Reisverslag 29
Brisbane (Australië, 03-05-2003) t/m Camooweal (Australië, 28-06-2003)
Australië, een continent waar al veel boeken over geschreven zijn met zeer
verschillende interpretaties. Het werd tijd om zelf maar eens ontdekken hoe het
land zijn geheimen aan ons wilde prijsgeven. We hadden een vliegreis(je) van
3½ uur achter de rug toen we voet op Australische bodem zette. Onze reis begon
in Brisbane. We verbleven de eerste dagen in het huis van Wayne & Kerry,
vrienden van Martin. Wayne had al jaren lang gevraagd wanneer we toch eens
eindelijk in Australië aan zouden komen, en dat werd door ons trage reistempo
maar steeds weer uitgesteld. Toen we ze dan eindelijk in Nieuw-Zeeland hen op de
hoogte konden stellen wanneer wij in Australië zouden arriveerden bleek dat ze
enkele dagen voordien naar Europa op vakantie gingen voor 3 maanden. Maar Waynes
ouders woonden in hun huis en zorgden voor ons alsof wij hun eigen kroost waren.
Het was fijn dat we een thuis hadden voor een paar dagen want er moest nog veel
geregeld worden. We waren op zaterdag aangekomen en dat we op zondag de motoren
niet op konden halen hadden we al verwacht, maar maandag was het Labour Day (Dag
van de arbeid) en dus... werd er niet gewerkt. Voor ons een mooie gelegenheid om
het centrum van Brisbane te gaan verkennen. Brisbane is op zich geen onaardige
stad. Het viel ons op dat de mensen veel dingen van zich afgooien en de stad dus
bezaaid lag met lege bierflessen en papier. Probleem was ook dat de overvolle
vuilnisbakken niet leeg gehaald werden maar ook dit zal wel aan Labour Day
verweten kunnen worden. Toch een schoonheidsfoutje dat ons na Nieuw Zeeland wel
op viel.
XXX |
Dinsdag gingen we op weg naar de luchthaven en men had ons netjes vooraf gebeld
waar we ons moesten melden. Na de betaling van de opslag- en afhandelingkosten
voor Aus$ 157,85 (€ 91,-) kregen wij de documenten mee zodat we ons bij de
douane konden melden. Probleem was ook hier weer, net als in Auckland, dat het
douanekantoor ruim 2 km verderop lag. Waarom men dit zo doet is ons een raadsel
maar voor motor reizigers die het nog zonder hun stalen ros moeten stellen is
dit een nachtmerrie. Gelukkig had ik een boek bij me en bleef in de airco ruimte
wachten terwijl Martin door de brandende zon naar de douane liep. Gelukkig deed
men hier niet moeilijk en in no-time waren de beide carnets gestempeld en
vertelde men dat wij de motoren in ontvangst konden nemen. Martin dacht dat hij
dit niet goed gehoord had want we hadden vele horror verhalen gehoord over de
quarantaine inspecties in Australië met grondige inspecties tegen torenhoge
kosten. Dus vroeg hij nog maar eens waar hij zich nu moest melden. Bij navraag
antwoorde de douaniër dat we de motoren op konden pikken. De Quarantaine zat in
hetzelfde gebouw en om te voorkomen dat hij nog twee keer heen en weer moest
lopen belde Martin de agent op. Die vond het verhaal ook wel ongeloofwaardig
maar na in de computer gekeken te hebben bleek dat de motoren inderdaad vrij
gegeven waren en afgehaald konden worden. Dus toen mijn liefje helemaal bezweet
het kantoor in kwam lopen konden we de motoren in ontvangst gaan nemen.
Wij waren in een ander land dan Nieuw-Zeeland aangekomen en dat werd ons direct
duidelijk gemaakt. Waar je in Nieuw-Zeeland zo de loods binnenliep waren hier
alle ingangen van tralies voorzien en hield een veiligheidsbeambte ons tegen en
nam onze papieren mee. Vervolgens konden we naar deur 14 gaan. Na daar even
gewacht te hebben ging het rolluik omhoog en bracht een heftruck de pallet met
de motoren naar buiten en verdween snel weer alvorens het rolluik omlaag ging.
Dus de mouwen maar opgestroopt en mijn technische mannetje kon zijn hart weer
ophalen. Onderwijl werden we via een inspectie luikje in de gaten gehouden en
zodra de motoren van de pallet af gerold waren ging het rolluik weer net lang
genoeg omhoog zodat de heftruck de pallet weer naar binnen kon halen. De accu's
werden aangsloten en de motorkleding werd uit de rol gehaald en aangeschoten en
voor we het wisten waren we weer onderweg, en het was heerlijk om weer op je
eigen motor rond te rijden. Nu kon het feest echt beginnen. Het was een rare
dag, want Martin was
die dag jarig! Het ergste vond ik nog dat ik 's ochtends geen cadeautje had om
te geven. In de weken vooraf aan zijn verjaardag had ik allerlei dingetjes
gekocht en goed weggeborgen in de motor, niet wetende dat we de motoren pas
dinsdag terug zouden hebben. Dus geen cadeautjes op bed maar (pas) bij de lunch,
toch niet slecht de omstandigheden in acht genomen.
In de middag zijn we met de motor van Martin naar het centrum gegaan om bij de
RACQ (ANWB) kaarten en een WA-verzekering te kopen, wat niet zo eenvoudig was
als gedacht. Toen we bij de motor terug kwamen zat er een bekeuring onder de
benzinedop geklemd: Aus$ 60,- (€ 34,50) voor het parkeren op de stoep.. WELKOM
IN AUSTRALIË Na de stricte afhandeling bij de loods op de luchthaven was dit al
een tweede teken dat het er in Australië toch anders aan toe gaat dan elders. De
nummerplaat was wel genoteerd maar aangezien niet bekend is uit welke staat de
motor afkomstig was hoeven we niet bang te zijn dat er een factuur hiervoor op
onze deurmat valt. Het verzekeren van een motoren viel echter niet mee. Oh ja,
genoeg aanbieders maar je moet of een Australisch rijbewijs hebben of een lokaal
adres. Uiteindelijk vonden we een verzekerings maatschappij dat ons wel wilde
verzekeren waarbij we Wayne's adres als ons adres opgegeven hebben. Omdat we de
verzekering per direct wilde laten ingaan was het beter om ons morgen op hen
kantoor te melden en direct te betalen.
Voor vandaag hadden we de buit binnen en reden opgetogen terug naar Albion om in
het winkelcentrum de inkopen voor die dag te doen. Dus loop je rond in een
vreemde stad en vind daar maar eens een echte verjaardagstaart. Datgene wat ik
in de winkel zag was goed voor een nachtmerrie en een traumatische ervaring
omdat al je tanden uit je mond vallen na het eten van zo'n gebakje. Met wat
onderzoek kwam ik al snel aan de weet dat er een Italiaanse bakker in de buurt
zat, Joe geheten. Dat bleek een super koekenbakker te zijn en zo aardig. Nee,
verjaardagstaarten worden alleen op bestelling gemaakt. Het was reeds rond de
klok van drie uur maar Joe haalde zijn hand over zijn hart en zou de taart na
werktijd (tussen 19:00 uur en 19:30 uur) langs brengen op weg naar huis. Zo werd
het dus toch nog een feestje, beter laat dan nooit! We hadden een hele gezellig
verjaardag samen met Charlie & Margorie, Wayne's ouders.
XXX |
De volgende dag moesten we dus weer het centrum van Brisbane in en deze keer
namen we maar de trein. In het kantoor van de verzekeringmaatschappij was het
niet een kwestie van betalen. Motorverzekeringen kon men daar niet afsluiten,
dat moest telefonisch gebeuren. Nu kon het ineens niet meer en wanhopig werden
we er van. Gelukkig kwam er een balie medewerkster ons te hulp. Zij heette
Angela Goossens, haar ouders kwamen uit Nederland, en zij was zeer hulpvaardig.
Ze had het al eens eerder gedaan en met wat uitproberen lukte het haar toch om
onze polis uit de printer te laten rollen. We waren haar zeer dankbaar en dus
konden we eindelijk Brisbane met een gerust hart verlaten en Australië gaan
ontdekken, iets waar we heel veel zin in hadden.
XXX |
Australië is weer een ander land met andere gebruiken in een andere omgeving.
Wat ons direct opviel was het feit dat de mensen hier niet zo agressief rijden
als in Nieuw-Zeeland en men zich meer aan de verkeersregels
houdt. Onze eerste dag reden we niet zo veel, want we hadden een afspraak met
Mark, een vriend van ons die we in Nieuw-Zeeland ontmoet hadden. Hij hield zich
momenteel op in de Glass House Mountains waar hij vakantiewerk deed. Mark wilde
wel met ons mee naar Cape York rijden. Het was leuk hem weer terug te zien en
samen bezochten we de 'Australian Zoo' en de man die hier de vinger in de pap
heeft is Steve, de krokodillen man beroemd van zijn documantaires op Discovery
Channel. Hij is gespecialiseerd in reptielen en dan vooral slangen en
krokodillen. Daar werd ons al snel duidelijk dat Australië een enorm gevaarlijk
land is. Je hebt hier de meest giftige spinnen ter wereld alsmede schorpioenen
en krokodillen. Verder kun je verdorsten in de Outback... we mogen dus blij zijn
als we dit land ooit nog levend verlaten hadden we de indruk. Maar toch hadden
we een super leuke dag en we namen alle informatie die gegeven werd mbt. de beet
van een slang en de snelheid van een krokodil goed in ons op. Wat we enorm
snoezig vonden waren de koala's en ook de kangeroes waren enorm tam. Je kon ze
strelen en ze waren vertederend. Wie herinnert zich niet Skippy nog? Als kind
leek het me al zo bijzonder om zo'n dier van dichtbij te zien en zie hier.......
XXX |
De volgende morgen waren
we weer op weg en Mark had een zere kont van de vele kilometers die wij die dag
reden. Mark had die morgen nog de post bij vrienden opgehaald en dit bracht een
slechte tijding. Een onverwachte belasting aanslag was de reden dat hij zich
voorlopig nog op het vakantiewerk moest concentreren en dus zouden onze wegen
zich noodgedwongen de volgende morgen al weer scheiden Die nacht sliepen we
allemaal bar slecht en de grote roadtrains (trucks hier twee lange aanhangers er
achter zich aan, maar later zagen we ze met vier aanhangers; een totale lengte
van meer dan 50 meters!) reden onze tent voorbij alsof ze over de haringen
reden.
