Reisverslag 31 Kulgera (Australië, 11-08-2003) t/m Melbourne
(Australië, 03-09-2003)
XXX |
Voor ons gevoel lag het mooie weer reeds ver achter ons toen donkere wolken ons
richting de grens met Zuid Australië begeleidden. Wel zorgden ze voor de nodige
verkoeling maar daar zaten we niet echt op te wachten aangezien we al aan
onderkoelings verschijnselen begonnen te lijden. De natuur onderweg was absoluut
niet saai en we zagen in de woestijn felle kleuren door de diverse mooie rode
bloemen oa. de Sturt Desert Pea's. De vele dode kangaroe's langs de kant van de
weg lagen ook aan deze zijde van de grens. De enorm grote 'White Tail Eagles'
ruimden de kangeroe's met veel smaak graag op. Deze grote beesten waren de
eersten die niet echt bang waren voor onze motoren. Reeds lang hadden we
getracht dit fascinerende fenomeen op foto vast te leggen maar steeds vlogen ze
van verre reeds weg van hun prooi als we naderden. Maar we bleven het proberen
en verfijnden onze tactiek. Terwijl onze motoren in aantocht waren keken ze op
om te kijken welk onheil hen naderde. Wij zetten op tijd de motor uit en rolden
verder dichterbij. Nu hebben de brutalen de halve wereld en terwijl een tweetal
'White Tail Eagles' van het toneel wegvlogen, maakte het grootste heerschap zich
meester van een kangaroe. Verder hadden we ontdekt hoe we de optische zoom van
onze digitale camera verder konden vergroten door de verrekijker voor de lens te
plaatsen. Met een enorme kracht zag je hoe de eagle de ingewanden uit de
kangaroe trok. Hij vond dit blijkbaar iets minder smakelijk en we zagen hoe hij
de stukken vlees er uit trok. Op het moment dat er een camper vlak langs reed
keek hij alleen even op naar deze 'indringer' om vervolgens rustig verder te
gaan eten. Wij hebben enige tijd naar dit prachtige dier aan zijn maaltijd
gekeken en vele foto's gemaakt alvorens wij de eagle zijn maaltijd moesten
verstoren en de motoren startten om verder te gaan rijden.
XXX |
Het landschap zagen we over de grens met Zuid-Australië wel plotsklaps
veranderen. De begroeiïng was ineens veel kariger. We zagen nagenoeg geen bomen
of zelfs maar struiken en ook zagen we veel meer stenen
op de grond liggen. Het hoge droge gras was grotendeels verdwenen met als gevolg
dat je veel verder kon kijken. Nu hadden we pas echt het gevoel in de woestijn
aanbeland te zijn... behalve dan de temperatuur. Het was berekoud ondanks de
vele lagen kleding die we nu over elkaar aan hadden. De handvatverwarming stond
vol aan maar echt helpen deed het niet met de temperaturen van zo'n 10 graden
celsius als maximum, en dan alleen op momenten dat er zon was. Gelukkig lagen er
her en der door het desolate landschap de roadhouses, en dus onze warme koppen
koffie!, wel stonden ze ver uit elkaar. Een paar weken geleden waren we ook in
de outback maar toen met temperturen van boven de 35 graden celsius en toen viel
er ook wel wat te klagen. Perfect is het toch nooit, dus waarom zouden we gaan
klagen? Aan artiesten is er in de outback geen gebrek. Wat schetste namelijk
mijn verbazing toen ik een bord langs de kant van de weg zag staan met een koe
die voorzien was van een geweer. Waarschijnlijk een boze boer die te veel
runderen aan roadtrains verloor en zo probeerde de runderen meer ontzag af te
laten dwingen bij de roadtrain chauffeurs. Hoe het ook zij, tijdens de lange
afstanden met eenzaamheid lag humor hier wel op staat zodat wij er smakelijk in
onszelf om moesten lachen.
Na een lange reisdag kwamen wij, aan het einde van de middag, in Coober Pedy aan
en vooraf hadden we niet gedacht dat we deze 518 km in één dag af zouden leggen.
Coober Pedy is bekend van zijn vele opaalmijnen en naarmate we deze plaats
naderden werd de omgeving opgesierd door vele piramiden van opgegraven en
gezeefd zand. Het rare is dat deze bergen zand veel verschillende pastelkleuren
hebben en zo de omgeving 'opsieren'. Of dat nu echt mooi is laten we hier in het
midden, want smaken verschillen. Je kunt er niet te veel naar kijken want deze
bergen zand komen uit de grond en dat betekent dat er overal diepe mijnschachten
zitten waardoor er dan ook overal borden staan die je waarschuwen goed uit te
kijken waar je loopt.
