Reisverslag 26 Auckland (Nieuw Zeeland, 07-11-2002) t/m Auckland (Nieuw
Zeeland, 20-01-2003)
Nieuw Zeeland, het land van de
schapen, wol en een lekkere steak op je bord, heette ons welkom. Nadat we uit
Indonesië, en dus uit Azië, vertrokken waren waren we wel aan een beetje
civilisatie toe. We hadden een nachtvlucht gehad dus toen we voet op Nieuw
Zeelands bodem hadden gezet zagen we er niet bepaald op ons voordeligst uit. We
zouden door Graham worden afgehaald, maar de vlucht eerder geland was dan
gepland was Graham nog nergens te bekennen. We hadden Graham anderhalf jaar
geleden voor het laatst gezien, nadat we in Nepal met elkaar gereisd hadden,
maar op het moment dat hij de aankomsthal binnen liep herkenden wij hem direct.
Heerlijk om in een vreemd land zo verwelkomd te worden. We mochten voorlopig wel
bij Graham in huis verblijven, ook al wisten we zelf nog niet hoe alles de
komende dagen zou gaan verlopen. Ons vertrek uit Indonesië was nogal
haast-je-repje gebeurd en nu moesten we alles even opnieuw op een rijtje zetten.
Toen we van de luchthaven wegreden vroeg Graham of wij in waren voor wat
sight-seeing Auckland. Dat waren we wel en dus liet hij ons wat leuke dingen
zien in de omgeving. We reden naar "One Tree Hill", een stadpark, waar je vanaf
de heuvel een schitterend uitzicht over Auckland had. De naam klopte ooit wel
maar enkele jaren geleden had een Maori uit protest de enige boom die de heuvel
zijn naam bezorgde met een kettingzaag bewerkt en uiteindelijk was deze boom
naar de eeuwige jachtvelden verdwenen.
De eerste dagen in Auckland had ik hetzelfde gevoel als toen we in Nederland
waren. Je moet een knop omdraaien en het leven nemen zoals het op dat moment op
je afkomt en vaak kwam dan ook nog alles gelijktijdig op je af. Het was fijn om
te weten dat je je tenminste over overnachtingslocatie geen zorgen hoefde te
maken. De volgende dag wilden we onze motoren van de luchthaven afhalen
aangezien ze met dezelfde vlucht als wij waren gearriveerd. Graham was zo aardig
om ons bij de MAF, die onze motoren moest inspecteren zodat zij toegelaten
konden worden, op de luchthaven af te zetten voordat hij naar zijn werk ging.
Voor onszelf wisten we al dat de motoren door een ringetje gehaald konden
worden, want ze waren brandschoon. Martin zijn motor had niet voor niets meer
dan een dag"Dank je wel!" geroepen toen deze voor vertrek werd gewassen. Bij MAF
werden wij vriendelijk ontvangen en bleek alleen nog het papierwerk gedaan te
moeten worden aangezien de inspectie aan de motoren was reeds gebeurd was. Later
bleek dat deze inspectie niet veel voorstelde want men had hooguit een blik door
het krat geworpen en niemand hoefde in onze koffers of bagagerollen kijken om te
zien of wij geen voedsel of andere verderfelijke dingen meebrachten. Na een half
uur wachten, en zo'n 25,- Euro armer, konden we met de nodige papieren het pand
verlaten en op weg gaan naar de douane. Het douanekantoor was net in een nieuw
pand ondergebracht en laat dat nou net 3 kilometer verderop te liggen. We waren
nog een stel ridders zonder hun paarden en dus moesten de hele afstand langs de
snelweg en in de brandende zon gelopen worden om bij de douane te komen. Hier
was men snel klaar aangezien we alleen enkele stempeltjes voor onze carnets
hoefden te halen. Dus konden wij vervolgens weer dezelfde 3 kilometer naar de
luchthaven terug lopen en dus waren we ruim een uur aan het lopen voor nog geen
10 minuten formaliteitenwerk.
XXX |
Maar al het papierwerk was nu wel achter de rug en konden we aan het echte werk
beginnen. Onderweg nog een Jerrycan met wat benzine gekocht, want er zat geen
druppel benzine meer in de motoren. Aangekomen bij de loods bleek dat onze
motoren goed verzorgd waren en de kratten nog onaangeroerd waren. We werden door
de magazijnmeester, Joop Hageman, aangesproken die ons vroeg waar wij vandaag
kwamen en toen wij dit kenbaar hadden gemaakt werd we ons in onze moedertaal
verteld waar de koffie stond. Joop was reeds in 1962 naar Nieuw Zeeland
geëmigreerd maar was zijn moedertaa l nog steeds niet verleerd. We kregen alle
medewerking, zo werden de motoren apart gezet zodat wij in alle rust de motoren
konden gereed maken. Tussen de bedrijven door kwam Graham nog even langs om te
kijken of alles naar wens verliep en zo kon hij ons gelijk helpen met het
plaatsen van de beide voorwielen. Op zo'n moment maken vele handen ligt werk.
Joop vroeg of we de kratten hier achter wilden laten zodat we ze weer konden
gebruiken voor de verscheping naar Australië. Een enorm aardig gebaar waar we
graag gebruik van maakten. De mensen waren allemaal enorm vriendelijk voor ons
en we kregen alle medewerking.
We waren eindelijk gereed voor vertrek en de beide motoren werden met behulp van
onze eigen startkabels aan een vorkheftruck verbonden en aan de praat gebracht.
Beide motoren startten, maar Martins motor liet al snel alle muziek varen. Dat
was eigenlijk volgens onze verwachting zodat we niet verder hebben gezocht naar
de oorzaak en we bes loten om zijn motor hier achter te laten. Dat was voor Joop
geen enkel probleem en de motor werd in een aparte nieuwe ruimte ondergebracht
totdat we transport voor Rosie geregeld hadden. Deze keer was het dus mijn motor
die ons uit de brand hielp en we reden samen op mijn motor terug. Gelukkig had
Graham een vriend met een kleine vrachtauto en de volgende morgen gingen Graham
en Martin er op uit om de tweede motor van de luchthaven op te halen. Ze hadden
zelfs planken mee genomen om de motor op de vrachtauto te rijden maar Joop had
een beter idee om het hefplatform te gebruiken dat veel eenvoudiger was. Hun
plan was om Martins 'nutteloze' motor direct voor een grondige nakijkbeurt naar
de BMW-dealer te brengen die helemaal aan de andere kant van Auckland lag en zo
waren Rosie's eerste schreden in Nieuw Zeeland achter op een vrachtauto.
Aangekomen bij de motorzaak bleek dat zij sinds enkele maanden geen officiële
BMW dealer meer waren en verder zat hun werkplaats de komende t wee weken
volledig vol geboekt. Dus maar op naar de nieuwe BMW-dealer die meer tijd bleek
te hebben om Martins motor een kleine beurt te geven en enkele specifieke
werkzaamheden uit te voeren zoals het opnieuw monteren van het achterwiellager
en het plaatsen van een nieuwe accu. Sinds Turkije had Rosie het noodgedwongen
moeten doen met alleen Martins aandacht dus haar een beetje verwennen met
professionele aandacht mocht wel. Met bleek niet alle benodigde onderdelen op
voorraad te hebben en die moesten uit Duitsland komen. Raar aangezien er in
Singapore een enorm magazijn staat vol met BMW-delen maar dat is alleen voor de
Azië regio en daar viel Nieuw Zeeland niet onder. Dus deze bureaucratie
betekende extra wachtdagen voor ons. Maar we hadden in ieder geval mijn motor
nog om in Auckland mee rond te kunnen rijden.