Martin doet dan gewoon
zijn oordoppen in, maar ik kan daar niet zo goed mee overweg. Ik verlies ze
gedurende de nacht moet de volgende dag de gehele tent doorzoeken om ze terug te
vinden en bovendien hoor ik mijn hart kloppen (gelukkig maar). Dus als ik moet
kiezen dan kies ik maar om de trucks te horen. De volgende dag waren we wel
geradbraakt en het slapen in een tent heeft voor en nadelen. Ik probeer
romantisch te blijven denken, maar mijn fantasie had mij in de steek gelaten en
ik begon hallicunaties te krijgen en zie dan een lekker bed voor me met een
aangrenzende badkamer. Gelukkig hoefde ik die nacht niet te plassen. De camping
was een regelrechte nachtmerrie en de dichts bijzijnde wc was het veld met dicht
suikerriet. Met misschien wel met een giftige slang als toeschouwer die, zonder
dat hij het wist, op de eerste rang bleek te zitten.
XXX |
We waren onderweg naar
Cairns en we werden steeds depressiever naarmate we verder reden. Omdat ons
reistempo niet bijster hoog ligt, om nog wat van de omgeving te kunnen zien
rijden we zo'n 90 km/u en proberen de hoofdwegen zo veel mogelijk te mijden. En
dat was iets wat ons hier niet lukte. Er was maar één weg naar Cairns en dat was
de hoofdweg waar iedereen gebruik van maakte, ook de roadtrains die vlak op je
bumper komen rijden. En een grote Mack, waar je maar een klein deel van in je
spiegel ziet, is geen pretje. Bovendien heette het de kustweg te zijn maar
nergens was er ook maar een stukje blauwe oceaan te zien. Bovendien hadden we
een kaart van Queensland bij ons maar zelfs daarop legden we maar 2 cm per uur
af en dat schoot dus ook niet echt op. Iedere dag leggen wij tussen de 350 en
400 km af. Je moet voor het donker stoppen want als de zon ondergaat komen de
kangeroe's te voorschijn. De meeste voertuigen zijn voorzien van een Bull-bar,
itt. onze motoren, en die kunnen het gas er dus op blijven houden. Helaas voor
de kangeroe's die op de koplampen afkomen. Al deze dode kangeroe's langs de weg
geven een trieste aanblik. Daar waar een krokodillen fokkerij in de buurt is
worden de kadavers van de weg gehaald en aan de krododillen gevoerd, op andere
plaatsen rotten ze langzaam weg totdat er alleen een skelet over blijft.
In Rockhampton, zorgden we er voor niet weer nabij de hoofdweg te overnachten
maar nu bleek 's nachts dat de spoorlijn vlak naast de camping liep. De maat was
vol voor ons en we besloten om de kustweg te verlaten en meer landinwaarts naar
het noorden te rijden. Het landschap werd veel kariger en we hadden het gevoel
in de Outback aangekomen te zijn. Ook was het verkeer hier veel rustiger en dus
konden we veel meer genieten. Wij vonden de omgeving absoluut niet saai of
troosteloze omgeving. Wel lagen er overal lege bierflessen langs de weg, het
visit kaartje van de bewoners van dit land en van hun gewoonten. We probeerden
de omgeving wat meer te ontdekken en reden naar de Rubyvale waar robijnen en
smaragden gevonden werden. Wat ons opviel was de gemoedelijke sfeer en de
eenvoud van de mensen die hier hun bestaan hadden opgebouwd. Een verademing met
de gejaagde mentaliteit van de oostkust.
Daar we nog een stuk gravel weg hadden te gaan en er zich donkere wolken voor
ons samen pakten hadden we niet veel tijd om te blijven mijmeren. Die dag kregen
we een echte Australische regenbui. De lucht werd steeds donkerder en wij steeds
stiller. Uiteindelijk gingen de sluizen open en langzaam liepen onze schoenen
vol. Als ik iets haat zijn het natte schoenen en helemaal de dag erna als me
schoenen nog niet droog blijken te zijn. Op een gegeven moment zag Martin die
voor mij reed een kangeroe langs de kant van de weg zitten. We verminderden
vaart en in de regen hupten er niet één, maar drie kangeroe's de weg over. Het
bewijs dat er toch nog levende kangeroe's in Australië in het wild leven. Tegen
het einde van de middag kwamen we aan bij Beyonda Crossing en hier doken we het
enige motel in dat er te vinden was. Wat op de kaart aangegeven stond als een
plaatsje bleek niet meer te zijn dan een roadhouse, een kleine winkel waar je de
dagelijkse boodschappen en benzine kunt krijgen en er kunt overnachten. Onze
douche maakte overuren en we waren koud en moe. Het was een wijs besluit om te
stoppen.
De volgende ochtend trokken we onze natte sokken weer aan, maar de rest van de
natte spullen hadden we aardig droog gekregen. We kwamen op de weg nog een
schildpad tegen die blijkbaar levensmoe was en de weg overstak waar oa.
roadtrains met grote snelheid overheen denderen. Het was een prachtig exemplaar
en het dier was erg gewillig om op de foto te gaan. Daar we hem in veiligheid
wilden brengen zou Martin hem wel even optillen. Dit ging niet van harte want
het dier had enorme scherpe klauwen. Bovendien ging hij er als een speer vandoor
en liet Martin sprakeloos achter want wij hadden nog nooit zo snel een schildpad
zien lopen. Hij liep echter weer terug (bij af). Met zijn kop richting het vaste
land namen wij afscheid van deze Stoffel de Snelheidsduivel.
XXX |
We hadden gelezen over
een plaatsje genaamd Ravenswood. Het was een 'ghost town' geweest, waar weer
nieuw leven in was geblazen. Het goudzoekersplaatsje was in het begin van de
eeuw vol met gelukzoekers geweest en nu stonden er slechts nog enkele oude
gebouwen als stille getuigen van wat eens was geweest. De sfeer in het plaatsje
was heel relaxt en bij het Imperial Hotel stopten wij voor een kopje koffie.
XXX |
De labrador was al snel vriendjes met Martin en draaide haar dikke kont drie keer
in het rond. Martin heeft een krachtige hand gekregen van al het gooien van haar
bal en zo kreeg ze eindelijk haar broodnodige gymastiek. Op de lokale
'showground' sloegen wij onze tent op. Dit terrein wordt overal voor gebruikt
als men in het dorp wat te vieren heeft en anders is het in gebruik als camping.
Er stonden enorme bomen omheen en er was enorm veel ruimte. We hadden al snel
het gevoel dat we er thuis waren en genoten van de rust die er heerste. We
leerden hier Alan & Joy kennen. Niet alleen lieve mensen, maar ook heel erg
wijs. Alan vertelde van zijn leven en hij was de 72 jaar nog niet zo lang
geleden gepasseerd en hij had veel met de Aboriginals samen gewerkt. Door velen
worden deze mensen verguisd, maar Alan sprak met respect over deze mensen. Joy
bakte intussen een brood voor ons, aangezien ze in Ravenswoord geen vers brood
hadden, en zo hadden we daar de tijd van ons leven. De zon ging onder en het
kleine kerkje lag eenzaam in het verlaten landschap te schitteren. Toen werden
de vleermuizen wakker die zo groot als roofvogels bleken te zijn en vlogen
schreeuwend over ons heen. Gelukkig aten ze alleen fruit dus hadden we niets te
vrezen. De dag maakte plaats voor de avond en het land ademde een enorme rust
uit. Joy & Alan hadden ons verteld over allerlei gevaarlijke slangen en hoe je
rekening met ze kon houden. Die nacht droomde ik dat ik in de hoofdrol van een
horrorfilm speelde. Het is dan wel even wennen om op zulke momenten in een
tentje te slapen. Alleen een flinterdun stukje doek scheidt je van de dodelijke
wereld buiten en je zult deze wereld wel moeten betreden als je er midden in de
nacht uit moet om te plassen. Ik zou dan liever de gehele nacht wakker hebben
gelegen dan dat ik was gaan plassen. Gelukkig had Martin minder problemen met de
boze buiten wereld en moest ook 's nachts plassen, en met mijn ridder samen
durfde ik de boze wereld wel aan. Wij bleven twee dagen in Ravenswood en de rust
deed wonderen voor ons. We bezochten het museum en enkele oude historisch
gebouwen en wierpen vanaf een heuvel een blik op de open mijn en dit alles gaf
ons een aardige indruk van de omgeving. In de winkel hadden we een lijst zien
hangen waarop je je kon inschrijven als je een afspraak met de Flying Doctors,
de lokale huisarts. Ze zouden die middag komen en we zagen het vliegtuig landen.
Ze kwamen elke drie - vier weken langs zodat de mensen hier niet voor ieder
wisse wasje naar de dokter (kunnen) gaan.
Wij hadden de rust hier in Ravenswood ook broodnodig. Wellicht onbewust hadden
we een hele verkeerde verwachting van Australië gehad en was het ons daarom ons
zo enrom tegen gevallen. Nu hadden wij een heel ander Australië gezien dat ons
veel meer aansprak. Misschien was het land dus nog wel niet zo slecht. Dus met
frisse moed gingen we de volgende dag weer verder. Wij besloten om niet de
hoofdweg te volgen en dit betekende een 53 km lange gravelweg. Het eerste stuk
op je nuchtere maag doet iedere spier samentrekken. Niet alleen hadden we te
maken met gravel maar ook met 'corrugation' oftewel een wasbord. Door het
voorbij razende verkeer raakt de weg heel fijn geribbeld. Het maakt niet uit met
welke snelheid, stapvoets of met 100 km/u, je er overheen rijdt: de motor en
berijder worden helemaal fijn getrild. Op een gegeven moment ging mijn GPS uit
en één keer is leuk, maar na vijf keer laat je hem gewoon uit staan. Rampspoed
komt zelden alleen en de intercom begon ook kuren te vertonen. Vervolgens begon
de ABS-lamp te branden en toen Martin vroeg of ik de komplamp uit gedaan had was
het feestje echt compleet. Na 18 km wasbord scheed mijn motor er helemaal mee
uit. En daar stonden we dan omringd door woestenij en onder het toezicht van
enkele koeien in een brandende zon. Er was werk aan de winkel en Martin wist
zijn mannetje weer te staan. Door al het geschud bleek de schroef van pluspool
van de accu los getrild te zijn. Martin is op zulke momenten heel geduldig en
pakte zijn gereedschap en zette mijn motor weer op de rails. Alweer klaar en nu
alleen nog het gereedschap terug in de koffer stoppen. Hij bleek de motor niet
geheel goed geparkeerd te hebben en terwijl ik de rol optilde zodat Martin de
deksel op de koffer kon doen gebeurde het: de motor viel om aangezien de koffer
was nog open was werd de gehele inhoud van de koffer in de berm geleegd.
