Reisverslag 32 Melbourne (Australië, 03-09-2003) t/m
Amersfoort (Nederland, 14-10-2003)
(Het lang verwachte laatste verslag!)
Enkele dagen nadat wij Marie Louise
bij het vliegtuig naar Nederland uitgezwaaid hadden landde Ed in Melbourne om
het stokje van Marie Louise over te nemen. Voorwaarde was wel dat hij zijn
portie van het verslag zou schrijven. Dus Ed... ga je gang!
Op een dinsdag ochtend in september 2003 begon mijn trip naar Australië om
Martin & Jeannette te ontmoeten. Bij de aanvang van de reis van Jeannette in
september 2001 was al gezegd dat ik ook maar eens langs moest komen. Australië
was in ieder geval een plek waar ik nog nooit geweest was en waar ik ook niet
'zomaar' naar toe zou gaan. Het heeft dan ook even geduurd maar uiteindelijk heb
ik dan toch zoveel overuren bijeen gesprokkeld dat er een 3-weekse vakantie naar
Australië er van af kon.
Na een lange vlucht via Singapore landde ik op woensdag 3 september omstreeks
19.45 uur in Melbourne. Er was wat vertraging ontstaan in Singapore omdat er
twee passagiers niet aan boord waren gekomen. Dus hun bagage, die al wel in het
vliegtuig zat, moest er weer uit worden gehaald. Martin & Jeannette stonden op
het vliegveld al op me te wachten. Zij hadden het zekere voor het onzekere
genomen en waren met de tram en bus van ongeveer half zes richting het vliegveld
gegaan en aangezien hun reis voorspoediger verlopen was dan verwacht waren zij
ruim op tijd. Helaas lag mijn bagage kennelijk ook nog achterin de kist wat
resulteerde in het feit dat het als laatste op de band terecht kwam. Pas om half
negen 's avonds liep ik de aankomst hal uit en kon Martin & Jeannette ontmoeten.
Martin had, zoals gewoonlijk, al buskaartjes voor de trip terug naar het hotel
op zak. Maar voordat we de bus namen werd eerst even 'globaal bijgekletst' onder
het genot van een kop koffie, mijn eerste in Australië. Het was een heerlijk kop
koffie. Ik moet namelijk even kwijt dat ik aardig verslaafd ben aan een goede
kop espresso of een andere Italiaanse koffie. Het was dan ook een genot om te
zien dat er een heus Italiaans espresso apparaat in de koffiebar stond. Ik kan
niet alleen van de smaak van een goede koffie genieten maar ook van de kunst van
het maken er van. Martin & Jeannette bleven zich er over verbazen dat mensen
hierover zo gepassioneerd kunnen praten, praten en blijven praten. Ze wisten na
de drie weken van mijn bezoek alles over de maling van de bonen, de temperatuur
van de melk en de perfecte hoeveelheid schuim. Tsja, wat Martin met de boutjes
van de motoren heeft heb ik met espresso zullen we maar zeggen.
Na het koffie intermezzo reden we met de bus naar het centrum van Melbourne wat
een bijzonder mooie rit in het donker was. De skyline van Melbourne was
schitterend. Na de bus werd er overgestapt op een tram. Eén van de voordelen in
Melbourne is dat er met één en hetzellfde kaartje gereisd kan worden. Wat wel
een aardige bijkomstigheid was dat het niet lukte om de kaartjes af te stempelen
in de automaat in de tram zodat we ze de volgende dag nogmaals konden gebruiken.
Tegen tien uur 's avonds arriveerden we bij ons hotel waar ook Marie Louise had
gelogeerd. Ondanks de late aankomst konden we gelukkig nog wel in het restaurant
terecht. Ik voelde me goed en had nog niet echt last van de jetlag. Bovendien
had ik aan boord van de vlucht van Singapore naar Melbourne geen diner genomen
zodat ook ik wel een hapje kon versmaden. In het restaurant werd een prima diner
geserveerd en het desert, een pavlova, was een absolute must volgens Jeannette
aangezien zij het al kende uit Nieuw Zeeland. Er werd een soort van zoete mouse
met een berg slagroom geserveerd. Dit desert vulde de gaatjes in mijn maag al
was het niet echt mager, en dus paste het niet in een punten dieet, maar
geweldig lekker was het wel. Na het diner was het tijd om te gaan slapen. Tot
mijn grote verbazing lukte het mij ook om daadwerkelijk in slaap te vallen.
De volgende morgen, woendag 4 september, werd er eerst bij een eettentje aan de
overzijde van de straat wat ontbeten, wat iets nieuws was voor mij. Het is hier
heel gewoon om je ontbijt 's ochtends te nuttigen bij één van de vele kleine
eettentjes. Ook bij dit eettentje stond dus een heuse Italiaanse koffiemachine.
Een heerlijk ontbijt met koffie. Ik keek wel even op toen ik zag dat er spinazie
met een paar reuze champignons tussen mijn eieren lagen. Waar was de toast? Nou
dit was dus vervangen door de spinazie. Maar goed, het smaakte prima al moet ik
wel heel eerlijk bekennen dat Martin de champignons voor zijn rekening nam. Dit
kleine restaurantje werd gerund door een jonge vent van vermoedelijk Turkse
komaf en er was dan ook geen bacon te krijgen. Na het onbijt stond downtown
Melbourne op het programma. Jeannette & Martin hadden hier al een paar dagen
doorgebracht en wisten al aardig de weg. Met de tram reden we naar het centum en
moesten we wel even aan wennen dat de tramhaltes midden op de straat waren waar
niet echt veel ruimte was om te staan. De auto's reden soms op slechts zo'n
halve meter langs ons heen.
Al lopend door het centrum zagen we pas goed hoe groot de stad was met in het
centrum een behoorlijk aantal hoge gebouwen. Uiteraard vind je er als in elke
stad een ruim aanbod van winkels maar voor shoppen waren we niet gekomen.
Natuurlijk hebben we toch even rond gekeken, maar niet te lang. Al dwalend
bleken we richting de botanische tuin te lopen dus deze maar bezocht. Het was de
moeite van het bezoeken zeker waard, niet dat ik zo'n echte tuinman ben hoor.
Thuis heb ik een ruim grasveld achter het huis liggen echter zonder bloemen of
planten er in. Die staan alleen maar in de weg als je het gras moet maaien. Maar
met de lente hier in Melbourne onderweg waren veel planten en bloemen aan het
begin van hun seizoen. Na de botanische tuin bezochten we één van de vele
oorlogs memorials. Het memorial wat wij bezochten bood een ruim uitzicht over de
stad. Met een mooie zon en een prettige tempertuur was het een heerlijke middag.
Met de tram reden we vervolgens richting het 'Zandvoort' van Melbourne: St.
Kilda. Nu, ons Zandvoort ziet er wel even iets anders uit. St. Kilda is een
lange straat met de nodige eetgelegenheden en souvenierwinkeltjes. Aan het einde
van de straat zit een restaurant dat 'Jackie O' heet. Een prima tent waar de
nodige extravagante personages eten wat het bijzonder leuk maakt. Maar ook het
eten dat ze serveren is gewoon goed voor een redelijke prijs. Na het eten reden
we met de tram terug naar ons hotel om te gaan slapen. De volgende dag zou de
reis voor mij dan daadwerkelijk beginnen en dus kon ik een goede nachtrust
vooraf goed gebruiken.
Na een ontbijt in hetzelfde eettentje vertrokken we dan omstreeks een uur of
tien. De motor van Jeannette wilde niet direct starten, iets wat wel een keer
eerder opgespeeld had, maar ineens sloeg de motor aan en dus konden we Melbourne
uit rijden. Martin had een route uitgestippeld die ons niet langs de kust
oostwaarts deed voeren maar binnendoor kris-kras over binnenwegen.
Het oorspronkelijke plan was dat ik met een gehuurde motor Martin & Jeannette
zou gaan vergezellen maar na een uitgebreide zoektocht over het internet bleek
dat dat toch een (te) dure grap zou worden. Voor een standaard motor werd mij al
snel AUD 65 (EUR 38) per dag in rekening gebracht en daar kwam nog de
verzekering overheen. Bovendien moest de motor na drie weken ook weer op
hetzelfde adres ingeleverd worden dus konden we alleen een rondje maken. Op zich
niet erg ware het niet dat in het zuiden van Australië het in deze tijd van het
jaar nog flink koud is (vandaar de trek van het 'grijze leger' naar het
noorden!) en dan gaat de aardigheid er snel af, was Martin & Jeannette's
ervaringen oa. in Nieuw Zeeland opgedaan. Dus uiteindelijk werd er besloten om
geen extra motor te huren maar als ik wilde kon ik wel een stuk met de motor van
Jeannette rijden aangezien die geen problemen had om bij Martin achterop te
kruipen. Maar de eerste dagen moest ik even wennen aan de vele indrukken die het
nieuwe land op mij maakte zodat ik lekker bij Martin achterop de motor kroop
zodat ik des te meer van de omgeving kon genieten.
Melbourne lijkt net een Amerikaanse stad met 'lanes en avenues'. Dus na de 24ste
straat sloegen we daadwerkelijk rechts af naar het noorden. Melbourne is gewoon
een hele grote stad. Pas na ongeveer drie kwartier rijden bereikten we de
buitenwijken en reden we het achterland in. Het verkeer was niet echt druk dus
leverde het geen problemen op. De eerste koffie stop was in een typisch
Australisch dorpje: een lange weg met aan beide zijden winkels. Geen hoogbouw
maar gewoon voornamelijk vrijstaande huizen en winkeltjes. De jetlag kwam er
helaas toch een beetje uit die dag en ik voelde me behoorlijk appellig. Het
gebakje bij de koffie dat Jeannette & Martin namen sloeg ik over. Na de koffie
reden we verder het achterland in. Het landschap deed mij veel denken aan dat
van Schotland. Het was er redelijk groen en de heuvels waren niet echt hoog. Met
het zonnetje hoog boven ons was het een heerlijke dag. Toen we in Alexandra
aankwamen moesten we tanken. Na het tanken wilden we wegrijden maar helaas wilde
de motor van Jeannette weer niet starten. Na eerst wat heen en weer geschud te
hebben aan het stuur lukte het Martin nog niet om de motor aan de gang te
krijgen. We duwden de motor van het tankeiland weg en parkeerden hem lekker in
het zonnetje. Martin haalde zijn gereedschap te voorschijn, iets wat hij
duidelijk al een paar maal vaker gedaan had want in no-time was de motor van
Jeannette 'ontmanteld'. De accu en de bedraging werd nagekeken. Zonder direct
het probeem te hebben gevonden lukte het om de motor aan de praat te krijgen.