Maar de onderdelen lieten langer op zich wachten dan gepland, geen probleem maar
mijn motor begon steeds meer olie te verliezen van een onduidelijke plek en bov
endien was ook mijn motor aan een kleine beurt toe en een nieuwe accu. Dit alles
moest in een dag wel te doen zijn dus gaven we mijn motor in de ochtend af
terwijl wij ondertussen het Auckland Museum bezocht. Een prachtig museum waarin
vele verschillende zaken samen zijn gebracht. Je vindt er oa. vele portretten
van de schilder Goldie die prachtige portretten van getatoeerde Maori's
geschilderd heeft op een zodanige wijze dat de mensen er onsterfelijk door
lijken. Hun frapante en doorleefde gezichten vertellen je een verhaal. Verder
vind je er diverse opgezette dieren, leer je er alles van de Nieuw-Zeelandse
flora en fauna en heeft men een grote collectie over de geschiedenis en het
leven van de Maori's. Verder was er een tijdelijke expositie over de
bergbeklimmer Edmund Hillary die in 1952 als eerste, samen met een Nepalese
sherpa, succesvol de Mount Everest beklommen had. Een zeer boeiende expositie
van iemand die een beroemdheid is in Nieuw Zeeland en ook over de Zuidpool
getrokken is, een uitdaging die wij graag aan deze liefhebbers over lieten! Na
een lange dag rondslenteren in dit museum (en nog niet eens de helft
bezichtigd!) waren helemaal gaar en haalden mijn motor weer op. Helaas
was hij nog niet gereed aangezien men een kleinigheid niet op voorraad had en
dus kregen we tijdelijk een andere F650GS voor een dagje mee. De service van de
BMW-dealer hier is super en hier is de klant nog steed KONING. In Europa is dit
helaas vaak anders het geval. Gelukkig konden we deze motor de volgende dag al
weer omruilen voor mijn eigen troetelbeestje die weer liep als een
naaimachientje.
XXX |
En toen was het Martins beurt om mijn motor onder handen te nemen om een
Scott-Oiler te monteren zodat ik mijn ketting niet meer elke 400 kilometer
hoefde te smeren. Iedereen die de Donald Duck wel een gelezen heeft (en
misschien nog steeds leest) weet wie Willie Wortel is. Tijdens de reis heb ik
ontdekt, dat ik mijn eigen Willie Wortel altijd om mij heen heb, want er is
bijna niets dat Martin niet kan. Bij de BMW-dealer bleek men er geen ervaring
mee te hebben, nou mijn Willie Wortel ook niet maar geef hem enkele dagen en het
is gemonteerd en hoe! Heel netjes is het afgewerkt en nog beter.. HET WERKT!
Voor we het wisten waren er drie weken voorbij! En wat deden we verder zo die
weken? Een korte greep:
- In Bangkok hadden we een Australisch visum weten te bemachtigen voor 6
maanden. De enige 'beperking' was dat we binnen een jaar Australië binnen
moesten reizen. Dat leek destijds een eeuwigheid maar dat jaar liep reeds
komende maand af en dus trachtten we dit visum te verlengen op het Australisch
Consulaat in Auckland maar dat bleek niet mogelijk te zijn en moesten we een
nieuw visum aanvragen.
- Ons visum voor Nieuw Zeeland was 'slechts' geldig voor 3 maanden en dat was te
weinig voor ons. We trachtten deze periode bij de Immigratiedienst te verlengen
doch daar was het een enorme drukte van belang zodat wij te horen kregen om de
volgende dag maar weer opnieuw te proberen. Gelukkig werden we door iemand er op
attent gemaakt dat we ons visum ook via het internet konden verlengen en de
aanvraag hiertoe was binnen 10 minuten gebeurd en de volgende dag kregen we al
bericht dat ons visum verlengt was tot Augustus 2003, ruim 9 maanden dus!!! En
dat voor slechts NZD 65 (EUR 33) per persoon.
XXX |
- We bezochten Becca met haar partner Brian en hun dochter Emma. Becca was één
van de mensen in Nieuw Zeeland en Australië die Martin in 1998 had leren kennen
op zijn reis door Zuid Amerika en om
hen terug te zien was één van Martins drijfveren om deze hele reis op de motor
te gaan ondernemen. We hadden een gezellige tijd samen en we werden door hen
uitgenodigd om ook samen met hen een 'Engelse' kerst te vieren. Alleen had Brian
de nacht er voor een live rugby wedstrijd gekeken en dus moest hij ondertussen
wel even een tukkie doen.
- De ouders van Martin wilden ons nog een keer bezoeken en hadden hun keuze op
Nieuw Zeeland laten vallen. Samen wilden we een camper gaan huren en die was
reeds vanuit Nederland geregeld. Wij moesten echter de overige zaken regelen
zoals de overtocht tussen de beide eilanden alsmede de vlucht terug van
Queenstown naar Auckland. Ook hiervoor werd het internet gebruikt en Air New
Zealand geeft zelfs geen tickets meer uit en moet je je gewoon met je
legitimatie bij de incheckbalie vervoegen.
- Ik wilde ook nog enkele pakketten versturen en die waren deels gevuld met
overtollig geworden zaken terwijl de rest werd aangevuld met cadeau's en
daarvoor moest natuurlijk nog even geshopt worden en dat deed ik samen met Sue,
de buurvrouw van Graham, die mij snel wijs maakte in het shopping leven van
Auckland onder het motto: 'Shop until you drop'. Toen de pakketten vol waren
moesten ze per motor naar het postkantoor gebracht worden en daarvoor namen we
Martins motor aangezien die het grootst was.
- Graham nam ons ondertussen mee naar enkele bijzondere plekjes zoals diverse
plekken in Auckland alsmede Karekare Beach aan de westkust net buiten Auckland.
Hier was jaren geleden de film "The Piano" opgenomen. Het blauw/zwarte zand doet
je verwachten dat er olie op het strand ligt dat in het zonlicht het zand een
bepaalde schittering geeft en iets mysterieus heeft. Gelukkig zit er geen olie
in het zand maar veel ijzer. Er zijn verder vele rotspartijen en achter de
duinen vind je vele moerassen. Hier zijn nog de laatste overblijfselen van een
spoorlijntje te vinden waar het ijzerrijke zand mee naar de fabriek werd
getransporteerd om het ijzer er uit te winnen. De rails liggen er niet meer,
maar er lag nog wel een oude verdwaalde ketel en een tunnel.
XXX |
Het weer was net als in Nederland:
zeer wisselvallig. Volgens de kalender is het op dit moment lente maar het was
flink koud, helemaal als je net uit de tropen komt. He t grote verschil met
Nederland is echter dat je in Nieuw-Zeeland altijd op alle weersomstandigheden
voorbereid moet zijn en dat het weer in de ochtend niets zegt over het weer
gedurende de rest van de dag. Men zegt dat hier alle vier seizoenen in één dag
kunnen voorkomen en onze ervaring is dat dit vrij aardig kan kloppen.
Al met al waren we nu al onderhand ruim drie weken bij Graham te gast en
ondertussen had ik zijn huis helemaal schoongemaakt en allerlei andere klusjes
in en om het huis gedaan. Het bloed begon bij ons te kruipen, al moet ik
toegeven dat je wel erg verwend raakt door alles. 'My home is my Castle' maar in
dit geval zouden we dit snel weer verruilen voor onze tent. Uiteindelijk was ook
Martins motor weer gereed en hadden we beide motoren terug zodat we eindelijk
konden vertrekken. Althans.......
