Reisverslag 28 Auckland (Nieuw Zeeland, 23-02-2003) t/m Auckland
(Nieuw Zeeland, 03-05-2003)
Het was aan de ene kant lekker om terug in Auckland te zijn. Pa en Ma waren
terug naar Nederland en wij konden onze gang gaan en de motoren en de bagage in
orde maken voor de volgende etappe. Martin had meer te doen dan ik, want ik
ontfermde mij over de bagage terwijl Martin nog met zijn koffers aan de gang
moest om deze, na ons nat avontuur in de Coromandel, weer enigszins waterdicht
te maken. Tevens was Martin zijn carnet bijna verlopen en als we het wilden
verlengen, dan was Auckland de aangewezen plaats om dat te doen. Onderwijl had
ik de rust gevonden om te gaan lezen en het ene na het andere boek werd
verslonden; tot ergenis van Martin die vond dat het weer hollen of stilstaan met
mij was. Als ik namelijk aan het lezen ben dan kan het plafond naar beneden
vallen, ik kijk snel op of er geen gewonden zijn en lees rustig weer verder. Het
boek van Kobie Kruger had mij geheel in zijn grip. Het ging over haar ervaringen
in de wildernis en het groot brengen van een leeuwen welp. Aan het einde van het
boek was ik mijn tranen niet de baas en het was lang geleden dat ik zo'n enorm
ontroerend boek had gelezen over de liefde tussen mens en dier.
Op een morgen werden wij wreed in onze slaap gestoord. Buiten bij onze voordeur
hangt een rode brand sirene en die was af gegaan. Help, Brand! Voor degenen die
mij kennen weten wel dat ik niet het meeste briljante brein ben vroeg op de
ochtend en helemaal niet als ik uit mijn slaap gehaald word en wilde het brand
alarm negeren maar Martin trok mij het bed uit en dus zocht ik wanhopig naar
mijn kleding en met dikke ogen liep ik achter Martin aan naar beneden. De
brandweer was snel ter plaatse en net zo snel als hij er was, werd er ook het
sein 'Brand meester' gegeven. Er was een storing, maar waar? Morgenstond heeft
goud in de mond en voor ons was de dag eerder begonnen dan verwacht. Het zou
overigens niet bij dit ene incident blijven want twee dagen later was het weer
bal en ging het alarm weer vroeg in de ochtend af. Het had weer geregend en we
dachten dat er misschien ergens water lekte en kortsluiting veroorzaakte. We
lieten dat maar aan de experts over, maar we dachten wel mee. In ieder geval
garantie tot aan de deur wat ons betrof. De tweede, grondigere, zoektocht leidde
tot de vondst van de kortsluiting zodat we de resterende dagen op het door ons
gewenste tijdstip wakker konden worden.
De weken in de camper hadden er toch flink bij ons ingehakt aangezien ze toch
iets anders verlopen waren dan gedacht. Niet dat dit aan het gezelschap van Pa
en Ma lag maar wij hadden gedacht dat je met een camper dezelfde vrijheid had
dan met onze motoren en dat bleek nogal enorm tegen te vallen. Niet erg maar
hierdoor hadden we wel tijd nodig om de rust in onszelf terug te vinden om zo
het gevoel terug te krijgen dat we boel weer een beetje onder controle kregen.
Wel verlangden we er des te sterker naar om weer met de motoren te gaan reizen.
Voor we uit Auckland vertrokken besloten wij om nog naar de film 'The Lord of
the Rings; The Two Towers' te gaan. Allereerst was het een hele tijd geleden dat
we een film hadden gezien en ten tweede was het leuk om te trachten enkele
bekende landschappen te vinden aangezien deze hele triologie in Nieuw Zeeland
opgenomen is. We herkenden niet veel plekken maar wel was het landschap zoals we
het onderweg op het Zuid-eiland hadden gezien.
Auckland werd verlaten met een gevoel van vrijheid wat we lang niet meer gehad
hadden. Aangezien het al eind februari was en de zomer al langzaam in de herfst
over ging besloten we om zo snel mogelijk naar het zuiden van het Zuid eiland te
rijden en vandaar langzaam weer noordwaarts te rijden. Onze reis naar het zuiden
was echter een rit met meerdere stops onderweg om allerlei plichtplegingen te
verrichten. We probeerden de hoofdwegen zoveel mogelijk te mijden en op een
smalle weg ver van beschaving zagen we twee motoren langs de kant van de weg
staan en we stopten om te zien of ze soms hulp nodig hadden. Dat bleek niet zo
te zijn; hun regenkleding konden ze alleen wel aantrekken. Toen bleken dit
Nederlanders te zijn en wel Jaap en Gerda. Jaap had zijn motor ingevlogen en was
via Australië naar Nieuw Zeeland gekomen en had voor hij vertrok uit Nederland
al onze verslagen op de Motormaniacs website gelezen. Hij noemde de wereld een
groot dorp en wij gingen er bijna in geloven. Gerda was voor vier weken
overgekomen en vergezelde hem op een gehuurde motor. Zij had heerlijke koekjes
bij zich en iedereen deed zich er tegoed aan. We namen hartelijk afscheid in de
gemeenschappelijke hoop dat het die dag droog zou blijven maar dat was
tevergeefs.
De hoofdwegen in Nieuw Zeeland, en vooral op het Noord eiland zijn een
nachtmerrie voor ons aangezien wij, om nog wat indrukken onderweg op te doen,
ons niet met de maximum snelheid van 100 km/h. verplaatsen en dus een obstakel
vormen voor het achterop komend verkeer die klaarblijkelijk speedy tickets voor
het mortuarium hebben. Gelukkig zijn de obstakels maar motoren en dus hoef je er
niet met een grote boog omheen om ze in te halen. Helaas hebben ze niet in de
gaten dat ze vlak achter Martins motor rijden die hierop voorbereid is en hen
snel duidelijk maakt dat inhalen geen enkel probleem is zolang men hiervoor maar
de andere rijstrook gebruikt. Af en toe kregen we tijdens het passeren het
'V'-teken. Wij hadden geen idee wat dit betekende maar de bijbehorende gezichten
spraken boekdelen, dus wisten we dat het niet met het vredesteken te maken had,
integendeel.
We namen ons intrek in een motelletje in Tokoroa en vandaaruit belden wij Jenny.
We moesten zo snel mogelijk komen en rond zes uur arriveerden we bij hun thuis
en kregen we thee en daarna was er een koningsmaaltijd en het feestvarken kwam
van eigen erf. Tonnnetje rond verlieten we Jenny en Dave. Nooit zullen we
vergeten hoe ze mijn motor met een quad over de slipperige weg naar Sandy Bay
hadden vervoerd. Mensen met een gouden hart en voor Jenny, die gek op borduren
was, hadden Pa & Ma een klein typisch Nederlands borduurwerkje meegenomen dat we
afgegeven hebben.
De volgende dag reden we verder zuidwaarts door een overweldigende natuur. De
natuur was heel bruin en had duidelijk regen nodig. Binnendoor over de 'Lost
Valley Highway' reden we door overweldigende en zeer onwerkelijk uitziende
landschappen. We kwamen door Whangamomona en daar leek het alsof de tijd had
stil gestaan. Er stond daar een hotel in niemandsland en de romantiek hield niet
op te bestaan: de koeien liepen door de dorpsstraat onder leiding van de
getrainde honden die alles keurig onder controle hielden. Een tafereel om nooit
te vergeten. Een plaatsje dat in 5 minuten onze harten gestolen had en we nooit
meer zullen vergeten.
Via een overnachting in het onindrukwekkende New Plymouth reden we de volgende
dag langs de kust om de berg Mount Egmont heen naar Hawera. Hier hadden we een
karweitje te verrichtten waar we, en vooral Martin, al maanden naar had
uitgekeken. Na alle ontberingen in Azië hadden we besloten om een andere
achterveer onder Martins motor te plaatsen die een heel stuk stugger was. Na een
lunch hebben we de oude veer verwijderd en de nieuwe gemonteerd waarna Robert
Taylor enkele malen op de achterkant van de motor drukte en vervolgens precies
wist hoeveel de veerinstelling aangepast moest worden. Vervolgens de veer
opnieuw, nu definitief, gemonteerd. Vervolgens mocht Martin er een testritje op
maken. Hij rapporteerde wel een enorm verschil maar had geen verdere op- en
aanmerkingen op de afstelling van de veer. Echt een verschil van dag en nacht en
eigenlijk had deze modificatie aan de motor voor het begin van de reis al moeten
geschieden. Het enige nadeel van de nieuwe veer was dat de achterzijde van
Martins motor aanzienlijk omhoog was gekomen en dat zorgde er voor dat het
opstappen om bij Martin achterop te gaan zitten veel moeilijker geworden is en
tevens dat hij zijn zijstandaard moest verlengen.
Nadat we Hawera, de volgende dag, hadden verlaten kwamen wij in de voetstappen
van Koningin Elizabeth terecht. In de vijftiger jaren had zij een bezoek aan
Masterton gebracht. Voor haar lag de rode loper uit, maar voor ons 'helaas
pindakaas'. We dronken een kopje koffie en zagen aan de overzijde van de straat
een hotelletje. In eerste instantie zag het er shabby uit, maar we besloten daar
toch een nachtje te blijven. De volgende dag begon er een schaapsscheerders
competitie en van heinde en ver waren schaapscheerders naar Masterton gekomen om
de troffee van de snelste en de beste schaapsscheerder in de wacht te slepen.
Wij waren niet echt in deze poppekraam geïnteresseerd en reden de volgende dag
door naar Wellington. Wellington is een super gezellige stad met voor elk wat
wils en is de hoofdstad van Nieuw Zeeland. Een populaire stad aangezien we grote
problemen hadden om accomodatie te vinden maar uiteindelijk vonden we toch wat
voor een nachtje. Een stad om op de terugweg zeker langer te bezoeken maar onze
veerboot vertrok de volgende dag reeds om ons naar het Zuid eiland over te
zetten. Deze keer namen we een andere maatschappij die veel onbekender was dan
die tijdens de overtocht met de camper. Graham had ons hierop geattendeerd en
deze maatschappij bleek veel knusser te zijn. Veel minder mensen en geen alcohol
aan boord en daarvoor was de koffie gratis. Een ander groot verschil was het
weer, met de camper schoten de vrachtwagens wel 5 meter de lucht in en deze keer
was de Cook Strait zo glad als een spiegeltje. De zeegoden waren met ons en in
het bijzonder met mij. Verder deden de 'zeeziek' pillen het ook goed en we
genoten van het uitzicht vanaf de boeg en zagen de dolfijnen met zes tegelijk
naar de boot toe springen. Deze momenten zijn moeilijk op foto vast te leggen
(vooral met een trage digitale camera) en we deden dan ook geen moeite.