XXX |
Ik was helemaal van slag
en toen ik bij zinnen was leek het me wel een goed idee om een foto te maken. We
hoorden een voertuig aankomen en Martin was een beetje boos dat ik een foto
stond te nemen. Dit was niet helemaal terecht van hem en dit vond hij achteraf
ook. Met hulp van de automobilist hebben we de motor weer op zijn banden terug
gezet en konden we op ons gemak de koffer weer inpakken. Snel de deksel er op en
we konden onze de weg vervolgen. Het grappige was dat we vervolgens diverse
bordjes langs de kant van de weg tegen kwamen met 'DIP' er op. Nou, wij hadden
er wel een paar.
We reden weer terug naar de oostkust en we zagen de omgeving weer veranderen
terwijl we naar Townsville reden. Het leek wel of ze hier de stad hadden
schoongeveegd want er was bijna geen levende ziel te bekennen. De boulevard zag
er ook niet bijster gezellig uit en we reden net zo snel de stad uit als dat we
er in gereden waren. Op de 'rest-area' in Blue Water hadden we een plekje voor
de nacht uitgezocht maar een vervelende man vond dat hij het recht had om daar
te staan. Wij hadden geen zin in een kermis dus gingen we een stuk verderop
staan, een heel eind bij die vervelende man vandaan. Onze nieuwe buren waren
veel aardiger en bleken ook motorrijders te zijn. Die avond zagen we voor het
eerst van ons leven een levende possum. In Nieuw-Zeeland hadden we er al
honderden gezien maar die lagen allemaal dood langs de weg. Daar beschouwt men
de possum als een pest en worden ze gevangen in vallen en gedood. In Australië
zijn ze echter beschermd. Het is een spitzig diertje met grote ogen en hij
genoot van een witte boterham die hij gevoerd kreeg zodat wij wat kiekjes van
hem konden maken. Fascinerende beesten om te zien!
XXX |
Het kamperen is inmiddels een vast ritueel geworden en in de ochtend wacht je
tot de zon de tent gedroogd heeft en
kun je alles weer inpakken. Bij ons is het niet "Neem je bed op en wandel",
maar" Pak je tent in en trap de motor aan". We waren net onderweg toen Martin
vlak bij zijn oog door een bij gestoken werd. Hij trok de angel er snel uit en
met wat extra aandacht van mij dacht hij dat het wel los zou lopen. Martin had
een mooie route door de Tablelands uitgezet, maar we hadden over het hoofd
gezien dat een waterkrachtcentrale onze weg zou versperren. Als we de borden in
Tully goed hadden gelezen dan was ons een 56 km lange enkele reis bespaard
gebleven. Maar dan hadden we ook de enorm mooie tocht langs een rivier en
bananen plantages gemist. Deze omgeving deed ons terugdenken aan Indonesi? Die
112 km namen we dus graag op de koop toe, al kwamen wij hierdoor die avond niet
in Cairns maar in Mission Beach aan. Wisten jullie trouwens al dat Martin
auditie heeft gedaan voor een film? Hij ging voor de hoofdrol in "De
Klokkenluider van de Notre Dame". Zijn linkeroog was namelijk door de bijensteek
inmiddels zo opgezwollen dat hij hiermee alleen nog door een smal spleetje de
wereld in kon kijken. Het oog zag er vreselijk uit, maar aan aandacht van de
vrouwen kwam hij niets tekort. Ik was er maar wat druk mee om steeds weer uit te
leggen dat hij 'slechts' door een bij was gestoken en ik er dus geen vuist in
had gehad. Dit is pas liefde! Ik besloot om alleen inkopen te gaan doen terwijl
Martin de tent op zette.
Ik had echter nog steeds moeite met Australië en was er heel erg negatief over,
ook over het kamperen. Die nacht werd ik voor de zoveelste keer wakker en nog
voor ik mijn mond goed en wel had open getrokken kreeg ik
van Martin de wind van voren. Dit was nu eenmaal Australië en anders dan de
andere landen die we bezocht hadden, maar bovenal blijkbaar heel anders dan wat
ik me (wellicht onbewust) er van had voorgesteld. Martin had gelijk en ik lag
nog een hele tijd wakker hierover na te denken. De volgende dag wist ik dat ik
mij verwachtingen bij moesten stellen, iets wat Martin al enkele dagen eerder
gedaan en gewoon de dingen over mij heen moest laten komen. De Tablelands was
een verademing. Het werd er heel heuvelachtig en veel groener, bijna tropisch
groen. In Atherton vond ik dat Martin echt even met zijn oog naar een dokter
moest en bij in het ziekenhuis werden we na bijna 11/2 uur (hoofdzakelijk
wachttijd) met een anti-histamine recept weer weggestuurd. Gelukkig hadden wij
onze voorraad aangevuld, want ze werden gegeten als snoepjes. Gelukkig hielp het
en na bijna een week was alles weer terug naar normale proporties en dus werd
Martin afgekeurd voor zijn auditie.
XXX |
We hadden een paar dagen rust nodig om aan ons reisverslag te kunnen werken dus
besloten we niet naar Cairns te gaan maar in Yungaburra, een klein plaatsje in
de Tablelands, neer te strijken. Dat bleek een hele goede keuze te zijn en na
enkele dagen zweet en tranen kon het verslag verstuurd worden. Bovendien namen
we de tijd om alle emails op te halen en te versturen. Verder had ik al 7
maanden lang pijn in mijn been. In Auckland was ik ook al hiervoor naar een
dokter geweest maar dat had niet echt geholpen. Dorothy verwees mij naar een
soort 'bottenkraker' die wonderen moest kunnen verrichten, dus maar eens
proberen en een afspraak gemaakt. Ik ging op een tafel liggen en zonder wat te
vragen begon de dokter te kneden en te knijpen en vertelde me waar ik overal
pijn had. Dat klopte allemaal maar na een 'kneedsessie' van 20 minuten had ik
overal pijn, dat alleen maar nog erger werd. Maar ik was hier voor gewaarschuwd
en moest nog twee keer terug komen de komende dagen. Na de derde keer voelde ik
me veel beter en was alle pijn, waar ik maanden mee gelopen had, verdwenen maar
ik werd wel gewaarschuwd om niet meer van mijn motor te vallen; maar dat was ik
toch niet van plan.
XXX |
De dagen werden ook
besteed om de omgeving te bezichtigen. Zo maakten wij een tocht naar de Tinaroo
dam en volgden wij de gravelweg om het stuwmeer heen. Het was een rustige weg en
daardoor zagen wij er walliby's in het wild en verder was er nog een wild zwijn
familie die zonder te kijken voor onze ogen de weg over stak. Eerst ma met tig
biggetjes en net toen we verder wilden rijden kwam pa er met een noodvaart
achter aan en zo hadden we bijna een varkentje voor het avondeten te pakken.
Verder waren er in de omgeving watervallen te vinden waarvan we er menigeen van
bezocht hebben. De Zillie Falls vonden wij het mooist, maar dit kwam doordat wij
een oranje lint voorbij gelopen waren. Niet dat er wat aan de hand was, maar
je kwam bij een deels vervallen uitkijkpunt dat daarom te gevaarlijk was en dus
gemakshalve maar was afgezet. Alles hier in Australië is in regels vastgelegd.
Het lijkt een beetje op de situatie in de USA. Mensen hoeven niet meer na te
denken, dat wordt door de authoriteiten wel voor hen gedaan. En mocht het dan
toch fout gaan dan ga je jezelf niet verwijten dat je niet goed nagedacht hebt
maar je klaagt gewoon iemand aan. Voor ons, die een tijd in Aziatische landen
doorgebracht hebben waar, een hele andere mentaliteit heerst; namelijk dat
(bijna) alles mag als je denkt dat het mogelijk is maar als dat niet zo blijkt
te zijn moet je stil op je eigen blaren gaan zitten, stelde zo'n oranje lintje
niet veel voor.
Na enkele dagen werd het tijd om weer verder te trekken. De weg vanuit
Yungaburra richting Cairns is een schitterende weg met wel 200 bochten. Op een
motor dus volop genieten! Cairns vonden bij niet echt de moeite waard en na een
kopje koffie aan de boulevard waren wij de stad dan ook snel weer uit. Op naar
Kuranda wat een leuk uitstapje was omdat we weer terug de bergen in moesten en
dat betekende dus weer veel bochtenwerk. Kuranda was een toeristisch plaatsje
dat niet veel voor stelde maar alleen de weg erheen vonden we de moeite meer dan
waard. Langs de kust reden we verder noordwaarts en voor het eerst zagen we de
oceaan vanaf de weg en de goddelijke zandstranden. Er kon er echter niet
gezwommen worden ivm. de aanwezige krokodillen die het strand en de zee voor
zich opgeëist hadden. We kwamen aan in Port Douglas en maakten ons kwartier in
een backpackers hostel. Ik had er al een slechte smaak van in de mond gekregen
want onze kamer lag pal naast de keuken en 's avonds was dit tevens de bar. We
hadden echter niet veel keus en we hadden en de rest van de middag hebben we
besteed om Port Douglas te gaan verkennen waarbij we tot de conclusie kwamen dat
wij Port Douglas gezelliger vonden dan Cairns, maar ook hier begon het toerisme
al aardig de overhand te krijgen wat zeker de gemoedelijkheid van de plaats niet
ten goede komt. Die nacht hadden we problemen om in slaap te komen vanwege de
luide 'muziek' uit de bar. We hebben tot middernacht gewacht voordat Martin is
gaan klagen maar toen ging de bar ineens dicht. De volgende morgen hebben bij de
receptie ons beklag gedaan en of het toeval was weet ik niet maar de volgende
nacht was er geen muziek meer te horen.
De volgende dag hadden we een tocht geboekt om te gaan snorkelen op het 'Great
Barrier Reef'. Bij het krieken van de dag werden we met een busje opgehaald en
snel kozen we het ruime sop. Het weer was zonnig, maar de golven werden al snel
steeds hoger. De kapitein van de boot had er flink de sokken in en na 11/2uur
kwam de boot bij 'Opal Reef' tot stilstand. Inmiddels had ik een draaiende maag
en zwabberende benen gekregen. Maar toch ons helemaal aangekleed (inclusief
wetsuits vanwege alle enge stekende gevaren in het water) en snel het water in
gedoken. Zodra we onze duikbril in het water hielden ging er een nieuwe wereld
voor ons open. Het snorkelen op zich was al een bijzondere ervaring, laat staan
in deze schitterende omgeving. De golven waren vrij hoog en ik had al visioenen
van snorkels die vol water kwamen te staan wat met de nodige bijbehorende paniek
gepaard gaat, maar dat bleek enorm mee te vallen. We hielden elkaars hand vast
en bleven maar knijpen om elkaar het vele moois te laten zien dat er op ons pad
kwam. Na een klein uurtje rond dobberen klommen we terug aan boord. Ik werd toen
pas goed zeeziek en Martin nam deel aan de volgende duik bij het 'Turtle Reef'
terwijl ik aan boord bleef (en ik was niet de enige die het te pakken had) en
mijn liefje na keek met een emmer bij de hand aan de reling. De vissen waren
hier heel groot met enorme zoenlippen. Ik voelde me niet beter worden dus ook de
lunch en de derde (en gelukkig de laatste) duik gingen ook aan mij voorbij.