Enkele dagen nadat ik
mijn motor terug ontvangen had hield deze er bij het internetcafé ineens mee uit
nadat we hem gestart hadden en deed helemaal niets meer. We hebben de BMW-dealer
opgebeld die de motor opgehaald heeft. Toen ze hem de volgende dag weer terug
bezorgden bleek dat men vergeten was om een draadje aan de nieuwe accu aan te
sluiten zodat deze niet meer opgeladen werd. Verder bleek Martins motor nog
steeds motorolie te verliezen via de linker cilinder dat niet met de beurt
verholpen bleek te zijn. Op de dag dat we vertrokken zijn we eerst langs de
dealer geweest om het plastic van de vuldop te vervangen, een onderdeel dat hij
gelukkig op voorraad had en daarmee bleek het olie verlies ook verleden tijd te
zijn.
We hadden drie weken de tijd om er op uit te trekken en besloten om het
noordelijk deel van het Noord eiland te bezoeken. Direct buiten Auckland werd
het heel landelijk, heuvelachtig en kaal met enorme vergezichten. Voordat de
westerlingen naar Nieuw Zeeland kwamen stond het noordelijk deel van het eiland
vol met Kauri bomen. Ze konden wel 52 meter hoog met een 5 meter diameter
worden. Het hout lijkt qua kleu r op kersenhout, maar het is lichter en minder
warm. Hierdoor en ook vanwege hun rechte stammen met weinig noesten werden deze
bomen al snel door de Europeanen geveld en waren er al snel weinig bomen meer
over. Het grote probleem is dat deze bomen er meer dan 2000 jaar!!!! over doen
om zo groot te worden zodat het opnieuw planten van deze bomen nagenoeg geen zin
heeft. Wij bezochten het Matakohe Kauri museum dat veel over deze bomen en het
rooien er van liet zien en nadat we onze kennis hier vergaard hadden deden wij
op onze reis noordwaarts het Waipoua Forest aan en konden hier nog enkele
overgebleven reuzen aanschouwen, die zich onderwijl beschermd wisten in een
reservaat. Wat mij vooral bij deze giganten aansprak is dat wanneer de boom een
wond heeft deze met gom (hars) afgedekt wordt (dichtbloedt). Deze Kauri gom is
een enorm harde hars die de Maori's gebruikten om de fakkels mee te laten
branden terwijl de Europeanen het hoofdzakelijk gebruikten om er vernis van te
make n.
Het Noorden van Nieuw Zeeland lijkt veel op... ja eigenlijk lijkt het op heel
veel verschillende landen tegelijk. Wij kwamen oa. met Canada, Frankrijk en Zuid
Afrika. Het landschap is enorm wijds en de wegen zijn een verademing om over te
rijden en we reden er met veel plezier rond. Overal zijn er campings te vinden
en sommige van de mooisten zijn heel elementair (koud water, WC en soms een
koude douche) maar bevinden zich in de natuurgebieden van het Department of
Conservation (DoC) en vaak op adembenemende lokaties. Zelfs op deze meest
afgelegen plekken zijn er toiletten te vinden en altijd met toiletpapier. Het is
hier dus duidelijk geen Nederland waar alles wat los zit wordt meegenomen, want
ons bent zunig. Je betaalt gemiddeld tussen de NZD 5,- en 11,- (EUR 2.50 en
5.50) en dat gaat op basis van vertrouwen: je doet het verschuldigde bedrag in
een enveloppe en gooit deze in een bus. De NZD is ongeveer gelijk aan onze
vroegere gulden (eigenlijk de oud Duitse Mark), dus vrij gemakkelijk! Het
landschap is vaak desolaat afgewisseld met vele stranden en deze bieden telkens
weer een ander aanblik. Veel doorgaande wegen zijn onverhard en deze gravelwegen
zijn net zo verrassend voor mij als het landschap en iedere dag weer anders. De
mensen zijn erg gastvrij en hier gaan ze nog uit van het goede van de mens. Dit
wil niet zeggen dat je je spullen maar kunt laten slingeren, want wij weten wel
beter. Maar totdat het tegendeel bewezen is krijgt iemand nog het voordeel van
de twijfel en dat is lang zo'n gekke filosofie nog niet. Eindelijk konden we
onze nieuwe tent voor het eerst gebruiken en we waren er erg blij mee ondanks
het feit dat het soms behelpen blijft. Gelukkig waren we nog net voor het
hoofdseizoen onderweg en dat betekende dat de meeste campings nagenoeg verlaten
waren terwijl deze campings tijdens de Kerstdagen volledig vol geboekt zouden
zijn.
De dag dat we naar Cape Reinga, de noordpunt van Nieuw-Zeeland, reden was het
een prachtige dag. Er was een grote diversiteit qua omgeving en op het moment
dat we een foto stop hadden gemaakt zag ik zo'n honderd schapen aan komen lopen,
die echt klaar waren voor de foto. Er kwam een crossmotor aangescheurd en de
jongen zei, dat er schapen naar het weiland aan de overzijde van de weg werden
gebracht, dus dat beloofde nog mooiere kiekjes. Wie denkt dat Martin eigenwijs
is, die heeft het mis want nu weet ik zeker dat schapen eigenwijzer zijn dan
mannen. De jongen op de crossmotor was net iets te laat met het tegenhouden van
de schapen en enkele gingen op vrijersvoeten. Na de schapen kwam er een boer op
een quad achteraan met een aantal getrainde honden en de boer was druk doende de
honden te commanderen middels fluitsignalen. Hij verzamelde de afgedwaalde
schapen één voor één op zijn schoot en elders op de quad. Yeh, dit is het echte
werk. Nadat het laatste schaap middels een wilde achtervolging door de honden op
de straat tot liggen was gebracht en even later in de wei terug was vervolgden
we onze weg en het was tijd voor de gravelweg. De laatste 21 km naar de
noordpunt waren een hele ervaring als je je motor onder je kont heen en weer
voelt glijden en Martin mij de nodige aanwijzingen door de intercom gaf. De
tocht ging naar de vuurtoren en hier kon je twee oceanen samen zien komen. Je
ziet dit door de verschillende kleuren in het water. Voor ons was het niet een
echt hoogtepunt, maar we genoten wel van het uitzicht. En toen... tja... toen
moest ik dezelfde weg weer terug glibberen en glijden maar gelukkig werd deze
weg relatief veel bereden en was de weg breed. We moesten nog wat levensmiddelen
inkopen en daarna was er een volgende gravelweg die ons naar onze
overnachtingsplek leidde. Deze weg was duidelijk veel minder bereden en de weg
weg was smaller terwijl de stenen op de weg nog niet zo vast gereden waren zodat
dit zeer intensief rijden was. Onze DoC camping lag aan een baai aan de kust en
deze was nogal afgelegen. Toen we er arriveerden viel er een enorme spanning van
mij af en vond Martin me een hele bikkel. Ik vond dat ik mijn biertje meer dan
verdiend had dus trokken we er snel een blikje open. We zaten nog maar koud in
het gras toen er van alles ons besprong. We waren omringd door vele zandluizen
en deze beesten probeerden je overal te steken waar ze maar konden. We hadden
nog nooit zo snel onze spullen van de motoren afgeladen en het gif werd
rijkelijk geofferd en dit nog voor wij zelfs maar aan Bachus hadden kunnen
offeren. Muskieten, zandvlooien en zandluizen, wat meer kon ons nog gebeuren.
Snel onze tent opgezet zodat we tenminste een plek hadden waar we ons terug
konden trekken zonder al deze beesten al moesten we telkens nieuwe indringers
doden als de rits even open was geweest.
XXX |
De volgende dag stond de
zon te schitteren aan de hemel en bood de omgeving ons weer een ander blik op
het leven en trokken we verder naar Matai Bay. Onderweg hadden we op de heenweg
een heerlijke koffieplek ontdekt en hier gingen we nu naar terug en niet alleen
voor de koffie maar tevens om te lunchen. De gehele dag waren wij goed gemutst.
