zaten helemaal bovenin en met de moskee in de buurt was het er vrij gehorig maar na zo'n zware dag kon dat er allemaal nog wel bij. Die nacht erg slecht geslapen, maar als je aan het reizen bent dan moet je verder. Bovendien hadden we ondertussen ook gehoord van een bomaanslag in Bandung, gelukkig pas na ons vertrek, wat ons nog eens aanspoorde om dit land zo snel mogelijk te verlaten. We reden rechtstreeks door naar Bali alle bezienswaardigheden onderweg missend. Alleen de Borubudur passeerden we zodanig dat we deze nog in de verte zagen liggen. De dagen die we op de motor maakten waren enorm lange en zware dagen. Het is voor veel mensen al een hel als ze door Parijs heen moeten rijden, maar het reizen door Indonesië, en dan speciaal op Java, is met geen pen te beschrijven. We namen geen rustdagen meer en iedere dag waren we blij als we weer veilig in een hotel aangekomen waren. In Solo bleven we echter noodgedwongen twee dagen aangezien Martin een nieuw probleem aan zijn motor bemerkte. Nou ja nieuw... zijn achterwiellager was weer eens aan gort te zijn en moest hoog nodig vervangen worden. Sinds Vietnam was dit pas 12.000 km geleden maar gelukkig hadden we een nieuwe set uit Nederland mee genomen. In een kleine bromfiets werkplaats waren ze enorm hulpvaardig en aan het eind van de dag zat het nieuwe lager in compleet met nieuwe olie dat we samen op een brommertje hadden gehaald. Het enig zichtbare was dat mijn achterband aan de rechterzijde helemaal afgesleten was. Net die dag bleken er demonstraties in Solo te zijn geweest, waar we niets van gemerkt hebben, aangezien men die dag een opgepakte moslimleider naar Jakarta overgebracht hadden.
Onze aankomst in Kitapang bij de veerboot die ons naar Bali over zou zetten was een verademing: Eindelijk konden we Java met al zijn hectiek achter ons laten. Op Bali was het ook wel druk maar het viel toch mee. Ons plan om naar Ubud te rijden moest gewijzigd worden aangezien we dat niet voor het donker zouden halen. We eindigden in Kuta. Niet echt een aantrekkelijke plaats om nu te vertoeven maar een tweede bomaanslag was onwaarschijnlijk aangezien nagenoeg alle toeristen reeds vertrokken waren. Wel liepen we in de komende dagen nog langs de plaats gelopen waar de bommen ontploft warenen het was verschrikkelijk om de gevolgen te zien. Met kippevel op de armen zagen wij de stille getuigen van een zinloze daad.
De volgende dag gingen we op zoek naar een vlucht naar Auckland en dat was moeilijk aangezien men ons alleen maar retour vluchten wilde verkopen. Wel kwamen we er achter dat het vliegen met Garuda Indonesia het goedkoopst zou zijn dus bij hun kantoor een reservering gemaakt (voor een enkele reis). Vervolgens was het de beurt om voor de motoren wat te regelen. Garuda Indonesia had wel plek maar vroeg een belachelijke prijs van USD 9,18 per kilo. Aan derden kon men geen betere prijs bieden, maar transport bedrijven hadden wel een lagere prijs maar toen we bij hen offertes op vroegen kwamen ze uit rond de USD 11 per kilo. Dus dat beloofde niet veel goeds. De volgende dag gingen we maar persoonlijk naar het kantoor van Garuda Cargo op de luchthav! en maar de offerte bleef op USD 9.18 per kilo staan wat het nominaal tarief was en aangezien de motoren onder "Dangerous Goods" vielen bleef dit tarief ook bij grotere verzendingen gehandhaafd. Een alternatief was Qantas maar zij bleken na de bomaanslag helemaal geen vracht meer uit Indonesië aan te nemen. Wel waren ze vriendelijk en zeer behulpzaam. Ons laatste pijl was gericht op Singapore Airlines, maar hun balie-service was zeer onbehouwen en toen ze hoorden dat de vracht motoren betrof zeiden ze dat ze helemaal geen "Dangerous Goods" mee namen. Tijdens een kop koffie hadden we een tactisch overleg over de nieuwe situatie en we besloten te informeren of het voordeliger was om met Garuda naar Darwin te vliegen en met Qantas door naar Auckland. Toen we dit bij Qantas voorlegden bleek dat Garuda ons veel te veel rekende en volgens de regels mochten ze ons (maar) USD 4,28 in rekening brengen. Eén telefoontje van de baas van Qantas Cargo naar zijn partner bij Garuda deed de offerte van Garuda vallen naar de juiste bedrag van USD 4,28. Na bijna een hele dag hadden we dan eindelijk de offerte die we wilden hebben. Onze motoren moesten echter wel in een krat aangeleverd worden. Via iemand in ons hotel een adresje hiervoor achterhaald.

