Reisverslag 30          Camooweal (Australië, 28-06-2003) t/m Kulgera (Australië, 11-08-2003)


XXX

Nadat wij onze motoren in Camooweal afgetankt hadden was het nog 18 km totdat we de grens over zouden gaan die Queensland scheidde van de Northern Territory. Wat ons direct opviel toen we de grens overstaken was de enorme droogte en de kale vlakte die er plotseling was; er was bijna geen boom meer te zien en de natuur was ineens desolaat en ons inziens genadeloos. Je vroeg je eigenlijk af of het hier wel even mogelijk was om te kunnen overleven.
Het liep al tegen het einde van de middag en wij zochten al naar een plekje om in de vrije natuur te overnachten voordat de zon onder zou gaan. Het landschap was toch niet zo genadeloos als dat het in eerste instantie leek aangezien we regelmatig windmolens zagen staan. En waar een windmolen is is hier water; al dan niet tussen de koeien. We reden een hek door over een zandweg naar een windmolen. Ik volgde Martin en ik merkte dat Martin, net als ik, niet bang was tussen de koeien. De koeien keken op omdat de motoren hen stoorden tijdens het drinken en ze voor de zekerheid maar rustig wegliepen. Ik keek wel nog even goed of er toevallig geen stier teveel aandacht voor ons had. Rond de windmolen bevonden zich heel veel prachtige, witte kaketoe's die er aardig op los schetterden. Wij vermoeden dat ze het over ons hadden. We parkeerden de motoren vlak naast een struikje om toch nog iets schaduw te krijgen. Met temperaturen van over de 30 graden celsius geen overbodige luxe. We pakten onze stoeltjes uit de rol en gingen zitten om te genieten van de dieren en het leven zoals het zich om ons heen afspeelde. Zo ontdekten we dat er in de struik naast ons hele kleine zebravinkjes een nestje aan het bouwen waren. Ze stoorden zich totaal niet aan ons en waren druk aan het werk. Martin ging achter water aan opgepompt door de windmolen en terwijl hij er heen liep vlogen de vele kaketoe's op wat een prachtig gezicht was. Met het water konden we ons die avond lekker wassen.


XXX
We zetten onze tent op om vervolgens ons potje te gaan koken. Onderwijl was de zon onder gegaan en kwamen de kangeroe's te voorschijn. Er was er één bij die Martin nauwgezet in de gaten hield toen hij de spullen van de motor aan het halen was. We waren hondsmoe van de lange rit maar als bedverhaaltje lazen we nog een stuk uit de Dagboeken van Opa Geurink, heel interessant om een dagboek met de belevenissen van ruim 60 jaar geleden te kunnen lezen. Sommige dingen zijn compleet veranderd en sommige dingen zijn nog exact hetzelfde gebleven.

XXX
De zon wekte ons de volgende dag om van een nieuwe dag te gaan genieten. Het opzetten en afbreken van ons kamp was nu een dagelijkse routine geworden zodat we voor we er erg in hadden al weer op de motor zaten en door het zand terug naar de verharde weg reden niet wetende wat de dag ons vandaag weer brengen zou. Na een uurtje rijden zag ik ineens de bus van Erik & Willie staan en dus stopten we voor onze koffie. Het was zo'n bijzonder mooi moment om hen weer terug te zien dat we maar een lange rustpauze in gelast hebben. Terwijl we aan de koffie zaten stopte er nog een andere motorrijder, Joe een Amerikaan die in Guam woonde, een eiland ergens in de Stille Oceaan. Van de buren kregen we een extra stoel bij geschoven en werden verhalen uitgewisseld. Na de lunch namen we allemaal afscheid en reden we verder, zij het slechts 245 km voordat de dag al weer voorbij was. De omgeving bestond voor een overgroot gedeelte uit dichte struikbegroeiïng. We zochten opnieuw naar een windmolen en besloten om de aanwezige koeien als buren voor lief te nemen. Er was water in overvloed en dit betekende weer een dagelijkse poedelbeurt, al moesten we het water wel uit de koeietrog halen. Geen probleem omdat we het water toch alleen maar gebruikten om ons in te wassen en af te wassen. De koeien waren enorm nieuwsgierig maar vanwege de omheining konden ze niet bij ons komen. De tent werd opgezet in het hoge dorre gras en de dag maakte plaats voor de avond waarbij de stemmen van de vogels verstomden en de krekels het hoogste lied over namen. Het overnachten in de wilde natuur was toch iets waar niets aan kon tippen. De rust die er heerste zorgde er voor dat we ons één met de natuur voelden en de roepen uit de wildernis konden hoorden. Er waren namelijk dingo's in de buurt en midden in de nacht schrokken we abrupt wakker toen een everzwijn, dat zich vlak naast onze tent ophield, ineens dooreen dingo weggejaagd werd. Gelukkig keerde vervolgens de rust weer en luisterden we naar de geluiden van de nacht zoals hoppende kangeroe's die ook op het water af kwamen.

XXX
De volgende dag zagen we de sporen van afgelopen nacht rond de tent terug en bleek dat men inderdaad dicht bij de tent geweest was. De zon liet zich niet tegen houden en bleef maar stijgen waardoor de natuur tot leven kwam. Eigenlijk vind ik de ochtend het mooiste moment van de dag. De dauw ligt over het land en de stilte wordt langzaam doorbroken door de roep van de vogels en dat is schitterend.
We hadden deze dag een lange rit voor de boeg, 380 km zonder wat dan maar ook, niet eens een roadhouse. Wel veel natuur en dan gelukkig 'puur natuur'. Eindeloze vlaktes en waar je ook heen keek, je keek tientalen kilometers over de vlakte. De weg was alles behalve saai. We passeerden enkele windmolens en overal liepen er sporen naar de windmolen toe; zelfs in het asfalt kon je de route die het vee volgde zien! Die dag zagen we verder twee emoe's en zagen we hoe de Ringers en Stockmen het vee te paard aan het bijeen drijven waren. Aan het einde van de dag werden we beloond met een mooie bergrug waar we langs reden. De kleuren door de namiddag zon sierde de omgeving op.
We hadden al 370 km op de teller staan toen we in de namiddag in Cape Crawford aan kwamen. Ondanks dat het heel rustig op de weg was moet je heel geconcentreerd blijven rijden. Je kunt namelijk van alles tegen komen aan dieren en dan hebben we het nog niet eens over de roadtrains. De weg bestond maar uit één rijbaan met aan beide zijde een brede gravelstrook. Als er een tegenligger passeert dan krijg je soms stenen op je af gelanceerd en dat is niet echt lekker kan ik je verzekeren! We reden die dag dan ook niet verder meer maar bleven die nacht op de camping. Wat ons hier ook weer opviel was het enorme asociale gedrag van de Australiër in de outback, helemaal als ze gedronken hebben. Men denkt absoluut niet aan zijn omgeving. Niet aan de mensen die bv. rustig willen slapen en niet aan de natuur en al het afval wordt maar uit het autoraam gegooid.