De stad Coober Pedy zelf ademde een vrij bedompte sfeer uit. Het is een droge en
stoffige stad en ademt daardoor een trieste en eenzame sfeer uit. Geen wonder
dat het een stad is met een geweldadige historie waar oa. het opblazen van het
politiebureau onder gerekend kan worden. Als je er niet werkt heb je er
eigenlijk niets te zoeken! Het eerste wat we in Coober Pedy aangekomen deden was
bij John's Pizza stoppen om daar met verrukkelijke koffie weer terug op
temperatuur te komen. We wilden ons daar net te goed aan doen, toen er naar ons
geschreeuwd werd. Daar we hier nooit op reageren keken we toch wel op toen we
Stan & Robyn, tot onze verbazing, aan zagen komen lopen, wie we hadden ontmoet
op de camping in Yulara (Uluru). Het weerzien was enorm hartelijk en we spraken
af om 's avonds met elkaar te gaan eten. Overal in de stad zijn er vele grotten
in de rotsen uitgehakt om naar opalen te zoeken. Naderhand zijn vele van deze
grotten omgewerkt tot huizen, hotels en kerkgebouwen. Allereerst omdat er toch
niets mee gedaan werd maar verder ook omdat het hier in de zomer bloedheet (over
de 50 graden celsius) kan zijn. In de grotten hierintegen heerst een aangenaam
constant klimaat van zo rond de 20 graden celsius, het hele jaar door.
XXX |
Wij vonden een ondergronds motel
genaamd 'The Lookout Cave' en stond net buiten het centrum, een heerlijk plekje
voor de nacht. Het hotel werd gerund door mensen van Griekse origine en het was
er erg schoon en prettig! We hadden geen verwarming of airco op de kamer maar
het was telkens wel even wennen als we terug op de kamer kwamen want in
vergelijking met buiten was het warm op de kamer. Inmiddels hadden we nog niets
van Coober Pedy gezien dus besloten we om er maar een extra nachtje op deze
kamer door te brengen en de volgende dag de stad rustig te gaan verkennen.
Verder beloofde het weer ook niet veel soeps te worden al kijkend naar de
donkere wolken die zich boven ons samen pakten en bovendien zou een dagje rust
ons ook niet schaden. Na een heerlijke nacht geslapen te hebben namen we de
volgende ochtend afscheid van Stan & Robyn met een kop koffie op hetzelfde
plekje. De rest van de dag bezochten verschillende kerkjes en ondergrondse
souveniershops in oude mijngangen. Het was leuk om eens gezien te hebben maar de
ideeën van enorme uitgegraven ondergrondse kathedralen werden wreed verstoord
toen we de katholieke kerk betraden en deze niet meer bleek te zijn dat een
kleine ruimte met in de muur enkele nisjes voor de onvermeidelijke iconen.
Het weer werd ook de volgende dag niet echt beter maar we besloten het er toch
maar weer op te wagen. Het was gelukkig droog maar nog steeds flink koud. Als de
zon te voorschijn kwam was het nog wel uit te houden en dat was tenminste nog
wat want van de de koffie onderweg zouden we niet warm worden. We moesten
namelijk door het 'Woomera Prohibited Area' rijden, een enorm gebied van zeker
250 bij 500 km, dus meer dan twee keer het oppervlak van heel Nederland!, Hier
mocht je niet elders komen anders dan op de verharde weg. Voor ons betekende dat
we dus 253 km moesten afleggen zonder dat er ook maar iets langs de weg stond.
Dus geen dorp en zelfs geen Roadhouse... en dus voor ons geen kop koffie! Wel
stonden er enkele rustplaatsen langs de weg maar daar was zelfs geen
mogelijkheid om uit de wind te blijven omdat er een stevige zijwind stond die
het rijden nog lastiger maakte. Het gebied is in het verleden gebruikt voor het
testen van raketten ed. maar daar is de klad in gekomen zodat we er nu doorheen
mogen rijden. Als er toch nog een test uitgevoerd wordt dan worden de enkele
aanwezige boerderijen voortijdig ontruimd. Een raar idee dat je zo maar een
enorm stuk van het land voor iedereen kunt afsluiten. Nou was het wel het meest
desolate landschap dat we in Australië hebben gezien dus niemand wil er toch
wonen, maar toch. We hadden de outback nu wel gezien. Niet dat het een saaie
omgeving was maar na zoveel maanden nauwelijks groen gezien te hebben, behalve
als er gesproeid werd, vonden we het wel weer eens tijd voor een meer
kleurrijkere omgeving.
Op twee kilometer voor het roadhouse barsten alsnog de hemelsluizen open maar
door flink gas te geven wisten we de waterschade te beperken en tevens konden we
eerder aan ons kopje koffie beginnen, iets waar we onderweg reeds vaak over
gefantaseerd hadden. Na een lunch reden we die dag nog 113 km verder tot vlak
bij Woomera waar we ons intrek namen in een oude kamer maar gelukkig met
verwarming. Er stond ook een TV maar die werkte niet (meer). Toen Martin zich
daarover ging beklagen volgde er een verhitte discussie waarbij hem doodleuk
mede gedeeld werd dat de TV een extra was en niet bij de kamerprijs inbegrepen
was, dus was er geen sprake van gedeeltelijke teruggave van de kamerprijs.
Martin vroeg toen om een lijst van zaken die wel standaard bij de kamer hoorde,
bang dat de WC, douche en bed er ook niet bij hoorden. Maar men kon hier geen
lijst voor overhandigen, dus liep Martin maar snel terug naar de kamer en
barricadeerde de deur zodat niemand meer iets mee kon nemen.