Om kwart over vier die dag arriveerden we in Picton en we voelden ons niet in
top vorm. We vroegen ons af wat er met ons aan de hand was. We kwamen tot de
ontdekking dat we de laatste tijd enorm geleefd waren. We hadden wederom weer
moeite een plekje voor de nacht te vinden en uiteindelijk zijn we bij een bed en
breakfast aan beland. We bleven er twee nachten en hadden wat avontuur nodig. De
Marlborough Sounds, het noorden van het Zuid eiland, is enorm mooi en er zijn
vele gravel wegen. Deze wegen zijn voor Martin altijd een spekkie naar zijn
bekkie (nu met zijn nieuwe achterveer helemaal) en ik word er niet heet of koud
van, zolang ik maar bij hem achterop zit. We reden eerst over een weg langs de
oostkust in de vroege ochtend. Het uitzicht vanaf de kust was subliem en het
geheel was in nevelen gehuld. De mystiek van het ochtendgloren was een waar
genot.
XXX |
De gravelweg was goed te berijden en
we gingen voor het volgende uitstapje, dat ons een schiereiland op voerde tot
aan Titirangi Bay. We waren best wel moe en het was 29 kilometer gravelweg om er
te komen. Maar onze beloning was groot toen we over een 'pas' van 700 meter heen
reden en Titirangi Bay beneden zagen liggen. In de namiddag genoten we van de
enorme rust en het zonlicht dat in de zee weerkaatste op de kust en de vele
eilanden die het goudgele oppervlak 'verstoorden'. We realiseerden ons dat dit
een moment was wat we niet snel weer zullen meemaken dus genoten we er maar
geruime tijd van. Het trachten om deze schoonheid op foto vast te leggen is een
hopeloze zaak maar toch hebben we een poging gewaagd, maar tevergeefs. Men zal
zelf hierheen moeten reizen om deze schoonheid te ervaren. Het was prachtig en
de weg naar beneden was in ieder geval voor mij adembenemend. Ik was maar wat
blij dat Martin zo ervaren was en genietend (met af en toe een klein onderdrukt
angstgilletje) zat ik achterop. Ruig en desolaat was het landschap en aan het
einde van het pad lag een camping met vele zandvliegen die je er gratis en voor
niets bij kreeg. Die namen we er dus op de koop bij toe bij onze wandeling over
het strand. We moesten dezelfde weg terug rijden en het was al tegen het einde
van de middag toen we, moe maar voldaan, weer in Picton aan kwamen. Dit was een
perfecte dag geweest waarin wij onze batterij weer op hebben kunnen laden en dat
was precies wat we nodig hadden.
De volgende dag, zondag, reden we verder naar het zuiden naar St. Arnoud waar we
de 'Rainbow track' wilden rijden een route die niet op onze kaart stond maar
waar Graham ons op gewezen had. In St. Arnoud kregen we echter te horen dat het
vandaag de laatste dag was dat de track nog open was (slechts 3 maanden per
jaar) maar de ruige 121 km konden we nooit in 2 uur redden. Dat was een flinke
streep door onze rekening dus maar besloten om naar Murchison door te rijden en
daar een 'backpackers', The Lazy Cow genaamd, in gedoken om een nieuwe route uit
te stippelen.
The Lazy Cow had veel weg van een mannen huishouden en samen met een Amerikaans
meisje waren wij de enige vrouwen. De sfeer in huis was knus en huiselijk. Vier
jongens verbleven er reeds enkele maanden en ik kon hun 'fastfood'-mentaliteit
niet uitstaan zodat ik voor de hele mispoche aan het koken was. Het werd door
een ieder zeer gewaardeerd en we hadden gezellige maaltijden waarbij alles
opgegeten werd. We zouden er één nachtje blijven maar uiteindelijk moesten we
onszelf na vier nachten dwingen om weer verder te gaan, al werden we wel door de
jongens 'bedreigd' dat ze onze motoren wel onklaar zouden maken. Adam, de
jongste telg van het gezelschap, begon me zelfs al 'Mum' te noemen waar we wel
om konden lachen. Hij had een ontsteking aan zijn been zodat Martin hem voor
vertrek nog naar de kliniek bracht zodat we later dan gepland vertrokken.
Er wachtte ons een heerlijke route en we waren omgeven door de bergen en reden
zelfs door een kloof. Hier voelden wij ons als een vis in het water, en zeker op
een motor. We waren op weg naar Hokitika, aan de westkust, waar wij met Ross &
Judy hadden afgesproken omdat daar het komend weekend het jaarlijkse 'Wild Food
Festival' gehouden zou worden. Er werden enkele tienduizenden mensen verwacht,
dus het zou moeilijk worden om een hotelletje te vinden. Het geluk was weer eens
met de domme, want 10 minuten voordat ik de eigenares van Waters Edge Lodge
belde had er iemand afgebeld en dus hadden wij de laatste kamer. Ross & Judy
kwamen voor een dagje over dus hadden niet het probleem om accomodatie te
vinden. Ross was in Hokitika geboren en dus hadden we afgesproken bij het kanon.
Helaas had men recentelijk het kanon van het park naar de kade verplaatst dus
hadden we wat moeite om elkaar te vinden maar het lukte.
XXX |
Het was een enorme bende in de stad en
overal waren laveloze mensen. Tenten waren werkelijk overal neergezet waar maar
iets gras stond (zelfs de middenberm) en het zuipen was de avond ervoor al
begonnen toen wij in de stad waren voor de gezelligheid maar snel weer
vertrokken waren. Er moest NZD 15,- entree betaald worden en hier bovenop nog
voor ieder hapje tussen de NZD 2,- en NZD 4,-. De meest exotische snacks waren
er te koop, en de meesten waren van het kaliber dat normaal je voor geen goud
zelfs gratis wilde
eten, laat staan er voor te betalen. Wormen en larven werden vers uit een stronk
gehaald en op verschillende wijze gepresenteerd. Judy gaf een demonstratie van
een broodje worst, alleen was het 'worstje' van een stiere penis gemaakt. Het
worstje was niet te pruimen dus, al speelde psyche ook wel een hele grote rol in
mee. Niet alle snacks waren echter wat ze leken te zijn, zo bestond de 'Possum
poo' niet uit keutels maar 'slechts' uit krenten. En wij? Tsja, wij zijn en
blijven nuchtere Hollanders en lieten de meest exotische snacks aan onze neus
voorbij gaan; wij zijn toch al niet van die grote eters! Er werden ook
oliebollen verkocht al hadden ze deze geen exotische naam gegeven. Het was voor
ons een leuke gelegenheid om vrienden weer terug te zien doch zo'n 'Wild Food
Festival' was niet echt onze soort van vermaak. We verlieten het festival na
enkele uren en sloten de leuke en gezellige dag met Ross & Judy af met een
wandeling langs een nabij gelegen meer waar Ross ons veel over de lokale
vegetatie vertelde.
Nadat de rust na het festival weer was wedergekeerd en de bezoekers weer
vertrokken waren begon voor ons het genieten van Waters Edge Lodge. Vanuit de
tuin kom je direkt het strand op lopen. Tijdens zonsondergang zagen we dolfijnen
in de branding spelen. We sliepen elke avond dan ook als roosjes met het geruis
van de branding op de achtergrond nadat we eerst een groot kampvuur op het
strand gemaakt hadden aangezien daar toch genoeg drijfhout lag, waarbij we vaak
gezelschap van de huishond Bo kregen. Nodeloos te zeggen dat we genoten van de
rust en dus een perfekte lokatie om ons verslag bij te werken. We
liepen al ver achter en er zaten nog vele avonturen op ons te wachten. Toch was
het na 5 dagen wel mooi geweest en nadat het verslag verstuurd was was er voor
ons geen reden meer om nog langer te blijven.
XXX |
Toch was ik er niet echt happig op om verder te gaan aangezien er weer een paar
leeuwen en beren op mijn pad waren verschenen. Ik dacht, ik dacht........!!!
Vandaag moesten we over de 'Arthurs Pass' door de bergen... en ik dacht dat
gelijk aan de passen die Martin in Pakistan had genomen over onverharde wegen
pal naast een diepe afgrond. Maar getracht niet te veel van deze ongerustheid te
laten merken en gewoon gaan rijden. 'Arthurs Pass' bleek echter een schitterende
pas te zijn met verharde wegen en een geweldig uitzicht. We vonden het zo leuk
dat we hem twee keer gereden hebben, ook omdat Ross gezegd had dat de pas er in
de andere richting er compleet anders uit zag en daar had hij gelijk in. Het was
een schitterende dag waarin we volop genoten hebben en die eindigde in Ashburton
waar we bij Brians ouders overnachtten om onze belofte van afgelopen Kerst in te
lossen. We werden door hen enorm in de watten gelegd en we sliepen op onze
matrasjes in de huiskamer, want Morien, een zus van 82 jaar, logeerde er ook.
De volgende ochtend namen we al weer afscheid omdat we een beetje 'haast'
hadden. We zaten weer helemaal in het ritme van het rijden met motoren en het
was duidelijk te merken dat de herfst hier zijn intrede begon te doen. De
nachten zijn kouder en overdag duurt het langer voordat het warmer wordt. Het is
lekker zolang de zon zijn gezicht laat zien, maar het wordt gelijk koeler zodra
de zon verdwijnt. We zijn echter niet van suiker, dus kleedden wij ons met een
extra laag en de handverwarming ging lekker aan (weet je nog Ruud?). We hadden
de gehele dag gereden en toen wij boodschappen hadden gedaan voor ons diner kwam
er een man naar ons toe en begon een praatje. Hij had een camping en alhoewel
deze 12 kilometer verderop bleek te liggen, was dit geen probleem voor ons. We
mochten er gratis slapen en van de faciliteiten gebruik maken. Zijn zus had de
grond afgelopen oktober gekocht en we zouden alleen vroeg gewekt worden
aangezien dit een camping in wording was en men druk bezig was om elektrische
kabels te leggen voor de stroom. Michael en zijn zuster waren enorm hartelijke
mensen en na een uitgebreide rondleiding vertrokken we weer niet wetende hoe
deze dag zou verlopen. Tijdens onze reis met de camper hadden we tijdens een
koffiepauze langs de weg Peter ontmoet, een boer die ons had uitgenodigd om eens
bij hem langs te komen. Wij hadden de GPS-coördinaten vastgelegd en dus belden
we die dag bij hem aan. Helen, zijn vrouw, haalde gelijk wat extra vlees uit de
vriezer en Peter schilde een extra aardappel. Terwijl het eten stond te
pruttelen gaf Helen ons een rondleiding over de boerderij. Het was een enorme
boerderij met meer dan 500 melkkoeien en nog meer schapen. Peter had weinig tijd
aangezien hij het jaarverslag af moest maken en dit al meerdere malen uitgesteld
had. Tijdens de lunch kwam het onderwerp schaapscheren ter sprake en na een
telefoontje had Peter uitgevogeld waar zijn zoon Jason uit hing. Deze was
namelijk professioneel schaapsscheerder en Helen nam ons mee naar de boerderij
waar er op los geschoren werd. We arriveerden er vlak voor de 'Smoko', de
rustpauze, zodat we er op los konden fotograferen. We kregen van alle kanten
achtergrond informatie dus nu weten we alles van schapen, het scheren en hun
wol.