XXX
Na een nacht slapen reden we weer verder. Het zou geen lange maar wel een afwisselende dag worden. Na een stevig engels ontbijt konden we gerust op de motoren stappen en vertrekken. Na verloop van tijd stopten we bij een rustplaats langs de weg. Hier stonden overdekte betonnen picknicktafels en -stoelen en vaak ook een watertank waar je uit kon drinken. Vaak stonden er bakjes onder om het lekwater op te vangen voor de vogels en wij hadden we er een goede gewoonte van gemaakt om deze bakjes met vers schoon water te vullen. Je kon er vervolgens op gaan wachten en genieten van alle verschillende soorten vogels die er op af komen om te drinken en te badderen. Verderop langs de weg moesten we nog door een bosbrand heen rijden. Donkere rookwolken hingen over de weg zodat we er wel doorheen moesten. In eerste instantie vond ik het wel eng, maar we sloten onze viziers en met Martin ging voorop gingen we er samen doorheen. Vaak zijn deze branden bewust aangestoken. Na de regens groeit er enorm veel gras dat later, als het droger wordt, uitdroogt. Nu, aan het begin van het droge seizoen, is het nog niet zo warm en zit er nog vocht in de flora zodat een vuur nu niet zo snel verwoestend om zich heen grijpt dan later in het in het droge seizoen. Dit 'gecontroleerd' afbranden deden de Aboriginals al honderden jaren en is iets wat de (blanke) Australiërs overgenomen hebben.
Dezelfde dag kwamen we uit op de Stuart Highway, de beroemde weg die van het Noorden naar het Zuiden dwars door het midden van Australië loopt, vlak bij het historische plaatsje Daly Waters. Dit plaatsje, dat uit niet veel meer bestond dan een pub, was voor ons veel te toeristisch, zodat we na er wat gegeten en dronken te hebben tegen de klok van drie uur verder reden onderweg de lokale camping passerend waar het net Schevingen op een mooie warme zomerdag was, waar je dan ook kont aan kont ligt. Wij hadden hier echt geen trek in en prefereerden die nacht een zijweg in te rijden. Langs het hek zetten we onze tent op en alhoewel het niet het mooiste plekje was, was het wel een enorm rustig plekje. Die nacht hoorden we geen enkel geluid nadat het geluid van de krekels verstomd was. Het enigste dat mij verontruste was dat de tent pal naast hoog gras stond waar allerlei enge beesten in konden zitten zodat ik er strikt op toe zag dat de tent direct weer goed afgesloten werd. Martin was minder bang dan ik maar toen hij 's nachts vroeg of ik nog moet plassen hoefde ik dus absoluut niet.
De Stuart Highway werd al snel door ons omgedoopt in de 'Sleurhut Highway'. Echt elke kilometer kwamen we minimaal één auto met caravan tegen met een 'vuttend' echtpaar er in. Standaard een auto met caravan voor echtparen die 'gewoon' rond trokken, de echte avontuurlijke echtparen herkende je doordat de auto vervangen was door een 4WD en de caravan door een vouwwagen zodat men ook over onverharde wegen goed uit de voeten kon. Maar waarschijnlijk was het hier image belangrijker dan dat men ook van deze mogelijkheden gebruik maakte omdat de meeste combinaties er brandschoon uit zagen.
Nadat we zo'n 200 combinaties tegen gekomen waren stopten we in Mataranka voor een kop koffie. Hier stond de klantvriendelijkheid absoluut niet hoog in het vaandel. Eerst moesten we verschillende malen roepen voordat er een meid verscheen waarbij het duidelijk was dat we haar ergens in stoorden. Met een lelijk gezicht werd ons gewezen waar de koffie stond en na betaald te hebben verdween ze weer naar achteren. Snel de koffie op gedronken en weer op de motor gestapt. De volgende stop was in Katherine, een groezelig plaatsje waar wij heel veel aboriginals op straat zagen. 8 km buiten Katherine was de Springvale Homestead en hier konden we voor de komende tijd even op adem komen. Een kleine rivier liep langs de Homestead met genoeg water om er krokodillen in rond te hebben zwemmen zodat de rivier ineens een heel andere dimensie kreeg. We besloten om met een boottocht mee te gaan om 's nachts krokodillen te proberen te spotten. Iedereen kreeg een zaklamp om deze beesten langs de oever te vinden, maar ondanks hun grootte viel het niet mee ze te vinden. Je spot ze doordat het licht van de lamp in hun ogen reflecteert en zo zie je ineens twee robijntjes in het donker oplichten. Het lijkt eenvoudig maar je ogen moeten even wennen, maar vervolgens zagen we enkele oogjes twinkelen langs de oever. Het was een knoeperd van een krokodil, vervolgens zagen we er meerderen. Behalve het krokodillen spotten hadden we ook een maaltijd aan de oever. Het vlees van de BBQ werd met de nodige wijntjes weggespoeld. Vooral Martin had enkele wijntjes nodig om al zijn vlees weg te spoelen. Op de terugweg zag hij ineens veel meer krokodillen dan op de heenweg en vond het verbazingwekkend waar deze krokodillen ineens vandaan kwamen. Maar we hadden een hele gezellige avond.

XXX
We moesten de volgende dag al weer vroeg op want we hadden nog meer avonturen in petto. We wilden een dagje per kano door de Katherine Gorge (=kloof) peddelen. We waren, voor ons doen, vroeg wakker al kwam dit eigenlijk doordat onze buren om half zeven als een stel olifanten door hun kamer liepen. Zij konden echter niet helpen dat het gebouw waarin wij ons bevonden goedkoop gebouwd was. Martin zijn dag begon goed en hij moest als eye opener eerst de beschermstukken in de motorbroeken terug plaatsen. Ik had de pakken namelijk gewassen omdat ze recht overeind bleven staan na alle ontberingen in de Australische outback. We zaten rond kwart voor acht op de motor en het was echt koud zodat de ritsen van de jas toch maar dicht gingen. Onderweg zag ik een walliby verscholen op nog geen twee meter van de weg. Ik was allang blij dat hij stil bleef zitten en niet voor de motor huppelde want Martin had hem niet gezien. In het Nationaal Park was het een lawaai van jewelste omdat in de bomen honderden enorm grote vleermuizen zaten. We hoefden ons echter geen zorgen te maken over deze enge dieren aangezien ze alleen maar fruit aten en bovendien... gingen ze net naar bed.
De kano lag al voor ons klaar en voor we er erg in hadden waren we al op het water. Het ging er hier heel anders aan toe dan in Lawn Hill National Park. Daar was je praktisch alleen op het water omringt door de natuur terwijl je hier veel meer kano's had en bovendien had je hier ook nog gemotoriseerde boten die toergroepen door de verschillende kloven vervoerden. De eerste kloof is 3.2 km lang en we genoten van de omgeving. De kloven waren hier veel langer dan in Lawn Hill maar het was hier ook veel drukker. We genoten van het rustige peddelen en lieten de omgeving diep op ons inwerken. Vervolgens was ons eerste obstakel daar. Omdat het laag water was kwamen de rotsen deels boven het water uit, dus moesten we uit de kano en deze om de rotspunten heel leiden. De rotsen waren glad en het water stroomde er snel dus was er hier veel te beleven. Martin ging het, met zijn lange benen, goed af terwijl ik mijzelf door de stroming heen moest worstelen en één keer moest hij me zelfs vastgrijpen omdat ik anders mee gesleurd werd. Tevens moest Martin ook de kano nog in bedwang houden, alleen ging er een peddel vandoor. We waren echter niet de enigen en de peddels en slippers dreven regelmatig stroomafwaarts. Gelukkig hielp iedereen elkaar zodat we in ieder geval schik hadden en toen we eindelijk weer in de boot zaten kon iedereen weer gaan genieten van de tweede kloof die heel anders was dan de eerste kloof.
De tweede kloof is 2.4 km lang. De kolossale reuzen om je heen doen je beseffen hoe klein je bent. We peddelden naar enkele rotsen en namen even een meegenomen versnapering want je krijgt best wel trek van al dat peddelen. Het was wel leuk dat je niet wist welke obstakels er verderop op je pad lagen en het was eigenlijk een beetje hetzelfde als op de motor. Tussen de tweede en derde kloof lag weer een hindernis: een klein watervalletje dat niet veel voorstelde en we voelden ons nog een stel echte limbo dansers toen een grote tak ons de weg versperde en wij er liggend onder door gingen. De derde kloof was aan het einde erg ruig met hoge prachtig gepolijste rotsen die als ware kunstwerken uit het water omhoog staken. We zochten een plekje in de zon op de rotsen en Martin spreidde zijn talenten als waterrat tentoon door nog iets verder te gaan zwemmen en kon gelijk nog de kano redden die helemaal vol water gelopen was en de man deze niet meer op eigen kracht leeg kon hozen. In totaal zijn er negen kloven achter elkaar maar drie was voor ons genoeg, aangezien we ook nog weer helemaal terug moesten peddelen stroomafwaarts welliswaar. We wisten nu echter wat ons te wachten stond.

XXX
In eerste instantie zagen we weinig dieren maar op de terugweg zagen we drie waterschildpadden in het water. Terug bij het obstakel tussen de eerste en tweede kloof zette Martin mij aan wal met de ton (die niet waterdicht was en waar de camera's en sleutels in zaten) waarna hij trachtte om al peddelend de stroomversnelling te overwinnen. Een rots deed de kano echter kapseizen waardoor deze vol water kwam te staan en Martin, kletsnat, de boot leeg goot. Een goede gelegenheid om nog wat leuke foto's van hem te nemen. Met dat hij stond te worstelen met de kano zag ik vlak voor mij een slang door het water glijden, twintig meter bij Martin en twee meter bij mij vandaan! Hij zwom als een torpedo mijn kant op en ik gillen dat er een slang aan kwam. Hij bleek later super giftig te zijn en ik zag hem vanaf de kant een boom in slingeren. Toen Martin aan kwam peddelen zagen we hem nog hoger de boom in glijden, een prachtig gezicht maar toch wel griezelig. Het zijn van die momenten dat je vergeet om een foto van te nemen. De camera zat in de ton die ik in de hand had, maar het enige dat ik deed was kijken waar de slang heen ging. Die slang was echt razend snel; zowel in het water als in de boom! We hadden eigenlijk ook geen foto's nodig want dit was weer zo'n moment om nooit te vergeten.
Ondanks dat we nu stroomafwaarts gingen viel het peddelen ons zwaar en die alom bekende laatste loodjes vielen niet mee. Maar na zeven uur in een kano gepeddeld te hebben waren we eindelijk weer terug bij af. We hadden we geen armen meer over en waren zo moe als een hond. Eerst rustig even bijgekomen alvorens de motor weer aangetrapt te hebben en naar Katherine terug gereden.
In Katherine moesten we definitief de knoop doorhakken waarheen we wilden. Gingen we door het midden van Australië naar het zuiden of gingen we helemaal rond rijden. Wij hadden altijd gezegd om alleen de oostelijke helft van Australië te gaan bezichtigen maar onderweg hadden we van meerdere mensen gehoord dat West Australië één van de interessantste delen van het land moest zijn, dus begonnen we te twijfelen. Maar het aantal extra kilometers die we dan moesten afleggen liep in de duizenden zodat we er uiteindelijk toch maar van afzagen... doch niet helemaal! Lake Argyle was net in West Australië en moest één van de mooiste meren in Australië zijn, dus besloten we een omweg van 1.100 km te maken. De volgende ochtend vertrokken we rustig en de eerste dag stond er 340 km op de teller toen we bij een rivier stopten op een afgelegen plekje. Martin wilde nog wat water gaan halen ondanks het feit dat we wisten dat er krokodillen konden zitten. Toen hij een rimpeling in het water zag wist hij dan ook niet hoe snel hij weg moest wezen en verderop snel wat water gehaald. We hebben het maar bij die ene keer gelaten. De volgende morgen zaten wij weer vroeg op de motor en het wemelde er van de kangeroe's. Ze schoten te pas en te onpas voor de motoren langs. We waren van hun aanwezigheid op de hoogte dus hielden we er rekening mee en pasten onze snelheid aan. Bij de grens met West Australië was er een controle ivm. fruit en groente dat niet mocht worden meegenomen vanuit de Northern Territory. Martin moest een koffer openen, maar al snel vestigde ik de aandacht op onze kooktas waarin zich een fles honing bevond. Deze was nog nooit geopend geweest maar moest toch achter gelaten worden en kon op de terugweg weer meegenomen worden. Later realiseerden we ons dat in de rol van Martin zich nog nootjes bevonden. Wij hadden weer eens donders veel geluk en de nootjes smaakten naderhand nog beter!