Martin genoot inmiddels wel in het water en schoot een heel filmpje vol met een
onderwater camera, doch later bleek dat de foto's niet zo super waren. Maar we
gingen gelukkig weer terug naar de veilige haven van Port Douglas. De boot ging
echter nog steviger te keer en had de stabiliteit van een notedopje midden op de
oceaan. Voor velen veranderde de directe omgeving van kleur waarbij de kleuren
groen en geel de boventoon voerden. Ook Martin bleef niet bespaard en was naar
het bovendek gegaan en kwam me halen omdat het daar beter vertoeven zou zijn.
Inderdaad knapte ik er enigszins op maar datzelfde gold niet voor Martin die
werd steeds groener en geler. Hij was nu ook zeeziek en onze benen zijn
duidelijk niet die van een zeeman, maar dat was niets nieuws. We waren heel
opgelucht toen we weer terug op de kade stapten. Voorlopig geen boten meer voor
ons!
De volgende dag reden we prins heerlijk op de motor verder noordwaarts naar
Cooktown. We moesten met een veerboot de Daintree River over waarin echte grote
krokodillen zwommen, we zagen ze welliswaar niet maar de vele borden deden het
ergste vrezen. Toen we het regenwoud in reden was het of wij een andere wereld
betraden. Het regenwoud hing als een sluier om ons heen en deed ons aan Maleisië
terug denken. De weg werd smal en bochtig en de natuur sloot zich als een muur
om ons heen. Er waren drie wegen naar Cooktown en wij besloten om de 'Bloomfield
Track' te nemen dwars door een natuurreservaat, een weg die alleen geschikt was
voor 4WD's. Nadat we het bord voorbij waren en er geen personenauto's meer deel
konden nemen aan deze weg waren we op onszelf aangewezen. Het duurde niet lang
of de eerste rivier doorwading was daar. Martin nam als eerste rustig polshoogte
terwijl een achterop komende 4WD rustig bleef wachten tot dat het zijn beurt
was. Martin reed er zonder problemen door heen. Ik kreeg al visioenen dat ik
tussen de krokodillen moest zwemmen en Martin nam dus ook mijn motor voor zijn
rekening, zodat ik kon kijken hoe het moest. Gelukkig waren er geen krokodillen
in de buurt want ik moest natuurlijk wel snel door het water heen lopen. De
'track' bestond hoofdzakelijk uit gravel en voerde ons omhoog tot grote hoogtes
en vervolgens diepten die men hier DIPS noemt. We kwamen bij de tweede kleinere
rivier doorwading en het was tijd voor mijn vuurdoop.
XXX |
Martin praatte me er
letterlijk en figuurlijk door heen. Hij zei nog dat ik het gas er op moest
houden niet aan de koppeling moest komen en wat deed Muts? Met half ingetrokken
koppeling en een enorme stoot gas loeiende ik me door de rivier heen. Maar wel
succesvol en bovendien had ik mijn sokken en schoenen droog weten te houden. Ik
was best trots op mezelf, maar de adrenaline stroomde wel volop. Je voelt de
motor met een enorme weerstand door het water heen gaan. Rivier doorwading
nummer drie was breed en groot en de diepte was, door het modderige water, niet
goed in te schatten. Je moet jezelf ook niet overvoeren dus deze moest Martin
ook twee maal uitvoeren. Martin ging als eerste op zijn eigen motor door heen.
Vervolgens had hij problemen met mijn motor. Door de grote stenen in de
rivierbedding stuiterde hij naar de rechter kant weg en kwam tussen twee grote
keien vast te zitten. Op dat moment dacht ik niet meer aan krokodillen en liep
terug het water in om te helpen mijn motor vlot te trekken en zo kwamen we als
team beiden met natte sokken en schoenen aan de overzijde. De weg werd zwaarder
en op een gegeven moment stond er een bord dat een enorme steile helling omhoog
aankondigde. Mijn hart bonkte in mijn hoofd en ik hoorde de ketting flink te
keer gaan in de eerste versnelling. Vervolgens kwam er de onvermijdelijke steile
afdaling die nog enger was. Maar aangezien Martin altijd zei dat alles een
kwestie is van snelheidsbeheersing daalde ik als een slak af maar... zonder over
de rand te verdwijnen itt. een oude 4WD die we beneden in de bush zagen liggen.
Aan het einde van de track hadden we het toch wel mooi allebei eventjes gedaan
en die dag waren we ape trots op elkaar en arriveerden we veilig in Cooktown.
XXX |
Cooktown bleek een liefelijk plaatsje te zijn. Doordat er was nog geen verharde
weg naar toe leidde hield dit toch nog veel toeristen weg, niet dat wij dit een
probleem vonden overigens. We volgden in de sporen van Kapitein James Cook. We
hadden besloten om hier enkele dagen te blijven voordat wij verder onze weg naar
Cape York vervolgden, zodat we ook tijd hadden om de oude begraafplaats te
bezoeken. We hadden een plekje met
een grote veranda gevonden die uitkeek over de hoofdstraat zodat we het
straatleven in al zijn facetten goed konden volgen. De Aboriginals zagen we op
straat onder de bomen hangen. Veel van deze mensen komen uit het gebied rond
Hopevale en zijn zwaar aan de alcohol verslaafd. Tegen de tijd dat hun uitkering
weer uitbetaald is dan gaan ze walkabout (verlaten hun eigen huis) en leven
onder de bomen tot de politie de stad weer eens schoon veegt en een ieder een
ritje krijgt naar huis. We hadden erg te doen met deze mensen en we hadden al
een hoop gelezen en gezien over deze mensen. De volgende dag kwam ik tijdens een
verkenningstocht in kontakt met Linda Rowe, een heel bijzondere vrouw. Zij had
een boek geschreven over Cape York en wist veel van het leven op dit
schiereiland. Een vriend van haar Willie, een Aboriginal, zou ons de volgende
dag mee nemen naar de heilige plaatsen van zijn voorvaderen, middels wat hij
noemde: een Gurrbi Tour.
De volgende morgen moesten we vroeg op weg naar Hopevale. De zon scheen al fel
aan de hemel en de gravelweg deerde ons niet. Vanaf een brug zagen wij de zon
mooi in het water schijnen en even genoten van de lichtspiegeling in het water.
Nog even goed gekeken of er geen krokodil model wilde staan voor onze foto, maar
volgens ons waren ze elders bij toeristen aan het shoppen. We kwamen nog een
walliby, een kleine kangeroe soort, tegen en onverwachts dook er een vrij grote
zwarte hond uit het hoge gras voor de wielen van Martin zijn motor op om naar
zijn pijpen te happen. Ik zat op dat moment lekker achterop weg te dromen. Ach,
grote denkers dromen en grote dromer denken zullen we maar zeggen! Vlak voor
Hopevale reden we Willie bijna voorbij. Hij stond op de laadklep van zijn
voertuig en wees naar zichzelf. Hij was donker getint met enorm diepe warme
ogen. Zijn postuur was gezet en maakte een verzorgde indruk. Zijn handdruk was
warm en hartelijk en onze beide werelden ontmoette elkaar op dat moment. Het was
nog niet ons echte welkom en we parkeerden de motor bij het huis van zijn zus
waar we ons uit onze warme pakken pelden en onze langebroek aanschoten. Met
Willies 4WD vertrokken met onbekende bestemming een nauwelijks bereden pad
volgend. Willie stopte overal om ons kennis te laten maken met de diverse lokale
planten en wat je er mee kon doen (bushtucking). We kwamen bij een vrij open
ruimte en hij vroeg ons om de omgeving goed in ons op te nemen maar zei verder
niets. We reden een hek door en direct sloten de bomen zich om ons heen. Een
enorme diversiteit van flora dat ons deed denken aan een aziatische jungle. We
stopten bij een stukje waar een rode ceder stond. Dit is een bijzondere boom met
hout dat veel geld waard zou zijn. Wij hadden reeds eerder zo'n boom gezien maar
ons hart ging uit naar een andere boom met een heel bijzondere vorm door zijn
enorme wortels die zich deels boven gronds bevonden en een frisse groene kleur
had. Het bleek een knoeperd van een vijgeboom te zijn. Hier vond ons welkom
plaats met het Aboriginal land. Het was een vreemde beleving, want je moest de
omgeving voelen en dit deden we. Het waren onze drie harten die zich hier met
elkaar verbonden.
Willie vertelde ons veel over de oude historie van de Aboriginal stam en hoe men
leefde en recht sprak. Van generatie op generatie werden op deze plek om 3
maanden de stamleden over de normen en waarden verteld en de regels (opnieuw)
doorgegeven. Wat ons opviel was de enorme rust die uitging van de man die ons
meenam op reis door de wereld van zijn voorouders. Willie vroeg ons de weg naar
de auto terug te vinden, maar ik heb het coördinatievermogen van een aardappel
en zocht mij een weg door de bomen maar Willie riep mij al snel weer terug. De
weg die wij met hem hadden gelopen werd aangegeven middels een geknakt takje.
Een oud Aboriginal gebruik en we zagen een grote boom waarvan een grote dikke
tak verried dat hij in een heel ver verleden eens geknakt was geweest.
We liepen terug naar de auto en reden verder naar de plaats die heilig is voor
deze stam. Met de intrede van de missie en de kerk mochten de Aboriginals niet
meer doorgeven wat voor hun de spirituele kant van het leven was. De westerse
kerk wist het allemaal beter en veel gebruiken zijn hierdoor verloren gegaan. Op
deze heilige plek werden de wetten van de stam gemaakt en diverse hoopjes stenen
gaven aan dat er absolute stilte in acht genomen moest worden. Als deze stenen
toch eens konden spreken!