XXX
De maten van de kratten werden doorgegeven zodat ze al vast aan de kratten konden beginnen. Intussen moesten wij de motoren nog helemaal poetsen, wat een heidens werk was. Ik begon al met Martins motor (aangezien zijn accu alweer leeg was) terwijl Martin met mijn motor op pad ging om onze tickets te kopen. Dat ging zonder problemen alleen begon men ook hier nog wel even over onze terugvlucht uit Nieuw Zeeland maar dat wist Martin de kop in te drukken. Ik schoot, met hulp van hotelstaf, aardig met het poetsen aan Martins motor op en toen hij terug kwam besloten we om mijn motor te laten schoonmaken. Martin reed er heen en kwam terug met een enorm glimmende motor zodat we ook besloten om Martins motor er heen te brengen. Dus met de startkabels werd zijn motor aan de praat gebracht. Zijn motor werd ook goed schoon gemaakt en wederom met startkabels aan het lopen gebracht. Maar halverwege de terugreis begon de motor enorm te bokken en sloeg de motor steeds af. Dus de laatste anderhalve kilometer kon Martin zijn motor naar het huis terugduwen. Maar hij was wel schoon!

XXX
De volgende dag zou men om 9 uur Martins motor met een pickup op komen halen maar dat gebeurde pas nadat Martin met mijn motor naar hun kantoor gereden was en samen met de pickup terug kwam. Het was net een klucht. Uit de laadbak van de pickup kwam een balkje dat er uit zag als een rietje en dat ieder moment kon knakken. Hier moest wel 300 kilo overheen gerold worden. Ondertussen liep Martin met de motor naar de pickup en trommelde ik alle spierballen op die ik voor mijn ogen kreeg. Met man en macht werd er gewerkt en ik moet bekennen dat Martin mij altijd weer verrast. Op het meest spannende moment kon ik geen foto maken, want ik moest kijken of het wiel er wel goed over ging en in dit opzicht had Martin meer vertrouwen in mij dan in de rest van de mispoche. Op een gegeven moment, terwijl de motor op de balk stond, rolde de pickup naar voren want die bal gehakt van een chauffeur was vergeten de handrem er op te zetten. Gelukkig schoof op dat kritieke moment de balk mee. Dit was echt meer geluk dan wijsheid. Na het vastsjorren van de spanbanden was de klus geklaard en we konden vertrekken. De maten van de kratten waren reeds doorgegeven maar toen we daar met de motoren kwamen had men nog niets aan de kratten gedaan en moest alles nog geregeld worden. Het was dus een zootje en uiteindelijk reed Martin met de motoren naar de werkplaats en liet de bodem van de kisten maken. Vervolgens konden we de motoren hierop strippen en kon men de rest van de krat er omheen bouwen.