XXX
De weg naar Lake Argyle was super en de betovering van de zon veranderde de rotsen in een sprookjesachtig geheel. Heel bijzonder waren de graspollen die er in eerste instantie uitzagen als fluweel maar dat niet bleken te zijn. Om in zo'n droog land te kunnen overleven moet je stug en niet kapot te krijgen zijn. Verder zagen we de 'rare' boab bomen die een hele 'opgeblazen' stam hebben. Lake Argyle is een kunstmatig meer dat ontstaan is door de bouw van een dam. In een desolate droge omgeving vormt dit meer nu een oase van reusachtige omvang. Hoofdreden voor de bouw van de dam was het te veel aan neerslag in de monsoon tijd en het te weinig gedurende de rest van het jaar. Door de dam wordt het water gecontrolleerd door gelaten om de akkers te bevloeien en tevens wordt er energie opgewekt. We maakten een wandeling langs het meer toen de moordende zon op ons brandde en wij door de droogte sjokten. Nee, dan was de bootcruise die we later maakten heel wat minder inspannend. Gedurende enkele uren zagen we verschillende aspecten van het meer en zijn leefomgeving. Zo zaten er enorm veel krokodillen maar gelukkig alleen de ongevaarlijke zoetwater krokodillen. Verder zagen we de vissoorten: Archer, Catfish en de Black Bream. Veel landdieren waren op de door het stijgende water gevormde eilandjes achter gebleven. Velen waren gevangen en elders los gelaten maar enkelen bleven er achter. Ter afsluiting maakten we een mooie zonspondergang mee onder het genot van een glaasje wijn.

XXX
Voor de weg terug naar Katherine hadden we geen keuze en moesten dezelfde weg terug rijden. Toen we een parkeerplaats opdraaiden voor een korte rustpauze kwam tot onze verrassing Misty ineens aangelopen gevolgd door Eric & Willie. Het was een hartelijk weerzien en natuurlijk moest er bijgekletst worden onder het genot van een kopje koffie. Eric wist zo enorm veel van de natuur dat we aan zijn lippen hingen als hij vertelde. Zo liet hij bijvoorbeeld zien hoe een rechte zaad van het speergras zit tot een kurketrekker oprolt zodra het nat wordt en zo wordt het zaad bij regen vanzelf de grond in gedraaid! Eric & Willie waren onderweg naar West Australië en we hadden de koffie nog niet op of een motorrijder stopte ook aangezien hij enkele Nederlandse kentekenplaten had gezien. Het bleek een landgenoot te zijn: Rob van Leeuwen die ook op een BMW R110GS onderweg was naar Perth waar hij zijn rondje Australië alsmede zijn Nederland - Australië reis beëindigde. Het was heel gezellig met z'n alleen zodat we besloten hier te blijven overnachten. Rob leek wel de vliegende kruidenier, want hij had een volledige groentewinkel bij zich. Hij had in Katherine flink ingeslagen om vervolgens net buiten deze plaats de borden te zien met de quarantaine maatregelen. Dus omdat hij zijn toko toch niet mee mocht nemen bereidden we er maar een hele gezonde en vorstelijke maaltijd van.

XXX
Hij had globaal dezelfde route door Azië gevolgd als ons en alhoewel hij het in net een jaar had gedaan hadden we vele avonturen om uit te wisselen, qua reis maar ook qua motorfiets. Dit was zo'n dag waar je geen genoeg van krijgt. Heel veel dingen hadden we op dezelfde manier beleefd en we keken zo hetzelfde tegen zaken aan dat er vaak geen uitleg bij gegeven hoefde te worden. Martin was die dag zo druk geweest dat we midden in de nacht wakker werden van zijn gegil. Natuurlijk wist hij erde volgende morgen niets meer van, maar Rob en ik konden er wel om lachen. Na een lekker ontbijt namen wij afscheid van eerst Rob en vervolgens Eric & Willie. Bij het volgende roadhouse kwamen we al weer een Nederlandse reiziger tegen. Hij had een auto in Sydney gekocht die hem met een kapotte versnellingsbak in de steek gelaten had. In de eerste versnelling kon hij het roadhouse nog bereiken maar hier konden ze hem ook niet verder helpen. Hij was druk bezig zijn mogelijkheden op en rijtje te krijgen. Veel konden we niet voor hem doen behalve in onze keukentas te snuffelen die niet echt de doos van Pandora was, maar we gaven hem wat we hadden. Via Katherine reden we door naar Litchfield National Park om te overnachten in het park vlak bij een mooie waterval. De enorme afstanden breken je best wel eens op en we kwamen die dag nog een jongen tegen die met een 29 jaar oude Ducati een rondje door Australië reed.

XXX
Aan het eind van de middag kwamen we bij de Wangi Falls (in Litchfield National Park) op een eenvoudige camping terecht waar we alleen nog naast een Hill Billy Family terecht konden. Overigens was het een enorm aardige familie en we kregen direct na aankomst een snel gemaakte tekening van de jonste spruit. Nadat de tent opgezet was zijn we wezen zwemmen bij de waterval. Er zitten hier geen krokodillen omdat men middels vallen de krokodillen tegen houdt. Maar in de krant lazen we dat in het nabij gelegen Kakadu National Park een waterval gesloten was omdat een knoeperd van een krokodil alle vallen had weten te omzeilen. Uitgeput kookten we ons potje bij de tent en gingen gelijk met de Hill Billy Family naar bed. We sliepen goed alleen werden we enkele malen wakker doordat de oude baas enorm snurkte. Maar dat was een bekend probleem aangezien er elke dag onenigheid bij de Hill Billy Family ontstond wie er die avond in een gammele tent mocht slapen om zo maar niet in de truck (en dus bij de oude baas) te hoeven slapen.