Woomera heeft internationale faam verworven met zijn asielzoekerscentrum waar
eind negentiger jaren hele rellen plaats gegeweest zijn. Inmiddels is het
centrum gesloten maar nog steeds weet het centrum de gemoederen te beroeren
zoals we enkele maanden voorheen nog op de TV zagen waar men een documantaire
liet zien waarin de ex-werknemers in het centrum een boekje open deden over de
mistoestanden die er heerste. De opvang van asielzoekers had de regering aan een
bedrijf uit besteed waarbij dit bedrijf per asielzoeker betaald werd. Uiteraard
werden er veel meer mensen in het centrum gepropt dan zijn maximale capaciteit
om zo meer winst te kunnen maken. Bovendien konden de asielzoekers zich niet
verweren dus ontstonden er uiteindelijk onmenselijke taferelen. Het deed ons erg
denken aan een concentratiekamp. Kinderen van asielzoekers waren oa. door andere
asielzoekers verkracht. Hier werd destijds wel melding van gemaakt maar het
belandde uiteindelijk in de doofpot en dus ging het misbruik gewoon door. Mensen
verhongerden etc., etc. en toen men uiteindelijk in opstand kwam werd dit wreed
de kop ingedrukt en werden de asielzoekers afgeschilderd als ondankbare
economische vluchtelingen. Natuurlijk verwijt iedereen een ander. Nee, mensen
zijn wat dat betreft overal ter wereld hetzelfde.
Nu het asielzoekerscentrum gesloten is en ook het testen van raketten op een heel laag
pitje staat is Woomera slecht een schim van zijn voormalige glorie jaren. Het
was een echte spookstad geworden. Huizen staan verloren dicht getimmerd bij
terwijl ze er nog heel goed uit zien. Maar ook hier geldt hetzelfde als in
Coober Pedy: Als je er niet werkt heb je er niets te zoeken. En als je bedenkt
dat dit allemaal met belastingcenten gebouwd is dan wordt er ook hier veel geld
over de balk gesmeten. Nee dan waren de emoe's die we net buiten de stad zagen
lopen nog de hoogtepunt van ons bezoek aan Woomera!
De volgende dag begonnen we dan eindelijk aan onze laatste etappe door de
outback. Het was nog 170 km naar Port Augusta aan de zuidkust van Australië en
hier hebben we ons doorheen weten te werken alhoewel het nog steeds enorm koud
was. Wel begonnen we nog te twijfelen doordat zelfs 5 km voor Port Augusta we
nog geen enkel teken van beschaving zagen. Nog niets dat de nadering van een
grote stad aankondigde en ook de zee was nog nergens te zien, integendeel het
was hier een dorre bedoening. Maar met Port Augusta begon voor ons weer de
beschaving. In het centrum vonden we een wat oudbollig koffietentje waar ze
overheerlijke koffie serveerden en waar de appeltaart stond nog in de oven. Het
was er zo oergezellig dat we er een hele tijd zijn blijven zitten, echter ook om
terug op temperatuur te komen. Tot onze verrassing was het aan de kust nog
steeds een dorre bedoening en zeker niet groen zoals wij verwachten. Maar toen
we vervolgens de Flinders Ranges door gereden waren werd het landschap ineens
heel erg groen. In eerste instantie nog vanwege de irrigatie maar al snel werden
de heuvels groen. De omgeving deed heel Europees aan. We genoten van de in
Engelse stijl opgetrokken dorpjes en huizen van natuursteen. Rustig genietend
reden we die dag door tot Clare en toen wij een onderkomen voor de nacht hadden
gevonden stonden we meer dan een half uur onder de douche om wéér op temperatuur
te komen. In een restaurant hebben we genoten van onze terugkeer in de
'beschaafde' wereld met een overheerlijke maaltijd wat vele malen beter was dan
het bar-voedsel waar we de afgelopen maanden nagenoeg op geleefd hadden.
Bovendien is de Clare vallei een beroemde lokale wijnregio dus dat moesten we
natuurlijk ook uitproberen.
XXX |
Martin was de volgende morgen niet uit
bed te branden en dit kwam toch eigenlijk nooit voor. Ondanks zijn getreuzel
waren we toch weer vroeg onderweg en reden we een weg die wij niet snel zouden
vergeten. Over bochtige wegen reden we door de schitterende omgeving van de
Adelaide Hills. We waren al bijna vergeten dat er nog bochten bestonden na al
die rechte wegen in de outback. Dus op een schitterende manier zagen we Adelaide
al vanaf grote afstand liggen en al dalend met haarspeldbochten reden we deze
stad binnen geen idee hebbend van wat ons daar te verwachten stond. De stad
maakte direct al indruk op ons door de romantische sfeer die de stad uit
straalde. De gebouwen waren sfeervol met een Engels koloniale stijl, maar je
wordt weer snel met beide benen terug in de realiteit gezet als al het verkeer
rakelings langs je heen raast.