We hadden onze inkopen gedaan en het is hier net zoals in Azië, je koopt wat er
beschikbaar is en je bedenkt ter plaatse wat je die dag gaat eten. De keuze was
deze keer heel beperkt dus viel mijn keuze op pannekoeken. Ze hadden geen bloem
maar wel bakmeel dus dat maar gekocht. We zaten echt in de bush en dit hebben we
geweten. Op een DoC camping aangekomen hebben we niet gelijk genoegen genomen
met het eerste het beste plekje en was Martin op jacht naar een echt idillisch
plekje. Aan de rand van een grasveldje hadden we een schitterend uitzicht recht
over de baai als we het tentzeil open sloegen. Net toen ik dit wonderschone
uitzicht met mijn fotografische talenten wilde vastleggen deed Martin mij het
oneerbare voorstel om als een biker babe op zijn motor te gaan liggen. Zo'n kans
liet ik natuurlijk niet schieten en ik begon te fotograferen. Martin, die
ijdeltuit, wilde het perfect hebben en dus moest de wastas even buiten het beeld
van de camera gezet worden en leunde hij voorover om al liggend op de motor de
wastas te verschuiven. Een goed idee maar hij was vergeten dat de motor op de
zijstandaard stond en de motor viel door zijn gewicht over de zijstandaard heen
en nam in zijn val mijn bikerbabe mee. Normaliter heb je op dit soort momenten
nooit een camera gereed.... maar nu dus wel en kon ik mooi vastleggen hoe mijn
vallende ster een duikvlucht nam en bijna de tent in rolde. Het viel me enorm
zwaar me op zo'n moment goed te houden en hier ik deed dan ook geen enkele
poging toe. De schade was beperkt: een losse spiegel, een schrammetje op zijn
scheenbeen en een ego van mijn gevallen babe dat weer 'down-to earth' was!
XXX |
>Er stonden ook serieuzere
zaken op het programma zoals de voorbereidingen voor het diner. Dat we
pannenkoeken aten was op zich een goed idee, maar een ander land heeft zo andere
gewoonten. Zo was het beslag anders dan bij ons in Nederland en het begon te
rijzen terwijl ik er naar zat te kijken. En het bleef maar rijzen en rijzen. Het
rees letterlijk de pan uit en snel onze tweede pan er bij gehaald. Wow, zo
hadden we ineens wel heel veel beslag. Toen we het beslag voor de eerste
pannekoek in de pan deden schrompelde het echter net zo snel ineen als dat het
gerezen was en bleef er van de pannekoek nagenoeg niets over. Nog veel erger was
het feit dat de pannekoek absoluut niet te vreten was. Ik zei dit nog tegen
Martin, maar hij wilde dat ik er nog een tweede pannekoek bakte onder zijn motto
dat de eerste pannekoek altijd mislukt. Wetende
dat het beslag ineen schrompelde deden we meer beslag in de pan. Dit keer mocht
Martin proeven en nadat hij een hap had genomen zag ik hem direkt van kleur
verschieten. Het leek op een roerei, met de smaak van stijfsel en enorm zout. De
enige wat we nog met het beslag konden doen was het door het toilet spoelen. Met
een triest aanblik heb ik afscheid genomen van ons laatste voedsel. Onze enige
twee eieren zaten in het beslag dus restte ons niets anders dan een boterham met
kaas en dit werd rijkelijk weggespoeld met een lekker glaasje wijn. Later
hoorden we dat je iets van dit deeg gebruikt bij het bakken van cakes ed. Wij
waren weer een ervaring rijker.
XXX |
We hadden een dag vol hilariteit en ongelooflijk gelachen met zijn tweetjes.
Soms zijn er van die dagen. Tegenover ons stond een ouder echtpaar dat heel goed
voor ons zorgde. Als we terug kwamen van een wandeling dan stond de koffie klaar
en na ons pannekoek fiasco aangehoord te hebben werd mij geleerd hoe ik piclets,
mini pannekoekjes met room een jam, moest maken. Verder hadden we een adresje
van een leuk guesthouse gekregen van een leuk Duits stel dat ook op de camping
stond en hier wilden we 1 à 2 nachten blijven. Het was een heel gezellig Farm
hostel dat gerund we rd door Stefano en Lyndsey. Het was het huis waar Lyndsey
opgegroeid was en wij kregen een hele mooie kamer. Er waren 3 slaapkamers en een
grote kamer die als slaapzaal was ingericht. Die nacht begon het flink te
regenen en het bleef enkele dagen regenachtig. Het was nu niet bepaald weer om
in een tentje te gaan liggen en dus bleven wij zitten waar we zaten, mede omdat
er ook een hele gezellige sfeer in het guesthouse hing.
We besloten om een dag te gaan zeilen en zo belandden wij op de Snowcloud, een
zeiljacht dat gevaren werd door zeebonk Chris, een schitterende kerel met veel
ervaring. Zo had hij in 6 jaar zelf het jacht gebouwd en je voelde de gehele dag
door dat zijn hart op het water lag. We werden goed door hem verzorgd en tegen
de middag kregen we een nieuwe kapitein, Martin genaamd, die inmiddels enkele
uren de tijd had gehad om de kunst van Chris af te kijken. De boot hing flink
scheef maar verder deed hij het wel aardig... voor een beginneling. We zaten op
de b oot samen met een ander stel die beiden weinig spierbundels, koersvastheid
of interesse hadden om een kleine roeiboot naar een eiland te roeien om daar een
wandeling te gaan maken. Dus loodste Martin het roeibootje naar het eiland waar
we ons hart konden ophalen. Het was een onbewoond eiland net uit de kust en er
lagen prachtige schelpen op het strand. Ik vond hier voor het eerst in mijn hele
leven een hele mooie schelp die wel twee keer zo groot was als mijn vuist.
Gezamelijk maakten we nog een wandeling, maar de mannen waren al ver vooruit
verdwenen in het hoge gras en wij wilden liever nog wat schelpen zoeken en
genieten van de rust die er heerste. Toen we uiteindelijk weer terug gingen naar
de zeilboot was de wind sterker geworden. Het andere stel ging zwemmend terug
naar de zeilboot maar het water was te koud voor mij en dat zelfs Martin niet
uit de kleren ging betekende dat het water ijskoud moest zijn. Bovendien had ik
een kaptein nodig die me naar de zeilboot terug moest roeien. Martin roeide
terug met al mijn nieuwe aanwinsten in mijn fleece gewikkeld en bleek geen goed
idee te zijn aangezien er tussen de schelpen ook een soort zee-egel bevond die
een lucht verspreidde waar iedereen stijl van achterover sloeg. Het ergste was
dat ik mijn fleece gewoon weer aan moest en dus bleef iedereen bij me uit de
buurt. Onderwijl was Chris op de zeilboot druk bezig geweest om de lunch te
bereiden en hij had er veel aandacht aan besteed. Niet alleen nu maar ook
tijdens de voorafgaande voorbereidingen thuis. Het was een overheerlijke lunch
en we genoten er enorm van.
XXX |
De wind werd steeds
sterker en op de terugweg zeilden flink schuin en moesten we onze spierballen
gebruiken om het roer recht te houden. Tijdens het varen had Chris altijd twee
vislijnen achter de boot hangen en op een gegeven moment zag Martin dat de
vislijn strak stond en ging hij de buit binnen halen. Zijn eerste vangst bestond
uit niet meer dan wat zeewier maar de tweede keer was het veel zwaarder en
haalde hij, met de hulp van Chris, een hele flinke kingfish binnen van zo'n 7
kilo. De mond van de kingfish was groot en Martin geinde nog wie hem wilde
zoenen kon het nu nog doen. Zelfs Chris vond het een flinke en hij doodde de vis
door hem met een priem door de hersenen te steken. Het bloed zat overal op het
dek en het duurde enige tijd voor het spartelen voorbij was en dit vond ik wel
heel erg zielig. De vis werd ter plekke door Chris gefileerd en het afval gingen
over boord voor de haaien. De vis werd onder de bemanning verdeeld en dus kregen
we, toen we van boord gingen, allemaal een stuk vis mee dat er niet om loog en
dus hadden we 's avonds een donders lekker diner. We hadden een onvergetelijk
dag op de boot.