XXX
Darwin was de volgende dag een kort ritje en een plaats waar we erg naar hadden uitgezien. Met vele accomodaties moest het toch niet moeilijk zijn om iets leuks te vinden. Maar werkelijk overal verkocht men ons: "VOL." Het Australische cricketteam bleek er een oefenwedstrijd te houden zodat alles vol zat. Uiteindelijk konden we voor twee nachten terecht in een mooi resort maar omdat men geen afmelding ontving moesten we hier toen ook vertrekken. We hadden nog van alles in Darwin willen doen maar we moesten Darwin noodgedwongen achter ons laten. Wij kwamen weer eens tot de conclusie dat je als reiziger heel flexibel moet zijn en in Darwin hadden we gewoon pech. Voor vertrek heb ik nog snel een nieuwe zonnebril (de andere was ik tijdens een campdraft in Gregory Downs verloren) en Martin snel een nieuw fototoestel gekocht (zijn oude had de geest gegeven).
Met een flinke kater reed ik Darwin uit en kon niet echt genieten van de omweg die Martin nam bij het verlaten van de stad. We reden naar Kakadu National Park waar we tot onze verrassing een rustig hotelletje konden bemachtigen voor enkele dagen rust die we zo brood nodig hadden. Eigenlijk was dit een veel betere plek om tot rust te komen dan in Darwin, behalve dan dat we hier de motoren geen beurt konden geven. Martin had weer eens gelijk als hij zegt: "Prijs de dag niet voor het avond is" en ik moest denken aan de woorden van de Dahlai Lama: "What first may appear to be bad luck can turn out to be a stroke of good luck". In één klap werd zo een heleboel van onze wensen vervuld. We hadden een lekker bed in een rustige omgeving. Verder hadden we het tijdens de rit die dag er nog met elkaar er over gehad dat we het vette gefrituurde eten zo zat waren en zie... 's avonds aten we een heel lekker saté gerecht. Als afsluiter belde dochter Marie Louise ook nog op om te melden dat ze vanaf Adelaide voor twee weken met ons mee zou reizen. Wat is er mooier dan je eigen dochter bij je te hebben. Onze dag kon niet meer stuk en we hadden dit plekje echt verdiend en de dagtochten van 300 à 400 km per dag voel je je lichaam op den duur ook wel. Bovendien heb je op zulke dagen geen moment over voor jezelf. Dus nu hadden we eindelijk de tijd om dingen voor ons zelf te doen.
Na een rustdag kriebelde het bloed echter wel om iets te gaan ondernemen en wie denkt dat Kakadu National Park saai is, die heeft het mis. We hadden een nieuwe dag in het vooruitzicht en het is zo enorm rustig hier, dat je gewoon slaapt als een roosje (in ons geval als twee roosjes). Vrij snel na het ontbijt zijn we vertrokken naar Jabiru. Behalve Kakadu wilden we ook Oenpeli bezoeken dat in Arhemland lag. Dat is een Aboriginal-gebied waar je een vergunning voor nodig hebt die we in Jabiru bij de Northern Land Council konden halen en geen problemen gaf. De scheiding tussen Kakadu NP en Arnhemland wordt gevormd door de East Aligator rivier waar we bij Cahills Crossing door de rivier moesten rijden. Toen we daar om 12.30 uur aan kwamen stond het water zo'n 20 cm. hoog. Probleemloos reden we er doorheen (over betonnen platen door het water) en ik was blij toen we er doorheen waren want er zaten grote zoutwater krokodillen (de agressieve soort) in de rivier en die lusten wel een toeristje zoals wij.

XXX
De weg ging verder als gravelweg, een schitterende weg die een hele andere omgeving liet zien dan waar in Kakadu dan ook. Helaas mochten we niet verder rijden dan Kambarlanjnjn (Oenpeli). Het dorpje zelf zag er nogal haveloos uit met eenvoudige eentonige huizen die een troosteloze aanblik vormden. Aboriginals zijn van oorsprong nomaden en de blanken hebben getracht deze mensen te helpen door hen iets te geven wat zij niet kenden. Een huis heeft voor hen geen enkele status. Geen wonder dat het rond de huizen een troep van jewelste is. Er zijn zelfs verhalen bekend dat de vloeren uit de huizen gesloopt worden voor brandhout omdat men het koud had. Geen wonder dat de beide culturen dan enorm botsen. In de ogen van de blanke Australiër zijn de Aboriginals hele ondankbare wezens. Heeeel langzaam verandert de verhouding tussen de beide groepen maar er gaan nog wel vele jaren overheen alvorens er een 'gezonde verstandhouding' tussen beiden ontstaat. We zagen de Aboriginals op blote voeten rond lopen. We hebben bij de kruidenierswinkel (welke door een blanke gerund werd) een ijsje gegeten. De kinderen en mensen rondom ons spraken hun eigen taal. De mensen zijn erg afstandelijk en stralen weinig uit. Donkere ogen die een soort van lege duisternis uitstralen en beletten je door te dringen in hun wezen.
De enige reden om Oenpeli te bezoeken (afgezien van de mooie weg) was een kunst-galerij met Aboriginalkunst maar deze bleek pas om 14.30 uur weer open te gaan. Dus zijn we maar weer terug gereden en volop genoten van de schitterende weg! Rotsen en vergezichten over vlaktes met onderwijl de afwisseling van een kleurrijk landschap met romantisch ogende poelen waarin zich grote dotterbloemen bevinden die in de zon hun prachtige lila kleuren onverbloemd tentoon spreidden (in mijn achterhoofd dacht ik er wel aan dat er krokodillen in konden zitten maar dat past niet in deze romatische beschrijving!). Een ritje met Martin is niet compleet als er geen opwinding in zit. Hij reed zich bijna vast in het mulle zand en liet ik hem zijn eigen boontjes doppen en benutte de gelegenheid om foto's te maken. Het wasbord-effect zorgt er voor dat alles aan de motor en berijders zo door elkaar wordt geschut dat je blij bent even op je eigen benen te kunnen staan.

XXX
We kwamen weer terug bij de rivier en de waterhoogte was in het afgelopen uur gestegen tot 55 cm. Aangezien de rivier 80 km verderop in zee stroomde had het getij ook invloed op de rivier hoogte hier. De waterhoogte was geen probleem maar eenmaal in het water bleek dat Martin zich flink op de sterke stroming van het water had verkeken die flink aan de motor trok. Er moest dus flink tegen gestuurd worden! Onderwijl sloeg de motor ook nog af en dus stonden we stil in een rivier vol met de krokodillen. Ik voelde me echt onbehaaglijk achterop. Martin startte de motor weer en veilig bereikten we de overkant... met natte sokken en de schoenen vol water welliswaar. De motor aan de kant gezet en de sokken uitgewrongen. Het water bleef stijgen en we genoten van de perikelen die zich er afspeelden. Een minibus vol met Aboriginals en kleine kinderen wilde door de rivier heen maar halverwege sloeg de motor af. Alle mannen stapten uit en duwden de minibus terug zodat iedereen uit kon stappen. Een klein Aboriginal-meisje, Marthe, stond er verloren bij en ik nam haar op de arm. Tevens kwamen de andere kinderen er ook bij om uit onze waterfles te drinken en Martin haalde onze net gekochte muesli-repen te voorschijn en deze waren snel verdeeld onder de kinderen. Intussen was de doorgang wel versperd door de minibus totdat een vrachtauto de minibus terug de oever op trok. Er zat voor de minibus dus niets anders op dan te wachten totdat het waterpeil weer zakte.

XXX
Onderwijl waren we met verschillende mensen aan de praat geraakt die daar aan het vissen waren. Ik was, nadat de Aboriginals naar een hoger gelegen plaats vertrokken waren, op een rots geklommen en tuurde de rivier af op zoek naar de grote krokodil die er moest zitten. Al gauw had ik hem in het vizier. Het was, in onze ogen, een knoeperd en hij kwam langzaam dichter naar ons toe drijven. Het was als een boomstam in de rivier die nauwelijks bewoog. Martin stond, mijn inziens, veel te dicht bij het water en ik was blij toen hij weer naast mij stond. Het werd steeds later en wij wilden nog enkele rotstekeningen bij Ubirr bekijken. Dus op de motor gestapt maar deze wilde niet meer starten. Wat we ook probeerden hij bleef weigeren. De knipperlichten knipperden af en toe onverwachts allemaal en toen ook het alarm zich niet meer inschakelde wisten we wat de oorzaak was: de alarmunit was nat geworden! Hierdoor was de startonderbreker actief en moest overbrugd worden, maar hiervoor moest wel de hele motor gesloopt worden. Toen de overbrugging verbonden was werkte de benzinepomp maar we starten deed de motor nog steeds niet. We kregen steeds meer bekijks, zo ook van Tim die auto monteur van beroep was en ons uit de brand hielp door met een schroevendraaier rechtstreeks de startmotor te laten draaien. Wat een schroevendraaier al niet kan doen! Maar goed we konden tenminste naar ons hotel terug rijden want het was inmiddels al vijf uur geweest. Onderweg ging twee maal het alarm af en dus reden we met alarmlichten en sirene over de weg. Terug bij het hotel smachten we naar een biertje maar de alarmunit begon te knetteren en dus hebben we maar snel de accu afgekoppeld om erger te voorkomen. Rampspoed komt nooit alleen en toen we 's avonds weer ons heerlijk saté gerecht wilden eten bleek dat er geen eten in de bar geserveerd werd omdat er te weinig gasten waren! Martin ging zijn beklag halen over deze behandeling en was er niet van gediend. De uiteindelijk aangeboden biertjes ter compensatie werden niet aanvaard en uit principe schoven we niet aan het buffet aan maar aten enkele boterhammen op de kamer. De overige dagen hebben we overigens geen problemen meer gehad. Na een nacht slapen begon Martin de volgende dag zijn motor helemaal te strippen. De alarmunit werd geopend en inderdaad was het er een waterballet. Met een fohn de boel weer drooggeblazen en en tot onze verrassing werkte de alamunit weer feilloos. Een beetje aandacht en warmte had Rosie dus blijkbaar goed gedaan, het blijft tenslotte een vrouw! Vervolgens heeft Martin de hele alarm-unit ingetaped zodat er hopelijk geen water meer in komt. Er bleek verder een DUBBELE startonderbreker op te zitten, vandaar dat de motor nog niet liep nadat er één overbrugd was.