Martin had een vermoeden dat er ergens een draadbreuk zat. Met de motor aan de
praat reden we snel verder. Het verkeer werd nog minder, heerlijk! Nu kan ik dat
gemakkelijk schrijven omdat ik achterop zat. Die eerste reisdag kwamen we tot
een klein dorpje dat Mansfield genaamd was, onze eerste overnachting na de grote
stad Melbourne. Er was hier niet zo veel keus maar we vonden een heerlijk motel
met de mogelijkheid om zelf te koken. Ze hadden ook accomodatie voor backpackers
maar dat lieten we maar links liggen. De kans is dan aanwezig dat een
vierpersoonskamer ook met een vierde persoon wordt opgevuld en dat was nu niet
echt de bedoeling. Mansfield ligt namelijk aan de voet van Mount Bullar waar dat
weekend de internationale free-style ski wedstrijden gehouden zouden worden. Dat
stond dus garant voor voldoende bezoekers die natuurlijk ook op zoek zijn naar
accomodatie om te overnachten.
XXX |
Jeannette en ik gingen na het
inrichten van de kamer opzoek naar een supermarkt. Martin zou zich gaan storten
op de motor van Jeannette. Martin had de motor behoorlijk gestript toen we terug
kwamen van het boodschappen doen, maar helaas lukte het ons niet om het probleem
die avond te tackelen. Wel werd er nog een heel ander probleem ontdekt werd: de
startmotor (ook van Jeannette's motor) zat helemaal vast. Dus werd de startmotor
ook helemaal uit elkaar gehaald. Ik was bang dat de koolborstel versleten waren,
en waar haal je in een 'gat' als Mansfield koolborstels voor een BMW F650GS
vandaan? Gelukkig bleken de koolborstels niet het probleem te zijn. Door slechte
O-ringen en de nodige invloed van rivier doorwadingen waren de koolborstels
vastgeroest en maakten ze geen contact meer met de spoel. Na het verwijderen van
de roest en de boel gesmeerd te hebben werd de startmotor weer in elkaar gezet
met wat passen en meten maar toen bleek deze weer goed te functioneren. Wat
bijzonder prettig was was dat Martin de handleiding van de F650 op zijn laptop
had staan die we konden raadplegen. Omdat het al laat was geworden werd besloten
om de motor af te dekken en de volgende dag verder te zoeken.
De volgende dag was na het ontbijt de startmotor snel terug geplaatst maar voor
het zoeken naar de kabelbreuk kwam nu pas echt al het gereedschap van Martin te
voorschijn. Dat de kabelbreuk tussen het contact slot en het eerste verdeelpunt
cq. contactdoos zat was wel duidelijk. Ik zal niet te technisch gaan worden want
dat kan Martin veel beter maar er werd een soort van by-pass gemaakt. Deze
by-pass resulteerde wel in het feit dat de koplamp niet meer Aan/Uit te
schakelen was, maar de motor van Jeannette startte wel weer. Omdat we toch bezig
waren werd de rest van de motor van Jeannette ook even nagekeken. Tegen een uur
of drie was de klus geklaard maar daardoor moesten we hier nog wel een extra
nacht blijven. Gelukkig had Jeannette hier vooraf al rekening mee gehouden en
met de eigenaresse van het motel een extra overnachting geregeld. Wel moesten we
verhuizen naar een andere kamer maar dat was geen probleem voor ons want met
drie personen is onze boedel snel verplaatst.
De boel werd opgeruimd en vervolgens konden we gaan relaxen. Jeannette had het
avondeten al gehaald en de nieuwe kamer ingericht. Dit was mijn eerste ervaring
met een backpackers accomodatie. Ik ben nog nooit in Soweto, in Zuid Afrika,
geweest maar wat ik van de televisie gezien had leek onze kamer veel op zo'n
hutje in zo'n township. Wat een hok. Martin en Jeannette keken er niet van op.
Zij waren inmiddels al het nodige tegen gekomen en deze kamer was nog niet eens
het slechtste waarin ze gezeten hadden. Ik dacht meteen van "Wat is er leuk aan
backpacken!". Maar goed, we hadden een bed om in te slapen (al was het een
stapelbed) en dat was het belangrijkste. Voor het avondeten gingen Jeannette en
Martin nog aan hun 'andere' werk: het bijwerken van hun reisverslagen en
dagboeken. Daar ben ik niet bij gebleven en besloot om downtown Mansfield
onveilig te gaan maken. Dat bleek behoorlijk tegen te vallen aangezien Mansfield
nu niet echt een bruisende plaats is. De hoofdstraat is ongeveer 700 meter lang
met aan beide zijden winkeltjes. In het midden van de straat lag een brede
grasstrook van wel 100 meter. Van wat ik tot nu toe gezien had een typisch
Australisch dorpje. Ik was op zoek naar een café om wat te gaan drinken. Ik kon
kiezen uit wel twee stuks, wat een moeilijke keuze was.
Eenmaal aan de bar met een glas bier was het niet moeilijk om contact te
krijgen. De bar stroomde snel vol met mensen die waren wezen skiën in het nabij
gelegen wintersportplaatsje Mount Buller. Ik had gezegd dat ik een uurtje weg
zou zijn maar dat liep even anders aangezien gezelligheid geen tijd kent (niet
dat ik over het gezelschap van Martin & Jeannette te klagen had overigens!).
Toen ik terug kwam bij het motel was nog net niet een zoektocht naar mij
gestart. De avond werden op de buiten staande BBQ de steaks klaar gemaakt. Omdat
Jeannette de sleutel van de keuken had gekregen konden we heerlijk rustig eten
en hoefden we niet in ons 'hok' of in de backpackers eetzaal te eten. Na eten
ging al snel het licht uit om te gaan slapen. Eerst nog wel even de kamer
zodanig verbouwen dat het stapelbed naast het enkele bed kwam te staan. Zo leek
het er nog een beetje op dat Jeannette en Martin naast elkaar konden slapen en
ik keek gewoon van boven niet naar beneden.
De volgende morgen na het onbijt vertrokken we dan eindelijk verder. De motor
van Jeannette (was wel getest hoor!) deed het prima. Het was de bedoeling om
naar Beechworth te bereiken waar twee kennissen, Peter en Sue, van Martin &
Jeannette woonden welke ze hadden ontmoet tijdens hun reis door Vietnam in Dalat
aan een ontbijt. Toen we via mooie binnenwegen in Beechworth aankwamen werd er
eerst gestopt bij de beste bakker van het zuidelijk gedeelte van Australië,
althans dat werd door de lokalen zo beweerd. Dat de bakker goed was bleek ook
zeker te kloppen. Nog voordat we goed en wel afstapt waren werd er al een
tafeltje voor ons vrij gemaakt op het balkon op de eerste verdieping. De
bakkerij leek op zo'n oude saloon zoals je ze in Amerikaanse westerns wel ziet.
XXX |
Beechworth bleek ook nog een bekend
historisch plaatsje te zijn dat zondags veel mensen trekt en om de sfeer nog
verder te verhogen stond er op het balkon een drie-mans bandje te spelen. De man
die de tafel voor ons had vrij gemaakt bleek een oude biker te zijn die om een
praatje verlegen zat. Hij had voor Yamaha Australië gewerkt en waarschijnlijk
was bij het zien parkeren van de motoren was zijn 'motor-hart' sneller gaan
kloppen. Het was lastig praten met de luide muziek maar het was wel gezellig. Na
twee koppen koffie natuurlijjk met een stuk overheerijk gebak zochten we het
huis van Peter en Sue op. In de bakkerij hadden we nog wel een taart voor hen
gekocht. Het bleek, tot onze verrassing, vandaag ook nog vaderdag te zijn en dus
hadden alle taarten dit thema maar later bleek dit niets aan de smaak van de
taart af te doen.
Ik zal er niet te veel over deze mensen uitweiden maar wat een geweldige mensen
zijn het!. We moesten persé die avond blijven slapen en mochten absoluut niet
weg. Peter bleek naast het reizen ook nog diverse andere hobby's te hebben. Zo
had hij zijn eigen huis gebouwd van natuursteen die hij zelf met de hand in
model had gehakt. De muren zagen er schitterend uit alleen was het zo'n een
enorm tijdrovend karwei dat hij met enkele muren wat 'gesmokkeld' had om het
huis sneller bewoonbaar te krijgen. Hij was nu bezig om het beekje dat door zijn
tuin liep enigszins te kanaliseren en hij gaf ons een demonstratie hoe hij een
grote kei splijtte. Een andere hobby van hem, vooral tijdens de donkere uurtjes
van de dag, was wijn drinken. Hij bleek een echte kenner te zijn met bovendien
een goede smaak en die avond hebben we dan ook de meest uiteenlopende soorten
rode wijn mogen proeven. Zalig! De Australische wijn die naar Europa komt is
goed maar de lekkerste wijn houden ze zeker zelf en daar kan ik ze geen ongelijk
in geven. Die avond gingen we laat naar bed en we sliepen heerlijk op al die
wijn.
XXX |
>De volgende ochtend vonden we vijf
lege wijnflessen dus dat was één fles per persoon geweest! Toch had geen van ons
de volgende ochtend een echte kater en na een laat ontbijt nam Peter ons mee
voor een toer door het dorp en de omgeving. Zo rond 1850 was er namelijk goud
gevonden in Beechworth. Op het hoogtepunt van de goldrush waren er 60.000 mensen
bezig met het zoeken naar goud. Overal in de omgeving zijn nog oude mijnen te
vinden. Een groot deel van de goudzoekers kwamen uit China. Het goud werd zowel
uit mijnschachten gehaald als uit afgravingen. Er is nu nog steeds goud te
vinden maar moet je echt goed zoeken en is delving economisch onrendabel dus dat
hebben we maar overgeslagen. Het plan was om na de toer van Peter direct verder
te reizen maar het was zo gezellig en Peter kon zo goed vertellen dat het al
tegen 15 uur liep toen we verder reden, deze geweldige vrienden achter latend al
bleven we nog lang van ze nagenieten. Als je zulke vrienden als buren hebt dan
kun je je gelukkig prijzen. Ik was aangenaam verrast door hun gastvrijheid en
gezelligheid. Het is jammer dat ze zo ver weg wonen anders zou je ze volgende
week zo weer eens bezoeken.
XXX |
Na Beechworth ging de tocht richting
het noorden. Omdat we pas laat in de middag vertrokken waren (eigenlijk moesten
we van Peter en Sue nog een nacht blijven) reden we door tot het kleine plaatsje
Tallangatta, zo'n 80 km verderop. Hier stopten we eigenlijk om alleen te tanken
maar aangezien het volgens de kaart verderop schaars werd met dorpjes, en dus
waarschijnlijk ook met accomodatie mogelijkheden, besloten we hier te blijven
overnachten.