XXX |
De schapen die geschoren werden waren
zo rond de 18 maanden oud en hun jasje werd dus nog voor de winter uit getrokken
zodat deze sneller weer aan groeit. Voordat de schapen geschoren worden moeten
ze droog zijn en de dag ervoor worden ze in een ruimte geplaats en blijven dan
nuchter totdat ze geschoren zijn. Het was indrukwekkend om dit eens mee te
maken. Daar Helen ons ook nog het melken van de koeien wilde laten zien was het
doorrijden geblazen en we konden nog een gedeelte van het melken meemaken. Op
een enorme caroussel draaiden zo'n 50 koeien gelijktijdig in de rondte en naar
voltooiing van het rondje waren ze gemolken. Ik mocht meehelpen met het plaatsen
van de zuignappen over de uiers en al snel wist ik wat er van mij gevraagd werd
en onderwijl toch even opkijken naar het achterwerk van de koe of er per abuis
niet wat uit viel. Mijn armen zaten na afloop toch onder de koeienvlaai maar met
een beetje water waste je alles zo weg. Het was tegen de klok van vijf uur dat
we afscheid van Peter en Helen namen, ze hartelijk bedankten voor ons dagje op
de boerderij en op de motor stapten om vervolgens nog een plekje voor de nacht
te zoeken. Doordat we langer op de boerderij waren gebleven dan verwacht moest
de 21 kilometer gravelweg maar wachten tot de volgende morgen en op een
DOC-camping sloegen we onze tent op. We waren hondsmoe, de lucht was donker en
dreigend en een koude wind joeg om de tent. Laten we de zandvliegen dan nog maar
niet noemen, die rot beesten vind je overal. Die nacht hoorde ik iets wat ik
liever niet wilde horen: het regende en dit bleef maar aanhouden.
De volgende morgen ging Martin in de gezamelijke keuken zijn dagboek
bijschrijven terwijl ik me nog een keer om draaide in de tent. Het regende nog
steeds met intervallen en het vooruitzicht om de tent drijfnat in te pakken
stemde me niet echt vrolijk maar we moesten verder dus hadden we geen keus.
Martin was echter positief en ik was al lang blij dat er nog iemand was die het
zag zitten. Mijn haar in de vlecht krijgen was eenvoudig maar vervolgens een
begin getracht te maken om onze matjes in de hoezen te krijgen maar dat is een
karwei waar Martin veel beter in is, zeker vroeg in de ochtend. Maar als je het
niet probeert dan weet je nooit of het je lukt. Na een worstelpartij had ik er
eentje in. Snel Martin gehaald voor het ontbijt en toen... begon het weer te
regenen. Snel naar de keuken voor beschutting onder het mom van koffie en van
het ene kopje rolden we in het andere. Nadat de regen ophield had de vele koffie
het gewenste resultaat: ik werd hyper-actief tot ergenis van Martin die het
gevoel had dat ik hem met een matteklopper achter de broek aan zat.
Het leukste van deze dag zou nog komen: 21 kilometer gravelweg en wat voor
gravel met deze regen: blub, blub en nog eens blub. Het rijden op gravel vergt
voor mij de nodige mentale voorbereiding maar hoe lang deze voorbereiding ook
duurt, het is nooit lang genoeg om er klaar voor te zijn. Ik doe dan maar gewoon
mijn oogkleppen op, geef rustig gas en op de automatische piloot (goed naar
Martin kijken) probeer ik me voor te doen als een balerina. Gelukkig heb ik geen
tijd om na te denken over wat er allemaal wel niet mis kan gaan. Martin vindt
gravel altijd een feestje en misschien komt er ooit nog een dag dat ik het ook
leuk ga vinden. Die dag is echter nog niet aangebroken... maar ik sla me er wel
doorheen. We vorderden gestaag en kwamen nog een eenzame fietser tegen, die we
gelukkig konden maken met een paar oude tandenborstels, om zijn modderige
ketting schoon te maken, en een snoepje want meer hadden we niet in de
aanbieding.
Wij vervolgden weer onze weg en met de instructie van Martin om vooral het gas
er op te houden hadden we de 21 kilometers afgelegd voor ik er erg in had. Onze
motoren zaten flink onder de modder en wijzelf niet minder. We waren wel lekker
in het zadel gebleven en daar doe je het toch allemaal voor. Ik was best wel
trots op mijzelf toen we rond het middaguur Invercargill binnen reden maar een
'hoempa, hoempa, hoempa tetere' ontvangst had ik toch niet verwacht. Het bleek
ook niet voor ons te zijn maar er was een drumband competitie gaande. Niet erg
hoor, maar alle accomodatie was volgeboekt en we reden tevergeefs van het ene
onderdak na het ander. We hadden in februari al een uitnodiging van Peter
Grandiek, een ex-Nederlander die al 49 jaar in Nieuw Zeeland woonde, gekregen om
zijn hertenfarm te bezoeken en daar te overnachten waar we dus maar
noodgedwongen gebruik van moesten maken. Zijn boerderij was lastig te vinden
maar toen we er eindelijk een molen naast de voordeur zagen staan wisten we dat
we goed zaten en werden wij heel hartelijk door Jenny, zijn vrouw, onthaald. Ze
vroeg direkt of wij bleven slapen, nog voor dat we een woord hadden kunnen
uitbrengen. Het was zo'n warm onthaal en idem toen Peter ons zag. Het was fijn
daar te zijn. Het huis was onmiskenbaar van een Nederlander gezien de
Delftsblauwe borden, molentjes, klompen en dergelijke maar het bleek de ras
Nieuw Zeelandse Jenny te zijn die deze spullen verzamelde en niet Peter!
We werden de volgende dag reeds om vijf uur wakker toen we Peters bokken hoorden
brullen. Het is een soort oerkreten die van heel diep komt. Het was namelijk de
bronsttijd voor de herten. Ook was de klok vannacht een uur terug gezet, dus dit
betekende een uur langer slapen voor ons. Het was inmidddels zondagmorgen en
nadat we waren aangekleed genoten we van een heerlijk ontbijt met Weet-bix en
honing. Jenny ging eerder naar de kerk, omdat zij dirigente was van het kerkkoor
en wij reden met Peter mee. De kerk was erg vertrouwd want we waren hier op 9
februari jl. ook al geweest. Ook nu werd er na de dienst koffie gedronken en
vervolgens ging Martin met Peter naar huis en ben ik met Jenny mee naar huis
gereden. Autorijden is niet haar sterkste punt en met gevaar voor eigen leven
zat ik naast haar, maar zonder brokken kwamen we op de boerderij terug.
Peter wilde ons nog de herten laten zien. Eerst werden de stallen bezichtigd en
de machine waarmee hij de dieren klem zet om bijvoorbeeld de geweien af te
zagen. Hij fokte al lang herten en had alles middels uitproberen zelf moeten
ontdekken. Vervolgens reden we met een quad de wei in en Martin en ik zaten op
de aanhanger met hooibalen en krachtvoer. Het leek wel een feestje voor de
herten want ze kregen extra te snoepen als lokkertje om ze dichterbij te laten
komen maar het bleven hele schichtige dieren. In de eerste weide stonden hindes
met hun ongeveer 4 maanden oude bambi's tezamen met een 6 jaar oude bok die in
de bronsttijd zijn kudde goed in de gaten hield. In de tweede weide liepen 30
bokken rond die helaas naast de pot pisten aangezien zij niet door Peter
uitverkoren waren voor de hindes. Ze hadden alleen nog een kans als een bok zijn
taak liet versloffen. In deze wei was veel minder achterdocht zodat ze veel
dichterbij kwam en er eentje zelfs een enkele deernuts uit mijn hand at.
XXX |
In de laatste weide was er wederom grote achterdocht van de bok die zijn hindes
bij het hek weg hield. Althans dat trachtte hij maar met 26 hindes in de kudde
waren er altijd wel enkelen die toch heel even
dicht bij het hek kwamen om de lekkere versnaperingen op te eten. We bleven hier
een lange tijd naar kijken, want het was enorm boeiend te zien hoe de bok zijn
dames in toom trachtte te houden. De bok wordt begin maart bij de hindes
geplaatst en blijft hier dan tot ongeveer half april (het is dan herfst op het
zuidelijk halfrond!). In dit tijdsbestek verliest de bok ongeveer 80 à 100 kilo
in gewicht. Hij doet er alles aan om over ze te waken en ze te beschermen tegen
invloeden van buiten en vooral andere bokken. Hij neemt zijn taak zo serieus dat
hij nagenoeg geen tijd heeft om te eten en Peter moet oppassen dat zo'n bok niet
teveel in gewicht verliest. Wanneer de bok in het wild is dan bestaat de kans
dat hij sterft aan gewichtsverlies en uitputting. Niet voor niets is de sterkste
dus de leider. In het wild wordt een ziek hert verjaagd. De dracht van een hert
varieert tussen de 256 tot 265 dagen. De bronsttijd is 1 keer per jaar. Een
hinde is slechts dertig minuten vruchtbaar in een cyclus van 18 dagen. Tijdens
de dekking komen alle vier poten van de bok van de grond zodat de hinde enkele
meters voort geduwd wordt. In het wild wordt een jong ongeveer 10 maanden
gespeend. In de bronsttijd is het gewei een machtig wapen in de strijd om uit te
maken wie de sterkste bok is. Het gewei van een bok valt in de maand september
van zijn kop af. Binnen 70 dagen groeit dit echter weer uit tot een vol gewei.
Van de herten die op de boerderij leven wordt het gewei vlak voordat het
volgroeid is afgezaagd, voordat de 'royals' (drievoudige vertakking) volgroeid
zijn. De procedure voor het afzagen van het gewei is als volgt: Er wordt eerst
enkele (4 à 5) plaatselijke verdovingen toegediend rond het gewei, een
verdovingsinjectie zoals bij de tandarts. Vervolgens wordt er een rubberen band
(pedicli) om het gewei gedraaid om de bloedstroom te stoppen. Na het afzagen
wordt de rubberen band weer verwijderd. Het afgezaagde gewei wordt omgekeerd
gedroogd, zodat het bloed er in blijft, ingevroren en verkocht voor goed geld.
Er worden medicijnen van gemaakt die vooral op de Aziatische markt goed worden
verkocht. Het was een hele leerzame dag waarin ik vele foto's gemaakt heb; een
dag om niet te vergeten. De volgende dag namen we al weer afscheid van Peter &
Jenny maar niet nadat we een repetitie van het koor van de Nederlandse Club
meegemaakt hadden waar Jenny ook dirigente van was. Ze zongen niet alleen
Nederlandstalige liedjes, maar ook Franse en zelfs Russische liedjes.
Vanuit Invercargill was het een kort ritje naar Bluff dat gezien wordt als de
zuidpunt van Nieuw Zeeland. We hadden nu het hele land doorkruist en konden we
terug naar Auckland, maar wel in een rustig tempo. We reden door vele heuvels
bezaait met schapen die als witte bolletjes op de dorre heuvels pronkten.