Niet precies wetende waar we het beste konden overnachten besloten we om naar
een buitenwijk Glenelg te rijden. Aan het einde van de brede en drukke Anzac
highway vonden we een hotelletje. Nu hadden we al ontdekt dat motorrijders niet
het beste imago hebben in Australië en zo kregen we vaak de oudste kamers. Dus
liep ik naar binnen en vertelde direct dat we niet roken, geen drugs gebruiken,
geen alcoholisten zijn, niet bij een gang horen en niet ook vechten (eigenlijk
zijn wij best wel saai!). Hier had ik zo langzamerhand behoorlijk tabak van en
guess what? Het hielp en we kregen een mooie kamer met zelfs de beschikking over
een eigen keuken en badkamer. Het voelde direct goed. We hadden zelfs voor Marie
Louise een eigen kamer met eigen TV. Bovendien kregen we het voor een hele goede
prijs zodat er eindelijk een periode van rust voor ons aan brak. Wel waren er
nog allerlei dingen blijven liggen waar we nu, in een grote stad, eindelijk weer
eens de mogelijkheid voor hadden. De motorpakken hebben we twee dagen laten
weken in een sopje in de badkuip alvorens ze te wassen. Dat hielp goed aangezien
ze weer stralend uit de wasmachine te voorschijn kwamen. Verder had Martin een
nieuwe achterband nodig en moest ik een nieuw handvat hebben. Mijn linker
handvat was door het vele gebruik van de handvatverwarming gaan smelten (zou
niet mogen gebeuren!) en nu plakte mijn handschoen gewoon aan het stuur vast. De
tijd werd verder besteed om de dagboeken en de verslagen bij te werken. Tot onze
verrassing bleek Glenelg het Zandvoort van Adelaide te zijn en lag het pal aan
de kust. Nu was de zee in de winter ook hier niet op zijn aantrekkelijkst maar
het was er heel gezellig en als de zon scheen konden we al buiten op het
terrasje gaan zitten. Verder verkenden we ook de winkelstraat. Nee, we
verveelden ons absoluut niet in terwijl we in afwachting waren van de aankomst
van Marie Louise die besloten had om ons nog voor het nieuwe schooljaar begon
even op te komen zoeken.
Op donderdag 21 September liep de wekker al om half zes af. Nu ben ik 's
ochtends niet echt een helder licht, maar wetende dat ik mijn dochter van de
luchthaven af moest halen viel het me niet zwaar om uit bed te komen. Martin en
ik hadden al lange tijd erg naar dit moment toe geleefd en wat is er mooier dan
om op je eigen kind na lange tijd weer terug te zien en haar mee te nemen op een
klein stukje van onze reis. De taxi stond om zes uur al op ons te wachten, dus
snel naar de luchthaven waar Marie Louise om 06:10 uur al zou arriveren.
Adelaide is een kleine luchthaven en we konden onder het genot van een kopje
koffie de uitgang in de gaten houden. Plots zagen wij iemand die voldeed aan het
signalement van Marie Louise door de deur heen lopen, maar wel begeleid door
iemand van de douane. Oeps, dat zag er niet goed uit! Maar wie kan dat beter
uitleggen dan de persoon in kwestie dus laten we haar maar snel aan het woord:
Ok, bij deze schrijf ik ook een stukje
van het reisverslag.
Vanaf het begin: Ik werd weggebracht door een vriendin wij grappen in de trein
over wat er allemaal mis kon gaan tijdens het vliegen.
Wij lachen want dat gebeurd niet. "Ik niet!" en als er toch iets gebeurd is het
altijd: "Why me?" Anywayz mijn eerste vlucht naar Kuala Lumpur was geweldig. Ik
voelde me een prinses want ik had drie stoelen voor mezelf. Ja ja, ik was van
plek gewisseld en sprak veel met de stewards die erg grappig waren en de lol van
het mensen bedienen wel inzagen. Ze vonden me geloof ik wel aardig want zodra ze
nix te doen hadden zaten ze met me te kletsen. Ik heb adressen van ze dus als
iemand met een Maleisiër wil daten moet je het me maar even laten weten. Ik
kreeg verder een fles champagne en gratis saté waar alleen ik van kon genieten.
Als ik sliep werd ik wakker met een dekentje over me heen en ik kreeg een tour
door het vliegtuig ik dacht: "Wow, Malaysian Airlines is the best!"
In Kuala Lumpur aangekomen was ik op zoek naar mijn transfer busje. Dat duurde
dus een half uurtje, ondertussen was het overal "Taxi?, Taxi?, GRRRRR". Maar
eindelijk gevonden en toen mocht ik wachten. Ik kwam aan de praat met een
21-jarige meid die stage ging lopen in Nieuw Zeeland. In het busje naar het
hotel ook aan de praat geraakt met Steve, een Aussie 'bloke' ook van onze
leeftijd en we hebben met z'n drietjes het hotel onveilig gemaakt en lol
gemaakt... weinig slaap dus. Op de airport again, was ik samen met Steve op
dezelfde vlucht. Het was gezellig toen tijdens het boarden 30 minuten voor
vertrek bleek dat mijn ticket niet goed was. Ik en Steve grappen wat als ik niet
mee kon. Komt zo'n gast naar me toe met: "Yes, your ticket is no good!" Ik van:
"Excuse me?". "Yes, you go run to desk". Nah, ik m'n spullen gepakt en zoef
'gone with the wind'. Ik daar hijgend aan de balie uitleggen (al weet ik het
zelf nog steeds niet, maar ja). Dus zij zei: "Ja, je kan niet mee!". Ik dus een
traantje laten vallen want ik zag mezelf al vast zitten op de luchthaven in
Kuala Lumpur en daar had ik geen zin in. Dus ik extra snif snif en 'puppy eyes'
(ik lees veel reisboeken) en... yes, it does pay off! Op het laatst zeggen ze:
"Ok, rennen je kan toch wel mee", ook al heb ik volgens hun nog steeds een
verkeerd ticket. Ik denk: "Mooi, dat laat ik me geen tweede x zeggen!". Dus ik
rennen, nogmaals door de security check en gone I was. Ik boardde als laatste al
had het vliegtuig al weg moeten zijn. Niet dat het mijn schuld was, maar toch
hoop ik dat ze denken dat ik belangrijk was! In het vliegtuig zei m'n naaste
passagier na vijf minuten: "Jij bent vast zo moe, jij wil vast wel een andere
plek". Ik vond het best dat hij een dubbele plek had, dus weg was ik en vond een
plekje naast een gave Aussie vader die wel van z'n drankje hield. Laat maar
zeggen vier wijntjes en drie biertjes verder hadden we dikke lol hij was echt
gezellig. Jong in Spirit laten we maar zeggen (wellicht ook omdat de alcohol 3x
sneller aan slaat hoog in de lucht!).