XXX |
Tijdens het rijden had
Martin ontdekt dat de ontgrendelingshendel van zijn helm afgebroken bleek te
zijn zodat hij zijn helm niet meer af kreeg. Na eerst een flinke dosis
leedvermaak van ons stelde ons dit voor een probleem en Jeannette had al visioen
dat Martin vannacht gehelmd naast haar in bed zou liggen. Gelukkig hadden we
Jeannette's helm om de exacte werking van het mexhanisme te achterhalen en met
een zakmes en veel gepeuter wist ik Martins helm open te krijgen zonder enige
schade aan te richten. Gelijk werd de vergrendeling er af gesloopt om een
herhaling te voorkomen en reed Martin zonder problemen verder met een gesloten
doch ontgrendeld kinstuk.
Het lokale hotel had nog slechts één kamer vrij maar dat was genoeg voor ons. De
overige kamers waren in gebruik door een groep schoolkinderen maar die waren een
meerdaagse trektocht aan het maken en dus hadden we geen enkel last van wie dan
ook en dus sliepen we die nacht uitstekend. Meer hadden we ook niet nodig en de
volgende dag reden we verder de bergen in. Hierbij doen we Tallangatta wel
onrecht want dit dorp heeft een interessante hitstorie. In 1950 werd de gehele
plaats opnieuw gebouwd in verband met de aanleg van een stuwdam. Door het te
ontstane stuwmeer zou Tallangatta voor een groot deel onder water komen te
staan. Hierdoor werd het dorp op een hoger gelegen plek opnieuw opgebouwd en nu
lag het bovendien aan de rand van een meer. Toen wij het dorp uit reden zagen we
de restanten van het oude dorp nog uit het water steken.
Vanaf Tallangatta was het de bedoeling om af te buigen naar het oosten, richting
de kust. Ik verwachtte dus ook richting het warmere weer, maar helaas! Wat voor
mij niet helemaal duidelijk was gewirden op de kaart, was dat we eerst noge
'even' door de 'Great Dividing Range', een bergketen heen moesten rijden.
Langzaam begonnen we te stijgen wat op de GPS keurig te volgen was. Martin had
op de kaart een heel mooie bochtige weg gezien en wilde die gaan rijden maar het
koudere weer deed hem besluiten op de hoofdweg te blijven totdat deze weg ons
richting een hele zwarte lucht leidde wat hem toch deed besluiten alsnog de
bochtige weg te nemen waar de lucht veel helderder was. Inderdaad bleef het weer
prima (regen had ik nog niet gehad) maar het werd wel steeds kouder naarmate we
klommen. Toen we echt begonnen te stijgen kwamen we ook ineens borden met daarop
de tekst 'sneeuwkettingen verplicht, 4WD only!' tegen. Ik was wel benieuwd hoe
ze dat probleem zouden gaan tackelen. Maar goed, Martin en Jeannette hadden
inmiddels al de nodige hoogte stages gedaan dus begon het met rustig doorrijden
en af gaan op je eigen waarneming en niet op de borden van de, soms wel
overbezorgde, Australische authoriteiten af gaan. Wat zelfs Martin niet wist was
dat we uiteindelijk tot 1608 meter zouden moeten klimmen om op de pas te komen,
maar ja we reden dan ook vlak langs de hoogste berg van Australië. Dat we
hierbij de sneeuwgrens passeerden was geen verrassing meer voor mij. Gelukkig
was de weg droog en goed te berijden en dus zijn we onderweg nog even in de
sneeuw gestopt voor een echt Hollands sneeuwballen gevecht. Op deze tocht door
de bergen zag ik meer sneeuw dan ik de afgelopen vijf jaar in Nederland heb
gezien. Vooraf had ik veel ideeën van Australië gehad maar niet dat ik er in de
sneeuw zou staan!
XXX |
Achterop de motor viel het met de kou
mee. Kort na de pas reden we nog een wintersport-dorpje binnen. Op de hellingen
werd er druk geskied. Niet te vergelijken met Oostenrijk of Zwitserland maar men
had hier wel hetzelfde fanatisme. Tenminste dat was wat we aflazen op de
gezichten van de wintersporters die we passeerden. Sommigen keken toch wel een
beetje zuur toen wij met de motoren door het dorpje reden. De meesten waren met
stoere 4WD auto's gekomen voorzien van sneeuwkettingen en dan is het natuurlijk
bijzonder vreemd dat je een stelletjes gekken op motoren tegen komt. Gelukkig
voor hen bleven we niet hangen en reden snel verder aangezien we hier geen
Glühwein konden vinden.
XXX |
Bij het uitrijden van het dorpje zag
ik mijn eerste levende kangeroes. Tot nu toe had ik alleen nog maar dooien langs
de kant van de weg gezien maar dit keer stonden er een paar in een weiland naast
de weg. Toch vreemd dat juist daar, in zo'n wintersport gebied, die beesten
opduiken. De weg omlaag was uitstekend en veel beter dan onze weg omhoog. Wel
moest er nog betaald worden voor een Nationaal Park maar dat was alleen bij
binnenkomst en aangezien we er uit reden konden we zo door rijden. Onder aan de
voet van het wintersport gebied namen we in een dorpje een heerlijke kop koffie
met een paar van die echte engelse 'pies' (het engelse taartje en dus niet het
Nederlandse...). Het plaatsje straalde weinig uit dus besloten we snel om maar
verder te rijden. Later op de middag kwamen we aan in een plaatsje dat als Cooma
op de kaarten vermeld staat en dat ondanks zijn redelijke omvang zijn naam meer
dan waar maakte. Bij een prima motel dat gerund werd door een Oostenrijker
vonden we ons onderdak voor die nacht. De man vond het prachtig om weer eens
Duits te kletsen. Voor de mensen die het nog niet weten: ik kan 5 kwartier in
een uur kletsen. Dat vond die Oostenrijker niet erg en ik ook niet want daardoor
kregen we de kamer spontaan AUD 30 (EUR 18) goedkoper. Niks mis mee! Het was
bovendien een bijzonder nette kamer, keurig verzorgd met nog veel Duitse (dus
ook Oostenrijkse?) gründlichkeit er in.
Het weer was de volgende morgen een stuk aangenamer en we vertrokken in een
volle zon. Toen we Cooma uitreden begon voor mij het saaiste stuk weg. Ongeveer
50 km lang, bijna recht en alleen maar kale stukken weiland links en rechts
naast de weg. Zo iets had ik nog niet eerder gezien. Links en rechts een
verdwaald schaap en af en toe een vervallen boerderij. En volgens Martin en
Jeannette was dit nog niet eens te vergelijken met de outback. Wel was het een
enorm verschil met het bergachtige landschap van gisteren, al schijnt ook dat
heel normaal in Australië te zijn. De 'kale' vlakte verdween ook weer zo snel
als dat hij gekomen was toen we de bossen in reden. Ik had al de nodige bomen
gezien maar hier stonden enkele wel zeer grote exemplaren. Het mooie aan de
bossen hier is dat het nog gewoon van die oerbossen zijn en niet van die
aangeplante bossen als in Nederland. Natuurlijk stopten we bij een uitzichtpunt.
Bij goed en helder weer zou het mogelijk moeten zijn om de oostkust en de zee te
zien, maar helaas dat was nu nog iets te veel gevraagd. Maar dat maakte niet
uit. Ik kan mij niet meer herinneren hoe hoog we zaten maar toen we verder reden
donderden we naar beneden. De haarspeld bochten die we namen zijn die niet te
vergelijken met die in Frankrijk of zo (ze hebben hier iets meer ruimte) maar al
snel daalden we enkele honderden meters. Daardoor werd het ook ineens een stuk
warmer. Het was duidelijk te merken dat we richting de kust reden. Het was niet
meer zo af en toe een huis of boerderij maar er kwam veel meer bebouwing. De
koffiestop was aan de kust waar Jeannette volop de gelegenheid van een
vrachtwagen kreeg om rustig haar motor achterwaarts te parkeren waarbij de rest
van het verkeer maar even moest wachten. Bij de koffie werd ook maar meteen van
de lunch genoten. Het dorpje straalde echt zo'n 'kust-sfeer' uit. Met lokale
vissers en veel watersport. Gelukkig niet zo'n verpest sfeertje als dat je soms
bij onze Europese kustplaatsen aan treft.
XXX |
Omdat het nog te vroeg was besloten we
om langs de kust noordwaarts te rijden totdat we uiteindelijk in een plaatsje
dat Bermagui heette uit kwamen. Het was een heel klein maar heel gezellig
plaatsje waar we twee nachten bleven zodat Jeannette en Martin wat tijd hadden
om hun verslagen en dagboeken weer eens bij te werken. Een andere goede gave die
Jeannette en Martin ontwikkeld hebben is het uitzoeken van een goede plek om te
slapen. We vonden enkele vakantie-bungalows iets verder van de kust vandaan.
Maar de dorpjes hier zijn niet echt groot en zelfs als je achterin het dorp zit
dan zit je nog heel gunstig. We kregen een tweede huisje gratis aangeboden maar
dat was absoluut niet nodig aangezien elk huisje slaapplaatsen had voor 6
personen. De oude eigenaresse, van Engelse komaf met een duidelijk navenant
accent, leek net een soort van gravin, maar dan positief bedoeld. Het
vakantiehuisje was niet echt modern en nieuw maar we konden er goed verblijven.
De keuken-inrichting was wat beperkt maar ik kon gelukkig weer een keer mijn
kunsten gaan vertonen. Het weer was perfect en de zon scheen bovendien nog
volop, duidelijk de positieve invloed van de kust en het feit dat je op
zeeniveau zit!.
XXX |
De extra rust gaf mij gelegenheid om naar een kapper op zoek te gaan. Ik had dit
nog voor mijn vertrek naar Australië willen doen maar daar was het niet van
gekomen. Als je dan ook nog elke dag rijdt op de motor met een helm op je kop
levert dat met lang haar een behoorlijke 'coup de troep' op. Er was slechts één
kapper in het dorp dus was de keuze niet moeilijk. Een afspraak was snel gemaakt
en om 16 uur kon ik er terecht. Snel eerst nog even naar de bibliotheek om te
internetten. Wat toch wel makkelijk een gemakkelijk medium is om contact met
thuis mee te hebben. In Australië had ik een emailadres bij Yahoo genomen, zo
konden ze thuis zonder problemen de Nederlandse account blijven gebruiken. Ook
hier bleek weer eens hoe vriendelijk de Australiërs zijn: zonder lid te zijn van
de bibliotheek konden we gebruik maken van hun internet faciliteiten. Het was
welliswaar geen snelle verbinding maar snel genoeg om mijn emails op te halen.