Via het westen reden we
naar de Fjordlands en na een dag rijden kwamen we in Manapouri aan. We besloten
om hier te blijven en een tocht naar de Doubtful Sound te maken. Deze sound is
(nog) niet zo toeristich als de Milford Sound en met een kleine boot, maximaal
12 personen, vertrokken we om kwart voor tien met de Kapitein en Ketelbinkie aan
boord. De bergen lagen nog in de nevel gehuld en de wind maakte het enorm koud.
De echte bikkels bleven buiten en naarmate de tijd verstreek werd het weer
zonniger en dus warmer. Aan de overzijde van Lake Manapouri bezochten we een
ondergrondse waterkracht centrale en vervolgens werden we per bus een pas over
gereden om uiteindelijk bij het begin van de Doubtful Sound uit te komen en in
een andere boot de tocht naar de zee door de fjorden te maken. Onze kapitein (de
echte!) wist enorm veel te vertellen over de historie en de achtergronden en we
genoten van de steile bergen die de fjord omringden. Toen we uiteindelijk bij de
open zee uit kwamen bleken de golven te hoog te zijn om naar een verderop
gelegen zeehonden kolonie te varen. Het was nu al niet leuk meer om op een
dansende boot te zitten. Hij kon mij niet snel genoeg omdraaien om de
beschutting van de fjord weer op te zoeken. In een zij-inham bleken wij niet
alleen te zijn. Drie dolfijnen, 'bottlenose' dolfijnen, gaven blijk van hun
aanwezigheid en speelden naast onze boot en sprongen regelmatig uit het water.
Het was toch tijd voor thee dus we genoten dubbel-op. Mark, onze kapitein,
besloot te kijken of zij met golven van de boot wilden spelen en daar werd
dankbaar door de dolfijnen op gereageerd. Ze zwommen door onze boeggolf en
sprongen naast de boot uit het water omhoog. Een unieke foto mogelijkheid die
vakkundig om zeep geholpen werd doordat uitgerekend op dat moment de kaart van
onze camera vol bleek te zijn en tegen de tijd dat er een nieuwe kaart in zat
waren de dolfijnen reeds uitgespeeld. "Helaas heb je van de mooiste momenten in
je leven geen foto's" zeg ik dan altijd maar en niemand neemt ons dit mooie
moment ooit af. Toch stuurde later een reisgenoot nog een foto van de springende
dolfijnen zodat mijn slogan deze keer gelukkig niet op bleek te gaan.
XXX |
We hadden een email van onze Deense
vrienden Poul en Pia ontvangen dat zij hun auto in Brisbane in de container
gepakt hadden en besloten hadden om Nieuw Zeeland in twee weken te gaan
verkennen voor zij naar Zuid Amerika doorvlogen. We hadden na overleg
afgesproken elkaar in Queenstown te treffen en zo kwamen wij daar weer terug.
Het was een ramp om een slaapplaats voor de nacht te vinden maar toen ons dat
uiteindelijk gelukt was hadden we als bonus een extra bed zodat Poul & Pia
tenminste niet hoefden te zoeken. Het is onnodig te zeggen dat het heerlijk was
om elkaar weer terug te zien (sinds Bangkok) en tijd samen door te brengen. Pa &
Ma weten onze slogan inmiddels maar al te goed: "Je moet altijd een reden hebben
om weer terug te komen". En ook in Queenstown hadden we het nodige met de camper
laten liggen dat we nu alsnog konden doen. We waren nog niet met de stoomboot
het meer op geweest en Martin wilde persé de Skippers Canyon rijden en wat
Martin in zijn kop heeft dat heeft hij niet in zijn tochus zitten. Dus de
volgende morgen waren we al vroeg op pad om het Wakatipu meer op te varen onder
het genot van een flinke roetmop aan kolen en stoom. Het was zoals men zegt:
"The good old days". De zon stond stralend aan de hemel in een strak blauwe
lucht en de bergen gaven blijk van hun grootse schoonheid in het zonlicht.
XXX |
Die middag reden we samen de Skippers Road door de gelijknamige Canyon. Voordat je
deze weg op rijdt word je bestookt met waarschuwingen dat het een gevaarlijke
weg is waar je voorzichtig moet rijden. Het deed Martin (en ook Poul & Pia)
enorm aan Pakistan denken. Ik had een zeer wijzelijke beslissing genomen om bij
mijn bikkel achterop te gaan zitten zodat ik mij geen zorgen hoefde te maken
over smalle wegen met los zand geflankeerd door een diepe afgrond en ik volop
van deze onwezelijke omgeving kon genieten. Ik zat de eerste momenten van de rit
achterop met ingehouden adem om alles op me in te laten werken. Links naast mij
zag ik een steile rotswand omhoog torenen terwijl rechts van mij een 150 à 200
meter diep ravijn met een rivier mij aangaapte. Nu kan Martin geen koffiedik
kijken, al zou ik wel eens willen, maar mijn versnelde ademhaling was geen
verrassing voor hem. Het was een overweldigende omgeving zodat we vaak stopten
om foto's van de omgeving en van elkaar te maken. In zo'n omgeving voel je je
enorm klein. Het was ongetwijfeld het hoogtepunt van onze reis door Nieuw
Zeeland tot op heden en het bezorgde
ons een geweldige dag. Terug in het hotel wisselden we elkaars foto's uit
terwijl Poul & Pia het eten bereidden. Het was al weer onze laatste dag samen en
de tijd was gewoon voorbij gevlogen. We gingen die nacht vroeg slapen en voor we
het wisten zei niemand meer iets en kon je de intense ademhaling van een ieder
horen. De volgende morgen was het afscheid daar en het viel ons zwaar temeer
daar we niet wisten wanneer we elkaar weer terug zouden zien.
XXX |
We gingen terug naar de Fjordlands om onze rondrit weer op te pikken waar we hem
hadden laten liggen: Milford Sound. Helaas was inmiddels het weer omgeslagen en
reden we de donkere wolken tegemoet. De Homer tunnel, 1.219 meter lang en zonder
enige verlichting, was een ervaring op zichzelf. De tunnel was niet breed en
hoog en de vele tegemoetkomende toeristenbussen reden met de alarmlichten aan
gewoon op het midden van de weg. Hier werd ik niet vrolijk van maar ik had geen
tijd om na te denken. Of het eng was? Tja, wat zullen we daar op zeggen. Het
maakt niet uit of je bang bent want je moet er toch doorheen. Ik heb altijd nog
de mazzel dat Martin als een rots in de branding voor mij uit rijdt en ook
vandaag was hij er weer om zijn Ketelbinkie veilig door de donkere tunnel te
leiden. Uit de tunnel komend waren we ineens omringd door reuzen van bergen.
Niet alleen de bergen, maar ook de regen heette ons welkom. Wij dachten dat
Milford Sound een 'normaal' dorp was maar er was weinig meer dan 2 hotels die
bovendien zo vol waren dat we alleen nog op de slaapzaal terecht konden. En
aangezien de tent ons ook niet aantrok in de regen kozen we eieren voor ons
geld. We werden verder bestookt door gepassioneerde zandvliegen en het waren er
1000 in een dozijn die je echt gek kunnen maken in een seconde tijd, iets waar
ook Pa & Ma alles van af weten! We sliepen gescheiden in een stapelbed en ik
deed bijna geen oog dicht terwijl Martin op safari was in dromenland. Wat kan
een nacht lang duren als je in het donker ligt te koekeloeren en je geen kant op
kunt. Toen Martin vroeg in de morgen naar het toilet was geweest en hij me bij
zich riep wist ik niet hoe snel ik in zijn armen moest kruipen en met zijn grote
armen op mij heen sliep ik snel in terwijl hij nu wakker lag vast ingeklemd
tussen zijn liefje en de muur. Bij het opstaan wisten we het al zeker: Wij
wilden zo snel mogelijk weg hier. Het was er koud, bewolkt en ik voelde me er
opgesloten zo dicht omringd door bergen. Na een korte blik in de Milford Sound
(de Doubtful Sound was mooier) reden we terug naar de Homertunnel. Ze waren met
weg werkzaamheden bezig en je moest goed opletten waar je reed in het donker.
Maar op onze motoren kwamen we er weer goed van af en we reden in een flink
tempo terug naar Te Anau (120 km) waarr wij ons tegoed konden doen aan een
lekker kopje koffie. Peter, de boeren 'boekhouder', had ons een
routebeschrijving van een mooie route naar Roxburgh opgeschreven over kleine
weggetjes die we volgden en zeer de moeite waard bleek te zijn. Hierdoor werd
het echter wel een lange dag en we hadden niet gedacht dat Roxburgh alsnog
zouden halen.
Roxburgh bleek een allerliefst klein plaatsje te zijn waar we overnachtten in
een oud hotel dat zijn glorietijd gehad had. Wij vonden het jammer dat het
omgevormd was tot een backpackers guesthouse aangezien dat het gebouw niet ten
goede kwam. Pam & John waren beiden alleraardigste mensen die ons een mooie
grote kamer gaven. Hier waren we in eerste instantie enorm blij mee maar al 's
avonds ondervonden we het grote nadeel: het lag twee meter van de keuken
vandaan. Wij waren uitgeput en lagen op tijd in bed maar de keuken was de
centrale ruimte waar alle verhalen tijdens het koken en eten werden uitgewisseld
en dus kwam er een ware kakafonie van geluiden vandaan. Om 22 uur werd de keuken
gelukkig gesloten maar ging de volgende morgen om 6 uur al weer open. De meeste
mensen in het hotel waren toeristen die er een zakcentje bij probeerden te
verdienen met het plukken van allerlei vruchten op kwekerijen in de omgeving en
er dus al weer vroeg uit moesten. Om 6 uur was het in de keuken al een lawaai
van jewelste en om half zeven was het nummertjes trekken voor de wc. Hier kregen
we geen rust en we besloten om eieren voor ons geld te kiezen en om acht uur
waren we al de deur uit en streken neer in een motel 2 kilometer buiten het
dorp. We kwamen tussen de appelgaarden, de paarden en het pluimvee terecht, maar
bovenal kregen we er de rust die we zo hard nodig hadden. Het weer was
uitstekend en zulke dagen bieden je de mogelijkheid om er op uit te trekken en
de omgeving te gaan verkennen. Dat waren we van plan ook aangezien we van
verschillende zijden op deze mooie omgeving geattendeerd waren. Maar eerst was
er tijd voor het thuisfront. Al tijden hadden we geen mails meer geschreven
aangezien we of geen tijd hadden of geen mogelijkheid. Al reizend heb je gewoon
niet de luxe van thuis dat je elk moment alles bij de hand heb. Let wel, wij
klagen niet maar als je dan wel de mogelijkheid hebt dan moet je die ook
aangrijpen.