De tocht ging verder en het gebied werd ruwer en droger, we kwamen in een heel
andere omgeving. Ondanks dat de omgeving er droog en desolaat uit zag bleek dat
toch niet zo te zijn. Willie liet ons vele planten zien die zijn stam gebruikte
om te eten of om bijvoorbeeld je handen mee te wassen. Martin kreeg wat bladeren
en moest ze verkruimelen, met wat water erbij werd het een sopje en werden zijn
handen brandschoon. Die dag ontpopte Martin zich verrassend als een bioloog. In
de struiken waren de mieren aktief en weefden de bladeren samen. Willie waste
zijn handen met een enorme hoeveelheid mieren. Het waren grote mieren met een
groen achterlijfje. Zijn handen waren voorzien van heerlijke menthol lucht die
goed tegen verkoudheid was. Je kon de mieren ook eten en hij liet ons zien hoe
dat in zijn werk ging. Wij hebben ze ook (levend!) gegeten maar het smaakte heel
zuur en de bovendien moest je ze snel eten anders gingen ze over je gezicht aan
de wandel, wat minder prettig was. Willie had een scherp oog voor de omgeving,
niet alleen zag hij alles om zich heen maar wees ons op sporen van een kangeroe,
een wild zwijn en een dingo. Het spoor van het zwijn was pas een half uur oud,
gelukkig kwamen we die monsters niet tegen. We gingen op ontdekking in een
andere wereld. Over het pad liep een boomwortel. De wortel had plekken met een
rode kleur. De kleur van bloed en ik vroeg Willie wat het was. Aan de boom zaten
stukken uitgekristaliseerd boomsap en hij brak er een stukje van af. Het was
donkerrood en het waren een soort kristallen die zich gevormd hadden. Willie nam
hier wat van en met een beetje water begon hij zijn handen te wassen. Het rode
bloed veranderde in jodium en plakte, goed tegen infecties. De enorme
verrassende diversiteit van deze natuur maakte grote indruk op ons.
Toen we bij enkele grotten aankwamen moesten we even wachten en Willie liep door
om de geesten te vertellen dat we er aan kwamen. We werden door Willie geroepen
en het pad voerde ons door een smalle kloof waar ik mijn ogen goed open hield of
ik geen slangen zag. Het was tijd om aan de inwendige mens te denken en Willie
had een heerlijke lunch voor ons bereid. We zaten met zijn drieën bij de rotsen
en na de lunch werden we meegenomen op een reis door het verleden. De eerste
grot was laag en je moest er op je knieën in kruipen. Op de rots waren twee
kinderhandjes te zien overdekt met witte verf. Het waren de handen van een kind
die door een Aboriginal vrouw was gebaard en door een blanke man was verkracht.
In die tijd waren veel Aboriginals als veedrijvers op blanke boerderijen te werk
gesteld en de vrouwen moesten voor de blanke 'meesters' werken en werden
verkracht. De aboriginal moest zwijgend toezien hoe de eer van hun volk werd
aangetast. Toen dit kind het leven zag was het een kind zonder identiteit. De
mannen kwamen samen om het lot van het kind te bepalen. De keuze moest gemaakt
worden tussen 'het kind aan nemen en laten opgroeien als een Aboriginal' of 'het
kind te doden'. Doordat de mannen besloten het kind aan te nemen mocht zij haar
hand plaatsen op de rots wat het teken van haar identiteit was. De witte verf is
het kleur van de dood en geeft de triestheid van de gebeurtenis aan. Hij
vertelde ons dat de les van het leven is om niet achterom te zien. Het verleden
is geweest en het heden is hetgene dat telt. Het is belangrijk dat je als mens
bij je eigen geest moet blijven. Het leven moet je voelen en als je niet bij
jezelf blijft zul je langzaam van binnen wegsterven. Het is belangrijk om te
luisteren naar je hart en te weten waar je vandaan komt. Wanneer de mens niet
bij zichzelf blijft verliest hij het kontakt met zichzelf en heeft geen respect
meer voor zichzelf.
De tweede grot werd gebruikt door vrouwen die zwanger waren en zich
voorbereidden op het baren van nieuw leven. In de derde grot zag je een
rotstekening van een vrouw en een kind dat net uit de baarmoeder was gekomen. De
man stond op zijn kop en dit gaf aan dat een vrouw tijdens het baren geen
behoefte heeft aan de man. Degenen die een kind gebaard hebben kunnen hierover
meepraten. We kregen van Willie een stukje van een steen dat gebruikt was om de
placenta van de moeder en het kind te scheiden. Hij liet ons verder een oude
stenen bijl zien die zijn voorouders hadden gebruikt. We hadden erg veel om over
na te denken en ik dacht na over dat mensen altijd naar de negatieve kanten van
het leven blijven kijken en daardoor voorbij gaan aan de rijkdom die andere
harten soms te bieden hebben. Wie herkent het niet als iemand iets verkeerd
heeft gedaan door vooral je vinger op de wond te blijven leggen. We hadden een
wijze les geleerd deze dag. Het werd tijd om weer terug te lopen en de zon had
enorm fel aan de hemel gestaan. Ik had veel te weinig gedronken en Martin had
hierover al menig maal flink op me gemopperd.
Ik reed met Willie in de auto naar het Hopevale Community Centrum, terwijl
Martin op de motor volgde. Hier hebben we veel Aboriginal-kunst bewonderd en na
nog gekocht te hebben namen we afscheid van Hopevale en van Willie. Het was een
dag die we nooit zullen vergeten. Het was ongelofelijk hoe open en wijs deze man
is. Hij merkte natuurlijk ook wel dat wij open stonden om de Aboriginalkant te
horen, iets dat vooral bij blanke Australië rs heel moeilijk blijkt te zijn
aangezien zij zo enorm bevooroordeeld zijn. Na ons afscheid had ik een flinke
hoofdpijn. Muisstil zat ik achterop bij Martin. De oorzaak was niet alleen dat
er zo enorm veel door mijn hoofd spookte maar voral ondat ik veel te weinig
gedronken had en tegen een zonnesteek aan bleek te zitten. Maar ja, "Wie niet
horen wil moet maar voelen" en dat deed ik zeker zodat ik bij terugkomst in
Cooktown direct het bed ben in gedoken.
De volgende dag was mijn hoofdpijn gelukkig al weer verdwenen en was het de dag
van ons vertrek naar Cape York. Ik had echter al weken het gevoel dat ik niet
naar Cape York moest gaan. Ik had het er vorige dag het er nog even met Willie
over gehad en hij had me gezegd naar mijn gevoel te luisteren. Ik vind dit soms
heel erg moeilijk omdat ik nog te veel met anderen rekening probeer te houden.
Ter afscheid gingen we nog bij Linda langs en toen we bij haar waren deelde zij
veel van haar leven met ons. Tessy, haar Duitse herder, was pas door een
krokodil gegrepen en ze vertelde hoe zij die dag in haar hart had gevoeld dat ze
die plek weg wilde mijden. Ze was toch naar een meer gereden waar ze al heel
lang naar toe wilde. Een vriend van haar was mee en wilde persé zwemmen maar
haar gevoel zei "Nee", ze wilde daar weg. Dus toch maar niet gaan zwemmen en de
hond dronk nog wat bij het water. Het was daar slechts 3 cm diep water. Ze
voelde een enorme angst en zei tegen die vriend dat hij daar weg moest gaan. Net
toen ze wegliepen kwam er een krokodil uit het water en pakte haar hond. De hond
werd gered maar is nog steeds niet hersteld en zou het waarschijnlijk
uiteindelijk niet overleven. Haar ogen vulde zich met tranen en mijn hart huilde
met haar mee. Door haar verhaal durfde ik eindelijk te zeggen wat ik al weken
voelde en dat was dat ik niet naar Cape York wilde. Het hing als een molensteen
aan mijn hart en Linda zei te luisteren naar mijn gevoel. Er was een enorme last
van me af en Martin en ik besloten te luisteren naar mijn gevoel. We wisten uit
ervaring dat mijn gevoel ons niet in de steek liet. We namen afscheid en Linda
liet haar sporen in ons beider hart achter.
XXX |
We zouden naar Laura
rijden via de Battle Camp road, een gravelweg die bij navraag goed begaanbaar
bleek. Al snel kwamen we de eerste rivier doorwading tegen en ik weet niet
waarom ik van slag raakte, maar ik wilde terug. Martin vond dit maar niets en
wilde toch verder. Ik ben door het rode water van de rivier gelopen en wel heel
snel vanwege de mogelijk onzichtbare krokodillen! We kwamen veilig aan de
overzijde en dit was bleek achteraf het begin te zijn van de weg naar de hel. In
het begin viel het nog wel mee, maar het wasbord effect werd steeds heviger en
langer. Alles trilde aan ons en aan de motor. Dit werd afgewisseld met stukken
mul zand. Niet erg diep maar in zo'n 5 cm diep mul zand is het heel inspannend
rijden waarbij de motor alle kanten op gleed. Een paar keer kon ik hem nog net
overeind houden en hield ik mijn voeten op de steunen met het gas erop. Martin
had me gezegd dat wat er ook gebeurde ik mijn voeten op de pedalen moest houden.
Ik zag Martin voor me ploeteren en vechten tegen de hindernissen op de weg. Hij
reed door een stuk mul zand dat dieper was en lag met daar lag hij met zijn
motor op de grond. Niets ernstigs en al snel stond de motor weer op de benen en
had hij mijn motor ook door het slechte stuk gereden. Mijn humeur was echter nog
verder gezakt maar inmiddels waren we al over de helft van het traject dus was
de korste weg er uit om door te rijden. Ik kan niet weergeven hoe erg deze weg
was en alleen ons doorzettingsvermogen hield ons op de been. Op een gegeven
moment na 3 km mul zand kon ik mijn motor niet houden en ging ook onderuit. Ik
duwde snel de rode dodemansknop in en kroop onder de motor vandaan. Ik kon hem
niet alleen overeind krijgen en mijn arme linker koffer lag er weer gehavend
bij. Het duurde even voordat Martin bij me was aangezien hij zijn motor niet in
het mulle zand kon parkeren en dus moest doorrijden naar stevigere grond. Hij
reed mijn motor naar stevigere grond. Mijn koffer werd met een spanband weer aan
de motor bevestigd. De
'weg door de hel' was 100 km lang en dan ga ik vlak voor het einde van de weg er
nog onderuit. Het is onbeschrijvelijk hoe blij maar ook hoe uitgeput we waren
toen we eindelijk in Laura aan kwamen en bij het 'hotel' (niet meer dan een
golfplaten schuurtje aangezien het hotel recentelijk afgebrand was) neerstreken.
De barman vroeg hoe het met mij ging. Ik barstte bijna in huilen uit, want ik
kwam net uit de hel, maar nu hadden we het gevoel in de hemel beland te zijn,
mede ook door de overheerlijke koude biertjes die we zonder problemen achterover
goten. Het was een dag om nooit meer te vergeten en waarvan je er ook niet te
veel van wilt hebben. Het noordpuntje van Cape York was nog meer dan 600 km over
soortgelijke wegen en dan moest je ook nog dezelfde weg terug rijden. Dus meer
dan 1200 km over hele slechte wegen alleen om op het noordelijkste puntje van
het Australische vasteland geweest te zijn... Martin was nu ook helemaal
genezen.