Door het mailen was ik bijna vergeten om naar de kapper te gaan maar met een
klein sprint heuvelafwaarts was ik nog net op tijd. Ik stelde de kapster voor om
mij buiten te knippen aangezien schapen ook buiten worden geschoren. Toen ze
klaar was had ze nog een half uur nodig om de kapsalon vrij te maken van al mijn
geknipte haar. Met een heerlijke korte kop liep ik de zaak uit. In het dorpje in
de winkelstraat (er was er mee één hoor) trof ik Jeannette aan en samen deden
wij de boodschappen voor die avond. Het fornuis was behoorlijk beperkt dus het
moest een gerecht worden waarvoor niet meer dan twee pannen benodigd waren.
Pasta met een saus met spekjes en crême fraiche, daar deden we het voor! Wat
bijzonder prettig was, was dat er verse pasta te krijgen was in de lokale
supermarkt. Wat dat aangaat is het heerlijk winkelen hier in Australië. Alle
produkten die ik gewend ben te gebruiken zijn er in ruime mate te krijgen. Nu
wist ik wel dat Martin en Jeannette echte smullers zijn maar ik had niet
verwacht dat de hele pan met pasta die avond, op een bordje na, leeg ging.
Uiteraard werd de pasta begeleid met een heerlijke fles wijn. Wat wil een mens
nog meer. Het vooruitzicht dat we nog een dag zouden blijven was zalig.
De volgende morgen hebben we het heerlijk rustig aan gedaan. Na het ontbijt
buiten in de zon mijn boek uitgelezen. Het 'probleem' wat we verder onder
controle moesten krijgen was: Wat gaan we vandaag weer eten. Wellicht wegens het
succes van gisteren was de keuze weer op mij gevallen om dat probleem op te
lossen. Dus rustig naar de winkelstraat gelopen en op zoek gegaan in de winkels.
Ook dit keer lukte het om een gerecht te kiezen dat te bereiden was in de
beperkte keuken van het huisje. Tot aan het bereiden van het diner heb ik
heerlijk lopen niksen in de tuin van het huisje. Zalig in de zon gezeten. Dat
was heerlijk want ik moet toch wel bekennen dat het vele langdurige achterop de
motor zitten zelfs mij, een doorgewinterde motorrijder, een houten kont had
opgeleverd.
Maar goed, aan de rust komt ook weer een einde. Na een heerlijke avond en nacht
was het weer tijd om verder te gaan. Canberra stond als volgend punt op het
programma. Van die Oostenrijkse motel eigenaar hadden we de tip gekregen om niet
in Canberra zelf een motel of hotel te zoeken omdat de prijzen daar zijn het
dubbele, of zelfs meer, zijn als elders. Deze zinvolle tip hebben we meegenomen.
Canberra ligt meer landinwaarts dus er kwam een moment dat we de kust moesten
verlaten. Voordat we dat deden namen we eerst nog een kop koffie met een lunch
in een klein plaatsje genaamd Batemans Bay. Toen we op het terras zaten kwam er
een dronken Aboriginal langs zwalken. De man kon amper meer op zijn benen staan.
Aan de ene kant triest maar voor ons toch ook wel heel komisch. Hij hield zich
staande door ondere andere vlak langs de muur te lopen. Waar hij even niet op
gerekend had was dat hij langs een deur ging waarin alleen maar een
vliegengordijn hing met daarachter een groot zwart gat en dus zagen we hem
ineens het grote zwarte gat in verdwijnen, een winkel in. Ik zat in een
geweldige positie en had goed zicht op het gehele voorval. Het enige wat nog
bewoog aan de man waren zijn voeten die omhoog kwamen na de val. Ook Jeannette
en Martin hadden zicht genomen op de man en waren dus ook getuige van zijn
buiteling. Bij turnen had ie zeker een 8.3 gekregen voor de uitvoering. Wat ons
echter verbaasde was dat de man niet direct terug kwam uit die winkel. Ik zou
als eigenaar van de winkel de man naar buiten gekieperd hebben of de politie
hebben gewaarschuwd. Maar nee, dat gebeurde hier niet. Wat wij niet wisten en
gezien hadden was dat de man bij een slijterij naar binnen was gevallen. Met een
nieuwe fles in zijn hand, niet zichtbaar omdat ze ook hier verpakt worden in een
papieren zak, kwam de man al zwalkend weer de winkel uit. Zijn pet zat een stuk
schever maar verder hij vertoonde geen enkel teken van enige verwonding. Toen
diende het volgende probleem voor de man zich aan want hij wilde de straat
oversteken. Bewust waarschijnlijk van zijn (tijdelijke) beperking bleef hij een
behoorlijke tijd staan aan de kant van de weg daarbij wel gebruik makend van een
geparkeerde auto om overeind te blijven. Toen er in de verste verte geen verkeer
te bekennen was waagde de man de oversteek. Dit lukte hem zonder problemen maar
niet in een rechte lijn. Aan de overkant van de straat ging hij even op een
bankje zitten. Waarschijnlijk om uit te rusten van zijn inspanningen alvorens
hij uit ons zicht verdween. In feite een triest verhaal en na dit voorval heb ik
nog een aantal Aboriginals gezien die in dezelfde toestand verkeerden als de man
waarover ik zojuist heb geschreven. Kort na deze voorstelling zijn wij ook
vertrokken in een rechte lijn welliswaar en op de motoren.
Queanbeyan de plaats van onze eerst volgende overnachting was nog een aardig
stuk rijden verwijderd en al snel reden we weer de bergen cq. heuvels in en dat
leverde weer de nodige spectaculaire stukken natuur op. Martin had weer een
leuke alternatieve weg op de kaart gezien die weer heel mooi was. Wat me ook al
niet meer verbaasde, was dat een hoofdweg ineens over ging in een zandweg maar
dat dit een bijna een 6 baans zandweg werd was wel apart. De zandweg was
behoorlijk bereden dus werd het geen motorcrossen maar kon er met een lekker
vaartje overheen gereden worden. Ook op deze wegen landinwaarts kom je bijna
geen verkeer tegen. Als het drie of vier auto's zijn geweest over ruim 30 km is
het veel. Wel was het jammer dat de lucht dicht trok en het duidelijk was dat er
regen zat aan te komen. Ongeveer een kwartier voordat we Queanbeyan binnen
reden, maar gelukkig nadat we al weer op het asfalt zaten, gingen de schuiven
boven ons los. Gelukkig kon ik nog net door mijn beregende vizier een stuk of 20
kangeroes zien staan. Deze kangeroes stonden direct naast de weg en op een
afstand van zo'n 10 meter passeerden we ze. Dat is één van de voordelen van
achterop de motor zitten: je kunt heerlijk om je heen kijken. Een ander voordeel
is dat je lekker minder regen opvangt. Toen we Queanbeyan (dit is de laatste
keer dat ik deze moeilijke plaatsnaam opschrijf) binnenreden doken we half
verzopen het eerste beste motel binnen. Met de kachel op levensgevaarlijk hoog
lukte het ons om onze natte kleding weer droog te krijgen. We hadden twee
nachten geboekt met een mogelijkheid om een derde nacht te blijven mocht
Canberra ons enorm bevallen. Jeannette had nogal wat mindere verhalen over
Canberra gelezen maar dat kon toch niet allemaal waar zijn...
Het was een zaterdagmorgen dat we met de motoren naar Canberra reden wat zo'n
twaalf kilometer verderop lag. Canberra is pas honderd jaar oud en is dus nog
een nieuwe stad. De architecten van toen hadden wel een vooruitziende blik, dat
moet je ze nageven. Alles is enorm ruim opgezet. De wegen, de parken, het groen
en de woonwijken: overal plek zat! Maar wat het niet heeft is gezelligheid. Het
is een stad zonder een 'ziel'. Die zaterdag wilden we naar het nieuwe
parlementsgebouw en naar het oorlogsmuseum. Die bleken niet zo moeilijk te
vinden, beide gebouwen liggen in elkaars verlengde. Het nieuwe parlementsgebouw
ligt iets tegen een heuvel op. Ga je met je rug naar de hoofdingang staan dan
kijk je uit in de richting van het oorlogsmuseum dat zeker drie, mogelijk vier,
kilometer verderop ligt. Het uitzicht is vrij en aan weerszijden van de weg zijn
parken aangelegd. Net zo iets als je van de Arc de Triomph in Parijs richting de
Champs d'Ellysee naar beneden kijkt. Prachtig aangelegd dus. Omdat we na dertien
rondjes om het parlementsgebouw een paar foto's van de voorkant wilden maken
stopten voor de hoofdingang. Fout! Dat was dus niet de bedoeling. Er kwam direct
een politieman aanlopen die ons vertelde dat we daar niet stil mochten staan. De
parkeerplek was verderop en niet pal voor het gebouw maar de foto's waren al
genomen en dus reden we verder richting het oorlogsmuseum.
Dit museum bleek heel verrassend te zijn. Ik wist niet dat de Australiërs zo
veel gevochten hebben in de wereld. Een hele zaal was gewijd aan de slag bij
Gallipoli waar de Australiërs samen met de Nieuw Zeelanders in de Eerste
Wereldoorlog slag geleverd hebben met de Turken totdat ze na bijna een jaar in
de loopgraven te hebben gelegen af moesten druipen. Nog steeds wordt in beide
landen deze slag nog jaarlijks herdacht. Het was raar hier rond te lopen. In
Nederland ligt altijd de nadruk op de Tweede Wereldoorlog en wat er toen
allemaal in Europa gebeurde. Hier lag de nadruk duidelijk op de Eerste
Wereldoorlog en bovendien lag bij de Tweede Wereldoorlog de nadruk op wat er
gebeurde in het gebied van de Grote Oceaan en had dus voornamelijk betrekking op
de Japanners (ipv. de Duitsers) en de dreiging die zij uitoefenden op (Noord)
Australië. Maar de expostitie was op een mooie manier ingericht. In één van de
hallen waren diverse vliegtuigen uit de Tweede Wereldoorlog te zien zoals
Spitfires, Mustangs en zowaar een Lancaster bommenwerper. In een andere hal
stond zelfs een gezonken Japanse onderzeeboot geëxposeerd die gevonden was in de
haven van Sydney tijdens de Tweede Wereldoorlog. Deze totaal andere benadering
van de geschiedenis maakte het museum ook voor ons zeer aantrekkelijk en
bovendien was het enorm groot, iets wat niet te zien was aan de buitenkant omdat
er vele ondergrondse zalen waren. Het maakte van het museum een soort
bunkerachtig complex.
Na dit museum wilden we de rest van de stad gaan bekijken. Er zou nog zo veel te
zien zijn. Dat hadden we dus mis! Er bleek niets (voor ons) interessants meer te
vinden te zijn. Canberra is echt NIKS AAN!!! We zijn nog wel bij de Telstra
toren geweest boven op een heuvel om zo de stad van bovenaf te bekijken. Het
uitzicht was mooi maar het leverde geen nieuwe mogelijkheden op om te gaan
bezoeken. Van de eventuele derde hotelovernachting hebben we dan ook maar geen
gebruik gemaakt. Ik wil toch van de gelegenheid gebruik maken om een reisadvies
te geven: ga NIET Canberra toe, het is echt de moeite waard niet waard. Dus wat
Jeannette er over gelezen had is (dit keer) waar: Het is een stad van niks. Het
is dat het de hoofdstad van Australië is anders zouden ze het beter kunnen
egaliseren! Nou ja, bij wijze van spreken dan.