Op de airport in Adelaide aangekomen werd ik er uit gepikt dus tasje open je
kent het wel. "Woops!", ik had de drop vergeten aan te geven. Het werd me
vergeven maar ik had ook geen adres opgegeven. Dus werd ik met de douane naar
buiten begeleid, geweldig! Anywayz Mart en Mam stonden er dus, m'n geluk is als
het goed is weer terug gekeerd... I hope (ik moet nog terug!) Adelaide doet mij
aan California en Boston (USA) denken, maar ook iets aan Frankrijk en Engeland.
Ik had echt een soort outback verwacht maar ik kom gewoon in een super moderne
plek terecht. Ik heb ook al m'n eerste museumpje gezien, moet gewoon! Van die
franse Dude Rodin een paar beeldjes gezien. Volgens mij is hij liever lui dan
moe: hij maakt ze nooit af. Verder zijn hier genoeg surf winkels iedereen surft,
echt geweldig! It's heaven!
Vandaag hebben we een motor ritje gemaakt en ja hoor... het regent! Het weer van
Engeland dus! Hoe is het mogelijk? Waar is die 40 graden? Waar zijn die
kangeroes en koala's? Morgen begint de reis naar Melbourne. Daar heb ik ook wel
zin in. We nemen 'The Great Ocean Road', met andere woorden: mooi dus. Het leven
in Aussie is goedkoper dan thuis. Voor de mensen die willen verhuizen een
aanrader dus (of Canada, is ook mooi). Ik wil zeker nog een x terug keren naar
Aussie en wat rond reizen, alleen dan zonder volwassenen... surfen, surfen en
nog eens surfen! That's for sure! Voor reizigers is het boek "No shitting in the
toilet" een aanrader en voor reizigers naar Aussie is het boek van Bill Bryson
'Down Under' een aanrader. Ik ben daar net mee begonnen. Ok, dit was het wel
weer want m'n moeder en Martin zullen wel verder schrijven. Meestal schrijven ze
zo lang dat je op de helft het al opgeeft. Dus bij deze: "Kop op, je bent er
bijna!"
Bedankt voor je aandacht.
=greetz=
Marie Louise
XXX |
Toen Martin de douane beambte het
adres van ons hotel gegeven had trok deze zich weer achter de schuifdeuren terug en
konden wij Marie Louise meenemen naar ons hotel. We hebben de stad verkent en
wilden oa. een bezoek aan de dierentuin brengen maar dit viel letterlijk in het
water zodat we de tijd maar in de bioscoop doorgebracht hebben hopende dat de
slagregen over zouden zijn als de film afgelopen was. Het regende toen nog wel
maar niet zo hard meer. Na Adelaide wat verkent te hebben werd het tijd om te
vertrekken. Een zware storm was reeds over getrokken en de rust was weergekeerd.
Vooral 's ochtends scheen de zon maar warm was het nog steeds niet. Ons vertrek
moesten we echter nog een dag uit stellen omdat Martin mijn linker verwarmde
handvat nog moest vervangen die deels gesmolten was. Op zijn motor had hij dit
al eens eerder gedaan maar op mijn motor was het een heel ander verhaal. De
lange kabel liep overal onder en tussen door dus moest er veel verwijderd
worden, maar uiteindelijk lukte het en bleek het nog te werken ook nog.
De volgende dag verlieten we Adelaide in zuidelijke richting langs de kust. Over
het Fleurieu schiereiland reden we naar Victor Harbor waar we walvissen zouden
moeten kunnen spotten.