XXX
De volgende dag volgde dan een definitieve testrit waar we beiden erg veel zin in hadden. Het weer was goed en we hadden goed geslapen. Toen we net over de klok van acht uur op de motor zaten zagen we de eerste walliby vrolijk weg huppen. Een honderd meter verder was er een dingo die niet schuw was en op zoek was naar drinkwater. We reden wat dichterbij, maar de dingo stond te veel in de schaduw voor een mooie foto. Wij hadden hem echter gezien en sommige dingen kun je niet op foto vastleggen en dit was weer zo'n moment. In een open veld zagen we nog drie dingo's en deze dieren waren erg mager. Langs de South Aligator rivier zagen we een krokodil aan de oever genieten van de ochtendzon om zich op te warmen of misschien wel uit te buiken omdat hij zijn bek wijd open had. Bij een groot meer, Mamukala, zijn we eerst de vogels wezen observeren. We zagen grote aantallen ganzen en diverse andere watervogels. De zon begon zo langzamerhand de aarde op te warmen en de vele vogels lieten horen dat ze er van genoten. Vervolgens maakten we een wandeling waar walliby's en een guanna (een soort hagedis) zich lieten zien waarna onze dag al niet meer stuk kon. Niet vaak zagen we zoveel dieren in het wild. We genoten van deze wandeling! Toch waren we blij toen we bij de motor terug waren aangezien de zon om half tien al genadeloos warm was en we op de motor meer verkoeling hadden.

XXX
Onderweg naar Ubirr reden langs de Cahills Crossing om te zien of de grote krokodil nog te bespeuren was... en jawel, we zagen hem lekker zonnebaden in het water. Het waterniveau bij de doorwading stond nu erg laag. Het weer was erg warm en de stralen van de zon waren genadeloos dus reden we snel door naar Ubirr. Daar maakten we een wandeling langs de vele Aboriginal rots-tekeningen. De rots-tekeningen zijn echt de moeite waard maar toch lijken ze allemaal wel op elkaar zodat we er snel genoeg hadden gezien. We zijn een rots opgeklauterd en bovenop was een uitzichtpunt vanwaar we een fabuleus panorama hadden over Kakadu en de rivier; gewoonweg schitterend! Bij een kleine kampwinkel hebben we geluncht maar aangezien ook de toerbussen hier stopten reden we snel verder. Nee, dan genoten we veel meer van de rivier bij de crossing en wederom zagen we Charlie, onze grote zwarte krokodil, liggen op een lekker plekje op de oever (gelukkig aan de overzijde van de rivier!) zich te koesteren in de zon. Voor ons een mooie gelegenheid om dit enorme dier vast te leggen op camera. Een heel indrukwekkend dier! Richting huis reden we eerst nog langs Jabiru om onze dorst te lessen en een koel ijsje te eten. We hadden het park wel gezien hier en reden terug naar het hotel. Martin had al visioenen dat hij zijn boek van Bill Bryson aan het zwembad kon lezen, maar het lot zou heel anders beslissen...

XXX
Het was tegen drie uur en we waren nog zo'n 6 km van het hotel toen wij werden ingehaald door een zwarte Landcruiser met een vouwwagen. Toen deze landcruiser zo'n 200 meter voor ons reed kwam er een witte sedan uit tegenovergestelde richting over zijn weghelft heen en de beide auto schampten langs elkaar heen. De Landcruiser raakte van de weg af en reed met 100 km/u door de berm en waarschijnlijk doordat hij te snel de weg weer op wilde komen raakte men de macht over het stuur kwijt en schoot over de weg de andere berm in waar hij een aantal bomen omver reed en enkele malen over de kop rolde. Het was een nachtmerrie om dit voor je ogen te zien gebeuren. De witte sedan ging terug naar zijn eigen weghelft en stopte en onderwijl gooide de bestuurder, een Aboriginal-vrouw, een geopend flesje bier uit het raam. Martin zette zijn motor voor de auto zodat ze niet weg konden rijden en noteerde het kenteken. De bestuurster stapte hysterisch uit en keek naar de zwaar beschadigde Landcruiser die langzaam in de enorme stofwolk te zichtbaar werd. Ik stapte af en Martin reed snel met 150 km/u naar het hotel om de politie en ambulance aan te laten rukken vanuit Jabiru, zo'n 50 km terug en dus duurde het zo'n 45 minuten voordat men arriveerde. Onderwijl hadden we inzittenden van de Landcruiser, een familie met twee kinderen, in veiligheid gebracht. Ze waren in shock en de snijwonden werden verbonden. Ongelofelijk dat iedereen alleen met snijwonden en shock er van af kwam. De drie inzittenden van de witte sedan waren er inmiddels vandoor gegaan maar één van de mensen die gestopt waren wist de naam van de bijrijder. Ergelijk was dat iedereen stopte en zelfs kwam er iemand met een videocamera om het ongeluk vast te leggen. Maar het was wel aan ons besteed om die pottekijkers weg te sturen. Toen de politie dan eindelijk arriveerde namen ze een snelle getuigenverklaring op maar dat stelde niet veel voor. De sporen op het wegdek werden niet bekeken evenmin het half lege bierblikje, wat in onze ogen toch een zeer relevant bewijsstuk vormde. Rustig verdwenen de beide agenten weer toen de ambulance arriveerde om de daders op te gaan pakken. De ambulance stelde trouwens ook niet veel voor. Het was niet meer dan een gewone Landcruiser met een zeer uitgebreide EHBO-doos. Gelukkig had men hier niet meer nodig en verdween de ambulance met de familie naar het hospitaal. Wij zochten de spullen bij elkaar die overal verspreid lagen en wachtten op de bergingsauto die alleen de auto mee kon nemen naar Jabiru. Wij bleven achter totdat de bergingsauto terug kwam om de vouwwagen op te halen.
De zon ging onder en de vliegen maakten plaats voor de enorme zwermen muggen die zich tegoed deden aan ons, voornamelijk mij. We spoten ons in, trokken de jassen en handschoenen aan en wachtten af. Na anderhalf uur kwam de bergingsauto terug en konden wij eindelijk naar het hotel terug rijden. Het zwembad lieten we toen maar links liggen. We hadden hoofdpijn en waren hondsmoe dus snel in de bar weer het overheerlijke saté gerecht gegeten waarbij we van de General Manager gratis onze biertjes aangeboden kregen. Na het eten gingen we direkt naar bed, uitgeput en omdat we alles moesten verwerken was het een hele onrustige nacht voor ons.

XXX
De volgende morgen meldden wij ons op het politiebureau in Jabiru om een getuigenverklaring af te leggen. Onze verklaring werd opgeschreven en vervolgens mochten we hem doorlezen waarbij ik vele wijzigingen aan bracht aangezien het mijn dagelijkse bezigheid was geweest. Daarna reden wij Kakadu National Park uit, terug naar Katherine. We tracteerden ons hier op een rustige overnachting om van alle opwinding bij te komen. Martin voerde de volgende dag de kleine beurt aan zijn motor uit, hoog nodig aangezien zijn motor er al 2000 km over de beurt heen was. Voor mijn motor konden we geen geschikte motorolie vinden dus besloten we met mijn motor te wachten totdat we in Alice Springs waren. Verder wilden we nog naar het politie bureau om een aanvulling te geven op onze beide getuigenverklaringen. Op het politiebureau voelden we als honden behandeld. Onze aanvullingen waren niet belangrijk en men had geen tijd. Toen we later terugkwamen was het precies hetzelfde. Zo moet je ons dus niet benaderen, en wij stonden op ons recht om een aanvulling te geven, toen kon het ineens wel. Dit zou nog een staartje krijgen!
Nadat Martins motor weer als een zonnetje liep konden we Katherine weer verlaten om aan de lange tocht te beginnen naar Alice Springs. Het eerste gedeelte van de weg hadden wij reeds gereden en was op zich niet zo spectaculair doch absoluut niet saai aangezien de flora zich constant wijzigde. 300 meter voor onze camping voor die nacht werden we nog staande gehouden door de politie die een routine verkeerscontrole hield en maar wat graag onze internationale rijbewijzen wilde inzien maar heel snel tevreden was waarna we weer konden gaan. Ons kampement gemaakt op een rustige plek totdat er twee Japanners pal naast ons kwamen staan, bijna in onze tent volgens Martin die volledig op tilt sloeg en ik (ook niet geschikt als diplomaat) ze vriendelijk vroeg of ze hun tent niet een stukje verder wilden opslaan. De tafel die nu tussen ons in stonden werd gedeeld en we kookten met zijn vieren op de tafel. Het waren wel aardige mensen maar het bleven Japanners, die 'raar' blijven. Zo warens ze onderweg naar het noorden van Australië en wisten ze niet eens dat daar slangen of krokodillen waren! Het leek wel of ze van een andere planeet kwamen.