XXX |
De biertjes kwamen hard aan en jolig zetten we onze tent op achter het 'hotel'
naast een tafel en een boom in de schaduw. De onberingen van de dag waren snel
vergeten nadat we al ons vuil middels een douche van ons afgespoeld hadden en
een nieuwsgierige walliby ons van een afstand gadesloeg. 's Nachts bleken er
tientallen walliby's rond de tent te hoppen toen Martin er uit moest en we
hebben enorm genoten van dit geweldige moment. Het was een beloning voor alles
wat we hadden doorgemaakt.
De volgende ochtend reden we terug naar de verharde weg die echter pas 60 km
verderop begon. Volgens de barman waren de eerste 16 km nog slecht maar werd het
daarna beter. Er zaten inderdaad slechte stukken tussen maar na gisteren viel
het ons nog wel mee en hebben we onze terugkomst op het asfalt gevierd met een
heerlijke lunch in het roadhouse. We reden die dag door naar Yungaburra naar een
voor ons vertrouwde omgeving om van alle ontberingen bij te komen. Ondanks dat
we zo vies waren werden we hartelijk omhelsd door Dorothy en maakte ze snel wat
te eten voor ons. We kregen weer een heerlijke kamer en konden de komende dagen
onze rust nemen en het thuisfront in kennis stellen van onze belevenissen. De
gelegenheid maakt de dief, en ik maakte nog weer een afspraak bij de
'bottenkraker' want hij had inderdaad gelijk gehad: door de val waren er weer
wat botjes verschoven.
XXX |
Het bloed kruipt toch
waar het niet gaan kan en ondanks alle ontberingen hadden wij enorm van de
Outback genoten en na enkele dagen hadden we weer genoeg energie voor nieuwe
avonturen. Het plaatsje Chillagoe stond op ons lijstje en was, op 30 km na, per
asfalt bereikbaar. Inderdaad ademde het plaatsje de sfeer van de outback uit.
Bij de enige winkel in het dorp, dat dus van alles en nog wat verkocht, maakten
we onder het genot van een kop koffie onze plan de campagne. Er waren enkele
grotten te bezichteigen en een oude smelterij. Voor de grotten moest je vooraf
kaartjes kopen dus kochten we ze voor een tour voor de volgende dag. De rest van
de dag werd besteed om de oude smelterij, uit het begin van de 19e eeuw, te
bezichtigen. Er
werd hier werd koper, zink en een klein beetje goud gewonnen. De schoorstenenen
en de omgeving zijn hier stille getuigen van de erbarmelijke omstandigheden
waaronder de mensen destijds werkten. Ondanks dat er niet heel veel meer van
over was was het een indrukwekkend geheel. De volgende morgen brachten we als
eerste een bezoek aan de Donna Cave onder leiding van een gids. Hij wees ons op
het gezicht in de grot van een Madonna met kind op haar arm. Met je fantasie
kwamen we die dag nog heel wat fraais tegen. Het varieerde van geiten tot beren.
De grot was goed verlicht en na afloop zijn we eerst terug gegaan om water te
halen aangezien de zon fel en meedogenloos was. We brachten nog een bezoek aan
Carolyn, die om haar huis de gewonde dieren verpleegte, zodat er kangeroe's rond
hopten en er vogels in de voliëre kwetterden. Er was een kangeroe die de hele
tijd bij Martin bleef zitten. Ze hadden ook nog een pony maar die mocht niet in
de tuin aangezien hij de planten op at.
XXX |
's Middags hebben we zelf nog wat grotten onderzocht en zo kwamen we bij de
Pompeï-grot uit. Hier was alles een beetje ingestort, maar het was wel
uitdagend. Ik bleef wijzelijk rond de uitgang van de grot hangen terwijl mijn
Indiana Jones de verste puntjes in de grot verkende. De klok tikte voort en
weldra zou de volgende tour plaats vinden. Martin trok het gas aardig open op de
gravel en ik zat al te mormelen of het niet wat zachter kon. Ik had visioenen
van een heel ander kaliber, want we hadden geen motorkleding aan. De tocht in de
Royal Arch Cave was heel bijzonder. We kregen ieder een eigen lampje mee en
Danny, onze gids, vertelde veel over de geschiedenis van de grot; eigenlijk een
stelsel van verschillende onderling verbonden grotten. De grotten had menig
verrassing voor ons in petto en we genoten het meest door op ons eigen tempo in
de achterhoede van de groep te lopen. Al met al waren de grotten zeer de moeite
waard, maar drie grotten op één dag was meer dan genoeg voor ons en de volgende
dag trokken we weer verder.
In goed onderling overleg hadden we besloten om zo'n 70 km over een gravelweg
zuidwaarts te rijden om zo ruim 300 km asfalt af te snijden. Dus reden we over
de Savanna Highway, let wel niet meer dan een gravelweg. Van Linda en Carolyn
had ik geleerd om bij dood gereden walliby's langs de weg te controleren of er
geen levend jong in de buidel achter was gebleven. Dus stopte ik regelmatig om
de buidel te controleren doch het waren hoofdzakelijk buidelloze mannetjes die
aangereden waren. De weg was niet bijster goed doch beter dan de Battle Camp
Road, maar de weggestelheid ging achteruit naarmate het aantal gereden
kilometers klom. Ik moest dat toch even kwijt door de intercom aan mijn maatje.
Die had dat natuurlijk ook al lang gemerkt maar had wijselijk zijn mond
gehouden. Vooral het zand baarde mij de meeste zorgen. Maar zonder dat het al te
moeilijk werd zwoegden we ons er doorheen en wisten toch nog te genieten van de
omgeving. Gedurende de 70 km kwamen we slechts één auto tegen en zagen we één
schuurtje. De rest was puur natuur! Toch
zag ik uit naar het asfalt en maakte terloops een opmerking dat ik het asfalt
zou kussen en natuurlijk werd ik er subtiel aan herinnerd door Martin toen we er
waren. Maar we hadden het wel weer samen gedaan.
XXX |
We moesten wel 20 km terug rijden om benzine te tanken voor de volgende etappe
maar dat hadden we er graag voor over omdat men er ook koffie had en verder heb
ik het stof van mijn ketting afgespoeld. De volgende 150 km was er dan ook
helemaal niets: geen benzine, geen koffie, geen huisje, niets, niets, niets. In
de namiddag kwamen we aan in Mount Surprise. Er was niet meer dan een campground
en een benzinepomp (tevens 'supermarkt' en postkantoor) en... uiteraard de
onvermijdelijke pub. We hadden nog twee eieren en een pannekoek ging er altijd
in, ware het niet dat de koekepan erg aanbakte zodat de pannekoeken er niet uit
zagen, maar wel lekker smaakten. Er zat zelfs kaas door, dus tel uit je winst!
De volgende dag hadden we een lange dag te gaan naar Normanton. Over de lange
rechte wegen, die overigens absoluut niet saai waren, kwamen we voornamelijk
leden van het 'Grijze Leger' tegen, ouderen uit hoofdzakelijk het zuiden van
Australië die met een flinke caravan of vouwwagen enkele maanden rond trekken
door het noorden om zo de kou van de winter in het zuiden te ontlopen. Duizenden
rijden er hiervan rond in het noorden! Tijdens een koffie pauze kwamen wij met
een Nederlands stel aan de klets die al 46 jaar in Australië woonden, Ted & To,
oorspronkelijk afkomstig uit Brabant. Na een lang en gezellig praatje was het
voor ons hoog tijd om verder te rijden wilden we nog voor het donker in
Normanton aankomen. Martin gaf subtiel aan hier wel te willen blijven omdat hij
moe was, maar dit kreeg ik niet mee, zodat onderweg de bom barstte. Dus de
motoren maar aan de kant gezet en de boel uitgepraat. Vervolgens moesten we
flink doorrijden want je wilt niet nog rijden als de zon zakt, want dan beginnen
de kangeroe's rond te springen en voor je het weet heb je ze voor je motor.
Met Normanton dachten we een grotere plaats bereikt te hebben. Inderdaad was
deze plaats met vier pubs en twee 'supermarkten' groter dan andere plaatsen maar
nog steeds stelde het niets voor. In het dorp staat een levensgrote replica van
een krokodil die in 1957 door een vrouw geschoten is. Echt een knoeperd van een
beest in wiens bek je niet graag terecht zou willen komen als snack voor de
lekkere trek. De camping was, evenals het dorp, niets bijzonders maar toch
hebben we er een rustdag ingelast op een plekje onder een acasia boom. De dag
werd besteed aan allerlei kleine karweitjes zoals het smeren van Martins
voorwiellager en mijn helm had weer eens kuren met de intercom. Ik was onderwijl
druk bezig met de was en het opruimen van de tassen en de tent. Wij kunnen
binnen no-time een slagveld in onze tassen aanrichten om vervolgens niets meer
terug te kunnen vinden. De lakenzakken konden ook wel een sopje gebruiken en de
zon deed de rest van het werk. Gelukkig had de camping een heel verfrissend
zwembad waar wij natuurlijk ook gebruik van gemaakt hebben maar pas nadat het
werk gedaan was.
De volgende dag verlieten we Normanton en vlak voor eerst volgende huis, het
Burke & Wills Roadhouse zo'n 200 km verderop, ontdekte ik dat ik mijn sleutels
op de camping had laten liggen. Na een telefoontje had men ze gevonden en ze
zouden eerdaags bij het roadhouse afgegeven worden. Ik was nu (nog meer)
afhankelijk van Martin. Een opluchting dat ze in ieder geval gevonden waren.
Gelukkig hoefden we hier niet op desleutelbos te blijven wachten omdat we een
kleine omweg wilden nemen naar Gregory Downs en Lawn Hill Nationaal Park. De weg
naar Gregory Downs was een mooie weg omdat de natuur regelmatig veranderde. Wel
waren er veel roadtrains die op deze weg reden vanwege een mijn verderop. Voor
deze kollossen ging je wel snel aan de kant. De weg bestond uit een enkele
rijstrook asfalt met aan weerszijden een brede strook gravel. Bij tegenliggers
is het de bedoeling dat beide voertuigen half van het asfalt af gaan maar wij
met de motoren hoeven het asfalt niet te verlaten. Nou, bij een roadtrain leer
je dat wel snel af: de stofwolk van een roadtrain die het gravel op gaat
ontneemt je geruime tijd het zicht en tevens alle rijplezier; bovendien werd je
bekogelt met weggeslingerde stenen van de vele passerende wielen. Met een
noodgang denderen ze langs je heen en ze stoppen nergens voor getuige de vele
dode koeien die we dood langs de weg zagen liggen. Het begon al aan het einde
van de middag te geraken en de kangeroe's kwamen te voorschijn langs de weg. Je
zag ze met meerderen tegelijk weg hoppen. Een prachtig gezicht maar ik had ze
toch liever niet voor mijn wielen, het werd dus tijd om te stoppen. Tevens
staken koeien bij schering en inslag de weg over waarbij ze het op een drafje
zetten zodra ze mijn motor hoorden. Ze worden hier namelijk wel eens met motoren
bijeen gedreven en dus hebben ze het niet zo op motoren, zodat wij
geconcentreerd moesten blijven rijden.