Na Canberra reden verder we richting Sydney. Gelukkig was het weer goed en
scheen de zon weer. Je zou bijna gaan denken dat hier de zon altijd schijnt. Het
is dat ik al één keer regen heb gehad dus ik weet dat het ook anders kan zijn.
Maar goed; op naar Sydney. Maar aangezien we nog niet ontbeten hadden zochten we
een gezellig koffie-tentje in het eerste dorpje dat we binnen reden. Dat vonden
we snel alsmede een grote groep BMW motorrijders uit Canberra. Dus hadden Martin
en Jeannette direct aansluiting. Het bleek dat deze club motorrijders elkaar
hier elke zondag trof voor een gezamelijk ontbijt dus schoven wij daar maar bij
aan. Alle verhalen kwamen los en ze wilden veel weten over de reis van Martin en
Jeannette. Ondertussen werd er een stevig, ik zou het willen omschrijven als een
truckers- ontbijt, geserveerd. Gebakken spek met champignons, toast, eieren en
worstjes. Heerlijk en we hadden gelijk onze lunch ook achter de kiezen. Het was
er gezellig maar om er de hele ochtend te blijven kletsen was niet de bedoeling
en bovendien lag Sydney nog een behoorlijk stuk rijden verderop.
Sydney ligt aan de kust en wij zaten nog in de bergachtige binnenlanden. Een
overgang dus die garant staat voor een mooi stuk natuur onderweg. Wat echter
niet helemaal mee zat was dat de motor van Jeannette weer eens kuren kreeg.
Alleen even gestopt om een batterij te verwisselen van Jeannette's walkman te
verwisselen maar vervolgens wilde haar motor niet meer starten. Op geen enkele
mogelijke manier meer. Dit leverde een signficant probleem op. We stonden in het
midden van niks en hoefden niet op hulp van derden te rekenen. Gelukkig was
Martin al wat gesleutel gewend dus werd de motor weer afgeladen om te gaan
onderzoeken wat nu de oorzaak was.
XXX |
Het bleek de stekker van de schakelaar
van de zij-standaard te zijn. Deze steker was los getrild en maakte geen contact
meer. Wat veel vervelender was, was dat de steker niet meer in het stekerblok te
vergrendelen was. Ik schrijf het nu heel erg simpel maar ook deze schakelaar
werd kort gesloten. Iets soortgelijks als Martin in Mansfield had gedaan. Nu
starte de motor weer en kon de reis worden voortgezet. Wat wel aardig aan dit
oponthoud was, was dat we een soort leguaan van zo'n 35 cm. lengte zagen. Het
beestje zat vlak bij ons in de berm en bleef rustig zitten. Genoeg tijd dus om
het op de foto te zetten.
Met de motor weer aan de praat werd de trip naar Sydney voortgezet. We zaten nog
steeds op een hoogte van zo'n 700 meter en ergens moest de afdaling naar
zee-niveau komen. Pas toen we de kust en de zee al in zicht hadden begon het te
dalen en rap ook. Steil omlaag ging het over een schitterende weg met een
hellingspercentage van tussen de 10 en 15 procent. Jeannette was er minder blij
mee en deed het rustig aan. Toen we beneden stonden bekende ze heel eerlijk dat
ze er waarschijnlijk geen voldoende zou hebben gekregen maar ze was wel
heelhuids met een zwaar beladen motor beneden aan gekomen en tenslotte ging het
toch niet om de punten. Het was de bedoeling om via een toeristische weg langs
de kust omhoog te rijden naar Sydney dat nog zo'n 60 km verderop lag. Deze
bewegwijzerde toeristisch route leidde ons eerst even over het industrie terrein
van de Australische hoogovens. Kennelijk vormt dit voor de mensen hier een
zodanige attractie dat het in die route opgenomen was. Via de kustroute
slingerden we omhoog. We reden door aardige kustplaatsjes waar niet zo'n hoog
'badplaats-gehalte' aan zat. Daar bedoel ik mee niet zoals Zandvoort of
Scheveningen maar gewoon waar de mensen aan de zee wonen met een stuk strand
voor hun deur. Nadat Jeannette was gestopt bij een tankstation lukte het weer
niet om de motor aan de gang te krijgen. Het was duidelijk dat het probleem
gezocht moest worden in die steker die al kort gesloten was van de
zij-standaard. Het bleek dat de verbinding was los geraakt. Het was dus nu tijd
voor het stevigere werk. Martin sloot nu de steker ECHT kort en de motor starte
weer. Het sleutelen aan de motor was niet goed voor het humeur van Jeannette dat
daalde naarmate de onbetrouwbaarheid van haar motor steeg. Het is natuurlijk ook
bijzonder vervelend dat zo'n ding, wat toch van wezelijk belang is voor een reis
als deze, onbetrouwbaar blijkt te zijn. Dat we het centrum van Sydney vandaag
niet zouden halen werd duidelijk naarmate we verder slingerden en helemaal toen
we wegens een wegafsluiting een heel stuk terug moesten rijden. In het donker
naar een overnachtingsplaats zoeken in een onbekende grote stad is niet slim. De
kans dat je de volgende dag bij daglicht een betere plek vindt is dan groot,
helemaal als je er meerdere nachten wilt blijven.
Sydney is vanuit het zuiden alleen te bereiken via een grote weg (en normaal via
de nu afgesloten kustweg). Je zou verwachten dat deze snelweg zo breed is als de
A4 bij Schiphol maar dat is niet waar. Slechts 2 rijstroken en dan mogen er ook
nog fietsers op de vluchtstrook. Als gemotoriseerde weggebruiker word je dan wel
bij de op- en afritten geattendeerd op die eventuele fietsers. Goed hè, die
Australiërs maar voor ons gewoon vreemd: fietsers op de snelweg! Aan deze
toegangsweg naar Sydney, op ongeveer 35 km van het centrum troffen we een motel
toen het donker begon te worden. Toen we onze kamer hadden ingericht vroegen we
de eigenaresse naar de lokale mogelijkheden om wat te eten. Ze was alleraardigst
en ze beschreef volgens ons alle 30 restaurants die er in de buurt waren. Na de
routebeschrijvingen van zo'n 5 restaurants aangehoord te hebben heb ik haar maar
op een nette manier de mond gesnoerd en ben de receptie uitgelopen. Het idee was
duidelijk: er waren genoeg eet-gelegenheden in de omgeving te vinden. We hadden
enorme trek en kwamen uit bij een Chinees. Er zatern binnen Chinezen te eten dus
moest het wel lekker te zijn en inderdaad bleek het een topper te zijn. Wat voor
mij wel even worstelen was, was dat er met stokjes gegeten werd. Ik kreeg wel
'gewoon' bestek aangeboden maar de ober vergat mij dat ook daadwerekleijk te
brengen en het was mijn eer te na het zelf te gaan halen. Het bleek toch best
wel mee te vallen, zeker als je enorme trek hebt. Met de stokjes heb ik toch
kans gezien om mijn portie helemaal op te eten. Er was bovendien weinig op het
tafellaken terecht gekomen. Jeannette en Martin bleken uiterst bedreven te zijn
in het eten met stokjes, maar ja wat wil je als je al zo lang in het verre
oosten hebt gezeten. Via de slijterij, die tot 's avonds laat geopend is, ben ik
toen naar het motel terug gelopen. Martin en Jeannette waren mij reeds vooruit
gegaan. De avond werd met nog en glasje afgesloten terwijl er naar een één of
andere dating show gekeken werd. Tot mijn verbazing begonnen zowel Martin als
Jeannette de reclames mee te zingen. Dan wordt het toch echt tijd dat je een
land weer gaat verlaten of niet dan? Ik was redelijk moe en heb het laatste deel
van die avond niet helemaal meer 'live' meer mee gemaakt en viel dus in slaap.
Zelfs de snelweg naast het motel was geen belemmering voor een goede nachtrust,
voor niemand trouwens.
Sydney! Er was vooraf al min of meer al een plek cq. een wijk uitgezocht waar we
wilden gaan overnachten: Bondi, aan het strand. Voor ik verder ga moet ik wel
even iets vertellen over hoe groot Sydney is. Sydney is ongeveer zo groot als de
provincie Utrecht. Het is dan ook geen probleem om 50 km door de stad te rijden.
Ik denk dat je kunt vergelijken met London qua uitgetrektheid. In Sydney wonen
wel veel minder mensen dan in London en dus is er ook veel minder hoogbouw. De
wijken hebben dan ook allemaal hun eigen namen net als plaatjes bij ons. Zoek je
bijvoorbeeld een 'Graystreet' hier dan zie je in de atlas (bijna zo dik als het
Van Dale woordenboek) dat er dus wel 20 straten zijn die zo heten. Je moet dus
wel de wijk weten waar je die straat zoekt anders heb je een probleem.
Het plan was dus om een overnachtingsplek te zoeken aan het strand van Bondi:
Bondi Beach. Voor het vertek had Martin met wat rekenwerk op zijn GPS het Bondi
Beach ongeveer vastgelegd. Dus door de pijl te volgen op de GPS zouden we dus in
ieder geval op het strand terecht moeten komen. We hadden namelijk ook aardige
verhalen gehoord over Bondi Beach. De weg naar en door het centrum van Sydney
bleek zeer eenvoudig te zijn. We reden zo rond half tien 's morgens de stad in
wat betekende dat de grootste verkeersdrukte reeds voorbij was. Wat ik in ieder
geval niet verwacht had was dat we zonder enige problemen gewoon rechtstreeks
naar Bondi Beach reden. Het verkeer viel 300% mee. Je zou van zo'n grote stad
verwachten dat het stukken drukker is. De route die we namen ging toch wel door
het centrum heen. Het zal zo rond een uur of half elf geweest zijn dat we de
motoren parkeerden aan het strand. Eerst een kop koffie, tenminste 'latte'. Dat
is een espresso met heel veel warme melk. Je moet er maar van houden. Na de
koffie bleef Martin bij de motoren op het terras zitten terwijl Jeannette en ik
de boulevard af struinden naar een plek voor de komende nachten. Dat bleek geen
probleem te zijn. Het tweede hotel bleek een goede keuze. We hadden al gezegd
dat op een soort van 'deal' uitwaren en dat lukte ook. We kregen een kamer op de
tweede verdieping met een balkon op zee. Het balkon was wel toegangelijk voor
nog twee kamers maar die waren toch leeg. Hier zaten we dan. Uitzicht op zee,
veel zon, surfers in de golven (sorry, Marie Louise!) en we hadden geboekt voor
een week. Wel moest er nog een plek gezocht worden voor de motoren. Er bleek een
nabij gelegen parkeergarage te zijn, wat een goede plek was.