XXX |
Martin had al lange tijd twee mooie tochten hier in gedachten en als hij het
over een rondje heeft, dan weet ik niet hoe snel ik bij hem achterop moet gaan
zitten. Een rondje betekent altijd iets ongewoons en echt avontuurlijk en dan
zit ik liever bij hem achterop. Het eerste rondje begon al vlak bij ons motel en
de weg die wij insloegen had de toepasselijke naam 'Loop Road'. De weg, gravel
uiteraard Martin kennende, voerde ons ver van de bewoonde wereld vandaan door
een soort maanlandschap. De gravelweg was eigenlijk meer een track dan een weg
en voerde ons door een desolate omgeving met kale glooiende heuvels bedekt met
een sporadisch polletje geel gras. Het land was door de droogte enorm verarmd.
Alleen enkele schapen probeerden nog hun kostje bij elkaar te sprokkelen. We
voelden ons alleen op de wereld en we genoten 100% totdat... we twee campers
tegen kwamen. Aaarrrggghhh, zijn er dan helemaal geen plekken in Nieuw Zeeland
waar er geen campers zijn? We begonnen zo langzamerhand te geloven van niet. Ons
rondje voerde ons echter langs een track, afgesloten met een hek, waar met
borden gewaarschuwd werd dat deze track ongeschikt was voor auto's. Nou, hier
komen we dus zeker geen campers tegen en een echt spekkie naar Martins bekkie.
De borden deden het ergste vrezen en het was ook wel een ruige track maar het
kon niet tippen aan de wegen in de Himalaya en met Martins ervaring was het een
peuleschilletje. We kregen nog een leuke verrassing voorgeschoteld aangezien er
een stroompje genomen moest worden. Niet moeilijk maar altijd goed voor leuke
foto's en dus zou ik, als een goed geoefende fotograaf, het evenement wel even
op foto vastleggen. Martin reed de eerste keer rustig verkennend door het water
en daar maakte ik een mooie foto van.
Vervolgens reed hij terug en deze keer zou hij voor een spectaculaire foto wel
eens flink wat water laten opspatten. Met een stevige gang reed hij door het
water en het water spatte zo hoog op dat het over zijn windscherm heen stroomde.
Helaas kon de camera dit allemaal niet zo snel bolwerken en op de foto stond
alleen de achterzijde van de motor, niet echt een spectaculaire foto dus. Martin
stond inmiddels wel kletsnat naast me na te druppen, hij was nat tot in zijn
kruis... voor niets. We kregen er allebei de slappelach van en ik stelde voor om
het nog een derde keer te water te proberen, maar Martin had er zijn buik vol
van. Dus weer ging mijn slogan op "Van de mooiste momenten in je leven heb je
geen foto".
De track liep langs een meertje waar een scene van de film 'The Lord of the
Rings' opgenomen was. Het was een stuwmeer maar uiteraard is de dam niet in de
film te zien. Hij was wel hoog. Al verder rijdend veranderde het landschap
langzaam, overal doken grote keien op die op de vlakte lagen. De omgeving bleef
dus mooi en desolaat. De zon hulde het geheel in een mooi lijstje en wij genoten
met volle teugen. We reden door naar Alexandra waar we weer in de bewoonde
wereld terug kwamen en daar genoten van een welverdiend kopje koffie. De weg
terug naar Roxburgh bood ons ook een prachtig uitzicht (vanaf de hoofdweg) en
terwijl wij op weg waren naar ons kampement zagen wij een piepklein huisje dat
wij herkenden van een foto die Ross & Judy ons hadden laten zien. Dit huisje
vormde het beginpunt van ons tweede rondje maar dat avontuur was voor morgen,
voor vandaag hadden we weer genoeg beleefd en we kwamen moe maar voldaan in
Roxburgh terug.
XXX |
De volgende dag bleek het kleine huisje niet de weg te zijn die wij in gedachten
hadden. Ross & Judy hadden ons ook foto's laten zien van grote rotsen op een
heuveltop. Het enige andere herkenningspunt voor ons was een grote zendmast op
de heuveltop en die was niet zo heel moeilijk te vinden en toen was ook de
toegangsweg snel gevonden. De weg werd al snel een pad dat steil omhoog ging.
Alweer was ik blij dat ik achterop zat. Weer liet Martin zijn navigatie-gevoel
hem ook deze dag niet in de steek en ik heb grote bewondering zoals hij altijd
zijn weg weet te vinden, zelfs met de meest sumiere gegevens van Ross. Het
pad waarop wij ons op bevonden voerde ons naar de berg Mount Obelisk, als in
Obelix van Asterix, een berg van 1.695 meter. Voor mij was het niet alleen
passief genieten want het was mijn taak om elk hek te openen en te sluiten
anders ging het vee aan de wandel. Door de nieuwe achterveer is de achterkant
van Martins motor omhoog gekomen wat het achterop klimmen moeilijker maakt
helemaal als de grond ook nog eens afloopt. Martin stond even net niet stevig in
zijn schoenen en doordat ik te ver naar achteren hing doken we samen het zand
in. We spartelden weer omhoog en Lancelot hielp haar ridder weer in het zadel.
Voor we het wisten ging het pad 20% omhoog en achter en naast ons werden de
ravijnen en de dalen steeds dieper. De natuur en de vergezichten waren
overweldigend en wij konden niet weergeven wat ons ten deel was gevallen. Dit
samen met het prachtige weer deed ons beseffen dat we enorme bofkonten waren. Op
de top aangekomen reden we over een grote vlakte waar grote stenen uit opdoemden
en wij voelde ons als klein Duimpje tussen de reuzen. Wij zagen tot onze
verbazing mensen druk aan het werk. Ze waren bezig met werkzaamheden aan de
zendmast voordat de winter in zou vallen maar ze waren klaar en bezig om hun
boeltje bijeen te pakken en de afdaling naar beneden te maken. Van èèn van de
jongens kregen we de tip om een track langs de heuvelrug naar Roxburgh te
volgen, een ritje van zo'n vier uurtjes. We waren wel in voor een uitdaging,
maar toen we de track opreden werd deze al direct vrij slecht maar Martin kon
zich tenminste weer eens flink uitleven. De track deed ons denken aan Laos en
was het niet één van de gemakkelijkste wegen, doch we waren omringd door 100%
natuur en we genoten even zo veel. Op een splitsing moesten we gokken welke kant
we op moesten aangezien deze track niet op de kaart stond en al snel draaide de
track weg in de verkeerde richting. Het was echter veel te leuk om terug te
keren. Maar na zo'n 11 kilometer gereden te hebben brak ineens de
koppelingskabel. En dan sta je daar in niemandsland. Vanwege de zendmast konden
we wel de AA (ANWB) bellen maar waarschijnlijk zou dat wel even duren voordat ze
bij ons waren als ze al bij ons konden komen stonden. We hadden echter een
reservekabel bij ons die we meegenomen hadden vanuit Auckland maar in eerste
instantie konden we hem niet tussen de andere kabels vinden. Ik was niet
zenuwachtig maar toen Martin de koppelingskabel voor de dag haalde was ik wel
opgelucht. Het vervangen van de kabel was vervolgens snel gebeurd.
XXX |
Het weer werd inmiddels
slechter, we hadden geen eten, drinken of tent bij ons, nog maar voor zo'n 100
kilometer benzine, we betwijfelden of we wel op de juiste track zaten en niet
wisten hoeveel kilometer het nog naar Roxburgh was. Niet moeilijk om dan te
beslissen om terug te keren. Later ontdekten we dat we inderdaad op de verkeerde
weg hadden gezeten. We hadden een mooie afdaling naar beneden en de vergezichten
waren subliem. Beiden zagen we paarden los langs de weg staan en Martin zette de
motor uit. De paarden hadden ons al gade geslagen en volgden iedere beweging die
wij maakten. Martin wilde net een foto maken toen de leider van de kudde verhaal
bij ons wilde halen. Hij gedroeg zich zeer agressief en duldde geen
pottekijkers. Met mijn kennis van paarden gilde ik door de intercom dat we
onmiddelijk moesten wegwezen. Vanaf een veilige afstand namen we afscheid
middels een foto van deze edele viervoeters en een ervaring rijker!
De volgende dag moest ik zelf weer rijden en reden we noordwaarts omdat ik
Arrowtown graag wilde zien. Van veel mensen had ik gehoord dat dit een leuk
plaatsje was. Voor een toerist kan het wel een leuk plaatsje zijn maar voor een
motorrijder is de prachtige Kawara Gorge waar we eerst doorheen reden een veel
leukere plek en een ware lust voor het oog. Arrowtown viel ons verder enorm
tegen maar we konden er in ieder geval een kopje koffie drinken. Aauuww, de
prijs van een kop koffie was hier bijna het dubbele dan elders in Nieuw Zeeland!
Voor vertrek wilde Martin nog wel even van hun toilet gebruik maken waarbij hij
zeker naast de bril zou plassen van schrik en om de hoge koffieprijs te
rechtvaardigen, maar ze bleken niet eens over een toilet te beschikken; en dat
was voor hen maar goed ook. Maar snel op de motor gestapt en Arrowtown zo snel
mogelijk getracht te vergeten. Dat was niet moeilijk met de Crown Range als het
volgende programmapunt. Met haarspeldbochten slingerde de weg zich flink omhoog
en hadden we schitterende uitzichten over de vallei (weer een 'The Lord of the
Rings' shot) en konden we zelfs Queenstown zien liggen aan het meer. Volgens de
kaart zou er een stuk gravel tussen zitten maar dat bleek gelukkig niet meer zo
te zijn en dus kon ook ik genieten van de natuur. Je ziet langs de weg veel dode
aangereden possums, een nachtdier wat lijkt op een kruizing tussen een eekhoorn
en een kat. Niet
erg overigens aangezien deze dieren uit Australië afkomstig zijn en hier als
pest beschouwd worden (en in Australië een beschermde diersoort zijn). De
roofvogels die van onze motoren schrikken vliegen dan vlak naast de motoren op
wat telkens weer een schitterend gezicht blijft. Het is prachtig wanneer zij
opvliegen en hun vleugels uitslaan en jij alleen het nakijken hebt.
XXX |
We reden naar Wanaka en daar was ik eigenlijk heel hard aan een kop koffie toe
met een pitstop maar Martin had nog een verrassing voor mij in petto. We maakten
een klein uitstapje naar Glendhu Bay. Dit was een extra 20 kilometer (enkele
reis). Onderweg stopten we langs de weg voor een rustpauze en al liggende in het
grind hoorden wij tussen de heuvels de bokken brullen. Het was nog steeds
bronstijd en doordat we bij Peter op de hertenfarm waren geweest herkende wij
deze oergeluiden. Het riep herinneringen op en deed ons terug denken aan de
fijne tijd bij Peter & Jenny. De lucht van de koffie bereikte ons bij Glendhy
Bay en in een snel tempo reden wij terug naar Wanaka voor de welverdiende koffie
en bovendien wisten we dat we de komende 120 kilometers niets meer te drinken
kregen. We reden tussen de goudgele heuvels met vele schapen naar Omarama en we
waren de enige levende wezens in deze desolate omgeving. We hadden deze weg met
de camper ook al gereden dus de Lindis Pass was geen onbekende meer voor ons. In
Omarara waren waren onze knollen aardig op maar we konden er geen goede
accomodatie vinden en dus hadden we geen andere keuze dan door te rijden naar
Twizel.