XXX |
Inmiddels waren we echter
al weer flink koud geworden en met een dreigende lucht besloten we om maar snel
verder te rijden. In Strathalblyn hebben we bij een kleine bakkerij heerlijk
gegeten. Vlak voordat we op de hoofdweg uitkwamen
moesten we tot onze verrassing een brede rivier per (gratis) veerboot
oversteken. Na even op de boot gewacht te hebben reden Martin en Marie Louise
aan boord. Mijn motor wilde echter met geen mogelijkheid meer starten dus
terwijl de slagboom al weer dicht ging probeerde ik al steppend de veerboot nog
op te rollen want die bikkel van mij miste me dus helemaal niet! Gelukkig ging
de slagboom weer omhoog en kon ik toch nog mee de rivier over. Martin duwde mijn
motor aan de overzijde omhoog van de veerboot af de berm in om de boel te
trachten te repareren. Al snel bleek het dus niet weer de verwachte losse accu
verbinding te zijn. Mijn technisch wonder wist het toen ook zo snel niet meer.
Met brute kracht heeft hij toen getracht mijn motor aan te drukken wat niet
werkte. Uitgeput berustte hij in zijn nederlaag totdat ik op de startknop drukte
en... de motor normaal startte. Dus snel de spullen weer op de motor gepakt en
naar een hotel in Meningie gereden, zo'n 50 km verderop. Terwijl Marie Louise en
ik boodschappen deden stond Martin onder de veranda mijn motor voor de tweede
maal die dag te strippen. Het enige dat hij kon ontdekken was dat de
kabelschoentjes naar een relais dat met het alarm ingebouwd was iets los zat
waardoor de stroom onderbroken werd. De kabelschoenen wat aangeklemd en
vervolgens reed de motor weer als een zonnetje zodat we de volgende dag weer
verder konden reizen langs de kust.
XXX |
Langs de kust reden we de volgende dag
verder zuidwaarts. In Mt. Gambier reden we nog bij toeval een kratermeer van een
oude vulkaan wat er leuk interessant uit zag. Door een groot bosbouwgebied reden
we Victoria in. Bij Portland kwamen we weer uit bij de zee. Na een nachtje
slapen waarbij we bij de lokale Chinees aten reden we verder door Warrnambool
waarna we de hoofdweg verlieten en afsloegen om de Great Ocean Road te gaan
berijden. Maar eerst laten we Marie Louise weer aan het woord om haar indrukken
weer te geven:
XXX |
Hallo, hallo, daar ben ik toch weer
even.
We zitten nu in Melbourne en ga ik de wereldreizigers al weer verlaten.
De trip op de motor viel reuze mee en na een dagje vond ik het niet eng meer.
Als je lang achterop de motor zat kreeg je alleen wel last van een houten kont
heb ik ontdekt. De trip was errrrrrug mooi zodra de zee in zicht kwam! Je kwam
ogen te kort en we sliepen in verschillende motels. Elke ochtend was het vroeg
weer op en dat was niet fijn als je een nachtmens bent. Dus het eerste uurtje op
de motor was het een sport voor mij om je ogen open proberen te houden.
De motor van mam had kuren dus dat was spannend maar Martin was de redder in de
nood. Langs de kustplaatsen was het echt gaaf! Er lagen ook surfers in het
water, echte 'diehards' (bikkels) want het is berekoud in het water. In Aussie
surfen veel jongelui, net zoiets als voetbal voor een Nederlander. Ik ben zelfs
naar een Surf-museum geweest. It was my lucky day. Wat een dag, echt waar!
Surfers paradise!
Met de veerboot zijn we naar Melbourne gegaan en ik had St. Kilda uitgekozen om
te verblijven omdat in de Lonely Planet stond dat het een leuke buurt was met
aparte mensen en veel cafeetjes en restaurantjes. 's Avonds klopte dit ook wel.
Wat wel op viel was dat in St. Kilda veel weirdo's rond liepen. We raakte aan de
praat met een grappige vrouw die ons vraagt waarom we juist hier zitten. Dit is
namelijk de hoerenbuurt van de stad. Toch is het een leuke buurt met leuke
tentjes. We hebben zelfs in een homo-restaurant gegeten. Nah, je zit er in ieder
geval goed want smaak hebben ze wel! 's Avonds nog een Bailey's in de bar onder
ons hotel gedronken.
We ontbijten in een heel leuk tentje waar de meest vage figuren ontbijten. Super
druk en super gezellig! De luitjes die er werken zijn jong en hebben een divers
karakter. Melbourne is een leuke stad maar het is net zoals Europa: een stad
heeft altijd verborgen schatten. In Melbourne moet je gewoon even zoeken maar
dan heb je ook wel wat! Ik heb een knipoog van Australië gekregen en ik weet
zeker dat ik terug wil... vooral om het surfen! Ik bedank Mam en Martin bij
deze. Ik heb genoten hoor! Thanks mates! De Great Ocean Road was the Best! Nu ga
ik terug naar het dagelijkse leven... en dat is hard studeren! maar 'No
worries!'
=greetz=
Marie Louise
XXX |
Toen we de Great Ocean Road volgden
werden we verrast door de schitterende kustlijn toen we eenmaal de zee
bereikten. Rotsen stegen recht uit de zee omhoog. We hebben lang van dit
schitterende gezicht genoten. We zagen enkele bruggen van natuurlijke rots in de
zee staan waar het water onderdoor rolde. Een eind verderop waren de Twaalf
Apostelen, waar over een stuk kustlijn twaalf flinke rotsen uit zee oprezen.