De eerste dag werd besteed in de omgeving, aan wat rondkijjken op Bondi beach.
Het is bijna niet te geloven! Je zit in de tweede week van september en het
seizoen moet hier nog beginnen. Volop zon, veel strand, niet echt druk maar
gewoon gezellig en wij zitten aan de kust. Een heerlijk gevoel. Wat zou een mens
zich meer willen wensen. De enige opdracht die we hadden was genieten en nog
eens genieten. Nu, dat is hier niet moeilijk. De tweede dag van ons verblijf in
Sydney stond in het teken van een bezoek aan de BMW-dealer. Martin wilde in
ieder geval proberen om de kort gesloten stekker nieuw te halen. Met een adres
op zak vertrokken we de stad in. Jeannette wilde bij Martin achterop wat mij de
gelegenheid gaf om voor de eerste keer zelf in Australië te rijden en dan nog
wel in Sydney. Wat een heerlijke stad! Het adres dat we gekregen hadden was van
de BMW-dealer maar dan wel van auto's. Foutje! Het verkeer in hartje Sydney is
absoluut niet druk en rijden gaat prima. Voordat we verder gingen zoeken reed
Martin eerst even langs de Australische ANWB voor een fatsoenlijke gratis
stadskaart. Deze ANWB zat in het centrum en de motoren werden even snel illegaal
naast een andere motor geparkeerd en terwijl wij bij de motoren bleven wachten
haalde Martin snel binnen een kaart haalde. Hij was snel weer terug maar wij
hadden intussen contact met de eigenaar van de naast ons geparkeerde motor weten
te leggen. Hij bleek Steve te heten en samen met z'n vriend wilde hij in
november as. vanuit Sydney vertrekken om per motor naar Engeland te rijden en
kon dus nog wel wat praktische tips gebruiken. Helaas had hij weinig tijd maar
nadat hij ons telefoonnummer had zou hij ons 's avonds zeker nog eens met een
bezoekje vereren, samen met zijn vriend. Iets wat ze enkele dagen later ook
inderdaad deden en samen hebben we een zeer gezellige avond gehad op het terras
van de bar in ons hotel.
Met de nieuwe wegenkaart voor op de tank was het geen probleem voor Martin om de
juiste BMW-dealer te vinden terwijl ik braaf volgde... althans als ik behalve
het overige verkeer ook Martins knipperlichten in de gaten hield wat niet altijd
het geval was waarna Martins stem mij met de nodige ironie over de intercom tot
de orde riep en wachte totdat ik weer achter hem zat. Maar wij hadden een
heerlijke tijd al zig-zaggend door de grote stad en dat was het belangrijkste.
Het bezoek aan de BMW-dealer was vruchteloos behalve dan dat Jeannette zich aan
een BMW R1200C verlekkerde waar ze 'zo goed met de voeten bij de grond kon'. De
stekker van de zijstandaard bleek niet los leverbaar, alleen tezamen met de
schakelaar wat veel te prijzig werd. Evenzo gold dit voor het
ontgrendelings-lipje van Martins helm wat een 'veiligheids onderdeel' was en dus
niet los leverbaar. Of je maar even een compleet nieuw kinstuk wilde kopen...
niet dus!
XXX |
De volgende dagen hebben we de motoren laten staan en genoten van Sydney alsmede
ook van ons perfecte stekkie. Het begon 's ochtends al, na een goede nacht
slapen, wanneer ik er op uit trok om het ontbijt te regelen met oa. vers brood
van de bakker om de hoek. Inmiddels werd de tafel buiten op het balkon gedekt en
konden we heerlijk eten van ons ontbijt onderwijl genietend van de zee, zon en
branding. Het centrum van Sydney was het eenvoudigst te bereiken door voor de
deur van ons hotel in de bus te stappen die ons in het centrum af zette.
Allereerst hebben we getracht mijn vliegticket te wijzigen. Volgens het ticket
zou ik van Melbourne terug naar huis vliegen maar dat wilden we wijzigen naar
Brisbane. Het kantoor van Singapore Airlines was snel gevonden en ook het
veranderen van het ticket was geen enkel probleem en bovendien kosteloos. Wel
had ik de op één na laatste stoel maar dat was iets wat mij absoluut niet
deerde. Nu een belangrijk probleem opgelost was kon ik de onbezorgde toerist
uithangen.
XXX |
Natuurlijk gingen we eerst naar de
haven om daar het wereldberoemde 'Opera gebouw' en de 'Harbour Bridge' te
bekijken en te fotograferen en over de laatste heen gelopen. Wel op
'wegdek-niveau' en niet zoals sommigen deden boven over de ijzeren bogen. Het
was een dag dat we de 'echte' toerist uit hingen maar dat was één van de redenen
dat naar Australië gekomen was, of niet dan? Een boottocht door de haven was een
andere 'must' maar niet de dure toeristentocht maar middels een veerboot naar
Watson Bay. Hierbij hadden we mooie vergezichten op het centrum. Een prettige
bijkomstigheid was dat we bovendien in de buurt van ons hotel uit kwamen en met
de bus weer voor de deur afgezet werden. Dat was ook wel nodig na zo'n
vermoeiende dag. We hebben nog meerdere dagen in het centrum van Sydney
doorgebracht maar ditmaal konden we rustig ronddwalen aangezien we alle
'verplichtingen' reeds afgewerkt hadden. Schijnbaar doelloos dwaalden we rond
door de zeer gezellige stad en vulden onze tijd met genieten en het kopen van
souveniers en andere snuisterijen. Ik vond Sydney de gezelligste stad tot nu toe
en Martin en Jeannette vonden zelfs de gezelligste stad van heel Australië.
Een ander hoogtepunt van Sydney was Kings Cross. Dit district met de vele rode
lampjes was uitgebried lovend beschreven in de reisgidsen, maar kon ons geen
rode oortjes geven. Er was weinig te ontdekken en we waren er doorheen gelopen
voordat we er erg in hadden zodat we in de buurt maar in een pizzeria zijn gaan
eten. Dit restaurant maakte alles goed wat we in Kings Cross hadden gemist want
boven bleek een soort privé feestje aan de gang te zijn waar de meest rare
'snoeshanen' aan deel namen. Gelukkig voor Jeannette en mij mocht er binnen niet
gerookt worden en zagen we ze vaak aan onze tafel voorbij komen en we vermaakten
ons daarbij kostelijk. Helaas voor hem zat Martin met de rug naar hen toe zodat
hij veel mis liep. In Sydney wonen veel mensen dus allicht ken je daar enkelen
van, zo ook in ons geval. Martin kende Karen en Megan van zijn Zuid Amerika reis
die beiden in Sydney woonden. Karen hebben we op een dag bezocht. Volgens het
adres woonde ze in Sydney maar voor ons betekende dat wel een rit van ruim 50 km
landinwaarts dwars door het centrum naar de voet van de 'Blue Mountains', een
onderdeel van 'The Great Dividing Range'. We hadden een leuke en gezellige dag
bij Karen samen met haar man Andy en hun pas geboren telg Eric. 's Middags
hebben we nog de roeibaan van de afgelopen Olympische spelen bezocht die vlak
bij hen om de hoek lag. Megan vereerde ons met een bezoek aan ons hotel met
Michael, haar man om samen met Martin en Jeannette in een restaurant aan het
strand bij te kletsen.
Als laatste wilden we John bezoeken, iemand die Martin en Jeannette in de
Outback op de motor tegen gekomen waren en beloofd hadden op te zoeken tijdens
hun bezoek aan Sydney. Hij prefereerde een bezoek op zondag wanneer hij altijd
een ritje per motor naar zijn stam plekje maakte. Dus togen wij op een
druilerige zondagochtend (de zon kan niet altijd schijnen!) naar de andere kant
van Sydney waarbij we over de 'Harbour Bridge' reden. Jeannette vond het lekker
bij haar bikkel achterop dus kon ik me weer uitleven. Ook naar John was het ruim
45 km maar het weerzien was enorm hartelijk en al snel zaten we aan de koffie
waarbij het duidelijk was dat we in een mannen-huishouding aanbeland waren maar
John maakte het gezellig. Ondanks de miezerregen liet hij zich zijn motorritje
niet afnemen en helemaal niet nu hij twee weken geleden eindelijk zijn lang
verwachte R1150GS Adventure in ontvangst had mogen nemen. Ken, zijn motormaatje,
kwam ook langs alleen met de auto. Toen we op de motoren stapten gleed mijn voet
weg in het natte gras en lag de motor van Jeannette in het gras voor ik er erg
in had.
XXX |
Martin & Jeannette lieten toen hun
ware aard zien en maakten er foto's van ipv. mij te helpen! Mensen dus waar je
op bouwen kunt. John nam ons eerst mee ma zijn favoriete uitkijkplek vanwaar je
een mooi uitzicht had over een rivier diep beneden je. Op zijn stam plekje, een
'koek & sopie'-tent was het gezellig druk, vol met motorrijders tijdens hun
break op hun motorrit. Het was wel een enorme show waarbij de één nog meer
pronkte met zijn motor dan de ander. Wij kregen in dat opzicht weinig aandacht
met onze vieze en beschadigde motoren maar daar waren we helemaal niet rauwig
om. Een jongen op een Yamaha R1 haalde ware acrobatische kunsten uit door op
zijn motor te gaan staan en zelfs tijdens een wheelie op het stuur te gaan
zitten, zijn benen bungelend naast de koplamp. Een waar stukje motorbeheersing
waar echter niet iedereen in Australië zo gek op was zoals we eerder in een
reportage op de TV gezien hadden. De politie treedt streng tegen dit soort
activiteiten op dus was het niet zo verwondelijk dat onze acrobaat het niet zo
op onze fotografie had. De door John aangeprezen spek-ei hamburger was niets
bijzonders maar zijn gezelligheid maakte veel goed. We hadden een heel gezellige
dag samen en aan het eind van de middag reden we weer terug naar ons hotel.