Tijdens ons verblijf in
het Farm hostel werden we verrast door Gay en Rob, zij waren het oudere stel dat
op de camping als een vader en moeder voor ons zorgden. Ze kwamen langs om ons
op het hart te drukke n zeker een nacht bij hun te komen slapen. We beloofden
dit en toen we uiteindelijk weer op weg gingen hadden we 's avonds in ieder
geval een plekje voor de nacht. Dat Paihia een zeer toeristisch plaats was in de
'Bay of Islands' hadden ze ons niet verteld. Het was een kustplaats met een
prettige atmosfeer. We kregen een prachtige slaapkamer en werden bij hun thuis
binnen gehaald als een verloren zoon. Samen hebben we een wandeling langs de
kust gemaakt waar we erg van genoten. Gay en Rob moesten helaas de volgende dag
naar hun dochter, maar wij wilden langer blijven dus regelden we een kamer in
een goedkoop guesthouse. Toen Gay de prijs van de kamer hoorde vond ze dat veel
te duur, een kamer in een motel bij hun in de straat met meer faciliteiten was
goedkoper. Het zag er duur uit, maar toen ik het bezocht bleek het tegendeel
waar te zijn. Bovendien konden we de motoren bij Gay en Rob in de garage
parkeren, en dat was ook wel een prettig idee. Het enige probleem was dat we de
kamer in het guesthouse reeds voor een nacht betaald hadden dus reden Martin en
Gay terug om het aanbetaalde bedrag terug te claimen. Rob en Gay hadden vroeger
zelf een motel gerund en toen men moeilijk begon te doen over het geld zei Gay
dat dit niet netjes was. Ze werd direct de mond gesnoerd gesommeerd het
guesthouse te verlaten. Maar ook zonder haar hulp lukte het Martin wel om het
geld terug te krijgen. Smakelijk vertelde Gay het hele verhaal thuis nog een
keer en we konden er wel om lachen.
In de omgeving van Paihia is veel te doen en zo bezochten we het museum waar het
verdrag van Waitangi werd getekend. Dit verdrag tussen de Engelsen en de Maori's
wordt beschouwd als de geboorte van de natie Nieuw Zeeland, al markeert het
volgens vele Maori's eerder het begin van de engelse overheersing. Er is
inderdaad veel onderdrukking geweest en pas recentelijk is men bij gedraaid en
wordt ook de Maori cultuur nu gerespecteerd. Veel plekken in Nieuw Zeeland
hebben een Maori mythologische achtergrond en zijn daardoor heilig. Hieronder
vallen oa. veel bergen, stranden en eilanden. Probleem is dat de Maori's geen
schrift kennen en er dus niets op papier is vastgelegd. Hierdoor wordt het een
schier onmogelijke opgave om elke claim van een heilige plek op waarheid te
onderzoeken. En aangezien het al dan niet toekennen van zo'n claim verstrekkende
gevolgen heeft lopen de gemoederen hierover nogal eens hoog op. Wel was het
museum in onze ogen een beetje opgeklopt, want met enkele oude gebouwen van rond
1850 deed het ons, Europeanen, niet zo veel maar voor de Nieuw-Zeelanders zijn
het wel de oudste gebouwen die ze hebben.
In en rond de 'Bay of Islands' is nog veel meer te beleven. Zo is er het
plaatsje Russell en hier ging we met de motor per veerboot naar toe. Russell is
bekend van de vele walvisvaarders die daar 150 jaar geleden geschiedenis maakten
door de stad in een Sodom en Gomorra te veranderden. Deze hel werd zo erg dat
besloten werd om nagenoeg het hele stadje met de grond gelijk te maken. De enige
overblijfselen waren de kerk met omringende graven en het missiehuis. Het
opnieuw opgebouwde Russell is nu een heel rustig en pittoresk plaatsje, lieflijk
en sfeervol en zeker de moeite van het bezichtigen waard. Ook hebben we een
boottocht geboekt op een katamarang voor een tocht door de 'Bay of Islands'. De
boot vertrok om negen uur en we voeren langs de vele kleine eilanden in de baai
naar de zee waar de beroemde 'Hole In The Rock' was, een gat in een rotsformatie
waar de boot net doorheen kan varen. Op de terugweg maakten we een kleine omweg
aangezien de kapitein een groep dolfijnen ontdekte en ons dit niet wilde
onthouden. Het was een prachtig gezicht om de vele dolfijnen naast en onder de
boot te zien spelen. We
werden afgezet op het eiland Urupukapuka waar we een wandeling over/om het
eiland maakten. Het was één van onze mooiste dagen. De natuur was overweldigend
en de wandeling voe rde ons langs vele schitterende uitzichtpunten vanaf het
eiland. De vele steile kliffen en de afwisseling van het landschap voerde je weg
van iedere vorm van beschaving. Het was woest en leeg en we genoten volop.
Volgens de kaart was het een vijf uur durende tocht maar wij liepen hem in drie
uur en hadden dus waren we ruim op tijd weer terug om de met de middagboot naar
'het vaste land' terug te keren. Het was een lange dag maar hij was voorbij
gevlogen en het was er één om nooit te vergeten.
XXX |
Het werd weer tijd om verder te trekken en dus namen we opnieuw afscheid van Rob
en Gay, die inmiddels weer terug thuis waren en we zakten af terug richting
Auckland hoofdzakelijk langs de kust rijdend. De kust aan de oostzijde van het
noord eiland is verrassend mooi en we genoten van de vele vergezichten en de
rotsachtige kust. Het enige spannende moment was toen bleek dat Martin, onze
navigator, een heel klein lijntje op de kaart over het hoofd gezien had en bleek
dat de weg niet o ver een rivier door liep. Er was wel een brug maar dat was een
voetgangersbrug. We wilden niet 20 kilometer terug rijden en dus reden we over
de smalle brug zorgvuldig de voetgangers mijdend. Het weer werd er niet beter op
en nadat de regen opnieuw zijn intrede had gedaan en de gehele nacht op onze
tent getikt had besloten wij om alles in te pakken en met een paar kilo
zwaardere natte tent bereikten we Auckland aan het einde van de middag, waar we
een plekje voor ons zelf gehuurd hadden om in ieder geval de feestdagen rustig
door te kunnen brengen en om de verslagen en de dagboeken bij te werken, iets
wat broodnodig was.
Ondanks de rust waren we niet alleen. Kerstavond werd niet in de kerk door
gebracht maar in plaats daarvan had Graham ons uitgenodigd om de avond samen met
een stel van zijn vrienden door te brengen en die verleiding was te groot. We
moesten snel nog kerstinkopen doen om niet met lege handen aan te komen. Met een
grote mand vol met lekkernijen reden we d oor Auckland en de mand werd met grote
dankbaarheid in ontvangst genomen door onze gastvrouw. Sonja en Marcus waren
Zwitsers en zij waren in 1987 tijdens hun rondreis blijven hangen in Nieuw
Zeeland en hadden hier hun leven opgebouwd. Het was een gezellige avond, maar
ondanks de gezelligheid en het gezelschap verlangden we eigenlijk nog meer dan
anders naar de familie in Nederland. Het was al laat toen we terug reden naar
ons hotel.