XXX
Het was koud die nacht, zo rond het vriespunt. Maar toen de zon eenmaal op kwam werd het snel warm tot zo'n 20 graden celsius. Perfect weer voor het rijden op de motor ware het niet dat de wind enorm in kracht was toegenomen en van het westen kwam, wat niet prettig rijden is als je naar het zuiden rijdt. Martin was zo slim geweest om onze binnenjassen in de jassen te doen, maar voor de rest had ik het gevoel dat we ieder moment konden opstijgen als Mary Poppins. De wind was die eerste 90 km onze ergste vijand. De rukwinden waren niet voor de poes. We stopten dan ook bij het eerste beste roadhouse dat we tegen kwamen (toch nog 150 km verderop) voor een kop koffie en om weer even op verhaal te komen. Martin nam nog een korte omweg over de oude Stuart Highway en dit was de moeite waard. Je kon zien dat deze weg niet veel meer werd gebruikt en dat de natuur de weg terug claimde doordat er al struikjes door de barsten in het asfalt omhoog kwamen. Het enige onderweg wat nog de moeite van een stop waard was waren de Devil Marble's waar we die middag aan kwamen. Eigenlijk waren het een stel enorm grote ronde stenen die daar neergegooid leken. Misschien doordat het een heilige plek voor de Aboriginals was hing er een heel aparte sfeer. We waren een beetje overweldigd door de kolossalen reuzen en door de tinteling van het zonlicht staalden ze een bepaalde mystiek uit. Wij wandelden er rond en vonden het er zo heerlijk dat we besloten er te blijven overnachten. Later hoorden we van mensen dat ze het er maar een 'spooky' omgeving vonden. Nou wij zijn vast in de gunst van de geesten gevallen want we hebben er heerlijk geslapen en de volgende ochtend keken we vanuit onze slaapzakken hoe de opkomende zon de grote stenen bestraalde en ze schitterend vuurrood kleurden. Ik kan een ieder garanderen dat het er prachtig was en zeer de moeite van het bezichtigen waard.
Tijdens het oppakken van de motoren kwamen we nog een motorrijder tegen op een Yamaha XJ900 Diversion. Hij reed samen rond met een maat van hem, maar al snel waren ze elkaar kwijt en kwamen we ze die dag meerdere malen tegen elkaar achterna jagend. Bij het derde roadhouse hadden ze elkaar weer getroffen en John maakte onze viziers schoon en ik kan een ieder verzekeren dat de wereld erna er stralender uitzag. Gelukkig maar want de omgeving werd nu ook interessanter nu we Alice Springs naderden. Het werd veel heuvelachtiger en al snel waren we omringd door de bergen van de MacDonnel Ranges. Ook de kleur van het landschap was veranderd. Overheerste noordelijker de kleur zandgeel hier overheerste de kleur oker. Het was verbazingwekkend hoe dit de aanblik van het landschap veranderde. Wij lieten alles gewoon over ons heen komen en genoten van de prachtige aarde tinten die een lust voor het oog was.

XXX
In Alice Springs aangekomen kwamen we de beide motorrijders weer tegen en spraken af om de volgende dag gezamelijk te gaan eten. We hadden een hele gezellige avond samen en vooral John maakte ons erg aan het lachen. Zo vertelde hij ons heel enthousiast over het 'Bushi breakfast'. Vooral zijn humor en de glimmende pretoogjes die hij had als hij aan het vertellen was was schitterend. Om een goed overzicht over de stad te krijgen reden we de volgende dag naar het uitzichtpunt op Anzac Hill. Hier krijg je mooi beeld van de omgeving van Alice Springs. Verder bezochten we het oude Telegraph Station, tevens postkantoor, waar veel geschreven geschiedenis te vinden was. De omgeving waar het museum stond was wel mooi en je kon er je fantasie de vrije loop laten gaan. Nadat de gebouwen als postkantoor afgedaan hadden werden ze gebruikt om Aboriginal kinderen van de 'Stolen Generation' (1932-1942) onder te brengen. In die tijd werden deze kinderen bij hun ouders weggehaald om volgens de westerse traditie opgevoed te worden. Iets wat op een jammerlijke manier mislukt is en mede oorzaak is van de ellendige situatie van de Aboriginal gemeenschappen in Australië. Er was veel onrecht in dit land mbt. de Aboriginals. Het was één van de weinige keren (en in een museum in Cooktown) dat hier aandacht aanbesteed werd aangezien dit verleden heel gevoelig ligt in dit land. Het graf van John Flynn, dat enkele kilometers buiten de stad lag, was een aanfluiting en bestond niet meer dan uit een grote steen. En dat voor de man die de 'Flying Doctors' opgericht had. Maar zelfs om deze steen was nog een rel geweest aangezien deze steen van een Aboriginal heilige plek gehaald was (Devils Marble's) en na veel getouwtrek uiteindelijk door een soortgelijke steen vervangen werd die van elders kwam.
In Alice Springs hebben we ook weer het politiebureau bezocht. Deze keer om een klacht in te dienen over de manier waarop we in Katherine behandeld waren. Hier werden we (uiteraard) wel goed ontvangen en toen duidelijk werd dat ik het klappen van de zweep kende deed men niet moeilijk meer en diende ik een officiële klacht in tegen bij agenten. Men vroeg of we een excuus van de genten wilden hebben maar dat hebben we maar laten zitten aangezien het toch geen gemeend excuus zou zijn. Het laatste uitstapje in Alice Springs was naar de gallerij van de recent overleden schilder van nederlandse afkomst, Henk Guth. Hij had er een rondom panorama (zoals Mesdag in Den Haag) geschilderd van de omgeving van Alice Springs. Het panorama was mooi evenals de vele gebruiksvoorwerpen, foto's en schilderijen van Aboriginal schilders. Guth's schilderijen die er hingen vonden we heel erg fel zodat we bijna onze zonnebril op wilden zetten. Het waren 'kitcherige' schilderijen volgens ons. Het panorama daarintegen was met zachte pasteltinten geschilderd en ademde een betoverende sfeer uit. Het nam je mee naar een ver vervlogen verleden: de omgeving van Alice Springs aan het begin van de vorige eeuw.

XXX
We gebruikten onze dagen in Alice Springs om een beetje uit te rusten en om mijn motor een kleine beurt te geven. Er werd een afspraak gemaakt bij de BMW-dealer maar bij binnenkomst beviel de houding in de zaak ons niet, men was heel arrogant. Toen we aan het eind van de dag de motor ophaalden had men ons 4 liter motorolie in rekening gebracht terwijl er maar 2.3 liter in de motor gaat. Hun verklaring was waardeloos en uiteindelijk werd er minder in rekening gebracht. Bij terugkomst bleek dat men er bovendien de motorolie ver over het maximum had gevuld. Iets waar we na het ongeval van Erik Bauwens, destijds in Thailand, heel attent op geworden zijn. Dus ging Martin terug om zelf het oliepijl op het juiste niveau terug te brengen. Vlak naast de BMW-dealer was de oude begraafplaats waar we een kijkje namen. Eén grafsteen trok onze aandacht van een jongen die op 22-jarige leeftijd overleden was vanwege "de 'slechte lucht' in de Temple bar". Verder stond er op zijn grafsteen: "No one heard the sweep of coming wings, and no one saw the dark death angels flight. We only knew that one from out our midst has passed for evermore from mortal sight. In the midst of life we are in death". Het deed ons weer realiseren hoe betrekkelijk het leven is. Alice Springs ligt bij een doorgang in de enorme MacDonnel Range die een lust voor het oog zijn, vooral de vele smalle kloven die er te vinden zijn. De nachten waren koud: -2 graden celsius en gedurende de dag rees de temperatuur tot 20 à 22 graden celsius. Ik kan je verzekeren dat toen wij op de motor stapten om negen uur deze laatste temperatuur nog lang niet bereikt was. De wind was guur en koud en zelfs onze handschoenen en binnenjassen boden niet afdoende bescherming. De eerste kloof die we bezochten was bij Simpsons Gap. Er was een droge rivierbedding waar een muur van rots omhoog troonden. Hier zagen we voor het eerst de 'Black Rock Walliby'. We namen een kijkje bij deze kloof waar een keurig aangelegd pad naar toe liep. De kloof was gevormd door al het water dat er doorheen stroomde, maar nu was er alleen nog een klein beetje water over in een poel. Zo'n 35 km verderop lag de volgende kloof: Standley Chasm. Het pad naar deze kloof was een heel ander verhaal. We volgden een pad vol stenen en klauterden over rotsen door een prachtige natuur met palmen en een heel andere flora dan bij de vorige kloof. De Standley Chasm is een erg nauwe kloof waar maar een paar minuten per dag de zon de kloof in schijnt. Wij klommen over enkele grote rotsen en zijn aan de overzijde een poosje op een rots gaan zitten. Je bent zo klein tussen die rotsen (al heb ik daar toch al geen klagen over). We hadden geluk en uitgerekend op het moment dat we er zaten viel de zon in de kloof wat mooie foto's opleverde. We vonden het wel weer welletjes voor de dag en hadden genoeg kloven gezien. Op de terugweg werden we nog getracteerd op een dingo die de weg overstak. We hadden in de morgen ook al een 'Feral Cat' (wilde kat) gezien, een groot dier dat snel in het hoge gras verdween. Wij genoten van het leven buiten en verveelden ons niet met al die mooie natuur om ons heen. Het 'Desert Park' bezochten wij als hekkensluiter op de zondag voor ons vertrek. In het park heeft men vijf verschillende woestijnomgevingen gecreëerd. Het was zeker de moeite van het bezichtigen waard aangezien we een enorme diversiteit aan flora en fauna te zien kregen. Vooral veel reptielen en vogels en sommige waren prachtig van kleur. Menige vogelsoort hadden we al eens gezien en nu konden we hun namen achterhalen. Het was verbazingwekkend hoeveel flora en fauna er nog kan overleven in de woestijn; het is alles behalve doods terwijl de woestijn toch een plaats is waarvan wij ons afvragen of daar nog leven mogelijk kan zijn.