XXX |
De volgende dag was het dan tijd om
ook Sydney weer te verlaten voor de laatste etappe naar Brisbane in het noorden
was begonnen en dus verlieten we Sydney richting... het westen. Daar bevinden
zich namelijk de Blue Mountains waar het heerlijk rijden was. Het was Jeannette
de afgelopen tijd goed bevallen bij Martin achterop de motor dus mocht ik ook nu
op haar motor rijden alleen nu met alle bagage... en dat is wel even andere
koek! Mijn achting voor vooral Jeannette steeg direct enorm bedenkende dat ze
zonder ervaring met volle bepakking destijds Bangkok uitgereden was. Ook voor
mij was wel even wennen maar gelukkig hoefde ik niet vele malen voor vertrek
naar het toilet. Het navigeren liet ik aan Martin over en dat is wel aan hem
besteed: over mooie rustige wegen slingerden we door de heuvels met links en
rechts vele onverwachte mooie vergezichten. De enkele panorama plekken die met
borden aangegeven waren waren niet veel mooier en vaak was de sfeer er aangetast
door de vele (bus)toeristen die er stopten. Er zaten echter altijd wel
Nederlanders tussen waar ik een praatje pot mee kon hebben. Lekker van die
stoere 'biker-verhalen', natuurlijk zonder te zeggen dat het mijn motor niet
was! De hele dag reden we door een schitterende omgeving en verbleven die nacht
in het eerste hotel in Singleton dat we vonden. Dat dit een goed hotel was
vonden we daarbij niet erg. In het bijbehorende restaurant hebben we heerlijk
gegeten met als toefje een heerlijk kop koffie gedronken. Of het de likeur was
die er in zat weet ik niet maar ik raakte zo diep verzeild in een gesprek over
het zetten van een kop goede koffie verwikkeld met de serveerster dat Martin &
Jeannette al bijna sliepen toen ik op de kamer terug kwam.
Van Singleton was het maar een klein eindje rijden naar Hawks Nest waar David &
Cheryl woonden. Twee motorrijders die Martin en Jeannette in Kathmandu (Nepal)
en later in Leh (Noord India) ontmoet hadden. Bij een brug moesten we wegens
werkzaamheden een kwartier wachten en toen we passeren konden deed 'mijn' motor
het niet meer. Jeannette duwde haar motor de brug maar over waar Martin zijn
gereedschap weer eens kon pakken. Na veel 'gepriegel' startte de motor ineens
weer zodat we snel de resterende kilometers naar Hawks Nest af legden. David &
Cheryl stonden al op ons te wachten en onze begroeting was zeer hartelijk en wij
waren blij dat we met het warme weer (we waren namelijk weer aan de kust) snel
onze motorpakken uit konden trekken en gezellig een kop thee konden drinken
onderwijl verhalen uitwisselend. Tegen de avondschemering zijn we met de 4WD
door het mulle zand naar het strand gereden en daar genoten we van enkele
dolfijnen die we zagen. Het water was echter te koud om met ze te gaan zwemmen.
We zijn op tijd naar bed gegaan, ik in de logeerkamer en Martin & Jeannette in
een caravan voor in de tuin van het huis.
De volgende dag na het ontbijt de motor van Jeannette gestript en al snel werd
duidelijk dat het niet een 'bekend' probleem was, maar zonder elektrische
schema's is het lastig zoeken. David kende de eigenaar van de BMW-dealer in
Newcastle maar ook daar hadden ze nooit problemen met het elektra van de F650GS
gehad behalve enkele defecte bradstofpompen. Deze bleek inderdaad ook bij ons
niet te werken. Gelukkig had men er één op voorraad voor... AUD 375 (EUR 220)!
Het was inmiddels al te laat geworden om deze te halen zodat dit iets voor
morgen was.
Wat ons inmiddels wel duidelijk geworden was was dat we nooit op tijd in
Brisbane zouden aankomen voor mijn vliegtuig vertrok zodat er voor mij niets
anders op zat dan het laatste stuk naar Brisbane per bus af te leggen. Ik had
daarom vandaag al een kaartje gekocht voor de rit van de volgende dag. Met een
volle auto (David, Cheryl, Martin en Jeannette) deed men mij uitgeleide naar de
hoofdweg waar ik op de bus stapte voor de lange rit naar Brisbane, zo'n 11 uur.
Gelukkig verveelde ik me niet in de bus en heb met menigeen gekletst en verder
genoten van alle vreemde backpackers die in de bus zaten en hoe de chauffeur met
hen om ging. Hij werd dan ook elke dag mee geconfronteerd, nee ik zou niet met
zijn baan willen ruilen. Een uur eerder dan gepland kwam de bus in Brisbane aan
en mijn vooraf reeds besproken hotel bevond zich direct boven het busstation.
Een leuk hotel en bovendien in het centrum van Brisbane zodat ik de volgende dag
de gehele dag kon besteden aan het rondkijken in het centrum en om de laatste
souveniers voor het thuisfront te kopen aangezien ik morgen al weer naar huis
zou vliegen.
Zaterdag 26 september 2003 pakte ik voor de laatste keer op deze reis mijn
spullen bijeen en werd door een dochter van David & Cheryl die in Brisbane
woonde afgehaald en naar het vliegveld gebracht. Enorme klasse van deze voor mij
wild vreemde mensen! De vlucht naar huis via Singapore verliep verder zonder
problemen en over het weerzien van de familie in Nederland hoef ik me verder
niet uit te wijden. Na drie weken zonder hen doorgebracht te hebben was ik blij
Ellen, Renee en Steven weer terug te zien! Nog nooit had ik het zo lang zonder
hen moeten stellen. Maar de reis was zeer zeker de moeite waard geweest en het
gaf mij tevens de gelegenheid om eens zelf te ervaren waar ik al zo veel over
gelezen had in alle reisverslagen van Jeannette & Martin. Niet dat ik me zelf
snel zo'n reis zie ondernemen maar het was leuk om er aan geroken te hebben.
Nadat Ed per bus noordwaarts
vertrokken waren reden wij verder zuidwaarts naar Newcastle. Eerst naar de
BMW-dealer waar bleek dat brandstofpomp nog goed was. Dit spaarde ons dus flink
geld uit maar plaatste ons wel voor het probleem uit te vinden wat er dan wel
aan de hand was. Eerst hebben we echter Newcastle bezichtigd. Het is een
gezellige stad die zijn oorspong vindt in de industrie maar desondanks heel
aantrekkelijk is. Natuurlijk wist David een lekker plekje om te lunchen. Door
een ongeluk was de hoofdweg urenlang afgesloten en in Australië is vaak geen
'korte' omleiding mogelijk en dus is wachten vaak het best. Gevolg was wel dat
we die dag niet meer aan de motor konden sleutelen. 's Avonds hebben we met
behulp van de foto-albums van David & Cheryl veel herinneringen opgehaald.
De volgende dag werd de motor van Jeannette volop aandacht geschonken. Met
summiere copietjes van de elektrische schema's in de hand werd er gezocht maar
de brandstofpomp werkte nog steeds niet als deze ingebouwd was. Uiteindelijk
bleek de oorzaak te liggen in een contact van het motoralarm dat als
startonderbreker fungeert. Nadat deze (permanente) startonderbreker verwijderd
was bleek de motor probleemloos te lopen. Natuurlijk moest ik er 's middags nog
wel een testritje op maken. Dit gaf Jeannette mooi de gelegenheid om een ritje
op Cheryls motor te maken die namelijk hetzelfde probleem heeft als Jeannette:
'om met de voeten aan de grond te komen'. Op de Honda Shadow was dit inderdaad
geen enkel probleem maar het was ook een heel ander type motor en Jeannette was
er snel achter dat het op haar motor 'toch zo slecht nog niet was'.
In de namiddag gingen we weer met de 4WD het strand op en reden langs de kust.
Er waren vele dolfijnen die met golven mee scheerden richting het strand en zo
de scholen zalm bijna letterlijk het strand op joegen. Vlak voor onze voeten zag
de zee werkelijk zwart van alle zalm. Het was een zo enorm mooi gezicht dat dit
het (onverwachte) hoogtepunt van Australië was en wellicht van de gehele reis en
zeker een niet te vergeten ervaring. Dat was maar goed ook want het op de foto
zetten van de dolfijnen was iets wat met onze (trage) digitale camera niet
lukte. Wel hadden we de avond ervoor enkele schitterende foto's van Cheryl van
gezien maar nooit gedacht dat we dit de volgende dag met eigen ogen zouden mogen
aanschouwen. Aan het einde van het zandstrand hebben we de auto geparkeerd en op
het strand heerlijk gepicknickt terwijl de zon achter de duinen verdween. Een
heel idillysch moment dat er helemaal voor zorgde dat deze dag nooit vergeten
wordt.
XXX |
De volgende dag vertrokken we weer
verder. Eerst een stuk over de hoofdweg die echter vrij druk was zodat we deze
zo snel mogelijk verlieten en over bochtige weggetjes reden. Het was wederom een
schitterende omgeving maar we bleven wel stijgen en het werd steeds kouder. Vlak
voor het donker arriveerden we in een piep klein dorp, genaamd Nowendoc. Bij het
inchecken onstond er ineens een hele commotie toen bleek dat er een enorme egel
het kantoor binnen gelopen was. Gelukkig had ik mijn motorhandschoenen nog aan
en kon ik de egel oppakken en buiten in het weiland weer neerzetten, maar niet
voordat we zijn/haar enorm lange stekels hadden bewonderd en gefotografeerd.
Normaal kon er ook (bij gebrek aan andere locaties om het dorp) in het hotel
gegeten worden maar aangezien er morgen de jaarlijkse campdraft gehouden werd
werd er een BBQ gehouden waar wij ook van mee konden eten. Deze campdraft de
volgende dag was heel anders dan die we in Gregory Downs hadden gezien en was
puur een lokale aangelegenheid, zonder toeristen. We hebben enorm genoten van de
zeer relaxte sfeer en het schitterende weer.
We waren inmiddels wel tot de ontdekking gekomen dat we onze binnenjassen in de
caravan in Hawks Nest hadden laten liggen en Cheryl had ze ook al gevonden. Ze
wilden ze wel naar Brisbane opsturen, maar aangezien we dan bij een kleine
regenbui al doornat waren besloten we ze maar op te halen. Jeannette kroop
uiteraard voor het dagtochtje bij mij achterop want ik had inmiddels een route
binnendoor ondekt die echter niet het snelst was aangezien deze voornamelijk
over onverharde wegen voerde. De wegen waren echter goed begaanbaar en we konden
dan ook volop van de schitterende omgeving genieten. Een uitgebreide lunch aan
het water in Hawks Nest gehad en na de binnenjassen opgehaald en even met Cheryl
gekletst te hebben reden we weer terug naar ons hotel in Nowendoc, weer over
hoofdzakelijk gravel-wegen, anderen welliswaar doch niet minder mooi. Uitgeput
van deze heerlijke dag waren we net voor het donker weer in ons hotel terug.
De volgende dag verlieten we Nowendoc, verder door de heuvels en bossen richting
Brisbane rijdend waarbij we donders blij waren dat we onze binnenjassen weer
hadden en er ook volop gebruik van gemaakt hebben, niet vanwege de regen als wel
vanwege het koude weer. Ons hoofddoel was om noordwaarts te rijden zonder over
de hoofdweg langs de kust te moeten rijden. Dat lukte maar het gevolg was wel
dat we niet echt opschoten zodat we in Casino ons kamp voor de nacht maar
opsloegen. Het plaatsje beviel ons wel zodat we de volgende dag besloten om een
dagtochtje naar Byron Bay te maken. Behalve een bekende badplaats is dit ook het
meest oostelijkste puntje van het vaste land van Australië en dus was het er
druk met toeristen. Voor ons goed voor een kop koffie en toen snel weer de
plaats uit. Gelukkig waren we op de motor want het verkeer zat er goed vast.