Eerste kerstdag hadden we een andere verplichting aangezien Becca en Brian ons
voor een echte engelse kerst hadden uitgenodigd. Becca kende Martin nog van zijn
rondreis door Zuid-Amerika en we vonden het een heel aardig gebaar van hen om
ons op zo'n bijzondere dag uit te nodigen, te meer daar de ouders van Brian er
ook waren. We werden rond de klok van tien uur verwacht en na de heerlijke
brunch pakten we allemaal de cadeautjes uit die de Kerstman al minimaal een
maand van te voren onder de kerstboom had gelegd en met een hekje waren
afgescher md om te voorkomen dat de grijpgrage handjes van de rnet 1 jaar oude
Emma ze voortijdig uitgepakt had. De Kerstman had ook aan ons gedacht maar we
kwamen tot de ontdekking dat onze Sinterklaas er met zijn gedichten en surprises
toch veel meer werk van maakte en dus eigenlijk veel leuker is. Hier pakt
iedereen zijn eigen cadeautjes gelijktijdig uit en weet tevens wie de gever is.
Het is dus meer een persoonlijk gebeuren dan een familie/groeps gebeuren en
zonder de mogelijkheid om iemand middels een smeuig gedicht er mooi tussen te
kunnen nemen. Rond drie uur zaten we aan de hoofdmaaltijd voor die dag die
opgebouwd was rondom een groot gebraden kalkoen. De vulling van de kalkoen was
lekkerder dan het droge stuk liefde zelf dat op ons bord lag. Met een glaasje
wijn werd hij weggespoeld en Martin vergallopeerde zich vervolgens aan de
overheerlijke kerstpudding welke Becca met veel zorg had bereid. Het was voor
ons een onvergetelijke kerstmis en voor mij de eerste in een land (Thailand daar
gelaten) waar het volop zomer is gedurende de kerstdagen. Hoe goed men ook zijn
best doet middels versierde kerstbomen en kerstkaarten, de sfeer van een 'echte
Kerst' is er gewoon niet. Een witte kerst is natuurlijk het mooist maar nu
kunnen we zelfs een 'mindere Kerst' met een om het huis loeiende wind of regen
ook waarderen. Bovendien hoort het buiten koud en vroeg donker te zijn en dat
misten we hier ook. Maar al met al hadden we een hele bijzondere kerst en zeker
veel beter dan afgelopen jaar toen we in een klein dorpje in Thailand zaten waar
absoluut niets te beleven viel.
XXX |
De kerstdagen werden ook hier direct gevolgd door de jaarwisseling en we
besloten om het dit jaar eens anders te doen en zelf oliebollen te gaan bakken
aangezien een Oud en Nieuw met oliebollen pas echt een goede jaarwisseling is.
Een klein probleempje was echter dat men hier geen kant en-klaar mix heeft en
dus moesten we terug grijpen naar ouderwetse recepten maar we hadden geen
kookboek bij ons en dus werden onze hulp troepen in Enschede en Amersfoort
geraadpleegd en binnen no-time werden we overweldigd met verschillende
kookboek-recepten via de email waarbij het water al in onze mond liep tijdens
het lezen. Mam had me verder ooit ingewijd in het maken van beslag voor
appelflappen en dit was blijven hangen. De avond voor oudejaarsdag werden de
rozijnen al in de rum gelegd en in een mum van tijd rook onze hotelkamer naar de
rum, dus die nacht sliepen we uitstekend. Het echte feest begon echter op
oudejaarsdag toen het bakken begon en alle pannen en extra theedoeken verzameld
werden. Maatbekers ed. waren niet beschikbaar maar Martin rekende alles uit met
een liniaal en een rekenmachine en vulde samen met mij de schalen. Terwijl het
deeg in plastic zakken lag te rijzen belde Graham op met de vraag of we 's
avonds langs kwamen om samen de jaarwisseling te vieren en dus moesten er meer
oliebollen gebakken worden. Gelukkig werkten we samen als een geölied team en de
produktie van de oliebollen liep gestadig door ondanks dat het zicht in de kamer
steeds minder werd vanwege de blauwe walm. Martin had er geen bezwaar tegen om
de oliebollen en appelflappen te proeven en ze werden glansrijk goed gekeurd. Het
is zo oer Hollands die oliebollen en we hadden ze voor geen goud willen missen.
We hadden een heerlijke dag samen en het was reuze knus in ons huisje, de stank
en walm op de koop toegenomen.
XXX |
Het nieuwe jaar werd ingeluid met een kampvuur bij Graham in de tuin samen met
Jan en Katherin. Het was een prachtig begin van een nieuwe jaar al misten we wel
het vuurwerk aangezien er niets geknald werd. In Nieuw-Zeelanders heeft men
hiervoor een andere andere dag en wel op 5 November ter herinnering dat in een
ver verleden een onverlaat het Engels parlementsgebouw in brand stak. De
volgende dag sliepen we een gat in de dag. Na al dat geluier en het overdadige
eten was het weer tijd voor wat actie en werd wilden we Auckland verlaten. Dit
had nog wel wat voeten in de aarde, want toen Martin de motoren inspecteerde
bleek mijn voorband helemaal plat te zijn. Mijn
eerste lekke band in 12.915 kilometers. Geen probleem aangezien ik Martin
hiervoor bij me had. Hij is echt een expert (geworden) in het repareren van
lekke banden al was dit ook voor hem de eerste keer dat hij een binnenband moest
plakken, maar hij had vroeger al vele fietsbanden geplakt. Hij leefde zich uit
op het balkon met de band en een afwasteiltje. Er bleek een miniscuul spijkertje
zich door de buitenband geboord te hebben. Een pleister op de binnenband deed
wonderen en de volgende dag werden de motoren aangetrapt en bevonden wij ons op
weg naar de Coromandel. De weergoden zorgden voor een mooie dag met een
schitterende kustweg en in de namiddag belandden we in een klein dorpje genaamd
Colville aan het einde van de verharde weg. Het was het einde van de
kerstvakantie, die in Nieuw Zeeland tevens de 'bouwvak-vakantie' is, en dus was
het enorm druk op de weg, maar met onze motoren hadden we hier niet zo veel last
van.
XXX |
We hadden nog geen nacht geslapen of Wodan had ons al in vol galop ingehaald en
overlaadde ons met zijn regen die op onze tent tikte. Wodan bleef ons ook de
gehele volgende dag verwennen met zijn regen zodat we er maar een rustdag van
maakten en de dag al lezend door brachten onder een afdakje. De volgende dag was
het lichtelijk beter weer en trokken we er toch maar op uit zodat Martin zich
eindelijk uit kon leven. We wilden namelijk de noordpunt van het schiereiland,
de Coromandel, verkennen en daar liepen alleen gravelwegen heen. Het was een
dagtripje dus de gelegenheid maakte de dief en ik kroop lekker bij Martin
achterop. De gravelweg voerde pal langs de kust, af en toe met diepe afgronden
pal naast de weg. Al achterop zittend zag ik de kraanvogels in de bomen maar ik
wilde de bestuurder niet afleiden dus hield ik mijn mond. We arriveerden in Port
Jackson en vanaf daar werd de weg smaller en tot overmaat van ramp begon het ook
te miezeren. De gravelweg werd glad en terwijl Martin zich steeds meer in zijn
element begon te voelen vond ik de weg steeds enger worden totdat het zo
spannend werd dat ik soms bijna vergat adem te halen. Kortom, terwijl
ik dacht "Oeps" dacht Martin "Joepie". Toch bood de weg mooie uitzicht als we
door de dichte regennevels heen konden kijken. Terwijl we aan het einde van de
weg in Fletcher Bay bijkwamen van de rit klaarde het weer op zodat ik de
terugweg veel onspannender achterop zat en kon genieten van een mooie grote
dikke stier die we maar direct op de foto gezet hebben om hem als symbool te
maken voor alle goede steaks die we hier in Nieuw Zeeland gegeten hebben. Na een
korte koffiepauze in Colville vervolgden wij onze weg langs de andere kant van
het schiereiland naar Stony Bay, waar kapitein Cook ons reeds lang geleden
voorgegaan was. Tot Sandy Bay be stond de weg uit gravel en was goed te doen
maar de laatste 7 kilometers was een smalle zanderige weg die nogal op en neer
liep naar Stony Bay en dus door de regen vrij glad geworden was. Het bracht bij
ons herinneringen boven aan Maleisië. De weg was omgeven door een dichte groene
begroeiïng en de scherpe bochten deden ons genieten. We genoten beiden dubbel,
ik omdat ik lekker achterop zat en Martin omdat hij zijn stuurmanskunsten bot
kon vieren. We besloten om hier morgen te gaan kamperen en de 7 uur durende
(retour) wandeling te maken tussen Stony Bay en Fletcher Bay. In Coromandel, het
plaatsje waar het schiereiland na vernoemd is, hebben we voor twee dagen eten in
geslagen zodat we ons kampement in Stony Bay op konden slaan en Martin voor het
eerst onze kleine hakbijl met succes kon uitproberen om bij onze tent een
heerlijk kampvuurtje te maken.