XXX
Het was weer tijd om Alice Springs te verlaten en door de Heavitree Gap reden we over de Stuart Highway verder zuidwaarts. Dat we ons in een woestijnachtige omgeving bevonden werd duidelijk toen we plotseling dromedarissen zagen grazen. Een prachtig gezicht en we stopten even om ze goed te kunnen observeren. Wat een mooi gezicht die dieren in hun natuurlijke omgeving te zien.
15 km verderop reden we een gravelweg in waar ik niet enthousiast van werd. Het bleek echter wel een goede gravelweg te zijn, een klein zanderig stukje daar gelaten. Deze weg voerde ons naar de Henbury Meteorite site. In een zeer desolaat gebied lagen enkele kraters waar zo'n 5000 jaar geleden enkele meteorieten in de aarde geslagen waren. Wel leuk idee maar de kraters zelf waren niet meer dan enkele grote gaten waar je omheen kon lopen. De omgeving vonden wij echter veel mooier zodat we besloten er een nachtje te blijven slapen. Er waren geen faciliteiten behalve enkele palen met een dak er op en hier stonden een tafel met banken onder en verderop een WC. Er was geen water oid. dus bleven er niet veel mensen overnachten. We hadden een schitterende avond helemaal toen de zon onderging en wij wilde kamelen over een heuvelrug in de verte zagen lopen. Geweldig om zo iets te mogen zien en iets dat we zeker nooit meer zullen vergeten. De wind kwam die nacht ineens fel opzetten en verraste ons zodat Martin er midden in de nacht uit moest om de luifel vast te zetten. Hij had deze bewust open gelaten zodat we voor het slapen gaan van de vele sterren konden genieten en nu moest hij dat bezuren. Hij verliet zijn warme nestje en ervaarde dat de temperaturen gedurende de nacht reeds flink gedaald waren.

XXX
Onze volgend reisdoel was de Kings Canyon en dus reden we de volgende dag terug over gravelweg. Martin had het op zijn heupen en scheurde met 80 km/u over het gravel. Ik deed het rustiger aan en vond 60 km/u hard genoeg en volgde in Martins sporen van opstuivend zand en onderwijl had ik enge visioenen. De Luritja road die naar de Kings Canyon voerde en zijn omgeving was alles behalve saai te noemen. We zagen er bomen die ons deden denken aan flessereinigers en vier emoe's liepen op een holletje weg toen we langs reden en ze ons het nakijken gaven. De namiddag zon deed de George Gill Range in al zijn pracht uitkomen. Onze camping voor de nacht zag er veel belovend uit maar toen tegen de avond de minibussen met backpackers arriveerden en overal om ons heen gingen staan was het gedaan met onze rust en konden we moeilijk in slaap blijven. Die nacht heb ik dus niet geweldig geslapen, Martin had zijn oordoppen in gedaan en sliep dus heel wat beter.
Terwijl Martin in de vroege ochtend als eerste naar de douche ging zorgde ik voor het ontbijt. Het beloofde een mooie dag worden want de zon scheen al vroeg. En wie is het niet eens met de woorden van Toon Hermans: "Het leven is fijn als de zon schijnt". Ideaal weer dus om de Kings Canyon te gaan bezoeken. Ik kreeg echter een flinke domper toen ik de keukentas uit mijn koffer haalde, om onze waardevolle spullen achter slot weg te bergen, en bleek dat de kruiden door de tas waren gaan zwerven. De tas rook heerlijk maar het betekende wel dat ik bij terugkomst alles schoon moest maken. Verder baalde ik om mijn tanktas leeg te moeten halen, want die zit zo vol gepakt dat ik bijna de spullen niet weer op zijn plaats terug krijg. Ach, je hebt weinig keus dus je moet wel want je kunt geen waardevolle spullen in je tent achter laten omdat sommige mensen niet van je spullen af kunnen blijven. Na dit drama reden we naar de Kings Canyon waar het eigenlijk al best wel druk was oa. met de vele georganiseerde reizen. We vulden onze watervoorraad aan en begonnen aan de wandeling van zo'n 6.5 km met een stevige klim. We hadden onze petjes vergeten maar waagden het er toch maar op. De klim was steil en we stopten boven om van het mooie uitzicht te genieten. Wat dat betreft weet Martin wel wat genieten is en heeft geen moeite de leuke plekjes te vinden. Naarmate we verder liepen werd het steeds mooier en we hadden eigenlijk het gevoel in een enorm tempel complex rond te lopen ipv. in een canyon. We genoten telkens weer van het steeds veranderende uitzicht. We namen heel veel foto's die dag. De wandeling was verrassend en het was best wel zwaar, mede doordat we geen petjes op hadden. Na 31/2 uur wandelen waren we weer terug op de parkeerplaats en tracteerden we onszelf op een echte Magnum waar we van genoten als een stel kleine kinderen.

XXX
Toen we terug waren op de camping was het weer feest en moest de keukentas schoon gemaakt worden. Eigenlijk was ik aardig over de zeik want het was reeds half vier en zie dan die tas nog maar eens droog te krijgen voor het donker, maar Martin hing hem in de tent op zodat hij de volgende ochtend droog was. Verder had ik een vreselijke hoofdpijn (van het niet dragen van mijn petje) dus dat hielp ook niet mee. Het enige wat ik wilde was ergens even gaan liggen. Maar waar? In de tent was bloedheet en je had nergens een plekje voor jezelf. Op zulke momenten grappen we toch nog tegen elkaar hoe het mogelijk is dat sommige mensen nog jaloers op ons zijn. Tegen de tijd dat we naar bed gingen waren er weer verschillende groepen om ons heen komen staan en was het te rumoerig om in slaap te komen. De maat was aardig vol toen men na 10 uur op een drum begon te slaan en ben ik wezen vragen of ze er op mee konden houden, wat direkt gebeurde. Daarna hebben we toch nog wat geslapen in onze tent. Je krijgt op zulke momenten visioenen van een bed en een plekje voor jezelf. We hadden niet echt de behoefte om hier langer te blijven en besloten snel verder te trekken.
De volgende morgen kon ik moeilijk op gang komen en was nogal humeurig, daarom liet Martin me lekker in mijn sop gaar koken. Bovendien was het echt koud toen we op de motoren stapten. Onderweg wilde een Japanner in een gehuurde bus Martin, middels een kamikaze actie, de pas afsnijden door bij een doorgetrokken streep voor een heuveltje in te gaan halen. Martin gaf gas en de Japanner kwam er nog genadig van af: alleen Martins vingertje werd opgestoken. "Peace Man!" De natuur bleef continu veranderen dus ook richting Uluru (Ayers Rock). De natuur was onbeschrijvelijk mooi en werd steeds roder. Zo rood dat de wolken de rode gloed weerspiegelden aan hun onderzijde. De lucht had zo iets van de kleur van de rode aarde, iets wat we nog niet eerder op deze manier hadden gezien. Het was vandaag flink bewolkt maar toch liet de zon zich regelmatig door de wolken zien en de kleuren waren echte aarde tinten die de wereld een heel mooi aanzien gaven. Op een gegeven moment zag je het rode woestijnzand aan de ene zijde van de weg en aan de andere kant overheerste het gele gras. Die contrasten waren zo fascinerend om waar te nemen. We zagen die dag geen dieren behalve de dode dieren langs de weg: de koeien en kangeroe's. Na de perikelen op onze vorige camping hadden we in Yularu maar één wens en dat was om in een echt bed te slapen. Probleem is dat er maar een paar hotels zijn die allemaal onder dezelfde holding vallen en elkaar dus niet beconcureren. Bovendien was het hoogseizoen dus was er in geen velden of wegen een bed te krijgen. Uiteindelijk konden we een bed krijgen in het Desert Hotel voor Aus$ 430,- (€ 240,- ) per nacht! Gewoon te gek voor woorden dat mensen dat voor één nacht willen betalen, Martin zei dat hij het zonde zou vinden om er zijn ogen dicht te doen en de gehele nacht trachten wakker te blijven. En dus belandden we uiteindelijk op de camping waar een jong grietje met K-humeur en geen sociale vaardigheden ons te woord stond en iedereen als een stuk vuil behandelde. We konden er probleemloos meerdere nachten blijven maar we betaalden, zoals we altijd doen, maar voor één nacht. Wel betaalde je Aus$ 25.50 (€ 14,-) voor een overnachting maar ook de camping viel onder dezelfde holding als alle hotels. De prijs en behandeling zorgden er voor dat ik het hier al zo gehad had dat ik Uluru niet eens meer hoefde te zien. De camping was wel erg verzorgd (mocht ook wel voor die prijs) en de konijntjes kwamen 's avonds te voorschijn en er hing een possum in de boom. We gingen vroeg slapen met voor de verandering weer eens... lawaai! Het leven op een camping zo vlak bij een toeristische attractie is toch niet echt iets voor ons.
De volgende dag werden alle waardevolle spullen weer in de kookkoffer gestopt en mijn tanktas deze keer niet helemaal leeg gehaald. Voor we vertrokken gingen we nog voor de komende nacht betalen en dezelfde trut als gisteren stond weer achter de balie. Betalen was geen probleem maar wel moesten we de tent op een ander veldje neer zetten omdat het veldje waar we nu stonden gesloten was voor besproeiïng. Dat was natuurlijk niet aan de orde en ik liep terug naar Martin voor overleg die mee naar binnen liep. Een verhitte discussie volgde waarbij ook de manager zich mee bemoeide en uiteindelijk aan haar vroeg of wij gisteren inderdaad aangegeven hadden dat we langer wilden blijven. Dat moest ze toegeven en dus konden we op ons veldje blijven staan en hoefden we onze tent niet weg te halen. Na de nieuwe sticker op de tent geplakt te hebben, een groene voor vandaag, reden we weg en voor we het wisten zagen we Uluru al liggen.