Nee, dan was de weg terug dwalend over smalle weggetjes honderd maal mooier.
Onderweg knapte ineens de koppelingskabel van mijn motor. Geen probleem daar de
vervanging inmiddels een routine klusje geworden is maar minder was dat het
regende en we nergens konden schuilen.
En toen brak de volgende dag aan, de dag waar we onze laatste etappe in
Australië zouden afleggen. Het weer was in mineur en het regende regelmatig
flink zodat we ons oorspronkelijk plan om langs de kust boulevards te flaneren
niet echt aantrekkelijk was. Toen we bovendien ook nog in de regen in het
verkeer vast kwamen te zitten besloten we om via de snelweg naar Brisbane te
rijden en op de GPS rijdend in de buurt van Wayne's huis (en dus bij het
vliegveld) een hotelletje te vinden waar we zelfs een kamer met een eigen
keukentje hadden. Als eerste hebben we lang genoten van de warme douche en toen
al onze spullen te drogen uitgehangen.
's Avonds hebben we Wayne & Kerry bezocht voor een kopje koffie maar toen bleek
dat we onze wereldreis er op hadden zitten werd de champagne te voorschijn
gehaald en werd het zo laat dat we de motor maar hebben laten staan en naar het
hotel terug gelopen zijn. Ook de komende dagen waren we regelmatig bij hen over
de vloer te vinden aangezien het er enorm gezellig en hartelijk was.
Het rondje in Australië was nu dan wel rond, maar de motoren moesten nog naar
Nederland terug verscheept worden. Dat bleek moeilijker dan verwacht aangezien
we prijzen voorgeschoteld kregen die er niet om logen. Uiteindelijk vonden we
een verscheper die een acceptabele prijs af gaf. De motoren werden rechtstreeks
naar Rotterdam verscheept en bovendien vertrok het schip al over een week.
Aangezien de motoren ingekrat moesten worden was er dus het nodige werk aan de
winkel. Bij de BMW dealer naar kratten gevraagd maar deze had niets meer. Een
Honda dealer vlak naast het hotel had wel kratten, al was het krat van de
Goldwing dat voor de R1100GS gebruikt moest worden wel verroest en waren de
houten zijplaten reeds vergaan. Voor een kratje bier konden we zoveel frame
delen meenemen als we wilden en na bij een bouwmarkt vele boutjes en moertjes
gekocht te hebben werd uit de schuur van Wayne gereedschap geplunderd en kon het
gezaag, getimmer, geboor, geschroef beginnen in de parkeergarage van het hotel.
Dat ik vroeger veel met Mecano gespeeld heb wierp hier zijn vruchten af want al
snel was de motor van Jeannette ingekrat al moest wel de achterveer los gemaakt
worden aangezien het kontje boven de randen van het krat uit stak.
XXX |
Voordat mijn motor ingekrat werd moest
er eerst nog souveniers ingekocht worden. De gehele reis had Jeannette weifelend
in winkels steeds van mij moeten horen: "Mooi, maar hoe gaan we dat meenemen?"
waarna het souvenier met een triest gezicht weer terug gelegd werd. Nu echter
had ze haar antwoord klaar: "Dat gaat mee in het krat!" en dus liet ze er geen
gras over groeien. Wayne was haar behulpzaam door ons mee te nemen naar een
winkel waar ze hele mooie spullen verkochten. Voor ik er erg in had waren er
maskers en zelfs een kamerscherm gekocht. Vervolgens was het mijn probleem om
deze dingen in het krat te krijgen maar dat lukte uiteindelijk, zij het net!
Toen kon ook mijn motor ingekrat worden, en nadat ook alle bagage er bij in
verstouwd waren konden de motoren opgehaald worden door een vrachtauto. Ondanks
dat de motoren per schip gingen werden ze naar de luchthaven gebracht waar de
laatste formaliteiten afgewikkeld werden. De carnets moesten we achterlaten
zodat de motoren de volgende dag al (in een container) aan boord gingen en we de
carnets dinsdag as. af konden halen op onze weg naar het vliegveld. Het ging
allemaal van een leien dakje zo soepel...
De resterende dagen werden in alle rust doorgebracht. Alles was geregeld en dus
konden wij gaan genieten; van het centrum van Brisbane alsmede van de bezoekjes
aan Wayne & Kerry, want het klikte goed met hen en op zondag werden we zelf mee
genomen voor een heerlijke Australische lunch, die echter weinig met een
'lichte' lunch te maken had maar wel lekker was en zeer gezellig.
Maandag 13 oktober 2003 was dan de dag dat we vetrokken. De avond ervoor hadden
we reeds afscheid van Wayne & Kerry genomen maar Wayne belde ons 's ochtends op
om te zeggen dat hij ons naar de luchthaven zou brengen. Om 13 uur haalde hij
ons af in hun camper en bracht ons eerst naar C.T. Freight om de verscheping van
de motoren te betalen en de carnets mee te nemen. Dat eerste was geen probleem
maar de carnets meenemen wel. Deze waren namelijk nog niet afgestempeld al waren
de motoren wel geïnspecteerd en zelfs al onderweg naar Nederland! Afstempelen
kon alleen met de originele vrachtbrieven maar die werden pas afgegeven nadat de
motoren aan boord waren. Dus terwijl de motoren al lang en breed onderweg waren
naar Nederland waren de carnets nog niet gereed. Maar die zou men wel nasturen.
Wij waren hier niet blij mee aangezien dit niet afgesproken was maar veel keuze
hadden we niet. Wel zou het moeilijk worden om bij eventuele problemen deze
vanuit Nederland op te lossen maar gelukkig voor ons woonde Wayne hier ook nog.
(Achteraf is echter alles keurig verlopen, ofschoon het langer ging duren dan
gepland).
Toen bij de luchthaven we onze bagage op een karretje hadden gezet vroeg Wayne
of we nog enkele minuten tijd hadden en haalde een grote fles champagne met drie
glazen te voorschijn! Het einde van een landalsmede een werelddeel en bovendien
nog een wereldreis moest namelijk in stijl gevierd worden. Na de grote fles
helemaal leeg gedronken te hebben hebben we ons tipsy ingecheckt en eindelijk
definitief afscheid van Wayne genomen. De vlucht naar Kuala Lumpur verliep
zonder problemen maar op de aansluitende vlucht naar Amsterdam ging het mis. Op
tijd zaten we allemaal in het vliegtuig, maar nadat het vliegtuig zo'n 30 meter
van de slurf gedrukt was stopte het toestel ineens en was er vervolgens een
grote activiteit van het grond-personeel onder de rechter vleugel. Er werd ons
niets verteld maar te zien was dat er ter plekke de startmotor van één van de
motoren vervangen werd. Gevolg was wel dat we zo'n 7 kwartier te laat
vertrokken. Maar verder verliep de vlucht echter probleemloos. Op Schiphol stond
Dingeman klaar om ons af te halen. Veel tijd had hij echter niet aangezien hij
snel door moest naar de K.M.A. in Breda, maar hij zag nog wel kans om ons de
sleutels van zijn auto in de handen te drukken en mams een afscheidzoen te
geven.
XXX |
We waren dan wel terug in Nederland
maar dat betekende zeker niet dat het nu rustig werd voor ons, in tegendeel!
Gedurende onze reis hadden we al besloten om ons te gaan vestigen in het huis
dat Jeannette in Frankrijk (Dordogne) heeft. Ze had echter ook nog haar
appartement in Amersfoort waar het afgelopen jaar Marie Louise met enkele
vrienden in had gewoond. Inmiddels woonde ze op kamers in Utrecht en ook de
anderen waren vertrokken zodat wij er ons intrek konden nemen om alles grondig
schoon te maken en het huis op te leveren. Verder moest de verhuizing geregeld
worden alsmede 1000 andere dingen. Onze dagen waren dan ook (over)vol gepland.
We ontvingen onze carnets uit Australië maar toen we naar de aankomst van onze
motoren informeerden bleken deze niet in Rotterdam aan te komen maar in Hamburg
en werden per vrachtauto naar Ridderkerk vervoerd. Op zich niet erg maar het
leverde wel extra vertraging op. Gelukkig konden we de douane formaliteiten al
vooraf in Rotterdam afhandelen en waren de carnets in no-time afgestempeld.
Na de laatste dagen in het huis van Dingeman gelogeerd te hebben vertrokken we
dan op donderdag 4 december 2003 naar Frankrijk. Hier hadden we enkele dagen
voordat de verhuizers op 9 december arriveerden met de vele dozen die we bleken
te hebben. Ongelofelijk hoeveel zaken er dan nog te voorschijn komen waarvan je
het bestaan niet eens meer van wist en die je zeker de laatste 31/2 jaar niet
gemist had. Jarenlang hadden al onze bezittingen in enkele koffers en rollen
gepast en nu hadden we een heel huis vol met dozen staan. Je went trouwens wel
snel weer aan 'die luxe' maar toch is er veel in onze levens veranderd en heeft
het reizen ons een andere (minder materialistischere) kijk op het leven gegeven.
Ons doel was om ons huis voor de Kerstdagen ingericht te hebben. Dat hebben we
gered zij het net. De laatste kamer is op 24 december nog ingericht zodat we
uitgeput de kerstnachtmis maar aan ons voorbij lieten gaan. Het kerstdiner werd
in een ijskoude keuken bereid waar Jeannette met een jas aan stond te koken.
Voor de pavlova (een Nieuw Zeelands desert) bleken geen maizena in huis te
hebben zodat er wat geïmproviseerd moest worden, maar dit soort zaken hadden wij
de afgelopen jaren vaker mee gemaakt.
Het nieuwe jaar 2004 zal voor ons een heel ander jaar worden dan de afgelopen
jaren... of toch niet? De motoren staan inmiddels in de garage en moeten nog wel
onder handen genomen worden maar zullen ook het komend jaar regelmatig gebruikt
worden. Wat onze plannen voor de toekomst precies zijn weten we nog niet maar de
reis heeft onze heel flexibel gemaakt en dat is vaak voordelig maar heeft ook
wel nadelen want nu weten we nooit wanneer we voor onze volgende reis
vertrekken, en waarheen. Zeker is echter wel dat die ooit komen zal!
Jeannette en Martin... en speciale
dank aan onze reisgenoot en gastschrijver Ed
PS.1. En wat was het hoogtepunt van de
gehele reis? Dat we elkaar hebben leren kennen (zelfs door en door)!!!