Die nacht tikte de regen
weer langdurig op onze tent maar dat weerhield ons er niet van om de volgende
dag in een miezerreg en onze wandeltocht aan te vangen. Martin kon zo in een
Disneyfilm plaats nemen: gehuld in zijn zwarte poncho en met een rugzak vol
etenswaren en een veldfles vol water was hij er helemaal gereed voor. Mijn
poncho viel helemaal over mijn knieën terwijl de zijne nauwelijks zijn oksels
bedekte. Eindelijk pakte mijn kleinere lengte eens positief uit. De tocht voerde
ons langs de diverse baaien liep hoofdzakelijk door de beschutting van bomen
zodat we niet veel hinder hadden van de miezerregen en de steeds krachtiger
wordende wind. Vanaf een rotspunt had je een mooi uitzicht over Poney Bay maar
we moesten onze poncho's wel stevig vasthouden. Na Poney Bay werd het opener en
kreeg de wind meer vat op ons. Bovendien moesten we flink dalen en klimmen. Na 3
uur lopen waren we bijna bij Fletcher Bay toen bleek dat de wind zo enorm was
toegenomen dat Martin mij moest vastgrijpen omdat ik gewoon weg geblazen werd.
Onze poncho's waaiden echt alle kanten op en stonden op het punt om het t e
begeven zodat we besloten dat verder gaan gekkenwerk was en keerden om om tegen
de wind in terug te lopen wat zeer moeizaam ging maar uiteindelijk lukte het ons
om een oude hut te bereiken waar we konden schuilen en even op adem komen. In de
hut zaten geen ramen meer in en de regen en wind waaide naar binnen. Maar
Martin, niet voor één gat te vangen, plaatste een stuk golfplaat provisorisch
voor een kozijn, tegen gehouden door de oude houten tafel en een stok dat in
ieder geval voldoende bescherming bood zolang wij er rustten. We gebruikten hier
onze lunch, nog narillend van de slagregens en de harde windstoten. We waren nat
en koud en pas na 3 kwartier waren we er gereed voor om terug te lopen naar onze
tent. Het eerste stuk was tegen de sterke wind in en dat was het zwaarst omdat
we ook nog eens onze poncho bijeen moesten zien te houden maar eenmaal tussen de
bomen viel het mee met de windstoten. Toch was het nog drieeneenhalf uur lopen.
Onderweg terug deed Martin me heel erg aan Mozes denken. Hij had flinke pijn in
zijn linkerknie tijdens het afdalen en steunend op een grote stok ging hij naar
beneden. We waren echt Jut en Jul, want ik had weer last bij het klimmen en dan
liep hij weer als een kievit voor me uit. Het laatste gedeelte van de wandeling
was het zwaarst en weer eens waren dat de welbekende laatste loodjes. We waren
maar wat blij toen we uiteindelijk onze tentje zagen staan. Niet alleen omdat we
terug waren maar ook omdat de tent de felle windstoten probleemloos overleeft
had. Martin had zich de gehele terugweg al verheugd op een kopje koffie en in de
regen onder de koffer van zijn motor werd de brander aangestoken en water
gekookt. We waren ijskoud geworden dus de koffie deed ons goed en verder
ontdeden we ons van alle kleren en kropen heel dicht tegen elkaar aan in de
slaapzak. En terwijl de regen buiten tegen de tent aan joeg vielen wij als een
blok in slaap terwijl onderwijl ook de wind steeds extreme snelheden aan begon
te nem en. Midden in de nacht zagen we de tent steeds heftiger heen en weer gaan
zodat Martin er in het pikkedonker toch nog uit ging om alle scheerlijnen vast
te zetten om de tent stormvast te maken en nat en koud weer in onze slaapzak
terug kroop.
De volgende dag was de wind gaan liggen en zonder problemen hadden wij en de
tent de barre weersomstandigheden doorstaan. Wij waren verkwikt en met de
spierpijn viel het enorm mee. We zouden verder trekken maar ik zag al weer een
heleboel leeuwen en beren op de weg aangezien de 7 kilometer zandweg terug naar
Sandy Bay onderwijl in een blubberbaan veranderd was. Goed voor een motorcross,
maar slecht voor Ketelbinkie. Ik was zo passief tijdens het inpakken dat er
bijna niets uit mijn handen kwam. Mijn maag was helemaal van streek en normaal
weet Martin wel aardig alle leeuwen en beren voor me af te schieten maar deze
keer lukte dat hem niet echt. Dave en Jenny, twee Nieuw Zeelanders die ook op de
camping stonden, waren enorm lief voor ons. Dave had de dag er voor al
aangeboden om mijn motor met de quad op een aanhanger over het heikele stuk te
brengen maar in mijn trots had ik geweigerd. Nu het moment van vertrek naderde
begonnen de tranen echter onder mijn zonnebril vandaan te rollen. Dus toen hij
het aanbod tijdens ons afscheid herhaalde maakte ik er dankbaar gebruik van zo
werd mijn motor op hun aanhanger gerold en vast gebonden en na een laatste kop
koffie stapte ik bij Dave achter op de quad en reden we naar Sandy Bay en deze
keer voelde ik mij veel comfortabeler op vier wielen dan op twee.
XXX |
De weg was inderdaad met
het glibberen en glijden wat ik vooraf verwacht had. Voor Martin waren deze
extreme omstandigheden niet nieuw maar ik was helaas nog een groentje op dit
gebied. Elke keer keek ik achterom om te zien of mijn bikkel ons nog steeds
volgde en veilig kwamen we allen in Sandy Bay aan. Hier werd mijn motor van de
aanhanger afgeladen en reed ik op eigen kracht terug naar Colville, ook wel een
onverharde weg maar goed te doen, vooral met Martin die als een rots in de
branding voor mij uit reed. De koffie in Colville, toen we de verharde weg
uiteindelijk bereikten, hadden we echt verdiend.
Vlak voor het plaatsje Coromandel begon het te flink te regenen en waren we al
snel kletsnat zodat we bij een benzine station schuilden tot de bui over was.