Gedurende de eerste weken van onze rondreis door Nieuw Zeeland hadden we Brede
ontmoet en haar beloofd op te zoeken wanneer wij in de buurt waren. Dus belden
we haar op en ze stond er direct op dat we bij haar kwamen overnachtten als we
zelf voor ons avondeten wilden zorgen daar zij, als een berggids van een
respectabele 58 jaar maar met de energie van een 18-jarige, net een week rond in
de Nieuw Zeelandse Alpen doorgebracht had en dus niets in huis had. Dat was geen
probleem en ze kwam ons reeds tegemoet lopen toen we er aan kwamen rijden en
werden enorm warm en hartelijk ontvangen. Het eerste wat zij ons meedeelde was
dat we de volgende dag niet weg mochten. Gelukkig maar want de volgende dag
regende het pijpestelen. Ze had een nieuw computerbureau gekocht dat als een
bouwpakket in elkaar gezet moest worden. Zij zag dit niet zo zitten dus zetten
wij bureau maar voor haar in elkaar. Verder had ze ook nog een kettingzaag
gekocht al wist ze niet goed hoe dat ding werkte. Toen het droog was kreeg
Martin de eer hem in te wijden en zaagde in de tuin menig boompje om waarna wij
beiden de brokstukken verwerkten en opruimden.
Hij had de smaak snel te pakken maar een vogeltje dat met heel veel lawaai van
boom tot boom hopte leek hem te zeggen dat het wel genoeg geweest was. Brede was
het hier mee eens en vond dat ze wel genoeg hout voor de komende winter had.
Toen we terug waren bij het huis kwam hij nog even kwetteren alsof hij ons wilde
bedanken dat we gestopt waren. Het was een prachtig gezicht dit kleine wezentje
zo energiek bezig te zien. Het weer werd beter gedurende de ochtend en zo tegen
de klok van half twee kreeg Martin een nieuwe 'Biker-Babe' achterop aangezien we
Mt. Cook zouden gaan aanschouwen onder begeleiding van Brede, een echte gids. In
haar spijkerbroek en pispot helm, die ze altijd droeg tijdens het bergbeklimmen,
stapte ze bij Martin achterop de motor en ik moest enorm lachen bij het aanzien
van die twee. Ze zat een halve meter bij Martin vandaan met haar handen vast
omklemd aan het bagage rekje. Een scherpe bocht en Martin was haar kwijt
geweest. Ik adviseerde haar dus maar om Martin goed vast te houden en dicht
tegen hem aan te kruipen, want het was ook nog eens stervens koud en rijden met
een ijspegel achterop is ook niet alles.
XXX |
Vanuit Twizel was het toch nog zo'n 60 kilometer naar Mt. Cook en behalve een
aardig ritje betekende dit ook dat de weersgesteldheid nogal kan verschillen.
Mooi weer in Twizel, maar Mt. Cook lag gehuld in dikke bewolking; niet echt wat
we ons er van voorgesteld hadden. Maar we hadden nu tenminste de tijd om op
temperatuur te komen en rolden de ene koffie naar de andere koffie achterover.
Eileen, een vriendin van Brede, was ook komen opzoeken en gezamelijk dronken we
een kopje 'echte' Douwe Egberts koffie. Meer dan af en toe een korte glimp liet
de berg echter niet van zich zien en toen het begon te miezeren zijn we maar
terug gereden naar Twizel. Brede kon zich de luxe permiteren om zelfs Douwe
Egberts mee achter op de motor te nemen, iets
wat niet voor ons gold maar wij hadden daarvoor onze handvatverwarming. Op de
terugweg verloor Brede ineens haar helm en ik was de pineut om hem te zoeken. Ik
wist waar hij ongeveer lag en daar lag hij dan: een blauwe helm met nummer 51 er
op. De passerende bus met toeristen moeten een leuke middag middag gehad hebben
toen ze Brede zagen die de show stal achterop een Hollandse BMW. Bovendien werd
ze bij de kerk afgezet zodat ze nog op tijd was voor de mis. Haar helm en
handschoenen hebben wij maar mee terug genomen. Een onvergetelijke dag voor ons
allen.
Het weer zou de komende dagen er niet beter op worden, maar toch moesten wij
weer verder. De bedoeling was om de volgende dag naar Christchurch door te
rijden maar al snel begon het flink te regenen en, ondanks alle preventieve
kleding, waren we al snel intens koud en besloten we niet verder te rijden dan
Geraldine. Als twee verzopen katten doken we snel een motel in. Toch mopperden
we niet aangezien we veel schitterend weer gehad hadden en al geruime tijd
hadden we verhalen gehoord van de enorme droogte die het land teisterde. Goed
voor motorrijders maar voor de boeren die de winter in gingen met vee dat er
uitgemergeld uit zag was het een stuk minder. Ze moesten zelfs al een deel van
hun kudde af laten maken omdat ze anders niet genoeg voer voor de winter over
zouden houden. Dus eigenlijk waren wij (een beetje) blij dat het regende! Wij
namen dus maar een warme douche en hadden de tijd om deze dag aan de verslagen
te werken. Buiten gierde de wind en regen, maar wij zaten droog!
Ik had helaas de lange onderbroek niet uit de motteballen gehaald maar als we
alles van te voren hadden geweten dan hadden ik dit zeker gedaan aangezien het
weer de volgende dag niet beter was. Normaal ben ik stront eigenwijs, maar ik
begon nu al zelfs mijn regenbroek preventief aan te trekken. Nou ja, preventief?
Het was echt stervens koud op de motor en men zou kunnen denken dat er twee
idiote beren met coll en volledige bepakking voorbij reden. De sneeuwgrens was
gezakt tot 800 meter en dat terwijl wij zo rond de 400 meter reden. De bergen hadden dus schitterende besneeuwde toppen en het
waterige zonnetje bracht de temperatuur niet boven de 6 °C en dat terwijl men in
Nederland gezellig in het zonnetje onze verslagen zaten te lezen. Kom Martin,
het wordt tijd om warmere streken op te gaan zoeken! We kregen weer een koude
klets regen over ons heen en onder het genot van een stevig omklemd kop koffie
kwam er weer een beetje muziek in ons terug. Het was nog 58 kilometer naar
Christchurch maar toen waren we er dan eindelijk. Christchurch noemt zich een
stad, maar ademt de sfeer uit van een dorp. Heerlijk! We gingen op zoek naar een
slaapplekje en dit was eenvoudiger gezegd dan gedaan, want overal waar wij
kwamen was het vol en ook de prijzen waren enorm opgeblazen. We lieten de
'goedkope backpacker' hotelletjes uit de Lonely Planet, voor velen zo heilig als
een (reis)bijbel, links liggen en gingen we op ons gevoel af. Voor iets meer
geld heb je namelijk een riante kamer met keuken helemaal voor je zelf. We
hadden veel geluk aangezien we met de neus in de boter vielen en een compleet
ingerichte bungalow voor onszelf alleen hadden. Wel moeilijk hoor, aangezien we
nu moesten kiezen hoe we weer op temperatuur wilden komen: onder de douche of in
een ligbad. Toch maar voor de douche gekozen. Een heel mooi plekje wat we
koesterden en tevens een plekje voor onszelf waar we zo hard aan toe waren.
Op weg naar het internetcafé kwamen we twee Engelse overlanders, Cliff & Jenny
Batley, tegen en we besloten om de volgende dag samen Christchurch te gaan
verkennen. Niet op de motor maar lopend deze keer. We hadden een gezellige
middag samen en tevens hadden we alle hoogtepunten van de stad gezien. Niet dat
deze hoogtepunten ons echt interesseerden maar het was gewoon een gezellig
plaatsje om rond te lopen. Onze motoren waren al weer aan een grote beurt toe.
Met 121.008 kilometer op de teller van Martins motor was dit geen overbodige
luxe. Mijn motor had minder kilometers gereden (aangezien ik graag bij Martin
achterop kruip zodra dit maar mogelijk is) en we wilden mijn motor eigenlijk pas
in Auckland laten servicen maar op de één of andere manier reed hij niet lekker
en besloten we hem toch nu maar naar de garage te brengen. Al meerdere keren had
Martin naar de koppelingskabel gekeken die niet goed af te stellen bleek. Het
beste liep hij uiteindelijk met een opengezaagde moer over de kabel, niet echt
optimaal dus. Tijdens een koude start leek het altijd alsof ik op een op hol
geslagen stier zat. Dit betekende wel dat ik de motor gelijk twee dagen kwijt
was (niet erg want ik kon toch lekker achterop) en tevens werd ook het
balhoofdlager vervangen. Aan de koppeling was niet veel te doen behalve dan er
dunnere motorolie in te doen, belangrijk daar de motorolie op de F650GS overal
voor gebruikt wordt.
Gelukkig weten we nog altijd te genieten. Niet alleen van de schoonheid van
Nieuw Zeeland maar ook van elkaar. Zo deed Martin op een avond de afwas in de
keuken terwijl ik mijn dochter belde. De ovendeur stond op een kier om af te
koelen met dat Martin er langs liep viel de deur met een klap dicht. Terwijl ik
aan de telefoon was zag ik Martin een huppelsprongetje maken en kreeg ik acuut
de slappe lach en Marie Louise, die op dat moment ook alles voor zich zag
gebeuren, schaterde met me mee. Martin kon er zelf de humor er niet zo van in
zien, maar daar maalde ik op dat moment niet om.
XXX |
Na Christchurch zelf
gingen we de omgeving er van ontdekken en dan vooral de Banks Peninsula, een
schiereiland dat ooit een oude vulkaan krater is geweest. Vanaf een weg over de
bergrug hadden we schitterend uitzicht naar beide kanten en met het stralende
weer leverde dit schitterende vergezichten op. Tot Pigeon Bay
was de weg verhard maar vervolgens reden we over smalle gravelwegen en werd het
pas echt leuk, alhoewel de lokale bevolking je de (goed bedoelde) raad gaven om
heel voorzichtig te zijn. Maar mijn chauffeur was iemand met aardig wat ervaring
achter zijn kiezen en dus genoten we van een smal pad dat steil omhoog liep. Al
snel stond er een pickup dwars over het pad en de boer vroeg of wij er bezwaar
tegen hadden om een kwartiertje te wachten omdat er een kudde schapen aan kwam
die, onder begeleiding van de honden, naar een andere weide geleid werden.