Maar na wat we eerder al gezien hadden vonden we het niet de moeite om te
stoppen, bovendien stond de parkeerplaats zo vol met auto's en was het goed
koud. Nadat we van de kust genoten hadden draaide de weg weg van de kust en
slingerde zich door een dicht bos over de heuvels die ons aan de bossen in
Maleisië deed denken.
XXX |
Al dalend reden we terug naar de kust
die we bij Apollo Bay weer bereikten met schitterende vergezichten. Vanaf hier
slingerde de weg zich tussen het strand en de heuvelrug door. Langs de kust
waren overal kustplaatsen waar veel toerisme was. Gelukkig niet in deze tijd van
het jaar, want daarvoor was het veel te koud. Eén van deze plaatsen
was Lorne waar we de nacht door brachten in een heel leuk hotelletje. We bleken
zelfs een bubbelbad te hebben en dat wilde Marie Louise wel als eerste uit te
proberen. Maar het water was niet warm te krijgen, zodat we de Technische Dienst
er maar bij haalden, maar dit licht kon ook niet meer doen dan ons de
naastliggende kamer aanbieden. Het water was hier ook niet echt gloeiend heet
maar wel warm, dus in ieder geval beter. Met een vol bubbelend bad hadden we
geruime tijd geen kind meer van Marie Louise. Zij was niet de enige want wij
wilden ook wel van deze luxe genieten. Het was een perfecte avond om de al die
tijd mee gesleepte fles champagne open te maken die Marie Louise in het
vliegtuig had gekregen. En wat is er dan mooier dan om in een schuimend
bubbelbad te liggen een boek lezend met een glas champagne onder handbereik.
XXX |
Na een goede nacht slaap reden we de volgende dag met een mooi zonnetje verder
richting Melbourne al was het weer nog wel erg koud. In Torquay moesten we wel
een stop inlassen als je met iemand reist die zoveel van surfen houdt als Marie
Louise want Torquay is wel even DE surf-stad van Australië. Allereerst was er
een surf-museum dat we bezocht hebben en veel liet zien van de ontwikkeling van
surfboards alsmede van de gehele sport over de jaren. Een film met vele oude
opnamen van het surfen in zijn jonge dagen in Australië was heel leuk te zien.
Zo bleek er een grote rivaliteit te bestaan tussen de surfers en de rockers,
waar de lokale politie het maar wat moeilijk mee had om deze twee groepen van
elkaar gescheiden te houden. Vervolgens gingen de dames shoppen in de vele
surf(kleding)shops waar Marie Louise rond liep als Alice in Wonderland. Martin
bleef intussen in een café achter, heerlijk van de koffie te genieten en rustig
lezend totdat de dames uitgewinkeld waren. Het viel hem enorm mee wat wij
uiteindelijk de winkel mee uit namen.
Vervolgens konden we op de motoren stappen voor de laatste etappe naar
Melbourne. In Torquay draaide de Great Ocean Road voor de laatste maal van de
kust weg. We konden de snelweg naar Melbourne nemen maar wij kozen voor een
alternatieve route. Via het Bellarine schiereiland reden we naar Queenscliff
waar een veerboot ons naar de overzijde op het Mornington schiereiland zou
overzetten. Volgens de Lonely Planet zou de boot slechts elke twee uur
vertrekken en om 15 uur, dus reed ik door om op tijd bij de veerboot aan te
komen. Het lukte en vijf minuten voor vertrek van de veerboot reden wij aan
boord. De overtocht duurde 40 minuten en stelde qua deining absoluut niets voor
zodat we allemaal van de overtocht konden genieten. Na aankomst in Sorrento
zaten we eigenlijk al in de buitenwijken van Melbourne al was het nog zo'n 90 km
rijden naar het centrum! Door zijn ligging langs de baai was alles er al
bebouwd. Ongelofelijk hoe uitgestrekt deze stad met zijn 3 miljoen inwoners is!
We volgden globaal de kustlijn van de Port Phillip Bay en van verre zagen we het
centrum van Melbourne al liggen. Het was een heel apart gezicht om de
wolkenkrabbers van het centrum over het water op te zien rijzen. We hadden het
gevoel in een Science Fiction te rijden.
XXX |
Het verkeer werd steeds drukker naarmate we het centrum naderden en uiteindelijk
kwamen we in St. Kilda aan dat dicht bij het centrum lag en toch aan de baai.
Marie Louise had deze buurt uitgezocht in de Lonely Planet aangezien wij nog
absoluut niets over Melbourne gelezen hadden. De trams waar Melbourne zo beroemd
om is verschenen in het straatbeeld en wij waren ondertussen op zoek naar een
geschikt hotelletje. Ik was kritisch want per slot van rekening was het niet
voor één nacht. Menig hotel werd afgekeurd en toen het
al schemerig begon te worden vonden we uiteindelijk een heel geschikt hotelletje
aan een hoofdstraat. Dus we laadden onze spullen af en brachten dit naar onze
kamer, een kamer met een hoog plafond en zelfs een heel klein keukentje. Het
veilig parkeren van de motoren was een klein probleempje maar gelukkig had het
hotel een overeenkomst met een verderop gelegen parkeergarage. De eigenaar
vertelde Marie Louise, die buiten bij de motoren stond, waar de parkeergarage
was. Dus zij vertelde het weer aan Martin die de motoren in de parkeergarage
zette en hen onder zeil dekte. Het bleek echter geen bewaakte parkeergarage te
zijn en Martin had er geen goed gevoel bij. Terug in het hotel wilde men hem
vertellen waar de motoren te parkeren, maar toen Martin vertelde dat we de
motoren reeds geparkeerd hadden fronste men de wenkbrauwen aangezien hij hier
een ticket van het hotel voor nodig had. Kortom, de motoren bleken in de
verkeerde parkeergarage geparkeerd te staan. Aan de overzijde van de straat
bleek een bewaakte parkeergarage te zijn voor dezelfde prijs. Dus de motoren
toch maar even naar de overzijde gebracht. We konden beide motoren voor de prijs
van één parkeren maar ze stonden nu tenminste veilig. Wel werd men later van
hogerhand op de vingers getikt en wilde men dat beide motoren moesten betalen.