Toen het ergste voorbij was reden we verder naar Whitianga maar zodra we goed en
wel buiten de stad waren begon het nog harder te hozen. We waren kletsnat en de
plassen water stroomden voor ons uit over de weg. Nu reden we rustig in een
verantwoord tempo door en in Whtianga doken we als twee verzopen katten het
eerst motel in dat we tegen kwamen. De kamer veranderde direct in een washok
aangezien overal spul hing te drogen. We waren zo verkleumd dat we een duik
namen in het bubbelbad, een luxe dat we ons, dachten we zo, mochten permiteren
na alles wat we de afgelopen dagen doorstaan hadden en we gen oten er met volle
teugen van. We hoefden niet op onze lauweren te rusten, want er was veel schoon
te maken. Zo kwam er uit elk onze schoenen een liter water toen we ze omkeerden
en de kranten waren bijna niet aan te slepen. De volgende dag bleek dat we echt
vast zaten aangezien de beide toegangswegen naar de Coromandel vanwege
overstromingen afgesloten waren. Het hotel was welliswaar vol geboekt maar
mensen moesten afbellen aangezien het hotel voor hen ombereikbaar geworden was.
Nu hadden we tenminste tijd om onze dagboeken bij te schrijven. Nadat het weer
zich weer van zijn zonnige zijde liet zien stapten we weer op de motor voor een
voorzichtig ritje in de omgeving. We bezochten Hahei, een klein leuk plaatsje
aan de kust met een mooi strand en vele rotsen omringd met prachtig blauw water,
een waar lust voor het oog. Er is ook een mooie wandeling naar de Cathedral
Caves en het uitzicht vanaf het uitzichtpunt naar deze grotten toe was super.
Verder reden we over een weg die enkele dagen voordien nog onder water stond en
afgesloten was geweest maar we konden er geen stille getuigen er van vinden. Des
te meer genoten we van de natuur, dat aan ons veel aan tropisch Maleisië deed
herinneren, die direct langs de weg en de rivier liep. Verder kwamen we nog een
vierkante Kauriboom tegen die we lieten voor wat hij was aangezien we er reeds
velen van gezien hadden. Het was echt een dag waarin we weer een intens genoten.
De dagen van (gedwongen) rust in de Coromandel had ons goed gedaan, want we
hadden onze batterij weer opgeladen en verder waren onze tent en overige
campingspullen weer droog. Tijd om verder te reizen en wel naar Rotorua, beroemd
om zijn geizers en thermische zwavelbaden. De geizers hebben we niet gezien
aangezien we nog wat wilden bewaren voor als Martins ouders zouden arriveren
maar wel namen we enkele baden in thermische baden van 42 °C. Of ze echt
heilzaam waren weet ik niet maar we werden er wel enorm rozig van dus we sli
epen er goed door. Veel tijd in Rotorua hadden we echter niet omdat we reeds
lang een afspraak met Graham hadden om elkaar in Whakatane te ontmoeten om samen
een helicoptervlucht naar White Island, Nieuw Zeelands enige actieve vulkaan, te
gaan maken.
XXX |
We ontmoetten elkaar ruim
voor negenen op de luchthaven, voor ons geen probleem maar Graham was die
ochtend om vijf uur reeds uit Auckland vertrokken maar had toch nog tijd gehad
om een duik in de zee te nemen. Samen met een Zwitsers stel (en uiteraard de
piloot) vlogen we naar de vulkaan en kwamen we meer over de rijke geschiedenis
van het eiland te weten. Zo werd er reeds sinds 1860 delfstoffen gewonnen, maar
in 1914 waren er veel mensen omgekomen toen de vulkaan 's nachts plotseling tot
eruptie kwam en iedereen verraste. In 1926 was men weer opnieuw begonnen met
delven, zij het veel voorzichtiger, maar door de recessie van de 30-er jaren was
ook hier een einde aan gekomen. Vele stille getuigen in de vorm van gebouwen en
machinedelen waren echter op het eiland achter gebleven en vertelden zo hun
eigen verhaal. Na anderhalf uur op het eiland rond gelopen te hebben vlogen we
terug en genoten nog een laatste keer van het bijzondere van een
helicoptervlucht, iets wat voor ons alle drie de eerste maal was geweest.
XXX |
Toen we weer met beide
benen op de grond stonden nam Graham ons mee naar vrienden van hem: Ross en
Judy. Zij hadden een mandarijnen boomgaard en waren ondertussen ook nog hun
eigen huis aan het bouwen boven op een heuvel met uitzicht op... White Island.
Het huis was nog lang niet af maar Ross werkte er in zijn eentje aan en dan ook
nog alleen als hij tijd over had. Intussen woonden ze al reeds ruim een jaar in
de garage. Het waren twee geweldige, gezellige en hard werkende mensen. Ross was
een echte Willie Wortel en had zo'n 10 jaar geleden een bronzen kanon laten
gieten en uit een boek van eind 19e eeuw had hij een recept gevonden hoe je
buskruit moest maken. Dit had hij dus gedaan en wij kregen een demonstratie van
een echt werkend kanon waarbij de kogel door een natte papieren prop vervangen
werd. Als je deze knal gehoord hebt dan wordt niet meer warm of koud van een
strijker en dan die steekvlam die er uit komt! Wij hadden twee overheerlijke
dagen bij deze gemakkelijke mensen. Over eenvoud gesproken: het toilet was
buiten en bestond uit een gat in de grond en hier stond een houten bekisting
omheen met daarop een witte bril inclusief deksel. Geen wanden of dak zodat je
een paraplu nodig had als het regende maar wel met uitzicht over de prachtige
natuur. Het bad stond voor de garage en zo gauw als het donker werd, dan liet
Judy het bad voor ons vollopen met water van een middels houtvuur verwarmd
water, gewoon buiten onder de sterren. Er was genoeg warm water voor ons
allemaal. In de avonduren genoten we van de rust en de geluid van de branding en
het maanlicht in de zee. Als de knollen op waren gingen we ons mandje in. Graham
hielp mij hier een handje mee door mij rum met een beetje cola te geven ipv.
andersom. Wij sliepen in een oude caravan die net nog niet uit elkaar viel, maar
waar we in sliepen als roosjes.
XXX |
Judy en Ross namen ons ook nog mee op een dagtochtje door de lokale binnenlanden
en het was enorm gezellig met z'n allen in een auto maar wij, verwende mensen,
hadden deze weg veel liever per motor gedaan. De uitgebreide picknick was echter
onovertrefbaar, qua maaltijd alsmede qua locatie: bij een schitterende waterval
en een hangbrug midden in het bos.
De volgende dag moesten we echter weer vertrekken en ik zag al weer zag weer
torenhoog tegen de afdaling op. De gravelweg was zo steil en onvoorspelbaar maar
deze keer wist Martin wel alle leeuwen en beren voor me af te schieten en ik
volgde Martin, die voor mij uit reed, gewoonwaardoor ik heelhuids weer beneden
kwam. We reden diezelfde dag nog terug naar Au ckland want we hadden nog het
nodige te doen voordat Pa en Ma zouden arriveren.
In Auckland hadden we nog een ander probleem te hebben, want Martin zijn koffers
bleken alle regen in de Coromandel niet zo goed doorstaan te hebben en de inhoud
was nat geworden. We hadden de schade beperkt weten te houden door een plastic
zak over de bovenzijde te leggen, maar het was met recht garantie tot aan de
deur. Terug in Auckland was het feest compleet. Alles was toch nat geworden en
het deed me terug denken aan Thailand waar we al eens eerder met dit bijltje
gehakt hadden. De kamer veranderde wederom in een groot slagveld. De schade viel
mee, alleen het motorhandboek van mijn motor moest afgeschreven worden maar
gelukkig hadden we nog een digitale versie op CD. Vervolgens restte ons alleen
nog om op de aankomst van Pa en Ma te wachten voordat wij aan een nieuwe episode
van onze reis konden beginnen. Voor hen hoefden we echter niet al onze zooi op
te ruimen want zij kenden hun pappenheimers wel.