XXX |
Uiteraard hadden we hier helemaal geen bezwaar tegen en namen die momenten
direkt waar om foto's te maken. De boer drukte ons op het hart, toen wij weer op
weg gingen, om extra voorzichtig te zijn vooral bij de steile afdaling voorbij
de top. De problemen kwamen echter al eerder toen we een grote vrachtwagen met
open laadbak tegen kwamen. Het passeren van de vrachtauto was geen probleem maar
vervolgens bleek dat deze vrachtauto zich net van zijn lading kiezels verlost
had en deze dus als een uitgestrekt tapijt over de weg verspreid had. Mijn
ademhaling stokte even toen we over de kiezels gleden verder omhoog klimmend,
maar al snel hoorde Martin dat ik van de ergste schok bijgekomen was en weer
begon adem te halen. Alles gewoon van de positieve kant blijven bekijken dacht
ik en ik was weer eens blij dat ik achterop zat. Over de top glibberden we weer
naar beneden en wie zegt dat de beste ruiters zandruiters zijn, die heeft het
mis! Wij hielden de 'Stalen Ros' overeind en vervolgden zonder veel weerstand
ons pad. Over schitterende smalle paden genoten we 100% van de omgeving en zagen
menig roofvogel van dichtbij opvliegen wat een fascinerend gezicht bleef.
Uiteindelijk, nadat we zo'n beetje de grootst mogelijke omweg hadden genomen die
er te nemen was kwamen we in Akaroa aan. Dit zou een pitoresk plaatje moeten
zijn waar nog veel Franse charme zou moeten hangen, maar behalve enkele Franse
straatnamen was er niets Frans aan terug te vinden. Wel was dit plaatsje goed
voor een lunchstop om vervolgens weer snel verder te gaan.
XXX |
Was het 's ochtends
spannend geweest, de echte adrenaline stoten kregen we 's middags op de weg
terug naar Christchurch. Omgeven door enorme steile afdalingen en diepten van
ravijnen naast de weg die menig mens doet sidderen reden we lekker genietend
over een slingerende weg. Ik voelde echter dat er iets niet in orde met de motor
was, het leek alsof de kont heen en weer zwiepte. Eerst dacht ik dat het tussen
mijn oren zat, maar ook Martin had het waargenomen. We lagen net lekker plat in
een bocht toen we de achterkant voelden wegglijden en Martin zo enorm snel en
profesioneel reageerde dat ik het niet eens zo snel kon na vertellen. We kwamen
op de verkeerde weghelft terecht maar bleven gelukkig overeind. Gestopt om de
achterzijde te onderzoeken: de achterband was hard, het achterframe bleek niet
gebroken te zijn; kortom we konden helemaal niets vinden. Na nog eens gekeken te
hebben reden we rustig verder maar er was nog steeds geen weg mee te bezeilen
met de motor. Ineens kreeg Martin een idee en stopte om zijn voorband te
controleren en die bleek inderdaad lek te zijn. We hadden tijdens de reis al 10
maal een lekke band gehad, maar dat was allemaal in de achterband. Een lekke
voorband is dus compleet anders en een veel griezeligere ervaring, vooral als je
in een bocht naast een ravijn rijdt. Gelukkig had Martin net die ochtend zijn
koffers weer aan de motor gehangen (na de grote beurt) dus hadden we al onze
spullen bij ons om de band te plakken. Vervolgens weer verder gereden maar het
duurde wel vele kilometers voordat we het volledige vertrouwen in de motor weer
helemaal terug hadden. Ach, we houden wel van avontuur, dus echt weer een dag
die we gewenst hadden. Toen we 's avonds terug waren hebben we wel een fles wijn
geopend en gingen we naar bed alsof wij ons laatste oortje versnoept hadden.
Het weer werd steeds
slechter (en kouder) en toen we weer op weg kwamen er heel wat schepen met zure
appelen op ons af. We maakten een klein ommetje om Nigel te bezoeken in
Amberley, die ons reeds lang geleden al voor een bezoek uitgenodigd had, en na
enkele koppen koffie waren we weer onderweg naar Kaikoura. We hadden gekozen
voor de inlandse route om zo de hoofdweg te vermijden en dat bleek een gouden
keuze te zijn. Het was net of we in een boek reden zo mooi was de omgeving! We
schreven die dag ons eigen verhaal: Martin reed voor me en het tafereel voor me
zag er uit alsof het de mooiste foto's in een motorblad waren en ik dat
motorblad zat te lezen. Het was prachtig: de hoge heuvels met de groene denne-
en loofbomen waren door de zon goudgeel gekleurd en met hun prachtige kleuren
sierden ze de omgeving. De beuken waren donkerrood van kleur en gaven al hun
schoonheid bloot in het korte moment dat wij er een blik op konden werpen.
Martin normaal groter dan groots op zijn motor was op dit moment zo nietig als
een notedopje op de oceaan.
XXX |
Maar je zo ver laten wegzweven tijdens het rijden kan gevaarlijk zijn en ik was
plotsklaps weer terug in de realiteit toen ik de kont van mijn motor voelde weg
glijden in een bocht waar grind op de weg lag. Direkt tilde ik de motor omhoog
en zag dat Martin met hetzelfde probleem kampen. We manouvreerden onze motoren
weer in het rechte spoor en vervolgden onze weg. Martin kreeg die dag nog de
kans van zijn leven om zijn talenten als schapedrijver te demonstreren. Een
enorme kudde van honderden schapen waren uit de weide ontsnapt en de weg was
bedekt met bolletjes wol. Ik had wel met de diertjes te doen aangezien ze
telkens een andere kant op gejaagd werden afhankelijk van welke kant er verkeer
aan kwam zodat ze als soort aangeschoten wild over de weg schoten. Ach, wij
hadden geen haast en heel rustig baanden we ons een weg door de meute heen. Het
was weer een dag waarin allerlei totaal verschillende elementen vertegenwoordigd
waren die er samen voor zorgden dat het weer een hele bijzondere dag werd.
We arriveerden in Kaikoura en voor we een plekje voor de nacht zochten reden wij
naar de kust waar een zeehonden kolonie zou moeten zijn, maar het enige dat we
zagen was een verdwaalde penguin die ons zielig aankeek en drie dikke lobbessen
van zeehonden die zich lag te koesteren in de zon. Kaikoura is bekend om zijn
walvistochten. Vlak voor de kust bevindt zich een ruim 1.500 meter diepe trog
waar walvissen komen om
te fourageren. Dus wij gelijk maar eens naar deze tochten geïnformeerd. De
tochten gingen wel door doch de omstandigheden waren verre van 'optimaal': het
weer was slecht en bleef slecht alleen zou het morgenochtend kortstondig beter
zijn hoorden we in het Walviscentrum. De volgende ochtend echter regende het
flink op ons raam zodat we de walvissen maar lekker lieten zwemmen in de oceaan.
Intussen lieten wij het ergste schip met zure appelen aan ons voorbij lieten
gaan alvorens op de motor te stappen en verder te rijden. Het weer was om tranen
van in je ogen te krijgen en het enige lichtpuntje was de zeehondenkolonie die
we onderweg nagenoeg pal langs de weg zagen liggen.
In één ruk reden we door naar Picton en namen de eerste de beste boot naar het
Noord eiland. We zouden die avond bij James Riley in Wellington logeren dus het
maakte niet zoveel uit dat we nog een boottochtje van vier uur voor de boeg
hadden en laat in de avond in Wellington zouden arriveren. Het was allemaal nog
wel uit te houden op de veerboot zolang we langs de fjorden voeren maar op open
zee werd een heel ander verhaal. Hoe ik ook mijn best deed om aan leuke dingen
te denken, het had geen zin en groen en geel van ellende zocht ik de buitenlucht
van het achterdek op. Martin vergezelde me daar en in zijn armen vond ik nog
enigszins een veilige haven totdat de ergste deining van de 'Cook Strait'
voorbij was. Hoe is het toch mogelijk dat de dochter van een zeeman en met een
enorme liefde voor de zee toch niet de beschikking over zeebenen heeft? Het was
nu wel zonneklaar geworden dat de optie die we in ons achterhoofd hadden om met
de boot naar Australië over gaan nu definitief van tafel geveegd was. Voorlopig
geen bootreisjes meer en Martin was het met me eens.
We kregen een heel warm welkom bij James en er stond al een heerlijk bed voor
ons klaar. We deden nog een poging om sociaal te zijn, maar we waren volledig
ingestort en accepteerden al snel onze nederlaag en kropen onder de wol. Het was
heel gezellig en James nodigde ons uit om enkele daagjes langer te blijven en zo
rolden wij van het één in het ander. Er zou die zondag een ritje van de locale
BMW-club zijn en wij mochten met hen mee rijden. Het was een zonnige dag en we
zochten de wat onbekendere plekken rond Wellington op. Het F650GS-model was die
dag sterk vertegenwoordigd al had ik, hoe verrassend ook, die dag eieren voor
mijn geld gekozen en zat heerlijk bij mijn bikkel achterop. "Keep them rolling"
dacht ik onderwijl terwijl de weg zich voor me uit aan het kronkelen was. Na een
gezellige lunch en een mooi uitzichtpunt bezocht te hebben reden we terug naar
huis en we waren net voor de regen weer binnen.
Afscheid nemen was moeilijk maar we moesten weer verder. Langs de oostkust reden
we noordwaarts richting Napier, op de hielen gevolgd door donkere wolken. Napier
is een leuke relaxte stadje dat te vergelijken is met een kustplaats aan de
Franse Riviera en ook die atmosfeer uitademt. We reden de stad binnen en we
waren omgeven door een laan van palmbomen langs de boulevard. Aan de boulevard
staat het vol met hotelletjes maar desondanks was het niet eenvoudig om een
kamer te vinden op deze doordeweekse dag maar het lukte uiteindelijk. Veel deden
we de volgende dag niet en we maakten alleen nog een uitstapje naar het centrum
en naar een uitzichtpunt waar je over de haven uit keek. Echt veel was er niet
te zien, maar het was een leuk tussendoortje.
XXX |
De volgende dag
vertrokken we weer verder... in de regen. Een normaal mens zou niet vertrekken,
maar de weerprofeten hadden een 'enkel buitje' langs de kust voorspeld maar ze
blijken hier net zo onbetrouwbaar te zijn als in Nederland. Graham had ons op
een mooie weg naar Rotorua gewezen. Het was wel een gravelweg maar aangezien het
toch alleen aan de kust zou regenen was dit geen probleem... dachten wij. Ook
toen we een bord tegen kwamen met "Onverharde weg, komende 105 kilometer" was er
nog niets aan de hand. Toen er echter voor ons ineens een grote schaatsbaan
opdoende en we een waterige modderbrei zich over de weg uitstrekte voor enkele
kilometers was het andere koek. Bovendien regende het, alhoewel we reeds 40
kilometer land inwaarts waren, nog steeds. Ons feestje was compleet en voor me
uit reed Martin de brei in. Op zo'n moment kan je niet meer denken en komt alle
theorie in een flits boven. "Houd het gas erop", "Geen onverwachte
stuurbewegingen maken" en vooral "Niet remmen!". Ik zag Martin voor me uit
glibberen en ik dook ook de blub in. Ik heb heel hard gegild en nog steeds
begrijp ik niet dat ik niet onderuit gegaan ben en ook Martin hield steeds zijn
spiegels in de gaten om te kijken niet om te kijken of ik viel maar wanneer ik
viel. Nou Ruudje kan weer trots op me wezen want ik hield het rubber beneden.