Maar we vonden een creatieve oplossing door mijn motor elders te parkeren tussen
de fietsen zodat er uiteindelijk niets veranderde.
De laatste dagen van het bezoek van Marie Louise hebben we in Melbourne
doorgebracht. Met de tram konden we zo het centrum in rijden. Het centrum vonden
we niet zo mooi als dat van Adelaide maar we konden nu wel de dierentuin
bezoeken. De dierentuin was niet erg groot en men had lang niet alle dieren maar
degenen die ze wel hadden was veel aandacht aan besteed. De olifanten hadden net
een nieuw onderkomen gekregen en rondom hun onderkomen stonden allerlei gebouwen
met een Thaise of Indonesische invloed. Gelukkig had men wel veel typisch
Australische dieren zoals emoes, kangaroes, koala's en zelfs een platypus, een
zoogdier dat lijkt op een soort otter met de snavel van een eend. Ook hebben we
de Rialto torens bezocht van waar we een schitterend uitzicht over de stad
hadden.
XXX |
Op Maandag 1 September moest Marie
Louise ons al weer verlaten. We hebben rustig ontbeten in onze inmiddels vaste
koffietent en de spullen ingepakt. Met de bus zijn we naar de luchthaven gereden
waar we Marie Louise hebben geholpen met het inchecken. Ze kwam alleen maar aan
met een tas handbagage en ze vertrok met een volle bagagerol die we met 29 kilo
hadden weten te vullen. Gelukkig werkte de glimlach van Marie Louise ook deze
keer weer en deed men er niet moeilijk over. De handbagage was echter met 12
kilo wel te veel. Maar toen de motorjas uit de tas verwijderd was bleef er nog 7
kilo over en dat was acceptabel. Na een laatste kop koffie kwam er het
onafwendbare moment dat we afscheid van elkaar moesten nemen, maar deze keer zal
het gelukkig niet zo lang meer duren voordat we elkaar terug zullen zien.
Gelukkig bleek ze achteraf een goede terugreis gehad te hebben zonder problemen
deze keer.
De volgende dag was het een drukke dag voor ons. Als eerste reden we naar een
motorzaak voor een nieuwe achterband, voor mijn motor deze keer. Het lag in het
oosten van Melbourne maar wel even 35 km van ons hotel verwijderd. Dus reden we
over de doorgaande wegen naar het oosten een aantal verkeerslichten tegenkomend
dat niet misselijk was. Maar het was de moeite waard want het adres dat we van
mede-overlander Robert gekregen hadden bleek een leuke werkplaats te zijn. Niet
zo'n steriele officiële BMW-werkplaats, maar hier werd echt gewerkt. Tijdens een
gezellig praatje werd de achterband vervangen en konden we naar ons volgend punt
rijden. We wilden namelijk Ken Groves bezoeken, ook iemand waar Martin samen mee
door Zuid Amerika had rondgetrokken. Dankzij zijn goede aanwijzingen vooraf
konden we zijn huis vinden. Het was leuk om Ken (na ruim 5 jaar weer terug) te
zien en oude herinneringen op te halen en foto's te bekijken. Ken had nog veel
meer reizen gemaakt, oa. naar India en Nepal zodat we onze ervaringen daarover
ook konden uitwisselen. Volgend jaar wilde Ken naar Indo-china reizen en wilde
onze ervaringen daarover weten. De middag vloog voorbij en tegen 18 uur stapten
we weer op de motor om naar het hotel terug te rijden waar een heerlijke douche
op ons stond te wachten.
De volgende dag hebben we het nog rustig aan gedaan nu het nog even kon omdat we
's avonds Ed al van de luchthaven op moesten halen. De bus shuttle reed niet
meer zo laat dus moesten om 18 uur met de tram vertrekken. De tram reed sneller
dan verwacht zodat we de bus van 18:15 uur al konden nemen. Hierdoor waren we om
18:40 uur al op de luchthaven. Een half uur eerder dan verwacht en dan dat Ed
aan kwam. Helaas had Ed's vlucht ook nog vertraging opgelopen, 19:50 uur maar
gelukkig werd dat uiteindelijk 19:40 uur. Toen konden we bij de uitgang gaan
staan en wachten tot Ed door de deur kwam.
Maar verder gaat dit verslag niet omdat ik anders het gras voor Ed's voeten
wegmaai aangezien hij 'vrijwillig' het volgende verslag wilde schrijven.