In Gregory Downs, hoofdzakelijk een pub en een winkeltje, deden wij onze inkopen
en reden door naar de brug waar we in de rivierbedding konden overnachten.
Heerlijk in het wild, al waren we hier zeker niet de enigen. Het was een
prachtige rivierbedding met kurkbomen en schoon stromend water zonder
krokodillen. We maakten kennis met onze buren, Erik & Willie, en we mochten op
hun houtfornuisje ons potje koken. Nog nooit hebben wij zo snel ons eten bereid
nadat we ergens aan waren gekomen. Bovendien hadden we koffie op de koop toe.
Wat een luxe na zo'n lange vermoeiende dag. De zon ging onder en maakte plaats
voor de maan die onze tent verlichtte onder een schitterende (letterlijk en
figuurlijk) sterrenhemel. Het gekwetter van de vogels was verdwenen en de
krekels namen het over. Genietend van de rust kwamen we tot de conclusie dat het
hier goed voor ons was uit te houden. We hadden in 6 weken zo'n 5500 km afgelegd
en dus was het wel tijd om een pas op de plaats te maken. Bij het ontwaken zagen
we de zon door de kruin van de bomen de aarde opwarmen. Vele vogels lieten ons
weten dat we moesten ontwaken. De 'Bell Bird' gaf het luidst blijk van zijn
aanwezigheid en het beloofde weer een prachtige dag te worden. Geen wonder dan
ook dat ons plan om één nacht te blijven gewijzigd werd in drie nachten.
Enige tijd geleden hadden
we een reportage op de televisie gezien over Lawn Hill Nationaal Park. Het was
100 km 'achter' Gregory Down en de gravelweg was volgens ingewonnen informatie
in goede conditie. Tijd dus om daar ons geluk te gaan beproeven. Nou dat begon
slecht aangezien we tot de ontdekking kwamen dat mijn intercom het deels had
begeven. Ik kon Martin nog wel horen maar omgekeerd niet, dus bleef die dag mijn
stem uit de ether en moest ik trachten met hoofdbewegingen te 'communiceren' wat
niet echt vlotjes verliep. Op de camping hadden we geluk en konden we 'nog net'
een plekje krijgen. Dat gaf al wel aan dat het er druk was en dat bleek dan ook.
Terwijl Martin de oorzaak van het intercom probleem probeerde te lokaliseren was
ik aan het koken en dus zat ik met mijn helm op het hoofd al hardop pratend te
roeren in het pannetje. De mensen die dit gezien hebben moeten gedacht hebben
dat wij twee randdebielen waren. We gingen hondsmoe naar bed en de volgende dag
waren we verkwikt en dus was het tijd voor wat actie. We stapten in onze schone
bergschoenen en besloten een lange wandeling te gaan maken op zoek naar de
'Upper Gorge'. Het was een schitterende wandeling waarbij we door een
sprookjesachtig landschap liepen. Vanaf de top van een kloof hadden we een
schitterend uitzicht over de rivier en de kloof en de omgeving gaf ons het
gevoel de hoofdrol te spelen in een boek van Old Shatterhand. Ik dacht aan de
vele slangen en hield de ogen stevig op het pad voor me gericht. Maar wat anders
dan enkele Waterdragons, een soort kleine salamanders, zagen we niet muv. van de
vele onvermijdelijke vliegen.
We maakten een aardige klim en vanaf de enorme hoogte hadden wij weer een
prachtig uitzicht op de rivier en de steile rotsen die prachtig van kleur waren,
deze keer de 'Middle Gorge' geheten. Beneden op het water zagen wij enkele
kano's over het water glijden en de mensen waren niet meer dan kleine nietige
objecten. We genoten met volle teugen al was ik maar wat blij toen we weer naar
beneden gingen waarbij Martin soms zo dicht langs de afgrond liep dat mijn hart
sneller begon te kloppen en ik al visioenen kreeg van reddings helikopters. Maar
ook deze keer waren die gedachten overbodig al was ik wel blij toen we
uiteindelijk weer heel beneden aan kwamen. We liepen langs de rivier en langs de
kloof omgeven met palmbomen en de natuur had iets grilligs en tevens iets
romantisch. Ik hoef niet te zeggen dat wij volop genoten. Als ik tussen de
rotsen door liep dan floot ik een deuntje, iets wat ik van Willie, onze
Aboriginalgids, had afgekeken. Stel je eens voor dat er een slang in de weg lag
en zo werden ze gewaarschuwd dat ik er aan kwam. Het was een schitterende
wandeling maar we waren blij dat we weer terug de camping op liepen.
XXX |
Terug bij de tent bleek dat Joe & Rosemarie geariveerd waren, die we ook hadden
leren kennen in de rivierbedding van Gregory Downs, dus de rest van de dag zijn
we druk pratend met hun gezelschap doorgekomen. De volgende dag zijn we met z'n
vieren op avontuur gegaan. Weer gingen we de beide kloven verkennen, alleen deze
keer per kano. Het was een prachtige dag en al was de lucht niet helemaal strak
blauw, voor ons was het perfect weer voor een avontuurtje. Martin ging samen met
Joe in een kano omdat Joe aan zijn schouders geopereerd was en niet in staat was
om echt te roeien en Rosemarie en ik een tweede kano. Ik mocht voor in zitten en
dus was Rosemarie de stuurman... en dat heb ik geweten! Onze kano ging in het
begin alle kanten op behalve de goede en het duurde even voor we de juiste slag
te pakken hadden. Het was een geweldige ervaring om in zo'n mooie omgeving te
mogen ronddobberen. We voeren door de 'Middle Gorge' heen en bij een klein
watervalletje droegen we de kano's om de waterval heen. Met een verenigd
teamwork lieten we de kano's vervolgens weer te water voorbij de waterval. Toch
was vervolgens de omgeving heel anders, met veel groenere oevers. Na door de
'Upper Gorge' gevaren te hebben moesten we dezelfde weg weer terug. Onder de
waterval lag een zwarte python zich op te warmen in de zon net boven de
waterspiegel. Het was prachtig dit dier zo in z'n natuurlijke omgeving te
zien liggen. Op een stronk zagen we ook nog een zonaanbiddende schildpad die in
het water verdween toen we de camera grepen. Mijn ogen stonden op scherp en ik
zag aan de oever een zoetwater krokodil. Deze is, in tegenstelling tot de
zoutwater krokodil, niet aggressief (behalve in het broedseizoen). Dit exemplaar
lag zich op te warmen in de zon en wij konden er van dichtbij volop van
genieten. Deze momenten zijn mooier dan welke krokodil in welke dierentuin dan
ook omdat we deze in de wilde natuur tegen komen. Rosemarie maakte de kano trip
extra smeuïg door haar balans te verliezen bij het uitstappen en tot haar kruis
nat te worden. Joe gedroeg zich als een echte gentleman door eerst te vragen of
de camera niet nat geworden was.
Na de lunch gingen Rosemarie & Joe terug naar de rivierbedding van Gregory Downs
waar wij de volgende dag ook naar terug zouden keren. Dus reden we dezelfde weg
terug over de gravel weg met als enige verschil dat ik Martin van spoor zag
veranderen en deze keer ging dit gepaard met veel spectakel doordat hij veel
moeite had om zijn stalen ros overeind te houden. Hij gleed de berm in maar wist
zich staande te houden. Op zulke momenten zie ik dat voor mij afspelen en wist
ik dus wat mij te doen stond: gewoon recht vooruit blijven rijden en het gas
erop houden.
Terug in de rivierbedding van Gregory Downs werden we heel hartelijk welkom
geheten. We werden omhelsd en geknuffeld en ons oude plekje was reeds voor ons
gereserveerd middels een paal met een bordje erop: "This place is reserved for
Jeannette and Martin. Signed by the residents of The Gregory Riverbed" waar we
erg om moesten lachen.
XXX |
Nadat we de tent hadden opgezet was het tijd om, onder het genot van een kopje
koffie, alle verhalen bij te praten. Joe had onderwijl het water voor een
heerlijke warme douche op een houtvuurtje opgewarmd en
tegenspreken had geen zin. Rosemarie's wil was deze keer wet en zo stond ik even
later met mijn tasje met badschuim en schone kleren bij hun douchehokje. Het zal
duidelijk zijn hoeveel ik van deze warme douche genoot, het is niet te
beschrijven hoe dankbaar ik hen hiervoor was. Het duurde even voor ik al het
rode stof van mijn snoet had gepoetst. En Martin? Die dook gewoon de koude
rivier in. Het nadeel was dat de rivier zoveel mineralen bevatte dat je huid er
door uitdroogde. Martin kreeg hierdoor last van een diepe kloof in zijn voet,
maar met een Labello stick werd de pijn verzacht.
Dat we er een gezellige tijd hadden werd duidelijk doordat we met z'n allen aan
de wekelijkse door Murrey, de lokale kruidenier, georganiseerde 'Wijn en kaas'
avond deel te nemen. Als een ieder voor zijn eigen wijn zorgde, zorgde Murrey
voor de kaas en de toast. Er kwamen veel mensen opdagen maar de meesten
vertrokken weer toen de kaas en toast op was. Met een kleine groep bleven we
'nadrinken'. Willie en Erik waren na een enkele glazen wijn al flink kacheltje
en toen het uur van de waarheid aanbrak en we naar huis wilden zei Willie dat ze
"Piss like a parrot" was. Voor de grap bood Murrey zijn kruiwagen aan. Onder
luid gelach werd dit afgewezen maar toen ze op stond en niet meer op haar benen
bleek te kunnen staan werd de kruiwagen alsnog voorgereden. Willie liet zich er
gewillig in zakken terwijl Martin haar zetel middels zijn fleece onder haar
hoofd comfortabel maakte en haar naar de rivierbedding terug reed. Ik hield
ondertussen Eriks hand vast zodat hij niet in de rivier zou vallen als we de
brug over gingen. Het mooiste was dat wij onze camera bij ons hadden en mooie
foto's van Willie hebben genomen die ondertussen de maan aan het bezingen was.