Even na 19 uur hadden we de beide motoren in kratten. We wilden de motoren hier niet achter laten en een veilige plek had men ook niet dus besloten we maar om de kratten direct naar de luchthaven te brengen. Van de ons toegezegde heftruck was natuurlijk niets te bekennen. Dus nam Martin het initiatief en trommelde 6 mensen bijeen. Samen tilden we de één kant van een krat op en lieten er een pickup onder rijden waarna de andere kant opgetild werd en helemaal op de pickup geschoven werd. Ipv. twee maal te moeten rijden werd er een tweede pickup geregeld en werd de tweede kist op de andere pickup getild en gingen we in convooi naar de luchthaven. Daar werden onze kisten er wel met een heftruck af getild, gewogen en toen moesten we wel even slikken aangezien de kisten toch zwaarder waren dan we gedacht hadden. Of we direct even wilden betalen. Nee, we komen morgen terug om al het papierwerk af te handelen.

XXX
De volgende dag kwamen we weer terug op de Gardua Cargo afdeling werd het nog even zweten toen gelijk begon dat onze motoren niet meegenomen konden worden aangezien we de motoren in open kratten aangeleverd hadden maar na een korte inspectie was alles OK. Door de gehele malle molen gegaan met alle papieren en tegen de eind van de dag was alles in orde en moest er alleen nog afgerekend worden. In het kantoor van Garuda Cargo kwam een enorme bundel geld te voorschijn. We konden alleen contant betalen en hadden niet genoeg US Dollars bij ons. Dus de afgelopen dagen hadden we flink alle geldautomaten af lopen struinen om een flinke stapels Rupiah te verzamelen. Toen we de rekening betaald hadden kregen we de Airwaybill mee en de verzekering dat de motoren met dezelfde vlucht mee ging dan ons. En oh ja, we moesten ook nog even langs een bureautje waar we een aanvullende USD 40,- moesten betalen voor de opslagkosten. Nou, we dachten het even niet en we hebben een flinke stampij gemaakt omdat deze kostenpost niet in de offerte van Garuda opgenomen was. Garuda had ons een 'all-in' offerte gegeven voor verdere kosten moest men zich dus maar tot Garuda wenden. En hiermee was voor ons de kous af en af en uiteindelijk gaf men bij Garuda toe.
De volgende dag hadden we een relaxte dag nu alles geregeld was. In de avond gingen we naar de luchthaven en daar wilde men ons niet inchecken aangezien we geen ticket hadden om Nieuw Zeeland te verlaten. Het was een regel die de luchtvaartmaatschappijen opgelegd hadden gekregen. Ik ontplofte helemaal en had het helemaal gehad met Indonesië en vooral met Garuda. Na een hele stampij gemaakt te hebben bleek dat we echt een ticket moesten kopen. Maar uit principe wilde ik geen ticket meer bij Garuda kopen dus togen we naar Qantas om een open ticket te kopen wat we weer konden inleveren. Het duurde even voordat we de tickets in onze zakken hadden en vervolgens snel terug naar de incheckbalie waar men ons nu wel een boardingpass wilde geven. Snel door de immigratie gelopen en vervolgens werd op de borden aangegeven dat de vlucht een half uur vertraagd was.
De vlucht verliep zonder problemen. Alleen hadden we een stop-over in Brisbane (Australië). Daar moesten we het vliegtuig verlaten en opnieuw door een security-check heen die echter veel strenger was dan die in Bali. Ik was nu de pisang en werd apart genomen. De batterijen moesten uit mijn computer gehaald worden en men begon helemaal te flippen over de twee tool-knifes in mijn tanktas. Eén mes kwam te voorschijn maar toen bleek dat ik deze kwijt zou raken was het mijn beurt om een flinke stampij te maken totdat de "baas-beveiliging" er bij kwam en toch iemand van de Garuda staf beried was om mijn mes mee nam dat ik in Auckland weer terug zou krijgen. Toch is de controle een lachertje aangezien Martin ook twee tool-knifes bij zich had en daar niemand naar maalde. Maar goed we kwamen zonder problemen in Auckland aan en ik kreeg mijn mes zonder problemen terug. Het andere mes was men in alle consternatie vergeten in beslag te nemen.