Aan het einde van de schaatsbaan stond een bord met "Thank you" en toen pas
realiseerden we ons dat dit wegwerkzaamheden waren geweest, waarschijnlijk aan
de waterleiding of aan het riool. Je begint dan echt te flippen wanneer je zo'n
bord ziet.
Wij waren net weer op adem toen de volgende adreanaline-stoot zich al aandiende.
Er was een nieuwe laag gravel gestort en dit bestond uit verse aarde gemengd met
kiezels. Het was vervolgens alleen geëgaliseerd doch niet met een wals
aangestampt, dat doen hier de passerende auto's wel. Helaas, wij hadden geen
vier wielen ter beschikking en we zwoegden ons drie slagen in de rondte door de
mulle laag. In een bocht zag ik Martin wegglijden en met zijn lange benen wist
hij zich staande te houden. In Wellington had een klein vrouwtje mij de spreuk
"They don't make diamonds as big as bricks" (Men maakt geen diamanten zo groot
als bakstenen) toevertrouwd die mij mijn kleine gestalte moest rechtvaardigen
maar daar schoot ik nu niets mee op. Ik zette alle zeilen bij doch mijn
achterwiel gleed ook weg en... oeps daar lag ik in de modder. Met alle macht
probeerde ik onder de motor weg te komen maar mijn koffer lag op mijn been.
Martin die alles zag gebeuren kwam me snel te hulp. Mijn linkerkoffer lag naast
de motor en was een beetje verbogen. Maar een rode spanband van Ed er om deed
goed werk. Er stopte nog een auto en de man vroeg hoe ik het maakte. Met een
zure glimlach zei ik dat alles goed was. Mijn motorpak was gehuld in een dikke
laag blubber, mijn pols deed zeer, maar verder was alles OK en dus gingen we
weer verder. Het was gewoon een monster etappe. Weer verder ging het door het
mulle zand. Martin reed voor mij aan de verkeerde kant van de weg aangezien dit
het 'beste' stuk van de weg was. Het geploeter was eindelijk voorbij toen we de
bulldozer inhaalden die het zand egaliseerde en we een strook hard gravel konden
vinden die ons uiteindelijk naar het asfalt leidde waar we even op adem
konden/moesten komen. Martin moest het ontgelden en kreeg te horen wat ik van
deze weg dacht en dat was niet veel positiefs. Gelukkig realiseerde hij zich dat
ik alleen mijn opgebouwde spanning kwijt moest en vervolgens realiseerde ook ik
dat dit een onvergetelijke ervaring was geweest die we maar mooi samen geklaard
hadden. Ook hier gold weer dat de meest waardevolle ervaring achteraf, zijn een
nachtmerrie op het moment dat ze zich voltrekken.
Totaal uitgeput, enorm smerig en nat reden we door. Het zijn niet de
makkelijkste momenten van de dag en hier krijg je geen opleiding voor. Van
Martin had ik wel veel theorie meegekregen maar dit was de harde werkelijkheid.
Toen we vlakbij Rotorua waren waren we even gestopt om de kaart om te draaien in
de tanktas. Met dat Martin wilde wegrijden gleed hij weg en viel ook hij. Hij
kon de motor niet overeind krijgen en nu schoot ik hem te hulp. Het was weer 1+1
maakt Martin en Jeannette! We hadden al besloten om in Rotorua een motel te
nemen met een warm natuurlijk zwavelbad, dat hadden we wel verdiend. Snel het
warme water in; heerlijk voor de stijve botten want alles deed ons zeer. De
mensen in het motel waren super lief en onze smerige motorkleding hing al snel
in het drooghok te drogen. We sliepen die nacht vrij onrustig. Rond een uur of
drie maakte Martin me wakker omdat hij een tikkend geluid hoorde. Hij vroeg of
ik het ook hoorde, deed vervolgens zijn oordoppen in en was in no-time weer
vertrokken. Helaas want wie lag er uiteindelijk naar het getik te luisteren en
kon niet in slaap komen? Ik zei de gek.
Wij waren de volgende dag nog steeds gesloopt, maar het was ons laatste loodje
in Nieuw Zeeland dus namen we de snelste weg naar Auckland. Graham wist dat we
er aan kwamen en had de sleutel al klaar gelegd. Het voelde zo goed om hier weer
terug te komen. Het was als een echt thuis voor ons. Toch was het niet luieren
voor ons maar moest er flink gewerkt worden. De motorpakken stopte ik in het
ligbad en lieten ze twee dagen weken alvorens ze te wassen. Verder mestte ik
alle bagagerollen uit en zorgde er voor dat alles schoon was en tevens werd er
streng geselecteerd op 'overtollige baggage'. De hoop met spullen die naar
Nederland terug konden werd steeds groter en uiteindelijk werd er een pakket van
17 kilogram naar huis verstuurd. Ja eindelijk begin ik door te krijgen dat je
niet veel dingen nodig hebt.
XXX |
Martin was ondertussen
buiten druk bezig om de motoren met een hoge drukspuit te reinigen. Ze waren
enorm smerig maar bovendien moesten ze brandschoon zijn voor de overtocht naar
Australië. Vervolgens werden ze nog eens flink gestript zodat ook het vuil uit
de moeilijk bereikbare plekjes verwijderd werd. Een ideale mogelijkheid om ook
weer eens door de reservedelen te gaan en deze uit te mesten. Het duurde enkele
dagen voordat de motoren weer helemaal gereed waren maar toen zagen ze er dan
ook weer uit als een showroom exemplaar. Echter met één groot verschil! Na een
test-start bleek dat Martins motor, na een minuutje gedraaid te hebben, er
ineens mee op hield en met geen mogelijkheid weer aan het lopen te krijgen was.
Het was exact hetzelfde probleem als destijds in Denpasar toen we de motoren
schoon gemaakt hadden voor transport naar Nieuw Zeeland. Het probleem was dat de
Motronic computer geen bougie vonken af gaf, maar waarom? Tsja, daar heb je zo'n
enorm duur apparaat voor nodig dat alleen een BMW-dealer zich kan veroorloven.
Het hele weekend was hij in de garage bezig om volgens de schema's alle sensoren
naar de Motronic te controleren zo goed en kwaad als dat ging en alle
stekerverbindingen vochtvrij te maken en deze overnacht te laten drogen maar de
volgende dag bleek het niet te helpen. Vervolgens heeft hij eens flink op het
internet gesurfd en een manier gevonden om met een multimeter de foutcodes van
de Motronic te achterhalen! Dat bleek, na wat geëxperimenteer, feilloos te
werken en de multimeter gaf aan dat de beide Hall-sensoren defect waren waardoor
kreeg de Motornic niet door kreeg dat de krukas draaide en gaf dus geen vonken
af. Daar kon zelfs Martin niets aan doen en dus werd de motor door de BMW-dealer
maandagochtend opgehaald.
Probleem was echter dat de motoren die vrijdag al naar Brisbane zouden vliegen.
Via dezelfde maatschappij waar we in Auckland de motoren afgehaald hadden hadden
we een leuke deal gekregen voor NZD 2.05/kg (EUR 1.00/kg). In totaal werden voor
NZD 1380.00 (EUR 690.00) de motoren naar Brisbane gevlogen. Maar ja, de motor
liep nog niet. Dinsdagmiddag laat belde Martin eens om naar de stand van zaken
te informeren. "Ja er was overal vocht ingekomen en ze hadden de boel droog
gemaakt" Hij zei dat dat het probleem niet was en dat ze niet moesten mekkeren.
De volgende dag belde hij weer en inderdaad bleek het vocht niet het probleem te
zijn maar nu vermoedde me de Hall-sensoren. Een moeilijk probleem waar zelfs een
technische man van de BMW-importeur (gelukkig ook gevestigd in Auckland) zijn
licht over moest laten schijnen. Probleem was dat men deze sensor niet in Nieuw
Zeeland op voorraad had, maar men zou een showroom model hiervoor opofferen. De
volgende dag heeft Martin niet gebeld maar is er zelf maar heen gereden. Met de
nieuwe Hall-sensoren draaide de motor weer perfect en was men bezig de motor
weer in elkaar te bouwen. Alleen was de accu slecht maar dat was geen wonder na
zoveel vergeefse startpogingen. Rijden met die hap! Dus met zijn eigen motor
reed hij terug om mij op te halen zodat ik mijn eigen motor terug kon rijden.
Daar was ik niet echt blij mee.
Maar in ieder geval hadden we donderdag onze beide motoren weer schoon en
pruttelend gereed zodat we de boel op konden laden voor transport. Vrijdag
gingen we vroeg naar de luchthaven waar Joop Hageman ons al tegemoet kwam. De
papieren rompslomp stelde niet veel voor en het betalen vormde wel het
belangrijkste deel. Op de motor reed Martin snel even naar de douane terwijl ik
intussen van mijn motor de accu afkoppelde. Al snel was Martin terug omdat bleek
dat ik geen handtekening op mijn carnet had staan en deze dus niet uitgestempeld
kon worden ondanks zijn betoog dat het carnet ook ingestempeld was zonder
handtekening. Na mijn handtekening gezet te hebben ging hij weer terug, gelukkig
maar dat hij nu niet hoefde te lopen. Nu hielp een ander hem en dat bleek
dezelfde te zijn die ons ingestempeld had en dus de missende handtekening over
het hoofd gezien had. Terug met de stemples werd ook de accu van zijn motor
ontkoppeld en dat was alles wat we moesten doen. Hup, een sticker met 'Dangerous
Goods' werd er op geplakt en de motoren konden op een vliegtuig platform
vastgesjord worden. Vervolgens werd het platform weggereden om 's avonds al naar
Brisbane te vliegen.
Wij volgden de volgende dag. Graham hoefde op zaterdag niet te werken en bracht
ons naar de luchthaven. Na ingecheckt te hebben zijn we boven wat koffie gaan
drinken en al snel kwamen Brian, Becca en Emma ons ook vergezellen. Ze hadden
nog een theedoek meegenomen die Brians ouders, Keith & Peggy, aan ons hadden
gegeven maar die wij hadden laten liggen. Hoe gezellig het ook is, vroeg of laat
komt dan het moment van afscheid en het dat blijft moeilijk vooral omdat je niet
weet wanneer je elkaar weer zult ontmoeten. We hadden het afscheid zo lang
uitgesteld dat we direct naar de gate door konden lopen en al snel zagen we
Nieuw Zeeland onder ons verdwijnen in het niets. Met een nostalgisch gevoel
bladerden we door het fotoboek van Nieuw Zeeland dat Graham ons voor vertrek nog
snel gegeven had. Het was een boek met schitterende foto's en het weerspiegelde
voor ons echt zoals wij dit land ook beleefd hadden. Het is een land dat vanuit
Europa gezien echt aan de andere kant van de wereldbol ligt maar een land waar
wij zeker ooit nog eens terug zullen komen.