We hebben zo enorm gelachen dat ik letterlijk in mijn broek geplast heb van het
lachen; en dat was wat minder. De volgende dag werd vooral Willie wakker met een
flinke kater en kon zich niets van het 'kruiwagen incident' herinneren. Martin
had intussen de kruiwagen in alle vroegte terug naar Murrey gebracht zodat
alleen de foto's over bleven. Willie had nog enkele dagen het gevoel dat zij op
zee was en voelde zich groen en geel van ellende. Zo heeft alles in het leven
zijn prijs.
Wij waren niet de enigen die langer in de rivierbedding bleven hangen. Het was
er zo gezellig dat iedereen er last van had. Bovendien stonden er het komend
weekend een groots evenement op het programma... en dus bleven we nog langer.
Het evenement was de jaarlijkse 'Camp Draft'. voor de lokale cowboys, in
Australië 'ringers' of 'stockmen' genaamd. Een beginneling wordt 'ringer'
genoemd en als men de kunst goed afgekeken heeft en de nodige vaardigheden
bezitten wordt men 'stockman' genoemd. Samen met de vaardigheden van een
'stockman' komen dan echter ook de verantwoordelijkheden. De bedoeling van de
'Camp Draft' is om een kalf van de rest van de kudde te scheiden en het
vervolgens het kalf (tussen de 18 maanden en 2 jaar oud) een vooraf vastgesteld
parcours proberen te laten rennen door ze op de juiste manier op te drijven. Dit
vergt een uiterste concentratie en samenwerking van de ringer (of stockman) en
zijn paard. Het gaat er niet om wie het sterkste is. We zagen jongens met veel
bombarie de ring in rijden en snel een kalf af scheiden. De paniek slaat dan
vervolgens in de kudde en er is dan absoluut niets meer mee te beginnen en is
zijn poging is tot een fiasco gedoemd. Een goede ruiter rijdt rustig de ring in
en bekijkt elk kalf in de ring. Hij beslist vervolgens welk kalf hij wil gaan
afscheiden en mag dit niet meer wijzigen. Ik vroeg een stockman waar men bij het
rondkijken op let? Men let voornamelijk op de ogen van de dieren en een ervaren
ruiter kan in de ogen lezen hoe 'opgefokt' de kalveren zijn en kiezen de
rustigste uit, ze kijken dus naar de poppetjes in hun ogen.
XXX |
Als het kalf gescheiden is wordt op het commando van de ruiter het hek van de
kraal geopend en stuift het kalf de grote ring in en probeert de ruiter samen
met zijn paard het kalf het juiste parcours af te laten leggen. Degene die het
kalf het parcours in de snelste tijd af laat leggen is de winnaar en kan het
prijzengeld van Aus$ 200,- tot 500,- (€ 115,- tot 290,- ) in ontvangst nemen.
Natuurlijk is er onderling veel rivaliteit en deze 'Camp Draft' was één van een
hele serie. Wij hebben er enorm veel foto's genomen en het was moeilijk om een
mooie actie foto te nemen omdat alles zo snel gaat. Voor ons was dit een heel
speciaal evenement dat we niet hadden willen missen en het bleek heel wat
moeilijker te zijn dan het in het in eerste instantie leek. Bovendien konden wij
op deze wijze nader kennis maken met de lokale bevolking. Enig minpuntje was dat
ik tijdens alle actie ineens tot de ontdekking kwam mijn dat ik mijn zonnebril
kwijt was. Met alle stofwolken was deze wellicht al snel onder het stof
verdwenen dus onze zoektocht bleef vruchteloos.
Voor ons werd de dag afgesloten met een gezamelijke maaltijd waar iedereen bij
aan kon schuiven. De vrouwenvereniging had de maaltijd gemaakt waarbij ieder lid
een eigen gemaakte schotel meegebracht. Met de nodige coördinatie heb je dan
alle gangen van soep tot desert. Bovendien was dit voor ons de ultieme
gelegenheid om de australische 'outback' keukengerechten uit te proberen. En dat
smaakte wel. Bovendien zaten we tussen de lokalen. Tegenover ons zat een stel
dat een 'homestead' (boerderij) runde en hij had ook aan de 'Camp Draft' mee
gedaan en wist ons nog veel er over te vertellen.
We zouden de volgende dag eindelijk weer eens verder gaan zodat we diezelfde
avond nog afscheid namen van twee lokale bewoners die ons dierbaar waren
geworden: Murrey en Colleen, de kruidenier en de onderwijzeres. We vertrokken 's
ochtends, na afscheid van Joe & Rosemarie genomen te hebben, vanuit de
rivierbedding. Willie & Erik reisden met ons op en iedere keer als we hun bus
langs de weg zagen staan betekende dat er daar koffie op ons wachtte. Bij het
Burke & Wills Roadhouse was ik zeer opgelucht om mijn sleutels weer in ontvangst
te kunnen nemen.
Die dag eindigde onze rit zo'n 78 km voor Cloncurry waar Willie & Erik ons al op
stonden te wachten op een 'rest-area'. Hier was geen toilet en water aanwezig
(doch wel een BBQ!) maar die avond zagen we een prachtige zonsondergang zoals je
die alleen in de outback kunt hebben. We doken stinkend en vies onze slaapzak
in. "Oh, what a night!" Ik had het enorm koud zodat Martin zijn fleece aan mij
gaf die ik snel heb aangetrokken. Ik was echte al koud tot op het bot en heb die
nacht heel slecht geslapen. Maar wetende dat de laatste loodjes het zwaarst zijn
en Cloncurry lonkte was het geen probleem om de volgende dag weer verder te
gaan. Onderweg zagen we veel aangereden dode koeien langs de weg. Of beter
gezegd, wij roken ze reeds ruim voordat we ze zagen.
In de loop van de ochtend reden we Cloncurry binnen, wat een gemoedelijk
plaatsje was waar wij ons wel thuis voelden zodat wij besloten hier enkele dagen
te blijven. Willie & Erik deelden onze mening en bleven enkele dagen op een
camping staan. Wij verkozen echter een motel boven een camping. Zo konden we ons
letterlijk schoon boenen en zagen dat het water zwart van ons en van onze kleren
af liep. Ook konden we in de bibliotheek weer eens wat van ons laten horen en we
genoten van alle emails, vooral van de foto's van de kinderen. Op zo'n moment
besef je pas eigenlijk hoe ver weg je van iedereen vandaan zit. We sliepen de
eerste nacht erg onrustig in een bed waar we zo lang naar uit hadden gekeken.
Maar de volgende nachten waren we er al aan gewend.
Cloncurry is de plaats waar de RFDS (Royal Flying Doctor Services) is opgericht
en we maakten van de gelegenheid gebruik om het museum te bezoeken. John Flynn,
de oprichter, was een lovenswaardig man. Een dominee die zonder aanzien des
persoon werkte en vanuit zijn naastenliefde vertegenwoordigde hij zijn kerk
middels zijn daden. Zijn ideaal was om het isolement van mensen in de outback te
doorbreken, iets waarin hij uitstekend geslaagd is ondanks dat het niet
eenvoudig was in de beginjaren.
In Cloncurry leek het of de tijd lang heeft stil gestaan en daarom hielden wij
van deze plaats. De bedoeling was om een paar dagen tot onszelf te komen, maar
vanwege de lawaaierige pubs konden wij niet echt goed slapen en dus besloten om
weer verder te trekken.
XXX |
Van Joe & Rosemarie hadden we een heel mooi plekje bij een water reservoir
gekregen en het bleek een genot te zijn om hier een nachtje neer te strijken. We
genoten er van de enorme rust die er heerste en bovendien hadden we er een
prachtig uitzicht over het water met zijn vele watervogels. De pelikanen
dobberden in het water en samen met een magische ondergaande zon ademde het
geheel een sprookjesachtige sfeer uit. Een kangeroe stak ook nog nieuwsgierig
zijn kop omhoog en sloeg ons vanaf de overzijde van het meer nauwkeurig gade. De
weg verder naar Mount Isa was een schitterende weg door de heuvels en we genoten
met volle teugen van de rotsachtige omgeving. Mount Isa deed ons denken aan een
erg smerige en ongezellige plaats dat alleen goed is om te tanken en vervolgens
direct weer te verlaten. We reden die dag door naar Camooweal aan de grens met
de Northern Territory, vanwaar er nieuwe avonturen op ons zouden wachten!
XXX |
Het beste stuk van
Queensland was toch wel de outback. De uitgestrektheid is er overweldigend; er
is heel veel van niets! Je rijdt 250 km of meer tussen twee roadhouses met daar
tussen absoluut niets, behalve heel veel boompjes, struiken, graspollen en
stenen. Door deze grote 'leegte' is het gemakkelijk om een toilet te vinden wat
wel een
enorme zegen is. Een toiletpot is daar een niet aanwezig stuk luxe waar we
alleen maar van kunnen dromen. Martin gedraagt zich dan als een hond door gewoon
de eerste de beste boom op te zoeken en dat tot zijn territorium te markeren. Ik
sta altijd in dubio: loop ik ver de bush in om zo niet vanaf de weg zichtbaar te
zijn of laat ik de angst voor slangen, die je in het gras kunnen zitten,
overheersen. Meestal draait het uit op dat laatste, aangezien de wegen toch niet
zo druk bereden worden. Maar ik kan heel snel mijn broek ophijsen als er dan
toch wat aan komt! 's Nachts is het een ander verhaal als ik moest plassen maar
ook hier heb ik al wat op gevonden. Ik schud Martin gewoon wakker en vraag dan
subtiel of hij ook niet moet plassen. Hij weet dan al hoe laat het is en durft
niet meer te ontkennen. Dus mijn vraag "Slaap je nog?" is meer een aankondiging
dat ik moet plassen dan een echte vraag. Maar als we dan samen onder de
sterrenhemel liepen, soms in het licht van de maan de bush in dan was hij alles
al weer vergeten; romantiek ten top.
Slangen en krokodillen boezemen mij een grote angst in maar vaak heb je gelukkig
niet met ze te maken. Anders ligt dit voor...VLIEGEN. Echt, ik krijg
moordneigingen van die kleine opdringerige beesten. Ze zijn letterlijk niet bij
je weg te slaan waardoor de 'nationale groet' in Australië een zwaai voor je
hoofd langs is. Ze vliegen dan op en landen weer op dezelfde plek zodra je hand
voorbij is. Ze kruipen in je ogen, neus en oren dat je er gek van wordt. Ik heb
er zelfs al eentje per ongeluk ingeslikt en de gedachte er alleen al aan deed me
bijna doen overgeven. We hebben wel gaasnetjes maar die helpen slechts
gedeeltelijk zodat je er soms wanhopig van wordt.
Toch waren we ondanks alle gevaren blij dat we Queensland overleeft hadden en de
grens over trokken om de Northern Territory te mogen gaan bezoeken.