XXX
Uluru was toch wel heel indrukwekkend toen we er eenmaal dicht bij waren. We zijn eerst ter verkenning eens om de rots heen gereden en vervolgens hebben we de Mala Walk langs een deel van de grote rots gemaakt. Hier liep je langs enkele heilige grotten en verder dicht langs de rots waarbij deze met zijn afgeronde uitsteeksels zeer indrukwekkend over kwam. Het was dan ook niet moeilijk je voor te stellen waarom de rots heilig is voor de Aboriginals. Uit respect voor hun geloof hebben we de rots ook niet beklommen (in de ochtend was dit vanwege de harde wind toch al niet mogelijk). Een passende vergelijking vonden we dat je je in een kerk ook volgens de gedragregels van die kerk gedraagt ook al heb je zelf niet dat geloof. Het is bv. heel normaal dat je je schoenen uittrekt als je een moskee binnen gaat, dus waarom moet de rots dan hier wel beklommen worden. Het is wel het schoolvoorbeeld van het boerse gedrag van de doorsnee Australiër. Dit alles nog afgezien van de mensen die zich tijdens de klim of afdaling verwonden, al dan niet dodelijk. We zagen zelfs kleine kinderen van zo'n 8 jaar omhoog klauteren. Een goed voorbeeld van de relatie tussen de blanke Austrliër en de Aboriginals.
Het weer was flink bewolkt maar als je rustig wachtte dan was er altijd wel een moment om de foto's met een zonnetje te nemen en we namen dan ook veel foto's. Terug bij de motor ontdekten we dat er weer een hangslot weg was geraakt die we hadden vergeten vast te klikken. We hadden nu geen reserve sloten meer maar tijdens het afsluitende tweede rondje om Uluru, vonden we het hangslot terug bij een verkeersdrempel op de weg! Als kinderen zo blij waren we, vooral omdat de winkels hier in de outback niet voor het oprapen liggen.

XXX
Een lunchpauze werd ingelast bij het bezoekerscentrum dat door de lokale Aboriginal gemeenschap gerund werd. Er werd hier het één en ander over hun geschiedenis verteld en was er een souvenierwinkel. Het geheel maakte een enorm commerciële indruk op ons, mede doordat er geen Aboriginal te zien was. Dus maar snel doorgereden naar Kata Tjuta (de Olga's). Ook deze rotsen zijn afgerond en van een afstand erg indrukwekkend. Het zijn er meerderen, wel veel kleiner doch hoger dan Uluru. Van dichtbij kon het me echter niet zo bekoren. We waren ook al moe en misschien had dit er ook wel mee te maken. We zijn een eind de 'Valley of the Winds' in gelopen en na daar een tijdje van het uitzicht genoten te hebben zijn we terug gelopen. Het was al tegen de klok van drie uur, wij waren moe en de lucht begon helemaal dicht te trekken. Verder was Martin een beetje uit zijn humeur doordat alles zo tegen had gezeten met accomodatie en de onprettige behandeling op de camping, zodat we ook geen zin om nog een dag langer te blijven.
Terug op de camping bleken er nog maar drie tenten op ons veldje te staan en terwijl wij voor onze tent zaten te koken zagen we een stel hun tent afbreken en verkassen naar een ander veld; die hadden hun verblijf dus ook met een dag verlengd maar niet zo veel stampij gemaakt als wij. Wij vonden het helemaal niet erg want met twee tenten op het veldje hebben we heerlijk rustig geslapen, voor het eerst sinds tijden!
De volgende morgen bleken we een juiste beslissing genomen te hebben om te vertrekken want toen we ontwaakten zagen we de lucht met de minuut donkerder worden. Snel pakten we onze spullen in en gelukkig kregen we niet meer dan enkele druppeltjes mee. Eenmaal op de motor waren we op het ergste noodweer voorbereid. Naast ons, boven Uluru, werd de lucht al gitzwart. Een fascinerend gezicht zoals de lucht zich dreigend samen pakte boven de woestijn en we konden het niet laten om er enkele foto's van te maken voor we snel weer verder reden want de vooruitzichten waren onheilspellend genoeg. De donkere lucht zorgde er ook voor dat er flinke windstoten waren zodat het inspannend rijden was. Bij het eerste roadhouse stopten we voor wat warms om weer op temperatuur te komen. Eigenlijk wilden we hier ook al overnachten om onderdak te zijn als de hemelsluizen zich openden maar daarvoor moesten we nog drie uur wachten en dus besloten door te rijden. We reden langs het donkere centrum heen en Mt. Conner, die we op de heenweg goed hadden kunnen zien was nagenoeg geheel verdwenen in de gitzwarte lucht en de zandstormen die nu ook de kop op staken. Erg indrukwekkend maar we bleven er niet te lang (bij) stil staan. We hielden het niet helemaal droog maar we kwamen er nog goed van af met alleen wat miezerregen gedurende de laatste 50 km waarbij de windstoten ons bijna van de weg bliezen. Toch hadden we nog oog voor een dingo die zich te goed deed aan een dode koe die langs de weg lag.

XXX
Met mijn schoenen vol water liep ik de receptie bij het roadhouse binnen in Erldunda waardoor we in ieder geval weer terug waren op de Stuart Highway. Ik vertelde dat we smachten naar een echt bed en een warme douche. Dit was geen enkele probleem en we kregen een heerlijke kamer met eigen douche en toilet en dat was precies wat we op dat moment nodig hadden. Na wat gestoei met de verwarming verwarmde deze uiteindelijk onze kamer en namen we een kop hete soep om weer op temperatuur te komen direct gevolgd door een kop koffie. De douche daarna was een ongekende luxe en we stonden er een lange tijd onder en genoten er intens van. Langzaam kwamen wij weer op temperatuur en voelden we alles tintelen. Het was een echte luxe om gewoon een douche voor jezelf te hebben. We waren enorm moe en vielen die avond snel in een diepe slaap. Die nacht regende het pijpestelen en ook de volgende dag bleef het regenen zodat we maar een rustdag inlasten. Een goede keuze aangezien er nog veel water viel zodat de zijstandaard van mijn motor in de grond wegzakte en de motor om viel tegen Martins motor aan, wat met veel geloei van de alarms gepaard ging. Wij verveelden ons die dag absoluut niet omdat we de afgelopen dagen enorm veel foto's gemaakt hadden en die allemaal nog verwerkt moesten worden, onze dagboeken moesten bijgeschreven worden en er werd aan het verslag gewerkt. Kortom: druk, druk, druk! Bovendien had mijn Handheld kuren waardoor ik alles wat ik de afgeloven week geschreven had ineens kwijt was. Op zulke momenten staat het huilen je nader dan het lachen, maar je hebt geen andere keuze dan gewoon opnieuw te beginnen.
De volgende dag was het stralend weer en zou je, behalve de plassen die overal lagen, niet zeggen dat het slecht weer was geweest. Het was nog wel heel fris toen we de motoren oppakten maar daar hadden we ons op gekleed. In Kulgera namen we ons laatste kop koffie in de Northern Territory alvorens de grens met South Australia over te steken.